Posts tonen met het label Zelenski. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zelenski. Alle posts tonen

donderdag 21 juli 2022

Oekraïne: de economische boycot.



1. Ik wacht geduldig op goede argumenten, maar ondertussen zie ik weinig voordeel in de economische boycot van Rusland. We zetten de Russische bevolking onder druk door haar levenstandaard te verlagen. Akkoord. Daardoor zou ze haar steun aan de oorlog kunnen opzeggen. Misschien. Maar op welke termijn? Die druk kan op korte termijn evengoed leiden tot vernieuwde haat tegen het Westen en toegenomen steun aan de oorlog. Je kunt niet weten in welke richting de balans zal doorslaan, en wanneer. Het is niet erg origineel wat ik hier zeg, maar het is wel waar.

2. We zetten trouwens ook de levenstandaard van onze eigen bevolking onder druk, en we weten niet goed wat dáár de gevolgen van zullen zijn. Misschien wordt onze bevolking boos op Poetin. Dat zou mooi zijn. Maar het is niet altijd makkelijk om boos te zijn op een intimiderende bullebak. Misschien wordt onze bevolking in plaats daarvan wel boos op Zelenski, die er minder gevaarlijk uitziet en toch koppig is. Misschien hoor je dan bij de kapper: Als die Zelenski maar wilde capituleren, zaten we nu niet in de kou. En onze kappersklanten hebben meer middelen dan de Russische om het beleid onder druk te zetten.

3. De hele boycotgeschiedenis is vooral een emotionele kwestie. Toen mijn vader als gedeporteerde tewerkgesteld was in een Duitse wapenfabriek, was hij razend toen hij zag dat de machines daar vanuit Chicago waren ingevoerd. Dat was weliswaar van voor de oorlog, maar ik begrijp toch die woede. Je kunt niet tegelijk oorlog voeren en handel drijven. Maar we zíjn niet in oorlog. Je kunt dus wél militaire steun geven aan Oekraïne – iets waar ik helemaal achter sta – en tegelijk allerlei betrekkingen onderhouden met Rusland.

4. Ik herhaal: wij zíjn niet in oorlog. Er is geen oorlogsverklaring geweest. Er is nog steeds handel, er zijn nog steeds diplomatieke betrekkingen, er is nog steeds toeristisch verkeer. Al die dingen kunnen blijkbaar principieel in verschillende compartimenten worden ondergebracht. Waarom moeten ze dan beperkt worden in omvang?

5. Natuurlijk was een zekere mate van economische boycot onvermijdelijk. Emoties en symboliek moeten hun plaats krijgen. Politici, en zeker ‘toppolitici’ moeten de indruk krijgen dat ze iets dóen. Het is ook begrijpelijk dat ze door de dramatische gebeurtenissen in een ‘Churchillian mood’ raakten. Ik heb het elders ‘folie des grandeurs’ genoemd.

6. Na de heroïsche modus moet echter bezinning komen in plaats van blind voort te galopperen op de ingeslagen weg. Maatregelen moeten worden geëvalueerd voor er nieuwe worden genomen. Maar dat is niet gebeurd. Ik geloof niet dat die Europese toppolitici dom zijn, maar koortsachtig vergaderen en snelle beslissingen nemen over dossiers die ze vroeger nooit bestudeerd hebben, zoiets leidt niet tot evenwichtige beslissingen.

7. Toen Poetin de boycot beantwoordde met eigen boycotmaatregelen, spraken de Europese politici van ‘economische oorlog’ en ‘chantage’. Ik heb niets tegen een beetje hypocrisie, maar je moet proberen je daarbij niet belachelijk te maken.

8.  Tot mijn verbijstering wordt de economische boycot van Rusland voorgesteld als een beleid voor de lange termijn. Biden wil sancties die ‘maximize the long-term impact on Russia’. De redenering is dat Rusland met een verzwakte economie ook militair zwakker zal staan en geen agressie meer zal kunnen plegen. Dat lijkt mij een dubieuze stelling. Rusland is economisch en militair al zwak genoeg. Hoe zwakker het wordt, hoe meer het alleen nog op zijn nucleair arsenaal kan terugvallen, en daar schuilt het grootste gevaar voor de wereldvrede. We moeten eigenlijk hopen op een economisch en militair sterker Rusland.

9.  Kortom: wat mij betreft, moeten onze handelsbetrekkingen met Rusland genormaliseerd worden op het ogenblik zelf dat de oorlog ten einde is. Zoiets is goed voor de Russische economie én onze economie. En het verhoogt, zonder garantie te bieden, de kansen op vrede. Bastiat wist het al in de 19de eeuw:  ‘Si les marchandises ne peuvent traverser les frontières, les armées le feront.

10. Ten slotte: om met mijn maître à penser te eindigen: Karel van het Reve heeft van alles gedaan om de Russische dissidenten te steunen en de sovjetmacht te ondermijnen. Maar hij was geen voorstander van boycotpolitiek. Hij was juist een groot voorstander van uitwisseling van studenten en ander vrij verkeer. Hoe meer Sovjetburgers het Westen bezochten, hoe meer tegengif ze kregen tegen de staatspropaganda. Die redenering is nog altijd van kracht. We zouden het de Russiche burgers nu makkelijker moeten maken om naar het Westen te reizen. Misschien zullen er onder die burgers enkele spionnen, saboteurs en provocateurs zijn. Maar die zijn er nu ook, vrees ik. Zoveel verschil zal het niet maken.

woensdag 20 juli 2022

Oekraïne - over moraliteit, en de rest


     Veel van wat ik meen te weten over het menselijke bestaan, heb ik gehaald uit de televsiereeks Yes Minister. Neem moraliteit en ethiek. Eerste minister Hacker en zijn kabinetschef Sir Humphrey discussiëren over dubieuze wapenleveringen. ‘We cannot close our eyes to something that is as morally wrong as this,’ zegt Hacker. Uit het antwoord van Sir Humphrey blijkt het voordeel van een klassieke opleiding aan Oxford, met bijhorend enkele degelijke cursussen filosofie. ‘Very well, Minister, if you insist on making me discuss moral issues, may I point out that something is either morally wrong or it isn’t. It can’t be slightly morally wrong.’
     Een wereld ging voor mij open. Ik had altijd gedacht dat het domein van moraal één grote grijze zone was, en Sir Humphrey – of all people – leerde mij nu dat het wel degelijk een kwestie was van zwart óf wit. Na lang nadenken begreep ik mijn fout. Onze keuzes, beslissingen, handelingen zijn complex. Als je ze opsplitst krijg je een reeks witte en zwarte vakjes, maar als je die vakjes samenlegt en vanop afstand bekijkt, krijg je een grijs beeld. Voor iets als de militaire inval in Irak, bestonden ongetwijfeld een aantal moreel goede, naast een aantal moreel slechte redenen. Maar daardoor is het niet een eenvoudig een ondubbelzinnig eindoordeel uit te spreken.
    Daar komt bij dat mensen verschillende opvattingen kunnen hebben over goed, kwaad, waarden en ethiek. Een gemakkelijke manier om ondanks die verschillende opvattingen met elkaar te kunnen praten bestaat erin tijdelijk een utilitaire zienswijze aan te nemen. Moreel goed is dan alles wat het grootste geluk van het grootste aantal mensen (en dieren) bevordert. 
     Een nadeel van die zienswijze is dat ze het domein van de moraal heel erg uitbreidt. Vroeger waren er lieden – misschien bestaan ze nog – die beweerden dat ‘álles politiek is’. Met het utilitarisme krijg je hetzelfde: alles wordt moraal. Alles wat we doen kan immers bijdragen tot, of afdoen aan, het geluk van de ene of de andere, en dat geluk moeten we dan gaan wegen, en de bevoordeelde en benadeelde partijen moeten we gaan tellen. En als álles moraal is, wordt ook het onderscheid van de oude Talleyrand – c’est pire qu’un crime, c’est une faute – zinloos want een fout is dan een misdaad.
    De laatste tijd is de Oekraïense oorlog van de voorpagina’s verdwenen, en het aantal opiniestukken erover is fel verminderd. In de pers geldt nu het adagium ‘Van het oostelijk front geen nieuws’. Maar als in de winter energieschaarste zal heersen, wij thuis onze aangename comfortwarmte moeten missen, en in de winkels weer alles duurder wordt, dan kan de oorlog en het debat erover weer actueel worden. Mocht dat gebeuren, dan zou ik, voor een zindelijk verloop ervan, ook binnen de utilitaire zienswijze een afbakening van een aantal domeinen voorstellen. Ik denk bijvoorbeeld aan 

  1. sentiment 
  2. humanitarisme 
  3. ideologie 
  4. krijgskansen 
  5. moraliteit en immoraliteit 
  6. geopolitiek 
  7. internationaal recht
     Ik heb in eerdere stukjes al iets over sentiment en het daarmee samenhangend humanitarisme geschreven. Er is niets mis met overwegingen in die sfeer, maar ze mogen geen al te groot gewicht krijgen. Ze wijzen misschien de juiste marsrichting voor de geschiedenis aan, maar wie te snel loopt kan lelijk vallen, zelfs al loopt hij in de juiste richting. 
     Als het over ideologie en systemen gaat, wordt het moeilijker. Liberale democratieën en autocratieën kunnen best lange tijd vreedzaam naast elkaar bestaan. Dat is in het verleden vaak het geval geweest.  Maar met de botsing tussen het Russisch panslavisme en het Oekraïens nationalisme is het anders gesteld. Daar is het buigen, barsten, of water in de wijn. Gezien de huidige krijgskansen, met een relatief militair evenwicht – dank zij de Westerse steun –, duim ik voor het laatste. 
     Een oorlog waarin géén immorele middelen gebruikt worden is niet goed denkbaar. De twee partijen – Russen en Oekraïeners – beschieten en bombarderen soldaten, burgers en kinderen van de overkant. Leugenachtige propaganda wordt aangewend om het moreel van de bevolking en de troepen te verhogen. Dat betekent niet dat de twee partijen zich éven schuldig maken aan die misdaden, maar voor een buitenstaander is het moeilijk om na te gaan wie de zwaarste inbreuken pleegt, en zelfs neutrale verslaggevers kunnen door propaganda worden beïnvloed.
     Je kunt daarnaast ook proberen de moraliteit van het Westen met die van Poetin te vergelijken. Sommigen vinden dat het Westen een laffe proxy war voert, waarbij de Oekraïners het vuile werk doen, terwijl de kranige Russen tenminste boots on the ground hebben. Daar zit iets in. Ik aanvaard het verwijt van lafheid. Ik ben als burger van het Westen niet zo laf dat ik élk risico van een open conflict met Rusland wil vermijden, maar ben wel laf genoeg om een gróót risico op zo’n conflict te willen vermijden, zeker gezien de mogelijkheid van een nucleaire escalatie. Aan de andere kant suggereert de uitdrukking proxy war dat Zelenski wordt opgestookt door het Westen om oorlog te voeren. Dat is zeker hoe de Russen het zien. De meeste mensen die ik ken daarentegen hebben vooral de indruk dat het omgekeerd is en dat het Westen door Zelenski wordt opgestookt om meer en meer steun te geven.
     Een andere manier om de moraliteit van het Westen ongunstig te belichten is te wijzen op de schandelijke ‘gebiedsuitbreiding’ van de NATO naar het oosten. Waarom, vraagt men zich dan af, mag Poetin zijn invloedssfeer niet uitbreiden in Oekraïne, als het Westen dat in heel Oost-Europa gedaan heeft? Het antwoord op die vraag, is voor mij heel eenvoudig. Ik heb er geen enkel probleem mee dat gelijk welk land zijn ‘invloedssfeer’ probeert ‘uit te breiden’. Dat is een respectabele doelstelling. Maar de moraliteit gaat over de middelen die daartoe worden gebruikt. Breidt men zijn ‘invloedssfeer’ of ‘bufferzone’ uit door handelsbetrekkingen, beloften en wederzijdse akkoorden, zoals het Westen gedaan heeft, dan is dat in orde. Valt men een ander land binnen om een vazalregering te installeren of om een stuk van dat land te veroveren, dan is dat een heel andere zaak.
     Met die invloedszones zijn we bij de geopolitiek beland. Daar heb ik als leek weinig over te melden. Ik kan alleen hopen dat staatslieden zich hier opstellen als schoonheidskoninginnen die de wereldvrede als doel nastreven. Hoe ze dat moeten doen, dat weet ik niet, al zijn er een paar vuistregels. Zorg dat je voldoende sterk bent om je eigen veiligheid te garanderen. Ga bondgenootschappen aan. Laat je door je vijanden noch provoceren noch intimideren. Probeer enkele decennia vooruit te kijken. Allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. 
    Ten slotte nog iets over het internationaal recht, zoals het vastgelegd is in verdragen en zoals het zou móeten zijn. Hier is één regel die boven alle andere uitsteekt: je mag een soeverein land niet aan- of binnenvallen. Zelfs niet als dat land vroeger van jou was. Zelfs niet als in dat land straten genoemd worden naar je historische vijanden. Zelfs niet als de regering van dat land andere bondgenootschappen aangaat dan degene die jij wenselijk acht. Zelfs niet als je de taalpolitiek in dat land discriminerend vindt. En ten slotte: zelfs niet als andere landen in het verleden ook zoiets gedaan hebben. 
     Wat poetinisten tegen dát argument kunnen inbrengen, is mij een raadsel. 

 

* Je kunt in het beste geval de pre-emptive strike uitzondering inroepen, maar dan moet je een beetje geloofwaardig blijven. 

zondag 17 juli 2022

Oekraïne - ethiek en sentiment. Vijf bedenkingen


1.    Onder de talrijke slachtoffers van een oorlog zijn er altijd die een grotere sentimentele waarde krijgen. Voor mijzelf hebben ze vooral feitelijke waarde. De bloedbaden van Kafr Quasim (1956) en My Lai (1968) bewijzen twee dingen die ik al wist: ‘war is hell’, en de Israëli’s en Amerikanen zijn, net als andere mensen, tot de ergste wreedheden in staat. Zij maken mij echter niet noodzakelijk een tegenstander van Israël en Amerika, of een voorstander van de Palestijnen en de Vietnamese communisten. 

2.   Hetzelfde geldt voor het bloedbad van Odessa (2014), met tientallen pro-Russische activisten die levend verbrand raakten, en dat van Boetsja (2022), waar honderden Oekraïense lijken werden gevonden. Mijn houding tegenover Moskou en Kiëv zal van meer zaken afhangen*. 

3.   Algemener. De symboolwaarde van bepaalde misdaden verhoogt zeker mijn morele verontwaardiging. Maar die geeft mij niet het recht om al de rest te vergeten: de duizenden andere slachtoffers, de verschillende verantwoordelijkheden, enzovoort. Die iconische misdaden zijn ook onvoldoende om neutraliteit in een conflict tot de enige mogelijke keuze te decreteren.

4.   Mensenrechtenorganisaties zijn wél aan zichzelf verplicht om neutraal te blijven. Amnesty International pleit ervoor om zowel de misdaden begaan door de Oekraïense als door de Russische en separatistische troepen en milities te onderzoeken. Amnesty heeft al verschillende keren onderzocht hoe de twee partijen de eigen misdaden proberen te verbergen maar ook die van de andere partij te overdrijven. De organisatie geeft het voorbeeld van Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken. Als in 2014 bij Komunar in de Donetsk een graf wordt gevonden met vier gedode burgers, maakt hij daar een massagraf met vierhonderd lijken van (zie hier).

5.   De westerse pers doet zeker mee aan eenzijdige sentimentele verontwaardiging, al doet ze in haar berichtgeving vaak ook een poging om kort de Russische versie weer te geven. De Russen, als direct betrokken partij, gaan in hun sentimentele eenzijdigheid veel verder.  Al vele jaren zie je in Moskou langs de straten en in de winkels foto’s van in de Donbas omgekomen kinderen - alsof de separatisten in dat gebied géén kinderen doden. Het is dat soort foto’s dat er mee voor gezorgd heeft dat de Russische man in de straat de oorlog steunt. De ethiek van de man in de straat is overal sentimenteel, maar in het land van Dostojevski nog meer dan ergens anders geloof ik.

 

* Zie mijn stukje hier. 

donderdag 14 juli 2022

De oorlog in Oekraïne: een morele kwestie?



      Inzake Oekraïne zijn er in ons land drie soorten mensen. Je hebt een kleine groep bewonderaars van Poetin, een aanzienlijker groep die in gedachten – af en toe – meeleeft met de Oekraïense strijders, en een eveneens aanzienlijke groep die zich min of meer neutraal opstelt. Alhoewel ik zelf tot de tweede groep behoor, de Oekraïne-sympathisanten, volg ik met belangstelling de argumenten van de neutralen. Eén argument vooral houdt mij bezig: dat je de oorlog in Oekraïne niet als een morele kwestie moet bekijken. 
     Dat lijkt op het eerste gezicht een rare stelling. Hoe moeten gewone burgers die oorlog dan wel bekijken? Militair-tactisch? Geostrategisch?  Als een straf van God? Maar wij zijn generaal noch diplomaat noch theoloog. Nee, de morele afweging lijkt mij voor de meesten onder ons de meest natuurlijke. ’t Is in elk geval zo voor mij.

     Ik zie ook wel het nadeel van de morele zienswijze. Onze morele regels, zoals de Tien Geboden, zijn gemaakt voor individuele mensen, niet voor staten. Staten zijn niet precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken, waarover je in een fabeltjeskrant kunt lezen. In staten wonen krantenlezers, consumenten, kiezers, vakbondsafgevaardigden, verkozenen des volks, staatshoofden, kleinhandelaars, grootindustriëlen, militairen, diplomaten, en allemaal nemen ze kleine en grote beslissingen die hun weerslag hebben op de betrekkingen tussen staten, en op oorlog en vrede.
    Ondertussen probeer ik nog altijd te achterhalen wat lieden wezenlijk bedoelen met de stelling dat een morele zienswijze op de oorlog in Oekraïne - en op elke oorlog? - moet worden vermeden. Mijn reflex is dan om dan zo’n massieve stelling op te splitsen. ‘Distinguo’ is het begin van de wijsheid, zei een van onze leraren, en hij schreef het woord op het bord. Laat mij dat eens proberen. De oorlog in Oekraïne ‘niet als een morele kwestie bekijken’ kan dan volgende betekenissen krijgen

  1. pragmatische vrede komt altijd vóór morele gerechtigheid; als iedereen dood op het slagveld ligt, is het met de morele gerechtigheid voorgoed afgelopen
  2. er is in Oekraïne helemaal geen strijd aan de gang tussen ‘goeden’ en ‘slechten’
  3. de strijd wordt er net aangedreven door morele idealen – panslavische solidariteit, Oekraïens nationalisme – die nooit op het morele niveau verzoend, maar enkel op een ander niveau overstegen kunnen worden
  4. moraal in de politiek leidt onvermijdelijk tot fanatisme en in de internationale politiek tot oorlog
  5. er bestaat voor staten slechts één spelregel, en dat is een pragmatische, namelijk dat ze zich nooit inmengen in aangelegenheden van andere staten; alle andere overwegingen, bijvoorbeeld van humanitaire aard, moeten daarvoor wijken 
  6. minder ambitieus: er bestaat voor staten maar één spelregel, namelijk dat ze een andere staat niet als eerste mogen aanvallen 
  7. nog minder ambitieus : er bestaat voor staten géén enkele spelregel – ook niet die van non-agressie –  omdat een staat nooit de garantie heeft dat een andere staat zich aan die spelregel zal houden; daarom moet de mogelijkheid van een pre-emptive strike altijd open worden gehouden
  8. een staat moet zonder morele scrupules alleen aan zijn eigen veiligheid en welvaart denken** 
  9.  internationale politiek mag nooit een kwestie zijn van ‘signalen’, goede bedoelingen, symbolische gestes, nobele sentimenten en hoogdravende retoriek, maar altijd van praktische resultaten*** 
  10. sterker: internationale politiek die drijft op goede bedoelingen etc. heeft in de werkelijkheid altijd averechtse gevolgen
  11. omgekeerd: goede bedoelingen in de politiek zijn niets anders dan hypocrisie, mooie principes die men bovenhaalt als ze goed uitkomen en die men in alle andere gevallen vergeet
  12. eigen staat eerst; altruïsme dat binnen een goed geordende staat geldt als deugd, is daarentegen een misdadige naïviteit in de internationale betrekkingen; daar geldt, ondanks Volkenbond of Verenigde Naties slechts één wet van kracht is: die van de sterkste.

     Ik ben het eigenlijk met al die stellingen eens, behalve met de woorden ‘iedereen’, ‘voorgoed’, helemaalonvermijdelijk, ‘enkel’, ‘alleen’, ‘alle,’ ‘slechts één’, ‘géén enkele’, niets anders dan en verschillende keren ‘nooit’ en ‘altijd’. Dat zijn woorden waar ik zuinig op ben. In de tweede stelling zou ik graag een woord toevoegen voor ik ze onderschrijf: er is in Oekraïne geen strijd aan de gang tussen absoluut ‘goeden’ en absoluut ‘slechten’. 

    Wat er ook van zij: geen van de negen stellingen kan, na nuancering, mijn positie van sympathie voor de Oekraïeners ondermijnen. Stelling 5 (non-agressie) vormt zelfs een stevig fundament voor die sympathie, te meer daar de nuance daarop aangebracht door stelling 6 (pre-emptive strike) niet van toepassing is. De bewering dat Rusland een pre-emptive strike uitvoerde omdat het land een aanval vanuit Oekraïne moest vrezen, mist elke plausibiliteit. 
     Alleen met stelling 7 (eigenbelang) in samenhang met stelling 1 (vrede), kom ik in moeilijkheden. Het behoud van de Europese vrede is zonder twijfel het hoogste eigenbelang dat wij ons kunnen voorstellen. De financiële en militaire steun die het Westen aan Oekraïne geeft, brengt risico’s voor onszelf mee. Een ‘irrationele’ respons van Poetin blijft altijd mogelijk. 
     Aan de andere kant houdt het ook risico’s in als Oekraïne aan Rusland wordt overgeleverd en met huid en haar wordt opgepeuzeld. Ik ben er vrij zeker van dat Poetin nooit de ambitie heeft gehad om West-Europa aan te vallen. Maar ik mis die zekerheid als het om Noord- en Oost-Europese landen gaat die vroeger tot de Russische invloedssfeer behoorden, en die nu onze formele bondgenoten zijn. Een militaire aanval op die bondgenoten was niet uitgesloten als de Russen moeiteloos Oekraïne als vazalstaat hadden geannexeerd. Gokkers worden overmoedig bij winst. 
     In geval van zon aanval op een formele bondgenoot was een directe oorlog, ook met nucleaire wapens, het enige mogelijke antwoord van het Westen geweest. Voor ons eigenbelang heb ik liever de – voor ons althans – indirecte oorlog, zoals die nu aan de gang is. Laten we voor onszelf hopen dat die niet te lang meer duurt. En voor de Oekraïeners al zeker, want ons eigenbelang is niet de enige maatstaf.

 

* Bijvoorbeeld omdat de twee partijen boter op hun hoofd hebben

** Dat nastreven van eigenbelang kan best tegelijk het eigenbelang van andere staten ten goede komen. Dat is het principe van de internationale handel.

*** Het heeft mij wat tijd gekost voor ik begreep dat veel tegenstanders van moraliseren in de politiek niet de ethiek als dusdanig bedoelen, als wel de sentimentele, retorische variant ervan die rationele afweging verwerpt.

woensdag 23 maart 2022

Medialeugens over Oekraïne



    Ik ben, zoals ik in mijn stukje van gisteren toegaf, geen dossiervreter als het op buitenlandse politiek aankomt. Ik geef mijn mening dus graag voor een betere. Maar is mijn veronderstelling fout dat de leugens vandaag vooral in de Russische media komen? Heeft men daar niet maandenlang geschreven dat de militaire maneuvers aan de grens met Oekraïne geen voorbereiding waren op een inval? En nu die inval er toch gekomen is, is er weer iets anders. De inval mag nu geen inval of oorlog worden genoemd. Er is, als je de Russische media leest, geen oorlog aan de gang, en die oorlog die niet aan de gang verloopt naar wens. Als een burgerdoelwit wordt gebombardeerd, is het altijd een gecamoufleerd militair doelwit. Als er vluchtelingen onder vuur worden genomen, dan zijn het altijd de Oekraïense troepen die op hun eigen burgers hebben geschoten.  Ik geloof daar allemaal niet veel van, vooral niet omdat het in Rusland nu bij wet verboden is om die berichtgeving tegen te spreken. 

     Nu geloof ik evenmin  alles wat Zelenski zegt. Hij herhaalde een paar keer dat er al 14.000 Russische soldaten gedood zijn. Als ik zoiets hoor, deel ik dat getal in gedachten onmiddellijk door twee. Maar in onze media wordt de Zelenski-versie ook altijd met een zeker voorbehoud gegeven. Dat betekent overigens niet dat onze media over Oekraïne helemaal neutraal zijn. In het Het Nieuwsblad van gisteren las ik over het ‘heldhaftige’ verzet van de Oekraïners. Een journalist schrijft, vind ik, beter over ‘hardnekkig verzet. Maar heel erg vind ik die woordkeuze ook niet, want eigenlijk zijn die Oekraïners wel echt heldhaftig.

     Wie in onze Oekraïne-verslaggeving - hardnekkig of heldhaftig - zoekt naar een bron van ergernis, zal die vroeg of laat wel vinden. De eerste dagen na de inval, hoorde ik op het vtm-nieuws Carolien van Nunen vanuit Moskou enthousiast vertellen dat alle Russen die ze kende zich tegen Poetin hadden gekeerd. Ik dacht toen bij mijzelf dat Carolien alleen een bepaald soort Russen kende, zoals Pauline Kael alleen een bepaald soort Amerikanen kende*. Maar ondertussen weten we dat heel veel Russen Poetin wel steunen – hopelijk alleen voorlopig – en die steun wordt door onze media niet verzwegen. 

     Waar ik verder last van heb, is het emotionele timbre van de verslaggevers ter plaatse. Dat heeft altijd al op mijn zenuwen gewerkt, gelijk welke ramp die mensen verslaan, en nu, met die bombardementen is het niet anders. Enfin, ik moet daarmee leren leven. Anderzijds, als die verslaggevers voor de camera’s verklaren dat er die nacht drie bombardementen zijn geweest, neem ik aan dat ze niet liegen, en als ze de dodentol ‘vreselijk’ vinden, wie kan ze ongelijk geven?

    Hier en daar lees ik het bezwaar dat onze berichtgeving ‘eenzijdig’ is. Ik lees het vooral bij mensen die vinden dat de toespraak van Verhofstadt op het Maidanplein in 2014 het grootste onrecht is dat het Oekraïense volk ooit is aangedaan. Dat zegt iets over hun zin voor proporties. Maar op zich genomen is het bezwaar niet helemaal onterecht. Er zullen in de jarenlange strijd tegen de separatische ‘volksrepublieken’ in Donetsk en Loehansk heus wel misdaden begaan zijn door de twee kampen. Ook kan het niet anders of er vallen in de huidige oorlog eveneens burgerslachtoffers onder de kogels van, en de bombardementen door, de Oekraïense troepen. Verder zou het mij mij verwonderen als gevangen Russische soldaten altijd netjes worden behandeld. 

     Maar, onder ons gezegd, het zou mij nog meer verwonderen als het menselijke leed dat het invallende leger nu al heeft aangericht niet vele keren erger is – in mijn Amada-tijd zou ik gezegd hebben ‘duizend keren erger is’ -  dan alles waar de Oekraïense regering rechtstreeks of onrechtstreeks verantwoordelijk voor is. Als onze berichtgeving dan eenzijdig is, dan is zelfs die eenzijdigheid tot op zekere hoogte proportioneel.
     Natuurlijk heb ik er  geen enkel bezwaar tegen als onze media lijvige dossiers of grondige reportages zouden opstellen of maken over bijvoorbeeld de wreedheden begaan door Oekraïense strijders. De waarheid heeft haar rechten. Helaas is het voor de leek vaak moeilijk om in zulke dossiers en reportages, die waarheid te vinden die bedolven wordt onder details, coïncidenties, speculaties, emoties, en al dan niet betrouwbare of al dan niet representatieve getuigenissen. Vaak heeft een mens dan geen zin om dat allemaal te gaan lezen en bekijken. En soms is dat ook niet nodig om je een mening te vormen. Er zijn van die kwesties waar de grote lijnen duidelijk genoeg zijn voor wie toe wil zien. 


 

* Mijn stukje van gisteren: zie hier.
** Over Pauline Kael: zie hier. 

zondag 13 maart 2022

Zou een Russische annexatie erg zijn voor de Oekraïense bevolking?

     Bij experts kom ik allerlei zaken te weten over geostrategie waar leken zoals ik geen kaas van hebben gegeten. Wat heeft Poetin toen en toen en toen gezegd? Hoe zijn zijn vorige militaire acties verlopen? Hoe zit dat met de betrekkingen tussen Rusland en China? Ik lees dan die gestoffeerde stukken over de krijgskansen, over risico op escalatie en over de waarschijnlijkheid of onwaarschijnlijkheid van een diplomatieke doorbraak. ’t Zijn stukken waarin de feiten aangevuld worden met speculatie – vaak niet meer dan ‘educated guesses’, maar dat is nog altijd beter dan feitenvrije speculatie en ‘ignorant guesses’.
     Daar tegenover staat dat de leek vragen durft stellen waar de geostrategische expert zijn neus voor ophaalt. Gerard Bodifee stelde onlangs de vraag of een mens het morele recht heeft om een soldaat van een invallend leger dood te schieten. Ook over díe soldaat zingt Willem Vermandere immers dat hij altijd iemands vader is (wat niet waar is) en altijd iemands kind (wat wél waar is, zelfs als het om een wees gaat). Het antwoord van Bodifee is geloof ik dat je die soldaat niet mag doodschieten, behalve als hij een weerloze vrouw probeert te verkrachten of op eigen initiatief aan het moorden slaat.
      Mijn Facebookvriend Michel Berger stelt een nog veel interessantere vraag. Hoe erg zou het eigenlijk zijn als Oekraïne onder controle komt van de Russen, niet voor het geostrategisch evenwicht, maar voor het belang van de gewone Oekraïense burger? Ik laat Michel even aan het woord.

“Dat er Oekraïners zijn die niet onder Russisch gezag willen leven is een feit. Er zijn er die dat niets kan schelen en er zijn er die dat willen. Het is ook een feit dat grote delen van de wereld onder Russisch gezag leven en geleefd hebben (dat laatste onder een regime dat vele malen nietsontziender was voor de eigen burgers dan het huidige). Kortom, dat Oekraïne terug onder Russisch gezag zou vallen is misschien vanuit democratisch oogpunt te betreuren maar hoeft niet erger te zijn dan dat al die Chinezen zuchten (doen ze dat?) onder Xi Yinping. Langer verzet kan alleen maar meer dode Oekraïners opleveren, meer verwoesting van hun infrastructuur … ?”

     In zijn film Love and Death – een parodie op Oorlog en vrede – laat Woody Allen een Russiche sergeant zijn troepen als volgt toespreken: ‘Imagine your loved ones conquered by Napoleon and forced to live under French rule. Do you want them to eat that rich food and those heavy sauces? Do you want them to have soufflé every meal and croissants?’ De soldaten antwoorden luidkeels: No! Die Russische sergeant doet denken aan de ‘What have the Romans ever done for us’-sketch van Monthy Python, over hoe de Joden onder de Romeinse bezetting te lijden kregen van … aquaducten, sanitaire voorzieningen, een puik wegennet, betere geneeskunde en vrede. Los van de satire is het verhelderend om oorlog en bezetting te benaderen vanuit de prozaïsche vraag: wat zijn de alledaagse gevolgen voor de burger?
    Dus – welke alledaagse gevolgen mogen de Oekraïners verwachten van een halve of hele Russische annextie? Wat hebben ze te verliezen? Hun welvaart? Maar in BBP per inwoner gerekend zijn de Oekraïners twee keer zo arm als de Russen. Hun vrijheid? Maar op de vrijheidsindex scoort Oekraïne amper beter dan Rusland (6.86 tegen 6.23)*. Hun nationale onafhankelijkheid? Maar zo’n verlies kun je vergelijken met jeuk: je voelt het vooral als je eraan denkt. Zo zijn er, naast Vlamingen die zuchten onder de onnatuurlijke unitaire staatsstructuur, ook veel anderen die daar nooit aan denken.
     Dat is allemaal wel waar. Ik wil evenwel niet al te vlug zaken als welvaart, vrijheid en onafhankelijkheid afdoen als een kwestie van graadverschillen of inbeelding. Een economische integratie in het Westen zou de Oekraïners op middellange termijn ongetwijfeld meer welvaart brengen dan een oriëntatie op de noordelijke buur. En misschien is die vrijheidsindex niet zo nauwkeurig – Oekraïne kent ten minste verkiezingen die af en toe een
ándere regering aan de macht brengen dan de vorige, wat in Rusland al lang niet meer het geval is, als het ooit zo is geweest.
     Ook zou de misschien lage Oekraïense vrijheidsindex nog veel lager worden als het land bezet wordt en een regimewissel wordt opgelegd. 
In 2014 kwamen de Oekraïners op straat tegen het Janoekovytsj toen die terugkwam op zijn belofte om een vrijhandelsakkoord te sluiten met de Europese Unie en zich wou integreren in de Euraziatische Economische Unie die Poetin wou oprichten. Janoekovytsj was weliswaar democratisch verkozen, maar manifestaties tegen een verkozen regering zijn een courante praktijk in landen die hoog op de vrijheidsindex scoren. De politie heeft toen 108 mensen gedood. We moeten er niet aan denken wat er onder een nieuwe Janoekovytsj zou gebeuren bij pogingen om antiregeringsdemonstraties te houden.
     We kunnen het ook anders verwoorden. Nationale onafhankelijkheid is meer dan alléén een idee; in het geval van Oekraïne, waar bij een in 1991 gehouden referendum een meerderheid van 92,3 % zich uitsprak voor het verlaten van de Russische Federatie, is onafhankelijkheid ook een noodzakelijke voorwaarde om zaken zoals welvaartsgroei en meer vrijheid te garanderen.
     Als de Oekraïeners hun verzet verderzetten, zullen de onmiddelijke verliezen in mensenlevens, infrastructuur en comfort erg groot zijn. Misschien kunnen ze later de vruchten van dat verzet plukken als ze de invaller verslaan. We zouden die vruchten – vrijheid en welvaart – kunnen afwegen tegen die verliezen. Zo’n afweging zou enige speculatie vergen, maar er zullen wel experts rondlopen die dat voor ons willen doen. Zelf stel ik mij echter een andere vraag,  namelijk of mensen in het werkelijke leven op die manier voor- en nadelen afwegen. Orwell, in zijn essay ‘New Words’, dacht van niet. 

 ‘Het hele Westerse denken sinds de eerste wereldoorlog nam impliciet aan dat mensen niets anders wensen dan zekerheid, een gemakkelijk leventje, en zo weinig mogelijk pijn. In zulke visie is geen plaats voor patriottisme en militaire deugden … Maar Hitler voelt in zijn eigen vreugdeloze geest zeer goed aan dat mensen niet alleen confort willen, zekerheid, kortere werktijden, hygiëne, gezinsplanning en, meer algemeen gesproken, gezond verstand. Mensen willen, minstens af en toe, ook strijd en zelfopoffering. Terwijl het socialisme en het kapitalisme tegen de mensen zeiden: ‘Wij beloven u een fijn leven’, zei Hitler: ‘Ik beloof u strijd, gevaar en dood’, en als gevolg daarvan wierp een hele natie zich aan zijn voeten.’

         Wellicht stelt Orwell de zaken wat te scherp. Maar het is opmerkelijk dat Hitler slechts kon worden verslagen toen hij aan de overkant met eenzelfde mentaliteit te maken kreeg, de mentaliteit van ‘I have nothing to offer but blood, toil, tears and sweat’. Dat is de mentaliteit van Zelensky en van vele Oekraïners nu. Of het voldoende is voor een overwinning is helemaal niet zeker. Of het een reden is om toegevingen te weigeren evenmin. Maar zeker is wel dat ik die mentaliteit liever zie bij mensen die hun land verdedigen dan bij mensen die een ander land aanvallen. 

 

* Voor BBP zie hier en voor Freedom Index zie hier. Overigens is de vergelijking van de BBP’en van Rusland en Oekraïne misleidend omdat in dat eerste land een veel groter deel van het inkomen bij de rijksten terechtkomt. Rusland heeft een Gini-coëfficiënt van 37,5, waar Oekraïne er een heeft van 26,6. Zie hier.

vrijdag 25 februari 2022

Oekraïne: het stukje dat ik niet wou schrijven


(1) Ik wou eigenlijk al lang een stukje schrijven over ‘activistische rechtspraak’ en ‘juristocratie’. En nu komt Poetin met die inval in zijn buurland. Nare man, die Poetin.

(2)  Het Westen wou Oekraïne verleiden. Poetin heeft Oekraïne verkracht. Ook in MeToo-tijden mag dat onderscheid nog altijd worden gemaakt.

(3) Over buitenlandse politiek en militaire conflicten in heden en verleden heb ik meestal geen uitgesproken mening en al zeker geen oplossing: de Amerikaanse interventie in Vietnam, de Russische interventies in Tsjechoslovakije en Afghanistan, de Navo-interventie in de Balkan, de tweede golfoorlog, de conflicten in Libië, Syrië en Israël-Palestina. Als in zulke conflicten de ene partij min of meer liberaal-democratisch is en de andere autoritair, dan gaat mijn sympathie uit naar de eerste. My liberal democracy, right or wrong. Maar verder probeer ik niet te hoog van de toren te blazen.

(4) Over enkele conflicten heb ik overigens wel een mening: de inval van Mussolini in Abyssinië, de inval van Hitler in Polen, de inval van Saddam Hoessein in Koeweit en de inval van Poetin in Oekraïne. Ik ben er tegen.

(5) Ik heb de huidige inval niet voorspeld, maar ik ben ook niet verrast. Ik was er niet gerust in als ik Biden bezig hoorde. Ik nam ik aan dat hij over inlichtingen beschikte van zijn geheime diensten. En als ik Poetin hoorde, was ik nog minder gerust. Er was nog altijd een kans op een diplomatieke oplossing, zei hij. Ja, en wat was die àndere kans dan?

(6) Ik lees dat Poetin minachting heeft voor de Westerse decadentie. Hij heeft wellicht gelijk. Maar alles samen genomen, sluit ik mij aan bij Charles Laughton in de film Spartacus: “I’ll take a little republican  decadence along with a little republican freedom.” Alhoewel Laughton sprak van ‘corruption’ in plaats van ‘decadence’.

(7) Ik zal het nog sterker zeggen, maar dan moet ik eerst diep ademhalen en mij moed inspreken: ik verkies Ursula von der Leyen boven de Russische borstontblote, paardrijdende judoka.

(8) Poetin wil, zegt hij, Oekraïne ‘denazificeren’. Ik vrees dat Poetins definitie van ‘nazi’ dermate ruim is, dat ze veel van zijn Westerse bewonderaars zou insluiten.

(9) Het Westen krijgt er van langs in onze krantencommentaren. En de kritiek is dubbel. Men heeft Poetin met onvoldoende respect behandeld, schrijft men, en men heeft hem te veel laten betijen, schrijft men. Dat is nogal tegenstrijdig. Anderzijds: die twee fouten sluiten elkaar niet helemaal uit. Het is altijd goed je vijand met respect tegemoet te treden. Of hij daardoor welwillender wordt, is een heel andere kwestie.

(10) Had Oekraïne lid moeten worden van de Navo? Men begrijpt nu in elk geval waarom het land vragende partij was. Uiteraard konden de Russen er in dat geval op aandringen dat in dat land geen nucleaire raketten zouden worden opgeslagen. Dat zou een redelijke eis geweest zijn. Bij mijn weten staan er ook geen nucleaire Natoraketten in Estland, Polen of Roemenië. 

(11) Vormt de Navo een militaire bedreiging voor Rusland? Is de Navo van plan Moskou te bombarderen, zoals Rusland Kiëv bombardeert? Ik geloof het niet. De Navo heeft zich, ondanks zekere militaire avonturen, altijd defensief opgesteld tegenover Rusland, net zoals het Warschaupakt zich indertijd, ondanks zekere militaire avonturen, defensief opstelde tegenover het Westen. De Russische inval kan moeilijk als een ‘preemptive strike’ omschreven worden.

(12) Zou Rusland Oekraïne ook zijn binnengevallen als dat land openlijk had verklaard nooit lid van de Navo te worden? Ik denk het niet. Had Servië in 1914 toegestaan dat Oostenrijkse ambtenaren op hun grondgebied het onderzoek deden naar de aanslag op Frans-Ferdinand, dan was er misschien ook geen Eerste Wereldoorlog geweest. Maar in het geval van Oekraïne zou Rusland nieuwe eisen hebben gesteld in verband met de oostelijke ‘volksrepublieken’, in verband met het Donetsbekken, in verband met een ‘corridor’ naar de Krim, in verband met ‘denazificatie’. Het strategisch einddoel zou hetzelfde geweest zijn: een regimewissel in Kiëv. 

(13) Rusland volgt de 19de-eeuwse logica van ‘bufferzones’ die nodig zijn om zich te beschermen. Maar dan heb je daarna weer een nieuwe bufferzone nodig om die bufferzone te beschermen. Dat soort logica bracht Napoleon tot in Moskou.

(14) Internationale politiek is een kwestie van macht – overheersing én verdediging - , samenwerking, recht en moraal. Het eerste beginsel is altijd ‘macht’ geweest, maar Steven Pinker, in The Better Angels of Our Nature, beschrijft dat er een zekere verschuiving is gekomen in de richting van de drie andere. Het is echter niet duidelijk of Rusland en China wel mee zijn met die verschuiving. Als ze niet mee zijn, dan moeten de andere landen daar hun conclusies uit trekken. 

(15) Joren Vermeersch stelde op zijn facebookpagina voor om Oekraïne op te delen in twee autonome regio’s, een Europees-gezinde westelijke regio en een Russisch-gezinde oostelijk regio. Dat was vóór de inval natuurlijk, maar het voorstel zelf is interessant omdat het ons op de paradox van het nationalisme wijst. Als Oekraïne het recht had zich los te maken van het Sovjetimperium, waarom zou het oostelijk gebied zich niet los mogen maken van Oekraïne? Als Ierland zich mocht afscheuren van Groot-Brittannië, waarom zou Noord-Ierland zich dan niet mogen afscheuren van Ierland? Voor deze paradox bestaat geen logische oplossing, alleen redelijkheid, rechtsprincipes, tolerantie en diplomatie. Hoe het met de andere partijen zit, weet ik niet, maar Poetin kun je er in elk geval niet van verdenken dat hij die principes al te slaafs volgt.