Posts tonen met het label William James. Alle posts tonen
Posts tonen met het label William James. Alle posts tonen

vrijdag 16 december 2016

Grote boodschap

Dostojevski's held Raskolnikov maakt zich klaar om de
woekeraarster te vermoorden. Lijkt hij niet op Johnny Depp?
     Wie over de Grote Vragen nadenkt, moet op tijd kunnen ophouden. Dat is zeker zo in de kosmologie. Van William James (1842-1910) wordt verteld dat hij na een lezing aangesproken werd door een oud dametje dat het niet eens was met zijn wilde heliocentristische ideeën. Een aarde die los in de ruimte hing en om de zon heen draaide - hoe kon dat nu? Volgens het dametje werd de aardbol gewoon gedragen door een grote schildpad. James vroeg voorzichtig waar die schildpad dan op rustte. Dat was een slimme vraag, maar het dametje wist het antwoord: op een nog grotere schildpad. Goed, oké, maar waar rustte die grotere schildpad dan op? ‘Doet u geen moeite, meneer James,’ zei het dametje, ‘it’s turtles all the way down.’
     In de ethiek heb je ook zoiets. Er is zoveel dat we niet mogen doen, en zoveel dat we moeten doen, en er zijn ook altijd goede redenen voor, maar als je blijft doorvragen wordt het moeilijk. Waarom mocht Raskolnikov die oude woekeraarster het hoofd niet inslaan? Het mocht niet van de politie natuurlijk, maar waarom mocht het niet van de politie? Het antwoord van Dostojevski ben ik vergeten, maar als hij het raadsel écht had opgelost, had ik het wel onthouden.
     Iemand die zich met zulke ethische vragen bezighoudt, is Jonathan Haidt. In zijn boek The Righteous Mind (2012) vertelt hij volgende anekdote. Een vader (30+) en een zoon (4) staan te plassen in aanpalende urinoirs van een restaurant.
-       Papa, wat zou er gebeuren als ik hier een grote boodschap in deed?
-       Dat zou erg vies zijn, jongen.
-       En als ik een grote boodschap deed in de wasbak?
-       Dan zouden de mensen van het restaurant erg boos worden.
-       En als ik een grote boodschap deed in de wasbak thuis?
-       Dan zou ik erg boos worden.
-       En als jij een grote boodschap deed in de wasbak thuis?
-       Dan zou mama erg boos worden.
-       En als we allemaal een grote boodschap deden in de wasbak thuis? Wat dan?
-       Ja, wat dan? Dan hebben we een groot probleem.
-       Ja, dan hebben we een groot probleem, hé papa.
Haidt vertelt het verhaal alsof hij het zelf heeft meegemaakt. Ik heb daar zo mijn twijfels over. Zou hij het niet min of meer verzonnen hebben omdat het zo goed aansluit bij zijn opvattingen over irrationaliteit en ethiek? ’k Geloof anders wel dat veel vader-zoongesprekken ongeveer zo verlopen.
     We zouden behalve aan de kosmologie en de ethiek ook aan de staatshuishoudkunde kunnen denken. Er bestaat een rare gewoonte dat een staat meer geld uitgeeft dan er binnenkomt. Sommige economen vinden dat een goede zaak want zo kan de staat grote werken laten uitvoeren waardoor mensen een baan hebben. Maar ondertussen stapelen de schulden zich op. Hoe kan men die schulden afbetalen als men schulden blijft maken? Hoe moet dat op de lange termijn? Daar zijn twee antwoorden op geformuleerd. Het ene kwam van de PS-politicus Mathot (1941-2005). ‘De schulden van de staat komen er vanzelf, ze zullen ook vanzelf weer weggaan.’ Het andere antwoord kwam van J.M. Keynes (1983-1946), volgens velen – ook zijn vijanden – de slimste mens van de twintigste eeuw. Dat antwoord luidt: ‘In the long run, we are all dead’.
     Nu heeft Keynes die woorden in een andere context gebruikt, in een boek dat hij kort daarna zelf achterhaald noemde. Toch horen ze voor mij in het rijtje van de Grote Antwoorden op de Grote Vragen: ‘It’s turtles all the way down’, ‘I guess we’d all get in trouble’ en ‘In the long run, we are all dead.’

vrijdag 6 november 2015

'Laudato si' en de Airco

     Lang geleden – Jan was nog niet geboren – hebben mijn vrouw en ik Toscane bezocht. Mooi landschap, fraaie stadjes, lekker eten – je moet het ook eens doen. Ook het weer was goed, dat wil zeggen: warm. We hadden een klein autootje zonder airco gehuurd – airco in de wagen was toen nog iets voor Amerika – maar we waren jong. We zetten twee raampjes open en toen het een keer heel, héél warm was, begonnen we vrolijk met ons tweeën te scanderen: Hotel-Met-Airco! Hotel-Met-Airco!
     Nu lees ik dat Paus Franciscus in zijn nieuwe encycliek ‘Laudato Si’ het toenemend gebruik van airco afkeurt. Het is niet goed voor het milieu, zegt hij. Wat krijgen we nu? In Griekenland klagen de gepensioneerden steen en been dat ze door de daling van hun pensioen de airco niet meer durven aandoen, wegens te duur in verbruik. Ze gaan dan maar tegen hun zin aan het strand zitten, waar het frisser is. En dat is niet alles. In onze eigen gematigde klimaatzone overlijden er altijd wel enkele bejaarden bij een beetje serieuze hittegolf. Dat moet in de armere, warmere landen nog veel erger zijn.
     Zou paus Franciscus zich het lot van de arme bejaarden bij ons, in Griekenland en in de tropen niet aantrekken? Dat denk ik niet. Ik denk dat het iets anders is. Ik denk dat de paus hier bezield wordt door de religieuze behoefte aan zuiverheid en eenvoud, die zo raak beschreven wordt door William James in The Varieties of Religious Experience. De diepreligieuze mens wil weg van het ingewikkelde, het kunstmatige, het onnatuurlijke. Je moet maar eens een technisch schema van een airco-installatie bekijken om zelf iets van die religieuze afkeer te voelen. Of een mooi New-Yorks appartementsgebouw ontsierd door later toegevoegde airco-installaties …
     Op die heel, héél warme dag in Toscane hebben we ons hotel met airco niet gevonden. We hebben iets beters gevonden: een tot hotel omgebouwde vijftiende-eeuwse villa – muren van wel een meter dik, natuursteen, heerlijk koel. Zulke betrouwbare, eerlijke muren als oplossing voor het hitteprobleem zou Franciscus wel lusten, denk ik. Maar voor die natuursteen zijn steengroeven en open mijnbouw nodig en wat díe het milieu aandoen, daar wil ik liever niet aan denken.



Oorspronkelijk geplaatst op 22 juni 2015