Posts tonen met het label Pinochet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pinochet. Alle posts tonen

dinsdag 22 november 2022

Qatar: voor of tegen?


      Ik was eigenlijk blij met de verklaring van Fifa-baas Infantino. Je zag meteen dat het een clown was, maar zijn verklaring ‘Today I feel Qatari. Today I feel Arab. I feel African today. I feel gay today,’ was mij in zijn dubbelhartigheid niet geheel onsympathiek. Vooral dat laatste vond ik mooi meegenomen. Het was alsof bij de opening van de Berlijnse Olympische Spelen van 1936 iemand op een persconferentie had gezegd: ‘Heute bin ich Deutscher. Heute bin ich Jude.’ Infantino verdedigde verder het gastarbeidersbeleid van Qatar door te verwijzen naar de lonen die voor de gastarbeiders tien keer hoger lagen dan in hun landen van herkomst. Dat cijfer zal wel niet ver bezijden de waarheid liggen. En dan zei Infantino nog iets over de schandelijke daden die het Westen nu al drieduizend jaar aan het plegen was. Dan schoot ik weer in de lach. Over wie had hij het? Over de Myceners? Over de Kelten?  Ik zei het al: het is een clown.
     Maar ik was toch blij dat iemand de moed had het voor Qatar op te nemen, zelfs mocht achteraf blijken dat die moed aangewakkerd is geweest door een dikke, bruine enveloppe. Iederéén is tegen Qatar. Groenen zijn tégen vanwege de fossiele brandstoffen, socialisten zijn tégen vanwege de sociale ongelijkheid, klassiek-liberalen zijn tégen vanwege de rentenierseconomie, feministen zijn tégen vanwege de vrouwenrechten, liberaal-democraten zijn tégen vanwege de LBTQ-discriminatie en de politieke alleenheerschappij, racisten zijn tégen vanwege de zedenfeiten met kamelen, secularisten zijn tégen vanwege de theocratie, orthodoxe moslims zijn tégen vanwege het wahabisme, en ik haast mij eraan toe te voegen dat ik ook tégen ben vanwege enkele van de hierboven vermelde redenen.
     Ik voel mij echter altijd wat ongemakkelijk als ik de argumenten van de tegenpartij niet goed ken. Er gaat mij niets makkelijker af dan tekeer te gaan tegen het marxisme of de progressieve pedagogie. Ik ken redelijk goed de argumenten van de marxisten en de pedagogen. Maar over Qatar hoor ik alleen de argumenten tégen en sommige daarvan vertrouw ik niet helemaal. Bijvoorbeeld: dat bij de bouw van de acht voetbalstadia 6500 arbeiders zijn verongelukt. Ik zie dat cijfer vaak in memes. 6500! Dat is 812 per stadion. Qatar heeft zich tegen de beschuldiging verdedigd. Er zouden maar 37 doden gevallen zijn bij de bouw van de stadions, en de sterftecijfers onder de gastarbeiders zouden demografisch normaal zijn. 
     Enig opzoekingswerk leert waar het getal van 6500 vandaan komt. The Guardian heeft de sterfte onder de gastarbeiders proberen te berekenen door bij de ambassades van de uitzendlanden de sterftecijfers op te vragen. Die 6500 slaat dus op álle sterftecijfers van álle gastarbeiders – van bouwvakkers tot kantoorbedienden en poetsvrouwen – die in Qatar werkzaam waren de laatste tien jaar, hetzij in verband met de bouw van stadions, van hotels, van wegen, of van gelijk welke andere economische activiteit. Qatar heeft ongeveer twee miljoen gastarbeiders en The Guardian heeft cijfers verkregen van ongeveer de helft, dus één miljoen, en heeft in die groep een mortaliteit vastgesteld van 0,65 procent of jaarlijks 0,065 procent. In België is de jaarlijkse mortaliteit ongeveer 1 procent, dat wil zeggen twintig keer hoger.
    Nu mag je de gastarbeiders van Qatar niet vergelijken met de vergrijsde bevolking van ons land. Het gaat in Qatar voornamelijk om jonge mannen die bovendien in goede gezondheid verkeerden, want voor ze een contract kregen, moesten ze een een medisch onderzoek ondergaan. Als we daarmee rekening houden, bevat het sterftecijfer van 6500 bijna zeker een flink deel aan ‘oversterfte’*, en die kan in direct verband worden gebracht met de werkomstandigheden. Het harde werk in hitte en stof, met blootstelling aan zonnestraling en hoge vochtigheid, veroorzaakt veel gezondheidsproblemen, zoals hartkwalen en nierinsufficiëntie, met dodelijke afloop. Weliswaar wordt er reglementair niet gewerkt tussen 11.30 en 15 uur. Maar dat is als maatregel onvoldoende, er zou minstens een strikt regime van frequente pauzes moeten zijn. Bovendien is aangetoond dat reglementen in Qatar vaak niet worden nageleefd. 
     Bon. Ik heb ondertussen dus een hekel gekregen aan dat cijfer van 6500. Het is alsof men Stalin beschuldigt van het vergassen van 15 miljoen Oekraïense boeren, of Hitler van het verhongeren van 20 miljoen Joden, of Pinochet van het vermoorden van 30 000 politieke tegenstanders. Ik kan daar moeilijk tegen, tegen die onnauwkeurigheid en die overdrijvingen. Maar de boodschap achter het cijfer bevat dan weer méér dan een kern van waarheid:  de vermijdbare oversterfte is een humanitair schandaal, ook al omdat Qatar rijk genoeg is om zich betere werkomstandigheden en betere gezondheidszorg voor zijn gastarbeiders te veroorloven. Neem ik, naar de gewoonte van factcheckers, de meme van 6500 doden als uitgangspunt, dan concludeer ik: ONWAAR! Neem ik de verdediging van Qatarese overheid als uitgangspunt, met 37 doden en verder demografisch normale sterftecijfers, dan concludeer ik alweer: ONWAAR!
    Zijn er nog redenen ingeroepen om het WK in Qatar te verdedigen? Ik heb er een aantal gevonden in een artikel van Jef van Baelen in Knack waarin hij Midden-Oostenkenner James Dorsey aan het woord laat. Dorsey ziet in het WK vooral een investering van Qatar in de nationale veiligheid. Met het WK wil het land zich ‘op een positieve manier verankeren in het Westerse bewustzijn.’ Het land wordt door het WK, om die uitdrukking maar eens te gebruiken, ‘op de kaart gezet.’ Dat is geen overbodige luxe voor iemand zoals ik die niet weet of Dubai een stad of een land is, en of de Verenigde Arabische Emiraten iets zijn als de Europese Gemeenschap dan wel als de Verenigde Staten. Maar nu weet ik ten minste dit: Qatar is een soeverein land, en Iran en Saoedi-Arabië moeten er niet aan denken om het te annexeren.* Als ze dat wel doen, zal ik minstens stilletjes protesteren. Niet dat zo’n annexatie veel verschil zou maken voor de twee miljoen gastarbeiders, maar grenzen zijn grenzen; die laat men beter gerust, al was het maar om het goede voorbeeld te geven. Dorsey heeft mij hier overtuigd.
     Veel van de redenen die Dorsey verder opgeeft overtuigen mij minder, omdat ze een te groot fellow traveller-gehalte hebben. Dat het Westen óók boter op zijn hoofd heeft, dat het met de mensenrechten in Saoedi-Arabië nog slechter gesteld is dan in Qatar, dat we ons toch ook niet gaan moeien met het ‘harde’ Deense immigratiebeleid, dat er in Qatar geen vakbonden zijn maar wel worker’s councils,  dat Qatar vrouwenrechten steunt in ándere landen zoals Afghanistan, dat Qatar Airways de beste luchtvaartmaatschappij ter wereld is, en natuurlijk, dat er veel vooroordelen over Qatar bestaan bij mensen die er nooit geweest zijn en die het land niet kennen.
     Nu we het toch over vooroordelen hebben, hoe zit dat eigenlijk met de situatie van de homoseksuelen in Qatar? Want daar hebben de Westerse voetbalploegen het toch moeilijk mee, had ik begrepen. Dorsey meldt daar het volgende over: ‘ Net zoals in de meeste moslimlanden staat de overgrote meerderheid van de Qatarezen blijkens opiniepeilingen uiterst negatief tegenover de lgbtq-gemeenschap. Zelfs al zou je lgbtq-rechten wettelijk verankeren, in de praktijk zou het weinig veranderen.’ Dat is magertjes. In Qatar gaat het immers niet om discriminatie van homoseksuelen bij adoptie van kinderen of iets van die strekking. In Qatar wordt homoseksualiteit bestraft met deportatie voor gastarbeiders, met zeven jaar gevangenisstraf voor niet-moslim Qatarezen, en met de doodstraf voor moslim-Qatarezen. Die doodstraf geldt eigenlijk voor alle buitenechtelijk seksueel verkeer van moslims, heteroseksueel of homoseksueel. Homoseksuele paren zouden de doodstraf op twee manieren kunnen ontlopen: door met elkaar te trouwen of door zich bij de groep van niet-moslims aan te sluiten. Helaas doet zich een catch 22 voor: het homohuwelijk is verboden, en op geloofsafval staat eveneens de doodstraf. Wie dat allemaal weet, zal het zinnetje ‘zelfs al zou je lgbtq-rechten wettelijk verankeren’ een beetje wrang vinden.
     En Dorsey had nog een zinnetje dat mij niet beviel. Hij bespreekt de moeilijke relatie tussen Qatar en enkele andere Arabische landen. ‘De Verenigde Arabische Emiraten zijn doodsbenauwd, zegt Dorsey, voor de politieke islam en de Moslimbroederschap. Ze eisten dat Qatar zijn relatie met de Broederschap opgaf, wat van het land een politieke vazalstaat zou maken.’ Dat laatste slaat natuurlijk nergens op. Natuurlijk kan Qatar soeverein beslissen om de Broederschap te steunen of niet te steunen. En natuurlijk kunnen de Verenigde Arabische Emiraten druk uitoefenen om die steun stop te zetten. Maar als Qatar die steun stopzet, met of zonder druk van buitenaf, dan is het daarom bijlange na nog geen vazalstaat***.
     Noch Infantino, noch Dorsey zijn erin geslaagd om mij te overtuigen. Bij mij is de ‘positieve verankering’ van het Qatar-WK mislukt. Ik kijk trouwens zo al niet naar het WK, want ik ben geen voetballiefhebber. Was ik dat wel, dan keek ik, zonder mij zoals Nico Dijkshoorn in duizend grappige bochten te wringen. En mopperde ik, zoals mijn zoon, dat ze het WK moeten houden in een écht voetballand, en in de zomer. 

     

 

* Die oversterfte kan ook worden vastgesteld door de sterfte onder de gastarbeiders in Qatar te vergelijken met die van Qatarezen van dezelfde leeftijd. De verschillen waren significant. Je kunt nog verdergaan en de mortaliteit onder de gastarbeiders vergelijken met die van een vergelijkbare groep in het land van herkomst.
** De militaire macht van Qatar is vooral zwak door de kleine bevolking (300 000 Qatarese burgers). Je kunt nu eenmaal geen oorlog winnen zonder kanonnenvoer. Wellicht is het ook daarom dat Qatar de mogelijkheid overweegt om een deel van de gastarbeiders de Qatarese nationaliteit toe te kennen.

*** Je kunt de eis van de VAE niet vergelijken met Moskous eis dat Oekraïne zich buiten de Navo moet houden. Toegeven aan die eis zou van Oekraïne niet meteen een vazalstaat hebben gemaakt. Maar dat dát het uiteindelijke doel van Moskous eis was, is voor mij ondertussen duidelijk geworden. 

zondag 30 april 2017

Raoul over Che Guevara, revolutie en dictatuur

     Op de paaskermis in Kortrijk stond vroeger een tent waarin vrijwillige toeschouwers het konden opnemen tegen worstelaar Raoul. Misschien waren die vrijwilligers helemaal geen toevallige toeschouwers, maar betaalde medewerkers. Kermisklanten zijn sluwe kerels. In elk geval vuurde de exploitant van de tent vanachter de microfoon zijn kampioen aan. Allez Raoul, draai dat been eruit. Allez, Raoul, wring hem de nek om. Aan die Raoul moet ik altijd even denken als ik ergens een interview zie met PVDA-man Raoul Hedebouw. En als de PVDA-man zich boos maakt in het federale Parlement, moet ik al helemaal terugdenken aan de kampvechter van mijn jeugd.
     Deze week heeft Raoul een interview gegeven aan De Zondag.
     Zo’n politiek interview heeft zelden de allure van een filosofisch essay. Het is niet erg aardig om in zo’n stuk te gaan speuren naar logische foutjes of onnauwkeurigheidjes. Een oude schoolkameraad, die tot dezelfde partij als Raoul behoort, zou mij daar trouwens onmiddellijk op aanspreken. Ik frons dus hoogstens één wenkbrauw als Raoul beweert dat onder Thatcher de Engelse economie bergaf ging, dat onder Pinochet  het analfabetisme in Chili bergop ging, en dat het schrijven van veel boeken bewijst dat de PVDA geen partij van populisten is. Ik ben bereid daar allemaal niet te zwaar aan te tillen. In het vuur van ons betoog, gooien we allemaal wel eens zaken op één hoop en misschien bedoelt Raoul iets anders dan wat hij zegt.
     Maar aan het einde van het interview krijgt Raoul een paar moeilijke vragen die hierop neerkomen: Is de PVDA nu voor of tegen een communistische dictatuur? Is de PVDA nu voor of tegen revolutionair geweld? Raoul verklaart dat hij tégen dictatuur en tégen geweld is, en voegt daar enkele nuances aan toe waaruit blijkt dat hij eigenlijk vóór die dictatuur en vóór dat geweld is – als ze van de juiste linkse kant komen. De antwoorden van Raoul verbaasden mij omdat ik dacht dat de PVDA al meer afstand had genomen van haar marxistisch-leninistisch verleden en al verder was opgeschoven naar de brede, democratische, groen-linkse grondstroom van meer gelijkheid, meer belastingen en meer staatsbemoeienis.
     Dat van die dictatuur kan ik het makkelijkste uitleggen, want Raoul zegt onomwonden dat hij veel sympathie heeft voor het Cubaanse regime. Dat zeggen wel meer linkse mensen. Maar Raoul beweert nog iets anders. Hij beweert, in tegenstelling tot die andere linkse mensen, dat Cuba géén dictatuur is. Daarvoor heeft hij twee argumenten. Één. Mandela heeft indertijd Cuba uitgekozen voor zijn eerste buitenlandse reis. Ik geloof dat dat waar is, maar als argument is het zwak. Twee. Castro is alleen heel lang aan de macht kunnen blijven omdat hij de steun had van het volk.
     Of dat waar is van die steun, weet ik niet. Het doet hier ook niet ter zake. De steun van het volk voor een regime is immers niet de definitie van democratie. De bevolking mag als één man achter het regime staan, zolang ze de kans niet krijgt om dat in vrije verkiezingen duidelijk te maken, heb je geen democratie maar een dictatuur. En in die betekenis zijn zowel het linkse Castro-regime als het rechtse Pinochet-regime, wat verder ook hun verdiensten of tekortkomingen mogen zijn, als dictaturen op te vatten. Ik heb het Ludo Martens, de leermeester van Raoul, vele keren horen uitleggen. Het Stalinregime was democratisch want het volk stond als één man achter het regime. Dankzij die volkssteun kon het regime de nazi-inval afslaan. Nu, misschien was dat zo, misschien ook niet. Maar met democratie had dat niets te maken.
     De kwestie van het revolutionaire geweld ligt ingewikkelder. Raoul prijst de gewapende strijd van Che Guevara. ‘Je moet dat in de specifieke context zien. De Cubanen leden onder de dictatuur van Batista. Was er een andere oplossing? ... Soms is dat nodig. Maar dat betekent niet dat we dat in België gaan toepassen. Che heeft in Congo en Bolivia ook ondervonden dat dat niet overal werkt. Je moet het volk aan je kant hebben.’
     Ik wil hier een eind meegaan met Raoul. Om te beginnen vind ik het prachtig dat Raoul geen geweld wil toepassen in België. Ook volg ik hem in zijn redenering over die ‘specifieke context’. Ik kan begrijpen dat er ‘specifieke contexten’ bestaan waarin strijdbare temperamenten een wapen leegschieten op soldaten of bomaanslagen plegen op kazernes. Een dictatoriaal regime waarbij de bevolking (of een deel ervan) de kans niet krijgt om de regering op vreedzame manier wandelen te sturen is zo’n ‘specifieke context’. Het is eigenlijk ook de enige. Maar Raoul zijn voorbeeld van Bolivia, waar Che ‘het volk niet aan zijn kant had’, roept bij mij herinneringen op aan 45 jaar geleden.
     Ik had juist het boekje van Régis Debray gelezen over de ‘Revolutie binnen de revolutie’. Debray was met Che naar Bolivia getrokken om her en der ‘revolutionaire haarden’ aan te steken. In zijn boekje legde hij uit dat guerrilla-activiteiten de beste methode waren om het volk aan je kant te krijgen. Met die nieuw verworven wijsheid ging ik naar een avond van het Davidsfonds, waar Fernand Tanghe, een maoïst uit Leuven – later een van de eerste ex-maoïsten – aan de plaatselijke middenstand de principes van de volksoorlog kwam uitleggen. Che Guevara en Debray hadden het in Bolivië verkeerd aangepakt, vertelde Tanghe. Daarom was Debray gevangen genomen en was Che doodgeschoten. Een échte revolutionair pakte dat anders aan. Je moest eerst een significant deel van de bevolking achter je krijgen, zoals Mao dat had gedaan in China.  Daarna pas mocht je het militaire geweld bovenhalen.
     Ik heb daarna jarenlang de doctrine uitgedragen die ik van Fernand Tanghe had geleerd. Revolutionair geweld was alleen geoorloofd in een ‘specifieke context’. Revolutionair geweld was alleen aanvaardbaar als er geen andere oplossing was. Revolutionair geweld kon alleen maar worden aangewend als je het volk aan je kant had. Vooral dat laatste. Dat Raoul vandaag dezelfde argumentatie hanteert, laat zien dat bij de PVDA de ‘oude vormen en gedachten’ van tante Jet nog niet volledig gestorven zijn.
     Wat Raoul had moeten zeggen is dit: ‘Cuba is voor ons geen model. Wij zullen nooit, zoals Lenin en Castro, de vrije verkiezingen opdoeken en partijen verbieden die een ander ideaal aanhangen dan het onze. Che Guevara voerde zijn gewapende strijd in Cuba en Bolivia tegen militaire dictaturen. Maar wij leven in een liberale democratie. In zo’n context zullen wij nooit revolutionair geweld goedpraten, bepleiten of organiseren. Maar verder blijven wij voorstanders van meer gelijkheid, meer belastingen en meer staatsbemoeienis.’
     Ik weet niet of Raoul mijn raad zal volgen. Misschien antwoordt hij wel: ‘Wij hebben geen lessen in democratie te ontvangen van ...’ waarop een scheldwoord, een smadelijke omschrijving of een jij-bak volgt. Communisten zijn sterk in een bepaald soort polemiek.

Dit stukje verscheen ook op Doorbraak