Posts tonen met het label De Wereld Morgen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Wereld Morgen. Alle posts tonen

zondag 22 januari 2023

Oekraïne en het would-be realisme van Tom Sauer


    
 Tom Sauer – ik weet bij zo’n naam niet waar ik eerst aan denk: Tom Sawyer* of sauerkraut – is Hoogleraar internationale politiek aan de universiteit van Antwerpen. Vorige week schreef hij een opiniestuk in De Standaard waarin hij zijn hoop uitsprak dat Oekraïne voor Poetin zou capituleren. Hij koos zijn woorden voorzichtig, maar daar kwam het op neer. Op de DeWereldMorgen.be – een nogal PVDA-achtige site – werd hij uitgebreid geprezen voor zijn ‘dissonante stem’ en zijn ‘gedetailleerde’ uiteenzetting.
     Sauer lijkt in zijn stuk dezelfde kant uit te gaan als de Amerikaanse geleerde John Mearsheimer, die net als Sauer, een bovengemiddeld begrip heeft voor Poetin en Westerse provocaties als verklaring voor diens agressie ziet. Sauer citeert zelfs een van Mearsheimers metaforen om de Oekraïne-oorlog te duiden: ‘Als een kleine aap met een stok in de ogen van een grote gorilla peutert, moet dat aapje niet schrikken wanneer het een serieuze mep terugkrijgt.’ Sauer wil het conflict benaderen met een ‘nuchtere kijk’. Hij wil de ‘emoties en waarden’ er buiten houden, want ‘zo werkt het niet in de internationale politiek … Als puntje bij paaltje komt, gaat het voor elke staat om de eigen veiligheid en macht.’ 
    Mearsheimer heeft met zijn boeken over internationale politiek en oorlog een diepe indruk op mij gemaakt door zijn solide uitgangspunt, zijn afgewogen argumenten, en vooral door de foutloze logica waarmee hij doorredeneert tot de bittere eindconclusie. Dat is bij Sauer allemaal wat minder.  Hij wil, schrijft hij, dat het Westen zich niet laat leiden door ‘emoties en waarden’, maar heeft het ondertussen wel graag over Poetin die zich ‘vernederd en genegeerd’ voelt en die nogal gemakkelijk in ‘woede’ ontsteekt. Zijn dat dat geen ‘emoties’? Of zijn het alleen de ‘emoties en waarden’ van het Westen die wij tussen haakjes moeten zetten?  En wat moet ik aan met Sauers pleidooi voor Westerse ‘empathie’ voor Rusland. Dicteert het realisme niet om vooral ‘empathie’ te hebben voor  onze ‘eigen veiligheid en macht’? Ik zal niet beweren dat wederzijdse empathie geen rol moet spelen in diplomatie, maar in Poetin heeft het Westen, geloof ik, een tegenstander die in deze eigenschap althans niet uitblinkt.
     Sauer wil het ‘dominante oorlogsnarratief’ ondergraven als zou Poetin de ‘enige schuldige’ zijn. Minstens even zwaar weegt voor Sauer de manier waarop het Westen zich heeft gedragen na de Koude Oorlog. Het Westen heeft Rusland onheus behandeld en Rusland heeft daarop gereageerd. Of die voorstelling juist is, weet ik niet. Steven Van Hecke van de KU Leuven, toont in zijn antwoord in De Standaard aan dat zo’n voorstelling minstens eenzijdig is.
    Een leek als ik, moet zich in zo’n feitendiscussie niet moeien. Ik wil echter wel wijzen op twee zwakheden terzake in het betoog van Sauer zelf. In een poging om de schuld te verdelen, schetst Sauer de zonden van beide partijen. De zwaarste zonde aan Westerse kant is dat George W. Bush in 2008, tegen mondelinge beloften in, aan Oekraïne en Georgië toezegde dat ze, als ze dat wilden, lid konden worden van de Navo. De zwaarste zonde aan Russische kant was dat de grootmacht een bloedige oorlog voerde in Georgië, massaal militair infiltreerde in Oost-Oekraïne, de Krim annexeerde, en ten slotte Oekraïne binnenviel, oprukte naar Kiev en het Oosten annexeerde. Het minste dat we hier kunnen zeggen dat Sauer er in zijn eigen schets niet helemaal in geslaagd is om de schuld gelijk te verdelen over de partijen.
     Een tweede zwakheid gaat veel verder. Sauer verwijt het Westen dat ze bewust nagelaten heeft om na de Koude Oorlog, samen met Rusland, ‘een systeem van collectieve veiligheid uit te werken waarbij op gelijke voet samengewerkt wordt’ en waarbij ‘het klassieke machtspel van bufferstaten en invloedssferen’ overstegen wordt. Kijk, zo’n zinnetje illustreert het verschil tussen Sauer en een échte realist als Mearsheimer. Het heeft geen zin je te beroepen op ‘nuchtere’ vaststelling dat ‘er geen wereldregering bestaat’ en dat grootmachten ‘hun eigen macht en veiligheid nastreven’, als je in een andere alinea de illusie aanhangt dat diezelfde grootmachten toch een of andere ‘federatie voor de vrede’ kunnen oprichten. Mearsheimer toont nogal overtuigend aan dat staten en grootmachten geen vredesfederaties aangaan, maar bondgenootschappen, opzegbare bondgenootschappen, die geen vredesgarantie inhouden maar die gericht zijn tegen een gemeenschappelijke vijand. Tegen welke gemeenschappelijke vijand hadden het Westen en Rusland zich na de Koude Oorlog moeten verenigen? Tegen China? Dan had Sauer dat er wel even bij mogen vermelden.
     Er zit ook een sterk punt in de redenering van Sauer. Hij schrijft dat Poetin bezorgd is om de veiligheid van zijn land. Dat is juist. Poetin zag dat de Russische bufferzone na de Koude Oorlog afbrokkelde en dat die van het Westen groter werd. Zelf ga ik ervan uit dat de Baltische staten, Polen, Hongarije, enzovoort niet als springplank zullen worden gebruikt om een agressie-oorlog tegen Rusland te beginnen, maar ik kan daar geen garanties voor geven. En Poetin heeft die garanties al helemaal niet. Het is dus begrijpelijk dat hij graag een zo groot mogelijke bufferzone heeft. Maar dezelfde redenering geldt ook voor het Westen. Welke garanties heeft het Westen eigenlijk dat het in de toekomst niet het slachtoffer wordt van een Russische agressie? Maar één: de zwakte van Rusland. Vanuit die redenering heeft het Westen alle redenen om Rusland zwak te houden en diens oude bondgenoten los te weken uit de vroegere invloedssfeer.
     Dat het Westen na de Koude Oorlog een foutloos parcours heeft afgelegd, durf ik niet beweren. Ik weet dat niet. Misschien hadden de Westerse landen vriendelijker moeten zijn tegen Rusland. Misschien ook hadden ze juist waakzamer en fermer moeten zijn. Sauer citeert een hele reeks autoriteiten uit de diplomatieke wereld die de eerste stelling aanhangen: Condoleeza Rice, Henry Kissinger, George Kennan, William Burns. Hij heeft dat recht. Maar als argument is het niet sterk, aangezien in zo’n controversiële materie gemakkelijk voldoende autoriteiten te vinden zijn die ongeveer het tegenovergestelde beweren. Bovendien nodigt zoiets uit tot cherrypicking: je haalt Kissinger aan op een punt waar je het met hem mee eens bent; ben je het niet met hem eens, dan wijk je uit naar Kennan.
     Het hoogtepunt van zijn argumentatie bereikt Sauer als hij de mogelijke afloop van het conflict beschrijft. De oorlog kan eindigen met een Oekraïense miltaire overwinning, met een Russische miltaire overwinning, met onderhandelingen of met een totale kernoorlog. Een ander scenario, dat van een aanslepend conflict met een uiteindelijke terugtrekking – zoals in de Vietnam-oorlog en de twee Afghaanse oorlogen – brengt Sauer niet ter sprake. Maar ik volg even zijn logica.
     Een militaire overwinning van de Oekraïners vindt Sauer niet waarschijnlijk. Hij citeert een Oekraïnse topgeneraal die verklaart de oorlog te kunnen winnen als hij 300 tanks krijgt, 700 infanteriegevechtsvoertuigen en 500 Houwitsers. Sauer lijkt dat onmogelijk te vinden. 300 tanks, dat is meer dan wat de meeste Europese legers hebben, citeert hij een journalist van The Economist. Ik zou dat argument eerder omdraaien. Als Frankrijk 400 tanks heeft in vredestijd, dan zie ik niet in waarom we in oorlogstijd geen 300 tanks zouden kunnen leveren aan Oekraïne. De vraag is echter: hoeveel tanks zullen de Russen daartegenover kunnen stellen? En de vraag is natuurlijk ook of we topgeneraals moeten geloven, of het nu Oekraïeners of Russen zijn?
     Een militaire overwinning van de Russen vindt Sauer al waarschijnlijker omdat Rusland ‘machtiger is dan Oekraïne in termen van aantal militairen, economie, grondstoffen en wapenindustrie.’ Bovendien is Rusland meer gemotiveerd dan het Westen om de oorlog te winnen gezien de grotere geografische en historische betrokkenheid. Dat laatste is zeker waar. Maar de betrokkenheid van de Oekraïners is nog groter, en die maakt het gebrek van Westerse motivatie zeker ten dele goed.
     Bij de onderhandelingen wordt het interessant. Sauer vindt dat Oekraïne moet toegeven aan de Russische eisen ook al zijn die niet helemaal ‘fair’. Het land moet dus beloven om geen Navo-lid te worden, om te verzaken aan de daaruit volgende bescherming, en om de Krim en de oostelijke gebieden voorgoed in Russische handen te laten. Op welke Russische toegevingen mogen ze hopen: ‘een iets kleiner soeverein land, waarschijnlijk zelfs met dezelfde leider.’ Ben ik nu stout als ik dat herformuleer als ‘een vazalstaat met eventueel Zelensky als president van een Vichy-regering?’ 
     Veronderstel nu even dat ik inderdaad stout ben en overdrijf, en dat Oekraïne na zulke onderhandelingen soeverein blijft, behalve in zijn keuze van militaire bondgenootschappen. Dat de Oekraïeners zich economisch mogen oriënteren op het Westen. Dat ze hun eigen leger onbeperkt mogen uitbouwen. Dat ze een cultureel beleid mogen voeren naar eigen smaak. Dat ze mogen optreden tegen Russische bemoeienissen bij de verkiezingen. Dat hun media berichten mogen publiceren die niet vriendelijk zijn voor Rusland. Dat lijkt mij allemaal redelijk. Maar wie garandeert dat Poetin, of zijn opvolger, het akkoord respecteert en niet opnieuw militair ingrijpt om Oekraïne nog dichter aan zich te binden of gewoon helemaal te annexeren, naar het roemrijke voorbeeld van de Russische tsaren? Die garantie zal dan in elk geval niet komen van de bittere les die de Russen uit een militair-diplomatieke nederlaag hadden kunnen trekken**. 
    Eigenlijk heeft Sauer maar drie argumenten voor zijn capitulatiepolitiek, en die hebben geen van alle veel uitstaans met nuchter realisme. Het eerste is de onuitgesproken hoop dat Rusland zich bij en na het beëindigen van het conflict redelijk zal opstellen en geen verdere expansionistische plannen heeft dan de Krim en Oost-Oekraïne. Het tweede is het humanitaire argument: hoe sneller Oekraïne capituleert – bijvoorbeeld omdat Westerse wapenleveringen achterblijven – hoe sneller er een einde komt aan de ramp met ‘tienduizenden doden en gewonden, miljoenen vluchtelingen, voedsel­tekorten’ enzovoort. Daar valt niets tegen in te brengen, behalve dat veel Oekraïners een andere afweging maken. Hier hebben we wat Mearsheimer noemt een meningsverschil over ‘first principles’ en zo’n meningsverschil, zegt Mearsheimer, is onoverbrugbaar.
     Blijft het argument van de kans op een totale kernoorlog die Poetin zou kunnen starten als Oekraïne, dankzij Westerse steun, op een overwinning zou afstevenen. Ook dat is een valabele afweging. Het houdt in dat Poetin als het erop aankomt een onberekenbare zot is die het voortbestaan van zijn land ondergeschikt maakt aan zijn onbereikbare droom. Maar juist die hypothese heeft Sauer met klem verworpen. Poetin is volgens hem ‘helemaal niet zot of ziek’, en ik denk dat hij daarin gelijk heeft. 
     Mearsheimer sluit niet uit dat een zot ooit in staat zou zijn om een totale kernoorlog te starten, maar hij acht het, om realistische redenen, weinig waarschijnlijk. Hoe weinig waarschijnlijk, dat valt niet te voorspellen. Maar als ook de allerkleinste kans op een kernoorlog een reden voor capitulatie is, dan moeten de Russen in Oekraïne inderdaad hun zin krijgen. Willen ze morgen Moldavië innemen, dan moet dat om dezelfde reden worden toegestaan. Willen ze de Baltische staten, idem. Willen ze Finland, idem. Willen ze alle vroegere Oostbloklanden, idem. En willen ze West-Europa er ook nog eens bij? Tja, ook idem. Volgens de logica van Mearsheimers realisme zouden de Russische ambities pas stoppen aan de Atlantische Oceaan. Zijn ze daar eens aanbeland, dan kunnen de Russen zich eindelijk veilig voelen, beschermd en tegengehouden door de ‘stopping power of large bodies of water’.

 

* Tom Sawyer is de jeugdige held in een roman van Mark Twain. Die Tom  heeft de wereld een fameuze manipulatietruc geschonken. Hij moest van zijn tante het tuinhek schilderen, een hoogst vervelende klus. Hij ging echter te werk alsof het zo’n interessant werk was, dat voorbijkomende vriendjes smeekten, en ten slotte betaalden, om het werk te mogen overnemen. Zo ook lijkt Tom Sauer te geloven dat de Russische interesse in Oekraïne alleen komt doordat het Westen zich voor Oekraïne interesseerde. Geopolitiek is dat een juiste redenering, maar het is tegelijk een onderschatting van het eeuwenoude Groot-Russische nationalisme dat niet alleen geopolitiek maar ook ideologisch is. Overigens heeft de hele geopolitieke analyse niet veel zin als de factor van nationalisme niet in rekening wordt gebracht.


** Om eerlijk te zijn, Poetin lijkt mij niet het type dat zich van lessen veel aantrekt. Hij volgt zijn eigen agenda, onder het motto: In defeat, malice. In victory, revenge. Maar dan in het Russisch.

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.

maandag 10 december 2018

Zwarte Piet en de Wetenschap

     En ik had nog gezworen om niets over Zwarte Piet te schrijven (maar zie hier en hier) en mij toe te leggen op het verbeteren van examenkopij – en nu overkomt me dit. Een van mijn examenopdrachten is dat de leerlingen een verhandeling schrijven over ‘een controversieel onderwerp naar keuze’. Ze kiezen dan voor ‘abortus’, ‘euthanasie’, ‘doodstraf’, ‘wapenbezit’ … onderwerpen die al enige tijd meegaan. Eentje had het over Zwarte Piet. In de inleiding werd gesteld dat sommigen ervoor waren en anderen ertegen. Ook die inleiding gaat al enig tijd mee.
     Maar dan stootte ik op zinnen als ‘In de maatschappelijke debatten over Zwarte Piet gaat het in wezen om indringender onderliggende vragen dan of hij/zij een racistische figuratie is.” Ik begon al te noteren dat die ‘hij/zij’ overbodig was,  maar toen dacht ik – hola, nee, die stijl, die ken ik, dat komt uit De Wereld Morgen.
     Normaal mijd ik die Wereld Morgen-site als de pest. Als ik daar begin te lezen, kan ik niet meer ophouden. Overal ziet de polemist in mij laaghangend fruit van kromme redeneringen en onzinnige uitgangspunten. Er is meteen materiaal voor tien stukjes die zichzelf schrijven en ik wil het mijzelf niet te gemakkelijk maken. Maar nu moest ik wel eens gaan loeren om te zien wat mijn leerlinge nu zelf geschreven had, en wat ze geleend had van die Wereld Morgen-mensen.

     Het stuk dat mijn leerlinge zo geïnspireerd had, bleek te dateren van oktober 2014 en heet ‘Acht wetenschappelijk onderbouwde argumenten tegen Zwarte Piet’. Wetenschappelijk onderbouwd. Acht. Het is geschreven door de ‘gerenommeerde sociaal en cultureel antropoloog Gloria Wekker van de Universiteit van Utrecht.’ En we vernemen nog meer over Gloria. Ze is auteur van  I Am a Gold Coin; The Construction of Selves, Gender and Sexualities in a Female, Working-Class, Afro-Surinamese Setting (1992) en de ‘transcontinentale vervolgstudie’ erop The Politics of Passion; Women's sexual Culture in the Afro-Surinamese Diaspor (2006). Zij is ook co-auteur van ‘Je hebt een kleur, maar je bent Nederlands. Identiteitsformaties van geadopteerden van kleur. Ik zal die boeken allemaal later wel eens lezen.
    Over Zwarte Piet zelf zeg ik liever niets. Gloria heeft immers duidelijk gemaakt ‘dat het palaver daarover onderhand mag stoppen.’ The science has spoken, zoals Obama ooit eens treffend zei. Of zoals Kerk het stelde, met haar nog treffender Gloria locuta, causa finita.

dinsdag 5 december 2017

Gewetensnood om Sinterklaas

Luns (links) en Bomans als Sinterklaas (rechts)
     Van Godfried Bomans heb ik alle stukjes meermaals gelezen, behalve die over Sinterklaas. Die vind ik kinderachtig. Ik heb nochtans in Sinterklaas geloofd tot in het derde leerjaar. Toen meester Bernard in de godsdienstles zei dat er in de moderne tijden geen mirakels meer gebeurden – het was de tijd van het tweede Vaticaans Concilie –  wees ik hem op het jaarlijkse wonder van de schoorsteen. Daar wist onze meester niet zo gauw een antwoord op. In de klas waren gelovige kinderen zoals ik, en ongelovige, die al door hun ouders waren ingelicht. Wat moest je nu als meester zeggen als je niemand wilde kwetsen?
     Dus gelóven deed ik. Maar geloven is één ding, en respecteren is een ander. Gerespecteerd heb ik Sinterklaas nooit. Ook toen ik nog in hem geloofde, vond ik hem een potsierlijke verschijning, en zijn knecht Zwarte Piet ook. Goed, de man was heilig, en hij had kinderen weer tot leven gewekt die eerder in stukken waren gesneden en ingezouten, en dat kon niet iedereen. Maar ik had meer ontzag voor Romeinen, ridders, zeerovers en musketiers, zoals ik die kende van de films, en waarvan mijn tante nochtans beweerde dat ze níet echt waren. Die films waren maar prentjes, zei mijn tante telkens weer.

     En zo komt het dat ik rond deze tijd van het jaar in gewetensnood verkeer. Ik lees dan hier en daar een stukje van de anti-Zwarte-Piet-club. In die club heeft zich het meer kinderachtige deel van de anti-racistische beweging verzameld. Een moeder denkt met pijn in het hart terug aan die keer toen haar zwarte zoontje schreiend thuiskwam van school. Sinterklaas was op bezoek geweest, herinnert ze zich, en zijn vriendjes hadden gevraagd of hij ook zo stout was als Zwarte Piet. Mens, denk ik dan, raap jezelf bij elkaar. Dat een kind voor zoiets schreit is niet ongewoon, maar daarom moet jíj nog niet beginnen janken.
     Of ik lees van een freelance journalist die in Taiwan – of all places – te horen kreeg dat Zwarte Piet ons koloniale verleden symboliseert.* Voor die journalist is dat aanleiding om daar enkele alinea’s lang over te zaniken. Het is door die kolonies van vroeger, beweert hij, dat we nu ‘extreem rijk’ zijn.  Och jongen, vloek ik stilletjes, kijk eens om je heen, daar in Taiwan. Daar zijn ze ondertussen toch ook flink rijk en ze hebben géén koloniaal verleden. Die rijkdom heeft alles te maken met de productiviteit van nu, en heel weinig met de rooftochten van toen.

     Ik zou op die stukjes willen antwoorden, maar iets houdt me tegen. Als ik antwoord, is het alsof ik de verdediging op mij neem van die hele zes-decembertraditie, en ik eet nog liever mijn hoed op. Zeg ik evenwel niks, dan lijkt het alsof ik mij laat afdreigen door flauwe moeders en door freelance journalisten. Wat moet ik doen? Ik zou aan Sinterklaas raad kunnen vragen, maar die doet daar niet aan. Marsepein en speculaas en zo, dat is meer zijn ding. En die lust ik niet.


* Het stuk van freelance journalist Jeroen Deckmyn verscheen op de radicaal-linkse site van De Wereld Morgen. Het begint met een aardige taalkundige uitweiding over de vraag : hoe vertaal je Zwarte Piet in het Chinees? Leuk. Ook vertelt de journalist over zijn verleden. Dat hij vroeger moest lachen met naïeve Amerikanen die in Zwarte Piet een racistisch symbool zagen. Voor een stuk in De Wereld Morgen, vond ik dat allemaal op een verrassend menselijke toon verteld. Daarna wordt het iets minder.

woensdag 3 mei 2017

Theo Francken geboycot aan de VUB

     Dinsdagavond zou Theo Francken een toespraak houden in auditorium Q van de VUB. In dat auditorium heb ik vroeger PVDA-leider Ludo Martens vaak horen spreken van de wereldrevolutie die komen zou. Francken van zijn kant kwam spreken over het vluchtelingenbeleid, op uitnodiging van een studentenkring. Dat is niet doorgegaan want een honderdtal betogers hebben de toegang tot het gebouw geblokkeerd. De lezing werd afgelast. Op De Wereld Morgen schreven Christophe Callewaert (hier) en Thomas Decreus (hier) enthousiaste artikels over die boycotactie: Theo Francken moest ‘afdruipen’; een vertegenwoordiger van de studentenkring moest ook ‘afdruipen’; en er was een sambaorkest.
     Ik deel het enthousiasme van De Wereld Morgen niet. Ik ben voorstander van het vrije woord, voor Theo Francken, voor Comac, voor Hart boven Hard, voor Movement X, voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen en voor De Wereld Morgen zelf. Ik word er zelfs een beetje plechtig van en verklaar dat vrije woord – met enige schroom – heilig. Maar ik ben bereid naar tegenargumentatie te luisteren. Soms is die ontwapenend. Op Facebook schreef iemand dat door de lezingen van Francken ‘jonge studenten het slachtoffer werden van desinformatie’. Is dat niet enig? Niet zomaar studenten, maar jonge studenten, onschuldige studenten, weerloze studenten.
     Thomas Decreus heeft de argumentatie voor de boycot netjes onder vijf kopjes ondergebracht.

(1)    Francken is de vertegenwoordiger van een omstreden beleid.
(2)    Francken valt zelf de vrije meningsuiting aan
(3)    Francken doet aan eenrichtingspropaganda
(4)    De wetenschappelijke waarde van Franckens lezingen is discutabel
(5)    De vrijheid van meningsuiting en debat is niet heilig.

     Aan mijn leerlingen geef ik het volgende trucje mee om een valabel argument te herkennen. Je formuleert je stelling met ‘moeten’ of ‘mogen’ en daarna formuleer je een nevengeschikte zin die begint met ‘want’. Als we dit trucje hier toepassen, is meteen duidelijk dat (2), (3) en (4) geen argumenten zijn. Probeer maar eens.

(2)  Zo’n lezing moet geboycot worden  want Francken valt zelf de vrije
        meningsuiting aan.
       Hoezo? Mag je dan dezelfde fout maken als je tegenstander?
(3)  Zo’n lezing moet geboycot worden want Francken doet aan eenrichtings-
        propaganda?
        Hoezo? Mogen voortaan alleen nog tegensprekelijke debatten georganiseerd worden en geen toespraken meer? En wie
          bepaalt wat propaganda is?

 (4)  Zo’n lezing moet geboycot worden – want Francken zijn wetenschappelijke
         waarde is discutabel.
         Hoezo?  Sinds wanneer moeten politici aan wetenschappelijke criteria voldoen?

    
      Zelfs als al die uitspraken waar zouden zijn, en Decreus overtuigt mij daar alvast niet van, dan nog zijn dat geen redenen om een boycot goed te praten*.
     Argument (1) heeft potentieel, maar dan ter ondersteuning van een andere stelling. ‘Het is volstrekt normaal,’ schrijft Decreus, ‘dat tegen een machthebber actie gevoerd wordt door activisten of mensen met een andere mening. Dat is geen beperking van de vrije meningsuiting, maar net een daad van vrije meningsuiting.’ Daar ga ik volledig mee akkoord. Alleen mag die actie er niet in bestaan iemand, een machthebber of wie dan ook, het spreken te beletten.
     Wie actie wil voeren kan bijvoorbeeld zelf een lezing organiseren waarin het beleid van Francken door de mangel wordt gehaald. Ook kan men een waardige protestbijeenkomst organiseren kort bij, maar toch op veilige afstand van, de plaats waar Francken zal spreken. Vanuit die bijeenkomst kan men dan drie of vier mensen afvaardigen om afkeurende pamfletten uit te delen aan het publiek. Ook heb ik er geen bezwaar tegen dat op die protestbijeenkomst een sambaorkestje de sfeer erin houdt, zeker als het koud is. Maar de deur blokkeren kan niet. En voor alle duidelijkheid: in groep de zaal binnentrekken om het spreken door boegeroep te beletten – dat kan ook niet.
     Argument (5) dan: de vrije meningsuiting is niet heilig. Decreus geeft een aantal voorbeelden van meningen die niet kunnen worden toegelaten: de holocaust heeft niet plaatsgevonden, er is geen klimaatopwarming, vrouwen zijn inferieur en, ten slotte, roken is gezond. Van die klimaatopwarming weet ik het niet zeker, maar die andere drie meningen zijn onzin. Anderzijds: het meeste van wat Decreus vertelt vind ik ook onzin. Toch zou ik hem het schrijven niet willen beletten.
     De laatste alinea van Decreus heeft een groot ‘war is peace, freedom is slavery, ignorance is strength’-gehalte. Het vrije debat ‘is altijd begrensd, en maar goed ook,’ schrijft hij.  ‘De strijd waar die grenzen liggen is de democratische strijd bij uitstek.’ De democratie moet zich dus bij uitstek bezig houden met … het begrenzen van de democratische vrijheden. Dat is een eigenaardige prioriteit. Daar komt de vraag bij hoe die democratie tot zo’n begrenzing moet komen. Het antwoord, vrees ik, staat in het artikel van Christophe Callewaert. ‘Wat dinsdagavond zo bijzonder maakte, is dat de Esplanade van de VUB één uur lang een democratische ruimte werd waar honderden jonge mensen hevig discussieerden over wat er gebeurd was. Hoelang zou dat nog geleden zijn.’
     Het is niet de democratie van verkiezingen, het is niet de democratie van verkozenen des volks (zoals Francken), het is niet de democratie van referenda, het is niet de democratie van de loting – het is de democratie van een honderdtal hevig discussiërende betogers en een sambaorkest.

 
* De uitwerking van argumenten (2), (3) en (4) bevat de nodige larie over het ‘weren en intimideren van journalisten’, de historische context van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, en dergelijke meer. Decreus beweert heel stellig dat de aanslagplegers in Zaventem en Brussel geen vluchtelingen waren. Beantwoordt Osama Krayem dan niet aan de omschrijving van vluchteling?