Posts tonen met het label Paul Dessau. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul Dessau. Alle posts tonen

dinsdag 16 augustus 2016

♫ Deutschland, Deutschland über alles ♫

Links: Brecht - Rechts: Eisler
     Als je bij mij thuis aanbelt, is de kans klein dat ik opendoe met een schrobber of zwabber in de hand. Het lot van mijn vrouw is beklagenswaard. Maar soms wordt het schuldgevoel te groot, en zet ik mij eraan. En dan heb ik muziek nodig om mijn gemoed een beetje bij te sturen. Niet alle muziek is daar geschikt voor. Bachs motetten zijn te vrolijk, zijn cellosuites te somber, en er is geen sprake van dat ik de Goldbergvariaties zal bezoedelen door ze als achtergrondmuziek te gebruiken bij mijn schoonmaakklus.
     Wat dan wel? Ja – ik zal hier wel even en plein public mijn slechte smaak inzake populaire muziek etaleren! Morgen brengen, hoor! Maar ééntje wil ik wél openbaar maken: het wondermooie Duitse liedje Anmut sparet nicht noch Mühe. Vrij vertaald: Spaar geen gratie of geen moeite*. Daar kan ik vijf, zes, zeven keer na elkaar naar luisteren terwijl de vloer geschrobd of het water opgedweild wordt.
     ’t Is eigenlijk een soort alternatief volkslied dat Bert Brecht dichtte in 1950, als antwoord op de West-Duitse beslissing om Das Lied der Deutschen weer in ere te herstellen. Op de melodie van dat oude lied viel niet veel aan te merken. Die was van Papa Haydn zelf en ze kan moeiteloos de vergelijking doorstaan met die van andere volksliederen. Maar de tekst! Van die negentiende-eeuwse romantische bombast met veel ‘Recht’ en ‘Vrijheid’ en ‘Edelmoed’. Het minste wat we kunnen zeggen is dat Heinrich Hoffmann von Fallersleben zich eens flink heeft laten gaan toen hij die tekst neerschreef. En dan die eerste zin: Deutschland, Deutschland über Alles. We hebben gezien wat daarvan komt als zulke woorden te veel jaren na elkaar gezongen worden. En dat Deutschland wordt door Hoffmann ook nog eens ruim gedefinieerd: Von der Maas bis an die Memel.  Hélà, hola, niet de Maas hé!
     De tweede strofe tapt uit een ander vaatje. Deutsche Frauen, deutsche Treue, deutscher Wein und deutscher Sang. Zo kennen we ze, die Duitsers: een Oktoberfest met forse mannen, rooie koppen, vrouwen in schunnige bloesjes en hoge pullen bier als er toevallig geen wijn voorhanden is. Toen Adenauer in 1950 dus besliste om het oude lied weer  boven te halen, moesten die eerste twee strofen weg. Geen Wein, Weib und Gesang meer, en Hoffmanns plannen om het Maasgebied te veroveren werden ook begraven. En vóór alles moest dat Deutschland über alles weg. Zo bleef alleen de slaapverwekkende derde strofe nog staan, over ‘Eenheid’ en ‘Streven’ en ‘Recht.
     Daarmee waren de moeilijkheden niet van de baan. Een tekst op papier kun je schrappen; met een tekst in het collectieve geheugen gaat dat niet. Van zodra iemand de bekende melodie hoort, lichten de oude woorden weer op in zijn brein en gaat hij mompelen van Deutschland en van über alles.
     Zo kon het niet verder, vond Brecht. Hij schreef dus een anti-Hoffmanntekst**. Duitsland moest niet bóven de andere landen staan, maar ook niet ónder de andere. Dat is een mooie gedachte. Van mijn vader kreeg ik vaak te horen: ‘Denk niet dat ge meer zijt dan een ander, maar denk ook niet dat ge minder zijt dan een ander.’ Mijn vader legde de nadruk op het tweede deel van de zin, Brecht op het eerste – maar in grote lijnen is de boodschap dezelfde.
     Dit is de tekst.

Anmut sparet nicht noch Mühe
Leidenschaft nicht noch Verstand
Daß ein gutes Deutschland blühe
Wie ein andres gutes Land.

Daß die Völker nicht erbleichen
Wie vor einer Räuberin
Sondern ihre Hände reichen
Uns wie andern Völkern hin. 

                     
 Und nicht über und nicht unter
Andern Völkern wolln wir sein
Von der See bis zu den Alpen
Von der Oder bis zum Rhein.


Und weil wir dies Land verbessern
Lieben und beschirmen wir's
Und das Liebsten mag's uns scheinen
So wie andern Völkern ihrs.


     Brecht schreef zijn gedicht als een kinderlied, om door kinderen gezongen te worden, maar ook met geraffineerde onhandigheid, een beetje zoals een kind een gedicht zou schrijven, met woorden die het kent uit een boek (Anmut), gebrekkige woordvolgorde door rijmdwang (Anmut sparet nicht), naïeve woorden op een naïeve manier herhaald (gutes, gutes), spanning en sensatie (erbleichen vor einer Rauberin), kreupel rijm (wir’s – ihrs), halfzacht alle-kindjes-vriendjes-gedachtegoed (irhe Hände reichen) en met de dubieuze logica dat elk kind de beste papa en de beste mama ter wereld heeft, en het kind van de buren ook.
     Het mooiste, vind ik, is dat Brecht als eerste vaderlandse deugd de Anmut aanprijst. Ik ken niet alle volksliederen ter wereld – nu, met de Olympische spelen, heb ik op tv nog geen enkel volkslied gehoord – maar ik weet wel zeker dat die warme oproep tot gratie en bevalligheid een unicum in het genre is. En een beetje gratie en bevalligheid op zijn tijd kan geen kwaad – dat heb jij, lieve lezer, ook wel eens gedacht in de vertrek- of aankomsthal van een luchthaven.
     De muziek die bij het lied hoort is van Hanns Eisler**. Er bestaat een opname van de oude Eisler die zelf het lied zingt, met een klein, onvast stemmetje (hier).  Misschien had hij die dag wel iets gedronken, want zo anmutig was het leven niet in zijn geliefde communistische Oost-Duitsland. Daarnaast bestaan ook heel wat opnamen met kinderkoor zoals deze hier. Bij het schoonmaken wissel ik af tussen die twee uitvoeringen.

* Flor Vandekerckhove heeft mij gewezen  – zie de reactie hieronder  – op een wel erg onnauwkeurige Franse vertaling : ‘‘Le charme ne suffit pas, le travail est nécessaire’. Bijna het tegenovergestelde dus van wat Brecht schrijft.

** Na de Wende hebben een aantal ex-Oost-Duitsers – ex-communisten en ex-dissidenten – voorgesteld om het Brechtlied tot officieel volkslied van Duitsland te verklaren. Umsonst.

***Die Eisler, zou je kunnen zeggen, was vooral een componist van marsmuziek en cabaretdeuntjes. Maar ook daarin bestaat een verschil van klasse. Enige tijd geleden zag ik samen met Jan (18) een voorstelling van Moeder Courage – tekst van Brecht en muziek van Paul Dessau. Dat verliep allemaal prima. Maar halverwege het stuk was een nummer van Eisler toegevoegd. Dat daarmee plots in een hogere divisie werd gespeeld, dat had ook Jan begrepen.

zaterdag 16 juli 2016

Reizen als een provinciale snob

Carmen-Maja Antoni als Mutter Courage
De Amerikaanse criticus Clayton Hamilton (1881–1946) was van oordeel dat een ontwikkeld mens ‘ja’ moest kunnen antwoorden op de volgende drie vragen:
1.  Heb je ooit blootshoofds in het
     middenschip van Amiens gestaan?
2.  Heb je ooit de Acropolis
     beklommen bij maanlicht?
3.   Heb je ooit fluisterend
      rondgewandeld in de gewijde
      stilte rond de Frari Madonna van
      Bellini?

Op geen van die vragen kan ik bevestigend antwoorden, alhoewel die kerk in Amiens … misschien … lang geleden … Gotische bouwkunst lust ik eigenlijk niet zo.

Nochtans schuilt in mij, geloof ik, een even trouwhartige, zij het wat provinciale, snob als in Hamilton. Alleen al tijdens onze laatste reis heb ik
1.    wacht gelopen voor de Neue Wache – de naam zegt het zelf – terwijl mijn
      vrouw de piëta van Kollwitz fotografeerde
2.    in de Thomaskirche gehoord hoe twee Japanse beursstudenten moeilijke
       orgelstukken van Bach aan het instuderen waren
3.    van het Berlinerensemble een opvoering gezien van Mutter Courage.

Over die Moeder Courage nog het volgende. Het hoofdpersonage werd gespeeld door de 71-jarige Carmen-Maja Antoni, een veterane in het Brecht-wereldje. Ze heeft Helene Weigel, Brechts vrouw, en Paul Dessau, Brechts componist, nog gekend. Een collega heeft mij ooit een cd bezorgd met Brechtliederen gezongen door ‘Antoni und Shall’.

Maar ondanks al haar ervaring met het ‘Entfremdungstheater’ slaagde ook Antoni er niet in te voldoen aan wat voor Brecht een stellige voorwaarde was: het personage van de moeder neerzetten als een onaangenaam vrouwspersoon dat de weerzin van het publiek wekt. Brecht geeft zijn personage goede en slechte eigenschappen, en zo hoort het. Maar dat de moeder het beste probeert te maken van een rampzalige situatie, dat ze in hart en nieren een zakenvrouw is, dat ze aan de oorlog een centje probeert te verdienen –  dat kan Brecht haar niet vergeven. Het publiek kan dat wel – en heeft dat altijd gekund. Ik ook.

_________

Post Scriptum Antoni speelde ook een rolletje in de bijzonder aardige DDR-film Das Kaninchen bin ich (1965), die helaas kort na zijn verschijnen verboden werd en pas rond 1990 weer vrijgegeven werd.