Posts tonen met het label Churchill. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Churchill. Alle posts tonen

vrijdag 5 maart 2021

Ongenadig portret


      Ik heb eerder al eens reclame gemaakt voor de televisiereeks The Crown (zie hier). Ik zal dat hier niet dunnetjes overdoen. De pastoor doet geen twee missen voor één geld. Trouwens, iedereen kent de reeks nu al met zijn ondertussen vier seizoenen.
     Het eerste seizoen vond ik het beste. De koningin was nog jong, de wereld lag voor haar open en aan haar voeten, en die schavuit van een Churchill kwam wekelijks op bezoek. Dat is altijd goed voor een monkellach. Als men in december 1952 een nationale ramp wil afkondigen omdat er een dodelijke vuile mist over London hangt, zegt hij geïrriteerd: ‘It’s weather. Weather! We get a great deal of it on this island.’  t Is humeur en humor in één.
     Churchill is wel al heel oud in de reeks, en is lichamelijk en geestelijk niet meer zo scherp. Dat komt, geloof ik, omdat hij nooit aan sport had gedaan. Voor zijn tachtigste verjaardag bestelden de Britse parlementsleden bij kunstschilder Graham Sutherland een portret van de grote staatsman, en dat portret  viel, zoals men dat noemt, ‘ongenadig’ uit. Churchill zag er eindeloos oud en moe uit, met een half ingeslapen geest. Je kunt moeilijk raden wat hij denkt, maar veel zal het niet geweest zijn. Misschien iets als: ‘Zie mij hier zitten op mijn wc-pot’. Het portret komt eerst in de kelder van de Churchills terecht, en wordt later verbrand. De hele geschiedenis wordt in de televisieserie uit de doeken gedaan.
     Wat niet in de reeks komt, is hoe die schilder, Sutherland, zijn carrière begonnen was, namelijk met landschappen en stillevens. Dan kreeg hij de kans om een portret te schilderen van de beroemde schrijver Somerset Maugham. Ook dat was een ‘ongenadig’ portret geweest. Maugham schrok even hard als later de Churchills, toen hij zichzelf zag in die kamerjas met die rode sjaal en die hooghartige, lege blik. Een vriend vond dat hij eruitzag als ‘a madam of a brothel in Shangai’. Maar de schrijver gaf toe dat hij ook in de werkelijkheid wel eens hooghartig voor zich uitkeek, zoals op het portret. Hij heeft het toen een poosje opgehangen in zijn villa aan de Middellandse Zee, tussen zijn Picasso’s, Gaugins en Toulouse-Lautrecs. Uiteindelijk kwam het toch in de kelder terecht, want, vond Maugham, het ‘paste beter in een museum dan in een huiskamer’. En hij hád geen museum.
     Sutherland had afgesproken met Maugham dat hij voor het schilderij 500 pond zou krijgen, maar kreeg uiteindelijk maar 300 pond omdat hij in contanten werd betaald, en, legde Maughams secretaris-minnaar uit, 300 pond zwart geld zonder belastingen was evenveel waard als 500 pond wit geld mét belastingen. Dat was waar, en die 300 pond werden ook het begin van een mooi fortuin: het portret van Maugham werd afgedrukt in Time Magazine, trok de aandacht, en bracht bestellingen binnen voor andere portretten, tot en met één van de Britse ex-premier.



donderdag 17 december 2020

De PVDA en de Grote Kameraad Stalin


      Het getuigt van een slecht karakter om aan PVDA-leden altijd maar vragen over Stalin te stellen. Die mensen hebben dat niet graag. Hun partij heeft vroeger hoog opgegeven van de Grote Kameraad, maar dat is ondertussen meer dan 10 jaar geleden. Vlaams Parlementslid Jos D’Haese werd dan ook humeurig, toen hem vorige week in een interview (hier) de ja/nee-vraag werd voorgelegd: ‘Was Stalin een massamoordenaar?’ Daar had hij kort op kunnen antwoorden: ‘Ja!’, of ‘Absoluut!’, of ‘Natuurlijk!’ en daarna had hij verder kunnen uitweiden over de superrijken en hun superwinsten.  Maar in plaats daarvan zuchtte Jos: ‘Ik ga de historische balans niet opmaken. Hoeveel keer moet ik dat herhalen? Er zijn zware fouten gemaakt in het verleden. Het model van Stalin is niet mijn model. Maar ik kijk naar de toekomst.’ Je leest dat antwoord best twee keer en beeld je daarna in dat een Vlaams Belang-parlementair een soortgelijke vraag over Hitler in dezelfde zin zou beantwoorden: geen historische balans opmaken, zware fouten, verleden, niet mijn model, naar de toekomst kijken.
     Als je PVDA-sympathisanten het vreemde antwoord* van Jos onder de neus wrijft, halen ze het collaboratieverleden van de Vlaamse beweging erbij, waar ook N-VA uit is voortgekomen. Dat is niet zo slim, want juist N-VA heeft dat collaboratieverleden erg ondubbelzinnig veroordeeld. De Wever deed dat bijvoorbeeld in 2015: ‘[De collaboratie] is een zwarte bladzijde in de geschiedenis die het Vlaams nationalisme onder ogen moet zien en die het nooit mag vergeten. In de geschiedenis van ieder individu is er zwart en wit, en vooral veel grijs. Maar het nazisme en de Shoah waren misdadig fout. Dat mag niemand ontkennen, dat behoeft zelfs geen enkele nuancering.’ (hier)
     Jos zou hetzelfde kunnen doen als De Wever. Dat hele stalinisme was vóór zijn tijd. Hij was amper twee jaar toen toenmalig PVDA-voorzitter Ludo Martens zijn boek over de Grote Kameraad uitbracht (hier). Waarom maakt hij het zichzelf dan zo moeilijk? Eén antwoord op die vraag zou kunnen zijn dat er in zijn partij nog veel oude Stalin-nostalgieken rondlopen die hij niet voor het hoofd wil stoten. Eigenlijk kun je iedereen die lid was van de PVDA vóór ongeveer 2006 of 2008** minstens een gewézen stalinist noemen. Een jaar of vijf geleden bekeek ik een lijst van leidende kaders op een PVDA-site, een vijftigtal mensen, en ik herkende minstens de helft ervan. Toen ik de partij verliet, midden de jaren 80 waren al die mensen niet alleen stalinisten, maar hevige stalinisten. Peter Mertens zelf schreef in 1997 nog Stalin-artikels (hier).
     Toch geloof ik niet in een wijdverbreide Stalin-nostalgie binnen de PVDA. Het stalinisme is er altijd wat kunstmatig, geïmporteerd, en opgelegd geweest. In de jaren 30, 40 en 50 van vorige eeuw kon een communist nog écht in Stalin geloven, maar na 1956 werd dat moeilijk omdat men het zelfs in Rusland niet meer deed. Het stalinisme kreeg een kunstmatig tweede leven toen er een machtsstrijd ontstond tussen de Chinese en Russische communistische partij. Omdat de Sovjets in die tijd afstand namen van Stalin, kwam het de Chinezen goed uit om van de weeromstuit de nagedachtenis van Grote Kameraad extra te gaan eren, en de Europese maoïsten namen dat over, ondanks alles wat toen al over de massamoorden geweten was***. Iemand als Ludo Martens kon met ijzeren wilskracht zijn volgelingen daarin meesleuren (zie ook hier), maar toen in 2008 ook op dat punt het roer werd omgegooid, zullen velen in zijn partij een zucht van verlichting hebben geslaakt, sommigen onmiddellijk, en sommigen na enige weken of maanden gewetensnood.
     De kwestie is deze. Het gaat niet om Stalin maar om het sovjetcommunisme in zijn geheel. Daar waren volgens mensen als Jos veel mooie dingen bij. Men had de oorlog met Duitsland beëindigd en de grond onder de boeren verdeeld. De fabrieken waren onteigend. Er kwam een planeconomie. In de landbouw verschoof de nadruk van een individualistische naar een collectieve aanpak. Van de wreedheden en moordpartijen die daarmee gepaard gingen zal Jos zeggen dat ze ‘zijn model’ niet zijn, maar die hervormingen zelf vindt hij, geloof ik, best mooi. Dat deden veel socialisten vroeger ook. De socialistische burgemeester van mijn geboortedorp (hier) had de Sovjet-Unie bezocht en had er veel moois gezien. Er waren daar veel ingenieurs, zei hij.
     Zelf vind ik dat allemaal niet zo mooi. De Russische vrede verplaatste vooral de Duitse troepen naar het westelijke front, de landbouwgrond werd eerst verdeeld en daarna weer afgenomen, de onteigening van de fabrieken heeft de economie meer kwaad dan goed gedaan, de planeconomie bleek geen alternatief op lange termijn, en die collectieve landbouw is alleen mooi op papier. Over al die zaken verschil ik van mening met Jos. En daarom is het voor mij zo veel gemakkelijker om de Grote Kameraad, die aan al die zaken heeft meegewerkt,  te veroordelen als de massamoordenaar die hij was.
     Ik begrijp dus Jos zijn probleem. Kijk, als men mij in een interview zou vragen om de misdaden van Churchill te veroordelen, zou ik dat ook niet prettig vinden. Veel van wat hij nastreefde vind ik bewonderenswaardig: individuele vrijheid, markt, democratie, maar wat moet ik doen als men mij een racistische uitspraak van hem onder de neus duwt? Of zijn verantwoordelijkheid voor de hongersnood in Bengalen? Of het bombardement van Dresden? Dan zou ik misschien ook iets mompelen over ‘fouten in het verleden’ en ‘historische balans’. 
     Maar Churchill is Stalin niet. Als Jos een beetje zijn best doet, moet hij dat inzien, en als hij nog een beetje beter zijn best doet moet hij het woord ‘massamoordenaar’ toch kunnen uitspreken, of minstens mompelen. Hij moet niet de hele communistische geschiedenis verwerpen, want dat interesseert de journalisten niet. Hij moet de Stalin-manie van zijn partij vóór 2008 niet bestempelen als een ‘zwarte bladzijde die nooit mag worden vergeten’. Als hij ze liever vergeet, vooruit dan maar. Jos kan ook zwijgen over Lenin, want diens misdaden zijn minder bekend en wat niet weet, niet deert. Hij mag verder bloemen leggen op het graf van elke Vlaamse, Franse, Duitse, Russische of Georgische stalinist die gestorven is in de strijd, of in zijn bed. Daar waren aardige mensen bij met oprechte idealen. Alleen even op de tanden bijten en Stalin een massamoordenaar noemen, dat is alles wat van hem gevraagd wordt. Hij kan ook ‘Fuck Stalin’ antwoorden, zoals Peter Mertens ooit ‘Fuck Noord-Korea’ zei (hier)****. Maar zo’n uitspraak blijft dubbelzinnig. ‘Fuck Stalin’ en ‘Fuck Noord-Korea’, dat kan van alles betekenen, maar vooral dit: ik ben die eeuwige vragen over Stalin en Noord-Korea meer dan beu. 
     Nee, ‘massamoordenaar’ is beter. Als Jos dat antwoord een paar keer geeft, is hij voor altijd van de vraag af.


 Het kan natuurlijk nog vreemder. In 2014 werd Mie Branders, de moeder van Jos, op Canvas, enkele vragen over stalinistisch verleden van haar partij voorgelegd. Het is een onderdeel van de partijgeschiedenis, geeft ze toe, maar het hoofdstuk is afgesloten. ‘Stalin had nooit mogen bestaan?’ vraagt Van Gils. ‘Dan zouden we nu niet zijn wie we zijn,’ antwoordt Mie. ‘We hebben daar lessen uit getrokken.’ Van Gils dringt aan: ‘Dus jullie hebben hem nodig gehad.’ Waarop Mie weer: ‘Euh … Misschien heeft de CD&V Jezus nodig gehad om de CD&V te worden.’ (Zie hier) 

** Op een vernieuwingscongres in 2008 heeft de PVDA voor een minder extreme politiek gekozen, waarbij verwijzingen naar Stalin geen plaats meer hadden. Paul Cordy heeft in 2006 nog Stalin-verwijzingen op de PVDA-site genoteerd die De Wever dan in een publieke verklaring verwerkte. Enkele dagen later waren de verwijzingen van de website gehaald. (Hier, eerste reactie, eerste antwoord).

*** Juist omdat Stalin algemeen verfoeid werd, kon hij gebruikt worden als toetssteen. De sympathie voor het Chinese communisme was begin de jaren 70 vrij algemeen verspreid; het was toen zaak om de modevolgers af te stoten en een kern van fanatici aan te trekken: de rots waar je een partij op kon bouwen.

 **** Over Noord-Korea is Jos kordater. Sympathisanten van Noord-Korea worden uit de partij gezet, zegt hij. Dat is een duidelijker breuk met het verleden. In 1997 reisde de voornoemde Mie Branders nog naar Noord-Korea om daar de kraamzorg te bestuderen en ze schreef er bij haar terugkeer – gelukkig is ze teruggekeerd – een lovend stuk over (hier).

zaterdag 30 april 2016

Val van het Romeinse Rijk

     De literaire verjaardagen blijven op ons afkomen. “This week marks the 279th anniversary of the birth of Edward Gibbon,” lees ik in een artikel van zekere Tobias Carroll. Dat was me ontsnapt.
      Die Edward Gibbon heeft me met zijn Decline and Fall of the Roman Empire jarenlang achtervolgd. Het begon al in het middelbaar. Onze geschiedenisboeken waren zo opgevat dat aan de rechterkant stukken leerstof afgedrukt stonden, en aan de linkerkant plaatjes en stukken uit oude documenten. Die stukken leerstof waren merkwaardig slecht geschreven.  Bij elke nieuwe zin, vergat je wat er in de vorige stond. Als je geen goeie leraar had die uitlegde wat ‘investituurstrijd’ en ‘assignaten’ betekenden, dan zou je het nooit weten – of je moest het in een écht boek opzoeken. De documenten aan de linkerkant stonden ook wel vol moeilijke woorden, zoals ‘okshoofd’ en ‘pestilentie’, maar dat waren leuke woorden en de teksten waren in hun geheel best leesbaar (1). Daar las ik voor het eerst een stukje Gibbon – iets over Germaanse huurlingen in het Romeinse leger.
     Vele jaren later kwam ik Gibbon opnieuw tegen in de erg beknopte geschiedenis van de Engelse literatuur van J.L. Borges (2). Van de hele achttiende eeuw vermeldt Borges alleen Dr. Johnson en Gibbon, en van die laatste zegt hij dat hij op een verrassende manier staatsie en ironie – ‘la ironía y la pompa’ –  met elkaar verbindt. Decline and Fall was volgens Borges het ‘monumento histórico más importante de la literatura inglesa’. Als ik tegen zo'n zinnetje aanloop, maak ik onvermijdelijk een snelle, denkbeeldige aantekening: ‘Ooit lezen!’
     Omdat ik graag in tweedehandsboekenwinkels rondsnuister, was het onvermijdelijk dat ik ook daar vroeg of laat Decline en Fall zou aantreffen. In een winkel in Canterbury vond ik een exemplaar in vijf delen, een eerste druk nog wel, geprijsd £ 17 000 'or any reasonable offer'. Ik heb geen ‘reasonable offer’ gedaan, want het boek bevatte geen plaatjes, lettertype en spatiëring stonden mij tegen, en het formaat was onhandig om in bed te lezen. Ik heb toen voor £ 25 een twintigdelig Verzameld Werk van Mark Twain gekocht en daar evengoed veel plezier aan beleefd.
     Decline and Fall heb ik rond dezelfde tijd ook in de boekenkast van een geleerde vriend gezien. Hij bezat alleen het eerste deel van een driedelige uitgave, maar het boek bevatte wél mooie plaatjes, en een uitnodigende inleiding die begon met: ‘So, you are going to read Gibbon at last’. Dat vond ik een mooie zin.
     Maar niet zo mooi als Gibbons eigen eerste zin: ‘In the second century of the christian era, the empire of Rome comprehended the fairest part of the earth and the most civilized portion of mankind.’ Met zulke volmaakt uitgelijnde zinnen loodst de auteur u door dertien eeuwen geschiedenis, want Gibbon geeft slechts op nadat ook Byzantium gevallen is.
     In die dertien eeuwen is de wereld ingrijpend veranderd. En in de vele uren die hij aan de lectuur ervan besteedt, is menig lezer evenzo veranderd. Christenen verloren hun geloof. Churchils politieke, militaire en literaire ambitie werd erdoor gevormd. De Amerikaanse econoom Thomas Sowell (hier) noemt twee boeken die hem diepgaand beïnvloed hebben. Het eerste was het Communistisch Manifest van Karl Marx en Friedrich Engels. Door dat boek werd hij een linkse jongen. Het tweede was Decline and Fall en had een omgekeerde uitwerking (hier). Het boek maakte hem voor altijd ‘wiser and sadder’. ‘Older’ was hij toen al.

_____________

(1) De geschiedenisboeken die Jan in het middelbaar gebruikt heeft, zijn nog altijd volgens hetzelfde recept gemaakt. Zelfs de merkwaardige onleesbaarheid van de leerstoftekst is zorgzuldig bewaard gebleven.


(2) Borges schreef zijn ‘Introducción a la literature inglesa’ in samenwerking met María Esther Vázquez.

woensdag 14 oktober 2015

Stalin in 'Game of Thrones'

     Wie niet bang is om zijn computer te vervuilen met virussen, overbodige taakbalken en flikkerende pop-ups, kan binnenkort de eerste episodes van Game of Thrones - Seizoen 5 illegaal gaan downloaden. Leuke reeks.
     Een van mijn favoriete personages is de zeerover Davos Seaworth, de rondborstige vazal van kroonpretendent Stannis. Bij het begin van het tweede seizoen maakt Davos er zich zorgen over
dat veel plaatselijke heersers zich keren tegen zijn vorst. De raadsvrouw van Stannis vindt dat geen probleem. “De God van het Licht staat achter onze koning,” zegt ze. Ik wist al wat Davos zou antwoorden: “En hoeveel schepen heeft de God van het Licht?”
     Natuurlijk! In de film Troy komt ook een oorlogsraad waar Hector zich ongerust maakt over de Griekse overmacht. “Apollo waakt over ons,” zegt een hogepriester, waarop Hector antwoordt: “En hoeveel bataljons heeft Apollo?”
     De woorden van Davos  en Hector gaan terug op een bon mot van
 de Russische leider Jozef Stalin dat ons is overgeleverd in de memoires van Churchill. Een Franse politicus probeerde in 1935 Stalin ertoe over te halen om zich verdraagzamer op te stellen jegens de Russische katholieken. Misschien kon men zo de paus in een coalitie tegen Nazi-Duitsland betrekken, dacht hij. “En hoeveel bataljons heeft de paus?” zou Stalin geantwoord hebben.
     Davos Seaworth, Hector en Stalin krijgen hier de mooie rol. Zíj zijn de praktische jongens die de godsdienstige dwepers en wereldvreemde diplomaten even op hun nummer zetten. Geen woorden, maar daden!  Er is echter ook een andere kant aan de zaak. Met Troje liep het inderdaad slecht af, en op een goede uitkomst voor Stannis durf ik slechts een heel bescheiden bedrag in te zetten. Maar met de Paus en Rusland is het anders gelopen. Toen het communisme in de jaren 80 aan zijn steile neergang begon, kwam dat in niet geringe mate doordat Johannes Paulus II zijn geestelijk gezag in de weegschaal gooide. Divisies, bataljons of schepen had hij ook toen niet.

  Oorspronkelijk geplaatst op 11 april 2015