Posts tonen met het label Open-VLD. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Open-VLD. Alle posts tonen

zaterdag 5 december 2020

De strijdbijl en de dolk van Lachaert


      In Het Nieuwsblad van vandaag (hier) zegt Lachaert voor de zoveelste keer dat hij geen schuld heeft aan de ruzie tussen hem en De Wever. ‘Jullie bellen nooit eens?’ vraagt de journalist. ‘Nee. Hij moet ergens mijn nummer zijn kwijtgeraakt.’ Goed. Dat kan. Maar het is toch maar een half antwoord. Waarom belt Lachaert immers zelf niet? Boos, beschaamd, verongelijkt, ook nummer kwijtgeraakt? Of heeft hij, nu zijn partij in de regering zit, bij zo’n telefoontje niets te winnen?
     Waar hij in elk geval wel bij te winnen heeft, is dit: zo vaak als mogelijk in de pers herhalen dat hijzelf ‘de strijdbijl met N-VA begraven wil’? Hier wil ik Lachaert even waarschuwen. Die strijdbijl is een gevaarlijke metafoor. Ze komt uit de cultuur van de native Americans, net als de vredespijp roken. Dat komt in de buurt van ‘cultural appropriation’. Misschien kan Lachaert beter iets uit de eigen Europese cultuur nemen. Hij zou De Wever kunnen beloven hem nooit meer een dolk in de rug te steken bijvoorbeeld*. Die dolk is gemunt door George Bernard Shaw, en doet denken aan de moord op Caesar, en aan de Italiaanse renaissance.
     Ik heb nu heel leep die dolk in verband gebracht met Lachaert, en ben daarna gaan uitweiden over George Bernard Shaw en Caesar en de renaissance om de aandacht af te leiden. Maar kan ik mijn insinuatie ook verantwoorden? Eigenlijk niet. Ik was niet aanwezig op de regeringsonderhandelingen en weet dus niet wat daar gezegd is. Heeft Lachaert toen op zeker ogenblik persoonlijke beloftes gedaan die hij achteraf niet gehouden heeft. Dat kan. Zoiets komt voor in de politiek. Bart De Wever heeft indertijd persoonlijke beloftes gedaan aan Jean-Marie De Decker, die hij achteraf verbroken heeft. Hij was daar toen erg beschaamd over. Maar of Lachaert nu ook zoiets gedaan heeft, en daar beschaamd over is? t Is mogelijk, maar ik kan dat niet met zekerheid weten.
     Wat iedereen ondertussen wél weet, is dat, toen de eindstreep in zicht kwam, de beslissing paarsgeel of vivaldi alleen bij Lachaert lag, en dat hij gekozen heeft voor dat laatste. Eén reden voor die keuze was dat hij op die manier het veto van de PS tegen MR kon omzeilen. Je kunt het hem als voorzitter van de Vlaamse liberalen niet kwalijk nemen dat hij graag de Waalse liberalen mee in de regering had. Dat is een begrijpelijke vorm van solidariteit. Maar je kan het N-VA ook niet kwalijk nemen dat ze dat anders zien. Door zijn keuze heeft Lachaert de Vlaamse solidariteit doorbroken – waar CD&V en SP.A wel toe bereid waren –  en heeft hij de centrumrechtse solidariteit doorbroken door Groen en Ecolo te verkiezen boven N-VA. Ik betreur die keuzes, maar, ach, ’t is politiek.
     Ik denk overigens dat alles in de toekomst nog goed kan komen tussen De Wever en Lachaert. Er zijn indertijd erg diepe wonden geslagen tussen De Wever en Tom Meeuws (zie hier) en toch hebben die twee in Antwerpen een coalitie kunnen maken. Dus na 2024, waarom niet?** We mogen veronderstellen dat Open-VLD haar centrumrechtse reflex niet helemaal kwijt is. En misschien is het Belgisch nationalisme van Open-VLD maar een tijdelijke bevlieging waarvan de partij ook wel inziet dat ze erdoor aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’ kan terechtkomen  dát zou pas erg zijn.
     Ná 2024 dus, dat zou kunnen, maar ook weer niet vóór 2024. Het is grappig om te zien hoe Lachaert er telkens maar op aandringt dat N-VA geen ‘ruzie’ meer zou maken, terwijl zijn partij in de regering zit en N-VA in de oppositie. Ik neem het spek, en jij krijgt het touwtje en we gaan daar geen ruzie over maken. Zoiets ongeveer zei Isengrim tegen Reinaert.
     Kijk, dat Lachaert de vrede wil bewaren binnen zijn coalitie begrijp ik. Dat zal niet altijd makkelijk zijn met De Croo en Vandenbroucke die allebei graag op de televisie komen en allebei graag gelijk hebben, en met Rousseau en Bouchez, tussen wie de verstandhouding ‘gevoelig’ ligt. Maar het moet. Vrede tussen de regering en de oppositie daarentegen, wat is dat nu weer? ‘N-VA heeft ervoor gekozen zich als een oppositiepartij te profileren,’ zegt Lachaert verwijtend. Ook dat nog! Een partij die federaal in de oppositie zit, en die zich federaal als een oppositiepartij gaat profileren! Waar gaan we naartoe? 
     Lachaert heeft veel geluk dat het politieke leven al een hele tijd beheerst wordt door corona, en dat N-VA – helemaal terecht – beslist heeft om rond die kwestie de godsvrede te bewaren. Hier laten zich weer de voordelen voelen van de aanstaande vaccinatie.  Als die achter de rug is, kan de oppositie echt beginnen. Zelf hou ik daar niet zo van (zie hier), maar in een democratie hoort het erbij.

 

* Lachaert gebruikt een moderne versie van de dolk-uitdrukking. Hij zegt in het interview: ‘Ik stoor mij mateloos aan de houding van N-VA die haar eigen ministerspresident in de rug schiet.’ Zou Jambon een kogel gevoeld hebben? Lachaert beweert dat ook dat naast de MR ook andere partijen zich niet achter de maatregelen van het Overlegcomité scharen, en hij geeft het voorbeeld van N-VA. Ik zal Lachaert in dat verband geen leugenaar noemen, maar als hij het verschil niet ziet tussen de houding van MR en N-VA in die kwestie, wil ik het hem wel uitleggen. Heeft hij mijn telefoonnummer? Of had De Wever moeten zwijgen over de desastreuze communicatie van Vandenbroucke? Ik heb ook niet gezwegen. (hier)

** Veel zal afhangen van het verkiezingsresultaat van N-VA. Verliest ze veel kiezers aan Vlaams Belang, dan kan het dubbele cordon sanitaire nog wel even doorgaan.

zaterdag 29 februari 2020

Propagandaoorlogje (2)

     Gisteren plaatste ik een stukje over de ruzie tussen N-VA en Open-Vld. N-VA had een filmpje met twee fragmenten van Gwendolyn Rutten gepost, één van 2010 waar ze zich vóór confederalisme uitspreekt, en één uit 2020 waar ze tégen is. Het filmpje van Open-Vld had als slagzin: ‘Wij beantwoorden de charge van N-VA met Abraham Lincoln: ‘Truth is generally the best vindication against slander’.
      Dat is een goede raad. Alleen begrijp ik niet goed waarom Open-Vld hem zelf niet toepast. Waarom weerlegt ze de laster niet door de waarheid te vertellen. Bijvoorbeeld dat Gwendolyn Rutten níet van mening is veranderd over confederalisme. Of dat de vrouw op het filmpje niet Gwendolyn is maar iemand die op haar lijkt. Of dat de fragmentjes uit hun verband zijn gerukt. Of dat  Open-Vld goede redenen had om van standpunt te veranderen. Dan zouden ze die goede redenen kunnen uitleggen, desnoods in een langer filmpje. Maar helaas, zo werkt het niet in politieke propaganda. Daar geldt het pragmatische adagium: never apologize, never explain.
     Moet ik dan alles zelf doen?
     Toen ik een jaar of acht, negen was, vroeg een buurjongen mij of ik wist wat PVV betekende? Nee, dat wist ik niet. Pest Voor Vlaanderen, zei hij. Het was de tijd van de taalgrens. Het vlakbij gelegen Komen werd ‘overgeheveld’ naar Wallonië. Overal zag je gekalkte leuzen: Nee Theo, Dat Nooit! Dat was toen natuurlijk nog een andere Theo.
     Veel is ondertussen veranderd en de PVV van toen heet nu Open-Vld. Toch moest ik bij Gwendolyns pleidooi voor herfederalisering terugdenken aan dat Pest Voor Vlaanderen. Was er dan toch in de blauwe familie een latent Belgicistisch virus aanwezig dat vijftig jaar lang werkzaam bleef? Zelfs nadat de helft van de Volksunie was naar die familie was overgelopen?
     Dat is een weinig geloofwaardige verklaring. Maar de verklaring die Open-Vld’ers desgevraagd zelf geven is ook niet erg geloofwaardig. (Zie bijvoorbeeld hier).  Er is veel veranderd sinds 2010, zeggen ze. Er is ondertussen een zesde staatshervorming geweest die ‘het zwaartepunt bij de gewesten legt’. Heel goed. Maar waarom mag dat zwaartepunt niet verder verlegd worden? Dát willen we weten.
     Zelf heb ik twee andere verklaringen. Open Vld is op minder dan 20 jaar tijd gezakt van bijna 25 procent naar 13 procent. De Waalse MR daarentegen blijft comfortabel boven de 20 procent. De Vlaamse liberalen hebben er dus meer dan vroeger belang om met de Waalse broeders een  blauw ‘front’ te vormen – als ik dat belligerente woord ook eens mag gebruiken. Hoe hechter de politieke eenheid in België, hoe gemakkelijker het is om zo’n front tot stand te brengen over de taalgrens heen. L’union fait la force … voor blauw … en nu ik erover nadenk ook voor groen en rood.
     Een andere verklaring voor het nieuwe belgicisme ligt in de politieke marketing. Op economisch vlak zijn de liberalen niet goed te onderscheiden van N-VA. Op migratievlak verschillen ze wel, maar dat zouden ze, als ze slim, zijn, beter niet aan de grote klok hangen. Rest de communautaire kwestie. Daar kunnen de liberalen zich wel onderscheiden.
     Uit allerlei onderzoek blijkt dat de Vlaming van die communautaire kwestie ‘niet wakker ligt’, zoals men zegt. ’t Is ook een verduiveld ingewikkelde zaak, die al zestig jaar aansleept. Elke hervorming is ingewikkelder dan de vorige. Er wordt eindeloos vergaderd. Er worden kilometers teksten opgesteld, met artikels die uitdijen tot bis, ter, quater en quinquies. Er is een financieringswet waarvan slechts enkele geleerden begrijpen hoe die in elkaar zit. Je hebt een Belgische regering, een Vlaamse regering, een Duitstalige regering,  een Brusselse regering en twee Franstalige regeringen – één voor het Gewest en één voor de Gemeenschap. Het is een warboel. Zou één regering niet eenvoudiger zijn?
     Het was de strategie van Rutten, geloof ik, om in te spelen op dat wat naïeve verlangen naar eenvoud. Gedaan met de in-sti-tu-tio-nele hervormingen – zo’n moeilijk woord ook! Laten we alles laten zoals het was. En de échte problemen aanpakken: milieu, zorg, onderwijs, jobs, het coronavirus, immigratie, of nee, dat laatste eigenlijk niet.
      Kan zo’n strategie aanslaan? Wie zal het zeggen. Bij mij niet. Als ik naar het Waalse onderwijs kijk, ben ik blij dat het departement gesplitst is. Met Wallonië erbij zou ons onderwijs niet eenvoudiger worden, en zeker niet beter. Justitie mag van mij morgen worden gesplit
st, en Asiel en Migratie en de Sociale Zekerheid ook. ’t Zal een beleid in Vlaanderen een stuk eenvoudiger maken. Ik begrijp dat links tegen zo’n splitsing is. ’t Is hun goed recht en ik ken hun principiële argumenten ongeveer. Maar wat zijn die van de liberalen? Behalve politieke berekening?

vrijdag 28 februari 2020

Propagandaoorlogje tussen N-VA en Open-Vld

     ’t Zit mij dwars dat de twee partijen die op economisch vlak enigszins liberaal zijn zo’n ruzie maken. Maar er is niets aan te doen.  De partijen hebben nu elk een filmpje gemaakt waarin ze elkaar aanvallen. Ik wou er eerst niet kijken naar, maar toen ik hoorde dat Jan al gekeken had, en er zijn mening over had, heb ik het toch maar gedaan.
     De twee filmpjes zijn ongeveer even lang: dat van  N-VA duurt 35 seconden; dat van Open-VLD duurt 48 seconden en ’t heeft een leuk muziekje op de achtergrond.
     Het N-VA-filmpje bestaat alleen uit fragmenten van twee tv-interviews met Gwendolyn Rutten, een uit 2010 en een uit 2020. In het eerste zegt Rutten dat ze vóór confederalisme is, en in het andere dat ze er tégen is. Daar staat een wat idioot citaat van Eisenhower bij volgens hetwelk je je principes niet mag verloochenen omdat je anders ook je privileges verliest. Dat citaat suggereert dat Rutten haar principes verloochende en om opportunistische redenen van standpunt veranderd is.
    Die suggestie was een dwaasheid. De redenen waaróm een partij van standpunt verandert, behoren tot het domein van de speculatie. De eerste vraag zou moeten zijn of het om een verandering ten goede of ten kwade gaat. En dan: welke partij begaat nooit inconsequenties, maakt geen opportunistische berekeningen, en verandert nooit van standpunt? Zo’n verwijt kun je alleen nuttig gebruiken als je zelf je eigen maagdelijkheid hebt weten te bewaren in de veilige omgeving van een gedwongen of zelfgekozen oppositie.
     Het filmpje van N-VA was een stinkbommetje richting Open-VLD. Het antwoord was een regen van ontploffende stinkgranaten: vijftien krantenkoppen over zeven verschillende onderwerpen spatten open in je gezicht. Hoe meer, hoe beter, moet men gedacht hebben. Zelf hou ik daar niet zo van. Het gebeurt dat ik met veel moeite een redenering uitwerk in een stukje en dat iemand dan een antwoord op mij afvuurt van driehonderd lettertekens bevattende vijf cijfers, tien onderwerpen en een oproep om mijn leven te beteren.
     Wat ik ook flauw vindt, is dat Open-VLD slechts af en toe met echte N-VA-citaten werkt. De meeste krantenkoppen gaan óver N-VA, en als ik op mijn eigen krant – Het Nieuwsblad – afga, zijn die koppen vaak niet het meest evenwichtige onderdeel van het artikel.
     Volgens Open-VLD heeft N-VA beweerd dat ze
 
  1. via regeringsdeelname het confederalisme wil bereiken
  2. tegen asielfraude is
  3. solidair is met Catalonië
  4. Bart De Wever wou als minister-president
  5. nooit samen in een regering zou vormen met de PS
  6. voor het Marakesh-pact was
  7. heel grote verschillen zag tussen haarzelf en Vlaams Belang
    Ik geloof dat de zaak van het Marakesh-pact (6) niet helemaal correct is weergegeven, maar het is vrijwel het enige punt waar N-VA werkelijk van standpunt veranderd is – en gelukkig maar.  Over het Vlaams Belang (7) kun je discussiëren: de verschillen zijn gebleven maar de bereidheid tot samenwerken zal ongetwijfeld zijn toegenomen.  De overige vijf punten zijn spijkers op laag water omdat N-VA daarover niet van mening veranderd is. N-VA
  1. wil nog altijd het confederalisme – al kan die niet met gelijk welke regeringscoalitie worden bewerkstelligd
  2. is nog altijd tegen asielfraude – al wordt een van haar ex-leden beschuldigd van zo’n fraude
  3. is nog altijd solidair met Catalonië; dat standpunt is niet veranderd toen de Spaanse unitaristen van Vox – tegen de wil van N-VA – tot hun Europese fractie werden toegelaten
  4. had met 30 procent van de stemmen ongetwijfeld Bart De Wever naar voren geschoven als minister-president die daarna communautair kon gaan onderhandelen met de Waalse minister-president
  5. is altijd bereid geweest om te regeren met PS als een staatshervorming op de agenda staat –  maar ook alleen dán; de PS en CD&V zijn voor zon staatshervorming zelfs altijd de bevoorrechte partner geweest.  
     Bij (2) hoort nog een kleine bemerking. Het gebruik van de krantenkop ‘Francken liet 32 sans-papiers met strafblad vrij’ heeft naar mijn smaak een groot Vlaams Belang-gehalte. De zaak heeft ten eerste niets met asielfraude te maken, wat nochtans wordt gesuggereerd. En ten tweede moest Francken zich aan de principes van de rechtstaat houden. Hij heeft, succesvol, geprobeerd om zoveel mogelijk criminele illegalen uit het land te zetten. Maar als de uitzetting volgens de gerechtelijke procedures niet mogelijk is, wat hier het geval schijnt te zijn geweest, dan kon Francken die illegalen niet in voor onbepaalde duur in een asielcentrum opgesloten houden. Een staatssecretaris is geen rechter, en een gesloten asielcentra is geen gevangenis.
     Als ik Bart Somers was, zou ik nu de 
‘Propaganda-Abteilung’ van Open-VLD beschuldigen van – vooruit dan maar – van populisme.

zondag 24 november 2019

Zet Bart Somers zijn geld in op paars-groen?

   Bart Somers kwam op vtm vertellen dat N-VA liever in de oppositie wou dan in de federale regering.  Somers weet dat. Ik van mijn kant weet niets. Soms vermoed ik iets. Zo vermoed ik dat Somers zélf N-VA liever in de oppositie wil, met wat meer ruimte voor de liberale familie en, wie weet, misschien wel een Vlaamse eerste minister van die familie. Maar ik weet dat niet.
      Somers kan dus gelijk hebben over die oppositiekeuze van N-VA. Ik ben slecht op de hoogte van wat discreet achter de schermen gebeurt. Ik ben daar niet bij. Somers is dan weer slecht op de hoogte van wat vóór de schermen gebeurt.  Zo verklaarde hij dat N-VA was ‘gaan lopen’ uit de vorige federale regering. Dat is niet waar, en dat weet ik want daar was ik bij wijze van spreken wel bij. Die zaken werden wekenlang voor de televisiecamera’s uitgevochten in het parlement. N-VA wou niet dat de regering het Marrakesh-pact ondertekende, en de andere partijen wilden dat per sé wel. Als Bart Somers zijn partij toen had overtuigd om het pact te verwerpen, was N-VA niet 
gaan lopen. En als Somers iets anders beweert, liegt hij.
     Somers zegt nog iets eigenaardigs. Omdat N-VA uit de federale regering was gestapt, beweert hij, was de partij een vierde van haar kiezers verloren. Hier hebben we een uitspraak over feiten (de uitstap uit de regering, het verlies van kiezers) en over een oorzakelijk verband (het tweede komt door het eerste). Aan mijn leerlingen leg ik uit dat zo’n oorzakelijk verband altijd een kwestie van speculatie is. Maar sommige speculaties zijn plausibel en andere dubieus. We weten – dat is onderzocht – dat N-VA vooral kiezers verloor aan Vlaams Belang. Bart Somers beweert dus dat N-VA minder kiezers zou hebben verloren als ze het Marrakesh-pact wel hadden aanvaard en in de regering waren gebleven. Ik beweer dat de partij in zo’n geval juist méér kiezers aan Vlaams Belang zou hebben verloren. Welke bewering is de meest plausibele?
      Somers heeft overigens ook verstandige zaken gezegd. De N-VA-uitstap uit de regering heeft volgens hem catastrofale gevolgen gehad. Ja, dat is waar. Denkt Somers aan Maggie De Block op asielbeleid? Of heeft hij het over de ontsporing van de begroting? Ik denk het laatste. Blijkbaar kunnen de liberalen  zonder N-VA die ontsporing moeilijk tegenhouden. Als Somers dát bedoelt heeft hij gelijk. Maar z
ou dat beter lukken met het soort paars-groene regering waar Somers nu blijkbaar zijn geld op inzet?

dinsdag 21 mei 2019

Is er een verschil tussen Groen en N-VA?

     Hilde Crevits (CD&V) wil er zich nu nog niet over uitspreken welke coalitie ze na 26 mei wil aangaan: met N-VA of met Groen-sp.a. Ze zal de verkiezingen eerst afwachten. Ze zal eens kijken hoe de kaarten worden verdeeld. Ze zal eerst haar best doen om een zo goed mogelijke campagne te voeren en om een zo goed mogelijk resultaat te behalen. De ironie wil echter dat haar keuzemogelijkheden niet zullen worden vastgelegd door haar eigen resultaat, maar door dat van Vlaams Belang en van N-VA. Kan Vlaams Belang wat extra procenten ontfutselen aan N-VA, dan mag Hilde doen wat ze wil; kan N-VA een aantal procenten terugwinnen van het Belang, dan is het lot van Hilde vastgeklonken aan dat van de Alliantie.
     De lezer die door de ervaring wat bitter is gaan denken over politiek, zal zich afvragen of het allemaal wel zo’n verschil maakt, een overgang van Geel-Blauw-Oranje naar Oranje-Groen-Rood of omgekeerd. Dat is een goede vraag. We moeten ons inderdaad niet aan een revolutie verwachten. Zo’n overgang behoort tot de gewone afwisseling van de wacht, de ‘alternance’ zoals de Fransen zeggen, de ‘zigzag of politics’ zoals Nozick het noemt. De Groenen hebben een ‘ambitieus klimaatplan’ dat, consequent uitgevoerd, zou leiden tot een tsunami aan belastingen en prijsstijgingen. Maar als ze eenmaal in de regering zitten, zullen de groenen rekening moeten houden met hoe meer ervaren partijen aankijken tegen de electorale gevolgen van zo’n beleid. De zwaar belaste burger is een boze kiezer. We mogen aannemen dat de tsunami dan afzwakt tot een vloedgolf bij springtij.
     De eenvoudige waarheid is deze. Het beste wat we van een coalitie met N-VA kunnen verwachten is dat de belastingen met één of twee procent dalen, en van een coalitie met Groen dat ze met één of twee procent stijgen. Nu ben ikzelf op principiële gronden een hartstochtelijk voorstander van een belastingsverláging van één of twee procent, en een hartstochtelijk tegenstander van een belastingsverhóging van één of twee procent, maar het blijft gemorrel in de marge, pieterige bewegingen in het dal die je vanop de bergtop amper ziet.*
     Er is echter één gebied waarvan we kunnen aannemen dat N-VA of Groen in de regering wel het verschil kunnen maken, en dat is dat van de migratie. Er heeft zich de laatste dertig jaar – naast de gewone arbeidsimmigratie van Nederlanders, Fransen en Polen – ook een grote groep illegalen, asielzoekers en gezinsherenigers uit Afrikaanse en Islamitische landen in ons land gevestigd. Op economisch vlak biedt die immigratie geen voordelen en op maatschappelijk vlak brengt ze veel problemen met zich mee. N-VA staat voor een strikter beleid op dat gebied terwijl Groen het ruime beleid voorstaat. CD&V, sp.a en Vld nemen een wat vage en wisselende middenpositie in.
     Groen heeft veel middelen om de andere partijen van haar gelijk te overtuigen. De partij heeft het Marrakesh-pact en de Europese regels aan haar kant. Bij CD&V kan ze het vluchtelingenverhaal van Jozef en Maria bovenhalen en bij Vld het open-grenzen-ideaal en het universele humanisme. En bij de socialisten zijn argumenten overbodig, want hun allochtoon electoraat zet al voldoende druk om hen naar die kant over te laten hellen. Gunstig voor Groen is daarbij ten slotte de wet van de traagheid. Een Groen migratiebeleid betekent dat er eigenlijk niets hoeft te veranderen. Alles kan bij het oude blijven. Alleen de taal moet wat wolliger.
     Maar ook N-VA heeft een aantal middelen om coalitiepartners te overtuigen. De partij kan wijzen op het succes van het strikte asielbeleid in Australië, van de strenge gezinsherenigingsnormen in Denemarken en de van de economische immigratiepolitiek van Canada. Een beleidspartij als CD&V begrijpt zonder veel moeite dat minderheden minder makkelijk integreren naarmate de groep groter wordt. De VLD-middenstander heeft weinig begrip voor migranten die door het OCMW gehuisvest worden, van het OCMW een leefloon krijgen en bij de apotheek naar het OCMW verwijzen als er iets moet worden betaald.  En bij de socialisten zijn geen argumenten nodig, want wat overblijft van hun autochtoon arbeiderselectoraat zet al voldoende druk om hen naar die kant over te laten hellen. Eén doorslaggevend argument heeft N-VA niet, maar wát ze heeft, is voldoende om stap voor stap wetgeving en beleid uit te werken die de migratiekraan kwartslag na kwartslag sluiten.
     Ik trekt daar allemaal mijn eigen conclusies uit. Op nogal veel van de internetsites die ik aanklik, krijg ik reclame voor CD&V. Een lieve collega van mij staat op de lijst van die partij. Ik moet die mensen teleurstellen, want ik zal niet voor ze stemmen. Zoals ik het zie zou ’t een weggegooide stem zijn, want hun partij is er voor de regeringsvorming toch weer bij, of ik er nu wel of niet voor stem. Nee, als ik stem, is het op Groen of N-VA. Maar op wie van de twee zal ik hier en plein public niet verklappen.



*Misschien zal de ‘herverdeling’ onder een linkse regering nog wat toenemen. Veel zal dat niet zijn want ons land is nu al herverdelingskampioen in Europa (hier). Ook linkse partijen zullen, als ze een keer meeregeren, inzien dat je niet tot in het oneindige kunt herverdelen, en dat er andere en betere vormen van armoedebestrijding bestaan.

donderdag 16 mei 2019

Hoe zien onze pensioenen eruit in 2070?


     De laatste tijd lees ik veel van die optimistische boeken:  Steven Pinker, Hans Rosling, Bjørn Lomborg, Maarten Boudry, Matt Ridley, Johan Norberg. ’t Is zoals met andere zoetigheid – je voelt een lichte walging, maar je blijft ermee doorgaan. We eten beter, lees ik in die boeken, en we leven gezonder en we worden slimmer. Onze bejaarden worden vitaler en onze levensverwachting wordt langer. Wie vroeger leefde kwam jaarlijks netjes één jaar dichter bij zijn dood. Wie daarentegen in de twintigste eeuw leefde kwam jaarlijks maar zeven maanden dichter bij zijn einde. Denk daar maar eens over na.
     Op het hoofdkwartier van N-VA moet er ook iemand zijn die die boeken leest, iemand met name die heeft meegeschreven aan het partijprogramma. ‘Demografische projecties tonen aan,’ lees ik in dat programma, ‘dat de levensverwachting in België tegen 2070 nog verder zal stijgen. Een cruciale voorwaarde om de betaalbaarheid van de pensioenen te behouden, en zo de solidariteit met de jongere generaties te vrijwaren, is dat de wettelijke pensioenleeftijd die levensverwachting volgt.’ John Crombez heeft die passage gebruikt om het Bart De Wever knap lastig te maken. Het Nieuwsblad van 15 mei opende met de kop ‘De Wever wil pensioenleeftijd verder omhoog’, wat de zaak geloof ik niet helemaal juist samenvat*.
     Het was natuurlijk ook dom om speculaties over de toekomstige levensverwachting in het N-VA-programma op te nemen. Een verkiezingsprogramma moet niet speculeren over een mogelijke toestand in 2070**. Nu, in 2019, is de toestand ernstig genoeg. De gemiddelde pensioenleeftijd is vandaag nog geen 60 jaar. We werken gemiddeld 33 jaar en zijn 23 jaar op pensioen***. Wanneer wij hogere pensioenen willen – wat alle partijen beloven – zónder meer van ons loon af te dragen, dan moet dat werken een paar jaar langer en dat pensioen een paar jaar korter. Dáárom heeft Michel I de algemene norm verhoogd – van 65 naar 67 jaar – en is er een voorzichtig begin gemaakt met het afschaffen van de uitzonderingen.
     De partijen sp.a en Vlaams Belang beloven én hogere lonen én hogere pensioenen én verlaagde pensioenleeftijd. Daar kan ik begrip voor opbrengen want het zijn drie mooie dingen. Helaas gaan ze niet samen binnen één budget. Partijen die daarom ronduit zeggen dat de hogere pensioenen moeten worden worden betaald met langer werken, langer bijdragen en dus hogere pensioenleeftijd – N-VA en Open-vld zeggen zoiets – moeten worden geprezen voor hun eerlijkheid.
     Maar móeten wij wel kiezen tussen de drie mooie dingen? PVDA-man Jan Dumolyn schreef op zijn Facebookpagina dat de ‘piepeltjes van N-VA’ er niets van begrepen hebben. Een flinke stijging van de productiviteit, schrijf Jan, kan ervoor zorgen dat we én hogere lonen, én hogere pensioenen én verlaagde pensioenleeftijd krijgen. Daar zit iets in. Als ik met Jan daarover debatteerde voor de televisie zou ik misschien aanvoeren dat juist het PVDA-programma weinig garanties biedt voor zo’n productiviteitsstijging. Maar dat zou flauw zijn, want Jan heeft een punt. Uit mijn optimistische boeken weet ik dat de gemiddelde aardbewoner binnen honderd jaar – in 2119 dus – acht keer rijker kan zijn dan de huidige. Maar we móeten niet acht keer rijker worden. Wij kunnen er de voorkeur aan geven om in 2119 maar vier keer rijker te zijn en op ons veertigste op pensioen te gaan, of op ons achtenveertigste zoals vroeger de militairen, en de regentessen in het onderwijs. Wij kunnen dus, al is het binnen honderd jaar, tegelijk vier keer rijker worden én maar half zo lang werken.
     Ik heb hierboven zinsneden gebruikt als ‘wij willen’ en ‘wij moeten’ en ‘wij kunnen’. Er zit in in elk van die zinsneden een vies beestje dat ik er graag uit wil. Waarom zouden ‘wij’ iets moeten, of willen, of kunnen? En waarom zouden ‘wij’ allemaal hetzelfde kiezen? Ik zou het veel gezonder vinden als iedereen, binnen redelijke grenzen, zelf zijn eigen keuzes kon maken in zo’n gevoelige kwestie. Wie graag vroeg wil stoppen, kan wat harder werken en wat meer bijdragen, of zich met een kleiner pensioen tevreden stellen. Wie graag langer werkt, kan zijn bijdrage beperkt houden en aan het einde van zijn loopbaan toch een royale uitkering verwachten. Je krijgt dan als gepensioneerde ongeveer terug wat je tijdens je werkende leven  – kort of lang  – hebt bijgedragen, met interest. Veel en lang bijdragen levert een hoog pensioen op, kort en weinig bijdragen een klein pensioen.
     Het pensioenstelsel schijnt verder iets heel, heel ingewikkelds te zijn. Er zijn universiteitsprofessoren die hun hele leven wijden aan de studie ervan. Zo’n stelsel veranderen zal dus wat meer vragen dan een plannetje dat werd uitgetekend aan de keukentafel. Bovendien moet er in die delicate materie een zekere politieke overeenstemming bestaan. Alleen al de wettelijke norm met twee jaar verhogen naar 67 was zó delicaat dat die verhoging pas kan ingaan in 2030, ondanks de brede overeenstemming over de kwestie tussen N-VA, CD&V, Open-vld en Groen. Een geheel nieuw stelsel doorvoeren zal nog vele malen moeilijker zijn. Het beginsel is eenvoudig genoeg: rekening houden met het eenvoudige gegeven dat verschillende mensen verschillende dingen willen en belangrijk vinden. Maar het is het opruimen van de bestaande koterij die in zo’n gevallen voor de meeste moeilijkheden zorgt****. Ik zie het niet gebeuren vóór 2030. Het is meer iets voor 2070. Misschien kan N-VA dát eens opnemen in haar programma. 



*Liesbeth van Impe schrijft de dag erna dat De Wevers politieke tegenstanders zijn woorden ‘kort door de bocht geïnterpreteerd hebben. Dat is heel begrijpelijk van die tegenstanders, vindt ze - en dat vind ik ook. Maar waarom plaatste ze de dag ervoor zélf een kop op de voorpagina met een interpretatie die minstens even kort door de bocht ging? Zij is toch geen politieke tegenstander?

**Een uitspraak over een hypothetische situatie in de toekomst kan makkelijk worden verward met een politiek plan voor korte en middellange termijn. Zon onhandige uitspraak is in zekere zin erger dan een foute uitspraak.  Een foute uitspraak kun je achteraf weer intrekken. ‘Sorry, het was een vergissing.’ Een onhandige uitspraak kun je achteraf alleen nuanceren. En niet iedereen staat daarvoor open.

*** Zie hier  en hier . Ik heb vroeger al enkele stukjes geschreven over de pensioenkwestie, onder meer over de superioriteit van kapitalisatie vergeleken met repartitie:  hier, hier en hier

**** Het pensioenstelsel met punten, waar we niet zo veel meer over horen, zou een eerste aanzet kunnen zijn voor de opruimwerken.

zondag 6 januari 2019

Migratie-optimisme

     Op de vraag hoe het met mij, met jullie en met het heelal uiteindelijk afloopt, heb ik weinig gunstigs te melden. Maar ‘andrerseits bin ich kein rabenschwarzer Pessimist,’ zoals Reinhard Mey zong. Meestal ben ik een zonnetje in huis. En nu heb ik een nieuwe reden om mijn optimisme te koesteren. In De Zondag van vandaag staat een hoopgevend interview met John Crombez (Sp.a) ‘De migratie naar Europa moet verminderen,’ zegt hij. ‘Anders zal het niet houdbaar zijn. We moeten meer investeren in humane opvang in eigen streek.’  ‘U klinkt net zoals N-VA,’ werpt de journalist op. ‘Helemaal niet,’ antwoordt Crombez. Ja, wat moet die jongen daarop zeggen?*
     Met het nieuwe Sp.a-standpunt breidt de anti-migratiestrekking zich dus uit binnen het politieke centrum. Eerst was er het geruchtmakende openingscollege van Bart De Wever aan de RUG in 2015. S.pa volgt nu, misschien omdat ze zich ter linkerzijde willen onderscheiden door realiteitszin. Bij Open-Vld moeten ze nog eens goed nadenken over het verschil tussen economisch nuttige en economisch nadelige immigratie, maar ze volgen wel, te gelegener tijd, anders verliezen ze nog een keer kiezers aan N-VA. Voor CD&V ligt het wat moeilijker omdat ze halfopen grenzen en een ruime vluchtelingenopvang nu al zo lang prijzen als een vorm van christelijk humanisme. Maar vroeg of laat begrijpen ze zelfs daar het verschil tussen een humaan imago en een humaan beleid, want dat laatste moet per definitie ook realistisch zijn. Groen en PVDA zie ik niet snel omgaan, maar je kunt niet alles willen.
     Wel zal het ook ná de evolutie binnen de partijen niet gemakkelijk zijn. Er is de ethische controverse. Er is de noodzakelijke internationale samenwerking. Er is de juridische stand van zaken. Ook betekent een politieke consensus tussen de Vlaamse centrumpartijen, nog niet dat die consensus er is aan Waalse zijde. En verder is het sluiten van grenzen – nationaal of Europees – ingewikkeld en duur, en de landen van herkomst overtuigen om immigranten, met name afgewezen vluchtelingen, terug te nemen is eveneens ingewikkeld en – welja – duur. Want die regimes doen niets als ze er niets voor terugkrijgen.
     In elk geval ziet het ernaar uit dat migratie een belangrijk onderwerp wordt tijdens de volgende verkiezingscampagne. Dat komt onder andere door Marrakesh-beslissing van N-VA. Crombez zegt echter met recht en reden dat zulke zaken niet vastgelegd worden door de communicatiedienst van een partij: ‘De bevolking heeft al langer beslist welke thema’s de campagne domineren.’ Zo is dat. En migratie is één van die thema’s.
     Weinig grote problemen kunnen worden opgelost met ‘vijf minuten politieke moed’, zoals Yves Leterme indertijd heeft moeten ondervinden. Die wijsheid zullen we, geloof ik, niet terugvinden in de slogans van de komende verkiezingscampagnes. Daar zijn het slogans voor; ik heb daar geen probleem mee. Maar de regering die dan volgt, zal de eerste stappen moeten zetten. En de regering die erna komt, de volgende, enzoverder.
     En zo komt het allemaal nog goed.


 * Ook wat Crombez zegt over kernenergie staat mij wel aan. Zelf vindt hij dat ‘elk weldenkend mens weet dat gevaarlijke, vervuilende en dure kernenergie niet de toekomst kan zijn.’ Maar als de journalist van De Zondag opmerkt dat de wetenschappers van het VN-klimaatpanel kernenergie naar voren schuiven, antwoordt hij: ‘De kernlobby is aan het winnen.’ Kijk, dat vind ik alweer goed nieuws.

maandag 24 december 2018

Kerstbezinning over het Marrakesh-pakt

    Aangezien kerstfestijnen van ons gezin op zondagmiddag en dinsdagmiddag plaatsvinden, heb ik maandagavond vrij om lekker gezellig, tussen twee Stille Nachten op de piano door, een nieuw Marrakesh-stukje te schrijven. Misschien een bezinning over cijfers dit keer. Ik heb al enkele keren een beetje uitdagend beweerd dat vijfenzeventig procent – of drie vierde – van de Vlamingen tegen het Marrakesh-pact is. Dat was wat overdreven (hier). Nu ik de cijfers van de Nieuwsblad-enquête (hier) gelezen heb, zal ik voortaan niet meer spreken van drie vierde, maar van twee derde van de Vlamingen dat tegen het pact is. Ook dat is een beetje overdreven, maar niet zoveel, zoals ik hieronder betoog.
     Volgens de vermelde enquête, uitgevoerd door Ipsos bij duizend Vlamingen, zegt 31 procent van de bevolking ‘ja’ aan Marrakesh, 48 procent ‘nee’, en 21 procent heeft geen mening. Het Nieuwsblad geeft in die enquête ook nog een reeks andere vragen gesteld die met Marrakesh verband houden: of de regering moest vallen, of Theo Francken een goede staatssecretaris was,  of migratie een meerwaarde is voor ons land, of migratie belangrijker is dan klimaat, enzovoort.
    De politieke redacteur die met die cijfers een stuk moest schrijven,  heeft het allemaal wat ingekleed. Hij plaatst niet de vraag over Marrakesh in de kop, maar die over de val van de regering. ‘Vlaming vond het niet de moeite waard om regering te laten vallen over migratiepact,’ is blijkbaar de belangrijkste conclusie. Als 48 procent van de ondervraagden het Marrakesh-pact verwerpt, schrijft de redacteur dat ‘Vlaanderen verdeeld is’. Maar als 48 procent de val van de regering verwerpt, schrijft hij dat dat er daarover ‘meer eensgezindheid bestaat’. En uiteraard: als 53 % van de ondervraagden geen meerwaarde ziet in migratie, wordt meteen een experte opgebeld, Christiane Timmerman van het Centrum Migratie en Interculturele studies, die de cijfers in het ‘juiste kader’ moet plaatsen. ‘Het staat onomstotelijk vast,’ zegt de interculturele experte, ‘dat migratie economisch een meerwaarde biedt.’ Onomstotelijk? Dat zou ik nog eens willen zien. En sociaal-cultureel, gaat de experte verder, is er hoogstens sprake van een ‘uitdaging’, vooral ook omdat de indruk van overrompeling ‘hoegenaamd niet waar is’. Niet alleen ‘niet waar’, maar ‘hoegenaamd niet waar’. Men heeft dat daar allemaal heel precies uitgezocht, op dat Centrum.
     Ik wil mij hier niet bezig houden met het ‘juiste kader’ waarin we de cijfers moeten plaatsen, maar met de juiste verhoudingen tussen de cijfers. Die zijn wat ondoorzichtig door het grote percentage van ondervraagden dat ‘geen mening’ invult. Je zou dat kunnen vergelijken met ‘onthoudingen’ als er gestemd wordt. Toen er in de Kamer werd gestemd over het pact waren er géén onthoudingen. 75 procent was voor het pact en 25 procent tegen. De Wever zei toen – volgens mij terecht – dat bij de bevolking de meerderheid omgekeerd lag.

     De Wever wordt nu tegengesproken door Liesbeth Van Impe (hier). Die schrijft dat ‘48 procent [tégen het Marrakesh-pact] geen meerderheid is, laat staan een overtuigende’. Ik geef dat graag toe. Maar je kunt de cijfers van de Kamer en die van de enquête niet zomaar vergelijken. In de Kamer waren er zoals gezegd geen onthoudingen. Ik ben dus geneigd om voor mijzelf de onthoudingen bij de enquête even niet mee te tellen en dan krijg ik 61 procent tegen Marrakesh en 39 procent voor.
     Dat trucje zou ik ook kunnen toepassen voor de houding van de ondervraagden tegenover over migratie. Als ik de onthoudigen aftrek, of eerlijk verdeel onder de voor- en tegenstanders, dan krijg ik 65 procent dat geen meerwaarde ziet in migratie en 35 procent* dat die meerwaarde wel ziet. Of om het nog ruwer te formuleren: min of meer tweederde van de bevolking kant zich min of meer tegen nog veel nieuwe immigratie. Zonder mijn trucje gaat het ook. Dan schrijf ik gewoon dat er dubbel zoveel tegenstanders zijn van nieuwe migratie als voorstanders.
      Opvallend is dat de cijfers over migratie in het algemeen en over Marrakesh in het bijzonder niet helemaal samenvallen. Voor Marrakesh zijn er iets meer voorstanders, iets minder tegenstanders, en iets meer onthoudingen. Dat laatste begrijp ik – mensen die zichzelf niet geïnformeerd genoeg achten om het pact te beoordelen. Maar die bijkomende voorstanders begrijp ik niet goed. Waarom zou iemand die afwijzend staat tegenover migratie, tegelijk wel achter het Marrakesh-pact staan? Gelooft zo iemand misschien dat het pact de migratie zal afremmen of minstens onder controle zal brengen dankzij meer internationale samenwerking. Die uitleg over ‘controle’ en ‘internationale samenwerking’ heb ik vaak gehoord van de pro-Marrakesh-partijen Open-VLD en CD&V**. Maar blijkbaar is er toch maar 3 procent van de ondervraagden dat in díe redenering meegaat. Het grootste deel van de pro-Marrakesh-mensen wordt geleverd door de pro-migratie-mensen.
     Over de manier van vragen stellen ben ik overigens redelijk tevreden. Je kunt op alles kritiek hebben als je wil. ‘Migratie is een meerwaarde voor ons land’ …  dat is wat ongenuanceerd; Als ik dat letterlijk nam, zou ik hier ‘ja’ kunnen antwoorden, want arbeidsmigratie heeft allerlei voordelen. Maar ik neem aan dat de meeste ondervraagden wel begrepen over welk type immigratie het ging en dáárover hun mening hebben gegeven. Als er had gestaan ‘Afrikaanse en islamitische massa-immigratie is een meerwaarde’ zou het neen-kamp wat groter geweest zijn, en als er had gestaan ‘De basisrechten van de asielzoekers moeten beter worden gerespecteerd’**, had dat het een wat groter ja-kamp opgeleverd. Veel zal het niet schelen.
 



* In onderstaande tabel staan enkele cijfers uit de enquête samengevat. Het zou goed zijn mochten kranten een link meegeven waarmee je de enquête en het enquêterapport zelf kunt raadplegen.
 
Ja
Nee
Onth.
‘Migratie is een meerwaarde voor ons land’
28
53
19
Ik sta achter het VN-Migratiepact
31
48
21
Migratiepact belangrijk genoeg om regering te doen vallen
31
48
15
Er moeten vervroegde verkiezingen komen
33
54
13
Francken was een goede Staatssecretatis voor Asiel
61
26
13
Vertrouwen in De Block als opvolger van Francken
34
51
15


** Volgens de Nieuwsblad-enquête zijn de kiezers van die partijen veel minder Marrakesh-enthousiast. Bij de liberalen zijn bijna evenveel voor- als tegenstanders. Karl Drabbe (hier) had dus gelijk toen hij zich verwonderde over de radicale pro-Marrakesh-lijn van de liberale leiding. Misschien heeft die leiding gedacht dat ze zich zo’n lijn kon veroorloven omdat haar traditionele rechtervleugel toch al onherroepelijk verloren was aan N-VA. Of misschien heeft ze gedacht dat centrum-jongeren en bloc pro Marrakesh zijn. Twee misrekeningen geloof ik.

*** Je kunt de rechten van asielzoekers ook verdedigen als je niet vindt dat immigratie ‘een meerwaarde voor ons land’ betekent.

woensdag 19 december 2018

Ex-rechter De Smedt kent de échte reden

De excentrieke ex-rechter Walter De Smedt – hij weigerde soms vonnis te vellen – vertelt in Knack dat hij de échte reden kent waarom de N-VA zich tegen het migratiepact verzette. Jij en ik dachten dat N-VA zich tegen dat pact verzet omdat de partij migratieregels graag strenger wil zien, en niet soepeler. Maar neen, er is dus een échte reden.
     De Smedt is een liefhebber van beeldend taalgebruik. Door te hameren op het migratieprobleem heeft N-VA zich ‘vastgereden,’ schrijft hij, ‘en eens vastgereden moet je doorgaan.’ Doorgaan als je vastgereden bent, uiteraard, zeker. En als je verzopen bent, moet je doorzwemmen, dat is de goede oplossing. Ook noemt hij Bart De Wever een ‘schipper aan wal’ die over migratie niet rechtstreeks communiceert maar via ‘zijn mannetje’ Theo Francken. Dat lijkt mij een onredelijk verwijt. De Wever communiceert graag rechtstreeks, geloof ik, en hij heeft daar volgens sommigen zelfs een zeker talent voor. Ik heb een stukje van het Ter Zake-interview van van de week met De Wever gezien, en dat ging heel goed, ook zonder ‘zijn mannetje’.
     De Smedt is op zoek gegaan naar de échte beweegreden van N-VA omdat hij de opgegeven redenen niet kan aanvaarden. N-VA beweert bijvoorbeeld dat het pact de soevereiniteit van landen ondergraaft. Zonder die soevereiniteit kan ons land niet meer zelf beslissen hoe open of gesloten het zijn grenzen wil. Maar De Smedt noemt dat ‘fake news’ omdat wij  ‘die soevereiniteit al lang hebben afgestaan door het aanvaarden van de de universele mensenrechten.’ Je kunt daar drie dingen op antwoorden. Eén: de uitdrukking ‘fake news’ wordt alweer niet correct gebruikt. Twee: een deel van je soevereiniteit afstaan wil niet zeggen dat je ook de rest ervan wil verliezen. En drie: soevereiniteit die je kunt verliezen kun je ook herwinnen. De loop van de geschiedenis ligt niet vast. Onze leraar in het middelbaar, Bruno Creus, zag in de ontwikkelingsgang der mensheid zelfs overal ‘pendelbewegingen’.
    Ook een andere N-VA-reden wordt door De Smedt verworpen. N-VA, schrijf hij, vreest dat het pact door rechters kan worden aangegrepen ‘om vluchtelingen meer rechten te geven’. Dat dacht ik ook toen ik het pact las. Maar volgens De Smedt wordt dat ‘gerelativeerd’ doordat de andere partijen in het Parlement vóór het pact stemden. Hoe zoiets de vrees van N-VA kan ‘relativeren’  is mij volslagen onduidelijk. Die andere partijen vinden wellicht dat vluchtelingen inderdaad ‘meer rechten’ moeten krijgen. Zoiets moet de vrees van N-VA aanwakkeren, zou je denken, en niet relativeren.
     Maar goed, de ongeduldige lezer wil nu zoetjesaan de échte reden kennen waarom N-VA het pact verwerpt. De echte reden, lieve lezer, is – pas op, hier komt hij – dat N-VA bij de volgende verkiezingen … veel stemmen wil halen. Ik hoop dat dat waar is en dat het ook waar is voor de andere partijen, anders zijn ze allemaal gek, en ik heb liever geen gekken aan het stuur. N-VA wil stemmen halen, redeneert De Smedt, door zich op het migratievlak enerzijds te ‘onderscheiden van de andere democratische partijen’ en anderzijds ‘dezelfde boodschap’ van het Vlaams belang te brengen. Als beschrijving zou dat kunnen gelden – alhoewel! – maar toch zeker niet als verklaring. Het is alsof je zou zeggen dat je, om zoveel mogelijk van product A te verkopen, het zoveel mogelijk moet onderscheiden van product B, maar het zoveel mogelijk moet laten lijken op product C. Dan kun je het evengoed zoveel mogelijk laten lijken op product B en het zoveel mogelijk onderscheiden van product C.
     Ach, die stemmenwinst zal wel een rol spelen. Die partijmensen zijn sluwe kerels die over het stemgedrag van de burger allerlei berekeningen en misrekeningen maken. Dat is allemaal erg ingewikkeld. Maar aan de andere kant is het ook heel eenvoudig. Veel van die partijmensen geloven zelf ongeveer wat ze zeggen. De Wever van N-VA gelooft echt dat massa-immigratie kan en moet worden gestopt. Verherstraeten van CD&V gelooft écht dat immigranten opvangen een werk van naastenliefde is. De Croo van Open VLD gelooft écht dat we van massa-immigratie een economisch succesverhaal kunnen maken. En Filip De Winter van VB gelooft écht dat we alle immigranten die niet snel integreren kunnen en moeten terugsturen.
     Als je zelf een of meerdere van bovenstaande beweringen gekheid vindt, is het moeilijk om aan te nemen dat anderen er wel in geloven, maar toch is het zo. De Smedt bijvoorbeeld ziet de kwestie van immigratie als volgt: ‘Oplossen kan je het vluchtelingenprobleem niet. Mensen die honger hebben of vervolgd worden kan je niet zonder meer tegenhouden. Maar je kan er wel wat aan doen om het menselijk en ordelijk te laten verlopen.’ Zelf vind ik dat dat gekheid is. Als je nog vele honderdduizenden immigranten in ons land toelaat bovenop de vele honderdduizenden die er al zijn**, dan vrees ik dat er nog weinig zal zijn dat erg ‘ordelijk verloopt’, ook de immigratie niet. Maar ik ben er zeker van dat De Smedt dat wél gelooft. Ik ga niet op zoek naar de échte reden waarom hij zoiets zegt.


 
* Dat vastrijden van De Smedt maakt deel uit van een rare redenering. Het vreemdelingenprobleem, zo redeneert hij, is een van de onderwerpen waarover de burger misnoegd is en eisen stelt, maar die burger stelt ook andere eisen. N-VA maakt de fout om zich alleen toe te leggen op de immigratie en geen oog meer te hebben voor andere accenten. Dat is, alweer volgens De Smedt, de reden waarom Groen afhaakte bij de Antwerpse coalitieonderhandelingen. Zei ik al dat het een rare redenering was?

** Iedereen zal wel begrijpen dat ik hier niet doel op de echte arbeidsimmigratie die vooral inter-Europees is.

woensdag 24 januari 2018

Professorale belevenissen van Boudewijn Bouckaert

     Het gedenkschrift van Boudewijn Bouckaert, Professorale belevenissen, is maar een dun boekje geworden. Niet meer dan 250 bladzijden. Dat is niet zo’n groot nadeel als de lezer misschien zou denken. Bouckaert bezit de gave om iets kort en duidelijk onder woorden te brengen. Hij vat ergens Hayeks Law, Legislation and Liberty samen op een halve bladzijde, en ’t is een verdomd goede samenvatting. Hij besteedt enkele bladzijden aan het jaar dat hij aan Harvard les heeft gegeven. ’t Is vooral zijn persoonlijk verhaal, maar toen ik die bladzijden gelezen had, wist ik over die Amerikaanse law schools ongeveer alles wat ik wilde weten. Eerder in het boek wijdt hij enkele zinnen aan de overleden maoïstenleider Ludo Martens. Door die zinnen lijkt het alsof ik Ludo nu heel wat beter ken, terwijl ik hem vaker gezien en gesproken moet hebben dan Bouckaert. Als mijn zoon iets zou willen weten over de studenterevoltes van de jaren zestig – die nieuwsgierigheid zou hem sieren – zou ik hem de eerste vijftig bladzijden van Bouckaert aanraden. Alles wat ik er zelf van weet – alles wat de moeite is bedoel ik – staat erin. Dat de trotskisten bijvoorbeeld hippe vestjes droegen, en leninbaardjes en trotskibrilletjes, of er in ieder geval speciaal uitzagen. Ja, daarvoor waren het ook trotskisten!
     Bouckaert is onmiddellijk na zijn afstuderen en zijn legerdienst terwerkgesteld geweest aan de Rijksuniversiteit van Gent: tijdelijk assistent, eerst aanwezend assistent, docent, hoogleraar en gewoon hoogleraar. De laatste stap is ‘dóód gewoon hoogleraar’ voegt Bouckaert eraan toe en hij hoopt dat die laatste benoeming nog even op zich laat wachten. De weg van assistent naar hoogleraar is er een bezaaid met voetangels en wolfksklemmen, en benoemingen hangen evenzeer af van kantoorgekonkel als van academische verwezenlijkingen. De hoofdstukken daarover lezen als een vermakelijke campus novel.
     Inzake politieke overtuiging dan is Bouckaert meer dan één keer van kamp veranderd. Begonnen als rechts-katholiek werd hij aan de universiteit links-katholiek, dan radicaalsocialist, dan sociaaldemocraat om ten slotte rust te vinden bij het libertarisme – ook klassiek liberalisme genoemd. Die laatste overtuiging is hij trouw gebleven, al was hij achtereenvolgens lid van VLD, N-VA, LDD en dan weer N-VA. Wel stelde hij zich pragmatisch op en begreep hij dat in de politiek de beste én de tweedebeste keuze meestal ‘niet haalbaar’ zijn. Vaak gaat het erom de vierdebeste keuze te laten zegevieren over de vijfdebeste, en als dat gelukt is, kun je met recht en reden verzuchten: autant de gagné sur l’ennemi.
     Een van de aantrekkelijke eigenschappen van Bouckaert is zijn eerlijkheid. Hij komt er rond voor uit dat hij met grote tegenzin examens afneemt, trucjes verzint om het aantal mondelinge examens te beperken en dat hij op het einde van een examendag humeurig kan uitvallen tegen studenten. Als hij dan ziet dat ze schrikken, schrikt hijzelf ook en biedt zijn excuses aan. Toen hij assistent was van professor Calewaert, een hevige socialist, en bij hem doctoreerde, zorgde hij ervoor dat zijn eigen libertarische overtuiging wat onderbelicht bleef. Ook dat erkent hij achteraf. En die keer dat hij in De Morgen werd aangevallen door Yves Desmet antwoordde hij met een nogal onhandig satirisch stuk. In zijn boek geeft hij toe dat hij toen uit verbittering handelde. Dat is het soort toegeving dat je niet elke dag in gedenkschriften tegenkomt.
     Vooral in het eerste deel van het boek, verwerkt Bouckaert enkele aardige anekdotes. Zo moest hij tijdens zijn legerdienst het militair reglement uit het hoofd leren. Een van de regels luidde: ‘De soldaat heeft recht op zijn brood.’ Daar hoorde dan de examenvraag bij: ‘Wat heeft de soldaat op zijn brood?’ Het juiste antwoord was: ‘Recht.’
     In zijn studententijd werd Bouckaert ooit gearresteerd bij een betoging aangaande Vietnam. Hij werd ervan beschuldigd dat hij een politieagent met een ‘pancarte’ had bedreigd. Zo’n ‘pancarte’ waar een slogan op geschilderd is, kan inderdaad een gevaarlijk wapen zijn, afhankelijk van het materiaal waaruit het is gemaakt. Een stuk karton is vrij onschuldig, maar een bord uit stevig betonplex van dertig op vijftig centimer, vastgemaakt aan een stevige stok, dat is een andere zaak, vooral als je dat bord met de scherpe kant laat neerkomen op het hoofd van je slachtoffer. Bouckaert verscheen dus voor de rechtbank en een politieman kwam getuigen dat de student hem had bedreigd met een … met een … pamflet. Bij die verspreking, schrijft Bouckaert nogal droog, veerde advocaat Piet van Eeckhaut recht en wees erop hoe gevaarlijk zo’n papieren ding wel kon zijn.
     Misschien was meester Van Eeckhaut die dag ook kort en droog. Maar wie hem ooit aan het werk geeft gezien, op televisie of in het echt, stelt zich de scène anders voor. ‘Een pamflet! Edelachtbare, een pamflet! Ziedaar het wapen van de crimineel. Ziedaar het wapen van de terrorist! Ziedaar het moordwapen … (grist een blad uit zijn boekentas). Een onschuldig blad papier, edelachtbare, een onschuldig blad papier waarmee je geen geen mus in de tuin, waarmee je geen vlieg op het raam kunt verwonden, laat staan doden! Een blad papier dat een boodschap bevat van vrede en hoop en solidariteit met dat moedige volk in dat verre deel van Azië, dat volk dat alleen in alle rust en vrede zijn rijst wil verbouwen op zijn vruchtbare akkers. En nu wil men ons doen geloven, edelachtbare, dat deze zwaarbewapende agent, opgeleid en gedrild om gangsters en criminelen te bestrijden, dat deze zwaarbewapende agent, zeg ik u, zich bedreigd voelde door dit … (dramatische stilte, toont weer zijn papier) … pamflet? Ik vraag de vrijspraak voor mijn cliënt!’
     Meester Van Eeckhaut is rood aangelopen. Het is niet helemaal duidelijk of hij zo geboren is, teveel gedronken heeft in zijn leven, zo hard zijn best moet doen om niet in de lach te schieten, of dat hij het dramatische talent bezit om naar believen rood te kleuren als hij verontwaardiging wil veinzen.

vrijdag 24 februari 2017

Betalen wij onze politici te veel?

    Over mijn  laatste stukje was Jan (19) niet zo tevreden. ‘Wat heb jij daar nu mee te maken, vaderlief, wat die Bracke verdient? Dan kun je evengoed lezersbrieven sturen naar de website van Het Laatste Nieuws.’ Jan heeft dat ‘vaderlief’ overgenomen van de Sherlock-serie op televisie, die waarin Mycroft zijn broer aanspreekt met ‘Brother dear’.
     ’k Vind het een moeilijke kwestie. Natuurlijk is het niet erg beschaafd je druk te maken over wat iemand anders verdient. En hoewel ik graag weet hoeveel de postbode, de loodgieter, de friturist, de nefroloog en de bankdirecteur betaald krijgen, zelden leiden die bedragen als ik ze verneem tot een verhoogde bloeddruk. Maar met politici ligt dat een beetje anders. Als burgers zijn wij het die die politici betalen en dan wil ik graag weten of we niet te veel betalen. De lezersbrievenschrijvers van Het Laatste Nieuws geloven in elk geval stellig dat er te veel betaald wordt en de politieke partijen zelf lijken daar nu ook in mee te gaan. Ze hebben allerlei ideeën om er iets aan te doen (hier)*.
     Het liefst zijn mij de ideeën van n-va en Open vld. Zij willen het totale aantal mandaten te verminderen. Minder Kamerleden – van 150 naar 100 –, afschaffing van de Senaat, afschaffing van de provinciebesturen, halvering van de mandaten in de energie-intercommunales. Open vld wil de intercommunales zelfs privatiseren, en als ik dat woord nog maar hoor ben ik al half overtuigd. Maar ik wil geduldig naar de tegenargumenten luisteren.
    Cd&v heeft daar weinig tegenover te stellen. De partij wil vooral de manier van factureren bijstellen. Een politicus die in een een intercommunale zetelt, zou voortaan moeten factureren als ‘natuurlijke persoon’ en niet als ‘managementsvennootschap’. Het voordeel hiervan voor de burger lijkt mij erg beperkt. Die politici zouden dan misschien iets meer belastingen moeten betalen, dat kan, of iets minder, dat kan ook. Veel verschil zal het in elk geval niet maken. Tja, ’t is de cd&v ook**.
     Van Sp.a-kant komen de spectaculairste voorstellen, die echter ook het minste opbrengen. Voorzitter Crombez stelt voor om het aantal mandaten per politicus te beperken tot drie. Prima hoor, maar zolang het totale aantal mandaten niet vermindert, maakt dat voor de burger geen verschil. 60 000 euro betalen aan één socialist, of telkens 20 000 euro aan drie socialisten blijft voor mij even pijnlijk. Ook wil Crombez de vergoedingen van zijn mandatarissen beperken tot 6 200 euro. Als ik het goed begrepen heb, gaat de rest in de partijkas. Ook daar hebben we als burger niets aan.
     Maar heeft Crombez dan misschien gelijk in zijn principes? Moeten de vergoedingen van politici niet vooral omlaag? Ik las jaren geleden een stukje van Thomas Sowell die precies het tegenovergestelde voorsloeg. Die vergoedingen moesten veel, veel hoger, om op die manier succesvolle mensen aan te trekken uit andere beroepen. Ik was niet overtuigd. Ik vreesde dat de succesvolle mensen uit andere beroepen toch thuis zouden blijven. De bestaande hardwerkende, gewetensvolle en getalenteerde politici – ze bestaan en ze zijn niet zeldzaam – zouden met Sowells plan meer verdienen, zoals het hoort, maar dat zou ook gelden voor de vergadertijgers, de besluiteloze praters, de zure ideologen, de fantasieloze dossierlezers, de ja-knikkers en al degenen die uitsluitend jagen op macht, populariteit, aanzien en geld.
     Ik heb Sowells stukje laatst opnieuw gelezen en ik moet toegeven – ik had de vorige keer iets over het hoofd gezien. Sowell wil niet alleen hogere lonen voor politici, hij wil ook een kortere ambtsperiode, bijvoorbeeld beperkt tot één of twee termijnen. Of dat voldoende is om de talentlozen op afstand te houden is niet zeker. Maar ze zullen zich dan in elk geval niet duurzaam kunnen nestelen in het systeem.
     Ik kan voor de vuist weg een aantal bezwaren tegen zo’n systeem verzinnen. Zoals: hoe kan zo’n tijdelijke politicus zich staande houden tegen de ervaren ambtenaar? Zoals: hoe kun je een verkozene belonen voor goede prestaties, of afstraffen voor slechte, als hij toch niet opnieuw verkozen kan worden? Zoals: is het wel zo’n goed idee een project te laten opstarten door één lichting bestuurders zonder ze de kans te geven dat ook af te werken? En zal de volgende lichting wel bereid zijn om het af te werken?
     Als je alternatieve Facebookvrienden hebt, zie je af en toe iets voorbijflitsen waar ‘basis’, ‘burger’, ‘monitor’ en ‘participatie’ een samenstelling vormen met ‘democratie’. Enkele jaren geleden hadden we de G-1000-beweging van David Van Reybrouck die, geloof ik, het land wou laten besturen door een soort  scholierenparlement – maar dan met grote mensen en door het lot aangeduid. Dat zou een gruwelijk systeem geweest zijn. Maar ons systeem van beroepspolitici heeft ook zijn nadelen. Prof. Maddens schreef daarover een stuk in De Tijd. Hij betreurt het dat bij lijst-samenstelling steeds meer gerekruteerd wordt uit eigen werknemers van de partij. Hij noemt het ‘een systeem van inteelt’ dat uitdraait op een parlement van ‘politieke professionals die hondstrouw zijn aan de partij omdat ze nergens op kunnen terugvallen.’
     Dan lijkt het systeem van Sowell een mooie tussenweg tussen de zweverige participatiedemocratie en de incestueuze beroepspolitiek. De partijen verdwijnen niet. Links en rechts verdwijnt niet. De politiek verdwijnt niet. Maar in plaats van een beroep wordt zij een erezaak. Een fabrikant, een hoogleraar, een actuaris, een IT-consultant of een schooldirecteur onderbreekt tijdelijk zijn loopbaan om zijn talent in dienst te stellen van de res publica***. Daarna keert hij, als eertijds Cincinnatus, terug naar zijn akker. De ene heeft tijdelijk wat meer verdiend, de andere wat minder, maar hij heeft in elk geval genoeg verdiend om geen betaalde nevenmandaten te moeten verzamelen. Hij is met anderen aangetreden om samen, als grote mensen, grote problemen op te lossen.
     Maar hoe zit dat dan met de brievenschrijvers naar het Het Laatste Nieuws. Zullen die zich niet ergeren aan nog hogere lonen voor politici? Misschien. Misschien ook niet. Weinig voetbalsupporters storen zich aan de hoge lonen van de spelers. Maar als die spelers niet scoren, als ze zwak verdedigen, als ze het middenveld openlaten – dan zul je die supporters horen jouwen in het stadion. Wellicht is dat het probleem van onze brievenschrijvers. De politici verdienen niet te veel. Hun prestaties op het veld worden ondermaats bevonden.
 
 
* De Vlaamse regering heeft ondertussen al enkele maatregelen genomen waarmee in de inkomens van mandatarissen gesnoeid wordt (hier).
 
** Verder heeft CD&V een voorstel om niet alleen politieke mandaten maar alle openbare mandaten verplicht bekend te laten maken. Voor de partij heeft dat een voordeel. Het valt dan minder op dat haar leden wel een erg groot deel van de politieke mandaten bezetten. Maar van mij mag het hoor – al die mandaten op lange lijsten. Als ik dat maar niet moet lezen.
 
*** Een dergelijk politicus zal gemakkelijker dan nu gerespecteerd worden. Een leraar wordt tegenwoordig ook niet erg hoog aangeslagen door veel van zijn leerlingen. Maar als hij, zoals ik, vroeger een ander beroep heeft uitgeoefend, dan heeft hij een streepje voor. Hij kan blijkbaar nog iets anders.



(Dit stukje verscheen ook op De Bron.)