Posts tonen met het label Karel Verhoeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Karel Verhoeven. Alle posts tonen

maandag 30 november 2020

‘Geen normale partij’


      Ik zag Karel Verhoeven vorige week op de televisie in het programma ‘Alleen Elvis blijft bestaan’: een vriendelijke vent met lang haar, enorme oren, en niet dom. Hij heeft meerdere universitaire diploma’s, is gepromoveerd op een onderzoek naar ‘De lach en de roman’ – daar zou ik wel eens in willen bladeren – en hij kijkt ongeveer naar dezelfde films en series als ik. Hij improviseert met gemak een keurig en genuanceerd exposé over de de grondbeginselen van goede journalistiek. En tijdens vakanties trekt hij door gevaarlijke, woeste natuurgebieden met wilde dieren, waar hij ‘berekende risico’s’ neemt. Ik kijk een beetje naar hem op.
     Natuurlijk: quandoque dormitat bonus Homerus, de besten laten al eens een steek vallen. In zijn laatste stuk in De Standaard (hierschrijft Verhoeven iets over Vlaams Belang. Dat is geen ‘normale partij’, vindt hij, en hij gebruikt het voorbeeld van gemeenteraadslid Carrera Neefs die bloemen had gelegd op het graf van een SS’er, daarvan een foto had geplaatst op de sociale media, en die nu uit Vlaams Belang was gezet. Tom Van Grieken had nagelaten om de daad zelf van Neefs ‘moreel te veroordelen’. ‘Er is nu geen sprake meer van dubbelzinnigheid bij Vlaams Belang,’ schrijft Verhoeven. Ik zou precies het tegenovergestelde zeggen: enerzijds uit de partij zetten, en anderzijds moreel niet veroordelen, dat is juist een goed voorbeeld van dubbelzinnigheid.
     Verhoeven dringt in zijn stuk aan op een kordate veroordeling van nazi-nostalgie, ook als die zich (a) ‘in stilte’, (b) ‘binnenskamers’ of (c) als ‘rouwen’ voltrekt. Maar zoiets is moeilijk te organiseren. Voor het eerste zouden cameras moeten worden geplaatst bij graven van SS’ers. Voor het tweede zouden in de huizen interactieve schermen met afluisterapparatuur moeten worden geïnstalleerd. Voor het derde ontbreekt geloof ik vandaag nog de technologie. Misschien kan de rouw zelf op hersenscans worden afgelezen, maar om wie gerouwd wordt, dat is vooralsnog op zo’n scan niet te zien.
     We zitten hier al een beetje in de sfeer van double-plus ungood thoughtcrime. In het fameuze proces tegen de Chicago 7, werd activist Abbie Hoffmann gevraagd of hij gehoopt had op een confrontatie met de poltie. Volgens de meeslepende verfilming van dat proces aarzelt Hoffmann voor hij antwoordt. De procureur vraagt waarom hij aarzelt. ‘Give me a moment, would you, friend?’, zegt Hoffmann ten slotte. ‘I have never been on trial for my thoughts before.’ Dat laatste heeft hij ook echt gezegd.
     Ik geloof niet dat Verhoeven aanstuurt op rechtbanken, of partijraden, die mensen beoordelen of veroordelen voor de thoughtcrime van nazi-nostalgie. Hij neemt wellicht genoegen met een algemene ‘morele veroordeling’ van het gedachtegoed zelf, zoals N-VA dat indertijd gedaan heeft. Ik zou het heel fijn vinden als Van Grieken zon veroordeling zou uitspreken. Maar bekijken we het eens vanuit zijn standpunt. Waarom zou hij dat doen als daar niets tegenover staat? Veronderstel dat 1, of 5, of 10 procent van de Vlaams Belang-stemmers uit nazi-nostalgieken bestaat. Waarom zou Van Grieken die stemmen weggooien met ferme uitspraken over het verleden? Dat hij over dat verleden een ‘flou artistique’ aanhoudt, bewijst dat hij een electoraal rekenaar is, niet noodzakelijk dat hijzelf een nazisympathisant is die zijn ideeën verdoezelt met, zoals Verhoeven schrijft, ‘vals burgermannetjestheater’, waar  ook erg  sommige N-VAers moedwillig aan meedoen door te dromen’* van een coalitie.
    Soms hoor je een zin die je hele wereldbeeld overhoop haalt. Verhoeven beweert dat Vlaams Belang geen ‘normale’ partij is. Ik zei ooit precies hetzelfde in een gesprek met mijn broer. ‘Vind jij de PS dan een normale partij?’ antwoordde mijn broer. Dat moet geweest zijn in de tijd van een of ander spectaculair rood schandaal beneden de taalgrens. Ik begreep op slag dat er eigenlijk géén normale partijen bestaan. Die nazi-nostalgieken die voor Vlaams Belang stemmen, zijn misschien een reden om nooit met die partij een coalitie aan te gaan – alhoewel ik nog betere redenen ken – maar ik ken ook goede redenen om nooit een coalitie aan te gaan met de PS of met Groen. Toch zou ik een regering met een van die partijen niet a priori verwerpen. Als de belastingen maar niet té veel stijgen, en er iets leuks tegenover staat op korte of of op lange termijn. En als de kerncentrales openblijven natuurlijk.

 * Dreamcrime?

zondag 30 juli 2017

Brinckman vs De Wever vs Brinckman

      Laatst ontsnapten twee nogal boosaardige gevangenen toen ze moesten verschijnen voor de Antwerpse rechtbank. Journalist Bart Brinckman van De Standaard had kritiek op Burgemeester Bart De Wever omdat die de schuld van zijn eigen politiepersoneel doorschoof naar Justitie. Het was de politie die ‘geblunderd’ had, beweerde Brinckman. (hier)
         Ik zal het antwoord van De Wever niet samenvatten, want je kunt het hier nalezen. Wat mij bezighoudt is De Wever zijn conclusie. Die luidde als volgt: De Standaard zou er beter aan doen de schrijfsels van Brinckman te plaatsen daar ‘waar ze thuishoren: op de opinie-pagina’s.’ Is dat zo? Ik geef daar les over in het vijfde jaar. ‘Het verschil tussen een bericht en een commentaar’ staat er bovenop de dia’s die ik projecteer. En met ‘commentaar bedoel ik ‘opiniestuk’.
     Eerst moeten mijn leerlingen aandacht leren hebben voor de uiterlijke kenmerken van een krantenstuk. Gebruiken we die maatstaf  voor het stuk van Brinckman, dan hebben we geen commentaar maar een bericht: kop én bovenkop, credit (van onze redacteur), vermelding van plaats (Brussel), een ‘lead’ als begin en ten slotte een thematische foto met onderschrift. Eén van die vijf kenmerken is niet genoeg, maar als die vijf  kenmerken samenkomen, ja, dan gaat het meestal om een bericht.
     Die uiterlijke kenmerken zijn natuurlijk niet alles. Anders zou mijn examen wel erg gemakkelijk zijn. Mijn leerlingen moeten ook de taal van een stuk bekijken en daar de verschillen tussen opinie en bericht herkennen. En als we de zaak vanuit de taal bekijken, dan moeten we De Wever minstens ten dele gelijk geven. Het stuk van Brinckman bevat inderdaad veel kenmerken van een opinie. We treffen aan:
  • Hyperbolen*: blunderen, ongemeen felle uitval
  • Ironische aanhalingstekens: de ‘geëngageerde’ voorzitter van het Antwerpse Hof
  • Dode metaforen: het hazenpad kiezen
  • Retorische vragen: Wat bezielde De Wever?**
  • Suggestieve taal: De ontsnapping verleidde BDW tot een uithaal.
  • Ongenuanceerd woordgebruik: De verantwoordelijkheid ligt volledig bij de lokale politie.
  • Geen of vage bronvermelding: Waarnemers denken …
  • Intentieproces: de burgermeester wilde lokaal stoken …
  • Speculaties: door toeval haalde de zaak het nationale nieuws
  • Vage insinuaties: … er wordt gespeculeerd over de rol van ...
  • Afsluiten met een pointe: Ondanks zijn uithaal had De Wever deze week geen tijd voor een gesprek met Geens.***
      Niet alle staaltjes hierboven zijn ondubbelzinnig. Ik zou de meeste niet als voorbeeld in de klas gebruiken. Maar alles samen zijn het er vrij veel voor een artikel van 549 woorden.
    Dat betekent ook weer niet dat het stuk van Brinckman losweg op de opiniepagina kan. Daarvoor bevat het toch wat te veel informatie  over wat Geens beweerd heeft, over wie nu juist verantwoordelijk is voor de transport van gevangenen, over de rol van het GEOV-team daarbij, over de onderbemanning van het Veiligheidskorps ... Dat hoort allemaal thuis in een bericht. Alleen is de informatie die ik van Brinckman krijg onvoldoende voor een lezer zoals ik.
  • Wat wordt nu precies beweerd door Geens en wat door Brinckman?
  • Wat is nu juist de verantwoordelijkheid van het Veiligheidskorps in de hele zaak?
  • Wat is het GEOV? Is dat een onderdeel van de politie of van Justitie?
  • Hoe stond het precies met de onderbemanning omstreeks 20 juli toen de gevangenen ontsnapten?
     Die informatie moet ik ergens anders zoeken. Een redelijk gedetailleerde versie van wat Geens beweert, vind ik op De Morgen.be (23.07.2017). Daaruit blijkt dat Brinckman nogal sterk leunt op Geens zijn versie, zonder al te veel aanhalingstekens te gebruiken. Op de site van de politiezone van Ieper lees ik dat een van de taken van het Veiligheidskorps bestaat uit het ‘overbrengen en bewaken van gevangenen tussen de gevangenissen en de ...  rechtbanken.’  Dus toch niet volledig de verantwoordelijkheid van de poltie? Uit Het Laatste Nieuws (20.07.2017) leer ik dan weer dat GEOV staat voor ‘Gerechtshoven en Overbrengingen’ en dat het een onderdeel is  van de Antwerpse lokale politie. En over de onderbemanning leer ik uit hetzelfde artikel dat op bijvoorbeeld 14 juli slechts 4 van de 36 leden van het Antwerpse Veiligheidskorps beschikbaar waren – en die 36, dat is nog niet de helft van de 77 die gevraagd zijn.****
     Het artikel van Brinckman presenteert zich dus als een bericht, heeft veel taalkenmerken van een opiniestuk, en bevat minder duidelijke informatie dan kortere stukken die ergens anders gepubliceerd zijn. Maar wat moeten we daaruit besluiten? Ik ben het niet zomaar met De Wever eens dat Brinckman zo snel mogelijk moet verhuizen naar de opiniepagina. Dat is al te gemakkelijk. Die jongen kan nog groeien. Als iemand hem nu eens geduldig de verschillen uitlegde tussen een bericht en een commentaar. Misschien komt alles dan nog goed.

* De recente polemiek rond Brinckman-De Wever leverde een aantal fraaie proeven van hyperbool op. De Wever sprak van ‘persoonlijk vendetta tegen hem’, Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard sprak van ‘brutaal pestgedrag jegens zijn krant’. Het verst ging Pol Deltour van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ). Hij had het over een ‘krant helemaal de afgrond in duwen’ en een ‘journalist kaltstellen’. Verder vergeleek hij De Wever met Trump, en op het VTM-nieuws zelfs met Erdogan. Voor een nuchtere benadering: zie Leo Neels zijn bijdrage.

** Dit is geen zuiver voorbeeld van een retorische vraag omdat ze past in een rijtje informatieve vragen, en er ook een antwoord op wordt geformuleerd. De woordkeuze ‘Wat bezielde’ geeft evenwel een retorische klank aan de vraag.

*** Wie het verschil wil proeven met een ‘informatieve’ – zij het wat zware – afsluiter, vergelijke met het artikel in De Morgen (23.07.2017): ‘De minister wil graag opnieuw in overleg met de Antwerpse burgemeester en de minister van Binnenlandse zaken de verzekering van de justitiële veiligheid in de nabije toekomst bespreken’.

**** Geens beweert dat die 77 alleen gevraagd zijn, De Wever beweert dat ze ook toegezegd zijn. Brinckman zou dat eens kunnen uitzoeken. ’t Zou een goede oefening zijn in het schrijven van informatieve berichten.


Dit stukje verscheen ook op http://de-bron.org/

vrijdag 19 augustus 2016

Mary Poppins en de boerkini*

   In de krant lees ik graag af en toe een stuk dat geruststelt. Een stuk dat bedaart, sust en kalmeert. Een stuk dat onomwonden stelt dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen en dat alles goed komt. Een stuk dat olie op de golven gooit in plaats van op het vuur. Ik ben daar vorige week goed van bediend geworden met de affaire van de zogeheten boerkini. Commentaarschrijvers in de pers en elders vonden die nieuwe badkledij weliswaar een ongelukkige keuze van onze moslima’s, en hier en daar werd ook in twijfel getrokken of het echt wel hún keuze was, maar voor de rest bracht de krant geluidjes voort als van een spinnende kat.
     De hele rel, las ik ergens, was maar een afleidingsmaneuver van de n-va die de aandacht wou afleiden van het begrotingstekort. De boerkini was eigenlijk best een sexy, zij het wat dubbelzinnig kledingstuk, een patent bewijs van integratie, en betekende van geen kanten een gevaar voor de zwemveiligheid. Ook moesten we van óns tweedelige en toch wel erg minuscule vrouwenbadpak geen vrijheidssymbool maken, nietwaar?  En je zag zo dat een  boerkinidraagster veel pret beleefde aan haar kostuum. En dan: aan onze kust waren die boerkini’s zo goed als afwezig;  in Oostende en Knokke  had men er nog nooit één gezien – alleen in Blankenberge zou er ooit een zijn opgedoken. Trouwens, hoe zag je nu het verschil tussen een boerkini en een surfpak?  En was het niet allemaal een kwestie van persoonlijke smaak? Vergelijk het met een oudere man die in pak en met opgerolde broekspijpen gaat pootjebaden. Ten slotte kon je hier en daar ook vernemen dat onze overgrootmoeders precies dezelfde badkledij hadden gedragen en kijk, wij waren toch goed terechtgekomen.**
Mevrouw Remona Aly
    Wie nog meer geruststelling wou, kon in de politieke sfeer zijn gading vinden. De boerkini ‘is een non-issue’ verklaarde Johan Vande Lanotte (sp.a). En Peter Poulussen (cd&v) deelde die mening: ‘In de praktijk is er geen probleem.’ En als er dan toch een probleem was, dan werd het door Jong Groen tot zijn ware verhoudingen teruggebracht. Op een grappige affiche vergeleken ze namelijk de dracht van de boerkini met die van witte sokken in sandalen. Wat dus eigenlijk neerkomt op een belediging van de boerkinidraagsters. Maar wellicht bedoelden de jongens en meisjes van Groen het niet zo.
     Dat was dus allemaal heel geruststellend.
     Maar – regel nummer één – als het over moslims gaat, moet je niet alleen óver hen praten, je moet ook mét hen praten, je moet henzélf ook eens aan het woord laten. Dat hebben de kranten gedaan, en voor mijn gemoedsrust ware het beter geweest als ze het niet hadden gedaan. Dan gaat het plots niet meer om een kleine minderheid binnen de moslimgemeenschap die alleen in Blankenberge actief is. ‘De boerkini-draagster kan iedere doorsnee hoofddoekdragende moslima zijn,’ schrijft Hasna El Maroudi (hier).  En op het gemoed werkend, voegt ze eraan toe: ‘Het enige dat een verbod op een boerkini doet, is ervoor zorgen dat deze meisjes niet meer in zee zullen zwemmen.’ Ja, dat zou harteloos zijn. Daar kunnen we het allemaal mee eens zijn. Maar mocht die sentimentele kunstgreep zijn doel missen, dan kan pittiger spijs worden opgediend. Jamilla:  ‘Voer dat verbod in, en ik garandeer je dat er méér radicalisering optreedt en [meer] mannen naar Syrië vertrekken.’ (hier)  De duidelijkste taal wordt gesproken door ene Remona Aly, die een overigens kluchtig stuk in De Standaard besluit met de woorden: ‘Ze kunnen ons van het leven beroven, maar niet van onze boerkini.’ (hier), (hier) of (hier)
     De boerkini of de dood. Dát is wat men in het Engels noemt –  met een uitdrukking die mooi kleurt bij ons vraagstuk – : to have skin in the game. Het deed me denken aan een essay van Nassim Nicholas Taleb waar Luc Van Braekel mijn aandacht op vestigde (hier). De schrijver van de Black Swan beweert in dat essay dat maatschappelijke controverses niet beslecht worden door meerderheden tegenover minderheden. Wat telt is hoe fanatiek een bepaalde groep een bepaalde opvatting aanhangt. Als een minderheid van, zeg, tien procent iets héél belangrijk vindt (koosjer vlees, halalvlees, biologische groeten, zedige strandkledij), dan is de kans niet gering dat de negentig procent die niet in dat vlees, die groenten of die strandkledij gelooft, op den duur schouderophalend volgt.
100 jaar geleden - Good for the goose, good for the gander
     Daar zit iets in. Zelf zou ik het, geloof ik,  niet zo héél erg vinden als mijn vrouw morgen, bij politieverordening, alleen nog in een Edwardiaans badpakje mocht gaan zwemmen. Daar zaten heel elegante dingetjes bij. Mijn vrouw zelf zou wat heftiger reageren, dat wel, maar ze zou, in tegenstelling tot haar vrome zusters van moslimse gezindte, het zwemmen niet laten als de voorgeschreven badkledij haar niet beviel. Zeker niet op warme dagen, als de hitte ondraaglijk is en de natte kleren snel droog worden. Mijn vrouw en ik missen de verbetenheid van óns-zwempak-of-de-dood, de verbetenheid die mevrouw Aly wél bezit. En volgens Taleb moeten we dus niet verwonderd zijn als binnen afzienbare tijd de boerkini ook voor ons de norm wordt.
     Zelf geloof ik niet dat zoiets ons binnenkort staat te gebeuren, al kan ik niet meteen een fout ontdekken in Talebs redenering.  Maar toch ben ik er niet helemaal gerust in. Als ik nu eens zeker wist dat die boerkini-godsdienst – waarmee ik hopelijk maar een deel van de Islam omschrijf – onze halfnaakte westerse badmode gadesloeg met niets meer dan tolerante of meewarige onverschilligheid. Dan was alles goed. En als ik nu ook eens zeker wist dat het alleen om die boerkini ging.

     * Tegen deze vergelijking tussen de boerkini en onze eigen badpakken van honderd jaar geleden moet ik formeel protest aantekenen. De Victoriaanse, Edwardiaanse en post-Edwardiaanse strandmode gold voor iedereen – vrouwen én mannen. What was good for the goose, was good for the gander. Als Mary Poppins een badpak aantrok tot aan de enkels, dan moest Bert ook zijn kuiten, en minstens zijn dijen, bedekt houden.

** De tot controle geneigde lezer vindt hieronder de oorspronkelijke bewoordingen en context van de sussende boodschappen: afleidingsmaneuver (Marc van Ranst); sexy (Arjen van Veelen) ; bewijs van integratie, geen gevaar voor zwemveiligheid (Jan de Zutter) ; geen vrijheidssymbool (Liesbeth Van Impe);  veel pret beleven (Arjen van Veelen) ; zo goed als afwezig (Bart Eeckhout) ; nooit in Oostende en Knokke (Farid el Mabrouk en Dany Van Loo) ; vergelijkbaar met surfpak (Karel Verhoeven) ; opgerolde broekspijpen (Mark Van de Voorde) ; overgrootmoeders (Aleid Truijens).