Posts tonen met het label Carl Orff. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Carl Orff. Alle posts tonen

zaterdag 2 november 2019

‘Friends’ versus ‘How i Met Your Mother’

Groepsfoto How i Met - Marshall, Lilly, Robin, Ted, Barney
     Ik kijk dagelijks naar minstens één aflevering van de sitcom How i Met Your Mother. Dat doe ik al bijna vier jaar, vakanties in het buitenland niet meegerekend, waardoor ik alle 208 afleveringen ongeveer zeven keer gezien heb. Vandaag noemen we zoiets een guilty pleasure. Veertig jaar geleden was het een péché mignon. In elk geval: mijn collega C.  lacht mij erom uit.
     De reeks wordt vaak vergeleken met die andere sitcom,  Friends. Het gaat ook om een half dozijn dertigers in New-York. Een van hen is professor. Als ze iets grappigs zeggen of doen, hoor je daarna een lachband. Af en toe gebeurt iets droevigs, en dan hoor je geen lachband. De vrienden worden verliefd, op elkaar, op anderen, en daarna weer op elkaar. Zij zijn goed gek, neurotisch, egocentrisch, zelfvoldaan en sympathiek tegelijk; ze liegen als wij de waarheid zouden zeggen, en zeggen de waarheid als wij zouden liegen; ze doen slechte dingen die wij niet over ons hart zouden krijgen en  goede dingen die wij niet zouden kunnen opbrengen.
     How i Met is grilliger en in veel opzichten minder realistisch dan Friends. Er wordt soms gezongen of gedanst of in versjes gesproken. Er komen kleine tijdreisjes in voor, wat altijd cool is. De vrienden van Friends leken enigszins op mensen die we kennen, maar uitvergroot. Die van How i Met kun je moeilijker thuisbrengen. Neem Robin Sherbatsky: gewezen kindsterretje, would-be news anker, Canadese afkomst, als jongen opgevoed door een grimmige vader-miljonair. Ze is de stoerste van de groep, houdt van wapens en echte mannen, maar valt uiteindelijk gemakkelijk voor nerdy types. In drie van de negen seizoenen draagt ze kleren die haar niet staan, tot mijn grote ergernis.
     Het grootste verschil tussen de twee series is dit. Friends werd opgenomen voor een ‘live studio audience’, How i Met niet. Daardoor lijkt Friends wat op amateurtoneel, terwijl de andere serie meer op een professionele film lijkt met heropgenomen scènes, wisselende beeldkaders, gevarieerde montage, leukere locaties en … een echte soundtrack.
     Bij de aftiteling van een film schrik ik altijd van de lange lijst liedjes die in die film gebruikt werden. Vaak gaat het om een klein stukje dat je even op een autoradio hoort, of een langer stuk bij een emotioneel moment. How i Met doet dat helemaal zoals in een film, met allemaal liedjes die ik niet ken, maar die wel meteen aangenaam in het gehoor liggen. Ook hoor je af en toe een stukje klassieke muziek . Mozarts Turkse Mars als Barney een trucje uit zijn Playbook opvoert, Chopins Nocturne in mi bémol als Marshall het genot beschrijft dat hij ervaart bij het eten van een pizza, Carl Orffs O Fortuna als één van de vrienden de andere in vertraagde film een klap in zijn gezicht verkoopt. En natuurlijk is er klassieke muziek als er getrouwd moet worden. Ted doet zijn eerste aanzoek op de tonen van Bachs Air on the G-string, Barney doet het zijne op een nauwelijks hoorbare versie van Pachelbells Canon en ten slotte beloven Marshall en Lily elkaar eeuwige trouw terwijl een toevallige getuige Jesu meine Freude op zijn gitaar tokkelt.
     Twee van de hierboven aangehaalde deuntjes kan ik al een beetje op de piano spelen. In een wat vereenvoudigde versie. Als er niemand in de buurt is die het kan horen.



Groepsfoto 6 Techniek-Wetenschappen 2016 - Marshall tweede van links

zondag 1 september 2019

Domweg gelukkig in de Bosstraat

Laatst liep ik van mijn school naar de parkeerplaats aan de Bosstraat en terwijl ik daar zo liep werd ik plots een lichte opwinding gewaar. Ik voelde mij een heel klein beetje gelukkig, en ik wist niet waar het vandaan kwam. Toen ik mijn auto zag, wist ik het: ik zou in de auto naar muziek luisteren, en die muziek daar was iets leuks mee. Op dat leuke nam ik nu een voorschot.
     Daar hoort een hele uitleg bij.
     Eigenlijk luister ik alleen naar muziek als ik met de auto rij. Vroeger deed ik dat ook thuis tijdens het opruimen en het schoonmaken op zaterdagavond (hier), maar we hebben nu een poetsvrouw. Het schoonmaken is dus weggevallen; de auto is gebleven.  Als Jan meerijdt, moet ik af en toe naar heel moderne muziek luisteren, muziek waar zoiets als ‘beat drops’ heel belangrijk zijn. Dan moet ik even op mijn tanden bijten. In ruil daarvoor moet Jan af en toe luisteren naar Franse of Duitse chansons die ík uitkies in de hoop zijn talenkennis te verbeteren. Rij ik echter alleen, dan is dat allemaal anders. Dan kies ik klassiek.
     Ik ben daarin breed begonnen. Alles was goed: middeleeuwse polyfonie, renaissance, Italiaanse barok, romantiek. Als ik in de juiste stemming was, mocht het gerust Carl Orff zijn, of Wagner. Ik had al die muziek vlijtig op audiocassettes opgenomen. Alleen gregoriaans vond ik wat saai, en alles van de classicistische periode: Mozart, Haydn, Philippe Emmanuel Bach. En modernistisch natuurlijk, dat lustte ik ook niet.
      Zoetjesaan echter werd mijn smaak eenzijdiger. De 19de en 20ste eeuw vielen eerst af af, dan de middeleeuwen, dan de renaissance. En binnen de barok luisterde ik na een poosje alleen nog naar de oude Bach – álles van de oude Bach – behalve de orgelmuziek. Ik ben vele jàren zoet geweest met de cantates. Maar ook hier werd de cirkel van belangstelling kleiner en kleiner. Precies twee jaar geleden begon ik naar de preludes en fuga’s van het Wohltemperierte Klavier te luisteren (hier). En ik bleef aan die vier cd’s vasthaken. Af en toe probeerde ik iets anders uit, een cantate of een cellosuite bijvoorbeeld.  Na een paar minuten werd ik dan ongeduldig, de cd werd eruitgehaald en één van de Wohltemperierte-cd’s kwam in de plaats.
     Nu is er laatst weer iets veranderd. Ik had ergens een stuk gelezen over pianist Ivo Janssen die, vóór hij het spelen moest opgeven door een ziekte aan zijn handen, de zogenaamde Keltische klauw, nog eens alle klavierwerken van Bach had opgenomen. Janssen heeft zich nu omgeschoold tot klusser-timmerman, maar die cd’s heb ik besteld en daar luister ik nu naar. Ik ben begonnen met de Inventions, Preludes and Symphonies, wat Engels is voor Inventionen, Präludien und Sinfonien.
    
En het waren die Inventionen enzovoort die op mij wachtten in de auto waar ik naartoe liep. Inventionen en geen Wohltemperierte. De verandering had voor een lichte opwinding gezorgd. Ongeveer zoals bij baby’s die harder gaan zuigen op een fopspeen wanneer een eentonige reeks klanken onderbroken wordt door een nieuwe klank.