Posts tonen met het label Walter Scott. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Walter Scott. Alle posts tonen

dinsdag 2 maart 2021

Epiloog


      20th Century Woman* gaat over een een vijftienjarige jongen die opgroeit in Californië in 1979. De film bevat veel van wat mij niet zo aanspreekt: een puber, Californië, Jimmy Carter, dancings, punkmuziek, Billy Crudup in een van de hoofdrollen  
     Andere zaken bevallen mij wel: een nostalgische sfeer, een moeder die vrolijk blijft ook als ze niet erg gelukkig is, een groot maar enigszins vervallen huis, gezellige maaltijden met veel gasten, een stelletje bohémiens zonder de gebruikelijke pretentie …  Er is zelfs een radicale feministe zonder een zweempje mannenhaat. ‘Féministe, mais pas coupe-couilles,’ zoals mijn vriendin M-X pleegt te zeggen.
     De film evolueert een beetje voorspelbaar, maar niet helemaal. Hij gaat niet ergens naartoe. Aan het einde van de film hebben de moeder, de zoon, het buurmeisje, de fotografe, de automonteur allemaal iets meegemaakt, maar ’t is niet veel, en ze hebben allemaal iets bijgeleerd, maar ook dat is niet veel. En dan volgt iets eigenaardigs: een epiloog waarin droogjes verteld wordt, wat er verder met de personages gebeurt. Zulke epilogen zie je vaak, bijna altijd zelfs, in het biografische, ‘waargebeurde’ genre, maar niet vaak in fictiefilms**.
     In die fictiefilms heb je wel eens een coda, waarin snel even een andere richting wordt ingeslagen. Atonement eindigt met een tijdssprong van enkele decennia en een verandering van toon. In Titanic komt Jack weer tot leven, samen met de bemanning en de passagiers van het schip. In Lalaland krijg je een alternatief einde. Maar dat is niet wat ik onder epiloog versta. Ik bedoel eerder het soort naschrift dat je soms in 19de-eeuwse romans aantreft, met een korte, wat teleurstellende samenvatting van de verdere, meestal banale, gebeurtenissen – wat Walter Scott omschreef als ‘veel suiker en weinig thee’ en Thomas Macaulay als ‘klappen die geen pijn doen en geld waar je niets voor kunt kopen.’
       In de epiloog van 20th Century Woman krijg je klappen noch geld, maar je krijgt ook geen verandering van toon of een alternatief einde. Het verhaal loopt gewoon nog heel even door, in dezelfde stijl, maar versneld. De thee is noch te bitter, noch te zoet.    

* Voor wie terugkijk TV heeft: de film was op 27 september te zien op Canvas.

 ** Ik las achteraf in de recensie van Simon Gelten (hierdat de regisseur zijn film als een semi-autobiografie ziet. Ik had verkeerdelijk gedacht dat het zuivere fictie was die het autobiografische genre pasticheerde, tot en met de epiloog. Een heel rechtlijnig voorbeeld van dat laatste werd onder mijn aandacht gebracht door Mark De Mey. Fargo van de Coens eindigt met de boodschap dat de film gebaseerd is op waargebeurde feiten, terwijl dat niet zo is.

zaterdag 19 januari 2019

Wat doet oom Tom als hij boos wordt?

     De best verkopende roman van de 19de eeuw was niet Ivanhoe van Walter Scott, A Tale of Two Cities van Dickens, Oorlog en Vrede van Tolstoj of La bête humaine van Zola. Het was Uncle Tom’s Cabin van de Amerikaanse schrijfster Harriet Beecher Stowe. De roman kwam uit in 1852, op een ogenblik dat in het Zuiden van de Verenigde Staten nog zwarte slaven aan het werk waren in de huizen en op de plantages van de rijken. Stowe stelde die slavernij in een slecht daglicht. Dat had een grote invloed op de publieke opinie in het Noorden, en onrechtstreeks op de burgeroorlog die enkele jaren later over die kwestie zou ontstaan. Toen Stowe aan Lincoln werd voorgesteld zou die gezegd hebben: ‘So, this is the little lady who started the great war’.
     Ik heb het boek ooit in een kinderversie gelezen maar daar kan ik mij niets van herinneren. Van de film van 1965 herinner ik mij ook al niet veel. Eliza die over de ijsschotsen naar Canada vlucht. Zwarten die sentimentele liedjes zingen van ‘Old Man River’. En oom Tom die almaar braaf is.
     Men is die braafheid later als een slechte eigenschap gaan zien, want dat was ‘een eigenschap van de huisnegers’, zei Malcolm X.  ‘Uncle Tom’ werd een scheldwoord voor zwarte Amerikanen die zich netjes kleden, hard werken, niet meedoen aan betogingen en relletjes, en ‘het systeem’ aanvaarden. Op Rational Wiki, een site met de lay-out van Wikipedia en naar eigen zeggen ‘gespecialiseerd in wetenschappelijk denken, scepticisme en kritisch denken’, wordt bijvoorbeeld Thomas Sowell een ‘Uncle Tom’ genoemd, en wel omdat hij kritiek heeft op het Amerikaanse leefloonsysteem. Daaraan zie je in elk geval de soepele betekenis van de term ‘Uncle Tom’ , want wie Sowell ooit op televisie of Youtube bezig heeft gezien, zal hem niet snel ‘braaf’ noemen. Ook loopt hij niet hoog op het ‘het systeem’.
     Maar in de film is oom Tom dus almaar braaf, en misschien wel té braaf. Dat moeten die makers ook beseft hebben, en ze hebben een moment van opstand voorzien. Eén van de slavendrijvers wil iets schandelijks doen – wat dat is weet ik niet meer – waardoor de zwarten, met oom Tom op kop geloof ik, in opstand komen. Die opstand bestaat echter niet uit roepen of vechten of met vuisten zwaaien of met stenen gooien. Zo opstandig zijn ze nu ook weer niet. Nee, ze gaan zingen, en wel van ‘Jesse Fit the Battle of Jericho’*. Ze kijken daarbij zo woedend dat de slavendrijver afdruipt. De scène maakte grote indruk op mij.
     We kregen dat lied ook te horen in de muziekles van André Devolder. Hij wees daarbij op de ‘agressieve syncope’** tussen ‘Jerri’ en ‘cho’. Laatst zocht ik het lied nog eens op in de filmversie (hier). Bij een eerste beluisteren was ik ontgoocheld. Van de zwarte woede die ik mij herinnerde van 53 jaar geleden bleef niet veel over en ook de ‘agressieve syncope’ kwam niet waar ik ze verwachtte. Een paar dagen later luisterde ik opnieuw en toen voelde ik de woede weer wel. Ik had gewoon even tijd nodig gehad.
 
* Misschien zal die veldslag van Jericho, met de instortende muren, weer verplichte leerstof worden in het godsdienstonderwijs nu de bijbelverhalen in het leerplan gerehabiliteerd worden. Dat zou mooi zijn. Dan kan de godsdienstleraar het Jericho-lied laten horen. Ik las ergens dat Jericho de oudste stad ter wereld is - meer dan tienduizend jaar oud. Maar wij Wervikanen hebben ook een oude stad, hoor. Meer dan tweeduizend jaar oud.

** Het vreemde woord ‘syncope’ is, samen met de uitdrukkingen ‘kleine terts’ en ‘grote terts’ het enige wat ik mij van die muzieklessen herinner. Mijn zoon gebruikt het woord wel eens als hij ons aan tafel onderhoudt, zoals studenten dat plegen te doen, over zijn cursus cardiologie.

donderdag 27 juli 2017

Dokters, schurken en deugnieten

     Thomas Jefferson, de derde president van de Verenigde Staten, had weinig vertrouwen in de geneeskunde van zijn tijd. De beste dokters, schreef hij in een brief*, waren nog de kwakzalvers die broodpillen voorschreven, of gekleurd water.** Zij hielden de hoop van hun patiënt levend en bespoedigden zijn natuurlijke herstel. De meer rechtlijnige beoefenaren van het beroep daarentegen maakten meer levens kapot in één jaar “dan alle Robin Hoods, Cartouches en Macheaths in een hele eeuw”.
     Dat is een eigenaardige vergelijking.
     Om te beginnen heeft slechts één van de opgesomde misdadigers echt bestaan. Louis Dominique Cartouche (1693-1721) was een Franse dief en moordenaar die stierf op het rad. Die andere twee zijn min of meer verzinsels. Robin Hood is een held uit Middeleeuwse legenden en Macheath is een personage uit het komische stuk ‘The Beggar’s Opera’ (1728).
      Eigenaardiger is dat Jefferson zijn keuze laat vallen op drie nogal aantrekkelijke schurken: Robin Hood die steelt van belastingambtenaren om het geld te verdelen onder de armen, Cartouche die zich geliefd maakt als grapjas, acrobaat en minnaar en, de veelwijver Macheath die zo populair is dat hij aan het eind van het stuk, op verzoek van het publiek, niet wordt opgehangen.
     Of zag men dat toch enigszins anders in de tijd van Jefferson? Is men die wetsovertreders vooral later aardig gaan vinden door de boeken van Walter Scott, de films met Reggiani en Belmondo en de antikapitalistische stukken van Bert Brecht?***
     In de taalkunde spreekt men wel van meliorisatie. Begrippen die oorspronkelijk een ongunstige betekenis hebben zoals ‘deugniet’, ‘rakker’ en ‘guit’, krijgen in de loop der jaren een onschuldiger betekenis. Het lijdt geen twijfel dat Robin Hood, Cartouche en Macheath guiten waren. Maar wat is een guit?


_______________



* De brief is van 1807. Hij was gericht aan een universiteit waar hij zijn kleinzoon wou laten inschrijven als student geneeskunde. De kleinzoon mocht de vakken biologie en chirurgie volgen, maar niet het vak medicijnen.

** Uit later onderzoek bleek dat het placebo-effect van grote pillen aanzienlijker is dan dat van kleine, en ook dat rode kleurtjes beter werken dan blauwe.

** Respectievelijk: Ivanhoe (1820), Cartouche (1956 en 1962) en Dreigroschenoper (1928).

 
 
 
 

 

vrijdag 11 september 2015

Tante Jane

Hierboven ... ikzelf als - laten
we zeggen: Mr. Bennet
   Professor Latré van de afdeling Germanistiek wou dat ik voor zijn vak vooral 19de-eeuwse romans las. Daar kwam je later niet meer aan toe, zei hij. Ik begon vol goede moed. George Eliot, Thomas Hardy, Henry James … Het leek op wat ik al kende van de romanistiek: Stendhal, Flaubert, Zola – diep, degelijk en een beetje deprimerend. Jane Austen stond ook op de lijst. ‘It is a truth universally acknowledged,’ zo begon Pride and Prejudice, ‘that a single man in possession of a good fortune, must be in want of a good wife.’ Mijn mond viel open.   
   Later ontdekte ik overal medebewonderaars van tante Jane. Haar tijdgenoot en concurrent Walter Scott, Tennyson en Colleridge, Nabokov en Guus Luijters, de secretaressen en vrouwelijke advocaten van het advocatenkantoor waar ik werkte. Ook onder historici bleek ze populair. Macaulay plaatste haar op gelijke hoogte met Shakespeare. Pieter Geyl roemde haar ‘wijze en menselijke visie op het leven.’ Ik begrijp wat hij bedoelt.
     Jane moraliseert, maar ze blijft sympathiek. Ze heeft de normen en de waarden van de burgermaatschappij zonder de zelfgenoegzaamheid van een paar decennia later. ‘Geef mij maar het gezelschap van brave mensen,’ schrijft ze, ‘dan ben ikzelf lekker de slechtste.’ De slechtste, ja, maar nooit de domste. ‘J.A. doesn’t suffer fools gladly,’ schrijft Geyl. Voor charmante schurken als Willougby en Wickham heeft ze enig begrip, maar pompeuze dommeriken en dwaze ganzen krijgen de volle laag, vooral als ze ook nog eens de ouders zijn van de heldin. Maar dom of slecht, Janes personages zijn nooit saai, zelfs niet als ze van zichzelf saai zijn. Ook dragen ze mooie kleren, als ze in een film meespelen.

   Een andere Austen-bewonderaar was Roger Ebert (†2013). Vroeger las ik altijd zijn recensies op IMDB voor ik naar een nieuwe film ging kijken. Nu lees ik ze vóór ik naar een oude film kijk. Ebert onderging in 2006 zijn zoveelste operatie voor schildklierkanker. Bij elke operatie werd een nog groter stuk van zijn kaakbeen weggesneden. Hij kon al jaren niet meer spreken. Enkele maanden na de operatie van 2006 schrijf hij: ‘When I was very sick last year there was a time when I lost all interest in reading. When I began to feel a little better, perhaps strong enough to pick up a book, it was Austen’s Persuasion.
What else?’ – Persuasion is ook mijn lievelingsboek.

Oorspronkelijk geplaatst op 23 januari 2015