Posts tonen met het label Peter De Keyzer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter De Keyzer. Alle posts tonen

vrijdag 20 november 2020

De corona-cijfers, de lintbebouwing en het sleuteltje

 


      De coronacijfers verschillen erg van land tot land, en niemand schijnt precies te weten hoe dat komt. De landen tellen hun coronadoden op verschillende manieren, ze hebben andere criteria voor hospitalisatie, ze testen meer, of minder, of doelgerichter. Dat levert allemaal verschillende cijfers op. Zelfs als het coronalandschap hetzelfde zou zijn, dan zou de kaart en de legende nog altijd verschillen. 
      Maar er zijn ongetwijfeld ook verschillen in het landschap zelf. Het ene land heeft een oudere bevolking, een ander heeft een grotere bevolkingsdichtheid, een derde heeft een milde eerste golf meegemaakt, een vierde heeft een lakse of slecht communicerende regering, een vijfde heeft ongehoorzame inwoners, een zesde heeft meer obesitas*, een zevende heeft een slechter klimaat, en wie weet speelt de genenpoel wel een rol, of het aantal ministers dat over volksgezondheid gaat. De virologen schijnen dat allemaal niet goed te weten, behalve dat laatste, want ten minste één viroloog heeft het nauwkeurig nagevlooid.
     Interessant zijn bijvoorbeeld de verschillen met Nederland. Daar hebben ze veertig procent van onze besmettingen, twintig procent van onze hospitalisaties, en veertig procent van onze aantallen op intensieve zorg. Het beleid is in het algemeen lakser geweest dan in ons land. Hoe kan dat allemaal verklaard worden?
     Eén verklaring die volgens mij nog niet goed is onderzocht, vond ik op de pagina ‘Lezersbrieven’ van Het Nieuwsblad. Raf Vandenbergh, Gent, stelt de ‘spuuglelijke’ lintbebouwing aansprakelijk. ‘Door die lintbebouwing is alles en iedereen met elkaar verbonden, tot groot jolijt van de virussen.’
     Die ruimtelijke verbondenheid, die kan niet ontkend worden. Wijzelf wonen vijf kilometer van de stadskern, maar de weg ernaartoe is aan de twee kanten afgebiesd met een lint van fermettes, pastoriewoningen en Spaanse villa’s (zie ook hier). Of de bewoners ervan ook zo verbonden zijn, en bijvoorbeeld veel bij elkaar op visite gaat, dat is een andere vraag. En als dat niet zo is, hoe moeten die virussen zich dan via het lint verspreiden? Springen ze van de ene gevel naar de andere? Verder onderzoek zou het kunnen uitwijzen.
     De lintbebouwing – dat is ondertussen duidelijk – is voor Raf Vandenbergh, Gent, een stokpaardje, een magisch hamertje dat alles in spijkers omtovert, een sleuteltje dat op elk deurtje past. En het vervelende is dat we allemaal zo’n sleuteltje hebben. De ene ziet overal complotten, en de andere overal complottheorieën. Zelf zie ik bijvoorbeeld overal wereldverbeterarij die gaat bepalen hoe ik mij verplaats, waar ik bouw, naar welke school ik mijn kind stuur, hoe ik les geef.  Maar ik doe binnenkort mijn auto weg, ik heb al een huis, mijn zoon is bijna afgestudeerd en ik ben gepensioneerd. Dat stokpaardjes- en sleuteljes-gedoe zou dus moeten verminderen met ouder worden.
     Zou het?

* Obesitas heb ik achteraf toegevoegd nadat ik het artikel las van Peter De Kezyer in De Tijd. 

zondag 13 september 2015

Dubbele rooie

   Een collega raadde mij onlangs een boekje aan: ‘Groei maakt gelukkig’ van Peter de Kezyer, ‘hoofdeconoom’ van PNB Paribas Fortis. Het lag in stapeltjes bij ‘De Slegte’.
   De hoofdeconoom is een geestdriftig pleitbezorger van technologie, economische groei en kapitalisme. Volgens hem zal meer vrije markt juist die zaken realiseren die de vakbonden vurig wensen: hogere lonen, kortere werktijden en ik meen zelfs vroeger pensioen. Alleen moeten we nu even wat bezuinigen omdat we allemaal, de staat voorop, te veel schulden hebben gemaakt.
   Allerlei eenvoudige dingen wist ik niet. De armoedegrens, leerde ik, wordt gedefinieerd als 60 % van het middelste inkomen. In België ben je arm als je voor je gezin met twee kinderen minder dan 22 673 euro verdient. In Luxemburg is dat 33 600. Wie arm wil zijn, is dat dus beter in Luxemburg. Ook volgt uit de definitie dat je zelfs met een stijgend inkomen even arm blijft als ondertussen ook het mediane inkomen gestegen is. Je kunt dan wel gezonder voedsel, mooiere kleren en betere medicijnen kopen, árm blijf je. Het zou overigens beter zijn, bedenk ik nu, om de armoedegrens te toetsen aan het gemiddelde inkomen in plaats van aan het mediane inkomen. Een rijkentaks zoals links wil, zou dan meteen het gemiddelde inkomen doen dalen en het aantal mensen dat minder dan 60 % ervan verdient, ook. Ook al verdienen ze geen cent meer, ze zouden dan niet meer arm zijn. Ja, statistiek …
    Het spreekt vanzelf dat De Keyzer geen hoge pet opheeft van de communistische planeconomie, waar niet de kapitalist of de klant het laatste woord heeft – die eerste bestaat dan trouwens niet meer – maar één of andere ambtenaar. Die ambtenaar beslist dan over de kleur van de meubels en de kledij, zegt De Keyzer. En niet alleen van de meubels en de kledij, voeg ik eraan toe. In 1980 was ik voor een studentencongres in Polen. De Poolse jongelui waren stuk voor stuk grote bewonderaars van de Beatles –  Yesterday, Michelle, The Yelow Submarine, kenden ze allemaal. Maar niemand kende Hey Jude, All You Need Is Love of het hypnotiserende Come Together. Die eerste liedjes stonden allemaal op de ‘dubbele rooie’ en die andere op de ‘dubbele blauwe’. Eén of andere ambtenaar of comité van ambtenaren had beslist enkele honderdduizenden van de ‘rooie’ en geen enkele van de ‘blauwe’ aan te kopen.

Oorspronkelijk geplaatst op 14 januari 2015