Posts tonen met het label Liesbeth Homans. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Liesbeth Homans. Alle posts tonen

vrijdag 31 mei 2019

Verkiezingen - Losse gedachten bij de

* Bij het avondeten vroeg ik wie aan tafel een oplossing had voor de politieke impasse. Vrouw en kind zwegen en zelf wist ik ook niets te verzinnen. Van de Lanotte, Reynders, De Wever en Di Rupo zullen de knoop dus zelf moeten ontwarren.

 * De stemtest van vrt en rtbf werd meer dan drie miljoen keer ingevuld. Ik heb dat zelf niet gedaan, maar ik ken mensen die tot hun grote verbazing uitkwamen bij PVDA of Vlaams Belang, terwijl dat juist de partijen waren waar ze helemaal niet op wilden stemmen en waar ze ook niet op hébben gestemd. Zelfs goed gemaakte stemtesten bevoordelen blijkbaar de partijen die de meest onrealistische zaken beloven.

* Ik heb in een stukje vóór de verkiezingen vijf redenen gegeven waarom kiezers van N-VA naar Vlaams Belang overstapten. Daar komt nu nog een reden bij: mensen stemmen graag voor een underdog maar toch vooral als die groot en sterk is.

* Een VRT-reporter vroeg aan Theo Francken of hij met zijn ‘terminologie’ niet mee verantwoordelijk was voor het succes van Vlaams Belang. Dat was een domme vraag. Wie naar de resultaten kijkt van N-VA en het Belang in Vlaams Brabant ziet dat daar het omgekeerde is gebeurd.

* Je kunt met hetzelfde gemak zeggen dat een bepaald soort linkse propaganda verantwoordelijk is voor het VB-succes. Als je voortdurend beweert dat N-VA niets meer is dan een light versie van Vlaams Belang, dan moet je niet schrikken als mensen uiteindelijk het ándere product kiezen. 

* Heeft trouwens ooit al een VRT-reporter aan een SP.a-kopstuk gevraagd of hun linkse kiesbeloften mee verantwoordelijk zijn voor het succes van PVDA?

* N-VA heeft in de campagne goed ingespeeld op de thema’s die zich aandienden: klimaat, onderwijs en zelfs verkeer, al was dat in de vorm van een koerswijziging. Je kunt niet decreteren waar een campagne over moet gaan. Maar de naam Marrakesh had wellicht wat vaker mogen vallen.
* De PVDA-kiezer wil zaken die niet samengaan op korte termijn: hoger loon, hoger pensioen, minder werkuren, lagere pensioenleeftijd. Maar op lange termijn kunnen die doelen wel degelijk samengaan door een stijging van de productiviteit.

* De Vlaams Belang-kiezer wil iets wat onmogelijk is op korte én op lange termijn: minder vreemdelingen op straat. Het is wél mogelijk om de grenzen voor ongewenste migratie min of meer te sluiten, maar de vreemdelingen die hier al zijn, blijven op straat rondlopen en blijven kinderen hebben. En hun geslaagde inburgering zal niet voor morgen zijn.
* Ik kreeg op mijn Facebookpagina herhaaldelijk een filmpje te zien van Vlaams Belang waarin minister Homans over de hekel werd gehaald. Homans had ‘met plezier’ gratis inburgeringscursussen aangeboden aan vreemdelingen. 4300 euro per persoon! En ik die dacht dat Vlaams Belang juist verplichte inburgeringscursussen (hier) wilde. Of zouden de vreemdelingen die verplichte cursussen zelf moeten betalen, zoals de Mexicanen zelf voor Trumps muur zouden betalen?

* Ik heb verschillende commentaren gelezen over de fout die Bart De Wever gemaakt had in het debat met Crombez over de pensioenen. Maar niemand legde uit wat die fout nu juist was. Bij Jambers hoorde ik eindelijk de uitleg van De Wever zelf : ‘Ik wist dat dat van die levensverwachting in ons programma stond, ik kon dat dus niet ontkennen, maar, eerlijk gezegd, ik was vergeten dat daar duidelijk bij stond: “tegen 2070”.’
* In zijn boek ‘Identiteit’ geeft De Wever interessante oplossingen aan om de migratie te beperken en de integratie te bevorderen. Maar dan schrijft hij, op bladzijde 89: ‘Als gevolg daarvan [een goede inschakeling van de migranten in onze economie] zou ook het draagvlak en de tolerantie tegenover migratie opnieuw versterken.’ De Wever spreekt hier de zuivere waarheid. Maar ik zou zoiets nooit schrijven, uit angst dat niet Crombez maar mijn vijanden ter rechterzijde de zin uit zijn context zouden citeren en misbruiken.

* Vlaams Belang heeft haar racistisch verleden min of meer afgezworen, en PVDA heeft haar leninistisch-stalinistisch verleden min of meer afgezworen. Prima. Maar het doet mij ook denken aan die Rus met plasproblemen. Na een sondage van de blaas vroeg men hem hoe hij zich voelde. ‘Opgelucht,’ zei hij, ‘maar je weet wat men over laster zegt. Il en reste toujours quelque chose.’
* Het cordon lijkt terug te gaan op de gedachte dat racisme – of wat daarnaar zweemt – in de politiek een doodzonde is, terwijl korte-termijndenken, verspilling, corruptie, onrechtvaardige belastingen, maar dagelijkse zonden zijn.

* Je leest soms dat Vlaams Belang ‘racisme aanwakkert’ of ‘verdeeldheid zaait’ of ‘vijandbeelden creëert’. Dat racisme, die verdeeldheid en die vijandbeelden zouden dus niet bestaan zonder het Vlaams Belang. En dat is dan weer strijdig met de theorie dat dat racisme enzovoort in het Vlaamse DNA zijn ingebakken.
* N-VA zei tijdens de campagne dat Vlaams Belang de positie van links zou versterken door stemmen af te snoepen van regeringsbereid centrumrechts. Vlaams Belang antwoordde dat N-VA, als het erop aankomt, bereid is om in een coalitie te stappen met links. De twee beweringen zijn waar.

* Zou links blij zijn met een grotere versnippering van rechtse stemmen ook als dat een groter Vlaams Belang betekent? Dat weet ik niet. Ik ben rechts en ik ben niet blij met een grote versnippering van linkse stemmen als dat een groter PVDA betekent. Maar ik moet ook geen regering vormen.

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.

donderdag 11 mei 2017

Liesbeth van Impe over George Orwell

     Het is altijd een goed idee om een politiek stukje op te sieren met een literaire zinspeling. Het laat zien dat je niet van de straat komt. Ik doe het voortdurend. En vandaag doet Liesbeth Van Impe het in haar Nieuwsbladcommentaartje.
     Liesbeth begint stevig. Ze verwijst naar 1984 van George Orwell.  ‘In zijn ministerie van Liefde wordt gemarteld, in zijn ministerie van Vrede wordt de permanente oorlog in stand gehouden, zijn ministerie van Overvloed organiseert de schaarste en het ministerie van Waarheid houdt de leugen in stand.’ Ja, dat vat het goed samen. Maar hoe zal Liesbeth van die wrede paradoxen overgaan naar ons eigen politieke wereldje? Dat is wat we willen weten.
     ‘De Vlaamse regering is Big Brother niet, schrijft Liesbeth, maar ze begint wel Orwelliaanse trekjes te vertonen.’ En er volgen wat voorbeelden. De minister van Armoedebestrijding  krijgt weinig klaar tegen armoede, de minister van van Gelijke Kansen onderneemt weinig tegen discriminatie, de minister van Natuur maakt ruzie met Natuurpunt en de minister van Landbouw doet hetzelfde met de bioboeren. Het gaat om de ministers Liesbeth Homans, Zuhal Demir, Joke Schauvliege en nog eens Joke Schauvliege, want die laatste doet Natuur én Landbouw en maakt blijkbaar graag ruzie.
     Of dat allemaal zo is, weet ik niet. Misschien neemt Homans wel goede maatregelen om de armen te helpen, is Demir nog niet lang genoeg in functie om beoordeeld te worden, is Natuurpunt zelf met de ruzie begonnen en hebben sommige bioboeren erg lange tenen. Ik volg dat allemaal niet zo.
     Of dat allemaal zo is, weet ik dus niet, maar als het zo is, dan zijn de voorbeeldjes van hierboven toch niet van die aard dat ze mij meteen aan Orwell doen denken. Overigens zou ik niet élke paradox uit de politiek willen bannen. Ik zou niet klagen over een minister van Financiën die de belastingen vermindert, een minister van Ambtenarenzaken die het aantal ambtenaren terugdringt of een staatssecretaris van Migratie die de migratie beperkt. Mochten we, zoals vroeger, een minister van Oorlog hebben, dan had ik liever dat hij ijverde voor de vrede.

zondag 23 april 2017

Vriend Wouter in de Bakkerskrant

     Als ik op zondag verse broodjes haal bij de bakker, krijg ik er gratis een krant bij die De Zondag heet. Daar staat dan een interview in met Zuhal Demir of Bart De Wever, en de week erop lees ik in andere kranten commentaar op dat interview. Deze week was het de beurt aan Wouter De Vriendt (Groen).
     Wouter, lees ik, draagt een mooi pak, komt uit Oostende en zou graag burgemeester worden van die stad. Dat is mooi. Zoals mijn buurman zegt: je moet in het leven iets hebben om van te dromen. Als defensiespecialist is Wouter tegen de vervanging van onze gevechtsvliegtuigen. Dat doet mij denken aan de oude anarchistische slogan: Geen nieuwe bommen zolang de oude niet opgebruikt zijn! Maar misschien heeft Wouter gelijk en hebben wij inderdaad te veel van die dure vliegtuigen. Ik weet het niet.
     Onze vriend heeft ook een standpunt over de vluchtelingen in ons land. Hij wil er meer, ‘maar zonder te overdrijven’. Syrische vluchtelingen beter opvangen in eigen regio – Libanon, Jordanië, Turkije – vindt hij geen oplossing want “vandaag wordt al 95 procent van alle vluchtelingen in eigen regio opgevangen”. Dat vind ik een raar argument. Waarom is die 95 procent nu een reden om opvang in eigen regio te verwerpen? Je zou denken dat het omgekeerd is. Dat net omdat 95 procent van de vluchtelingen in miserabele kampen in eigen regio verblijft, we 95 procent van ons vluchtelingenbudget naar die kampen moeten sturen om ze wat minder miserabel te maken. Heb ik iets gemist?
     Aangezien het toch over vluchtelingen gaat, wil Wouter nog iets kwijt over Theo Francken. Francken wekt ten onrechte de indruk, zegt hij, dat ‘België overspoeld wordt door vluchtelingen’. Daar stelt onze groene jongen één cijfer tegenover: ‘Ons land heeft op twee jaar tijd 25 000 vluchtelingen erkend. Dat is 0,25 procent van de bevolking.’
     Is 25 000 veel? Dat soort vragen stelde Jan altijd toen hij nog heel klein was. Is duizend veel? Is tienduizend veel? Is honderdduizend veel? Ik antwoordde dan altijd: dat hangt ervan af. Misschien moet ik dat nu ook zeggen: dat hangt ervan af. Er zijn zoveel omstandigheden waar je rekening mee moet houden. Er is zoveel dat onzeker is. Eén ding is wel zeker: met zijn 25 000 heeft Wouter het kleinst mogelijke cijfer gekozen dat voorhanden was, namelijk: dat van het aantal asielzoekers dat nu al een erkenning heeft gekregen. Je kunt ook andere cijfers geven voor die twee jaar:
Of, in breder verband
     Al die cijfers hebben hun nadelen. Een kleine helft van de 65 000 asielaanvragers bijvoorbeeld zal niet worden goedgekeurd. Dan is Wouter streng: ‘Wie geen recht heeft op asiel moet terug.’ Maar ik geloof niet dat die aanvragers dat ook zo zien. Misschien hebben ze het interview met Wouter niet eens gelezen en blijven ze gewoon hier, zonder papieren.
     Wat ik mooi vind aan Wouter is zijn openheid. Je moet over andere partijen ook eens wat positiefs vertellen, zegt hij. Goed. Dan zal ik eens iets positiefs vertellen over Wouter.  Wouter vindt dat er teveel bullebakken in de politiek zitten. Hij bedoelt niet Kristof Calvo maar mensen als Zuhal Demir en Liesbeth Homans. Die moeten eruit. En hij ondersteunt zijn standpunt met een aardige vergelijking: ‘Wie in de klas te veel lawaai maakt, wordt eruit gezet.’
     Met dat laatste ben ik helemaal eens.

(Dit stukje verscheen ook op De Bron.)

zondag 26 februari 2017

Zuhal, Liesbeth en Unia

     Ik lees mijn krant – Het Nieuwsblad – van voor naar achter. Dat wil zeggen: ik bekijk eerst de voorpagina en blader dan door tot de voorlaatste pagina, want de allerlaatste, die met de weersvoorspelling, bekijk ik niet. Soms keer ik een paar bladzijden terug. Een kop is dan in mijn korte-termijngeheugen blijven hangen en plots wil ik toch weten waar het stuk over ging dat ik eerst oversloeg. Soms lees ik een stuk ook helemaal.
     Wat ik altijd lees is het commentaar op pagina twee. Wat Peter, Pieter en Liesbeth schrijven, brengt mij in een opgewekte stemming. Elk denkfoutje, elke kleine onredelijkheid, elk idée reçue à la mode zie ik als een kleine attentie van de krant. Voor mij werkt dat beter dan het dagelijkse mopje van de scheurkalender. Op voorwaarde natuurlijk dat het niet over onderwijs gaat, want dan is mijn gevoel voor humor erg beperkt.
    Neem nu Liesbeth haar stukje van gisteren. ’t Ging over onze nieuwe staatssecretaris Zuhal Demir. Liesbeth ging tewerk volgens haar beproefde methode van ‘enerzijds’ en ‘anderzijds’. Enerzijds  was Zuhal ‘fris’, ‘talentvol’ en ‘beloftevol’, anderzijds moest ze gelijke-kansenorganisatie Unia niet te veel op de nek zitten. Want enerzijds leed Unia wel aan ‘de ziekte van het zwaaiende vingertje’, maar anderzijds hadden we de organisatie toch nodig ‘om er ons op te wijzen dat racisme en discriminatie de wereld nog altijd niet uit zijn’.
     Dat laatste geloof ik niet. We hebben Unia niet nodig om ons daar op te wijzen. En ook niet om er iets tegen te ondernemen. Neem nu het racisme op Facebook. Ik zag gisteren enkele commentaren verschijnen over Zuhal. Dat ‘een van hen’ nu ook al staatssecretaris geworden was, in plaats van een echte Vlaming. Dat daar een einde aan moest komen. Dat ‘ze’ anders alles zouden overnemen. Moet Zuhal nu bij Unia een klacht indienen tegen die kleinzielige Facebookmensen? Zou dat ergens goed voor zijn?
      Of neem die Mechelse politie-inspecteur die een foto verspreidde van een collega van Indische origine met de commentaar ‘En waarom zou ik je een hand moeten geven? Jou[w] kleur staat mij niet aan.’ Heeft men Unia nu echt nodig om die inspecteur te schorsen en liefst ook zo snel mogelijk te ontslaan?
      Maar ik wil niet zeuren over Unia, maar lachen om Liesbeth. Liesbeth schrijft: ‘Is Unia nu echt het eerste probleem dat de beloftevolle Zuhal Demir denkt te moeten aanpakken?’ Daar moest ik even over nadenken. Hoe wist Liesbeth dat Zuhal beslist had om Unia als eerste probleem aan te pakken? Had Zuhal onmiddellijk na haar eedaflegging een persconferentie belegd waarop ze haar prioriteiten bekend maakte?
     Onderaan het stuk van Liesbeth werd ik doorverwezen naar pagina’s 8-9 , waar een interview stond met Zuhal. Zou het kunnen dat ... Tegen mijn gewoonte in sloeg ik zes bladzijden over om dat interview eens te bekijken. En jawel hoor. Na allerlei algemene vragen over haar toekomstige integratiebeleid, rondt Lesaffer het interview af met ‘Deze week heeft uw partij de aanval ingezet op Unia. Gaat u daar iets aan doen?’ Zuhal geeft wat kritische bedenkingen over de organisatie. Waarop Lessafer aandringt: ‘Wat gaat u daar als staatssecretaris aan doen?’ En Zuhal antwoordt daarop iets van ‘overleggen’ en ‘doorlichten’ en ‘nergens op vooruitlopen’.
     Dus wist Liesbeth dat Zuhal van een aanval op Unia haar ‘eerste punt wilde maken’. Een glimlach krulde zich om mijn lippen.


(Dit stukje verscheen ook op Doorbraak.)

woensdag 20 juli 2016

Politieke benoemingen

Links: Sir Humphrey - rechts: minister Hacker
     Het meeste van wat ik van politiek meen te weten heb ik niet van Machiavelli (1469-1527) of van James Buchanan (1919-2013) maar van de vermakelijke BBC-reeks Yes Minister (1980-1988). In die reeks krijgt minister James Hacker af te rekenen met zijn ‘permanent secretary’ Sir Humphrey Appelby. Meestal gaat het zo. De minister heeft een nieuw plan waarmee hij de krantenkoppen hoopt te halen en stemmen hoopt binnen te rijven. Hij wil dan bijvoorbeeld het aantal staatsambtenaren verminderen. De secretaris van zijn kant stelt alles in het werk om dat plan te dwarsbomen. De minister en zijn secretaris zijn de kwaadste niet. Ze zijn uit op eigen voordeel – wie niet? – maar slechts zelden worden ze geleid door het brandend verlangen elkaar, of een andere medemens, zoveel mogelijk kwaad te doen. Dat is in het echte leven wel eens anders.  
    Ik heb op deze weblog minister Hacker en Sir Humphrey al enkele keren opgevoerd (hier en hier) en nu zag ik in het Nieuwsblad van 13 juli dat Pieter Lesaffer hetzelfde deed in zijn hoofdartikel*. Daar keek ik van op. We zitten niet zo vaak op dezelfde golflengte, Pieter en ik. De journalist wijst op aanmerkelijke verschillen tussen ons politiek bestel en het Britse. In de twee systemen zijn de ministers verantwoordelijk voor het beleid, en zijn de ambtenaren verantwoordelijk voor de uitvoering. Maar in het Britse systeem moet de minister het bijna eigenhandig opnemen tegen zijn eigen administratie terwijl de Belgische of Vlaamse minister zich laat bijstaan door een legertje kabinetsmedewerkers. ‘Bij ons,’ schrijft Lesaffer, ‘ ligt de echte macht alleen bij de ministers – en hun partijvoorzitters – en worden de (top)ambtenaren zo veel mogelijk gedegradeerd tot uitvoerders.’ Lesaffer vindt dat jammer. De ambtenaren moeten meer macht krijgen, meent hij, want ‘zij hebben als taak om het langetermijnbeleid te bewaken.’ Op dat punt staat hij vierkant achter Sir Humphrey.
          Zei ik al dat Pieter en ik het niet vaak eens zijn? De journalist gaat er nogal gemakkelijk van uit dat het langetermijnbeleid van de administratie superieur is aan de zigzagbeweging van de politiek. Dat is niet noodzakelijk zo. Neem nu ons onderwijs. Daar woedt al dertig jaar een vernieuwingsgekte die, als langetermijnbeleid beschouwd, in één richting wijst – die van de algemene gelijkschakeling en nivellering, of het nu gaat om het dooreenhusselen van aso, bso en tso, het verwaarlozen van kennis ten voordele van vaardigheden, het samenvoegen van leerstof in ‘vakoverschrijdende’ projecten of het opstellen van onnozele ‘eindtermen’.  De nieuwste vondst is die van de grootschalige scholengroep, de campusschool en de domeinschool (zie hier).
     Wie in die vernieuwingsmolen wordt fijngemalen –  als ouder, kind, leraar of directeur –  zal het een zorg zijn of die molen wordt aangezwengeld door de politiek of door de administratie. Maar de administratie lijkt mij het gevaarlijkst. ‘The wheels are spinning,’ zegt Sir Humphrey, en maakt daarbij een draaiend gebaar met de twee wijsvingers. Probeer dan maar eens als kersvers minister van Onderwijs die wielen in de andere richting te laten draaien. Ik heb minister Crevits vaak beklaagd.
     Je moet weten – de laatste 22 jaar hebben de socialisten bijna onafgebroken de minister van Onderwijs geleverd en die socialisten zijn, samen met de groenen, de grote pleitbezorgers van de onderwijsgelijkschakeling. In die twee decennia hebben zij niet alleen de koers uitgezet, maar ook een reeks ambtenaren benoemd die, met of zonder partijkaart, die koers genegen zijn. De socialisten werden daarbij kordaat geholpen door secretaris-generaal George Monard, weliswaar een christendemocraat, maar dan toch een van een speciale soort. Monard behoorde immers tot de wij-zijn-ook-progressieven van het ‘Wonderbureau’** en op onderwijsgebied stonden die erg links van het centrum.
     Door de zigzagbeweging van de politiek staan de zaken er nu anders voor. Er is nu eventjes geen plaats voor een socialist op de post van Onderwijs. Daardoor wordt vandaag in Brussel een andere taal gesproken. Minister Crevits (hier, laatste alinea) vindt het goed dat ‘een leraar eigen accenten legt met zijn of haar persoonlijkheid’. Ze wil de leraar ‘meer vrijheid geven’. Lesgeven mag niet worden ‘herleid tot leerplannen, eindtermen en handboeken’. Zulke zaken lees ik graag. En Geert Bourgeois, de minister-president, heeft laatst nog in het Vlaams Parlement gezegd dat andere landen van Europa best een voorbeeld nemen aan het Vlaamse onderwijs in plaats van andersom (hier). Voorwaar, een verfrissende wind. Ik vind dat leuk.
    Tegelijk ben ik bang van de Sir Humphreys op het Onderwijsministerie, op het Gemeenschapsonderwijs en op de Guimardstraat. Zullen die geen stokken in de wielen steken nu die wielen in een andere richting draaien? Dat gebeurt op andere ministeries toch ook. ‘In verschillende beleidsdomeinen,’ schrijft Lesaffer, ‘werken centrumrechtse ministers en ‘rode’ ambtenaren, in het verleden door sp.a benoemd, meer naast elkaar dan met elkaar.’ Dat is vriendelijk geformuleerd.  Lesaffer wordt ook verdrietig als hij bedenkt dat zich in de toekomst een tegenovergestelde stand van zaken kan voordoen – dat centrum-rechtse ambtenaren, die nu wat makkelijker benoemd raken, gebrekkig zullen samenwerken met toekomstige ‘rode’ ministers.
     Daar valt allemaal weinig tegen te beginnen. Je zou aan een ‘system of spoils’ kunnen denken, zoals dat in de 19de eeuw werd toegepast door Amerikaanse presidenten: bij elke regeringswissel duizenden ambtenaren afdanken en vervangen door mensen van de eigen partij***. Maar erg kies is dat niet. Het is, geloof ik, ook niet de geschikte manier om de ‘beste man op de beste plaats’ te krijgen. Dan gaan we beter door met de huidige aanpak. Voor ondergeschikte betrekkingen laten wij kandidaat-ambtenaren vergelijkende examens afleggen en dan benoemen we die kandidaten die de beste cijfers haalden. Zo is mijn broer aan zijn mooie betrekking bij het postwezen gekomen. En voor topambtenaren huren we een selectiebureau in dat de bekwaamste kandidaten selecteert. Vaak zijn dat kandidaten met een politiek kleurtje, want je kunt van zulke topmensen niet eisen dat ze, zoals de cynische Sir Humphrey, geen enkele politieke overtuiging hebben. Als de regering dan uit die bekwaamste kandidaten een keuze moet maken– en zo’n keuze is altijd een beetje subjectief – dan zou ik het nog zo heel erg niet vinden als de socialisten en de wij-zijn-ook-progressieven daarbij een poosje in de kou blijven staan. Zeker als het over het over het Onderwijsministerie gaat. Hun kans komt nog wel terug.


_____________

* Lesaffer becommentarieert in zijn artikel de benoeming van n-va-man Jeroen Windey tot administrateur-generaal van het Agentschap Binnenlands Bestuur. Daarvóór was Windey kabinetschef van Liesbeth Homans. Kabinetscheffen hebben bij selectieprocedures een voordeel op andere kandidaten door hun praktische ervaring met de administratie. In het onderwijs worden directeurs ook bijna altijd gekozen uit kandidaten met bestuurservaring als ‘schoolcoördinator’, ‘graaddirecteur’, ‘vice-directeur’, ‘zorgcoördinator’,  enzovoort. Het komt vandaag niet vaak meer voor dat je van leraar rechtstreeks opklimt naar het directeurschap.
** Met het ‘wonderbureau’ wordt bedoeld het bestuur van de cvp-jongeren van 1967 tot 1971. De leden van dit bestuur waren Wilfried Martens, Jean-Luc Dehaene, Miet Smet, Georges Monard, Paul De Broe, Ward Bosmans (waar ik hier en hier al eens over schreef), Rita Jolie en Paul Pataer. Het wonderbureau bracht de geest van mei ’68, de geest van protest en progressiviteit, binnen in de christendemocratische partij. Dat gebeurde onder andere met een manifest voor ‘democratisering’ en ‘modernisering’ van het onderwijs. Hier vind je de wonderkinderen samen op de foto.

***Hoe corrupt het Amerikaanse  ‘system of spoils’ ook was, het is in niets vergelijkbaar met de omvangrijke ontslagen van rechters, ambtenaren, professoren, leraren, rectoren, enzovoort die nu in Turkije aan de gang zijn.

zaterdag 26 september 2015

Het geslacht van de duivel

  Van alle griezelige wezens die niet bestaan ben ik het meeste bang van duivels. Vampiers bestaan niet en weerwolven zeker niet, maar met de duivel weet je maar nooit. Hij laat je geloven dat hij niet bestaat, maar dat zou een list kunnen zijn, zo werd mij op de lagere school geleerd. Gelukkig stelden mijn ouders me gerust. In een christelijk land als het onze wist de duivel zich geen raad met al die kerken en kappellen en kruisbeelden met gewijde palmtakjes. Nergens vond hij een park of een pleintje waar hij rustig kon neerzitten op een bankje, of op een steen langs de weg. Hij was daarom uitgeweken naar de missielanden en een pater-missionaris moest eerst een degelijke cursus exorcisme volgen vooraleer hij zich in zo’n land vestigde. Wij hadden niets te vrezen. Nu echter, met de ontkerkelijking, wordt het ook bij ons weer gevaarlijk. Zo heeft minister van Binnenlands Bestuur Liesbeth Homans twee weken geleden de ontwijding van de St-Amandskerk in Roeselare goedgekeurd. Gelukkig kom ik daar niet vaak, want zoiets is niet goed voor mijn veiligheidsgevoel.
    De duivel, dat weet iedereen, kan allerlei gedaanten aannemen, en dat maakt hem extra gevaarlijk. Op het witte doek verscheen hij onlangs nog als Al Pacino en als Meryl Streep – wat meteen de vraag doet rijzen: is de duivel mannelijk of vrouwelijk? Op die vraag bestaat, in tegenstelling tot op een soortgelijke vraag over de engelen – een heel precies antwoord: er zijn zowel mannelijke als vrouwelijke duivels. De eerste variëteit is de ‘incubus’, die eruitziet als een faun – met bokkenpoten en hoorns – en de tweede variëteit is de ‘succubus’ – hetzelfde, maar met vrouwelijke geslachtskenmerken. Het zijn allebei seks-duivels. De succubus heeft gemeenschap met een man, wiens daarbij vrijgekomen zaad wordt opgevangen en doorgegeven aan een incubus, die daar dan op zijn beurt een bevriende heks mee bevrucht.
    Tegen die theorie van de indirecte bevruchting zijn allerlei theologische en fysiologische bezwaren geformuleerd. Ze worden zorgvuldig weerlegd in Deel I, vraag III van de Malleus Maleficarum oftewel De heksenhamer (1486), de onvolprezen handleiding voor de heksenjager van vroeger en nu. Mijn Engelse uitgave bevat een voorwoord van vertaler Montague Summers uit 1948, waarin hij wijst op de brandende actualiteit van het boek.
    Die Summers was anders een rare kerel. Leraar klassieke talen. Gaf zich uit voor en kleedde zich als katholiek priester. Lid van de ‘British Society for he Study of Sex Psychology’. Heeft zich voor de rechtbank moeten verantwoorden voor pedofilie, maar werd vrijgesproken. Publiceerde over vampiers, weerwolven en voodoo. Van dat laatste ben ik trouwens ook bang, maar dat is een ander verhaal. Dat bestaat echt.

 

Oorspronkelijk geplaatst op 27 september 2015