Posts tonen met het label Kristof Calvo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kristof Calvo. Alle posts tonen

zaterdag 14 september 2019

Het Nieuwsblad ziet maar één democratie

     Hoewel ik nogal dweepzuchtig ben aangelegd, heb ik weinig voeling met het nationalisme. Ik krijg geen tranen in de ogen bij het horen van enig volkslied, behalve dan bij dat van het vroegere Oost-Duitsland (hier). Maar toen ik voor het eerst Bart De Wever de uitdrukking hoorde gebruiken van ‘de twee democratieën’, begreep ik onmiddellijk wat hij bedoelde. Hier werd loodrecht op de kop van de spijker geklopt.
     De zaak is immers eenvoudig. Er gaat elk jaar zeven miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië in het kader van de sociale zekerheid. Dat komt omdat Wallonië een nogal socialistisch beleid voert. Zo’n beleid heeft als gevolg dat een relatief groter deel van de bevolking van uitkeringen leeft, en het geld voor die uitkeringen wordt dan door Vlaanderen bijgepast. De Vlamingen kunnen dat trekken want bij hen wordt een een wat liberaler economisch beleid gevoerd en er wordt dus wat meer rijkdom voortgebracht.
     De Vlamingen geven de indruk de hele toestand redelijk stoïcijns op te vatten. Onderzoekers hebben uitgerekend dat slechts tien procent van de Vlamingen onafhankelijk wil worden van Wallonië. Dat is niet zoveel. Maar er zijn naast die tien procent nog heel wat Vlamingen die misschien geen volledige onafhankelijkheid willen, maar die er in elk geval geen bezwaar tegen hebben dat de landsdelen méér eigen verantwoordelijkheid zouden krijgen. Men spreekt soms van een Vlaamse grondstroom. Je zag en ziet die grondstroom opduiken op de meest onverwachte plaatsten, zoals in de helaas lang vergeten burgermanifesten van Guy Verhofstadt, of bij CD&V’ers die verder over niets een mening hebben.
     Die Vlaamse grondstroom wordt gevoed door verschillende bijrivieren. Er is de oude taal-en-cultuurkwestie die traditionele flaminganten wakker houdt. Maar dat is lang niet het enige. Mijn broer bijvoorbeeld had nooit iets met taal, cultuur of flamingantisme te maken gehad. Toen ging hij in Brussel werken in een groot tweetalig bedrijf. Het duurde niet lang of het contact met het Waalse chauvinisme had hem al snel enig Vlaams gevoel bijgebracht. En voor mensen als ik ten slotte, mensen zonder taal, cultuur of gevoel, is er nog altijd de centenkwestie en dat socialistische blok aan ons been. Zo hebben we allemaal onze eigen redenen om enigszins Vlaams te denken.
     Bij de Walen is het eenvoudiger. Die zijn vrij eensgezind belgicistisch, en tegen eigen verantwoordelijkheid, en dat vanwege slechts één reden: de centen. PS-man Marc Uyttendaele, de man van Laurette Onckelinx, zei het onlangs nog in De Standaard (hier): ‘De sociale zekerheid is dé meerwaarde van het federale België voor de Franstaligen … Geen enkele Franstalige politicus gaat beslissingen nemen die zijn kiezers minder comfortabel laten leven … Als de sociale zekerheid springt, en ze kan springen, moet je niet verwachten dat er nog één Franstalige [toelaat] dat anderen iets te zeggen hebben over zijn eigen toekomst.’* Slechts één reden: dat is duidelijk. En als die wegvalt kan de splitsing niet snel genoeg gaan. Beter dan die PS-man kan ik het niet uitleggen.
     Vóór de verkiezingen hoorde je ook in Vlaanderen wel eens Alexander De Croo of Kristof Calvo iets zeggen over ‘herfederalisering’. Maar de recente erg verschillende verkiezingsuitslag in Vlaanderen en Wallonië maakt het moeilijk om dat verhaal vol te houden. De vorming van een Vlaamse regering gaat vlot, de vorming van een Waalse regering eveneens, maar een Belgische regering, dat wordt véél moeilijker. Hier wordt het verhaal van de twee democratieën met prenten geïllustreerd voor wie traag is van begrip - of van prenten houdt (hier).
     Allerlei politicologen en journalisten worden er wanhopig van. Knack (hier) bracht een groot stuk onder de titel ‘Confederalisten voeren de hoge tonen in het debat: waar zijn de Belgen gebleven?’  Wel, bij Het Nieuwsblad lopen er enkele van rond.  Pieter Lesaffer schrijft in een commentaar van 10 september (hier) dat Wallonië géén andere democratie is dan Vlaanderen omdat het regeerakkoord van Di Rupo ‘zo veel gelijkenissen met de Vlaamse startnota’  vertoont. En in de krant van de dag erop staat een groot artikel van Farid el Mabrouk onder de kop ‘Meer gelijkenissen dan verschillen tussen politiek Vlaanderen en Wallonië’ (hier). Daar komt onder andere politicoloog Sinardet aan het woord die zijn gelijkenissenverhaal al in 2014 aan de man bracht (hier).**
     Om het overzichtelijk te houden heeft Het Nieuwsblad een lijstje gemaakt met de gelijkenissen en de verschillen tussen de Vlaamse en Waalse programma’s. Het lijstje van de gelijkenissen is langer.*** Het Vlaamse programma wil de werkgelegenheid verhogen, wil investeren in energie, mobiliteit en klimaat, wil lucht- en waterkwaliteit verbeteren en wil dat Vlaanderen tot de meest performante regio’s behoort. En nu denk je: de Walen willen natuurlijk minder werkgelegenheid, minder investeren in mobiliteit, willen slechtere lucht en slechter water en willen tot de minst performante regio’s behoren. Maar nee, de Walen willen hetzelfde als de Vlamingen: méér werkgelegenheid enzovoort. Quod erat demonstrandum.
     Nou ja, er zijn ook verschillen, geeft Het Nieuwsblad toe, maar dát lijstje is korter: Franstalig België heeft weinig aandacht voor integratie en inburgering van nieuwkomers, wil gratis bussen inleggen, en wil niet investeren in wegen, want ze hebben er genoeg. En een laatste verschil: in Wallonië heeft men ‘een andere visie op de overheid’. Een andere visie op de overheid … dat is mooi gezegd.
    Eigenlijk komt het hierop neer: zoeken naar gelijkenissen en verschillen is een delicate aangelegenheid. In de kleuterklas kun je de kleintjes nog vragen om twee prenten te vergelijken en zeven verschillen te zoeken. Dat heet een ‘gesloten opdracht’. Er zijn zeven verschillen, niet meer of niet minder. Maar als ik in het middelbaar twee gedichten laat vergelijken is dat een heel andere zaak. Dat is een ‘open opdracht’. De leerlingen moeten dan zoeken naar significante verschillen en gelijkenissen, want ja, de gedichten bevatten allebei letters en die letters vormen woorden, en er is veel witte ruimte aan de linker- en de rechterkant van de tekst. Maar de meeste leerlingen voelen aan dat het daar niet om gaat.
     Hannah Arendt heeft indertijd een interessant boek geschreven over de gelijkenissen tussen nazisme en communisme. ’t Is een mooi voorbeeld van hoe je door vergelijken dieper kunt nadenken. Op elke bladzijde bewijst Arendt haar finesse, eerlijkheid en onderscheidingsvermogen. Ze dringt door tot de kern van het totalitarisme. Maar je kunt natuurlijk ook gemakkelijk een lijstje maken van de vele gelijkenissen tussen het Engeland van Churchill en de het Duitsland van Hitler. ’t Zou iets voor Lesaffer zijn. Er werd in de twee landen met de auto gereden, maar vaker nog gefietst. Men ging naar de cinema. Als men buitenkwam droeg men een hoed.





Niet willen dat anderen iets te zeggen hebben over je eigen toekomst, is dat geen redelijke definitie van het nationalisme, waarvan Uyttendaele beweert dat het in Wallonië niet bestaat?

** Zo heeft Sinardet wetenschappelijk vastgesteld dat Vlamingen en Walen ongeveer hetzelfde denken over ... het rookverbod. Anderzijds blijkt uit de lijstjes van Sinardet dat er meestal 5 tot 10 procentpunten verschil is tussen wat Vlamingen en Walen over bepaalde politieke kwesties denken. Zulke verschillen in procentpunten zijn geloof ik voldoende om een heel andere mentaliteit af te bakenen, en méér dan voldoende om een heel ander beleid te sturen. 

*** Je ziet gemakkelijk in dat de lengte van zo’n lijstje niet erg belangrijk is. Geleerden hebben lijstjes opgesteld van de gelijkenissen tussen het DNA van een mens en dat van een chimpansee, een hond en een banaan. Dat zijn héél lange lijstjes, en in het geval van de chimpansee veel langer dan het lijstje met de verschillen. Toch moet niemand – ook Sanctorum niet – mij een aap noemen.

dinsdag 16 april 2019

Onze nieuwe eerste minister

     Als je weet hoe oud ik ben – ik ben bijna 64 – dan begrijp je dat mijn ouders wel van een héél respectabele leeftijd moeten zijn. Maar ze kijken nog elke dag stipt om zeven uur naar het Nieuws op de televisie, voornamelijk, geloof ik, om zich te ergeren. Ze leveren dan scherpe commentaar op iedereen die in beeld komt. De ene is te dik (De Block), de andere te mager (Bourgeois), nog een andere te lelijk (Vande Lanotte), en bijna allemaal zijn het idioten. Mijn moeder kan er al niet tegen als een minister een zin begint met ‘Ik denk dat …’ Een minister moet niet dénken, zegt ze dan, een minister moet wéten.
     Dat talent voor ergernis heb ik niet overgeërfd. Over het uiterlijk van mensen durf ik zelfs in intieme kring bijna nooit iets zeggen, en als men op de televisie iets vertelt, gaat het meestal over iets waar ik niet goed van op de hoogte ben. Dan moet ik niet te veel kritiek geven vind ik op anderen die ook niet goed op de hoogte zijn. Verder heb ik het altijd moeilijk gevonden om veel affectie of weerzin te voelen voor mensen die ik niet persoonlijk ken.
    Maar nu ik wat ouder word, lijkt mijn talent voor ergernis zich toch een beetje te ontwikkelen. Ik las vandaag in Het Nieuwsblad wie er binnenkort allemaal eerste minister kan worden en hoeveel kans ze maken. Volgens de krant ging het om Gwendolyn Rutten (35 %) , Jan Jambon (20 %), Charles Michel (15 %) , Wouter Beke (15 %) en Kristof Calvo (10 %). Ik begon mij meteen af te vragen aan wie ik mij het meeste zou ergeren als eerste minister, of beter, aan wie ik mij het mínste zou ergeren, want ik ben een groot aanhanger van het minimax-beginsel waarbij het minimaliseren van het verlies belangrijker is dan het maximaliseren van de winst.
     Het beste is om Kristof Calvo meteen uit te sluiten van de competitie. Met zijn 10 % maakt hij weinig kans, en, omgekeerd, wat de ergernis betreft die hij kan genereren, speelt hij de concurrentie op een hoopje. Als hij mag meespelen in een ergerniswedstrijd is dat oneerlijk tegenover de anderen.
     Blijven over Gwendolyn, Jan, Charles en Wouter. Dat wordt moeilijk. Gwendolyn zou dus volgens Het Nieuwsblad 35 % kans maken. ’t Is mogelijk hoor. Maar als ík Gwendolyn bezig zie, denk ik altijd dat ze dom is. Misschien is dat helemaal niet zo, maar ik dénk dat, en als ik dat dénk, ergert het mij als zo iemand al te vaak op de televisie verschijnt en dan doet alsof zij het zwarte naaigaren heeft uitgevonden.
     Dan Jan. Mocht ik in de provincie Antwerpen wonen, dan stemde ik voor hem, maar wij wonen aan de verkeerde kant van de Grensstraat en horen bij Vlaams Brabant. Ik draag Jan een warm hart toe sinds ik hem in 2007 op een Onderwijsconferentie* verstandige dingen hoorde zeggen. Maar als hij eerste minister wordt, en hij komt op de televisie, zal hij af en toe ook iets zeggen wat onhandig is of wat mij niet bevalt, en dan snijdt dat door mijn ziel, zoals dat ook gebeurt als mijn zoon bij het voetballen een slechte pas geeft of een verdedigingsfout maakt. Ik kijk daarom zo weinig mogelijk naar programma’s waar ‘mijn’ kandidaten aan meedoen.
     Als voorlaatste: Charles. Die had ik redelijk graag. Zijn ‘jobs-jobs-jobs’ was mij uit het hart gegrepen. Helaas heeft hij het bij mij verkorven met zijn Marrakesh-uitspraak over de ‘juiste kant van de geschiedenis’. Ik heb zelf ooit aan de juiste kant van de geschiedenis gestaan, en daar wil ik voor geen geld naar terug. Als Charles bij de komende regeringsonderhandelingen een Marrakesh-bocht neemt, en belooft dat hij de geschiedenis erbuiten laat, mag hij van mij terugkomen, maar eerder niet.
     Blijft over Wouter, die nu burgemeester is van Leopoldsburg. Ik zag hem gisteren nog op Terzake. Wat hij zei ben ik al lang vergeten, maar dat is een deel van zijn charme. Je zag duidelijk dat hij zijn best deed om serieus te worden genomen. Dat vind ik ontroerend. Ik weet niet of CD&V er de volgende keer weer bij is, en ik weet niet of Wouter in dat geval veel kans maakt, noch of hij een góede premier zou zijn. Maar zelf zie ik mij dan vaak glimlachen als hij op het scherm iets komt vertellen dat ik na een minuut weer vergeten ben.


* Van O-ZON en Onderwijskrant

zaterdag 20 oktober 2018

Meester, hij polariseert weer!

     Aan alles wat hij zegt of doet, merk je dat Kristof Calvo graag polariseert. Ik heb daar geen probleem mee. Een aantal politici die ik graag aan het werk zie of zag, hebben of hadden dat ook: Bart De Wever, de jonge Verhofstadt, de oude Tobback. Zo iemand heeft graag een vijand om op in te hakken, en bij Calvo is die vijand N-VA.
     In Het Nieuwsblad demonstreert Calvo nog een keer waar hij goed in is. ‘De Wever speelt toneel,’ zegt hij zo ongeveer. ‘De Wever faalde in zijn opdracht als burgemeester.’ ‘Antwerpen is een stad als parking.’ ‘In Antwerpen kun je jezelf niet zijn aan een loket.’
     Dat laatste begreep ik eerst niet. Waarom zou je in Antwerpen jezelf niet kunnen zijn aan een loket? Pas achteraf begreep ik dat hij het niet sprak over de Antwerpse man of vrouw die zich aan een loket aanmeldt. Het ging om de persoon aan de andere kant van het loket – meer bepaald de vrouwelijke ambtenaar die haar islamitische obediëntie kenbaar moet kunnen maken door het dragen van een hoofddoek. Alleen zo, denkt Calvo blijkbaar, kan die ambtenaar ‘zichzelf zijn’.
     In de Jambersreportage van donderdag hebben we gezien hoe De Wever met de verkiezingsuitslagen voor zich op tafel begon na te denken over een coalitie met Groen. CD&V en OpenVLD had hij natuurlijk liever, maar die haalden zo weinig zetels. Met Groen daarentegen kon hij een mooie meerderheid vormen, en dan zou er misschien wat minder ruzie zijn. ‘Ik word daar zo moe van, die oorlog elke dag,’ zei hij nog.
     Zo’n uitspraak is natuurlijk betrekkelijk. De Wever is altijd een ‘happy warrior’ geweest, in die mate zelfs dat hij het vergaderzaaltje waar hij zich liet filmen had omgedoopt tot de ‘war room’. Maar hij is ook zes jaar bestuurder van een stad geweest, en dan word je het wel eens beu als je meer tijd moet besteden aan het verdedigen van je beleid dan aan je beleid zelf. Ik heb op mijn school een poosje op overlegvergaderingen mijn mond geroerd. Ik vergeet niet snel die keer dat de toenmalige directeur uitriep: ‘Kun je ons dan nooit eens met rust laten, zoals wij jullie met rust laten.’ Die was de oorlog ook moe.
     Voor De Wever heeft een coalitie met Groen dus een paar voordelen. Voor de groene kiezer ook, want dan heeft die niet voor niets gestemd. Maar voor groenen als Calvo zou zo’n coalitie een vloek zijn. Het is immers moeilijk om tijdens de komende nationale verkiezingscampagne overal ten lande N-VA voor te stellen als nare asocialen, milieuverpesters en halve racisten als je er zelf een erg zichtbare coalitie mee aangaat. Zo’n werkwijze is meer iets voor ... tja, wie hier geen namen kan plaatsen heeft geloof ik de politiek van de laatste drie jaar niet aandachtig gevolgd.
       Ik heb de voorbije week vastgesteld dat iedereen bereid is goede raad te geven aan de politieke leiders van dit land. Dat lijkt mij een goed idee. Ik heb dus zelf ook een bierviltje genomen en daar enkele eisen op genoteerd waarmee Calvo, als hij dat wil, de Antwerpse coalitiegesprekken kan doen mislukken – vooral als hij die eisen op voorhand doorgeeft aan de pers. Het zijn er vier:
1.       De Wever weg uit de nationale politiek.
2.       In Antwerpen een circulatieplan zoals in Gent.
3.       Een sociale woning voor wie erom vraagt. Verdrievoudiging van het aantal gesubsidieerde woningen.
4.       Moslima’s met een hoofddoek aan het loket. Weg met het secularisme.
     Ik was van plan om het bierviltje op te sturen naar Calvo, maar nu ik het stuk in Het Nieuwsblad helemáál gelezen heb, en ook dat in De Morgen, zie ik dat ze daar bij Groen mijn goede raad niet nodig hebben.

zondag 23 april 2017

Vriend Wouter in de Bakkerskrant

     Als ik op zondag verse broodjes haal bij de bakker, krijg ik er gratis een krant bij die De Zondag heet. Daar staat dan een interview in met Zuhal Demir of Bart De Wever, en de week erop lees ik in andere kranten commentaar op dat interview. Deze week was het de beurt aan Wouter De Vriendt (Groen).
     Wouter, lees ik, draagt een mooi pak, komt uit Oostende en zou graag burgemeester worden van die stad. Dat is mooi. Zoals mijn buurman zegt: je moet in het leven iets hebben om van te dromen. Als defensiespecialist is Wouter tegen de vervanging van onze gevechtsvliegtuigen. Dat doet mij denken aan de oude anarchistische slogan: Geen nieuwe bommen zolang de oude niet opgebruikt zijn! Maar misschien heeft Wouter gelijk en hebben wij inderdaad te veel van die dure vliegtuigen. Ik weet het niet.
     Onze vriend heeft ook een standpunt over de vluchtelingen in ons land. Hij wil er meer, ‘maar zonder te overdrijven’. Syrische vluchtelingen beter opvangen in eigen regio – Libanon, Jordanië, Turkije – vindt hij geen oplossing want “vandaag wordt al 95 procent van alle vluchtelingen in eigen regio opgevangen”. Dat vind ik een raar argument. Waarom is die 95 procent nu een reden om opvang in eigen regio te verwerpen? Je zou denken dat het omgekeerd is. Dat net omdat 95 procent van de vluchtelingen in miserabele kampen in eigen regio verblijft, we 95 procent van ons vluchtelingenbudget naar die kampen moeten sturen om ze wat minder miserabel te maken. Heb ik iets gemist?
     Aangezien het toch over vluchtelingen gaat, wil Wouter nog iets kwijt over Theo Francken. Francken wekt ten onrechte de indruk, zegt hij, dat ‘België overspoeld wordt door vluchtelingen’. Daar stelt onze groene jongen één cijfer tegenover: ‘Ons land heeft op twee jaar tijd 25 000 vluchtelingen erkend. Dat is 0,25 procent van de bevolking.’
     Is 25 000 veel? Dat soort vragen stelde Jan altijd toen hij nog heel klein was. Is duizend veel? Is tienduizend veel? Is honderdduizend veel? Ik antwoordde dan altijd: dat hangt ervan af. Misschien moet ik dat nu ook zeggen: dat hangt ervan af. Er zijn zoveel omstandigheden waar je rekening mee moet houden. Er is zoveel dat onzeker is. Eén ding is wel zeker: met zijn 25 000 heeft Wouter het kleinst mogelijke cijfer gekozen dat voorhanden was, namelijk: dat van het aantal asielzoekers dat nu al een erkenning heeft gekregen. Je kunt ook andere cijfers geven voor die twee jaar:
Of, in breder verband
     Al die cijfers hebben hun nadelen. Een kleine helft van de 65 000 asielaanvragers bijvoorbeeld zal niet worden goedgekeurd. Dan is Wouter streng: ‘Wie geen recht heeft op asiel moet terug.’ Maar ik geloof niet dat die aanvragers dat ook zo zien. Misschien hebben ze het interview met Wouter niet eens gelezen en blijven ze gewoon hier, zonder papieren.
     Wat ik mooi vind aan Wouter is zijn openheid. Je moet over andere partijen ook eens wat positiefs vertellen, zegt hij. Goed. Dan zal ik eens iets positiefs vertellen over Wouter.  Wouter vindt dat er teveel bullebakken in de politiek zitten. Hij bedoelt niet Kristof Calvo maar mensen als Zuhal Demir en Liesbeth Homans. Die moeten eruit. En hij ondersteunt zijn standpunt met een aardige vergelijking: ‘Wie in de klas te veel lawaai maakt, wordt eruit gezet.’
     Met dat laatste ben ik helemaal eens.

(Dit stukje verscheen ook op De Bron.)