Posts tonen met het label politieke correctheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politieke correctheid. Alle posts tonen

donderdag 11 maart 2021

Losse invallen over 'woke'


 1.  De Oxford English Dictionary definieert ‘woke’ als ‘alert to injustice in society, especially racism’. Ik voeg eraan toe  ‘and gender questions’. Je kunt ook alert zijn voor de rugbelasting van vrachtwagenchauffeurs, lucht- en bodemvervuiling, gebrekkige fietspaden, dierenmishandeling, afstompend werk aan ‘de lopende band’,  en lage lonen voor pakjesbezorgers. Maar die dingen schijnen mij niet tot de kernbetekenis van het woord te behoren.

2. ‘Woke’ heeft een tweede leven gekregen als scheldwoord* waarbij het verwijst naar een extreme vorm van politiek correct denken over bovenvermelde kwesties. Het wordt als dusdanig gebruikt door stromingen die zich afzetten tegen woke: extreemrechts, rechts, centrumrechts, traditioneel links, links-liberaal en traditioneel politiek correct. Ilja Leonard Pfeijffer nam afstand van woke als lid van die laatste categorie, Barack Obama als lid van de voorlaatste**.

3. Voorbeelden. Bij boeken van Pipi Langkous hoort een verwittiging dat ze racistisch kunnen worden geïnterpreteerd. Enkele kinderboeken van Dr. Seuss verdwijnen uit het aanbod. De VRT excuseert zich voor een flauw mopje over de ‘flietchinees’. Een Nederlandse schrijfster twittert dat ze geen boeken van Gerard Reve in huis wil hebben omdat ze hoorde dat hij een racist, een viezerik en een blasfemist is. Een Vlaamse schrijfster heeft gewetensproblemen als ze een Woody Allen-film ziet waarin vrouwen ‘stereotiep’ geportretteerd worden***. Een Amerikaanse studente die op Prom Night een Chinees ogende jurk draagt, wordt op sociale media beschuldigd van ‘cultural appropriation’. J.K. Rowling wordt door Harry Potter-acteurs verketterd nadat zij bezwaar maakte tegen een nieuwe, ‘neutrale’ term om vrouwen aan te duiden: ‘wezens die menstrueren’.

4. Eigenlijk moet dat allemaal kunnen. De bibliotheek mág een inlegvelletje in de Pipi Langkous-boeken stoppen. De steenrijke erfgenamen van Dr. Seuss mógen vrijwillig zes van de zestig boeken uit hun portefeuille opstoken. Die Nederlandse schrijfster móet Reve niet lezen. Die Vlaamse schrijfster mág gewetensproblemen hebben als ze naar Woody Allenfilms kijkt. Die twitteraars mógen kritiek hebben op elke Prom-jurk die hen om welke reden ook niet aanstaat. De Harry Potter-acteurs móeten niet levenslang bevriend blijven met de schrijfster van de boekenreeks. Toch erger ik mij blauw.

5. Blaise Pascal weet waar die ergernis vandaan komt. ‘D’où vient qu’un boiteux,’ schrijft hij, ‘ne nous irrite pas et un esprit boiteux nous irrite ? À cause qu’un boiteux reconnaît que nous allons droit et qu’un esprit boiteux dit que c’est nous qui boitons. Sans cela nous en aurions pitié, et non colère.’

6. Naast de ‘esprit boiteux’ van de woke-mensen is er nog hun onverdraagzaamheid om je aan te ergeren, hun morele zelfgenoegzaamheid en soms hun lafheid. Maar mij gaat het toch vooral om die ‘esprit boiteux’. Ik heb al gemerkt dat het geen verschil maakt of die mensen vrouw zijn of man, gekleurd of blank, en of ze zichzelf zien als slachtoffer dan wel als sympathisant met de slachtoffers. Ik discrimineer niet in deze.

7. Marieke Lucas Rijneveld, die eerst was aangezocht om gedichten van Amanda Gorman te vertalen, heeft de opdracht teruggegeven toen er protest kwam dat ze als ‘witte’ vrouw niet geschikt was om dat te doen. Enig gewetensonderzoek leert mij dat ik hetzelfde zou doen. De koppigheid van Rosa Parks is niet aan iedereen gegeven, vooral als je geen applaus kunt verwachten in de huizen waar je normaal komt.

8. Ik lees soms dat woke zal omkomen in de lawine van haar eigen belachelijkheid. Dat is te optimistisch. Om een Franse zegswijze te variëren: le ridicule tue, mais ne se suicide pas. En sommige voorbijgaande modes doen er heel veel tijd over om voorbij te gaan.

9. Sommigen denken dat woke het einde inluidt van ‘de heerschappij van de witte rijke mannen’. Dat is wat snel gedacht. Waar woke succesvol is, zullen genoeg ‘witte rijke mannen’ op het wagentje springen om mee te liften op dat succes. 

10. Woke zal in Europa wel een cultureel luxeprobleem blijven vergeleken met het veel grotere probleem van de islam. Hoe de islam evolueert, radicaliseert, moderniseert en seculariseert zal onze toekomst meer bepalen dan de opwinding van de woke-mensen en de ergernis erover van mensen zoals ik. Er zijn wel raakvlakken tussen de twee kwesties. Woke drijft op victimisme – de zwarte, de vrouw, de holebi, de transgender als slachtoffer****– en victimisme kan met een islamisme tot een erg giftige cocktail worden gemixt. Maar de islam op zich is allesbehalve woke.

11. In de Verenigde Staten is dat anders. Daar kan woke aansluiten bij de oudere generatie van race mongers, demagogen die van victimisme een – soms lucratief – beroep hebben gemaakt.

12.  Tegenstanders van woke wordt verweten dat zij mensen van kleur geen ruimte gunnen. ‘Voor witte mensen’, zei Daan Roovers op Klara, ‘is het pijnlijk dat ze een beetje plaats moeten maken, dat ze een beetje op moeten schuiven.’ ’t Is het zoveelste voorbeeld van zero sum denken van links. Als zwarten te weinig kansen krijgen in het onderwijs, op de arbeidsmarkt of op de huurmarkt, dan zal de oplossing er niet in bestaan om de blanken minder kans te geven. Men kan dat proberen met positieve discriminatie, maar zoiets zal veel kwaad bloed, en weinig zoden aan de dijk, zetten.

13. Misschien moeten we dat ‘plaats maken’ eerder figuurlijk en symbolisch opvatten. Meer mensen van kleur op de podia en in film en televisie. Daar heb ik geen problemen mee, als men de quota en de moedwil er buiten laat. (Zie ook hier).

14. Over hetzelfde. Paul Baeten schreef in Knack Focus een stuk waarin hij in de titel meegeeft dat ‘woke niet ver genoeg gaat.’ Het stuk zelf gaat meer over de moeilijkheid van literaire vertalen, maar dan eindigt hij als volgt: ‘Waarom stromen in Vlaanderen en Nederland nog steeds zo weinig mensen van kleur door naar de eretafels der Letteren? Waarom blijft dat nog steeds grotendeels de speeltuin voor witte middenklassezonen en -dochters?’ Ja, waarom? Ik kan een aantal redenen bedenken, en die zijn meest van tijdelijke aard. Discriminatie door uitgeverijen, recensenten en jury’s is er niet bij. Ook denk ik niet dat veel schrijvende middenklassezonen en –dochters bezwaren hebben tegen mensen van kleur. Juist bij die zonen en dochters heb je een nogal flinke vertegenwoordiging van de wokies. Maar dat bij hen een zekere naijver heerst jegens literaire concurrenten van álle kleuren, dat kan natuurlijk. En verder blijf ik de boeken lezen die ik wil.

15. Je kunt woke van links vergelijken met, geloof ik, alt-right van rechts. Woke heeft een zeker verlengstuk in linkse, links-liberale en links-groene politieke partijen, zoals alt-right een zeker verlengstuk heeft in de extreemrechtse partijen. Dat is een gelijkenis. Een verschil is dan weer dat woke tot op zekere hoogte aansluit bij de eerder politiek-correcte sfeer van de grote redactielokalen, terwijl alt-right daar in Europa geen aanknopingspunten heeft.

16. Woke wordt pas echt gevaarlijk als de beweging zich keert tegen de vrije meningsuiting en oproept tot censuur. Dan komen we bij de cancel cultuur, de knevelcultuur zoals Marc Vanfraechem ze noemt. Een treffend voorbeeld vind je in een interview met de afro-feministe Rachael Moore in De Standaard van 6 maart. Moore zegt daarin: ‘Wat mij betreft gaat de vrijheid van meningsuiting ver, maar ze stopt als je mijn menselijkheid aanvalt.’ ‘Menselijkheid niet aanvallen,’ dat klinkt redelijk als beperking. Maar dan volgt het voorbeeld. ‘Denk maar aan de Birther Movement van Donald Trump, die in twijfel trok dat Barack Obama in de Verenigde Staten was geboren. Door altijd maar weer documenten te vragen die konden bewijzen dat Obama in de VS was geboren, ontken je niet alleen zijn identiteit als Amerikaan, maar zijn bestaansrecht.’ Op welke manier, vraag de verbijsterde lezer zich af ‘ontkent’ een Birther ‘het bestaansrecht’ van Obama? Die Birther ontkent alleen de authenticiteit van zekere papieren. Er bestaan tegen de Birther-beweging veel, heel veel, goede argumenten, maar dit is er geen. Het is een voorbeeld hoe elk redelijk klinkende beperking van de vrije meningsuiting heel snel op oneigenlijke manier wordt misbruikt. Al gaat niet iedereen daarin zo ver als onze wokies.

 

* Ik heb niets tegen scheldwoorden, zolang ze niet gebruikt worden als surrogaat voor argumentatie. Iedereen mag mij bijvoorbeeld een neoliberaal noemen. (Zie hier).

 ** Pfeijffer schreef in De Standaard van 24 februari:  Het woke denken is een religie geworden … De ‘cancel culture’ is geen activisme, maar een kwalijke uitwas van absolutisme. Liesbeth van Impe citeert in Het Nieuwsblad van 6 maart de raad die Obama aan een groep studenten gaf om de idee van woke zijn, zo snel mogelijk achter zich te laten. Vitten over woordgebruik en over ‘micro-agressies brachten volgens hem geen verandering te weeg.

 *** Alsof de mannen in Woody Allen-films minder stereotiep geportretteerd worden.

 **** Natuurlijk zijn die mensen ook soms slachtoffer. In het geval van holebi’s hebben we het marginale maar hardnekkige verschijnsel van gay bashing. Pinker wijst erop dat in de VS de homoseksuelen er veel beter aan toe zijn dan vroeger: afschaffing van wettelijk vervolging, afname van discriminatie, morele aanvaarding door een steeds groter deel van de bevolking, minder intimidatie op straat, maar dat anderzijds gewelddadige aanvallen door homohaters, niet afgenomen zijn.  

woensdag 24 april 2019

Ik zal mijn les moeten bijschaven

     Door de week doe ik wel eens smalend over Unesco. Dat is een gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties die als taak heeft ‘bij te dragen aan de vredesopbouw, armoedebestrijding, duurzame ontwikkeling, interculturele dialoog, onderwijs, cultuur en communicatie’. ‘Armoedebestrijding’ en ‘onderwijs’ zouden allang genoeg zijn, vind ik, en als er iets bij staat van ‘communicatie’ word ik wantrouwig. Die Unesco-mensen hebben ook overal een mening over: over Zwarte Piet, over  het carnaval van Aalst, over de Palestijnse kwestie en over de Menenpoort van Ieper. Die laatste willen ze niet als ‘erfgoed’ erkennen om toch maar niet ‘het voeren van oorlog te verheerlijken’.
     Maar ze doen ook veel goeds. Zo hebben ze ervoor gezorgd dat we nu, sinds 1995, een Wereldboekendag hebben, en wel op 23 april. Zonder Unesco was 23 april een dag als een andere, of misschien was het de dag van de Commerciële Film geworden of van het Petanquespel. Stel je voor!
     De dag is anders wel goed gekozen want op 23 april 1616 stierven twee van de grootste schrijvers van de mensheid: William Shakespeare en Miguel de Cervantes. Dag op dag? Dat zou wel heel toevallig zijn. Maar het klopt natuurlijk niet helemaal. In Shakespeares tijd kenden ze in Engeland de Gregoriaanse kalender nog niet, waardoor de Bard enkele dagen te vroeg stierf. En na eeuwen gehakketak hebben de Cervantes-geleerden een akkoord bereikt dat hun auteur eerder in de late uurtjes van 22 april dan in de vroege uurtjes van 23 april het loodje legde. Maar laten we voor het gemak 23 april 1616 onthouden voor allebei de schrijvers.
    Ik geef over die schrijvers trouwens les (zie hier). Over Shakespeare zeg ik dat zijn stukken, door de snelle scènewisselingen, meer op films dan op toneel gelijken. En over Cervantes vertel ik dat zijn beroemdste boek Don Quichot een satire is. ’t Is een ironische aanval op de laatmiddeleeuwse ridderroman, op de achterhaalde eercultuur, op de illusies van de Spaanse adel, op het materialisme van de Spaanse volksklasse. Ik praat daarbij na wat ik bij anderen heb gelezen. Als ik een nieuw boek lees over een of andere auteur die ik behandel, moet ik mijn uitleg in de klas zelden aanpassen, want in al die boeken staat ongeveer hetzelfde.
     Maar laatst vond ik iets interessants in een boek van William Egginton over Cervantes. Don Quichot, schrijft Egginton, droomt de hele tijd van heldhaftige strijdtonelen,  waarin hij zijn moed kan bewijzen in lijf-aan-lijf-gevecht - het soort moed waarvoor Hendrik V bij Shakespeare eeuwige roem belooft ‘from this day to the ending of the world’. Is bij die heldhaftige dromen ook een element van spot? Lijf-aan-lijfgevechten zijn toch niet om te lachen?
    Mijn oud-oom heeft aan de IJzer gevochten. Ik zal dat hier niet verheerlijken want ik wil geen kwestie met Unesco, maar soms vertelde hij daar iets over. In de loopgraven werd al eens gelachen, zei hij, maar vaker waren hij en zijn makkers bang: bang van inslaande obussen, bang van mitrailleurs, bang van mosterdgas. Maar er was één ding vooral waar ze bang van waren. Dat was als de officieren het bevel gaven: ‘Bajonet op ’t geweer.’ Dan volgde mogelijk een lijf-aan-lijfgevecht. Het bevel werd maar uitzonderlijk gegeven, en ’t was soms vals alarm, maar dát was waar ze het bangst van waren.
     Cervantes was als soldaat betrokken geweest bij de zeeslag van Lepanto (1571). Dat was, volgens Egginton, ongeveer de laatste zeeslag oude stijl, waarbij kanonvuur amper een rol speelde. Het kwam erop aan over ladders naar het vijandelijk schip te klimmen en daar, lijf-aan-lijf en oog-in-oog, het gevecht aan te gaan met een vijand van vlees en bloed. Cervantes werd bij zo’n gevecht zwaargewond en bleef voor de rest van zijn leven verlamd aan zijn linkerarm.
     Na Lepanto veranderde de oorlogsvoering echter snel, zowel op zee als op land. Kanonnen werden belangrijker. Er werd meer en meer vanop afstand gevochten,  en dat was een ontwikkeling waar Cervantes met verachting op neerkeek. Elke lafaard kon een kanon doen ontbranden, vond hij. De held van Lepanto dacht met weemoed terug aan de tijd dat er écht gevochten werd, mano a mano zoals de Amerikanen zeggen. Maar hij moet tegelijk hebben ingezien dat zo’n weemoed iets belachelijks had. Cervantes spotte in de figuur van Don Quichot dus met zichzelf, met zijn oorlogsverleden, en met zijn onvermijdelijke trots op dat verleden.
     Ik zal mijn uitleg over Don Quichot volgend jaar wat bijschaven, want zelfspot vind ik iets moois en iets belangrijks.

 

woensdag 3 februari 2016

Politiek correcte satire

 
John Cleese, Jerry Seinfeld en Anthonieke
   
Komieken zoals John Cleese en Jerry Seinfeld willen niet meer optreden aan Engelse en Amerikaanse universiteiten vanwege de politiek correcte onverdraagzaamheid die daar heerst. (hier en hier). Voor je het weet heb je iemand beledigd en ben je een racist of een seksist. De getuigenis van Cleese daarover is nog maar van gisteren, maar die van Seinfeld is al enkele maanden oud en toen heeft daar een student van een van die universiteiten op geantwoord (hier). Anthony Berteaux heet die jongen en hij is op zijn manier ook een komiek.
     Anthonieke schrijft dat Seinfeld zich geen zorgen moet maken over zijn - Seinfelds - beledigende humor. Anthonieke en zijn politiek correcte medestudenten zijn, tegen het vooroordeel in, juist dol op grove en beledigende humor. Ze willen juist heel graag gechoqueerd worden ... maar dan liefst door meningen die ook de hunne zijn. Dat is héél, héél moeilijk. De meesten onder ons worden vooral gechoqueerd door meningen die niet de onze zijn. Wat dan weer bewijst hoe weinig politiek correct wij zijn.
     Omdat het allemaal zo moeilijk is, geeft Anthonieke een voorbeeld van een goeie beledigende en tegelijk choquerende grap:  een sketch over een ploeg high school football spelers die maar niet begrijpen dat ze geen meisjes mogen verkrachten, ook niet als de coach het elke keer opnieuw uitlegt. Wat zijn die high school football spelers stom! Hahaha!

   Anthonieke – oudere lezers die zich de ontvoering van A.D. herinneren, begrijpen waarom ik het verkleinwoord gebruik – Anthonieke dus, spreekt in naam van een generatie. “Ja, meneer Seinfeld, wij studenten zijn politiek correct. Wij, studenten, zijn vandaag gevoeliger voor kwesties van ras en gender. Dat behoort tot onze taak als student. Wij zijn betrokken bij talloze kwesties van sociale, economische en politieke aard. Het is onze taak om actief opgevoed te worden over kwesties van seksisme, racisme en vooroordelen.”
     Wat zijn dat voor slappe praatjes! Toen ik student was voelde ik mij ook “betrokken” bij kwesties van sociale, economische en politieke aard, en ik gebruikte helaas ook vaak de zelfgenoegzame eerste persoon meervoud. Ik schaam me daar nu een beetje voor. Maar het zou nooit bij mij opgekomen zijn om te spreken over “onze taak als student … om actief opgevoed te worden”.  Wij gingen ons over die sociale, economische en politieke kwesties zelf wel opvoeden.
       Als je dat allemaal leest, en het bijgevoegde fototootje van Anthonieke ziet, denk je onvermijdelijk twee dingen, en die dingen zijn allebei fout. Ten eerste denk je: wat een koorknaap! Wat een heilig boontje. Maar dat klopt niet helemaal. De jongen is juist erg grof in de mond. “Het gaat niet om de beledigingen op zich,” schrijft hij, “F*** de beledigingen. Beledig zoveel je  f***ing  wil, maar zorg dat je belediging de f***ing juiste mensen treft.” En Anthonieke gebruikt daarbij geen asterisken, maar schrijft de woorden voluit.

      En ten tweede denk je: dat moet satire zijn. Niemand zal toegeven dat hij alleen lacht om grappen die zijn eigen vooroordelen bevestigen. Niemand is zo dom om zó met zijn eigen bekrompenheid te pronken. Maar dan zie je dat het stuk verschenen is in de Huffington Post, en daar verschijnen wel meer rare stukken die geen satire zijn. 

dinsdag 17 november 2015

Bernie Sanders

      Wat doe je als je in gezelschap een mop hoort waarvan de strekking je niet bevalt? Een korte grijnslach lijkt mij het beste. Als het een heel goeie mop is, kun je ook hartelijk meelachen, zelfs al wordt je favoriete partij of je diepste overtuiging dan over de hekel gehaald.  Maar dat is nu iets wat je zelden ziet bij de zogenaamde “politiek correcten”. Zodra thema’s worden aangeroerd als vrouwenrechten, migranten en gelijke-kansenbeleid (en ook een beetje milieu, verkeer en gezonde voeding) op een manier die hen niet aanstaat krijg je: verontwaardiging, boosheid, woede, kortom – protest.
      Ik heb lang gedacht dat ‘politiek correct’ ongeveer hetzelfde betekende als ‘politiek links’. Sinds ik op Facebook vertoef weet ik beter. Je kunt best links en socialist zijn, tegen multinationals en grootverdieners en tegen de hele vrije markt, en verder gelijkmoedig blijven bij de vraag of je een jonge vrouw aanspreekt met ‘juffrouw’ of ‘mevrouw’. Ook kun je waardering opbrengen voor vakbondsacties, meer werklozensteun en – godbetert – meer belastingen, en tegelijk van mening zijn dat migranten zich toch wat beter moeten aanpassen aan sommige Westerse waarden. En dat ze zich niet allemaal tegelijk en in één keer in ons land moeten komen vestigen.
      Politiek correct denken kom je voorts niet vaak tegen bij de kleinverdieners die vroeger, en nog altijd een beetje, het fundament vormden van de linkse partijen. Het is meer iets voor de opiniemakers – de klerken, waar Julien Benda zich in zijn beroemde ‘La trahison des clercs’ (1927) over opwond. Kijk naar de Verenigde Staten. Daar doet voor het eerst sinds lang een echte linkse socialist mee aan de Democratische voorverkiezingen: Bernie Sanders, een ex-schrijnwerker, die opkomt voor de werkman en tegen het grootkapitaal. En wat schreef de Amerikaanse pers? Dat Bernie de “nieuwe maatschappelijke thema’s” verwaarloosde. Terwijl hij vóór abortus, vóór het homohuwelijk en tégen kernenergie is. Maar de journalisten hebben Bernie door. Ze voelen dat dat niet de thema’s zijn waar zijn hart naar uitgaat. Om politiek correct te zijn moet je niet alleen voor bepaalde zaken zijn, en tegen andere, je moet er ook ‘helemaal voor gaan’, met opengesperde ogen en overslaande stem.
      En enkel lachen met de moppen van de eigen coterie natuurlijk. Al is dat laatste voor Bernie geen probleem. Lachen doet hij toch al niet zo vaak. Als het over de werkman gaat, kijkt hij boos. Dán spert hij de ogen wél.


Oorspronkelijk geplaatst op 14 augustus 2015
      Naschrift van 15 augustus. Pas mijn stukje gepost over political correctness, humor en Bernie Sanders en daar verschijnt op Knack.be een lang stuk van Rudi Rotthier over political correctness, humor en ... Bernie Sanders.