Posts tonen met het label Mohammed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mohammed. Alle posts tonen

maandag 24 mei 2021

Conings en de moslimterreur


     Ik hoop zoals iedereen dat het goed afloopt met Jürgen Conings. Dat hij niet ergens opduikt en zijn wapen leegschiet op een menigte, dat hij niet omkomt bij een vuurgevecht met de politie, dat hij zich overgeeft en netjes gekleed voor de rechtbank verschijnt. Daar kan hij voor ‘diefstal van wapens’ en ‘verboden wapendracht’  en nog wat dubbelzinnige uitlatingen misschien 5 jaar gevangenisstraf krijgen*, en met een goede advocaat nog wat minder.
     Ook heb ik een zeker begrip voor zijn beweegredenen. Hij is naar het schijnt in het leger gesanctioneerd voor extreemrechtse uitspraken en misschien waren die sancties onrechtvaardig, ongepast, vernederend of disproportioneel. Hij is boos op politici en virologen die ‘beslissen hoe hij moet leven’. Een flinke minderheid van onze landgenoten deelt die boosheid. Je vindt die mensen vooral onder degenen die geloven – terecht of ten onrechte – dat de vrijheidsberovende maatregelen overbodig waren.
     Maar mijn begrip is ook niet meer dan dat. Bij mij is ‘tout comprendre’ nooit gelijk aan ‘tout pardonner’. Als Jürgen morgen zijn wapen neerschiet op een menigte, zal ik dat ook ‘begrijpen’. Zo ‘begrijp’ ik ook dat een moslim zich dodelijk beledigd voelt als hij hoort van spottende afbeeldingen van de profeet Mohammed. Als die moslim daarna een aanslag pleegt op de tekenaar ‘begrijp’ ik dat ook. En als de politie daarna bij een gewelddadige confrontatie die moslim, of die Conings, neerschiet, ‘begrijp’ ik dat alweer. Als het op ‘begrijpen’ aankomt, ben ik ruim.
    Wat ik dan weer niet ‘begrijp’, is de gewoonte om, als terrorisme of mogelijk terrorisme in het geding is, een en ander te minimaliseren. Professor Coolsaet wekte indertijd de lachlust op toen hij ons probeerde duidelijk te maken dat terreuraanslagen minder doden veroorzaakten dan ongelukken met overstekend wild. Dat betrof toen de moslimterreur. Over Jürgen Conings postte Tom Van Grieken vier dagen geleden het volgende:
 
‘Antwerpen – Drugsoorlog met bommen en granaten: gebrek aan politie om op te treden. 
Anderlecht – Gewelddadige migrantenprotesten: gebrek aan politie om op te treden. 
Limburg – Eén militair schrijft afscheidsbrief: honderden politiemannen en soldaten gemobiliseerd. 
Het kan dus toch?’

     Ik wil niet zeuren over het simplisme van de boodschap. Dat hoort bij dat soort propaganda. Je vindt het bij alle partijen**. Maar de affaire Conings samenvatten als ‘één militair die een afscheidsbrief schrijft’, dat is minimalisering en vergoelijking van wat de man tot nu toe dééd –diefstal van meerdere wapens – én van de  intenties die kunnen worden afgeleid uit zijn afscheidsbrief: ‘Ik ga in het verzet. Het maakt mij niet uit of ik sterf of niet.’ Mijn indruk bij die zinnetjes is niet dat Conings van plan is zichzelf van kant te maken, zonder verder iemand schade te berokkenen. Als dát zijn doel was geweest, dan had hij alleen dat ene pistool moeten stelen uit de kazerne. Van Grieken zou zo’n verhullende commentaar nooit schrijven als Conings een geradicaliseerde moslim was die met enkele wapens op stap ging en een vage maar verontrustende brief achterliet.
     Dan is er nog een gelijkenis – bij alle verschillen – tussen de moslimterreur en de affaire Conings. Na een islamistische aanslag zie je in de ruwere regionen van de sociale media reacties verschijnen als zou de héle moslimwereld mee verantwoordelijk zijn voor de aanslag. Nu zie je reacties die daar symmetrisch aan zijn – maar dit keer helaas niet alleen op de sociale media. Minister van Defensie Ludivine De Donder – de politiek verantwoordelijke van het debacle*** – lijkt alles wat zij als extreemrechts beschouwt mee verantwoordelijk stellen voor de acties van die ene militair. Ze wil het leger zuiveren van ‘extremisten, fascisten, racisten en seksisten’. Ik zou, als ik haar was, ook nog de ‘populisten’ en de ‘haatzaaiers’**** erbij nemen. Dan hebben we, in haar definitie, de helft van de Vlaamse bevolking, en naar we mogen aannemen, de helft van de Vlaamse militairen in het vizier. Dat wordt een hele zuivering.
      Zo’n geplande zuivering doet mij, met mijn verleden, aan kameraad Stalin denken. Eind de jaren ’30 heeft de Geniale Leider zijn leger, op de vooravond van de tweede wereldoorlog, gezuiverd van ‘trotskisten’. Die term gebruikte hij toen ongeveer even ruim als De Donder nu die van ‘rechtsextremisten’ gebruikt. Hopelijk houdt de vergelijking tussen de Vader van de Volkeren en de Moeder van onze Defensie daar op.

    
* Het Nieuwsblad sprak van vier mogelijke misdrijven: diefstal van wapens, verboden wapendracht, bedreiging met criminele feiten en dreiging met terroristisch misdrijf. Elk van die misdaden kan 5 jaar cel opleveren. Maar als de rechtbank ze samen neemt onder ‘eenheid van opzet’ is het 5 jaar voor de hele zwik.

** Zie bijvoorbeeld hier.

*** Zie daarover het stuk van Mark Elchardus in De Morgen (hier).

**** Haar karakterisering van N-VA in het kamerdebat.

dinsdag 23 maart 2021

Reynebeau en Mohammed in Dantes Hel

 


     Ik had mij nog zo voorgenomen om de eerstkomende maanden te zwijgen over Marc Reynebeau*, en schrijft hij daar nu weer geen stuk over de nieuwe Dante-vertaling, die waarin de Mohammed-passage is geschrapt. Aangezien ik die passage in mijn lessen gebruikte, voel ik mij aangesproken. En aangezien Reynebeau de geschrapte passage niet citeert, doe ik het maar:

Als ‘t vat een middenstuk of bodemduig verliest
Vertoont het nooit een scheur als ik toen zag
Bij een die openspleet van kin tot gat.

Tussen zijn benen hing zijn ingewand
Hart, lever, long en ook die nare zak
Die alle voedsel weer in drek verandert.

Terwijl ik hem met aandacht gadesloeg
Keek hij naar mij, en trok met eigen hand
Zijn borst uiteen. ‘Kijk hoe ik mij verscheur.’

‘Kijk toe wat hier gebeurt met Mohammed.
Degene die daar huilend voor mij loopt,
Is Ali, zijn gezicht gekliefd van kin tot kuif. 

’t Is een van de vele sadistische passages uit de Hel.     
     Ik heb op het stuk van Reynebeau eigenlijk niet veel aan te merken. Hij houdt zijn mening voor zichzelf en geeft de woorden weer van vertaalster Lies Lavrijsen en uitgeefster Spiteri, die uitleggen waaróm de passage is geschrapt. Men wilde voor ‘jongeren uit andere culturen’ het muurtje afbreken dat hen zou tegenhouden kennis te  nemen van de ‘humanistische boodschap’ van Dante. ‘Het zou jammer zijn als die lezers door die passage op de tekst zouden afknappen.’
     Reynebeau schrijft alweer wat slordig. ‘Corrupte ... pausen boeten bij Dante, met immer brandende voeten bijeengepropt in een soort koker, voor het onheil dat ze hebben aangericht. Net als, onder zeer veel anderen, Judas, de moordenaars van Julius Caesar of homoseksuelen.’ Je zou hieruit kunnen besluiten dat ook Judas, de moordenaars van Julius Caesar en de homoseksuelen door Dante met brandende voeten  in een koker worden gepropt. Dat is niet zo: ze krijgen elk hun eigen soort straf, anders was de Hel een dun boekje geworden. Ook zou je kunnen denken dat die pausen allemaal samen in één koker ‘bijeengepropt’ zijn. Dat is alweer niet zo. Ze zijn elk in hun eigen koker begraven, het hoofd naar beneden, en met alleen de brandende voeten die boven de grond uitkomen. Het zorgt zelfs voor een grapje. Als Dante eraan komt, denkt een van de pausen, die niets kan zien, dat hij met een collega van doen heeft en roept uit: ‘Ben jij dat Bonifatius?’
     Eén zinnetje heeft Reynebeau erg knullig geformuleerd. ‘Dante blijft tenslotte, zoals een studie het samenvatte, een middeleeuwse gelovige met een beperkte culturele horizon.’ Spreken van de ‘beperkte culturele horizon’ van een zo universele geleerde als Dante, heeft iets potsierlijks, en spreken van ‘een’ studie, als men de oceaan van Dante-publicaties voor ogen houdt, heeft iets komisch. Maar als je het genereus interpreteert, is het waar wat Reynebeau schrijft: Dante wist allerlei belangwekkende zaken niet – over aardrijkskunde, sterrenkunde, geschiedenis en vreemde culturen – zaken die wij wel weten. En hij wist allerlei middeleeuwse zaken over godgeleerdheid die wij niet zo belangwekkend vinden. Onze culturele horizon verschilt inderdaad van de zijne.
     Voor een keer had ik van Reynebeau trouwens liever een commentaarstuk gehad, in plaats van een neutraal bericht waarin hij de meningen van anderen citeert. Wat vindt hijzelf van het schrappen van zulke passages? Karel van het Reve haalt de Mohammed-passage aan als voorbeeld om censuur en blasfemieverbod te hekelen. Als we zo beginnen, redeneert hij, moeten we op de duur nog een cultureel monument als Dante gaan censureren. Helaas, wat bij Karel van het Reve nog een reductio ad absurdum was, is ondertussen werkelijkheid.
    Reynebeau citeert verder een Italiaanse actiegroep die in 2012 vond dat Dante geen plaats had in het middelbaar onderwijs, ‘omdat hij racistisch, homofoob**, islamofoob en antisemitisch zou zijn’. Ook hier had ik graag de mening van Reynebeau gekend. Zelf ga ik niet akkoord met die actiegroep. Ik vind net als Lies Lavrijsen en Spiteri dat Dante de moeite waard blijft om aan jongere lezers aan te bieden. En ik vind zeker dat men daarbij de islamofobe, homofobe en anderszins verdachte passages niet uit de weg moet gaan. Die passages bieden juist een gelegenheid om het verschil te verduidelijken tussen de middeleeuwse ‘culturele horizon’ en de onze.
     Neem die homoseksualiteit. Kerk en staat beschouwden dat als een doodzonde en een misdaad, maar uit de Comedia blijkt dat er in Dantes tijd ook notoire homoseksuelen waren die blijkbaar hun straf pas kregen in het hiernamaals. Interessant hierbij is dat Dante de homoseksuelen in dezelfde hellekring plaatst als de bankiers. Die twee soorten mensen doen binnen zijn ‘culturele horizon’ iets tegennatuurlijks: seksuele betrekkingen hebben met iemand van hetzelfde geslacht, en interest aanrekenen terwijl iedereen weet dat geld niet vanzelf toeneemt en ‘geen jongen legt’ zoals Thomas van Aquino dat verwoordde. Dat is een mooie gelegenheid om die middeleeuwse inzichten te vergelijken met die van de hedendaagse biologie en economie.
     En kijk eens hoe Dante zijn homoseksuelen beschrijft:

Toen zag ik daar drie schimmen van een groep
Zich losmaken, al lopend naar ons toe
Beregend door de woeste martelvlammen

En ze begonnen weer, zodra wij stonden,
Hun oude klacht, en toen ze bij ons kwamen,
Gedrieën vormden ze een kring.

Als worstelaars geolied, naakt en glimmend
Die ‘t voordeel van hun eerste greep beloeren
Voordat het vechten echt begonnen is.

Zo draaiend, richtte ieder zijn gezicht
Naar mij toe; en in d’ omgekeerde richting
Bewogen steeds hun nekken en hun voeten …

‘k Begon: ‘Geen afkeer is ‘t, maar droefenis
Die ’k voel bij ‘t overschouwen van uw lot
Zo erg, dat ik die moeilijk kwijt zal raken …

      Is het niet enig hoe Dante de homo-erotische sfeer oproept, met die geoliede, naakte worstelaars in contrapost die elkaars lichamen beloeren? En is het mededogen dat hun straf bij hem oproept, niet ontroerend? Vertaalster Lies Lavrijsen spreekt van de ‘moderne humanistische boodschap’ van Dante. Dat gaat mij te ver. Ik wil niet zoals de vroegere Sovjetautoriteiten elke klassieke auteur annexeren als een ‘groot humanist’ en een ‘vooruitstrevend kunstenaar’. En of in de dertiende eeuw nu de Ghibellijnen dan wel de Zwarte Welfen, of misschien zelfs de Witte, waar Dante toe behoorde,  aan de goede kant van de geschiedenis stonden, dat weet ik niet. Ik ben in die twist strikt neutraal. Maar elke vorm van mededogen, waar die ook opduikt, is de moeite waard om even onder de aandacht te brengen van jongeren, tot welke cultuur ze ook behoren.


* Over Reynebeau schreef ik dus al enkele stukjes: hier, hier en hier

** Die beschuldiging van homofobie hoor je ook bij anderen. Op het Radio 1-programma ‘Nieuwe Feiten’ zei Tom Lanoye vlakaf: ‘Dante was een homofoob’. Ik ben geen Dante-kenner, maar dat lijkt mij fout. Dante plaatst homoseksuelen in de hel waar ze zich volgens de theologie van die tijd ook echt bevonden. In zijn ogen was dat een feitelijkheid. Maar als je Canto XVI leest, merk je dat hij de verdoemde homoseksuelen met heel veel sympathie tegemoet treedt. Hij wil hen voortdurend omhelzen. Die sympathie heeft hij ook voor sommige andere verdoemden, zoals voor overspelige minnaars, en hij wordt daarvoor vaak bekritiseerd door zijn reisgenoot Vergilius, die vindt dat zo’n mededogen een rebellie inhoudt tegen de wil van God. Maar bij de homoseksuelen is zelfs Vergilius blijkbaar niet erg verguld met het Godsbesluit. ‘Tegenover die mensen moet je hoffelijk zijn,’ zegt hij.
Lanoye vindt overigens dat de naam ‘Mohammed’ niet had moeten worden geschrapt. Hij noemt het zelfs een 
verminking. Hij wil er wel geen ‘cultuuroorlog’ voor opstarten, want uiteindelijk gaat het niet om een ‘officiële vertaling’ maar een ‘schoolproject’ en dat heeft hem ‘gerustgesteld’. Zulke fijne nuances vind je bij Lanoye, geloof ik, niet elke dag.

zaterdag 28 april 2018

Wat staat er in de kinderkoran?

     Op de omslag van Anke Van dermeersch haar nieuwe boek staan twee lange, slanke vrouwenbenen afgebeeld. Het is van zulke benen dat Godfried Bomans wou dat zijn vrouw er één van had.* En bij die benen horen vrouwenvoetjes in hoge hakschoentjes, waarvan er één op een Nederlandstalig exemplaar van de Koran rust. Anke versmaadt de Koran, geloof ik.
     Op de foto kan ik niet goed zien om welke vertaling het gaat. Misschien is het die van H.J. Kramers**, die ik een paar keer tevergeefs in de hand heb genomen en die zo moeilijk leesbaar is. Allah wordt er de ‘erbarmende erbarmer’ genoemd. Ik raakte er niet door. Maar om toch een beetje te kunnen meepraten als het gesprek die richting uitging, heb ik de vereenvoudigde versie van Kader Abdolah gelezen. In die versie is Allah geen ‘erbarmer’ meer, nee, hij is gewoon ‘lief’ en ‘hij geeft en vergeeft’. Zelfs een kind begrijpt wat daarmee bedoeld wordt. Abdolah heeft ook flink geschrapt in de herhalingen, maar lang niet alles, want anders was het maar een dun boekje geworden. En die herhalingen horen erbij, net zoals de afwisseling tussen helder proza, hypnotiserende bezwering, onsamenhangende verhalen, rare gedachtesprongen, cirkelredeneringen en poëtische wartaal. Zoals Abdolah alles vertaalt, is er best wel enige literaire verdienste in Mohammeds stijl te ontdekken. Ik heb mijn mening in deze enigszins bijgesteld en ben een beetje opgeschoven in de richting van wat Ernest Renan daarover schreef.
     Ik heb het boek gelezen met een onbevangen geest zoals ik de Illias zou lezen, of het Chanson de Roland, of een ander oud boek. Ik was niet speciaal op zoek naar ‘haatverzen’, of naar de zeven verborgen betekenissen, of naar mogelijkheden om de tekst in overeenstemming te brengen met de Verlichtingsidealen. Ik had veeleer tot doel om er een algemene indruk van te krijgen, to get a general feel of it. En die algemene indruk is niet zo gunstig. Toen Randolph Churchill probeerde de Bijbel te lezen, zou hij voortdurend hebben uitgeroepen: Oh God, isn’t God a shit! Zo ver wil ik niet gaan. Maar noch Allah, noch Mohammed zijn erg aantrekkelijke figuren. De eerste wil voortdurend volkeren uitroeien die ongelovig zijn. ‘Heb je er ooit bij stilgestaan hoeveel volkeren Wij vernietigd hebben,’ vraagt hij ergens. En de tweede wil boven alles erkend worden als de officiële vertegenwoordiger van de eerste.
     Ook weinig aantrekkelijk is de voorstelling van het hiernamaals. De hemel kan er nog net mee door, alhoewel er weinig plaats voor afwisseling is. Het is een soort park – het soort waar een woestijnbewoner van droomt, met veel schaduw en beekjes en riviertjes. De inrichting is aan de opzichtige kant door de rustbanken die met juwelen versierd zijn***. Maar je kunt er gaan zitten zitten om met je vrienden te praten. Ondertussen drink je een bekertje wijn waar je geen hoofdpijn van krijgt. Er is kip en vers fruit en je mag zelf kiezen wat je wil eten****. Dat komt goed uit want ik ben erg kieskeurig. Verder zijn er eeuwig jong blijvende jongelingen die als kelner optreden en ‘reine meisjes met mooie, sprekende zwarte ogen. Het zijn trouwe beminnende maagden van eenzelfde leeftijd.’ Over muziek wordt niets gezegd.
     De ongelovigen daarentegen komen in de hel terecht. Ook dat is een onaantrekkelijke plaats. Je krijgt er kokend water te drinken en stekelige doornen te eten. Er is een hete storm, zwarte rook die niet fris is, en overal vuur ‘dat vonken omhoog werpt, soms zo groot als kastelen en soms zo groot als gele kamelen.’ De ongelovigen gaan er gekleed in hetzelfde kokende pek dat in de achtste kring van Dantes Inferno zo’n grote rol speelt. En er is aan alles gedacht. Als je huid helemaal verbrand en geblakerd is zodat de zenuwen geen pijnsignalen meer doorzenden, krijg je een nieuwe huid zodat je de pijn weer geheel en al kunt voelen. Wie verzint zoiets?
     In het boek van Abdollah staan de hoofdstukjes in chronologische volgorde, eerst die van de Mekkaanse tijd, daarna die van de Medinaanse tijd. Er zou een groot verschil zijn tussen die twee delen, maar ik heb daar bij het lezen weinig van gemerkt. Wel gaat het in het tweede deel meer over militaire acties, het verdelen van de buit, het straffen van ontrouwe bondgenoten, het bedriegen van de vijand door sluwe diplomatie en het doden van ongelovigen. Je zou kunnen zeggen dat het in het eerste deel vooral Allah is die ongelovigen doodt, en in het tweede deel is het Mohammed zelf die de klus klaart, samen met zijn volgelingen.
     De Koran bevat enkele gedragsregels over eten, drinken, vasten en voorkomen, maar op dat terrein is Mohammed nogal rekkelijk. De regels moet je altijd volgen, behalve in alle gevallen dat je ze niet moet volgen. Mohammed is geen Prinzipienreiter. Met een beetje goeie wil en vindingrijkheid kun je er verschillende kanten mee uit. Op sommige punten spreekt hij zichzelf zodanig tegen dat de theologen achteraf trucjes hebben moeten bedenken zoals de ‘abrogatie’ waarbij een later hoofdstuk een eerder hoofdstuk corrigeert. Misschien hechtte Mohammed, in tegenstelling tot zijn latere volgelingen, niet zoveel belang aan details. Hij schijnt gedacht te hebben: als die gelovigen zich onder elkaar maar een beetje gedragen. Ze moeten respect hebben voor hun ouders en geen ruzie maken met buren en reisgenoten. Behoeftigen moeten ze bijstaan. Als ze hun slaven vrijlaten, levert dat goede punten op. Ze mogen niet stelen van wezen. En ook mogen ze hun eigen kinderen niet doden.  ‘t Zijn allemaal redelijke instructies. Mohammed vraagt het onmogelijke niet. Wel is hij streng voor lieden die gierig zijn, roddelen, of zich maar halfslachtig engageren voor de goede zaak.
     Mooier in de Koran zijn de zogenaamde ‘vrome’ stukjes. Het zijn de stukjes waarin Mohammed zijn ontzag uitspreekt voor de wonderen der wereld. Uit een druppel sperma groeit een mensje. Schepen drijven op het water. ’s Nachts is het donker, zodat we kunnen slapen en overdag is er licht zodat we nergens tegenaan lopen, of toch niet te vaak. Dat hadden andere mensen dan Mohammed ook wel gezien, maar zij vonden dat doodgewoon. Mohammed vond dat niet. Hij vond het een mirakel. Ondertussen kennen we de x- en de y-chromosomen, begrijpen we de wet van Archimedes, en hebben we de mechanica van Newton en Einstein om de omwenteling van de aarde om de zon te verklaren. Maar er zijn ook nu geleerden die die chromosomen, die wet en die mechanica doodgewoon vinden, en anderen die er vol ontzag, verwondering en bewondering  naar kijken. Bij mij begint dat laatste vooral als een en ander in wiskundige formules wordt omgezet.

 
*Bomans beweerde dat hij die wens gehoord had van een mannetje dat naast hem zat in de bioscoop. Maar u en ik weten beter, nietwaar beste lezer.

** Niet de vertaling van Kramers dus. Islamkenner Koenraad Elst meldt mij dat de bovenste Koran die is van de Ahmediya’s in Den Haag. 
 
*** Kramers spreekt van ‘rijkbestikte rustbedden’. Rijkbestikt … ’t is niet veel beter.

**** Dit belangrijke punt heb ik gecontroleerd in de vertaling van Kramers. Het klopt ‘… waarvan zij het beste kunnen kiezen.’

vrijdag 26 mei 2017

Moordaanslag in naam van Allah

     Zoals bekend hield Mohammed niet van kritiek en spotternij. Lasteraars en satirische dichters werden gevangengenomen, veroordeeld en ter dood gebracht. De vrome overlevering vermeldt hun namen: Oetba, Ibn Chatal, Ibn Noequaidh en enkele anderen. Maar soms was gevangenneming en veroordeling onmogelijk en moest tot een aanslag worden overgegaan. Mohammed had dan de gewoonte om het bevel tot aanslag als een vraag aan te reiken:
  • ‘Wie bevrijdt me van Ibn Al Asjraf?’
  • ‘Wie gaat voor mij met deze schurk [Aboe Afak] afrekenen?’
  • ‘Wie bevrijdt me van Marwaans dochter?’
     Waarop een of meerdere volgelingen eropuit trokken om de genoemde dichters om te brengen.
     ‘Wie bevrijdt me van’ … Dat hebben we nog gehoord. Waren dat niet de eigenste woorden van Hendrik II (1133-1189) waarmee hij de aanslag beval op Thomas Beckett? ‘Who will rid me of this turbulent priest?’ riep de koning en vier van zijn ridders reden uit om de aartsbisschop te vermoorden in de kathedraal te Canterbury.
        Maar later moest de koning zich verontschuldigen voor de wandaad en moest hij zich laten geselen op het graf van de vermoorde. Onze middeleeuwen hadden immers een gevoelig evenwicht tussen kerk en staat. Tussen die twee was er een aanhoudende twist. Het was de eeuwige barst in de maatschappij – en dat had zijn voordeel. ‘There is a crack in everything / that’s how the light gets in,’ zong Leonard Cohen tot voor kort. Het kalifaat voorziet, geloof ik, niet in zo’n barst.
     Het jammere van de moslimoverlevering is dat we wel de namen kennen van de spotdichters, maar de vrome schrijvers lieten meestal na om ook de verzen zelf mee te delen. Eén van de uitzonderingen is een kwatrijn dat gezongen werd door een naamloze herder. Koenraad Elst geeft in De Islam voor ongelovigen een rijmende vertaling die prettig scandeert:

                Ik zal geen moslim worden
                Zolang als ik zal leven
                Noch zal ik enig’ aandacht
                Aan hun religie geven.
 
     De herder werd gedood.

* De namen van de slachtoffers in Engelse transcriptie: Utbah, Abdullah ibn Khatal, al-Huwairith ibn Nuquaidh, Ka’b ibn al-Ashraf, Abu Afak, ‘Asma’ bint Marwan.

zaterdag 20 februari 2016

Mohammed heeft echt bestaan

     Mohammed heeft, net als Lenin en Karel van het Reve zelf, echt bestaan. Meer zelfs, we kennen hem redelijk goed. Mijn vriend P. beklaagt de moslims daarom. Mijn vriend P. geeft les in godsdienst en kan daarbij zijn Jezus als dat nodig is een duwtje in de goede richting geven. Maar van Mohammed weten we iets te veel om hem naar onze hand te zetten, en ook iets te weinig voor een echt diepgaand begrip van de man.
     Voor de moslims is Mohammed ‘de volmaakste onder de mensen’. Daar wil ik niet moeilijk over doen: iemand moet de volmaakste zijn. Renan noemt Mohammed in ‘Les origines de l’islamisme’ (1851): ‘zachtaardig, gevoelig, trouw, vergevingsgezind en in het algemeen welwillend, met een groot hart voor kinderen en zwakkeren’. Maar Renan laat zich soms meeslepen door zijn eigen ronkende zinnen.
     Als we in plaats van het dunne boekje van Renan, de twee dikke delen van Montgomery Watt opslaan (1953 en 1956), dan treedt Mohammed ons daar tegemoet als een buitengewoon veelzijdige persoonlijkheid. Zakenman, religieus bevlogene, leraar, minnaar, moralist, vrederechter, politicus. Ook was hij een voorzichtig maar moedig krijgsheer en een meester in spionage en contraspionage1.
     Veelzijdigheid is natuurlijk iets heel moois, maar het heeft ook een keerzijde. De eigenschappen die nodig zijn om een verheven moralist voort te brengen, zijn niet dezelfde als die welke van de staatsman of de krijger worden gevraagd. Maar in de Koran en in de Hadith krijgen we zowel de man van God als de man van de wereld.  En die man van de wereld kon behoorlijk hard zijn: vijanden uit de weg ruimen, een heel dorp uitroeien - niet uit persoonlijke wraakzucht, maar om redenen van Realpolitik. Mohammed won zo snel aanhangers als hij deed omdat hij mildheid en vergevingsgezindheid kon afwisselen met harde en meedogenloze uithalen.
     Misschien ligt in Mohammeds veelzijdigheid een kans voor de gematigde moslim. Zou het geen nuttige oefening zijn om in de leer en het leven van de profeet een onderscheid aan te brengen tussen de man van God en de man van de wereld, tussen de godsdiensthervormer en de politicus, tussen de moralist en de krijgsheer? Er is niets mis met politiek en krijgskunst, maar kunnen we die niet buiten de godsdienst houden2? Kunnen we van Mohammed niet vooral zijn afkeer van menselijke arrogantie, zijn deemoed tegenover de zwakkeren en zijn oproep tot samenhorigheid onthouden?
     Jezus was timmerman en zedenpreker. Maar de meeste christenen onthouden eigenlijk alleen dat laatste. Als we een kast in elkaar steken, halen we er het evangelie niet bij. We volgen gewoon de handleiding van Ikea.



1 Renan roemt Mohammed ook als groot prozaïst, maar dat gaat mij te ver. Velen die in de Koran gebladerd hebben zullen mij bijvallen, denk ik.
2 Of dat ooit mogelijk wordt, weet ik niet. Trouwens, de toekomst voorspellen is een zonde, want die is alleen gekend door Allah.

woensdag 9 september 2015

Familiefeest

De bekende Arabische zakenman Mohammed (570-632) kreeg rond zijn veertigste religieuze visioenen en besloot een nieuwe godsdienst te beginnen. Hij maakte het nieuws bekend op een groot familiefeest – een gênante stilte was het gevolg.
Maar in een gezelschap van meer dan veertig mensen moet toch één potentiële fanaticus aanwezig zijn, zul je zeggen. Dat was zo. De veertienjarige neef van Mohammed, Ali, sprong recht en riep: ‘O profeet, ik zal je volgen. Gelijk wie tegen je opstaat, ik zal hem zijn tanden uitslaan, zijn ogen uitrukken, zijn benen breken en zijn buik openrijten.’ Een toon was gezet.
Bovenstaande Mohammed-cartoon komt uit een boek van de Perzische filosoof Al-Biruni. De man overleed in 1048. Aanslagen overbodig.
 
Oorspronkelijk geplaatst op 9 januari 2015