Posts tonen met het label Anuna De Wever. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Anuna De Wever. Alle posts tonen

dinsdag 12 november 2019

Youssef Kobo tegen Theo Francken

     Op de brandstichting in het toekomstige asielcentrum van Bilzen heeft Theo Francken gereageerd met een twitterbericht. Hij doet dat wel vaker, reageren met een twitterbericht. Vijf of zes van die berichten waren nogal ongenuanceerd en ruw verwoord. Je kunt ze met een beetje kwade wil verkeerd interpreteren, en tegenstanders halen ze jaren later nog altijd aan om het ‘deshumaniserend’ discours van N-VA aan te klagen. Het is een beetje jammer dat ze na al die jaren niet meer, en betere, voorbeelden van dat discours gevonden hebben, maar je moet roeien met de spaanders die je hebt.
     Het nieuwste twitterbericht van Francken is echter noch ruw, noch ongenuanceerd, noch dubbelzinnig. “Brand stichten in een asielcentrum in de nacht van Wapenstilstand. Geen woorden voor. Hoe hard je ook revolteert tegen het huidige asielbeleid, brand stichten is NOOIT het juiste antwoord. Nooit mag wrok tegen slecht beleid zich omzetten in wrok tegen mensen.”
     Het mooiste vind ik de laatste zin. Francken heeft die naar het schijnt overgenomen van zijn collega Wouter Raskin.  Joël De Ceulaer maakt er zich vrolijk over dat ook andere N-VA’ers die zin overnemen op hun twitterpagina. Ik vind dat juist een goed idee. Je kunt niet stevig genoeg ingaan tegen ‘deshumanizering’. Wrok tegen ménsen moet altijd worden afgekeurd.
     Toch is Youssef Kobo erin geslaagd om het bericht verkeerd te begrijpen. ‘Het is blijkbaar onmogelijk voor Theo Francken,’ schrijft hij, ‘om een gewelddaad onvoorwaardelijk te veroordelen, er moet 2 x een vergoeilijking [sic] aan voorafgaan: ‘Het is de schuld v/h huidig[e] asielbeleid’ en ‘wrok tegen slecht beleid’. Beschamend en veelzeggend.”
     De reactie van Kobo is, zo niet beschamend, in elk geval veelzeggend, en al helemaal zeker fout. De veroordeling door Francken is wel degelijk onvoorwaardelijk. Zo’n brandstichting is ‘nooit’ het juiste antwoord, schrijft Francken, en het woord ‘nooit’ staat in hoofdletters. Francken en Raskin doen ook niet aan ‘vergoeilijking’: zij schrijven juist dat kritische standpunten tegen opvang van meer asielzoekers géén excuus zijn voor de gewelddaden. Dat is dus het tegenovergestelde van ‘vergoeilijking’.
     Je zou de kritiek van Kobo kunnen formuleren op een wat geloofwaardiger manier: ‘Francken en Raskin zeggen in hun bericht twee dingen: de brandstichting is verwerpelijk én het asielbeleid is te laks.’ Door de twee uitspraken tegelijk te doen, verzwakt de ene uitspraak de andere. Dat is een redelijk argument. Zo kun je na een bomaanslag de islamitische terreurzaaiers veroordelen en tegelijk waarschuwen voor wraakacties tegen de moslimbevolking. Als je het zo formuleert, en je betrekt er het schertsbegrip ‘islamofobie’ niet bij, dan zou ik zo’n 
dubbele boodschap best appreciëren. Maar anderen zullen er zich aan storen. Dat is dan voor hún rekening.
     De strekking van de Raskin-Francken-zin kan, geloof ik, verduidelijkt worden door een vergelijking te maken. Onlangs kwam Christoph Bush, de vroegere directeur van de Dossin-kazerne, bij ons op school een lezing geven over ‘polarisering’. Hij voorspelde daarin dat op middellange termijn het islamterrorisme zou afnemen en dat het eco-terrorisme zou toenemen. Ik hoop dat de eerste voorspelling juist is en de tweede fout.
     Maar veronderstel nu dat dat eco-terrorisme inderdaad toeneemt. Anuna De Wever en haar vrienden krijgen genoeg van de praatjes van politici die veel beloven en niets doe-oe-oen. Ze besluiten van zelf iets te doe-oe-oen. Ze gaan ’s nachts de banden doorsteken van geparkeerde vrachtwagens, ze snijden elektriciteitskabels door van CO2-bedrijven, ze ontvoeren een lobbyist van de oliesector. Als dat gebeurt, mag Meyrem Almaci van mij gerust een berichtje versturen dat zulke acties ‘NOOIT het juiste antwoord zijn, hoe zeer je ook revolteert tegen het huidige klimaatbeleid’.
     Ik zou over zo’n berichtje niet lastig doen, ook al revolteer ikzelf niet tegen dat klimaatbeleid. 


Post Scriptum
Op bovenstaand stuk heeft Youssef Kobo als volgt gereageerd:
‘Wacht, laat me het zo proberen: “Ik veroordeel het politiegeweld tegen de Catalaanse bevolking. Wrok en frustratie tegen een onrechtmatig illegaal uitgevoerde referendum mag nooit leiden tot geweld” Waardeloze veroordeling niet?’
Ik heb daar niet zo’n groot probleem mee als Kobo denkt. Dat het politiegeweld veroordeeld zou worden door iemand die fanatiek tegen de Catalaanse onafhankelijkheid is, vind ik helemaal niet waardeloos. Komen die vaak voor, die veroordelingen?’

zaterdag 13 april 2019

Rondjes lopen om en in het huis

     Van de Vlaamse Bouwmeester  en Anuna De Wever zal het wel niet mogen, maar wij wonen in een vrijstaande woning aan de rand van het bos. Vroeger woonden we op een appartementje in Brussel, en dat was ook leuk, maar er gaat niets boven een woning die vrij staat. Een kind op een driewielertje kan eindeloos om het huis peddelen. Zelf kun je als je dat wilt, om je huis een rondje lopen. Ik heb dat nog nooit gedaan, maar als ik zou willen, dan kan het, en daar gaat het om. 
     Wat ik ook mooi vind, is als je een rondje kunt lopen ín je huis. Mijn broer heeft in zijn inkomhal een stuk muur laten inslaan om een deur te plaatsen die toegang geeft tot de voorkamer. Nu kan hij als hij dat wil vanuit de inkomhal, langs de voorkamer, de eetkamer en de keuken, weer de inkomhal bereiken. Ik weet niet of hij dat ooit doet, maar als hij zou willen, dan kan het. Ook in het appartement van mijn ouders kun je, als je dat wilt, een rondje lopen: inkomhal – woonkamer – keuken – terras – naaikamer – inkomhal. ’t Is misschien niet veel, maar het kán.
     Vroeger, in ons ouderlijk huis, was veel meer mogelijk. Het was een soort herenhuis waar een bioscoop tegenaan was gebouwd. Je kon er geloof ik wel twintig verschillende rondjes lopen.  Je kwam bijvoorbeeld langs de voordeur de inkomhal van het huis binnen. Goed. Daar nam je de trap naar boven, liep over een korte overloop en nam nog een kleinere trap naar de badkamer. Net voor de badkamer was er een deur die via een terras leidde naar weer een andere deur die toegang gaf tot het kamertje van waaruit de films geprojecteerd werden. Vanuit dat kamertje volgde je een doolhof van trappen naar beneden tot in de ontvangsthal van de bioscoop, waar een deur was naar de binnenkoer en de keuken van het huis. En dan kwam je vandaar in de eetkamer, dan in het salon en tenslotte weer in de inkomhal van het huis.

     Onze vrijstaande woning heeft dat niet. Het huis is gebouwd rond een gang met zes deuren. Maar welke deur je ook neemt, je loopt dood op een slaapkamer, een badkamer, een waskamer of een toilet. Het langst kun je doorlopen als je de deur neemt naar de eetkamer. Dan kom je vandaar in de woonkamer, de studeerkamer, en langs een trap zelfs op de zolder. Maar dan is het ook echt gedaan. Je kunt de lus niet sluiten. Óm het huis kunnen we dat gelukkig wel, ondanks de Vlaamse Bouwmeester en Anuna De Wever.
     Waar je dan wel weer rondjes kon lopen en lussen sluiten, was in het landhuis van de Russische schrijver Tsjechov. Die had, voor veel te veel geld, een grote, onoverzichtelijke bouwval met landerijen gekocht voor hemzelf, zijn ouders, zijn broers en zijn zus. Als er vrienden op bezoek kwamen, en dat was bijna altijd, gaf Tsjechov hen een rondleiding. En dan liep hij hen voor van kamer, naar kamer, naar kamer, naar kamer, en hij bleef maar doorlopen tot zijn gasten beseften dat ze altijd maar weer dezelfde kamers te zien kregen.
     Tsjechov hield van een grapje.

Tsjehovs landhuis in Melikhovo

zondag 24 februari 2019

Greta Thunberg en die ándere Zweedse activist

     De foto van de kleine Greta Thunberg die moederziel alleen – weliswaar opgewacht door de pers – de trappen van een Brussels station afdaalt, heeft mij ontroerd: een vlechtenmeisje met kleurige sokjes, anorakje, rugzakje, skimutsje en een piekfijn beschilderd, uit duurzaam materiaal vervaardigd, protestbordje: ‘Skolstrejk for klimatet’. Koppige Greta is helemaal van Zweden gekomen met de trein, over Kopenhagen en Keulen vermoed ik, alhoewel een reis met het vliegtuig sneller en goedkoper is. Ze doet me denken aan het koppige Veenmanneke van Louis-Paul Boon. Als die jongen bij een spelletje wordt aangeduid om een eindje zuidwaarts te lopen, loopt hij aan een stuk door tot hij een maand later de zuidkust van Frankrijk bereikt.
     Greta Thunberg kwam eigenlijk om deel te nemen aan de donderdagse klimaatbetoging, maar nu ze toch in Brussel was, mocht ze ook een toespraakje houden voor de Europese Commissie. Ze leek niet in het minst onder de indruk van het hoge gezelschap. Ze las gewoon haar tekstje voor. Hier was geen enthousiaste spring-in-’t-veld aan het werk als Anuna De Wever, die je makkelijk kunt verwarren met een deejay op een popfestival of een animator voor bejaarden in Torremolinos. Hier was het anders. Hier sprak een kind van vijftien haar zekerheden uit over het lot van de mensheid. Ik vond het nogal beangstigend. Ik stel mij geestdrijvers voor als oude mannen –  Savonarola in het vijftiende-eeuwse Florence of de High Sparrow in Game of Thrones. Ik denk niet meteen aan kleine meisjes.
     Het toespraakje zat anders goed in elkaar. Politici wilden niet met haar spreken, zei ze, en dat was goed, want zij wou ook niet met hen spreken. Haar enige eis was dat de klimaatakkoorden van Parijs zouden worden uitgevoerd, maar ook die uitvoering zou niets veranderen aan de klimaatramp die ons te wachten stond. ‘We have to focus every inch of our being to chimate change.’ Ons hele politieke en economische system, vond Greta, met vrije concurrentie en dergelijke, moest onmiddellijk worden omgegooid.  Politici spreken over de klimaatcrisis, zei ze, alsof het slechts één van de vele problemen is die ze moeten oplossen. Dat maakt hen tot de grootste schurken van de geschiedenis. De klimaatopwarming bedreigt ons bestaan en onze beschaving. Binnen elf jaar is het te laat en komt er een onomkeerbare kettingreactie op gang, ‘beyond human control’. Dat alles, zei ze nog, is geen onderwerp van discussie, het is een feit.
     Dat laatste is, geloof ik, niet waar. Greta verwijt de politici dat ze niet luisteren naar de wetenschap en naar het IPCC, maar zelf luistert ze ook maar met een half oor. Als ze de dikke rapporten van het IPCC doorneemt, onderstreept ze meest dramatische passages en redeneert daar logisch op verder. Dat op de volgende bladzijde een voorbehoud wordt gemaakt, een andere prognose worden berekend, een rooskleuriger scenario wordt uitgewerkt, past niet goed in haar manier van denken, vrees ik.
     En zoals wel meer alarmisten heeft Greta een voorkeur voor rampen met spektakelwaarde. De gewone voorspellingen van meer hittegolven, hogere zeespiegel - 30 tot 90 cm* -, overstromende rivieren, grotere verspreiding van de malariamug, op de ene plek meer droogte en op de andere plek meer neerslag, misschien zelfs heviger orkanen – dat alles is op zichzelf wel erg, maar daarmee overtuig je niemand dat het bestaan zelf van de mensheid op het spel staat. Greta maakt er in haar toespraakje dan ook geen woorden aan vuil. Als het over dat soort eenvoudige rampen gaat, begint een mens al snel aan prozaïsche oplossingen te denken: afkoelstystemen in huis, zeedammen, afgebakende overstromingsgebieden, muskietennetten en insectenverdelgers, irrigatie, bouwkundige voorzorgsmaatregelen …
     Het enige gevolg van de opwarming waar Greta wél even over spreekt is de kans dat ‘extremely powerful’ methaangas uit de toendra opstijgt, waardoor het klimaat definitief en onomkeerbaar op hol slaat. Ja, dán zijn we natuurlijk allemaal de sigaar. Enkele jaren geleden bestond het spektakelscenario uit de plotse onderbreking van de Golfstroom, die in enkele dagen tijd Europa in een ijsvlakte zou veranderen. Daar is toen een spannende film over gemaakt, maar nu hoor je er niet veel meer over.
    Misschien hebben sommige mijner lezers na het beluisteren van Greta Thunberg niet goed de slaap kunnen vatten, of hebben ze hun arts om angstremmers gevraagd. Of misschien hebben ze gedroomd van een terroristische aanslag waarbij ze corrupte politici uitschakelen en een groene dictator aan de macht te brengen. Hen wil ik de raad geven om nog wat te wachten met die angstremmers en dat terrorisme, en even het boekje Feitenkennis te lezen van een andere Zweedse activist, de onlangs overleden arts en epidemioloog Hans Rosling.
     Hans heeft meer dan alleen zijn geboorteland met Greta gemeen. Hij wil zoals zij ook altijd iedereen overtuigen en bekeren. Op Youtubefilmpjes zie je hem met verbetenheid en humor – een zeldzame combinatie – verkondigen hoe de wereld wél en hoe de wereld niet in elkaar zit. Kort gezegd komt het hier op neer dat de arme landen de laatste veertig jaar een geweldige vooruitgang gemaakt hebben die de meeste mensen in de rijke landen nog altijd niet beseffen. Hans is het ook met Greta eens dat de klimaatverandering een bedreiging vormt waar iets moet aan moet worden gedaan.** Hij aanvaardt de gemiddelde  cijfers van het IPCC als uitgangspunt, zoals hij de cijfers van álle internationale instellingen aanvaardt, of die nu in zijn kraam te pas komen of niet. Zelfs cijfers die hij maar half gelooft, neemt hij als uitgangspunt aan, zolang hij zelf geen betere cijfers kan verzamelen.
     Maar in tegenstelling tot Greta, beschikt Hans over een kennis van de wereld die tot stand gekomen is door een jarenlange strijd tegen zijn eigen vooroordelen. Zijn kennis, zegt hij, komt niet uit statistieken, maar uit gesprekken met mensen uit heel verschillende milieus en in heel verschillende landen – van VN-bureaucraten tot stamhoofden in zwart Afrika. Het waren die mensen die hem op zijn misvattingen wezen. Daardoor kwam hij te weten wat de problemen niet waren, wat ze wel waren, en waar naar oplossingen moest worden gezocht. Pas daarna begon hij cijfermateriaal te verzamelen dat hij dan in prachtige, bewegende grafieken wist weer te geven. De eerste keer dat ik zo’n grafiek zag, was ik even ontroerd als door het beeld van Greta op de Brusselse stationstrappen. Maar tóen had mijn grootvaderleeftijd daar niets mee te maken.
     Hans Rosling gelooft niet, zoals Greta Thunberg dat doet, dat het klimaat het enige wereldprobleem is. Het is één van de wereldproblemen.*** Daarnaast heb je onder andere het gevaar van een mondiale griepepidemie, een derde wereldoorlog, een instorting van het financiële systeem en het voortbestaan van de extreme armoede.**** Dat laatste is overigens geen gevaar in de toekomst, maar een realiteit van nu.
     Rosling heeft lang nagedacht over de vraag waarom we de wereld zo slecht begrijpen. We besteden te veel aandacht aan extremen en aan negatieve berichtgeving. We letten niet op geleidelijke veranderingen. We onderschatten hoe grillig de zaken evolueren. We laten ons leiden door angst en veralgemeningen. We zijn te snel onder de indruk van grote cijfers. We zijn op zoek naar boosdoeners die verantwoordelijk zijn voor alles wat misgaat – denk aan Greta’s schurken van politici. En we zijn ten prooi aan het ‘urgentie-instinct’ waardoor we de zaken niet meer nuchter bekijken.

    In 2009 werd Rosling gecontacteerd door de Amerikaanse ex-vicepresident Al Gore, die de wereld rondreisde om te spreken over de komende klimaatramp. Of Rosling zo’n mooie bewegende grafiek kon maken waaraan je kon aflezen wat er zou gebeuren als niet onmiddellijk-nu-meteen een alomvattende klimaatpolitiek in werking trad. Nu was Al Gore een van Roslings helden, maar toch weigerde de Zweed om mee te werken. Hij was net als Greta Thunberg niet snel onder de indruk van hoog gezelschap.***** Hij had begrepen dat Gore een grafiek wou met een ‘worstcase’-scenario om de mensen angst aan te jagen. ‘Ik kon niet voldoen aan wat hij vroeg,’ schrijft hij. ‘Ik hou niet van overdrijving. Overdrijving ondermijnt de geloofwaardigheid van goed onderbouwde data … En ik hou niet van angst … Angst plus urgentie levert domme, drastische beslissingen op, met onvoorspelbare neveneffecten. Daarvoor is de klimaatverandering te belangrijk. Die vraagt om systematische analyse, doordachte beslissingen, stapsgewijze maatregelen en zorgvuldige evaluatie ….’
     ‘Stapsgewijze maatregelen en zorgvuldige evaluatie …’ wat zou de jonge Greta daar op antwoorden?

 

* In het zeer, zeer, zeer onwaarschijnlijke geval dat de zeespiegel geleidelijk zes meter zou stijgen over een periode van honderd jaar, zouden grote gebieden onder water kunnen lopen. Er zouden grote werken nodig zijn om dat te vermijden. Zulke werken zouden jaarlijks één procent van het bruto wereldproduct kosten maar ze zouden uiteindelijk het ondergelopen gebied wereldwijd beperken tot een oppervlakte ter grootte van Nederland. Slechts 15 miljoen mensen zouden in de loop van de eeuw moeten verhuizen. Je kunt zoiets moeilijk laten doorgaan voor het einde van de menselijke beschaving.

 ** Bij Rosling is niet helemaal duidelijk hoe prioritair hij het klimaatprobleem inschat. Hij gelooft dat we door nú de CO2-uitstoot te beperken, we grotere kosten in de toekomst vermijden. Hij vindt dat de rijke landen, die per inwoner de grootste CO2-uitstoot hebben, die uitstoot dringend en drastisch moeten beperken. Anderzijds wil hij niet dat de landen met lage inkomens (Afrika) en middeninkomens (Indië, China) ook al meteen op duurdere energie of duurdere energiebesparing overstappen. Zo’n dubbel beleid zal, vermoed ik, op wereldvlak onvermijdelijk leiden tot een grotere totale uitstoot van CO2.

*** Hans Rosling houdt er evenmin van dat alle andere wereldproblemen worden teruggebracht tot de klimaatverandering. Heel zorgwekkend vindt hij in dat verband de term “klimaatvluchtelingen”. ‘Voor zover ik weet, schrijft hij, is het verband tussen klimaatverandering en migratie zeer, zeer zwak.’

 **** Een uitgebreide lijst van wereldproblemen is uitgewerkt in het kader van de Kopenhagen Consensus, met een voorgestelde rangorde van belang, kostprijs en kans op snelle resultaten. Verminderen van CO2-uitstoot staat op de dertigste plaats, na een hele reeks interventies die vooral de arme landen betreffen: verstrekken van vitamines, vaccinaties, ontworming, betaalbare scholen, goedkope hartmedicijnen, bestrijding van de malariamug, opsporen en behandelen van tbc, HIV-preventie, waterzuivering …

  ***** Toen Rosling uitgenodigd werd om in Cuba onderzoek te doen naar een dodelijke epidemie, werd hij op zijn werkplek opgezocht door Fidel Castro die zich zoals gewoonlijk persoonlijk op de hoogte wilde stellen van het nieuwe initiatief. Veel buitenlanders voelden zich vereerd door zo’n bezoek, maar Rosling vond Castro een moeial.

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.

zondag 27 januari 2019

Ik ben een klimaatoptimist

     Vanmorgen aan de ontbijttafel kwam het gesprek op de klimaatbetoging van vandaag. Jan dacht dat er wel honderdduizend deelnemers zouden zijn. Om te beginnen zouden al die spijbelende scholieren er zeker bij zijn, zei hij, al was het maar om te bewijzen dat het hen niet om een wekelijks dagje vrij te doen was. Wel twijfelde hij eraan of Brussel groot genoeg was om honderdduizend betogers te omvatten. Mijn vrouw wees erop dat de rakettenbetoging van 1983 wel vierhonderdduizend mensen naar Brussel kreeg. Dat is waar. Ik heb ze met eigen ogen gezien.
     Mij maakt het eigenlijk niet veel uit hoeveel betogers er voor het klimaat op straat komen. Als het er maar honderd zijn, en ze hebben gelijk, dan doet hun kleine aantal niets van dat gelijk af. En als het er een miljoen zijn, en ze hebben ongelijk, dan wordt dat ongelijk niet verholpen door hun grote aantal. De grote geestdrift in de late middelleeuwen voor heksenverbranding zegt niets over de waarschijnlijkheid dat excentrieke vrouwen omgang hebben met de duivel. Hoogstens kunnen wij uit zo’n massale geestdrift besluiten dat er onder de bevolking misschien wel een brede consensus bestond of bestaat over die heksen, die raketten en dat klimaat. Maar als maatstaf voor de waarheid is zo’n consensus waardeloos.
     Anders is het gesteld met een wetenschappelijke consensus. Rond het klimaat is een wetenschap ontstaan die een beroep doet op bevindingen uit de biologie, chemie en fysica en verder op metingen allerhande. Op die gegevens worden statistische analyses losgelaten die een verklaring opleveren van wat er recent met het klimaat gebeurd is, en wat er in de toekomst zal gebeuren. Een aantal van die gegevens zijn
  • CO2 heeft de eigenschap om stralingswarmte te absorberen; die eigenschap werd in 1869 al vastgesteld door de Engelse natuurkundige John Tyndall
  • de aanwezigheid van CO2 in de atmosfeer is gestegen: van 0,03 % in 1959 tot 0,04 % in 2016
  • jaarlijks zorgt industriële activiteit voor een CO2-uitstoot van 0,0004 % van de atmosfeer en de menselijke ademhaling voor één van 0,00003 %*
  • de temperatuur op aarde is nu 0,9 % hoger dan in 1880
    Zelfs een leek ziet met die cijfers dat er minstens een mogelijk verband is tussen de menselijke activiteit, de stijging van CO2-concentratie en de stijging van de temperatuur. Er is zelfs een verklaring voor dat verband. CO2 functioneert als het glas van een serre of broeikas, die de warme zonnestralen binnenlaat, maar daarna in die kleine ruimte vasthoudt. Die broeikastheorie, toegepast op de hele aarde, laat toe om voorspellingen te doen, en die dan te testen. Zo moet volgens het model de stijgende temperatuur in de lagere atmosfeer samengaan met een dalende temperatuur in hogere stratosfeer. Men heeft dat gecontroleerd en het klopt, beweren de geleerden.
     Dát soort voorspellingen zijn eigenlijk hypothesen. Men kan die onmiddellijk testen door experimenten of metingen. Andere voorspellingen gaan écht over de toekomst. Hoeveel zal de temperatuur verder stijgen? Wat zullen de gevolgen zijn voor de zeespiegel, de vegetatie, de windkracht? Die voorspellingen kan men niet onmiddellijk testen. Wij moeten de gebeurtenissen afwachten om zekerheid te hebben, en als die dan catastrofaal blijken te zijn, is het misschien te laat. Die laatste gedachte is het, geloof ik, die vandaag Anuna De Wever, Tine Hens en Tom Naegels op straat brengt. 
     Zelf ben ik optimistischer. Om te beginnen zijn die klimaatgeleerden het ook niet allemaal met elkaar eens. Er is een ruime mate van consensus, maar de voorspellingen van temperatuurstijging van nu tot 2100 variëren van 0 °C tot 1,4 °C mét sterke CO2-reductie en van 0,8° tot 4,5 graden zonder CO2-reductie.** Bijna iedereen is het ermee eens dat menselijke activiteit een invloed heeft op de temperatuurstijging, maar daarmee is nog niet gezegd hoe gróót die invloed is. En ook die invloed zelf wordt volgens metastudies nog altijd aangevochten door 3 à 10 % van de klimatologen.***
          Het relatieve karakter van de consensus is begrijpelijk. Klimaatwetenschap is niet vergelijkbaar met fysica, waarbij het verband wordt onderzocht tussen een klein aantal grootheden zoals snelheid, massa en energie. Het is een toegepaste wetenschap waar heel veel – soms moeilijk meetbare – gegevens een rol spelen: andere broeikasgassen zoals damp, zonneactiviteit, aerosolen, vulkaanuitbarstingen, vegetatie, CO2-uitwisseling tussen atmosfeer en oceaan**** en nog veel, veel meer.
     Al die gegevens worden ingebracht in computermodellen. Dat is een prima methode want er is geen alternatief. Maar die computermodellen hebben dezelfde nadelen als elke statistische analyse. Je weet nooit helemaal zeker of je voldoende dan wel te veel gegevens hebt ingebracht en of je wel de juiste gegevens gekozen hebt. Wetenschappen die sterk van statistiek afhankelijk zijn, lijken mij daarom kwetsbaar voor eenzijdigheid, subjectiviteit, vooroordelen en conformisme – eventueel ook voor tegendraadsheid. Bovendien opereert de klimaatwetenschap in een gebied waar publieke opinie, beleidsmakers en internationale bureaucratie zich laten gelden. Bij mij komt dan als vanzelf de vergelijking op met wetenschappen als epidemiologie, criminologie of – maar nu overdrijf ik misschien – pedagogie.
         Aan de andere kant is de klimaatwetenschap het beste wat we hebben. Die mensen kunnen  best gelijk hebben***** en dan ziet het er maar slecht uit. Elchardus somt in De Morgen op wat een echte beperking van de CO2-productie betekent: ‘minder vrije markt, een meer sturende overheid, strakkere regulering, zwaardere belastingen voor iedereen minder consumptie’.****** Of concreter: als we niet in de marge willen rommelen met een isolatiepremie hier en een fietspremie daar, zit er niets anders op dan iedereen in een levensstijl te dwingen die ver onder de huidige armoededrempel ligt: klein appartementje, geen bad, geen douche, geen vlees, geen reizen, geen auto, geen nieuwe kleren – want helemaal plaatselijk gefabriceerd en dus duur – en weinig verwarming. China en Indië moeten stoppen met groeien en Afrika moet blijven zoals het is, maar met minder mensen. Elchardus betwijfelt overigens of het zover zal komen. ‘Als dat tot iedereen doordringt, is de kans groot dat mensen zich de vraag gaan stellen wat nu het pijnlijkste is: de gevolgen van de opwarming of de gevolgen van de het beleid nodig om de opwarming te beperken? Misschien opteren sommigen voor het leren leven met opwarming.’ ‘Misschien’, schrijft hij, en ‘sommigen’, maar dat is wel heel voorzichtig.
     Gelukkig sta ik voor mijn optimisme op vastere grond. Dat zit zo. Ik ben al geruime tijd voorstander van meer kernenergie. Ik heb mij laten overtuigen dat dat de goedkoopste en efficiëntste energievorm is. Tot voor enkele maanden was ik pessimistisch omdat én de publieke opinie én de klimaatmensen er tegen waren. Maar nu wordt kernenergie langzamerhand ontdekt door de klimaatmensen zelf omdat ze er een werkbaar alternatief in zien voor de CO2-uitstotende brandstofenergie. Wat zie ik vandaag bijvoorbeeld op de voorpagina van De Zondag? Professor De Grauwe die in grote letters verklaart: ‘Ik ben voor kernenergie vanuit milieuoverwegingen.’ Dat is realistisch bekeken van de professor.
     Op dit ogenblik wordt 87 % van de energie in de wereld geleverd door fossiele brandstof, 7 % door waterkracht en slechts 4 % door kernreactoren.  Op dat laatste terrein is echter veel meer mogelijk en dat wordt nu al bewezen door landen als België, Frankrijk, Oekraïne en Hongarije die meer dan 50 % van hun elektriciteit uit kernenergie halen. Er is eigenlijk geen reden waarom dat, ook op wereldvlak, geen 100 % kan worden. Dan zijn we er nog niet, want dan moeten transportmiddelen, verwarming, hoogovens en dergelijke ook nog op die door kernenergie opgewekte elektriciteit overschakelen, maar ‘t is al een hele stap naar een échte daling van onze CO2-productie. Helemáál weg krijgen we CO2 nooit, want we blijven ademen natuurlijk. Bij leven en welzijn.

* Die cijfers als percentage van de atmosfeer heb ik zelf uitgerekend rekening houdend met een totale hoeveelheid van CO2 van 708 gigaton en een industriële productie die goed is voor 7,56 gigaton en een collectieve ademhaling van 0,6 gigaton. Hopelijk heb ik geen rekenfouten gemaakt.

 ** Dit zijn cijfers die uitgaan van een sterke vermindering van broeikasgasuitstoot. Nl.Wikipedia spreekt van een temperatuurstijgingen tussen 0,9°- 2,3° enerzijds en van 1,7°- 5,4° anderzijds. Daarbij wordt vergeleken met de periode tussen 1850 en 1900. Ik heb van die cijfers de 0,9 °C afgetrokken die sinds 1880 heeft plaatsgevonden.

 *** Cook (2013) geeft 3 % dissidenten. Verheggen (2014) geeft 9 % dissidenten (zie hier). Slechts een minderheid van de klimatologische artikels behandelen overigens de rol van de mens in de klimaatwijziging.

 **** De jaarlijkse CO2-uitwisseling tussen oceanen en atmosfeer is 10 keer zo groot als de uitstoot veroorzaakt door de mens. De uitwisseling tussen atmosfeer en vegetatie is 12 keer zo groot. (Zie hier)

***** Mijn zuivere klimaatscepticisme dat mij ooit kwam aangewaaid, kreeg flinke tegenwind toen ik een keer een namiddag heb doorgebracht op de polemische maar goed gemaakte site van skepticalscience. (Zie hier en hier)

****** Zouden er mensen bestaan die zo’n toekomst in abstracto aantrekkelijk vinden? Ik geloof bijna van wel.



zaterdag 10 oktober 2015

Onverdraagzame barbaar

Anuna De Wever en Jean-Pascal van Ypersele (foto  januari 2018)
 Als een leerling, een collega of misschien zelfs, wie weet, mijn directeur ooit uitglijdt over een bananenschil, zal ik daar even hartelijk om lachen als iedereen, al is leedvermaak mij verder vreemd. Maar toen ik deze week las dat onze landgenoot Jean-Pascal van Ypersele de Strihou niet de nieuwe voorzitter van het International Pannel for Climate Change (IPCC) is geworden, dacht ik: net goed!
    Och, die jongen zou dat niet slecht gedaan hebben.  As well him as another, zegt Molly Bloom in die beroemde monoloog. Hij is gedurende een jaar de wereld rondgevlogen om zijn kandidatuur bekend te maken, in vliegtuigen die meer CO2 uitstootten dan een middelgroot Vlaams dorp tijdens een milde winter, maar die uitstoot moet je, om eerlijk te zijn, verdelen over hem en zijn medereizigers. En dan is het al heel wat minder. Bovendien, als die paar vliegtuigreizen nu nodig zijn om het IPCC een krachtdadige leider te bezorgen die het aantal vluchten mondiaal met, zeg, 10 % kan laten dalen, dan is dat, met honderdduizend vluchten per dag, per slot van rekening een flinke winst voor het milieu. Want CO2 zorgt voor de opwarming van de aarde, zeggen  professor Van Ypersele, het IPCC en vele, vele anderen …
John Stuart Mill
    ... Maar niet iedereen. Een vijftien jaar geleden hield een van mijn leerlingen een keurige spreekbeurt waarin hij uitlegde dat de aarde niet opwarmt, of niet zo snel, of dat het niet door CO2 komt, of dat de maatregelen ertegen misplaatst zijn – iets in die aard, het was allemaal nogal moeilijk. Mijn leerling had dat gelezen in een boek  van een Zweed, zekere Lomborg, een klimaatdissident. Zulke mensen bestaan dus ook. En wat gebeurt er als die hun opvattingen gehoor vinden? Wellicht gaan we dan met zijn allen nog vaker het vliegtuig nemen, stijgt het aantal vluchten met 10 %, in plaats van te dalen, en wordt de aarde nog warmer.
    Hoe ga je in een beschaafde maatschappij om met zulke afwijkende en misschien wel schadelijke meningen? De Engelse filosoof John Stuart Mill heeft daarover geschreven in On Liberty (1859). In het tweede hoofdstuk legt hij op rustige toon uit waarom het dwaas is dissidenten en excentriekelingen het zwijgen op te leggen. Ze konden bijvoorbeeld gelijk hebben, zegt Mill, – of half gelijk – je wist maar nooit. En discussie was altijd verrijkend.

    Van Ypersele echter ziet dat anders, tenminste als het om klimaatdissidenten gaat.  ‘Voor mij hebben die mensen een torenhoge verantwoordelijkheid,’ verklaarde hij in De Morgen. ‘We moeten er ernstig over nadenken om hen voor de rechtbank te brengen.’ Voor de rechtbank brengen! De onverdraagzame barbaar! Het interview dateert van 4 november 2006, dat is dus al een poosje geleden, maar zoiets vergeet ik niet gauw.