Posts tonen met het label Eddy Daniëls. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eddy Daniëls. Alle posts tonen

dinsdag 22 december 2020

Islamitisch extremisme


      Mijn zoon heeft nogal wat moslimvrienden, maar verder interesseert die islam hem niet erg. Als ik hem iets over die wonderlijke doctrine (zie hier) wil uitleggen zegt hij:  ‘Heb je al opgemerkt, papa, hoe de tegenstanders zoveel meer islamboeken gelezen hebben dan de gelovigen?’ En dat bedoelt hij niet sarcastisch. Maar als het over mij gaat, heeft hij het mis. Ik ben wel een vage tegenstander – ik heb ooit eens iets geschreven over een ‘niet erg geavanceerde godsdienst’ – maar heel veel weet ik er niet over (hier). Wat ik over de islam gelezen heb, beslaat een half plankje, niets meer. Zo erg interesseert het mij niet.
     Wat mij wel interesseert is de vraag wat gedaan moet worden aan het islamextremisme, en of dat extremisme te onderscheiden valt van, dan wel samenvalt met, de islam zelf. Serieuze specialisten verschillen hierover van mening. Ruud Koopmans wil graag het ‘fundamentalisme’ als een apart gegeven bekijken binnen de islam, terwijl Koenraad Elst al zenuwachtig wordt van het woord ‘islamisme’ omdat het suggereert dat er daarnaast nog een ‘gematigde’, ‘Europese’ islam bestaat. Hij haalt daarbij de uitspraak van Erdogan aan: ‘Er is alleen maar dé islam.’
     Het is gedeeltelijk een kwestie van woorden, begrippen en definities. Begrijp je de islam als het geheel van geloofspunten en gedragsregels zoals je die vindt in de Koran en de Hadith, en zoals die redelijk onveranderlijk door de vier rechtsscholen worden geïnterpreteerd, dan hebben Elst en Erdogan wellicht gelijk. Begrijp je de islam echter als de manier waarop de godsdienst door honderden miljoenen gelovige moslims wordt beleefd, dan kan je zelfs zonder verder onderzoek al weten dat daar grote verschillen in zijn. Slechts een minderheid bijvoorbeeld beleeft zijn godsdienst door bommen te laten ontploffen. Daarmee onderscheidt ze zich van een meerderheid die dat niet doet, wat ze verder ook met die meerderheid gemeen mag hebben.
     Als we in de tweede redenering meestappen, de redenering van Koopmans, dan hebben we een naam nodig voor de extreme ‘beleving’ van de islam: fundamentalisme, literalisme, islamisme, jihadisme, salafisme, moslimterrorisme. Natuurlijk betekenen die woorden niet allemaal hetzelfde. Een fundamentalist als Othman El Hammouchi is bijlange nog geen moslimterrorist, salafist en, voor zover ik het kan bekijken, ook geen aanhanger van de politieke islam. 
     Zelf zal ik voortaan het begrip islamitisch extremisme gebruiken*: het verwijst naar de leer (islam), in plaats van naar de mensen (moslim), en het woord ‘extremisme’ kan dienen om alles te verzamelen wat botst met mijn gematigde – zij het tweede – natuur, én met die van veel moslims:  een letterlijke interpretatie van oude heilige boeken, een obsessie met hiernamaalse straffen, hoofddoekendracht, boerka’s, boerkini’s, religieuze apartheid, vrouwendiscriminatie, homohaat, genitale verminking en terreur**. Sommige van die zaken zijn strafbaar, maar de meeste niet en mogen dat in een vrije maatschappij ook nooit worden, maar het zou goed zijn als het allemaal langzamerhand wat minder werd.
     Hoe die vervelende dingen zullen verdwijnen, dat weet ik niet. Misschien komt er een geleidelijke geloofsafval onder druk van de algemene secularisering? Misschien vervelt de islam tot een gematigde versie die nu, volgens Koenraad Elst, nog niet bestaat. Maar wat niet is, kan nog komen. Niemand had 200 jaar geleden kunnen voorspellen welke evolutie de katholieke kerk door zou maken. Die godsdienst leek toen ook onhervormbaar en onveranderbaar. Een beetje waakzaam optimisme is op dit terrein, geloof ik, een ‘moral duty’, al is de grens met ‘wishful thinking’ maar een dun streepje. Anderzijds, pessimisme leidt vooral tot gezeur en fatalisme en zo komen we er ook niet.  De evolutie ten kwade die we binnen de islam de laatste 40 jaar gezien hebben, sinds Khomeiny, stemt niet vrolijk. Maar als een evolutie ten kwade mogelijk is, waarom dan ook niet een ten goede?
     Ruud Koopmans hoopt op een ont-fundamentalisering van de islam als de gelovigen de Koran minder letterlijk gaan lezen***. Eddy Daniëls hoopt op een islam zonder Mohammed. Ikzelf heb ergens de hoop uitgesproken dat Mohammed ooit gezien zal worden als spiritueel leider, los van de rol die hij als wetgever, politicus, diplomaat, krijgsheer en echtgenoot heeft gespeeld (
hier). Maar wat het ook wordt, het zal vooral afhangen van een evolutie binnen de moslimwereld, en niet van Ruud Koopmans, Koenraad Elst, Eddy Daniëls of mij.

* Ik ben ondertussen van mening veranderd: ‘moslimfanatisme’ geeft beter weer wat ik wil zeggen. ‘Moslim’ is ook neutraler dan ‘islam’ omdat sommige geleerden - misschien terecht - beweren dat de islam in wezen fanatiek en extreem is, terwijl niemand kan ontkennen dat er grote verschillen op dat vlak zijn tussen de gelovige moslims.

** Zie onder andere hier, hier, hier, hier, hier en hier.

*** Een praktijk waarop, merkt Koopmans op, volgens de fundamentalistische interpretatie van de sharia de doodstraf staat.

zaterdag 15 juli 2017

Buskruit, slangen en de niqab*

    In de vroege 19de eeuw was Yale een soort High School waar Latijn, Grieks en Hebreeuws werden aangeleerd, en verder opstel schrijven, rekenen en een beetje scheikunde. De leerlingen waren vijftien jaar en ouder en waren afkomstig van rijke ouders, maar dat wilde in Amerika niet zo veel zeggen –  behalve dan dat ze rijk waren. In de eetzaal, waar alleen onbreekbaar servies werd gebruikt,  kwam het vaak tot stevige gevechten, terwijl de leraren bang toekeken vanop hun podium. Die leraren mochten al blij zijn als ze bij het verlaten van de eetzaal in het gedrum gespaard bleven van elleboogstoten of vuistslagen. Er is een verhaal bekend van een leraar die op zijn kamer werd belaagd door studenten en door het sleutelgat een kogel afvuurde om de deugnieten af te schrikken.
     Met dat alles was rekening gehouden toen het schoolreglement van Yale werd opgesteld. Het verbood expressis verbis om  ‘vuurwapens of buskruit op de kamer te hebben’ en eveneens om ‘buskruit op het collegeplein of in de buurt ervan tot ontploffing te brengen.’ Dàt is ondubbelzinnig verwoord. Je krijgt er geen speld tussen. Een leerling die een deur van de school met buskruit opblies  werd onverbiddelijk van school getrapt, wat bijvoorbeeld gebeurde met de zestienjarige James Fenimore Cooper, de latere auteur van de Lederkousverhalen.
     Dat buskruit stond dus in het schoolreglement. Maar je kunt nooit met alles rekening houden. Albert Jay Nock (1870-1945) vertelt in zijn memoires hoe er op zijn school, het Stephen’s College, een medestudent was die slangen op zijn kamer hield en er ook meestal een paar onder zijn  hemd bij zich had. Toen de rector daarvan hoorde, schrok hij vreselijk. ‘Most revolting! Abominable’. Maar er bleek niets over in het reglement te staan. De jongen mocht de slangen houden. ‘I can’t see but that he is within his rights,’ zei de rector. Nock bewonderde de rechtvaardigheid van zijn rector.
     Een laatste schoolreglementverhaal brengt heden en verleden samen. Theodore Dalrymple (1949) vertelt ergens van een Britse medische faculteit waar enkele meisjesstudenten plots gesluierd in de aula verschenen en wel op zodanige manier dat alleen hun ogen zichtbaar bleven. Zo’n sluier heet een niqab geloof ik. Wat nu? De decaan kon moeilijk die niqab verbieden als religieus symbool van vrouwenvernedering of segregatie. Een decaan die zoiets doet, zou beschuldigd worden van racisme, discriminatie en islamofobie. Gelukkig vond hij een oud en eerbiedwaardig reglement van 1857 waarin bepaald werd dat artsen en artsen in opleiding altijd hun volledige gezicht moeten tonen aan hun patiënten. Hoe kon de patiënt anders weten of die arts eerlijk was over zijn ziekte, over de behandeling ervan of over het ereloon?
     Dankzij het oude reglement verschenen de meisjes weer op school zonder niqab. De decaan was opgelucht, Dalrymple was opgelucht, de meisjes wellicht ook, en zelf ben ik er evenmin rouwig om. Op school, geen buskruit, geen slangen en geen niqab.
 
*  Enige tijd geleden wou ik iets schrijven over de schoolreglementen van Yale College en Stephen’s College. Daarbij viel mij van alles te binnen over de schoolreglementen in mijn tijd, vergeleken met de schoolreglementen van nu, en over de toen actuele kwestie van ‘dampen op school’. Het gedeelte over Yale en Stephen’s liep een beetje verloren tussen de andere beschouwingen. Toch wou ik het niet loslaten.
Toen ik mijn stukje echter naar De Bron opstuurde kreeg ik een korzelig antwoord van eindredacteur Eddy Daniëls. Die ‘flauwekul’ over Yale en Stephen’s moest eruit. Kill your Darlings, voegde hij er nog aan toe.
Eddy had gelijk. Maar hij moest niet denken dat ik mijn lievelingen zomaar als geaborteerde foetussen in de vuilnisemmer zou gooien. Hier krijgen ze een ordentelijke begrafenis.

Dit stukje verscheen ook op http://doorbraak.be/


zondag 26 maart 2017

De advocate van de boerka


     Advocate Rachida Lamrabet heeft zich heel wat last op de hals gehaald door in een interview de boerkadracht te verdedigen. Ze werd afgevallen door Johan Leman en door Unia, de organisatie waar ze voor werkt en, wat haast nog erger is, ze werd verdedigd door   Joël De Ceulaer. Lamrabet had de opvatting bestreden dat de boerka een symbool is van vrouwenonderdrukking. Zo’n opvatting vond ze ‘paternalistisch’. Zelf had ze twee andere verklaringen voor die exotische manier om zich te kleden: seksuele pudeur en religieuze ascese. Laat ik met dat laatste beginnen.
     Een moslimvrouw die de boerka draagt, zegt Lamrabet, geeft het signaal dat ze ‘weinig interesse heeft in dit leven’ maar leeft ‘voor het hiernamaals’. Dat is sterke taal.
     Zulke vrouwen die leefden ‘voor het hiernamaals’ hebben we in het christendom ook gehad. Zulke mannen trouwens ook. Woestijnvaders, pilaarheiligen, kluizenaars, heremieten. We kunnen denken aan Zuster Bertken (1426-1514) die zich levenslang liet inmetselen in een cel in de Utrechtse Buurkerk en daar fantaseerde over het ‘kruid’ dat ze zou gaan plukken in haar ‘hofken’. We kunnen denken aan Wiborada Reclusa († 926) die Bertken in die keuze voor was gegaan, maar helaas uit haar cel bij Sankt-Gallen werd bevrijd door binnenvallende Magyaren, en daarna gedood. We kunnen denken aan minder drastische vormen van ascese, zoals die eeuwenlang in kloosters werden beoefend door mannen en vrouwen in habijt.
     Maar gaat het bij boerka en niqab echt om een blijk van ascese? Ik twijfel daaraan. Als je af en toe wat leest over de leer en de geschiedenis van de islam, krijg je niet de indruk dat ascese en levensverzaking er een erg grote rol spelen – behalve misschien in de half ketterse soefie-traditie. Ik heb een moslimvriend gehad die in het ramadanverbod om overdag seksuele betrekkingen te hebben het toppunt zag van lichamelijke versterving. Een maand lang geen seksuele betrekkingen van zonsopkomst tot zonsondergang, – hij herhaalde het een paar keer, alsof hij dacht dat ik het niet geloven zou. Nee, zo erg ascetisch lijkt de islam mij niet. Ik zou het eens aan een kenner als Eddy Daniëls moeten vragen.  
     Lamrabets andere verklaring van de boerka is seksuele pudeur. De vrouw kiest er ‘bewust’ voor om ‘de privacy’ van haar lichaam af  te schermen. Dat kan natuurlijk en daar is niet zo veel mis mee. Als een vrouw zich wil onttrekken aan de bewonderende of keurende blikken van wellustige mannen, is dat haar zaak. Niemand moet zich daar naar paternalistische trant mee gaan moeien. Maar tegelijk is het ook moeilijk om uit te maken of zo’n keuze voor pudeur wel een vrije beslissing is van de vrouw, dan wel één die door een jaloerse en bazige man is opgedrongen. Ik denk wel eens het laatste als ik op een zomerse dag rondloop in Menen, de stad van mijn jeugd. Dan zie ik daar zo’n hippe moslimman – zonnebril, strakke jeans, open shirt, korte mouwen - over straat slenteren, op een meter afstand gevolgd door een vrouw waarvan alleen een klein deel van het gezicht zichtbaar is. Ik kan zo’n tafereel relativeren, mijn vader ook, maar mijn moeder wordt dan razend. Zou dat paternalisme zijn?