Posts tonen met het label Zuster Bertken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuster Bertken. Alle posts tonen

zondag 26 maart 2017

De advocate van de boerka


     Advocate Rachida Lamrabet heeft zich heel wat last op de hals gehaald door in een interview de boerkadracht te verdedigen. Ze werd afgevallen door Johan Leman en door Unia, de organisatie waar ze voor werkt en, wat haast nog erger is, ze werd verdedigd door   Joël De Ceulaer. Lamrabet had de opvatting bestreden dat de boerka een symbool is van vrouwenonderdrukking. Zo’n opvatting vond ze ‘paternalistisch’. Zelf had ze twee andere verklaringen voor die exotische manier om zich te kleden: seksuele pudeur en religieuze ascese. Laat ik met dat laatste beginnen.
     Een moslimvrouw die de boerka draagt, zegt Lamrabet, geeft het signaal dat ze ‘weinig interesse heeft in dit leven’ maar leeft ‘voor het hiernamaals’. Dat is sterke taal.
     Zulke vrouwen die leefden ‘voor het hiernamaals’ hebben we in het christendom ook gehad. Zulke mannen trouwens ook. Woestijnvaders, pilaarheiligen, kluizenaars, heremieten. We kunnen denken aan Zuster Bertken (1426-1514) die zich levenslang liet inmetselen in een cel in de Utrechtse Buurkerk en daar fantaseerde over het ‘kruid’ dat ze zou gaan plukken in haar ‘hofken’. We kunnen denken aan Wiborada Reclusa († 926) die Bertken in die keuze voor was gegaan, maar helaas uit haar cel bij Sankt-Gallen werd bevrijd door binnenvallende Magyaren, en daarna gedood. We kunnen denken aan minder drastische vormen van ascese, zoals die eeuwenlang in kloosters werden beoefend door mannen en vrouwen in habijt.
     Maar gaat het bij boerka en niqab echt om een blijk van ascese? Ik twijfel daaraan. Als je af en toe wat leest over de leer en de geschiedenis van de islam, krijg je niet de indruk dat ascese en levensverzaking er een erg grote rol spelen – behalve misschien in de half ketterse soefie-traditie. Ik heb een moslimvriend gehad die in het ramadanverbod om overdag seksuele betrekkingen te hebben het toppunt zag van lichamelijke versterving. Een maand lang geen seksuele betrekkingen van zonsopkomst tot zonsondergang, – hij herhaalde het een paar keer, alsof hij dacht dat ik het niet geloven zou. Nee, zo erg ascetisch lijkt de islam mij niet. Ik zou het eens aan een kenner als Eddy Daniëls moeten vragen.  
     Lamrabets andere verklaring van de boerka is seksuele pudeur. De vrouw kiest er ‘bewust’ voor om ‘de privacy’ van haar lichaam af  te schermen. Dat kan natuurlijk en daar is niet zo veel mis mee. Als een vrouw zich wil onttrekken aan de bewonderende of keurende blikken van wellustige mannen, is dat haar zaak. Niemand moet zich daar naar paternalistische trant mee gaan moeien. Maar tegelijk is het ook moeilijk om uit te maken of zo’n keuze voor pudeur wel een vrije beslissing is van de vrouw, dan wel één die door een jaloerse en bazige man is opgedrongen. Ik denk wel eens het laatste als ik op een zomerse dag rondloop in Menen, de stad van mijn jeugd. Dan zie ik daar zo’n hippe moslimman – zonnebril, strakke jeans, open shirt, korte mouwen - over straat slenteren, op een meter afstand gevolgd door een vrouw waarvan alleen een klein deel van het gezicht zichtbaar is. Ik kan zo’n tafereel relativeren, mijn vader ook, maar mijn moeder wordt dan razend. Zou dat paternalisme zijn?