dinsdag 5 juni 2018

De atoombom en de opwarming van de aarde

     Sinds er atoombommen bestaan, is men altijd beducht geweest dat die ook zouden worden gebruikt. Maar die vrees ging op en af, en het lag ook aan het milieu waar je kwam. Verlichte geesten in de jaren zestig hadden er het meest last van. Stanley Kubrick wijdde er een film aan, Robert Bolt een toneelstuk of drie, en Boudewijn de Groot zong hoe hij “met alle andere baarden op de bom te wachten zat”.
     Maar in de jaren zeventig was men alles al een beetje vergeten, en dat was jammer. De maoistisch-communistische partij ‘Alle Macht’* waar ik toe behoorde, had net in die jaren het bouwen van atoomschuilkeders als haar belangrijkste programmapunt vastgelegd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1976 werden we daarvoor in ons gezicht uitgelachen. Andere partijen kwamen op voor betere straatverlichting, een gemeentelijke zwembad en een extra tennisveld, en wij gingen donkere kelders bouwen waar je hoogstens een pingpongtafel kon plaatsen.
     Toch hadden we onze redenen. Communistisch China – ons lichtend voorbeeld – lag rond die tijd in ruzie met communistisch Rusland, en dus zagen ook wij in Rusland een vijand waartegen we ons moesten beschermen. In mijn cel – een communistische partij bestaat niet uit afdelingen maar uit ‘cellen’ – in mijn cel dus stond de kwestie van de oorlogsdreiging vaak op de agenda. Je had de trouwe aanhangers van de partijlijn die stelden dat een oorlog ‘onvermijdelijk’ was, en je had een dissidente strekking – één man eigenlijk – die volhield dat een oorlog ‘bijna onvermijdelijk’ was. Je begrijpt dat zoiets tot bittere discussies moest leiden.
     We hadden ons die discussies kunnen besparen. Al die tijd bestond er immers, zonder dat we het wisten, een Bulletin of the Atomic Scientists waar de beste atoomgeleerden aan meewerkten en dat het precieze oorlogsgevaar elke maand opnieuw berekende. Dat gevaar werd weergegeven door een klok op de voorpagina waarvan de minutenwijzer aangaf hoeveel minuten het was vóór twaalf. In 1947 stond de wijzer op 7 minuten vóór. In 1953 stond die al op 2 minuten vóór.* Maar in 1974, toen wij van deur tot deur ons idee van de atoomschuilkelders verkochten, was de wijzer gezakt naar 12 minuten, wat bewijst dat onze dissidente kameraad niet helemáál ongelijk had. En in 1991, na het einde van de koude oorlog, waren we al 17 minuten verwijderd van een allesvernietigende nucleaire catastrofe.
     17 minuten! Dat is je lezer voor de gek houden. Die koopt dat blad om iets over het einde van de wereld te lezen, en dan wordt hem doodleuk meegedeeld, dat de catastrofe voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Gelukkig heeft de redactieraad het gevaar tijdig ingezien. ‘Waarom zouden we al onze eieren in één korf leggen,’ vroegen de atoomgeleerden zich af. ‘Die opwarming van de aarde waar iedereen de mond van vol heeft, zou dat ook niet iets voor ons zijn? Kunnen we die milieubedreiging niet optellen bij onze eigen bedreiging?’
     Zo gezegd, zo gedaan. De opwarming van de aarde werd vanaf 2007 opgeteld bij de dreiging van een atoomoorlog. Sindsdien staat de klok op de voorpagina van het Bulletin weer op een alarmerende 2 en een halve minuut voor twáálf. Je zou kunnen zeggen dat het gevaar geweken is.

 
*Voluit: Alle Macht Aan De Arbeiders - de voorloper van de huidige PVDA.

** Tijdens de Cubacrisis eind 1962 stond de wijzer gelukkig op een veiliger 7 minuten vóór. Misschien hebben Kennedy, Chroestsjow en Fidel Castro daar wel rekening mee gehouden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten