Posts tonen met het label Islamisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Islamisme. Alle posts tonen

zondag 4 december 2022

Mark Elchardus en de hoofddoek op school


      Ik ben het over de hoofddoek niet eens met Mark Elchardus in De Morgen van 3 december, niet met zijn standpunt en niet met zijn redenering. Zijn standpunt is al veertig jaar hetzelfde zegt hij: die hoofddoek moet worden toegelaten voor leraressen op school. Wel is dat standpunt geëvolueerd. Naar het einde van zijn column vraagt Elchardus zich af : ‘Is mijn standpunt vandaag nog houdbaar?’ Hij is op een punt gekomen waar hij vindt dat de hoofddoek op school eigenlijk geen probleem zou mógen zijn. Dát vind ik in zekere zin ook. Mocht ooit een tolerante, liberale, geïntegreerde, ‘Westerse’ variant van de Islam ondubbelzinnig dominant worden onder onze moslims, dan zou ik de hoofddoek ook niet als een groot probleem zien. Maar de kans is groot, denk ik, dat zo’n variant – als die er komt – er een is zonder veel hoofddoeken. Dan is het probleem opgelost als een klontje suiker in een glas water.
      Ik vind het in het algemeen nogal moeilijk om met Elchardus  te polemiseren, zonder eerst op te sommen waarover ik het allemaal wel met hem eens ben. Bijvoorbeeld:

  1. Dat de immigratie allerlei problemen meebrengt, zoals verhoogd jongerenvandalisme
  2. Dat de moslimse godsdienstbeleving slecht aansluit bij onze cultuur
  3. Dat men daarom de immigratie moet beperken door illegale immigratie te bestrijden en gezinshereniging veel strenger te regelen
  4. Dat men anderzijds een godsdienstbeleving moet tolereren die men eerst zelf langs open grenzen heeft binnengelaten*
  5. Dat men het dragen van de hoofddoek niet tot één motief mag herleiden
  6. Dat men niet te veel veronderstellingen nopens de intentie van de hoofddoek in het debat moet brengen, zoals daar zijn: onderwerping van de vrouw, bekeringsdrang, provocatie**
  7. Dat anderzijds het dragen van een hoofddoek hoe dan ook verbonden is met de moslimse godsdienstbeleving
  8. Dat men de hoofddoek enkel kan verbieden daar waar hij aanwijsbaar tot grote nadelen leidt
  9. Dat het verbieden van de hoofddoek tot averechtse resultaten kan leiden
  10. Dat de taak van leraren erin bestaat om kennis door te geven, onbeïnvloed door persoonlijke kenmerken als huidskleur, geslacht, aangenomen gender, ideologie, geloof en seksuele oriëntatie.

     Het eigenaardige voor mij is nu dat Elchardus juist uit het tiende punt, waar ik het ongeveer eens mee ben, een argument puurt om hoofddoeken voor leraressen toe te laten. Ik citeer: ‘Ik wil geen man die als man voor de klas staat, geen vrouw die als vrouw voor de klas staat, geen blanke die als blanke voor de klas staat, geen zwarte die als zwarte voor de klas staat, geen katholiek die als katholiek voor de klas staat. Ik wil een leraar die als leraar voor de klas staat.’ 
     ’t Is misschien wat scherp gezegd, maar ik ga hier, min of meer, in grote lijnen, op mijn manier, mee akkoord. Natuurlijk, je kunt je mannelijkheid of vrouwelijkheid niet afleggen als je de klas binnenkomt. Misschien geef je als man wel wat anders les dan vrouwelijke collega’s. Maar je geeft in elk geval geen mannelijke natuurkunde of vrouwelijke geschiedenis en je komt geen propaganda maken voor het masculinisme of het feminisme. Alleen is de opsomming van Elchardus opvallend onvolledig. ‘Geen katholiek die als katholiek voor de klas staat’. Hij had daar gemakkelijk aan toe kunnen voegen: ‘En geen moslimse die als moslimse voor de klas staat.’ Daarmee was het probleem waar hij mee worstelt scherper gesteld: kan dat dan, niet als moslimse voor de klas, met die hoofddoek op? Zou Elchardus zelf niet veel geruster zijn met in de klas een moslimse zónder hoofddoek, of een moslimse die althans in bepaalde omstandigheden bereid is om die hoofddoek af te leggen?
      De rare gedachtesprong van Elchardus wordt nog duidelijker in de zin die erop volgt: ‘Als het lukt doen huidskleur, seksuele geaardheid, ideologische overtuiging er niet toe, en een hoofddoek ook niet.’ We krijgen hier naar mijn smaak een heterogene opsomming: drie persoonlijke kenmerken en een symbool***. Dat zijn toch heel verschillende zaken. Een zwarte of blanke leraar voor de klas is inderdaad geen probleem, maar een speldje ‘Black and Proud’ of ‘White Pride’ is dat wel; een homo sportleraar is inderdaad geen probleem, maar een regenboogarmband boven zijn trainingspak is dat wel; een communist of een fascist voor de klas om wiskunde te doceren is misschien ook geen probleem, maar dan toch liefst een zonder hamer en sikkel of runeteken op zijn revers. En een bondage-adept is ook geen probleem, maar dan kan hij toch beter zijn latexpak thuislaten, al voelt dat pak voor hem aan als ‘een deel van zijn persoonlijkheid’. Zo is ook een moslimse voor de klas geen probleem, maar dan zonder dat specifieke ‘deel van haar persoonlijkheid’****.
     Aangezien Elchardus een man van nuances en pragmatiek is, wil ik er nog twee bedenkingen bovenop gooien. De eerste is deze. Zelfs als we niet te veel speculeren over de reden waarom een bepaalde moslimse een hoofddoek draagt, weten we dat er een verschil kan bestaan in het respect dat ze van moslimmannen krijgt. Zou dat geen gevolgen kunnen hebben in een school? Dat leraressen met een hoofddoek meer respect krijgen van de jongens in de klas dan andere leraressen zonder hoofddoek? En zou dat geen grote druk meebrengen voor álle moslimse leraressen om die hoofddoek toch te dragen, ook als ze die zelf niet zo belangrijk vinden in hun godsdienstbeleving?
     Mijn tweede bedenking betreft de kinderen. Het lijkt mij geen slecht idee om kinderen op school te beschermen tegen sociale druk in verband met kledij. Zelf gaf ik les op een uniformschool en ik vond dat prima. De leerlingen konden een keer per trimester hun eigen kleren kiezen, of het uniform van hun jeugdbeweging dragen. Van mij zouden moslimmeisjes op die dag ook hun hoofddoek mogen aanhouden, al getuigt het van een bedenkelijk fanatisme om daar op die leeftijd al mee te beginnen. Maar op andere dagen moeten ze die thuis laten, in het kader van algemene kledijvoorschriften. Zo’n verbod lijkt mij in alle opzichten verstandig, maar het zal moeilijk te handhaven zijn als hoofddoeken voor leraressen wel zijn toegelaten. 

 

 

* De vraag is wie die ‘men’ is in zo’n geval. De burgers? De politici die verantwoordelijk zijn voor het open-grenzenbeleid? Ik denk dat Elchardus hier vanuit zijn ideologie geen probleem in ziet. 

** Ondertussen is het onvermijdelijk dat we de veronderstellingen nopens de betekenis van de hoofddoek in het achterhoofd houden.
*** Je kunt je afvragen of baarden en dassen voor leraren en hoge hakken voor vrouwen ook niet tot de categorie van de symbolen behoren, al zijn ze heel algemeen en is de symboolwaarde door de traditie wat afgesleten ’t Is een delicate materie. Ik zou mij in deze niet verzet hebben tegen kledingvoorschriften voor leraren zoals die vroeger bestaan hebben: stofjas verplicht, stofjas verboden, kousen verplicht, kousen verboden, enzovoort. 

**** Ik ben de uitdrukking ‘deel van mijn persoonlijkheid’ al enkele keren tegengekomen. Het is, ondanks de aanhalingstekens, geen citaat van Elchardus.

donderdag 24 december 2020

De moslimminderheid: que (ne pas) faire?


      Wie pessimistisch is in verband met de islam heeft daar goede redenen voor. Sinds 40 jaar neemt het islamitisch fanatisme* in de wereld toe, en is het zichtbaarder en gewelddadiger geworden. Ook daarvoor was er endemisch geweld in islamitische landen en gebieden, maar dat geweld heeft vandaag vaker dan vroeger een religieus en sectair karakter. Veel islamitische landen zijn een arena waar islamitische populisten het opnemen tegen seculiere dictators. Soms wint het ene kamp, soms het andere, en geen van de twee kampen oogt erg aantrekkelijk.
     Sam Van Rooy vreest dat een dergelijk scenario ons ook te wachten staat. Hij  haalt een studie aan van het Rensselaer Polytechnic Institute dat het volstaat dat 10 procent van een groep een onwrikbaar geloof koestert opdat  de meerderheid van de groep dat zou overnemen. Dat sluit aan bij wat Nassim Taleb schrijft over de invloed van fanatici (hier). Het sluit aan bij hoe Gibbon de opkomst van het christendom beschrijft. Het sluit aan bij de beelden die we zagen van woedende moeders die aan de schoolpoort te keer gingen tegen Juf Magalie. Dat waren wellicht zoals de meesten onder ons in wezen vriendelijke mensen, vredelievend, hartelijk voor vrienden, goede echtgenotes, liefhebbende moeders, maar als ze een keer geïntimideerd en gehersenspoeld zijn door fanatieke geloofsgenoten, veranderen ze in een hysterische menigte. Dat was geen prettig gezicht. Het verontrust mij meer dan het beeld van jonge relschoppers die een auto in brand steken, een winkelruit inslaan of vechten met de politie.
     Hoe de 10-procent-regel werkt binnen een groep die zelf 10 procent en op termijn misschien 20 procent van de gehele samenleving uitmaakt, is weer een andere zaak. Maar ik ben er niet gerust in. Uit onderzoek van Koopmans blijkt dat 52 procent van de Belgische moslims van Marokkaanse en Turkse afkomst een fundamentalistische opvatting hebben over de onveranderbaarheid van de islam, over de dogmatische interpretatie van de heilige boeken en de over voorrang van religieuze wetten op seculiere wetten. 52 procent - dat is een ruime vijver voor fanatici om in te vissen.
     ‘Que faire?’ zou Lenin zeggen, maar dan in het Russisch. En ook: ‘que ne pas faire?’. Laat ik met dat laatste beginnen. Moslims mogen geen feitelijke of juridische voordelen krijgen onder de vorm van ‘positieve discriminatie’, mogen ook niet achtergesteld worden;  er mag hen – als ze genaturaliseerd zijn – geen enkel recht ontzegd worden dat andere burgers genieten.  Het beleven van hun godsdienst mag niet aan banden worden gelegd, tenzij door proportionele, algemene wetten die gelden voor alle godsdiensten. Ook moet je hen niet beledigen, jennen of uitschelden, behalve als je cartoonist, columnist, blogger of clown bent, want dan stel je zelf niet veel voor en moeten ernstige mensen je niet serieus nemen. Maar een politicus moet beleefd blijven als hij over moslims spreekt, vooral als zijn boodschap streng is. Heel strenge leraars spraken hun leerlingen vroeger aan met ‘meneer’. De Amerikaanse politieman-met-zonnebril in de film spreekt verdachte autobestuurders aan met ‘please’ en ‘sir’. Met schelden ondermijn je je eigen gezag, en met vernedering creëer je wrok waar de haatbaarden hun voordeel bij doen.  
     Wat moet er wél gebeuren? Als er  87 maatregelen mogelijk zijn, worden de nummers 1 tot en met 60 ingenomen door hervormingen in de immigratiepolitiek**. Die alleen kunnen de groei van de moslimminderheid afremmen – groei die echter om demografische redenen nog een poosje verder zal gaan. Met een moslimminderheid van 30 procent krijgen fanatici veel meer kans om door intimidatie en sociale druk grote groepen mensen in hun greep te krijgen. Blijft het percentage lager, dan kunnen individuele moslims makkelijker contact onderhouden met de ‘buitenwereld’***, zich onttrekken aan de fanatici, en zich ontwikkelen tot wat we allemaal willen worden: welvarende burgers en goede buren.
        Veel van de andere maatregelen – inburgeringscursus, getto-bestrijding, taalcursussen, enzovoort – zijn vormen van social engineering waar we zeker op korte termijn geen wonderen van mogen verwachten. Eén punt echter is wel belangrijk: de onwrikbare verdediging van de seculiere maatschappij. Vandaag betreft die verdediging grotendeels op een symbolenstrijd, maar beter nu een gevecht om symbolen dan later echte vechtpartijen op straat. Dus: geen geen hoofddoeken achter de loketten, geen door religieuze autoriteiten goedgekeurde halal-voeding op de scholen****, geen afwijkingen van het lesrooster voor zwemlessen of biologie, geen private sharia-rechtbanken om familiegeschillen te regelen. Groen-links moet afleren om gehoofddoekte kandidaten aan te trekken of aldus uitgedoste dames op hun folders te plaatsen.
     Er bestaan verschillende manieren waarop een moderne maatschappij op een faire manier met godsdienst probeert om te gaan. De ene is de pluralistische. In Engeland zijn er gemeenteraden die om beurt worden ingeleid door een voorganger van een of andere godsdienst: een priester, een rabbi, een imam, enzovoort. Sharia-rechtbanken worden er gezien als een soort arbitrage zoals die ook in onderling akkoord tussen bedrijven gebeurt. Daar tegenover staat de Franse traditie van strikte neutraliteit van de staat, de laïcité van de Franse revolutie, oorspronkelijk afgedwongen door wrede kerkvervolging. Mijn spontane sympathie zou gaan naar de pluralistische opvatting. Maar nu we met de islam te maken hebben die traditioneel godsdienst met politiek verbindt, en weinig scheiding aanbrengt tussen de private en de publieke ruimte, is de laicité, met enkele redelijke, proportionele vrijheidsbeperkingen de betere oplossing. Ik ben bereid daarvoor om de lat gelijk te leggen voor alle godsdiensten. Geen muezzin voor de moslims, geen klokkengelui voor de katholieken. Ik doe met dat laatste overigens geen grote toegeving.

     

* In een vorig stukje sprak ik van ‘islamitisch extremisme’. Bij nader inzien vind ik ‘moslimfanatisme’ een beter woord om in één net te vangen wat mij in bepaalde belevingen van die godsdienst niet bevalt.

** De essentie van een nieuwe migratiepolitiek moet bestaan in veel strengere voorwaarden voor huwelijksmigratie en gezinshereniging, een vluchtelingenstatuut dat geen recht geeft op permanente vestiging en de arbeidsmigratie afstemmen op gespecialiseerde arbeidskrachten. Die drie algemene maatregelen zouden op een ingrijpende manier de immigratie uit moslimlanden beperken. 

*** Meisjes uit moslimmilieus die naar een hoofdzakelijk autochtone school gaan, ervaren dat schoolgaan vaak als een bijzonder aangename afwisseling en een grote opluchting.

**** Moslimkinderen moeten uiteraard maaltijden kunnen krijgen zonder varkensvlees en bloedworst.

dinsdag 22 december 2020

Islamitisch extremisme


      Mijn zoon heeft nogal wat moslimvrienden, maar verder interesseert die islam hem niet erg. Als ik hem iets over die wonderlijke doctrine (zie hier) wil uitleggen zegt hij:  ‘Heb je al opgemerkt, papa, hoe de tegenstanders zoveel meer islamboeken gelezen hebben dan de gelovigen?’ En dat bedoelt hij niet sarcastisch. Maar als het over mij gaat, heeft hij het mis. Ik ben wel een vage tegenstander – ik heb ooit eens iets geschreven over een ‘niet erg geavanceerde godsdienst’ – maar heel veel weet ik er niet over (hier). Wat ik over de islam gelezen heb, beslaat een half plankje, niets meer. Zo erg interesseert het mij niet.
     Wat mij wel interesseert is de vraag wat gedaan moet worden aan het islamextremisme, en of dat extremisme te onderscheiden valt van, dan wel samenvalt met, de islam zelf. Serieuze specialisten verschillen hierover van mening. Ruud Koopmans wil graag het ‘fundamentalisme’ als een apart gegeven bekijken binnen de islam, terwijl Koenraad Elst al zenuwachtig wordt van het woord ‘islamisme’ omdat het suggereert dat er daarnaast nog een ‘gematigde’, ‘Europese’ islam bestaat. Hij haalt daarbij de uitspraak van Erdogan aan: ‘Er is alleen maar dé islam.’
     Het is gedeeltelijk een kwestie van woorden, begrippen en definities. Begrijp je de islam als het geheel van geloofspunten en gedragsregels zoals je die vindt in de Koran en de Hadith, en zoals die redelijk onveranderlijk door de vier rechtsscholen worden geïnterpreteerd, dan hebben Elst en Erdogan wellicht gelijk. Begrijp je de islam echter als de manier waarop de godsdienst door honderden miljoenen gelovige moslims wordt beleefd, dan kan je zelfs zonder verder onderzoek al weten dat daar grote verschillen in zijn. Slechts een minderheid bijvoorbeeld beleeft zijn godsdienst door bommen te laten ontploffen. Daarmee onderscheidt ze zich van een meerderheid die dat niet doet, wat ze verder ook met die meerderheid gemeen mag hebben.
     Als we in de tweede redenering meestappen, de redenering van Koopmans, dan hebben we een naam nodig voor de extreme ‘beleving’ van de islam: fundamentalisme, literalisme, islamisme, jihadisme, salafisme, moslimterrorisme. Natuurlijk betekenen die woorden niet allemaal hetzelfde. Een fundamentalist als Othman El Hammouchi is bijlange nog geen moslimterrorist, salafist en, voor zover ik het kan bekijken, ook geen aanhanger van de politieke islam. 
     Zelf zal ik voortaan het begrip islamitisch extremisme gebruiken*: het verwijst naar de leer (islam), in plaats van naar de mensen (moslim), en het woord ‘extremisme’ kan dienen om alles te verzamelen wat botst met mijn gematigde – zij het tweede – natuur, én met die van veel moslims:  een letterlijke interpretatie van oude heilige boeken, een obsessie met hiernamaalse straffen, hoofddoekendracht, boerka’s, boerkini’s, religieuze apartheid, vrouwendiscriminatie, homohaat, genitale verminking en terreur**. Sommige van die zaken zijn strafbaar, maar de meeste niet en mogen dat in een vrije maatschappij ook nooit worden, maar het zou goed zijn als het allemaal langzamerhand wat minder werd.
     Hoe die vervelende dingen zullen verdwijnen, dat weet ik niet. Misschien komt er een geleidelijke geloofsafval onder druk van de algemene secularisering? Misschien vervelt de islam tot een gematigde versie die nu, volgens Koenraad Elst, nog niet bestaat. Maar wat niet is, kan nog komen. Niemand had 200 jaar geleden kunnen voorspellen welke evolutie de katholieke kerk door zou maken. Die godsdienst leek toen ook onhervormbaar en onveranderbaar. Een beetje waakzaam optimisme is op dit terrein, geloof ik, een ‘moral duty’, al is de grens met ‘wishful thinking’ maar een dun streepje. Anderzijds, pessimisme leidt vooral tot gezeur en fatalisme en zo komen we er ook niet.  De evolutie ten kwade die we binnen de islam de laatste 40 jaar gezien hebben, sinds Khomeiny, stemt niet vrolijk. Maar als een evolutie ten kwade mogelijk is, waarom dan ook niet een ten goede?
     Ruud Koopmans hoopt op een ont-fundamentalisering van de islam als de gelovigen de Koran minder letterlijk gaan lezen***. Eddy Daniëls hoopt op een islam zonder Mohammed. Ikzelf heb ergens de hoop uitgesproken dat Mohammed ooit gezien zal worden als spiritueel leider, los van de rol die hij als wetgever, politicus, diplomaat, krijgsheer en echtgenoot heeft gespeeld (
hier). Maar wat het ook wordt, het zal vooral afhangen van een evolutie binnen de moslimwereld, en niet van Ruud Koopmans, Koenraad Elst, Eddy Daniëls of mij.

* Ik ben ondertussen van mening veranderd: ‘moslimfanatisme geeft beter weer wat ik wil zeggen. Moslim is ook neutraler dan islam omdat sommige geleerden - misschien terecht - beweren dat de islam in wezen fanatiek en extreem is, terwijl niemand kan ontkennen dat er grote verschillen op dat vlak zijn tussen de gelovige moslims.

** Zie onder andere hier, hier, hier, hier, hier en hier.

*** Een praktijk waarop, merkt Koopmans op, volgens de fundamentalistische interpretatie van de sharia de doodstraf staat.

zaterdag 12 december 2020

Verklikken


     John Fante vertelt ergens dat er in zijn klas in de lagere school een verklikker was. Die hebben ze eens flink pak slaag gegeven, en daarna, stelde hij met plezier vast, heeft hij nooit meer geklikt. Het was een fatsoenlijke jongen geworden. Nobody likes a snitch … ’t is een van de normen en waarden die je jong moet leren. Als je broertje of zusje een vaas breekt, dan zwijg je als vermoord, zelfs als jij beschuldigd wordt van dat breken. Hoogstens kun je naar de poes wijzen.
      Helaas, het morele probleem van verklikken is ingewikkelder dan dat. 
     Zeker, er zijn verzwarende omstandigheden waar iedereen het makkelijk eens over kan zijn. Iemand verklikken omdat het beter uitkomt voor je carrière bijvoorbeeld, is niet erg netjes. Het is egoïstisch. De beroemde regisseur Elia Kazan (zie ook hier) deed het, toen hij zijn communistische ex-vriendjes verraadde aan de McCarthy-commissie. Dat hij achteraf een film maakte, om dat goed te praten, verbetert de zaak niet. Ook is het niet netjes je buurman, achter zijn rug, aan te brengen bij de politie omdat hij illegaal huisvuil verbrandt. Je moet er eerst met hem over spreken, anders ben je laf.
     Maar neem nu corona. Moet je het melden als je je bejaarde buurvrouw een verdacht grote kerstkalkoen ziet kopen? Of als je weet hebt van studenten die een feestje gaan vieren op hun kamer? Het Nieuwsblad liet laatst over verklikking twee ‘experten’ aan het woord. Daar kun je dus ook al expert in worden, dát moeten zware studies zijn. In elk geval, de experten waren het niet met elkaar eens. De voorstander sprak over ‘burgerplicht’ en de tegenstander over sociaal kapitaal dat verloren gaat, dat wil zeggen, hij sprak daar niet over, maar hij had het beter gedaan. Mijn grootvader leidde een zangkoor, en tijdens de tweede wereldoorlog werd hij door een anoniem koorlid verklikt vanwege zijn geallieerde sympathieën. Hij is er toen met een waarschuwing vanaf gekomen, maar het was meteen het einde van het koor. Het vertrouwen was weg.
     Eén argument tegen verklikken is het ‘hellend vlak’-argument, dat in het Engels zoveel mooier klinkt: ‘slippery slope’. Je begint met je broertje of zusje te verklikken dat de vaas in het salon brak en je eindigt met het verraden van Anne Frank. Maar een hellend vlak-argument kun je ook omdraaien. Je gaat dan uit van een andere extreem. In een lezersbrief werden de Nieuwsblad-experten een dag later van antwoord gediend. ‘Als je hoort dat je buren een terroristische aanslag plannen, schrijft de lezer, dan bel je toch ook de politie? Wat is het verschil met het overtreden van de coronamaatregelen? Naar mijn mening is het overtreden van de coronamaatregelen een terroristische aanslag. Het wapen is het virus. Het is als een granaat die je in het publiek gooit. Als je geluk hebt, dan word je enkel getroffen door een scherf. Als je minder geluk hebt, dan sterf je eraan.’
     Het is jammer dat die Nieuwsblad-lezer terrorisme en corona-ongehoorzaamheid op dezelfde hoogte plaatst. Het verschil kan ik niet precies uitleggen*, maar ik veronderstel dat die lezer zelf ook niet dezelfde straf straf zou vragen voor de twee wetsovertredingen?  Aan de andere kant was het een slim idee om het terrorisme in de discussie te betrekken. Het stelt de zaak scherp. Het verraden van Anne Frank is nooit goed, en het verklikken van terroristen is altijd goed. Alhoewel ook dat laatste weer niet voor iedereen even duidelijk is. Kon een katholiek in Ierland, 40 jaar geleden, in eer en geweten de autoriteiten inlichten over een aanstaande IRA-aanslag, nog los van de vraag of dat goed was voor zijn knieën?
     En wat met onze moslimvrienden? Een kennis van ons - laten we hem Jef noemen - verbleef vele jaren in een Arabisch land. Hij bewoog zich in een kring van gecultiveerde mensen die een afkeer hadden van ‘les barbus’ die in haatmoskeeën samenkwamen. Na de aanslag op Charlie Hebdo werd Jef gecondoleerd. ‘C’est tout à fait affreux ce qui c’est passé.’ Als hij dan vroeg of zij, weet hebbende van zo’n aanslag, de Franse autoriteiten zouden hebben verwittigd, en de terroristen verklikt, dan kreeg Jef geen duidelijk antwoord. Ze zouden in elk geval bij de terroristen hebben aangedrongen om de aanslag niet te plegen. Ja, maar zouden ze de autoriteiten nu verwittigd hebben ja of nee? ‘Oui, ça, ils ont quand-même insulté le prophète.’ En als Jef dan bleef aandringen, dan waren ze na enige tijd bereid om eigenhandig de eer van de profeet te wreken.
     Wat ik ook doe, ik verzink hier in het moeras van de casuïstiek. Ik moet het geval per geval bekijken. Terroristen zou ik aangeven, of ze nu islamistisch, nationalistisch, socialistisch of libertair waren. Maar ik zou geen communistische ex-vriendjes verraden aan een commissie, hoe vreselijk ik het communisme ook vind. Ik zou Anne Frank niet aangeven, noch de leider van het zangkoor met zijn witte of zwarte sympathieën, of het nu mijn grootvader was of iemand anders. Als een collega te laat kwam op school, ging ik dat niet melden aan de directie. Als ik helemaal zeker wist dat die collega ook slecht les gaf, zijn leerlingen verveelde, slordig verbeterde en onrechtvaardig quoteerde, dan had ik dat nog altijd niet gemeld. Ik zou, bij wijze van spreken, gehoopt hebben dat iemand anders dat deed. Als ik daarentegen wist dat hij leerlingen seksueel misbruikte, dan had ik niet geaarzeld.
     En bij overtreding van de  corona-regels? Ik zou, geloof ik, niet snel de politie er bij halen. Ik zou niets zeggen tegen de bejaarde buurvrouw met haar grote kalkoen. Aan die studenten met hun feestje, zou ik discreet laten blijken dat zoiets eigenlijk niet helemaal in orde is.

* Facebookvriend Ecce Ios wees mij alvast op een verschil: terrorisme is onder andere moord met voorbedachten rade, inbreuk op de coronaregels is ten hoogste schuld door nalatigheid.

maandag 22 april 2019

Wie pleegde de aanslagen op Sri Lanka?

     Als er ergens ter wereld een nieuwe bomaanslag is, heb je twee soorten mensen. Je hebt mensen zoals ik die denken: het zal wel weer een moslimterreurgroep zijn. Ik heb dan achteraf vaak gelijk. En je hebt mensen die  ‘niet voorbarig willen speculeren over de daders en hun motieven’ en zo lang mogelijk ‘alle denkpistes willen openhouden’. Daar valt iets voor te zeggen. Voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast.
     Bij de aanslagen in Sri Lanka was de porseleinkast hoog en diep en waren er veel denkpistes om open te houden. Je hebt in dat land een meerderheid van boeddhisten, met daarnaast minderheden van hindoes, moslims en christenen. Die aanslagen op die kerken en die hotels konden dus het werk zijn van boeddhisten, van hindoes en van moslims. Eigenlijk kun je ook de christenen niet uitsluiten, want er kunnen altijd rivaliserende groepen opduiken, maar díe speciale piste hebben de grote media niet gevolgd. Het NOS-journaal had de mond vol over de boeddhisten en het VRT-nieuws, waar ik voor het eerst sinds jaren weer naar gekeken heb, had een verhelderend schema over de rivaliteit tussen boeddhisten en hindoes, alhoewel geen van de twee groepen het doelwit van de aanslagen waren geweest. Het schema was anders wel duidelijk en pedagogisch verantwoord. Het hoge ideaal van de volksverheffing is nog niet helemaal vergeten.
     Zelf had ik die boeddhisten meteen uitgesloten. 
Dat zijn nochtans ook niet altijd lieverdjes, zei mijn vrouw. Dat moest ik toegeven. Maar bij gewelddadige boeddhisten stel ik mij menigtes voor van mannen in rode jurken en gewapend met knuppels. Bomaanslagen, dat lijkt mij minder iets voor hen.

     Zouden er behalve voorzichtigheid en opvoedkunde nog andere redenen zijn om niet te snel de moslimextremisten als de daders aan te wijzen? Je krijgt wel eens de indruk dat die lui op NOS of VRT hópen dat zo’n aanslag door een ándere religieuze stroming is opgezet. Alsof het op een of andere manier minder erg zou zijn als ook binnen andere religies tereurgroepen ontstonden en de islam daardoor niet meer zo moederziel alleen stond.  Dat is dan in elk geval een rare hoop. Van wie de bommen ook komen, de slachtoffers zijn even dood, dus voor hen maakt het geen verschil. Als we hier iets zouden moeten hopen, is het wel het omgekeerde. Dat onder de moslims een extremistische minderheid bestaat die zelfmoordaanslagen als strategie gebruikt, is een spijtige realiteit, maar het is ook oud nieuws. Als zo’n trend nu ook zou opduiken bij andere godsdiensten zou dat juist erg betreurenswaardig zijn.  ’t Is zonde dat ik het zeg, maar eigenlijk moeten we hópen dat zo’n nieuwe bomaanslag voortkomt uit het moslimextremisme, liever dan uit een nieuwe variant van religieus fanatisme.
     Ik kan mij overigens in die eerste nieuwsberichten niet druk maken. Na enkele uren of dagen wordt alles toch duidelijk. Ondertussen weten ook NOS en VRT uit welk milieu de bommengooiers van Sri Lanka kwamen. Ze kwamen níet uit het milieu van de boeddhisten of hindoes, of uit dat van rivaliserende christenen. En de aanslagen hadden, zoals Jurgen Ceder mij op Facebook duidelijk maakte, niet noodzakelijk veel te maken met politieke en religieuze spanningen op Sri Lanka zelf. Ze waren niet gericht tegen regeringsgebouwen maar – typisch – tegen de westerse vijand: toeristenhotels en christelijke kerken die met het Westen worden geassocieerd.
     Wat die christelijke kerken betreft moeten we volgens sommigen trouwens ook voorzichtig omgaan met de porseleinkast. Welk soort  mensen bezoekt zulke plaatsen? Roekeloze lui  speculeren nogal snel, zonder alle feiten te kennen, dat het om zogenaamde ‘christenen’ zou gaan. Barak Obama en Hillary Clinton zijn voorzichtiger. Volgens hen ging het om ‘Easter worshippers’. Paasaanbidders ... daar kunnen best wat christenen bij geweest zijn, maar we kunnen de aanwezigheid van enkele Keltisch gezinde druïden ook niet uitsluiten.
     Als het op op politieke correctheid aankomt, kunnen wij van de Amerikanen nog wat leren.*



* Maar de een leert sneller dan de ander. Koen Geens bijvoorbeeld is een snelle leerling. Toen de Staatsveiligheid enkele dagen geleden waarschuwde voor de opmars in ons land van het salafisme en de radicale islam, had hij drie nuances klaar: het salafisme is een kleine minderheid binnen de moslimbevolking, niet alle salafisten steunen terreur  en ‘er is niet alleen radicalisering binnen de islamwereld’ (hier).  De eerste twee nuances zijn, geloof ik, juist. De derde misschien ook, maar dan ik moet toch eventjes denken aan de boeddhisten, de hindoes en de Tamiltijgers van VRT. 

woensdag 10 april 2019

Teder hand in hand onder de moslims

Als groot voorstander van vrede onder de mensen, vind ik het jammer dat Sam Van Rooy en Maarten Boudry altijd zo ruzie maken*, en dan nog over de islam, een kwestie waar ze het in grote lijnen over eens zijn. Ze geloven allebei dat de wereld beter af zou zijn zonder islam en ze geloven allebei dat een te grote moslimminderheid in ons land voor problemen zorgt. Maarten schreef ergens dat een verdubbeling van het aantal moslims – het zijn er nu rond de acht procent** – de al bestaande problemen tot hun ‘kwadraat’ zou verheffen. Dat is een forse uitdrukking. Als men tien problemen tot hun kwadraat verheft, zijn het er meteen honderd, en als het er honderd waren, worden het er tienduizend.
     Sam is de somberste van de twee. In zijn boek Voor vrijheid dus tegen islamisering heeft hij een groot aantal uitspraken bijeengebracht van mensen die zich, vertrekkende van hun ervaringen of van hun lectuur, negatief uitlaten over de islam. Hij heeft een nog groter aantal krantenknipsels verzameld over geweld en intimidatie, over onfrisse toespraken in moskeeën, en over tienjarige meisjes die verplicht worden een hoofddoek te dragen. Hij vreest dat het niet meer goed komt, omdat moslims meer kinderen krijgen dan niet-moslims, waardoor hun aandeel in de bevolking maar blijft toenemen.
     Maarten is vrolijker van aard, zoals blijkt uit de titel van zijn boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat. Hij buigt zich graag over statistieken en ziet daar goed nieuws, ook als het om moslims gaat. Die keren zich volgens de cijfers zoetjesaan aan af van hun traditionele geloof. Ze seculariseren, zoals dat heet. In Saoedi-Arabië – of all places – noemt ondertussen 24 procent van de bevolking zich in anonieme enquêtes ‘niet-religieus’ of zelfs ‘atheïstisch’. Jonge moslims in Nederland lezen minder in de Koran dan hun ouders. De meisjes dragen minder hoofddoeken dan hun moeders. De tweede generatie migranten staat minder vijandig tegenover homo’s en joden dan de eerste generatie***. Wel gaat het allemaal erg traag, want onder de jongeren is er helaas ook een minderheid die juist fanatieker is dan de ouders. En bovendien, aldus Maarten: ‘Als de toestroom te groot wordt, kan dat de secularisering tenietdoen.’

     Maarten stelt net als Sam vast dat de moslims wereldwijd meer kinderen krijgen dan anderen – 2,9 kinderen per vrouw. Het aandeel van de moslims zal in de komende decennia dus nog toenemen. Maar op lange termijn gaan de  geboortecijfers van moslims en niet-moslims dezelfde richting uit. Tussen 1975 en 2010 is het geboortecijfer in moslimlanden met 41 procent gedaald, wat sneller is dan de wereldwijde daling van 33 procent. En in Europese landen is het aantal kinderen van moslimvrouwen al gedaald tot 2,1 kinderen per vrouw. Dat is natuurlijk nog altijd meer dan het autochtone gemiddelde van 1,6, maar – zoals Maarten niet moe wordt te herhalen – het is vooral de richting die telt. Dat is ook zo voor de huwelijksmigratie. Die neemt namelijk af omdat de migranten hun partner steeds minder gaan zoeken in het land van herkomst****.
     Naast statistieken heeft Maarten nog andere redenen om zijn goede humeur te bewaren. De fundamentalistische moslims in ons land zijn verdeeld in verschillende strekkingen, wat hun politieke mogelijkheden beperkt. Het fundamentalisme is een laatste barbaarse reactie van een voorbijgestreefde levensopvatting die vroeg of laat voor de bijl gaat. En er zijn goede redenen om aan te nemen dat de islam zich, na de nodige strubbelingen, tóch zal moeten hervormen. Dat zou eigenlijk niets meer betekenen dan dat de godsdienst zich aanpast aan de gematigde manier waarop hij nu al door veel van de gelovigen wordt beleefd. Het christendom heeft zo’n aanpassing tenslotte ook moeten ondergaan.
     Men kan aanvoeren dat sommige van Maartens redenen nogal speculatief zijn. Misschien overwint de barbarij wel –  dat is al gebeurd. Misschien blijkt de islam wel resistent tegen elke hervorming – dat weet je op voorhand nooit met zekerheid. Toch geloof ik dat Maarten op de lange termijn gelijk zal krijgen. Maar dan stelt zich een nieuwe vraag: hoe lang zal die lange termijn duren? Is het iets wat Jan nog zal meemaken? Ik herinner mij een gesprek ten huize van islamkenner Lucas Catherine in 1985 of daaromtrent. Lucas betoogde vol vuur dat het fundamentalisme à la Khomeiny eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen was. Mijn vrouw, mijn broer en ik werden maar al te graag overtuigd. Maar na enkele jaren begon die overtuiging toch wat te verslappen.

     Door zijn optimisme voortgestuwd, gebruikt Maarten soms ongelukkige bewoordingen. Zo spreekt hij van ‘een ‘kleine minderheid van islamfundamentalisten in Europa’– een uitdrukking die nauwelijks overeenstemt met wat hij enkele bladzijden daarvoor schreef. Je kunt wel wat aanmerken op het onderzoek van Ruud Koopmans die onder de Europese moslims 40 procent fundamentalisten telde, maar je komt redelijkerwijs nooit uit op een een ‘kleine minderheid’ *****. Ergens schrijft Maarten dat ‘onze maatschappij zeker voldoende draagkracht [heeft] om een gestage toestroom van minderheden te absorberen, ook als daar enkelen tussen zitten die ons samenlevingsmodel verwerpen’. Die zin komt uit een pleidooi vóór migratiebeperking, dat ik des te meer toejuich omdat er onder degenen die toestromen meer dan ‘enkelen’ zijn die ons samenlevingsmodel verwerpen. Het is om die reden zou ik graag hebben dat die toestroom minder ‘gestaag’ was.
     Volgens Maarten gaat het met de moslims in ons land de goede richting uit. Als hij de huidige stand van zaken overschouwt, ziet hij veel wat laakbaar is: parallelle samenleving, homohaat, onderdrukking van vrouwen, vijandigheid tegenover de liberale democratie. De problemen zijn groot en de toestand is niet rooskleurig. Zijn goede humeur keert pas terug als hij over zich over de evolutie – de richting dus – bezint. Maar ook over die richting valt wat te zeggen. Als die richting inhoudt dat de immigratie van moslims gevoelig vermindert, dan moeten we inderdaad niet vrezen dat hun aantal zal vertiendubbelen – zoals dat in de voorbije 40 jaar is gebeurd (hier) – maar daarmee is een gewone verdubbeling nog niet uitgesloten. En als het aandeel van fundamentalisten onder de moslims daalt, moet nog altijd bekeken worden of die daling wel groter is dan de stijging van het totale aantal, anders zit de richting – voorlopig althans – nog altijd niet goed.
     Maar nu iets helemaal anders – iets leuks – over de ruzie tussen Maarten en Sam. Maartens nadruk op de ‘richting’ die de moslimkwestie uitgaat, heeft Sam onlangs tot een onvoorzichtige tweet verleid. ‘Welke ‘richting’ het uitgaat, @mboudry? schrijft hij. ‘Laten we samen eens hand in hand of met een keppeltje op door bepaalde wijken in Antwerpen wandelen.’ Maarten reageerde onmiddellijk zoals Barney Stinson in de komische televisiereeks How I Met Your Mother zou doen en juichte: challenge accepted! ‘Welke cameraploeg’, tweette hij,  ‘wil Sam Van Rooy en mij volgen terwijl we innig hand in hand in verschillende Antwerpse wijken rondlopen?’ En toen hij geen antwoord kreeg stuurde hij een nieuwe tweet: ‘Zou Sam bang zijn dat hij het experiment niet overleeft, of eerder dat zijn doemvoorspelling sneuvelt? #chicken.’
     Dat was een heel slimme zet van Maarten. Want stel dat Sam op de uitdaging ingaat en de twee heren lopen teder hand in hand door een paar moslimwijken, dan kunnen er twee dingen gebeuren: of ze worden in elkaar geslagen, of ze worden niet in elkaar geslagen. Worden ze niet in elkaar geslagen, dan is bewezen dat Sam ongelijk had en dat homo’s minder bedreigd worden dan hij had gedacht. Worden ze wel in elkaar geslagen, dan is bewezen dat sommige moslims wel degelijk homohaters zijn, iets wat Maarten volkomen beaamt. Om Karel van het Reve te parafraseren: bij kruis wint Maarten, bij munt verliest Sam.

      

 * Maarten heeft ook ruzie met Sam zijn vader Wim Van Rooy. Het gaat dan over wat beter is: anekdotes of statistiek. Zelf hou ik van allebei. Ook kibbelen Maarten en Wim over de middeleeuwen en over iets wat ‘libido sciendi’ heet, twee zaken waar ik weinig van afweet.
** 7,6 procent volgens onderzoeker Jan Hertogen. Natuurlijk is dat aandeel veel groter in bepaalde steden zoals Antwerpen, Brussel, Molenbeek …

*** Maarten verwijst onder andere naar een studie van Elchardus onder moslimscholieren in Gent en Antwerpen. 25 procent van hen vond geweld tegen homo’s gerechtvaardigd. Ik zou gedacht hebben dat dat meer was. Ook 8 procent van de autochtone scholieren had begrip voor zo’n geweld. Ik zou gedacht hebben dat dat minder was. Dat goedkeuren van geweld is trouwens maar één kant van de zaak. Uit een recente enquête blijkt dat de helft van de Britse moslims homoseksualiteit bij wet wil verbieden. Nou ja, tot 1967 wás homoseksualiteit in Groot-Brittannië natuurlijk bij wet verboden.
**** Maarten geeft hier geen exacte cijfers, maar verwijst in een noot naar het boek van Lucassen en Lucassen, Vijf eeuwen migratie. Maarten heeft zijn eigen boek zeker niet volgestouwd met cijfers en statistiek, maar de cijfers díe hij geeft zijn meestal verhelderend.

***** Het cijfer van 40 procent fundamentalisten kan, zoals Maarten zelf aangeeft, zowel een overschatting als een onderschatting van het probleem zijn. In het onderzoek van Koopmans geldt als fundamentalist iemand die tegelijk aan drie criteria beantwoordt: hij gelooft dat er slechts één correcte interpretatie is van zijn heilig boek, dat de religieuze wet boven de burgerlijke wet moet komen en dat gelovigen moeten terugkeren naar de zuivere bron. Volgens die definitie zijn 40 procent van de moslims fundamentalist en slechts 5 procent van de christenen.  Het onderzoek van Bretfeld en Wetzels (2007) komt tot gelijklopende resultaten: 47 procent van de ondervraagde Duitse moslims vond dat de regels van de Koran belangrijker waren dan de democratie. 47 procent vind ik geen kleine minderheid.

vrijdag 26 mei 2017

Moordaanslag in naam van Allah

     Zoals bekend hield Mohammed niet van kritiek en spotternij. Lasteraars en satirische dichters werden gevangengenomen, veroordeeld en ter dood gebracht. De vrome overlevering vermeldt hun namen: Oetba, Ibn Chatal, Ibn Noequaidh en enkele anderen. Maar soms was gevangenneming en veroordeling onmogelijk en moest tot een aanslag worden overgegaan. Mohammed had dan de gewoonte om het bevel tot aanslag als een vraag aan te reiken:
  • ‘Wie bevrijdt me van Ibn Al Asjraf?’
  • ‘Wie gaat voor mij met deze schurk [Aboe Afak] afrekenen?’
  • ‘Wie bevrijdt me van Marwaans dochter?’
     Waarop een of meerdere volgelingen eropuit trokken om de genoemde dichters om te brengen.
     ‘Wie bevrijdt me van’ … Dat hebben we nog gehoord. Waren dat niet de eigenste woorden van Hendrik II (1133-1189) waarmee hij de aanslag beval op Thomas Beckett? ‘Who will rid me of this turbulent priest?’ riep de koning en vier van zijn ridders reden uit om de aartsbisschop te vermoorden in de kathedraal te Canterbury.
        Maar later moest de koning zich verontschuldigen voor de wandaad en moest hij zich laten geselen op het graf van de vermoorde. Onze middeleeuwen hadden immers een gevoelig evenwicht tussen kerk en staat. Tussen die twee was er een aanhoudende twist. Het was de eeuwige barst in de maatschappij – en dat had zijn voordeel. ‘There is a crack in everything / that’s how the light gets in,’ zong Leonard Cohen tot voor kort. Het kalifaat voorziet, geloof ik, niet in zo’n barst.
     Het jammere van de moslimoverlevering is dat we wel de namen kennen van de spotdichters, maar de vrome schrijvers lieten meestal na om ook de verzen zelf mee te delen. Eén van de uitzonderingen is een kwatrijn dat gezongen werd door een naamloze herder. Koenraad Elst geeft in De Islam voor ongelovigen een rijmende vertaling die prettig scandeert:

                Ik zal geen moslim worden
                Zolang als ik zal leven
                Noch zal ik enig’ aandacht
                Aan hun religie geven.
 
     De herder werd gedood.

* De namen van de slachtoffers in Engelse transcriptie: Utbah, Abdullah ibn Khatal, al-Huwairith ibn Nuquaidh, Ka’b ibn al-Ashraf, Abu Afak, ‘Asma’ bint Marwan.

zaterdag 20 februari 2016

Mohammed heeft echt bestaan

     Mohammed heeft, net als Lenin en Karel van het Reve zelf, echt bestaan. Meer zelfs, we kennen hem redelijk goed. Mijn vriend P. beklaagt de moslims daarom. Mijn vriend P. geeft les in godsdienst en kan daarbij zijn Jezus als dat nodig is een duwtje in de goede richting geven. Maar van Mohammed weten we iets te veel om hem naar onze hand te zetten, en ook iets te weinig voor een echt diepgaand begrip van de man.
     Voor de moslims is Mohammed ‘de volmaakste onder de mensen’. Daar wil ik niet moeilijk over doen: iemand moet de volmaakste zijn. Renan noemt Mohammed in ‘Les origines de l’islamisme’ (1851): ‘zachtaardig, gevoelig, trouw, vergevingsgezind en in het algemeen welwillend, met een groot hart voor kinderen en zwakkeren’. Maar Renan laat zich soms meeslepen door zijn eigen ronkende zinnen.
     Als we in plaats van het dunne boekje van Renan, de twee dikke delen van Montgomery Watt opslaan (1953 en 1956), dan treedt Mohammed ons daar tegemoet als een buitengewoon veelzijdige persoonlijkheid. Zakenman, religieus bevlogene, leraar, minnaar, moralist, vrederechter, politicus. Ook was hij een voorzichtig maar moedig krijgsheer en een meester in spionage en contraspionage1.
     Veelzijdigheid is natuurlijk iets heel moois, maar het heeft ook een keerzijde. De eigenschappen die nodig zijn om een verheven moralist voort te brengen, zijn niet dezelfde als die welke van de staatsman of de krijger worden gevraagd. Maar in de Koran en in de Hadith krijgen we zowel de man van God als de man van de wereld.  En die man van de wereld kon behoorlijk hard zijn: vijanden uit de weg ruimen, een heel dorp uitroeien - niet uit persoonlijke wraakzucht, maar om redenen van Realpolitik. Mohammed won zo snel aanhangers als hij deed omdat hij mildheid en vergevingsgezindheid kon afwisselen met harde en meedogenloze uithalen.
     Misschien ligt in Mohammeds veelzijdigheid een kans voor de gematigde moslim. Zou het geen nuttige oefening zijn om in de leer en het leven van de profeet een onderscheid aan te brengen tussen de man van God en de man van de wereld, tussen de godsdiensthervormer en de politicus, tussen de moralist en de krijgsheer? Er is niets mis met politiek en krijgskunst, maar kunnen we die niet buiten de godsdienst houden2? Kunnen we van Mohammed niet vooral zijn afkeer van menselijke arrogantie, zijn deemoed tegenover de zwakkeren en zijn oproep tot samenhorigheid onthouden?
     Jezus was timmerman en zedenpreker. Maar de meeste christenen onthouden eigenlijk alleen dat laatste. Als we een kast in elkaar steken, halen we er het evangelie niet bij. We volgen gewoon de handleiding van Ikea.



1 Renan roemt Mohammed ook als groot prozaïst, maar dat gaat mij te ver. Velen die in de Koran gebladerd hebben zullen mij bijvallen, denk ik.
2 Of dat ooit mogelijk wordt, weet ik niet. Trouwens, de toekomst voorspellen is een zonde, want die is alleen gekend door Allah.