Posts tonen met het label Zuhal Demir. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuhal Demir. Alle posts tonen

donderdag 15 december 2022

Alexander de Leugenaar en andere kortjes

Alexander de Leugenaar? Heeft Alexander De Croo gelogen over de begroting? Dat weet ik niet. Als politici elkaar beschuldigen van leugens, neem ik dat altijd met een korrel zout. En ik heb geen zin om uit te zoeken hoe Whatsapp juist werkt. Maar zijn begroting was in elk geval slecht nieuws. Ofwel is het begrotingstekort anderhalf miljard groter dan nu aangegeven, ofwel mogen we straks anderhalf miljard extra betalen aan accijnzen op gas en elektriciteit. En het gaat om een begrotingstekort van 33,5 miljard dan wel 35 miljard. Als De Croo ontslag neemt, laat het dáárom zijn.

Zuhal Demir de Ranzige? Heeft Zuhal Demir vluchtelingen-immigranten vergeleken met varkens? Neen. Lees het interview in Knack.

Confederalisme. 
Ik ken daar niet veel van, maar wil toch een kleine voorspelling doen. De volgende verkiezingen zullen niet gaan over confederalisme. De volgende regeringsonderhandelingen zullen dat wel doen. Met N-VA: hoe het kan worden ingevoerd. Zonder N-VA: hoe het kan worden tegengehouden.

Democratie.
 Wie genoeg heeft van de hedendaagse vooroordelen en taboes kan terecht op de FB-pagina van Robert Lemm, hispanist, schrijver en vertaler (Borges!). Laatst noemde hij de democratie een ‘loterij van de stembus’ en de monarchie de enige ‘natuurlijke bestuursvorm’. Nu zijn er vanuit liberaal standpunt wel enkele bezwaren tegen te veel democratie, maar de reactionaire katholiek Lemm is allesbehalve een liberaal. Toch vind ik zijn vergelijking met een loterij een zwaktebod. De Europese monarchistische erfopvolging is immers vanuit de genetica bezien ook een loterij, die daarenboven vervalst is door incestueuze huwelijken tussen telgen van verwante koningshuizen. Een reactionaire katholiek als Lemm kan daarop antwoorden dat de monarchistische loterij achter de schermen gestuurd wordt door de goddelijke voorzienigheid, zoals de Loterij van Babylon (Borges!) gestuurd werd door een geheim genootschap. Maar waarom zou de goddelijke voorzienigheid niet evengoed een stembusuitslag kunnen sturen?

Democratie (2). 
Reactionairen als Lemm vormen een minderheid op Facebook. Voor een meer invloedrijke kritiek op de democratie moet je bij het allernieuwste nieuw-links zijn. Laatst kwam ik op Quora de volgende vraag tegen: ‘Is het democratische idee van “elke stem telt” te ver doorgeslagen, als ook wappies, wetenschapontkenners, flat-earthers, extremistische dwazen, omgekochte nuttige idioten, etc. daardoor mede kunnen bepalen waar het heen gaat?’ Ook al is de vraag retorisch, ze krijgt van mij een antwoord. Nee, die idee is niet ‘te ver doorgeslagen’. Ook toen men het algemeen stemrecht invoerde, wist men al dat er idioten zouden zijn, zowel nuttige als nutteloze. Men dacht echter, niet geheel ten onrechte, dat die idioten hun stemmen netjes zouden verdelen over de verschillende politieke partijen, zodat er een evenwicht zou ontstaan. 

Democratie (3).
 En wat die andere categorieën van de Quora-vragensteller betreft, maak ik mij evenmin veel zorgen. Ik ken wappies die buiten hun obsessie verstandige mensen zijn aan wie ik in penibele omstandigheden mijn lot zou toevertrouwen. Wetenschapsontkenners hebben meestal geen probleem met de wetenschap maar met sommige wetenschappers. Flat-earthers zullen in geen enkel politiek programma iets terugvinden over de geometrische vorm van de aarde. Extremisten zijn per definitie een kleine minderheid, anders zouden het geen extremisten zijn. Omkopen van kiezers in de letterlijke zin is moeilijk als de kiesverichting geheim is: in het stemhokje doet iedereen wat hij wil. Omkopen van kiezers in de figuurlijke zin … ja, dat is het geheim van de welvaartstaat. Werknemers worden omgekocht met een index, gepensioneerden met een pensioen, werklozen met een uitkering, ambtenaren met barema’s, multinationals met fiscale voordelen, ondernemers en kunstenaars met subsidies, en zelfstandigen met de belofte dat de belastingen niet omhoog zullen gaan. Het systeem is min of meer in evenwicht. Min of meer.

Canon en persoonlijke smaak. 
De literaire en artistieke canon wordt in de eerste plaats bepaald door leraren en recensenten, en door museum-, theater- en concertgebouw-directeurs. We laten ons door hen manipuleren. Het is door hen dat we Charles Dickens en George Eliot lezen, dat we op Shakespeare en Molière afkomen, dat we naar Bach en Mozart luisteren, dat we naar Vermeer en Rembrandt turen. Maar die manipulatie heeft haar grenzen. Van Dickens, Shakespeare, Bach en Vermeer krijg ik niet gauw genoeg. Eliot, Molière, Mozart en Rembrandt echter willen tot mij niet spreken.

Heteronormatief.
 Ik heb het woord ‘heteronormatief’ voor het eerst gehoord op een ‘volksvergadering’ van studenten in 1978. Het heeft 44 jaar geduurd voor ik het weer tegenkwam, maar dan drie keer in één week tijd.

Spaans en Frans.
 Buitenlanders hebben soms de indruk dat Spanjaarden en Fransen snel spreken. Die indruk is niet helemaal juist. Er bestaan ook lijzig sprekende Spanjaarden en Fransen. Het probleem ligt ergens anders. In die talen worden namelijk alle lettergrepen (ook de beklemtoonde) even lang uitgesproken, zodat er geen rustpauzes zijn voor de luisteraar. Dat is dus het tegenovergestelde van het Italiaans. Ik volgde ooit een cursus over Neruda gegeven door een Italiaanse hispanist. De uitleg was heel gemakkelijk te volgen. Hij zei dingen als: Haaaay que fijaaaaros en la descripcioooon del cueeeerpo de la mujeeeer

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.

zondag 9 september 2018

S&V-infiltratie in N-VA

     N-VA heeft begrijpelijkerwijze nogal fel gereageerd op de S&V-rel. Stevige uitspraken van De Wever, Francken en Demir: ‘opkuisen’, ‘afgrijselijk’, ‘mensonterend’, ‘heel sterk veroordelen’, ‘gevaarlijk’. Hart, nieren en ondergoed worden geschouwd van al wie binnen de partij ooit in de verte iets met S&V te maken heeft gehad. Kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen worden van de lijst geschrapt. Er wordt een streep getrokken in het zand. ‘Een lidmaatschap van Jong-N-VA en N-VA is niet verenigbaar met het lidmaatschap van S&V,’ zegt Tomas Roggeman in Het Nieuwsblad. Mij doet dat denken aan het ‘Congres van de onverenigbaarheden’ van 1964, toen de Belgische Socialistische Partij zich zuiverde van ultra-linksen en federalisten.
     Door die felle reactie wordt het moeilijk om N-VA nog geloofwaardig in verband te brengen met S&V. Je kunt erop wijzen dat ze allebei Vlaams-nationalistisch zijn, maar de meeste Vlamingen vinden Vlaams-nationalisme een aanvaardbare politieke stroming, zoals liberalisme, socialisme, ecologisme en christen-democratie dat ook zijn. Wouter Beke en Alexander Decroo zien een verband tussen de ‘ruwe’ of ‘deshumaniserende’ uitspraken van N-VA’er Francken en het extremisme van S&V. Je zou haast geloven dat er binnenkort verkiezingen zijn. En het zijn dan altijd dezelfde twee of drie tweets die worden geciteerd: die over het  ‘opkuisen’ van het Sint-Maximiliaanpark’ en die over ‘Arabische jongeren en stenen …’ Over die eerste uitspraak heb ik al iets geschreven. Van die tweede heb ik pas onlangs begrepen dat ermee verwezen werd naar de Palestijnse Intifada-toestanden. Maar de tweet blijft een verregaande veralgemening, en daar moet je mee oppassen.
     Zulke redeneringen waarbij de ene zaak (een tweet van Francken) langs allerlei tussenstappen aanleiding geeft tot een andere zaak (het ontstaan van een extreem-rechtse organisatie) noemen we een hellend vlak. Meestal zit daar iets van waarheid in, maar dat iets stelt meestal niet zo heel veel voor. Anders moet je al snel alle socialisten verantwoordelijk stellen voor rode terreurdaden, alle katholieken voor de IRA-aanslagen van vroeger, en alle moslims voor de islamistische terreur van nu. Wie vurig pleit voor een betere behandeling van dieren is dan enigszins aansprakelijk als er morgen een bom ontploft in een farmaceutisch bedrijf waar dierenproeven plaatsvinden.
     Wie een hellend-vlakredenering aanwendt, speculeert over een reeks causale verbanden. Dat mag. Ik doe het voortdurend. Het komt er dan op aan een beetje kritisch te blijven voor je eigen speculaties. Je moet af en toe een stapje achteruitzetten en met de ogen half dichtgeknepen de eigen constructie eens opnieuw bekijken.
     Iemand die dat niet vaak doet is, geloof ik, Peter Mijlemans.
     In Het Nieuwsblad van vrijdag 7 september stelt Peter zich de volgende vraag: ‘Waarom is N-VA zo geliefd bij leden van Schild en Vrienden?’ Dat is een redelijke vraag, die hij zelf retorisch beantwoordt met een reeks andere vragen. ‘Is het louter het kiezen voor de grootste partij? Of de manier van communiceren van kopstukken? Of is het de polarisatie die de partij als strategie durft uit te spelen?’ En Peter besluit: ‘Het zijn vragen waarop enkel N-VA een echt antwoord kan geven.’
     Maar Peter toch. Hoe kan N-VA dat nu weten? En dan nog ‘enkel N-VA’? Het zijn enkel de mensen van  S&V die daar een ‘echt antwoord’ op kunnen geven. En de mogelijke antwoorden die Peter suggereert hebben ook al niet veel om het lijf. De grootste partij? Dat kan nooit de enige reden zijn. De manier van communiceren? Sinds de Pano-uitzending weten we dat S&V zelf een heel ándere ‘manier van communiceren’ hanteert. En wat dat ‘polariseren’ betreft, wat dat ook moge betekenen, het zal in elk geval iets anders zijn voor N-VA dan voor S&V.
     Mag ik vanuit mijn extreem-linkse verleden een ander antwoord voorstellen? Leden van S&V sluiten zich bij N-VA aan om die partij te infiltreren. Dat deden communisten ook met vakbonden en linkse partijen. Lenin heeft dat uitdrukkelijk opgedragen in zijn boekje ‘De linkse stroming’. Zo’n infiltratie lukt het beste als er een overlapping bestaat tussen het programma van de geïnfiltreerde en dat van de infiltrant. Die overlapping was er tussen communisme, socialisme en vakbond, en die overlapping is er ook tussen N-VA en S&V, namelijk het Vlaams-nationalisme en de idee dat de immigratie moet worden beperkt.
     Het doel van de infiltratie is dan tweeërlei: aan de ene kant  in die geïnfiltreerde partij leden werven voor de eigen organisatie, aan de andere kant het beleid van de geïnfiltreerde partij beïnvloeden of via die partij meer invloed te krijgen op de samenleving.

     De mensen van S&V konden met hun infiltratiepogingen twee richtingen uit: die van Vlaams belang of die van N-VA. Als ze vooral nieuwe leden wilden werven, was Vlaams Belang de beste kandidaat wegens grotere ideologische overlapping. Maar misschien is dat niet hun eerste doel. Ze wekken de indruk meer belang te hechten aan de ‘kwaliteit’ van hun ‘normies’, ‘rekruten’ en ‘strijders’, dan aan de kwantiteit. ’t Moeten vooral hárde kerels zijn, met stalen zenuwen en getrainde lichamen. Meer Verdinaso dan VNV, als ik mij als leek in die materie zo mag uitdrukken. Als het waar is wat men beweert, dat S&V-mensen de voorkeur geven aan N-VA boven Vlaams Belang, dan zou dat erop wijzen dat ze met hun infiltratie meer beïnvloeding dan rekrutering nastreven.
     Dat alles in de veronderstelling dat de infiltratie gebeurt door de leden van de harde kern, mensen die op de hoogte zijn van de red-pil-ideologie achter de schermen. Een gewone S&V hangaround die van de prins geen kwaad weet en nog nooit over die rode pillen heeft gehoord, kan zich op een N-VA-lijst verkiesbaar stellen omdat het programma van die partij hem wel wat lijkt. Maar ook die zal het mogen komen uitleggen, geloof ik.

zaterdag 1 september 2018

De mannenlingerie van Theo Francken

     Theo Francken is om zijn mannenlingerietweet aangevallen vanuit progressieve en conservatieve hoek. Progressieven verwijten hem zijn onbegrip of onverdraagzaamheid tegenover afwijkend gedrag; conservatieven  verwijten hem mee verantwoordelijk te zijn voor de liberale genderkeuzewet*. Laat mij Theo, voor de verandering eens aanvallen vanuit een middenpositie.
     Theo zegt dat hij met zijn tweet niet aan de holebigemeenschap dacht. Dat geloof ik, en wel hierom. Ik hoorde voor het eerst over die tweet van mijn verontwaardigde zoon. Ik probeerde hem uit te leggen dat Theo zich nu eenmaal stoort aan mannen met make-up, zoals ik mij stoor aan opzichtige tattoeages, achterstevoren gedragen baseballpetjes en laaghangende broeken. ‘Maar papa,’ zei Jan, ‘begrijp je dan niet dat homo’s zich hierdoor beledigd zullen voelen.’ Nee, dat had ik niet begrepen – Theo dus ook niet – omdat de homo’s die ik ken er heel gewoon uitzien. Maar Jan had natuurlijk gelijk. Een aantal homo’s voelt zich wel degelijk door zulke boodschappen geschoffeerd.
     Dat er met de tweet iets fout zat, heeft Theo ondertussen begrepen, want hij heeft hem eerst herhaaldelijk aangepast en daarna verwijderd. Maar wat was er precies fout? Dat Theo zo dénkt? Dat hij zoiets zégt? Of dat hij zoiets openbaar verkondigt terwijl hij een politieke functie bekleedt? Dat laatste wellicht, maar de eerste twee – denken en zeggen –, daar is ook iets mee. ‘Iedereen mag opinies hebben over alles,’ zegt De Wever. Dat is de zuiverste waarheid, maar sommige opinies zijn en blijven fout en afkeurenswaardig, of ze nu geuit worden of niet. Als ik in mijn diepste binnenste de Joden een minderwaardig volkje vind, maar ik verzwijg die opinie uit lafheid, dan ben ik niettemin heel erg fout.
     Daarmee heb ik niet willen zeggen dat Jodenhaat en afkeer voor verwijfd mannenondergoed zich in hetzelfde morele laagland bevinden. Ook wil ik de kwestie van het mannenondergoed niet als onbelangrijk terzijde schuiven, nu ik bij Bas Haring heb gelezen wat een gemiddelde man in zijn leven aan ondergoed (onderbroeken, hemden, sokken) uitgeeft, namelijk een half jaarloon.
     In de televisiereeks How I Met Your Mother wordt Ted Mosby door zijn vrienden vaak uitgelachen om zijn verwijfd gedrag. Hij citeert Dante in het Italiaans, heeft Bordeau laarsjes, en is urenlang in de weer met zijn haar. En hij draagt make-up. ‘It’s not make-up.’ zegt hij, ‘It’s a sunscreen with a subtle tint. It’s made for men.’ En dan lachen zijn vrienden nog harder. En ook als Marshall last heeft van zijn heup omdat hij vaak danspasjes maakt, wordt hij om zijn verwijfdheid uitgelachen. ‘So, tell me, do any of the other little girls in your class have dancer's hip?’ vraagt Robin. ‘I have more of a technical question,’ zegt Ted. ‘Is it easier to dance when you don’t have external genitalia?’  ‘Guys, come on,’ zegt ten slotte Lily. ‘Marshall didn’t get this injury from dancing. Clearly, the stirrups were set a little too wide during his last trip to the gynecologist.’ De meest uitgesproken criticaster van verwijfde mannen in de reeks is Robin Sherbatsky. ‘All New York guys are like ten percent girl,’ zegt ze misprijzend.
     Waarom stoor ik mij in deze kwestie niet aan Robin en wel aan Theo, terwijl ze ongeveer hetzelfde denken en zeggen? Gedeeltelijk natuurlijk omdat Robin in mijn ogen weinig fout kan doen. Maar er is nog iets anders. De manier waarop je je kleedt en opmaakt heeft, geloof ik, altijd wel iets met seksualiteit te maken. Korte rokken die veel laten zien, of lange rokken die niets laten zien, het maakt niet veel verschil uit. De man die een baard laat staan, draagt een geslachtskenmerk in zijn gezicht, en de man die zich scheert, heeft een geslachtskenmerk verwijderd. Je vraagt je af wat het ergste is.
     Het gemakkelijkste is dan te doen wat iedereen doet. Nu dringt onze samenleving niet aan op een al te grote uniformiteit. Je kunt als man vandaag met lang haar rondlopen, of je kaalscheren als een oosterse eunuch, en niemand die het merkt. Ik kan als man met een boodschappentas in de hand over straat lopen en niemand zal me nakijken. Als mijn grootvader door mijn grootmoeder om boodschappen werd gestuurd, hield hij die tas onder de arm. Tas in de hand was verwijfd. Maar vandaag bestaan daar allemaal geen normen meer voor.

     Toch bestaat er ook nu nog altijd een zekere mate van normaliteit. Voor de man van vandaag is dat lange broek, open hemd en bloothoofs. Draag je in plaats daarvan een hoed, een das of een baljurk, zoals Iggy Pop op die beroemde foto, dan ben je in minder of meerdere mate een exhibitionist. Nu behoort het tot de goede toon om, als je op straat zo’n exhibitionist met hoed, das of baljurk tegenkomt, daar niet met de vinger naar te wijzen. Als je daar luidkeels opmerkingen over maakt, of erover tweet, ben je zelf een beetje een exibitionist. De ene exhibitionist zegt: kijk naar mij, ik doe iets geks. En de andere zegt: kijk naar mij, ik doe gewoon.

* Typisch progressieve reacties vinden wij bij Peter Decuypere en, binnen de N-VA zelf, bij Zuhal Demir. Een conservatieve reactie kwam er van Fernand Keuleneer die voorzichtig bij CD&V schijnt aan te leunen. In De Standaard van vandaag schrijft hij althans: “De partij die het meest in aanmerking komt om conservatieven te herbergen, is niet de N-VA, maar CD&V”.

dinsdag 21 augustus 2018

Handjes kappen

     Voor één keer wil ik verontwaardigd zijn, al kost het me, bij gebrek aan oefening, wat moeite. Bij die racistische vulgariteiten op Pukkelpop lijkt enige verontwaardiging mij op haar plaats, al blijft het uitkijken want het is, geloof ik, ook allemaal met verontwaardiging begonnen. Een of meer opgeschoten jongens waren, nu ja, verontwaardigd, dat twee zwarte meisjes en een jongen zich op een nogal hardhandige manier tot bij het podium probeerden te wurmen. Zelfs als het waar is van dat wurmen – en in zulke gevallen bestaan meestal twee versies; Het Laatste Nieuws geeft ze  alletwee –, dus, zelfs als dat waar is, moet je in zo’n geval niet beginnen te schreeuwen, en al zeker geen racistische vernederingen*.
     ‘Handjes kappen / de Congo is van ons’ is, naast vulgair, krenkend en provocatief, ook een goed in het gehoor liggend gedicht. Het tweede vers heeft alles: ritme, branie, kolder. Dat verzin je niet in een zatte bui op een festival. Waar komt zoiets vandaan? De jongerenorganisatie Schild en Vriend schrijft dat het om een studentenlied gaat dat ‘op bijna elk feestje wordt gezongen’. Is dat zo? Er waren in elk geval heel wat mensen die er tot gisteren nog nooit van hadden gehoord. Jan zegt dat het iets uit de jeugdbeweging is. Dat weet hij van vrienden.**
      De jeugdbeweging – dat kan. Er zullen zeker hier en daar wel afdelingen bestaan met een traditie van platte, vulgaire en ook racistische liedjes. Ze worden op gezellige avonden gezongen, en wie daar niet bij is, heeft er geen last van. Het is een goedkope manier om heel erg stout en onvolwassen te zijn, zonder dat je iets breekt en zonder dat het iets kost. Maar het gevaar bestaat altijd dat de in besloten kring ingeoefende vulgariteiten ooit wel eens op een festival of op een voetbalwedstrijd opduiken.
     Wat kunnen we daaraan doen? Columnist Dijkshoorn stelt voor om de ‘onnozelen van Pukkelpop’ naar Congo te sturen, waar ze hun territoriale eisen aan de plaatselijke bevolking mogen verduidelijken. Dat lijkt mij een zware straf. Staatsscretaris Demir benadert de zaken eerder opvoedkundig: ‘Die jongens moeten een keer het Afrikamuseum bezoeken. Daar gaan ze zien wat zich tijdens ons koloniale verleden heeft afgespeeld. Daar zijn gruweldaden verricht.’
     Dat voorstel van Demir is wat zonderling. Het is juist omdát die zatte jongens weet hadden van de koloniale gruweldaden, dat ze zongen van ‘Handjes kappen’, want dat handjes-kappen wás één van die gruweldaden. In een column op vrtnws vertelt Tracy Bilbo-Tansia het volgende. In het vijfde middelbaar kreeg ze van de lerares Geschiedenis een ‘heldere uitleg’ over de ‘wandaden van Leopold II’. Er werd een stuk getoond uit de film White King, Red Rubber, Black Death, waarin heel wat verminkte ledematen te zien zijn. En het gevolg was dat tijdens de middagpauze een klasgenoot er flauwe grapjes over maakte. Als ze zich niet gedeisd hield, zei hij, zou hij háár hand wel eens afhakken … Zo’n verhaal verwondert mij niet. Het is nogal naïef om te denken dat historische kennis leidt naar morele vervolmaking. Het kan evengoed omgekeerd.
     Maar wát Demir en Dijkshoorn precies zeggen is voor één keer niet zo belangrijk. Wat telt is dat zulke vooraanstaande mensen hun afkeuring uitspreken. Daarmee wordt, zoals men dat noemt, een ‘signaal’ gegeven. Ik geloof meestal niet zo in signalen, maar misschien kan het voor één keer wel een en ander ten goede keren. Bij die jeugdbewegers bedekt de ruwe bolster van onvolwassen stoutigheid immers meestal een blanke pit van godvrezende en gezagsvriendelijke braafheid.
     Het zou zó kunnen gaan. De nationale leiders van Chiro of Scouts lezen in de krant wat Dijkshoorn en Demir hebben gezegd. Ze denken: we moeten iets doen. Er wordt een algemene bevraging rondgestuurd over de gebruikte liederenschat. Er wordt een dialoog aangegaan met de plaatselijke leiders. En die leiders op hun beurt beslissen om op de volgende gezellige avond, de vulgariteit meer in het seksuele dan in het raciale te zoeken.
     Dat kan een stap vooruit zijn.


 
* Ik zie hier en daar op Facebook een aantal erg onsympathieke tweets opduiken van een van de zwarte meisjes. Ook die zijn geen excuus voor racistisch gebral.

** En waar heeft de jeugdbeweging het vandaan? Jan dacht het iets heel oud moest zijn, misschien wel honderd jaar oud. Daar twijfelde ik aan. Het leek mij meer iets van na de onafhankelijkheid, als een soort balorig Belgisch protest ertegen. Maar toen stootte ik op onderstaande illustratie die mij weer doet twijfelen. Ondertussen kan ik niet uitmaken of die oorspronkelijke tekst nu een cynische verheerlijking ván of een scherpe aanklacht tégen het kolonialisme is. Of geen van de twee, zoals dat Elsschotgedicht dat begint met: ‘In Congo vindt men kokosnoten / en negers op hun blote poten.’

zaterdag 7 juli 2018

Monica De Coninck over het getwitter van Theo Francken

     Op vrt.be zag ik een ruzie in de Kamer tussen SP.A-parlementslid Monica De Coninck en staatssecretaris Zuhal Demir van N-VA. Het ging geloof ik over de jonge moslima die van de week in de buurt van Charleroi was aangevallen en op de grond was gegooid, waarbij haar hoofddoek was afgerukt en in haar armen, borst en buik was gekerfd met een scherp voorwerp. De Coninck bracht in een parlementaire vraag die aanval in verband met de tweets van Theo Francken (‘een aantal mensen in uw fractie’). Daarop werd Demir boos en onderbrak ze het betoog van De Coninck. Dat mag Demir niet doen. Ook al is ze boos, ze moet een vragensteller laten uitspreken. De Coninck protesteerde dan ook terecht tegen die onderbreking en deed dat met enig theatraal talent. ‘We staan hier niet op de markt, ja?’ zei ze, en ze maakte daarbij een triomfantelijk gebaar als een – ja als wat eigenlijk? Als een marktverkoopster die de voordelen van een bepaald soort kookpan demonstreert?
     De Coninck gaf verder in één zin drie verklaringen voor de tweets van Francken: ‘als het potje overkookt’, ‘sommige partijen worden er rijk van’ en ‘uiteindelijk is het windowdressing’. Die verklaringen sluiten aan bij wat je je ook ergens anders kunt lezen: Francken gebruikt harde emotionele tweets om zich populair te maken, om kiezers af te houden van Vlaams belang, om te verbergen dat hij in zijn beleid braaf de Europese en juridische regels volgt, en ten slotte, om een draagvlak te creëren voor een migratiebeleid dat restrictiever is dan wat hij nu uitvoert.
     Die verklaringen zijn allemaal juist, geloof ik, maar ik zie nog een andere. Een regeringspartij heeft enerzijds een algemeen programma, waarin ze stoutmoedig haar idealen op middellange termijn uiteenzet, en anderzijds heeft ze een beleid waarmee ze een klein deeltje van dat programma probeert te verwezenlijken, rekening houdend met allerlei compromissen en techniciteiten en andere bezwaren die tussen droom en daad komen te staan. Voor niet-politici is dat laatste maar een saaie boel.
     Ik herinner mij de tijd toen Lijst De Decker begon door te breken. Die partij had een nogal opwindend programma waarmee ze allerlei moderne vormen van onvrijheid terug wou dringen. Maar die partij had de naam ‘te radicaal’ te zijn. Ze zou nooit een inbreng hebben in het beleid. En De Decker was niet sociaal aanvaardbaar. Je wou hem niet in je salon. Hij was een ‘straatvechter’. Hij was een ‘brulboei’.
     De ‘brulboei’ begon daarom te sleutelen aan zijn imago en aan dat van zijn partij. Zijn nieuw verkozen vertegenwoordigers – sommige toch – werden specialisten in technische materies. Lode Vereeck werd een gezaghebbende stem in het Vlaams Parlement. Boudewijn Bouckaert werd voorzitter van de Commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen. Ik ging ‘s avonds wel eens kijken op de LDD-site en vond daar bewijzen van degelijk dossierwerk, goed uitgewerkte parlementaire vragen en opbouwende beleidsvoorstellen. Dat was allemaal best aardig, maar tegelijk ook weinig inspirerend voor een half-geïnteresseerde leek als ik. Het was allemaal te technisch en … te braaf.
     En nu kan je van de tweets van Francken veel zeggen – dat ze mijn stijl niet zijn, dat ze flirten met vulgariteit*, dat ze veralgemeningen bevatten, dat ze ondoordacht geformuleerd zijn, dat ze kwaadwillig geïnterpreteerd worden, dat ze géén ‘onmenselijke uitspraken’ bevatten zoals vaak wordt beweerd. Maar één ding is zeker: erg braaf zijn ze niet.



* Ik denk aan de door Francken geretweete foto van een zeker Brussels standbeeldje dat naar aanleiding van een zekere voetbalwedstrijd samen gemonteerd werd met een zekere op de grond liggende Braziliaanse speler. Dat zou ik nooit doen, zoals ik hier al schreef.

donderdag 11 mei 2017

Liesbeth van Impe over George Orwell

     Het is altijd een goed idee om een politiek stukje op te sieren met een literaire zinspeling. Het laat zien dat je niet van de straat komt. Ik doe het voortdurend. En vandaag doet Liesbeth Van Impe het in haar Nieuwsbladcommentaartje.
     Liesbeth begint stevig. Ze verwijst naar 1984 van George Orwell.  ‘In zijn ministerie van Liefde wordt gemarteld, in zijn ministerie van Vrede wordt de permanente oorlog in stand gehouden, zijn ministerie van Overvloed organiseert de schaarste en het ministerie van Waarheid houdt de leugen in stand.’ Ja, dat vat het goed samen. Maar hoe zal Liesbeth van die wrede paradoxen overgaan naar ons eigen politieke wereldje? Dat is wat we willen weten.
     ‘De Vlaamse regering is Big Brother niet, schrijft Liesbeth, maar ze begint wel Orwelliaanse trekjes te vertonen.’ En er volgen wat voorbeelden. De minister van Armoedebestrijding  krijgt weinig klaar tegen armoede, de minister van van Gelijke Kansen onderneemt weinig tegen discriminatie, de minister van Natuur maakt ruzie met Natuurpunt en de minister van Landbouw doet hetzelfde met de bioboeren. Het gaat om de ministers Liesbeth Homans, Zuhal Demir, Joke Schauvliege en nog eens Joke Schauvliege, want die laatste doet Natuur én Landbouw en maakt blijkbaar graag ruzie.
     Of dat allemaal zo is, weet ik niet. Misschien neemt Homans wel goede maatregelen om de armen te helpen, is Demir nog niet lang genoeg in functie om beoordeeld te worden, is Natuurpunt zelf met de ruzie begonnen en hebben sommige bioboeren erg lange tenen. Ik volg dat allemaal niet zo.
     Of dat allemaal zo is, weet ik dus niet, maar als het zo is, dan zijn de voorbeeldjes van hierboven toch niet van die aard dat ze mij meteen aan Orwell doen denken. Overigens zou ik niet élke paradox uit de politiek willen bannen. Ik zou niet klagen over een minister van Financiën die de belastingen vermindert, een minister van Ambtenarenzaken die het aantal ambtenaren terugdringt of een staatssecretaris van Migratie die de migratie beperkt. Mochten we, zoals vroeger, een minister van Oorlog hebben, dan had ik liever dat hij ijverde voor de vrede.

zondag 23 april 2017

Vriend Wouter in de Bakkerskrant

     Als ik op zondag verse broodjes haal bij de bakker, krijg ik er gratis een krant bij die De Zondag heet. Daar staat dan een interview in met Zuhal Demir of Bart De Wever, en de week erop lees ik in andere kranten commentaar op dat interview. Deze week was het de beurt aan Wouter De Vriendt (Groen).
     Wouter, lees ik, draagt een mooi pak, komt uit Oostende en zou graag burgemeester worden van die stad. Dat is mooi. Zoals mijn buurman zegt: je moet in het leven iets hebben om van te dromen. Als defensiespecialist is Wouter tegen de vervanging van onze gevechtsvliegtuigen. Dat doet mij denken aan de oude anarchistische slogan: Geen nieuwe bommen zolang de oude niet opgebruikt zijn! Maar misschien heeft Wouter gelijk en hebben wij inderdaad te veel van die dure vliegtuigen. Ik weet het niet.
     Onze vriend heeft ook een standpunt over de vluchtelingen in ons land. Hij wil er meer, ‘maar zonder te overdrijven’. Syrische vluchtelingen beter opvangen in eigen regio – Libanon, Jordanië, Turkije – vindt hij geen oplossing want “vandaag wordt al 95 procent van alle vluchtelingen in eigen regio opgevangen”. Dat vind ik een raar argument. Waarom is die 95 procent nu een reden om opvang in eigen regio te verwerpen? Je zou denken dat het omgekeerd is. Dat net omdat 95 procent van de vluchtelingen in miserabele kampen in eigen regio verblijft, we 95 procent van ons vluchtelingenbudget naar die kampen moeten sturen om ze wat minder miserabel te maken. Heb ik iets gemist?
     Aangezien het toch over vluchtelingen gaat, wil Wouter nog iets kwijt over Theo Francken. Francken wekt ten onrechte de indruk, zegt hij, dat ‘België overspoeld wordt door vluchtelingen’. Daar stelt onze groene jongen één cijfer tegenover: ‘Ons land heeft op twee jaar tijd 25 000 vluchtelingen erkend. Dat is 0,25 procent van de bevolking.’
     Is 25 000 veel? Dat soort vragen stelde Jan altijd toen hij nog heel klein was. Is duizend veel? Is tienduizend veel? Is honderdduizend veel? Ik antwoordde dan altijd: dat hangt ervan af. Misschien moet ik dat nu ook zeggen: dat hangt ervan af. Er zijn zoveel omstandigheden waar je rekening mee moet houden. Er is zoveel dat onzeker is. Eén ding is wel zeker: met zijn 25 000 heeft Wouter het kleinst mogelijke cijfer gekozen dat voorhanden was, namelijk: dat van het aantal asielzoekers dat nu al een erkenning heeft gekregen. Je kunt ook andere cijfers geven voor die twee jaar:
Of, in breder verband
     Al die cijfers hebben hun nadelen. Een kleine helft van de 65 000 asielaanvragers bijvoorbeeld zal niet worden goedgekeurd. Dan is Wouter streng: ‘Wie geen recht heeft op asiel moet terug.’ Maar ik geloof niet dat die aanvragers dat ook zo zien. Misschien hebben ze het interview met Wouter niet eens gelezen en blijven ze gewoon hier, zonder papieren.
     Wat ik mooi vind aan Wouter is zijn openheid. Je moet over andere partijen ook eens wat positiefs vertellen, zegt hij. Goed. Dan zal ik eens iets positiefs vertellen over Wouter.  Wouter vindt dat er teveel bullebakken in de politiek zitten. Hij bedoelt niet Kristof Calvo maar mensen als Zuhal Demir en Liesbeth Homans. Die moeten eruit. En hij ondersteunt zijn standpunt met een aardige vergelijking: ‘Wie in de klas te veel lawaai maakt, wordt eruit gezet.’
     Met dat laatste ben ik helemaal eens.

(Dit stukje verscheen ook op De Bron.)

zondag 26 februari 2017

Zuhal, Liesbeth en Unia

     Ik lees mijn krant – Het Nieuwsblad – van voor naar achter. Dat wil zeggen: ik bekijk eerst de voorpagina en blader dan door tot de voorlaatste pagina, want de allerlaatste, die met de weersvoorspelling, bekijk ik niet. Soms keer ik een paar bladzijden terug. Een kop is dan in mijn korte-termijngeheugen blijven hangen en plots wil ik toch weten waar het stuk over ging dat ik eerst oversloeg. Soms lees ik een stuk ook helemaal.
     Wat ik altijd lees is het commentaar op pagina twee. Wat Peter, Pieter en Liesbeth schrijven, brengt mij in een opgewekte stemming. Elk denkfoutje, elke kleine onredelijkheid, elk idée reçue à la mode zie ik als een kleine attentie van de krant. Voor mij werkt dat beter dan het dagelijkse mopje van de scheurkalender. Op voorwaarde natuurlijk dat het niet over onderwijs gaat, want dan is mijn gevoel voor humor erg beperkt.
    Neem nu Liesbeth haar stukje van gisteren. ’t Ging over onze nieuwe staatssecretaris Zuhal Demir. Liesbeth ging tewerk volgens haar beproefde methode van ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’. Enerzijds  was Zuhal ‘fris’, ‘talentvol’ en ‘beloftevol’, anderzijds moest ze gelijke-kansenorganisatie Unia niet te veel op de nek zitten. Want enerzijds leed Unia wel aan ‘de ziekte van het zwaaiende vingertje’, maar anderzijds hadden we de organisatie toch nodig ‘om er ons op te wijzen dat racisme en discriminatie de wereld nog altijd niet uit zijn’.
     Dat laatste geloof ik niet. We hebben Unia niet nodig om ons daar op te wijzen. En ook niet om er iets tegen te ondernemen. Neem nu het racisme op Facebook. Ik zag gisteren enkele commentaren verschijnen over Zuhal. Dat ‘een van hen’ nu ook al staatssecretaris geworden was, in plaats van een echte Vlaming. Dat daar een einde aan moest komen. Dat ‘ze’ anders alles zouden overnemen. Moet Zuhal nu bij Unia een klacht indienen tegen die kleinzielige Facebookmensen? Zou dat ergens goed voor zijn?
      Of neem die Mechelse politie-inspecteur die een foto verspreidde van een collega van Indische origine met de commentaar ‘En waarom zou ik je een hand moeten geven? Jou[w] kleur staat mij niet aan.’ Heeft men Unia nu echt nodig om die inspecteur te schorsen en liefst ook zo snel mogelijk te ontslaan?
      Maar ik wil niet zeuren over Unia, maar lachen om Liesbeth. Liesbeth schrijft: ‘Is Unia nu echt het eerste probleem dat de beloftevolle Zuhal Demir denkt te moeten aanpakken?’ Daar moest ik even over nadenken. Hoe wist Liesbeth dat Zuhal beslist had om Unia als eerste probleem aan te pakken? Had Zuhal onmiddellijk na haar eedaflegging een persconferentie belegd waarop ze haar prioriteiten bekend maakte?
     Onderaan het stuk van Liesbeth werd ik doorverwezen naar pagina’s 8-9 , waar een interview stond met Zuhal. Zou het kunnen dat ... Tegen mijn gewoonte in sloeg ik zes bladzijden over om dat interview eens te bekijken. En jawel hoor. Na allerlei algemene vragen over haar toekomstige integratiebeleid, rondt Lesaffer het interview af met ‘Deze week heeft uw partij de aanval ingezet op Unia. Gaat u daar iets aan doen?’ Zuhal geeft wat kritische bedenkingen over de organisatie. Waarop Lessafer aandringt: ‘Wat gaat u daar als staatssecretaris aan doen?’ En Zuhal antwoordt daarop iets van ‘overleggen’ en ‘doorlichten’ en ‘nergens op vooruitlopen’.
     Dus wist Liesbeth dat Zuhal van een aanval op Unia haar ‘eerste punt wilde maken’. Een glimlach krulde zich om mijn lippen.


(Dit stukje verscheen ook op Doorbraak.)