Posts tonen met het label Filip De Winter. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Filip De Winter. Alle posts tonen

zondag 20 november 2022

Joël de Ceulaer en de hoofddoek


     Ik heb onlangs nog een stuk over de moslimhoofddoek geschreven*, en ik was niet van plan om daar zo snel een vervolg aan te breien in de trant van  ‘De hoofddoek, deel 2’, ‘De terugkeer van de hoofddoek’, ‘De wraak van de hoofddoek’ en ‘De zoon van de hoofddoek’. Maar nu heeft Joël de Ceulaer er een van zijn ‘satires’ aan gewijd en daarom wil ik voor één keer een uitzondering maken. Bij zo’n stuk van Joël voel ik mij vaak als een kind in een snoepwinkel waar alles gratis is: in bijna elke zin zit iets lekkers om op te sabbelen. Ik weet niet waar ik eerst naar moet grijpen.
     Neem de eerste alinea. Daarin vergelijkt Joël de harde houding hier ten lande tegenover hoofddoekdraagsters met de milde beoordeling van misstanden in de crèches. Als peuters worden ‘geslagen, vastgekleefd en met het hoofdje in de toiletpot geduwd’, dan wordt dat, schrijft Joël, ‘op alle niveaus gedoogd dan wel genegeerd of door de vingers gezien.’ Als ik zoiets lees, is mijn eerste reactie om in de lach te schieten. Joël doet hier denken aan een tooghanger die bralt dat de politie veel te snel boetes uitschrijft voor snelheidsovertredingen, maar moorden en verkrachtingen ‘door de vingers ziet’. ’t Is waar, die tooghanger stemt waarschijnlijk voor een andere politieke partij dan  Joël. 
     In de volgende alinea maakt Joël een vergelijking tussen Iran, waar de hoofddoek verplicht is, met het gemeenschapsonderwijs (GO!), waar de hoofddoek verboden is. ‘Ik hoop dat het ooit doordringt,’ schrijft hij, ‘dat een verbod hetzelfde is als een verplichting.’ ’t Is waar, je kunt met enig trekken en duwen elke bepaling zowel als verplichting (hoofdoek!) of als verbod (niet bloothoofds!)  formuleren. Dat maakt niet veel verschil. Wat wel een verschil maakt, is de partijdigheid of onpartijdigheid van een bepaling. In Iran bijvoorbeeld is er geen algemeen verbod om bloothoofds rond te lopen**. Er is in Iran juist een heel precieze verplichting dat alleen het vrouwelijke deel van de bevolking treft.
     Er zijn andere, dwingender redenen om de vergelijking tussen Iran en het GO! te verwerpen. De verplichting van de ayatollahs en het verbod van het GO! komen voort uit een andere motivatie en worden opgelegd met een ander doel. De hoofddoek in Iran is een onderdeel van de onderhorige rol die de vrouw in de fundamentalistische Islam krijgt toebedeeld. Het hoofddoekenverbod in het GO! daarentegen sluit aan bij de twee eeuwen oude idee van een neutrale lekenstaat die neutraal onderwijs organiseert. Ik ga daar verder niet op in, want Joël weet dat ook allemaal. Alleen vergeet hij het te schrijven.
    Ik wil mij hier beperken tot een evidentie. Het verbod van het GO! wordt in ruimte en tijd begrensd door de schoolmuren en de schooluren; de verplichting van de Iraanse overheid daarentegen omvat de hele openbare ruimte. Mocht de Iraanse overheid een hoofddoek op scholen verplichten, als onderdeel van het meisjesuniform, zou ik daar niet half zoveel problemen mee hebben, zolang de meisjes en de leraressen die hoofddoek weer mogen afdoen als ze de school verlaten. Dan is het dragelijk. En zo is het eveneens dragelijk dat de meisjes en leraressen in het GO! hun hoofddoek moeten afdoen bij het betreden van de school, zolang ze hem weer mogen aandoen – als ze dat per se willen – bij het verlaten ervan. Joël haalt het geval aan van die ‘sympathieke, gemotiveerde en welbespraakte’ Chaïmae Bentouhami die op de televisie haar wens kenbaar maakte om lerares-met-hoofddoek te worden. Goed, dan wil ik nog een stap verdergaan: de welbespraakte mag van mij haar hoofddoek ook dragen in de lerarenkamer, zolang ze hem maar afdoet in de klas.
     Joël verwijt het GO! dat het inconsequent is. Het onderwijsnet streeft zogezegd neutraliteit na, maar organiseert zelf de gesegregeerde lessen voor ‘islamitische, katholieke, joodse en vrijzinnige kindjes’***. ’t Heeft er weinig mee te maken maar ik moet het toegeven: die twee uurtjes per week zijn niet ‘neutraal’. Ze maken onderdeel uit van een historisch compromis dat de liberale founding fathers afsloten met hun katholieke tegenstanders. En van een compromis kun je geen uiterste consequentie verwachten. Trouwens, is  die kleine inbreuk op de neutraliteit gedurende twee uur per week een goed argument om nog meer neutraliteit prijs te geven?
     We komen zoetjesaan bij de kern van Joëls betoog, dat ook in de titel is vervat: ‘Het hoofddoekenverbod heeft niets te maken met neutraliteit, maar alles met islamofobie.’ Die Joël toch! Eerst wordt bij de vergelijking tussen het GO! en Iran elke verwijzing naar doel en motivatie ontweken, en nu wordt die de kern van het betoog. Joël weet dat degenen die de neutraliteit inroepen eigenlijk door islamofobie gedreven worden. Goed, als Joël dat weet, dan weet ik iets anders. Ik weet dat niet bij iederéén neutraliteit een excuus is voor islamofobie.
     Maar ik wil het Joël gemakkelijk maken. Ik zal het alleen over mezelf hebben en dan wil ik schuchter bekennen dat islamofobie bij mij wel een rol speelt. Ik weet dat het niet mag, en dat landen als Qatar en andere voorbeeldnaties internationale conferenties houden om tegen islamofobie te waarschuwen, maar ik geef het toe: ik ben bang. Bang dat het fundamentalisme binnen de islam verder opgang maakt, bang dat die opgang bij moslims de aanpassing aan hun nieuwe land bemoeilijkt, bang dat verschillende godsdienstbeleving van oud- en nieuwkomers tot spanningen leidt, bang van het hellend vlak dat leidt tot aparte sharia-rechtbanken voor bepaalde materies. Of om bij mijn onderwerp te blijven: bang dat moslimmeisjes die de hoofddoek liever niet dragen het in de toekomst nog moeilijker zullen krijgen om dat vol te houden. Mocht ik daar allemaal niet bang voor zijn, mocht ik met andere woorden minder islamofoob zijn, dan dacht ik misschien anders over hoofddoek en lekenstaat.
     Joël geeft een andere invulling aan het begrip islamofobie. Hij ziet er het onvermogen in ‘om onder elke hoofddoek gewoon de mens te zien in plaats van de vermeende ideologie.’ Joël heeft hier een kruimel van gelijk. Bij het beoordelen van mensen die we niet kennen gaan we al te snel af op uiterlijke kenmerken: op die ongepoetste schoenen, op die tatoeages, op dat roze geverfd haar, op die kaalgeschoren linkerslaap die het gezicht van een mooi meisje ontsiert. Vooroordelen zijn des mensen. In de school waar ik les gaf, was een godsdienstleraar die in hetzelfde jaar als ik begon les te geven. We lieten elkaar de eerste drie jaar links liggen. Ik was bang van hem omdat hij zo groot was, en hij van zijn kant was vooringenomen tegen mij omdat ik een das droeg. Nadat we toevallig in een discussie over Kant en Rawls verzeild raakten, veranderde dat, werden we onafscheidelijk en kon je ons elke middag in het café tegenover de school aantreffen, ook al was hij nog altijd zo groot en droeg ik nog altijd een das.
     Maar stel nu dat Joël hier gelijk zou hebben – dat islamofobie een kwestie is van vooringenomen reflexen – dan nog gaat het niet aan om die islamofobie af te wegen tegen iets als neutraliteit. Het gaat om twee verschillende sferen. Islamofobie is, als je wil, een deel van het probleem, en neutraliteit is een deel van de oplossing. Het is juist omdat we als mensen behept zijn met vooroordelen en fanatisme dat het goed is dat we die in sommige contexten minstens symbolisch afleggen. En dat moet gebeuren volgens neutrale spelregels waarbij de verschillende godsdiensten minstens formeel gelijk worden behandeld****. Dat is het hele eiereneten van de neutraliteit. De Franse lekenstaat heeft ongetwijfeld zijn wortels in antikatholieke vooroordelen en christianofobie. Dat neemt niet weg dat hij alles samen een redelijk kader geboden heeft om de conflicten tussen katholieken en antikatholieken te temperen.
    Naar het einde van zijn stuk komt Joël goed op dreef. ‘Menig Vlaams-nationalist wordt razend als men zijn zwart-gele leeuwenvendel een collaboratievlag noemt in plaats van een strijdvlag. Terecht. Tegelijk prediken diezelfde lieden dat iedere hoofddoek een teken van onderdrukking is - terwijl dat overduidelijk helemaal niet het geval is.’
   Ook hier wil ik een heel klein stukje met Joël meegaan. Een uitspraak over ‘iedere hoofddoek’ is een veralgemening, en een veralgemening in het maatschappelijke debat is gevaarlijk. Een moslimse die een hoofddoek draagt wordt niet noodzakelijk, altijd, en zonder uitzondering, meer onderdrukt dan een moslimse of een oud-Vlaamse die zo’n hoofddoek niet draagt. Maar zoals men zich terecht kan bezinnen over de algemene symboolwaarde van de zwart-gele vlag in de middeleeuwen, tijdens de oorlog, in de jaren vijftig en nu, zo kan men zich ook bezinnen over de algemene symboolwaarde van de hoofddoek sinds de Iraanse ayatollah-revolutie.
     Ik wil hier ook iets kwijt over de rol van het katholiek onderwijs in de hoofddoekenkwestie, al zegt Joël daar niets over.  Zoals geweten kunnen katholieke scholen vrij beslissen om de hoofddoek toe te laten of te verbieden. Boeve geeft de indruk dat hij die toelating gunstig gezind is, misschien onder het motto ‘godsdienst is godsdienst’, of om pluralistisch te zijn, of eigentijds, of om op die manier zijn eigen onderwijsnet een concurrentieel voordeel te bieden tegenover het GO!
     Ik heb daar iets van meegemaakt op de katholieke school waar ik les gaf. 15 jaar geleden, lang vóór Boeve, was daar een vacature voor een leerkracht economie. De toenmalige directie, die dolgraag eigentijds wou zijn, had een hoofddoekdraagster op het oog. De directeur kwam ons in de lerarenkamer geruststellen. Bij het sollicitatiegesprek had men gevraagd of de vrouw in kwestie haar hoofddoek als een symbool van fundamentalistische propaganda beschouwde. De vrouw had ‘nee’ geantwoord. De geruststelling door de directe was trouwens overbodig geweest want bij het begin van het schooljaar was hoofddoekdragende lerares, op aandringen van de raad van bestuur, vervangen door een andere lerares.
     Aangezien ik geen gedachten kan lezen, weet ik niet of onze hoofddoekdragende econome fundamentalistische opvattingen had of niet. Ik weet alleen dat ze erg vriendelijk was, want ze stond naast mij op de personeelsfoto die genomen werd tijdens de laatste dagen van de vakantie. Ik vermoed niet dat ze van plan was haar lessen economie te doorspekken met islampropaganda. Maar ik hoop dat ze nu les geeft in een andere school en het gezond verstand heeft gehad om daar de hoofddoek weg te laten. Dán weet ik bijna zeker dat ze niet van de fundamentele soort is. Ik denk hetzelfde van de moslimse poetsvrouw van mijn ouders. Die draagt geen hoofddoek, maar een sjaal. Als ze binnenkomt legt ze die af. Ze heeft wel een traditionele hoofddoek, zegt ze, maar die is om te dragen bij feestelijke gelegenheden. Ook van haar neem ik aan dat ze niet van de fundamentele soort is. Ik voel mij daar geruster bij.
    Ik keer terug naar Joël. Die spreekt, om te besluiten, zijn hoop uit dat de hoofddoekendiscussie niet in een eeuwige loop blijft vastzitten. Dat hoop ik ook. De discussie mag voor mij zelfs onmiddellijk worden stopgezet. Ik ben voorstander van het status-quo. De hoofddoeken moeten op straat niet verboden worden, zoals CD&V’er Hendrik Bogaert ooit voorstelde, ze moeten geen aanleiding geven tot een extra belasting, zoals Filip De Winter ooit voorstelde, en ze moeten niet in het GO! worden toegelaten, zoals Joël de Ceulaer nu voorstelt. Alles mag reglementsgewijs***** blijven zoals het was. Je suis demandeur de rien. 

 

* Voor mijn vorige stukje over de hoofddoek: zie hier.

** De Engelse koningin Elizabeth I verbood wel dat haar onderdanen ouder dan zeven jaar bloothoofs op straat rondliepen. Ze wou geloof ik met die maatregel de hoedenindustrie steunen.
*** Joël vergeet nog de protestantse kindjes. Ik heb minstens twee mensen gekend die als enige van de school les konden volgen in de protestantse godsdienst.

**** Dus ook geen andere religieuze symbolen op school. Wel kan formele gelijkheid volgens neutrale regels een zekere ongelijkheid in de praktijk inhouden. Daar is niets aan te doen. Als de staat bijvoorbeeld maatregelen neemt tegen extremisme binnen godsdiensten, dan wordt de godsdienst die het meeste extremisme in zich draagt in zekere zin het zwaarste getroffen. Ook zijn er een aantal gevallen waar kan worden betwijfeld worden of de neutraliteit per se moet worden doorgevoerd, zoals bij nieuwe benamingen als ‘winterfeest’ voor ‘kerstfeest’. Er zijn redelijke argumenten voor en tegen.
***** Hier en daar mag een gemeentereglement worden aangepast zodat hoofddoekdracht aan loketten, in het kader van de lekenstaat, verboden wordt. 

maandag 21 december 2020

Bart De Wever en het Vlaams Belang


  * De straffe uitspraken van Bart De Wever over een mogelijke coalitie met Vlaams Belang (‘als dit de electorale toekomst is, zal ik er niet toe behoren’) hebben de aandacht getrokken. Of ze inhoudelijk, strategisch of tactisch veel nieuws bevatten, is een andere zaak. Een en ander wordt voorgesteld als de zoveelste ‘bocht’ van BDW en N-VA.

* Als we over échte bochten spreken in de Vlaamse politiek van de laatste 15 jaar zie ik er maar vier: Vlaams Belang is afgestapt van haar 70-puntenprogramma, de PVDA is afgestapt van het leninisme-stalinisme, Open-VLD is afgestapt van het rechts-liberalisme en confederalisme, en N-VA heeft haar communautaire strategie aangevuld met een stevig standpunt over economie en migratie. Drie van die vier bochten vind ik positief.

* Wat journalisten en politieke tegenstanders als bocht voorstellen, is vaak een rimpeling in een glas water. Jambon die minister-president wordt in plaats van De Wever, Lachaert die paars-geel inruilt voor Vivaldi, Coens die na maanden aarzeling toch een regering zonder N-VA aanvaardt – dat zijn niet meer dan tactische keuzes vanuit een begrijpelijke partij-logica. Ik wil tegenstanders daar graag mee jennen, maar dan is mijn verontwaardiging half gespeeld.

* Als ik goed luister hoor ik De Wever niet zozeer élke mogelijke coalitie met VB uitsluiten als wel voorwaarden stellen: dat Van Grieken zich ‘redelijk’ moet opstellen  en dat hij ‘schoon schip moet maken in zijn stal’. Dat eerste is niet onmogelijk want De Wever geeft toe dat die redelijke opstelling aanwezig was tijdens de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Dat tweede verwijst naar een aantal extreme Vlaams Belang-leden, onder andere in de Antwerpse gemeenteraad, waarmee Filip De Winter en Sam van Rooy worden bedoeld.

* ‘Er gaat geen gemeenteraad voorbij,’ zegt De Wever, ‘of raadsleden van het Vlaams Belang zeggen minstens drie keer dat moslims en Afrikanen achterlijk zijn.’ Sam Van Rooy antwoordt daarop dat hij alleen de Islam zelf en de Afrikaanse cultuur ‘achterlijk’ heeft genoemd, niet die mensen (1). Nou ja, ’t is een verschil, maar of de belediging minder hard aankomt bij die mensen, dat weet ik niet. Schelden is niet de beste manier om nieuwkomers van de voordelen van onze cultuur te overtuigen.

* Meer algemeen: een politicus die – terecht vind ik – de migratie vanuit Afrika wil beperken, moet juist een extra inspanning leveren om racisme te ontzenuwen tegenover Afrikanen die hier al wonen. En wie het moslimextremisme wil bestrijden, richt zich best op sommige kwalijke tendensen binnen de islam, bijvoorbeeld de beweging die de sharia wil invoeren naast of in de plaats van onze rechtstaat.

* N-VA en Vlaams Belang hebben gemeenschappelijke programmapunten: Vlaamse onafhankelijkheid, Vlaamse identiteit, strikt immigratiebeleid, realistisch energiebeleid. Hoe dichter partijen bij elkaar aanleunen, hoe meer ze electoraal vijanden van elkaar zijn, want ze vissen in dezelfde vijver.

* Sam Van Rooy zegt dat hij met ‘Vlaams Belang niet groter wil worden ten koste van N-VA’. Dat klinkt heel mooi, maar het is minstens bullshit en hoogstwaarschijnlijk een leugen. Het verschil staat uitgelegd in Harry Frankfurts On Bullshit.

* Er zijn ook verschillen tussen N-VA en Vlaams Belang. N-VA is rechtser voor economie, meer bereid tot compromissen met traditionele partijen, neemt als partij geen standpunt in tegen de Islam in het algemeen, neemt duidelijker afstand van racisme, en verwerpt met meer klem het collaboratieverleden van de Vlaamse beweging. Op al die punten sta ik aan de kant van N-VA, al zal dat mijn radicaallinkse vrienden niet beletten om mij moslimhaat, racisme en goedpraten van de collaboratie te verwijten.

* De communautaire basisstrategie van N-VA is het afsluiten van een ‘deal’ met de PS. Die van Vlaams Belang is er een van het behalen van een Vlaamse meerderheid van N-VA en Vlaams Belang, en daarna eenzijdig de onafhankelijkheid te verklaren zodra 50 % + 1 is bereikt. Ik geloof niet dat N-VA ooit in die tweede strategie zal meestappen. Mijn stem zou ze in elk geval kwijt zijn.

* Als een radicale partij en een gematigde partij in dezelfde electorale vijver vissen, dicteert het eigenbelang voor de twee partijen typische strategieën voor elk van hen. Je zag die strategieën vroeger ook in de opstelling van de communistische en socialistische partijen.

* De radicale partij moet laten uitschijnen dat ze graag willen ‘samenwerken’. Dat geeft een gematigd imago en tegelijk kan ze op alle andere vlakken radicaal blijven, met inbegrip van scherpe aanvallen op de gematigde partij. Bij de communisten leidde het tot de perfide ‘volksfront’-politiek. Bij Vlaams Belang leidt het tot de ‘uitgestoken hand’.

* De gematigde partij moet hopen dat de succesvolle radicale partij ooit kan meeregeren, zodat ze ofwel ook gematigder wordt, ofwel minder aantrekkelijk. Daarom zal N-VA volgens mijn berekening nooit het cordon sanitaire onderschrijven.

* Als de radicale partij electoraal echter te sterk wordt, vermindert paradoxaal de bereidheid om ze in een coalitie mee op te nemen, behalve in de vorm van ‘gedoogsteun’.

* N-VA en Vlaams Belang zitten federaal allebei in de oppositie. In die oppositie is er weinig reden tot samenwerking, behalve dat ze vaak hetzelfde stemgedrag zullen vertonen. Wat zouden ze verder samen moeten doen? Samen juichen en jouwen in het Parlement. Dat zal veel opleveren! Samen manifesteren op straat? Dat is vooral iets voor radicalen. Samen een wetsvoorstel indienen? Dat zal geen indruk maken op de meerderheid.

* De meest verregaande samenwerking zou zijn als N-VA en Vlaams Belang bij de volgende verkiezingen als kartel opkwamen? Soms werkt zoiets. Onder bepaalde omstandigheden wordt 1 + 1 dan 2,5. Maar in het geval van N-VA en Vlaams Belang zou 1 + 1 ongeveer 1,5 zijn. Heel wat gematigde N-VA-kiezers zouden afhaken.

(Zie ook hier, hier, hier en hier).


(1) Zie hier. Letterlijk zegt Van Rooy: ‘De Wever is historicus. Hij is intelligent genoeg om het verschil te begrijpen tussen de Afrikaanse cultuur of de islamitische ideologie achterlijk noemen en alle moslims of Afrikanen met hetzelfde adjectief bedelen. Dat eerste heb ik uiteraard al wel gedaan. Ik ga dat ook blijven zeggen.’ 

zondag 12 januari 2020

Tom en Jan

     De boeken en toneelstukken van Tom Lanoye heb ik altijd graag gelezen en gezien, maar de schrijver zelf mocht ik niet zo. Hij had van die rare brillen op. Ook sprak hij erg plat als hij op de televisie kwam. Dat een gevelschilder als Louis-Paul Boon plat praatte, dat vond ik normaal. Maar als zo’n afgestudeerde germanist dat doet, moet ik aan die Humphrey Bogart-film denken, met die Mexicaanse bandiet die zegt:  ‘We don’t need no stinking badges’. Bij Lanoye is het: ‘We don’t need no stinking ABN.’
     Die bril en dat platte praten wekten dus mijn ergernis. Later is daar de politiek bijgekomen. Dat is niet de schuld van Tom, maar van mij, omdat ik van extreemlinks naar rechts-liberaal geëvolueerd ben en Tom is links gebleven.
     Meestal heb ik van Tom geen last, hij zit vaak in Kaapstad, maar een linkse vriend vestigde mijn aandacht op een stuk van Tom in Humo van 7 januari. ’t Is een scherp stuk tegen Jan Jambon, over wie Tom opmerkt ‘dat de wonderen der plastische chirurgie aan zijn neus zijn voorbijgegaan.’ Zijn neus, snap je ’m? Ik vind dat zoiets moet kunnen in een polemiek. Een opmerking over het uiterlijk of de geaardheid van je opponent, kan grappig zijn. Maar, zoals Karel van het Reve opmerkt, je moet er dan ‘iets leuks mee doen.’ Naar mijn smaak is dat hier niet gebeurd.
     In zijn stuk formuleert Tom het verwijt dat Jambon in de vorige regering een ‘keihard besparingsbeleid jegens álle Belgen heeft gevoerd.’ Dat is ongeveer het enige zinnetje met inhoudelijke kritiek. Zou dat eigenlijk erg zijn, vraag ik mij af, zo’n ‘keihard besparingsbeleid’? En tegen álle Belgen nog wel? Voor mij is het in elk geval nog meegevallen, al ben ik een van die Belgen. Mijn inkomen is omhoog gegaan en aan het einde van de maand hield ik, ondanks alle prijsstijgingen, meer centen over. En ik ben de enige niet. Volgens economen zijn de ‘reële’ inkomens voor álle werkende Belgen gestegen, en voor de kleinverdieners nog het meest. Als keihard besparen betekent dat iedereen die werkt, een hoger inkomen krijgt, én dat er meer werk is, dan vind ik dat zo slecht nog niet. Tom mag daar gerust anders over denken.
     Tom heeft trouwens nog meer te vertellen over besparingen, maar dan in het minder ernstige register. Hij vindt het erg belangrijk dat Jambon, als hoofd van een Vlaamse regering die op allerlei posten zes procent bespaart, zelf ook zes procent zou besparen op zijn brutojaarwedde van 253 000 euro. Die wedde komt, geloof ik, neer op 11 000 euro netto per maand en dat is nogal veel. Misschien verdiende Jambon als bedrijfsleider nog meer, maar ondertussen is het  meer dan het dubbele van wat ik en mijn vrouw samen verdienen. Het is geloof ik zelfs meer dan wat de meeste slagers en slagerszonen verdienenIk begrijp dus de woede en misschien zelfs de afgunst van Tom. Dat alles heeft echter niet veel met Jambon zelf te maken, want een Groene of Rode minister-president zou hetzelfde hebben verdiend. Maar als Tom vindt dat het inkomen van Jan met zes procent naar beneden moet, is dat voor mij in orde. Zolang hij, of Jambon, met zijn vuile vingers maar van mijn inkomen blijft (1).
    Behalve door de centenkwestie is Tom ook erg geboeid door een aantal uitspraken van de minister-president. Het zijn dezelfde uitspraken die je op Wikipedia becommentarieerd vindt – de dansende moslims, het kindergeldhuis – en eentje dat Tom zelf uit de oude doos haalt: de Atoma-schriftjes. Jambon had op een bijeenkomst van KVHV gezegd dat er bij de regeringsvorming van 2014 bindende afspraken waren gemaakt om na 2019 een grote staatshervorming mogelijk te maken. Verwijzend naar het bekende schandaal van Leo Delcroix had hij er grappend bij gezegd dat die afspraken genoteerd stonden in ‘geheime Atoma-schriftjes die in de kluizen liggen van alle meerderheidspartijen’.
    Nu zaten er in het KVHV-publiek undercoverjournalisten die die woorden opschreven en ze de dag erna in de krant plaatsten. Jambon gaf onmiddellijk toe dat hij dat van die Atoma-schriftjes niet letterlijk bedoeld had. Je moest dat in de context zien. Je moest een onderscheid maken tussen wát hij wilde zeggen en het cynisme, de beeldspraak en de humor waarméé hij het gezegd had. De journalisten hadden hem ‘te letterlijk geciteerd.’
    ‘Te letterlijk geciteerd’ … Tom vindt dat belachelijk. Ik niet. Ik maak het bij elk schriftelijk examen weer mee. In de klas zeg ik in het vuur van mijn betoog, dat er rond 1830 een oorlog woedde tussen de classicisten en de romantici, en op een examen lees ik dat ‘in 1830 de oorlog uitbrak tussen classicisten en romantici’. Of ik zeg dat Shakespeare in dat of dat fragment de oorlog beschrijft als het leukste wat je kunt doen zonder er je broek voor uit te trekken, en op het examen lees ik dan over Shakespeare en over die broek. Dan voel ik mij ook ‘te letterlijk geciteerd.’ Gelukkig zitten er bij mij geen undercoverjournalisten in de klas, en moet ik het de volgende dag niet gaan uitleggen op een persconferentie.
     Over het kindergeldhuis zegt Tom nog iets interessants. ‘Jambon legitimeert extreemrechtse leugenpropaganda door ze als topminister keer op keer klakkeloos na te kwekken. In de hoop zodoende zijn politieke concurrenten te counteren, overhandigt hij hun de leidsels van zijn kiesvee. Gratis en voor niets.’ Als we de scheldwoorden en de hyperbolen weglaten, krijgen we de volgende analyse: Jan Jambon maakte veel ophef over het kindergeld om op die manier Vlaams Belang voor te zijn, terwijl juist Vlaams Belang het meeste electorale baat heeft bij de rel.
     Dat laatste is juist. Het Vlaams Belang is hier de winnaar want het verhaal van de ‘profiterende vreemdeling’ is vooral hún verhaal, niet dat van N-VA. Dat is ook de analyse van Bart Eeckhout. Het eerste deel van de analyse is echter fout. Het was niet Jan die ophef maakte rond het kindergeld. Hij had alleen één zinnetje gezegd, ter illustratie van het regeringsbeleid, en nog wel in een zaal waar hij niet bepaald de hete adem van Vlaams Belang in de nek voelde. Het waren de vijanden van Jan – o.a. de krant van Bart Eeckhout – die er dagenlang honderden zinnen over produceerden, waarbij de ene foute factcheck op de andere volgde, totdat uiteindelijk de ware cijfers naar boven kwamen, tot vermaak van Vlaams Belang (2). Het is de linkerzijde, en enkele journalisten,  die met hun dagenlang kabaal ‘de leidsels van het kiesvee’ hebben overhandigd.
     Het is eigenlijk merkwaardig dat de anti-N-VA-linkerzijde blind is voor de rol die ze zelf speelt bij het succes van Vlaams Belang. Toen doodzwijgen niet hielp, schakelde ze over op het soort sensationele berichtgeving dat Dries Van Langenhove groot heeft gemaakt. Toen Vlaams Belang in de touwen lag, stelde zij N-VA voor als het nieuwe extreem-rechts. Een aantal kiezers heeft daaruit onthouden dat ze, of ze nu voor de ene of de andere partij stemmen, in elk geval het foute DNA bezitten. En nu Vlaams Belang weer groot is, blijft de linkerzijde vooral op N-VA schieten, uit gewoonte (3).
     Ik hoop dat de anti-N-VA-linkerzijde mij niet verkeerd begrijpt. Zij moet blijven schrijven wat ze zelf gelooft. Als ze gelooft dat Jan liegt, moet ze schrijven dat Jan liegt. Als ze vindt dat dat dagelijks moet worden herhaald, moet ze dat dagelijks herhalen. Als ze vindt dat N-VA voor hetzelfde staat als Vlaams Belang, dan moet ze daar geen doekjes om doen. En als met name Tom nog veel stukken in Humo wil schrijven over N-VA als de verpersoonlijking van extreem-rechts, mag hij dat blijven doen tot hij er evenveel geld mee verzameld heeft als de minister-president verdient op een jaar. Misschien wordt Tom Van Grieken dan opnieuw ‘politicus van het jaar’ in Humo’s Pop Poll. 

(1) Mijn mening over hoge lonen voor politici heb ik hier neergeschreven.

(2) Dat is wellicht de reden dat bijvoorbeeld Het Nieuwsblad met die cijfers uiteindelijk zo discreet omging

(3)Toen Filip De Winter twitterde:  Vreemdelingen hebben twee rechten: recht op niks en recht op terugkeer, is daar in de pers weinig stennis rond gemaakt. Mij goed. En veronderstel nu dat Theo Francken iets zou twitteren dat een héél, héél klein beetje in de buurt komt van die tweet … Zie hier.

donderdag 26 december 2019

Het 'vingertje' en de nazi's in de Reichstag

     Het Nieuwsblad van 24 december had een kerstwens voor politici. Ze mochten wat beleefder zijn tegenover elkaar. Er mocht wat meer fatsoen, hoffelijkheid, beleefdheid en respect komen, en minder gescheld, gedreig en vijandigheid. Daarbij werd, zoals dat vaak gaat, gesuggereerd dat het vroeger beter was. ‘Er was een tijd dat politici …’ begint Mijlemans een van zijn zinnen op bladzijde 2. ‘De politiek gaat er veel grover aan toe dan vroeger,’ beweert Mark Eyskens op bladzijde 9, en alsof hij zijn uitspraak wou logenstraffen door te bewijzen hoe grof hij zelf kan zijn, voegt hij eraan toe dat de huidige generatie politici – waar hij niet toe behoort – duidelijk laten zien ‘dat de mens van de aap afstamt’.
     Ik weet niet of dat waar is, dat het er vroeger zoveel beschaafder aan toe ging. Slechte manieren in de politiek lijken mij iets van alle tijden en alle plaatsen. Gaston Eyskens, de slimme vader van Mark, zei ooit dat politiek ‘geen stiel was voor blozende maagden’. Hij zal daar zijn redenen voor hebben gehad. In het middelbaar las ik het boek van Mieke Claeys-Van Hagendoren ‘25 jaar Belgisch socialisme’ en daarin staat beschreven hoe in ons Parlement werd gevóchten. Ik kan het niet opzoeken, want ik heb het boek uitgeleend aan een vriend die kort daarna bij een auto-ongeluk is omgekomen. In de jaren twintig van vorige eeuw namen Japanse parlementairen hun eigen knokploegen mee naar de zittingen om niet al het vechtwerk zelf te moeten doen. En in de prille Verenigde Staten verweten de Amerikaanse senatoren elkaar voor ‘boef’, ‘schoft’, ‘fraudeur’, ‘desperado’ en ‘schelm’, zoals je op bijgaande plaatje kunt zien.




     Zulke ruzies zijn zowel gespeeld als gemeend. Een parlementaire democratie is een spel van wisselende coalities, met wisselende vrienden en vijanden, en door theatrale ruzies maakt men duidelijk met wie men een coalitie tijdelijk uitgesloten acht. Dat is het spelgedeelte. Maar politiek is ook een kwestie van hartstocht. Dat zal op sommige familiefeesten van 24 december pijnlijk duidelijk geworden zijn, ondanks de goede voornemens die de N-VA-gezinde oom en de Spa-gezinde neef op voorhand hadden gemaakt. Ik ken collega’s bij wie je op café beter elk politiek onderwerp vermijdt als je geen glas bier over je hoofd wil krijgen.  Als die collega, die oom en die neef zich al zo laten meeslepen, waarom zou dat bij politici – of all people – beter gaan.
     Ik heb dus enig begrip voor dat geruzie. Een poos geleden wou de nieuwe Vlaamse regering het begrotingsdebat in het Parlement eerst over de principes voeren en daarna pas over de cijfers. Jambon beloofde de cijfers binnen enkele dagen op punt te hebben. ‘Te laat,’ riep PVDA-parlementair Jos D’Haese als een rebels ettertje. ‘Dat gaat gij niet bepalen,’ antwoordde Jambon als een autoritaire schooldirecteur. Ik vond dat goed gespeeld van beide heren, maar toch vooral van D’Haese. Ik heb met andere woorden weliswaar liever wat meer fatsoen en wat meer inhoud, maar ik vind het geen drama als er wat drama wordt opgevoerd. Als Karel de Gucht het Vlaams Belang uitmaakt voor ‘mestkevers’, ach ja, ’t is Karel maar, en als Tom Lannoye zijn burgemeester een ‘oude hoer’ noemt, ach ja, we kennen Tom, of als als die burgemeester zelf het woord ‘watermeloen’ bovenhaalt om de voorzitter van Ecolo te typeren, ach ja, zo spreekt die burgemeester nu eenmaal, en ’t is nog waar ook.
    Maar er zijn grenzen. Op de Antwerpse gemeenteraad riep Sam van Rooy (Vlaams Belang) laatst iets naar Hicham El Mzaihr (sp.a) dat ik niet aanvaardbaar vind. El Mzaihr had de partijen van de oppositie scherp aangevallen: de Groenen, de PVDA en hief daarna de vinger op om ook Vlaams Belang de mantel uit te vegen. ‘Doe dat vingertje weg, reageerde Van Rooy, je bent hier niet in Marokko’. Bart De Wever noemde die uitval een schande en ik vind dat terecht.
     Dat opgestoken vingertje behoort geloof ik tot de moslimretoriek. Mijn collega’s van godsdienst zitten bij nascholingen wel eens tegenover een inspecteur-adviseur van het islamonderwijs. Dat blijkt dan een vriendelijke, verdraagzame man te zijn, maar, zeggen ze erbij, hij heeft de vervelende gewoonte bij het spreken met de vinger naar de hemel te wijzen. Dat gebaar is overigens niet exclusief islamitisch want Castro gebruikte het ook (hier) en die was geen islamiet, kwam niet uit Marokko en was niet verdraagzaam. Maar dat ongelukkige gebaar aangrijpen om de Marokkaanse afkomst van een politieke opponent ter sprake te brengen, zelfs in een scherpe polemiek, is fout. Ik weet niet hoe we in ons land ooit een betere verstandhouding tot stand zullen brengen tussen wat De Wever ‘oudkomers’ en nieuwkomers, noemt maar dát is zeker niet de manier.
     Een andere grens werd overtreden toen Filip Dewinter en Bart Somers ruzie maakten in het Vlaams Parlement. Er was brand gesticht in een gebouw in Bilzen dat zou worden gebruikt om asielzoekers op te vangen. Filip Dewinter veroordeelde de brandstichting, maar verweet Bart Somers vooral dat hij de brandstichting misbruikte om een reclame te maken voor een ruim asielbeleid. De tussenkomst van Dewinter deed denken aan de halfslachtige manier waarop sommige moslimpropagandisten een terreuraanslag door hun geloofsgenoten veroordelen en daarbij vooral spreken over het gevaar van de islamofobie. (Zie ook hier).
     Ik vond de tussenkomst van Dewinter ongepast, maar het antwoord van Somers was veel erger. ‘
Laat ons afstand nemen van dat clubje daar, zei hij, ‘dat zich op een moment dat we discussiëren over brandstichting gedraagt als een bepaalde fractie in de Reichstag. ‘Mijn vader, voegde hij eraan toe,  is in de oorlog weggevoerd om verplicht te worden tewerkgesteld in de Messerschmitt-fabriek in Duitsland.
     Dat is een lage streek die niet thuishoort in een politiek debat. Mijn eigen vader is net als de vader van Somers weggevoerd om te gaan werken in een Duitse wapenfabriek. Maar dat geeft mij niet het recht om Vlaams Belang van 2019 gelijk te stellen aan de terroristische nazimoordenaars van 1933 en later. Mijn vader zelf zou er, ondanks – of eerder juist vanwege – zijn wegvoering, niet aan denken om die twee aan elkaar gelijk te stellen. Ik heb dat als jonge, linkse propagandist aan de universiteit wel gedaan: in de aula’s gaan oproepen om een bijeenkomst van Vlaams Blok-jongeren te verstoren, ‘omdat het nazi’s waren’.  Ik schaam mij daar een beetje voor, maar niet heel erg, want zo dacht ik nu eenmaal. Maar dat ik bij die oproepen ook mijn vader ter sprake bracht, en die verplichte tewerkstelling, en dat ik daar applaus voor kreeg, dáár schaamde ik mij toen al voor, al liet ik het niet blijken.

Links een autoritaire leraar - rechts een autoritaire architect

dinsdag 4 juni 2019

Cordon


     Of je als partij wel of niet aan tafel mag zitten met Vlaams Belang kun je niet laten afhangen van een document dat dertig jaar gelden werd ondertekend door lang vergeten staatslieden als Geysels, Van Peel, Hancké, Beysen, Anciaux (Vic!) en een zekere ‘J. Decorte’. Het duurde even voor ik begreep dat het bij die laatste om Jan Decorte ging die voor Van Rossem in de Vlaamse Raad zat. Ik heb lang geleden, voor de Punische oorlogen geloof ik, ooit eens een theaterstuk gezien waarin Jan de rol van een gekke koning speelde. ’t Was verschrikkelijk … In elk geval dus, dat document dat dertig jaar geleden werd ondertekend door J. Decorte, verwijst expressis verbis naar een partij die niet meer bestaat – het Vlaams Blok  – en naar een program dat verlaten werd – het 70-puntenplan dat ooit werd uitgedokterd door Filip Dewinter*. Dát cordon sanitaire is een vodje papier.
    ’t Was anders ook een gek idee. Zes partijen beloven aan elkaar om geen coalitie aan te gaan met het Vlaams Blok. Maar waarom moeten ze zoiets beloven? Als een partij niet wil samenwerken met het Vlaams Blok, kan toch niemand haar daartoe verplichten. Daar is helemaal geen cordon voor nodig. Als een andere partij zo’n samenwerking wél wil, is dat, zou je denken, de zaak van die andere partij, is ’t waar of niet? De ondertekende tekst bevatte wel mooie en hoogdravende principes, maar geen enkele partij betrouwde er blijkbaar op dat die principes zouden volstaan om de  ándere politieke partijen ervan af te houden een voordelige coalitie met het Blok te sluiten. Elke partij was bereid zich een hand op de rug te laten binden, maar alleen op voorwaarde dat elke andere partij zich ook een hand op de rug laat binden. Zoiets moet het geweest zijn. Maar ik wil niet te streng zijn. Door zo’n tekst te ondertekenen maakt men in de de eerste plaats een breed symbolisch gebaar en dat mag je niet te ernstig nemen maar je mag het ook niet kapot analyseren.
    Ondertussen moet elke Vlaamse partij, met of zonder cordon, na elke verkiezing opnieuw uitmaken of ze weer twee vrije handen wil of niet. De laatste dertig jaar wilde niemand dat. Hoe sterk of hoe zwak Vlaams Belang ook scoorde, samenwerking met die partij werd routineus uitgesloten. Men was dat nu eenmaal zo gewoon en ‘habit is a great deadener’ zegt Didi in Waiting for Godot. Maar met de laatste verkiezingsuitslag moet elke partij opnieuw voor zichzelf een aantal vragen beantwoorden. Hoever wijkt het politieke program van Vlaams Belang af van het eigen program?  Wat zijn de electorale vooruitzichten van een partij die samenwerkt met het Belang? Wat zijn de electorale vooruitzichten van het Belang zelf als het aan een regeringscoalitie deelneemt? Versterkt of verzwakt zo’n coalitie onze positie tegenover de Waalse partijen? En hoe zit het met de ‘ethische kwestie’ die zoveel emoties opwekt zowel bij voor- als tegenstanders?
     Die ethische kwestie is die van het racisme.
     Nu heeft het Vlaams Belang, geloof ik, weinig heuse racistische eisen in haar program. De mensen die het opstellen zijn geen idioten en ze kennen de wetgeving tegen het racisme. Ik zal het nog sterker zeggen: zelfs het 70-puntenplan van Filip Dewinter bevatte weinig racisme in de strikte zin. Het bevatte wel een reeks schunnige voorstellen tot  discriminatie, segregatie en deportatie.  Een apart onderwijsnet voor kinderen van vreemdelingen. Een belasting op tewerkstelling van vreemdelingen. Verbod voor vreemdelingen om eigendom te verwerven. Verbod voor vreemdelingen om verenigingen op te richten zonder voorafgaande toestemming van de overheid. Verbod voor vreemdelingen om van beroepssector te veranderen**. Een begeleide verwijdering van vreemdelingen in drie fasen: eerst de illegalen, criminelen en werklozen, dan de eerste generatie, ten slotte de tweede en derde generatie. Vervang hierboven telkens het woord ‘vreemdeling’ door het woord ‘Jood’ en je krijgt een soort naziprogram. Probeer het maar eens. ‘Een belasting op de tewerkstelling van Joden.’ In het plan staat evenwel niet ‘Jood’ of ‘Marokkaan’ of ‘Turk’ maar ‘vreemdeling’, en élke wetgeving maakt een terecht onderscheid tussen de rechten van de eigen staatsburgers – die dus evengoed van Marokkaanse of Turkse afkomst kunnen zijn – en die van vreemdelingen die nog niet tot staatsburger genaturaliseerd werden.***
     Racisme is een ruim woord. Je kunt een heel klein beetje racist zijn, of juist heel erg. Het kan zijn dat je liever niet wil dat je dochter trouwt met een jongen van een andere groep (1), of dat je over mensen van een andere groep denkt in stereotypes (2) of dat je je meer op gemak voelt onder mensen van je eigen groep (3), of dat je mensen van een andere groep wantrouwt (4), of dat je vindt dat de groepen beter gescheiden blijven (5), of dat mensen van een andere groep minderwaardig zijn (6), of minder rechten horen te hebben (7), of als vijanden moeten worden uitgeroeid (8). Er zijn overigens ook overtuigingen en gevoelens die slechts zijdelings met racisme te maken hebben. Je houdt bijvoorbeeld niet van enig ideeëngoed – zoals de islamgodsdienst – dat sterk leeft in een andere groep. Dat is op zichzelf helemaal geen racisme. Je bent geen racist omdat je ideeën verfoeit. Maar zo’n afkeer van ideeëngoed kán veroorzaakt worden door een afkeer voor de groep mensen die dat ideeëngoed aanhangt of, omgekeerd, de verachting voor dat ideeëngoed kán ertoe leiden dat je de groep mensen die het aanhangt ook gaat verachten.
     Filip Dewinter verdenk ik, op grond van zijn 70-puntenplan, minstens van het racisme dat ik hierboven beschreef onder (5): dat groepen gescheiden moeten blijven. Dat is al een redelijk extreme vorm van racisme. Tegelijk verdenk ik álle, of toch de meeste, of toch heel veel, Vlamingen ervan om een klein racistisch huisdiertje te onderhouden in een slecht verlicht hokje van hun geest. Sommigen zijn daar dan een beetje beschaamd over. Het zit misschien in de menselijke natuur maar het hoort niet. Die schaamte verklaart meteen de heftigheid van de discussie over het cordon. De linkse Vlaming probeert krampachtig te bewijzen hoe weinig racistisch hij is door een grote fluim op Vlaams Belang te spugen en de rechtse Vlaming wordt dan woest omdat hij daar een vorm van goedkope hypocrisie in ziet. ‘Die linkse rakker is als het erop aankomt even racistisch als ik,’ denkt de rechtse Vlaming, ‘maar hij doet zich voor als een heilig boontje.’ En van een hautaine Waal verdraagt hij nog minder. Als de Waalse pers over extreemlinks schrijft: ‘Le PTB au moins n’est pas raciste’, hoort de rechtse Vlaming: ‘Nous au moins, on n’est pas raciste.’
    Als alle, of de meeste, of heel veel, mensen in zekere mate tot racisme geneigd zijn, is ook de vraag beantwoord of Vlaams Belang racistisch is. Natuurlijk is de partij dat – in zekere mate. Er leven racistische gevoelens zowel in de partij zelf als onder het kiespubliek van de partij. Die leven immers overal. Die leven dus ook in de andere partijen en onder het kiespubliek van de andere partijen. Alleen is dat racisme onder het Vlaams Belang-publiek, geloof ik, openlijker, ruimer verspreid, en bevat het meer van de erge varianten. Men mag daar van mij gerust eens een sociologische studie over maken, als ik die maar niet hoef te betalen. Maar hoe je het draait of keert, dat racisme van Vlaams Belang is een kwestie van graadverschil, en geen verschil van essentie.
     ’t Doet ook niet zoveel ter zake, vind ik. Sam Van Rooy, heb ik begrepen, is een hardliner binnen Vlaams Belang. Ik ben tegen hardliners. Maar is Sam een grotere racist dan bijvoorbeeld ikzelf? Sam lijkt mij juist iemand die er geen graten in zou zien als zijn dochter met een Marokkaan of een Soedanees thuiskwam, als die maar atheïst is en een boekje tegen de islam geschreven heeft. Maar als ik met hem zou moeten overhandelen over een coalitie zou de relatie die hij heeft met zijn Marokkaanse of Soedanese schoonzoon het laatste zijn waar ik rekening mee hield.
     Bij coalitiebesprekingen mag het, vind ik, niet te veel gaan over bewuste of onbewuste neigingen, valse of echte schaamte, en over vermoedens van achterliggende motieven. Ethiek speelt een rol, maar vooral in de mate dat ze gestalte krijgt in beleid. En dat beleid moet voor mij – waar het migratie betreft – twee soorten maatregelen samenbrengen: het beperken van de immigratie en het integreren van de immigranten. Het Vlaams Blok propageerde het eerste en verwierp het tweede. Het Vlaams Belang propageert nog altijd het eerste en heeft weinig te zeggen over het tweede. Dat is onvoldoende.
     Geloven dat gelijk welk integratiebeleid op korte of middellange termijn tot een harmonieuze samenleving tussen oude en nieuwe Vlamingen zal leiden is onrealistisch. Het zou al goed zijn als het er voorlopig voor zorgde dat onze samenleving niet nog meer uit elkaar viel. De geschiedenis van de laatste vijftig jaar heeft laten zien dat er niet alleen integratieproblemen zijn met de eerste, maar ook met de tweede, de derde en de vierde generatie. Dat zal niet snel veranderen, want het gaat hier om gedrag van mensen, en de mogelijkheid om gedrag van mensen door beleid bij te sturen is beperkt. De aanwezigheid van migranten laat ons evenwel maar drie keuzes: integratie****, segregatie of deportatie. Wie niet met – desnoods wat geforceerd – enthousiasme de eerste keuze omarmt, impliceert dat hij de tweede en de derde keuze achter de hand houdt.
     Ik hoop vurig dat een toekomstige regering een heel strikt anti-immigratiebeleid voert. En dat de daaropvolgende regering een nog strikter beleid voert. Maar zo’n beleid heeft ook zijn nadelen. Het heeft iets egoïstisch. Mensen die hier heel graag willen komen wonen, houd je tegen omdat het óns gezellig samenzijn verstoort. Het is ook egoïstisch van die mensen om óns gezellig samenzijn te verstoren, maar dat terzijde. Je sluit mensen op in centra omdat ze anders onderduiken in de illegaliteit. Je wijst mensen uit omdat ze niet weerhouden worden in een of andere bureaucratische procedure. Je vergroot het onderscheid tussen de rechten van de eigen burgers – van welke origine ook – en nieuwe vreemdelingen om op die manier immigratie minder aantrekkelijk te maken. Dat is allemaal noodzakelijk, en het alternatief is dat van open grenzen – een alternatief dat zelfs PVDA en Groen niet onomwonden durven verdedigen. Maar het blijft hardvochtig.
    En dan is er nóg een nadeel. Door mensen tegen te houden geef je de indruk dat er met die mensen iets mis is. Dat het profiteurs zijn, of misdadigers, of potentiële terroristen. Door die indruk te geven zorg je ervoor dat de ergere vormen van racisme zich ruimer onder de bevolking verspreiden. Natuurlijk zijn er onder de de migranten profiteurs en misdadigers en potentiële terroristen, en misschien wat meer dan onder de West-Vlaamse plattelanders, maar de meeste van die immigranten willen gewoon van een arm land naar een rijk land verhuizen, iets wat die West-Vlaamse plattelanders ook zouden willen als de situatie omgekeerd was. Wij houden die migranten tegen omdat het ons minder goed uitkomt, en niet omdat ze minderwaardige mensen zijn. Het zijn mensen zoals wij, en door integratiemaatregelen te nemen voor de migranten die hier al wonen, en die maatregelen met enige ophef te verkopen, laten we zien dat we dat ook geloven.
     Vlaams Belang heeft aangekondigd dat het aan de coalitiegesprekken deel wil nemen ‘zonder breekpunten’. Good for them. Zelf heb ik, hoewel ik aan die gesprekken niet deelneem, wél een breekpunt. De partij moet zich dringend met de integratiegedachte verzoenen, die gedachte met enige overtuigingskracht uitdragen, en in een moeite door Filip Dewinter eens en voorgoed op zijn plaats zetten.
     En wat doe je met het extreme anti-islamverhaal van Vlaams Belang, zul je vragen. Ja, daar schrijf ik misschien later nog eens een stukje over. Dit hier is alweer veel te lang.

* Het 70-puntenplan werd verlaten door Vlaams Belang, maar werd nooit verloochend door Filip Dewinter, zoals blijkt uit een gesprek met Etienne Vermeersch uit 2004 (hier). Dewinter vond zijn plan van toen ‘niet langer realistisch’ maar veel erder ging hij niet. 

** Bij dat laatste punt wordt er fijntjes op gewezen dat de vakbonden zoiets in de jaren zestig al vroegen.


*** Het 70-puntenplan bevat de ontstellende bepaling dat vreemdelingen die genaturaliseerd werden na 1974 hun burgerschap weer kunnen verliezen als ze ‘onvoldoende geassimileerd’ blijken.

**** Het 70-puntenplan gebruikt de termen ‘integratie’ en ‘assimilatie’. Mij maakt de term niet veel uit, maar ik begrijp wel dat hier een inhoudelijke discussie kan worden gevoerd. Ik kreeg gisteren een een brief van de VUB om geld te vragen voor een project om Arabische taallessen te organiseren. Dat zou Arabische kinderen helpen om zich open te stellen voor onze cultuur. Bij deze laat ik de VUB weten dat ik voor die vormen van ‘integratie’ geen geld stort.

woensdag 22 mei 2019

Van Vlaams Belang naar N-VA en omgekeerd

     In 2014 behaalde Vlaams Belang 5,8 procent. Dat was veel te laag voor een partij die tien jaar daarvoor nog de grootste Vlaamse partij was met 24 procent. Maar wie in 2014 nog op Vlaams Belang stemde was een trouwe militant van het eerste uur of een idealist. Het grootste deel van de stemmen die Vlaams Belang in 2014 verloor, zijn toen naar N-VA gegaan, die 32 procent behaalde.
     Volgens de peilingen zou Vlaams Belang nu 14,9 % behalen. Dat vind ik dan weer te veel voor een land waar een gematigd rechts alternatief bestaat. Door haar links sociaal-economisch programma heeft de partij wellicht nog enkele procentjes ontfutseld aan de socialisten, maar de grote winst moet bestaan uit kiezers die vorige keer N-VA stemden en nu naar Vlaams Belang terugkeren*.
     Die terugkeer is anders wel begrijpelijk. Sommige mensen zijn ongeduldig als het beleid niet onmiddellijk de resultaten oplevert die ze hadden gehoopt. Die mensen zijn dan ontgoocheld. Ze ontkennen niet dat Theo Francken veel gedaan heeft om het aantal vluchtelingen te beperken, maar ze wijzen erop dat er tijdens zijn staatssecretarisschap veel vluchtelingen bij zijn gekomen.  Als Francken echt niet verder kon gaan door de wetgeving, de rechterlijke macht, de Europese regels en de coalitiepartners, dan moest hij maar ontslag nemen. Niet toevallig rekent Vlaams Belang het zich als een grote verdienste aan dat ze N-VA tot ontslag uit de regering ‘gedwongen’ heeft.
     Bij de terugkeerders heb je ook de immigratiepessimisten. Die mensen vinden dat de migratie een verloren zaak is. Men heeft het te ver laten komen. Er is niets meer aan te doen. Theo Francken heeft met Joren Vermeersch twee boekjes over migratie geschreven (hier en hier) die vol staan van voorstellen op korte, middellange en lange termijn. Maar onze pessimisten zijn in die voorstellen niet erg geïnteresseerd. Het is toch te laat. We moeten de waarheid onder ogen zien. Ons rest niets meer dan wachten op de catastrofe en nog een laatste keer, nu het nog kan, eens flink zeggen waar het op staat. Zulke pessimisten herkennen zich in Sam van Rooy, die in 2020 Filip De Winter opvolgt als Antwerps kopman van Vlaams Belang. Van Rooy schreef een boekje over islamisering (hier) dat leest als een litanie van klachten. De pessimist leest dat en voelt zich begrepen. Hier is iemand die zegt: ik deel je angst, zoals Bill Clinton destijds zei: I feel your pain. Alleen komt het mij voor dat Clinton, in tegenstelling tot zijn vrouw, een goed acteur was, terwijl Sam Van Rooy méént wat hij zegt. Zijn angst is niet gespeeld.
     ’t Is zonde dat ik het zeg, maar bij de N-VA-stemmers van 2014 moeten er ook een redelijk groot aantal extremisten zijn geweest die zich vergisten van partij. N-VA was tegen onbeperkte migratie, en die stemmers dachten dat de partij onbeperkt tegen migranten was. N-VA was kritisch voor het moslimfundamentalisme en die stemmers dachten dat de partij de Koran zou verbieden en de moskeeën afbreken. N-VA was voor een neutrale kledij aan de stadsloketten en die stemmers dachten dat hoofddoeken op straat strafbaar zouden worden. N-VA was voorstander van integratie en aanpassing en die stemmers dachten dat wie zich niet integreerde of aanpaste dan maar zou worden gedeporteerd.**
     Een van de eigenaardigheden van de huidige campagne is dat N-VA weinig doet om die extremisten enigszins aan het lijntje te houden. Hoe harder Vlaams Belang zich opstelt, hoe gematigder de houding van Bart De Wever wordt. Misschien rekent hij erop op die manier een aantal kiezers van de centrumpartijen naar N-VA over te halen. Maar waarschijnlijker is dat hij – zoals wel vaker – aan de lange termijn denkt. Die extremisten kun je niet eeuwig aan het lijntje houden als je niet van plan bent om ook een extremistische politiek uit te voeren. Er mag een verschil bestaan tussen je eigen programma en wat je in de regering realiseert in afspraak met anderen. Maar dat wettigt geen breuk tussen je programma en je propaganda.
     Er is geloof ik ook een aantal stemmers die van N-VA naar Vlaams Belang terugkeren vanuit de logica van de ‘nuttige stem’. Die stemmers redeneren dat een sterk Vlaams Belang een goede waarborg is om N-VA op koers te houden. In het politieke jargon heet het dan dat Vlaams Belang een zweepfunctie heeft. De nuttige stemmers begrijpen wel, als ze enig verstand hebben, dat Bart De Wever en Theo Francken op maatregelen aansturen die de immigratie beperken. Maar, zo redeneren zij, N-VA geeft als volkspartij onderdak aan verschillende strekkingen. Daar is ook een progressieve vleugel bij die misschien wel de andere kant uit wil in de immigratiekwestie. Door een sterk Vlaams Belang wordt ervoor gezorgd dat N-VA haar anti-immigratiestandpunten niet afzwakt.
     Dat is geen slechte afweging, maar er laat zich wel wat tegen inbrengen. Ten eerste kan een overlopen van kiezers naar het Belang er ook voor zorgen dat de anti-immigratievleugel binnen de Alliantie verzwakt omdat ze minder electoraat aanbrengt. Ten tweede kan die waarborg evengoed worden waargemaakt met 10 procent Vlaams Belang-stemmen in plaats van met 15 procent, of door bijvoorbeeld alleen op de Europese lijst van het Belang te stemmen. En ten derde, als N-VA voldoende verzwakt wordt, komt ze niet meer in de regering en kunnen N-VA en Vlaams Belang gezellig samen kritiek geven vanop de zijlijn op het lakse immigratiebeleid van de Groen-Rood-Oranje regering.
     Sommige kiezers schijnen pas op het laatste moment te beslissen voor wie ze gaan stemmen. Ik heb dat nooit gehad, ook al heb ik in mijn leven al voor vijf verschillende partijen gestemd. Misschien zijn er bij de Vlaams Belang-terugkeerders nog wat twijfelaars, of ze nu tot de ongeduldigen, de pessimisten, de extremisten of de nuttige stemmers behoren. Ik zal het wel merken als ik op maandag krant opensla. Want die zondagavondshow over de ‘gedeeltelijke resultaten uit het kieskanton Horebeke’ zal ik ook dit keer weer overslaan.
       


* Ook onder de terugkeerders moeten er ook kiezers zijn die zich aangesproken voelen door het meer socialistische economische programma van Vlaams Belang.

** Ik lees in een opgewonden artikel van Sam van Rooy (“Bart De Wever Liegt”) dat Vlaams Belang de Islam níet wil verbieden.  Wellicht wil de partij dan ook geen speciale hoofddoekbelasting meer en wil ze vreemdelingen die zich slecht aanpassen het land níet uitwijzen. Mij goed hoor. Maar waar moet de extremistische kiezer nu naar toe?

woensdag 19 december 2018

Ex-rechter De Smedt kent de échte reden

De excentrieke ex-rechter Walter De Smedt – hij weigerde soms vonnis te vellen – vertelt in Knack dat hij de échte reden kent waarom de N-VA zich tegen het migratiepact verzette. Jij en ik dachten dat N-VA zich tegen dat pact verzet omdat de partij migratieregels graag strenger wil zien, en niet soepeler. Maar neen, er is dus een échte reden.
     De Smedt is een liefhebber van beeldend taalgebruik. Door te hameren op het migratieprobleem heeft N-VA zich ‘vastgereden,’ schrijft hij, ‘en eens vastgereden moet je doorgaan.’ Doorgaan als je vastgereden bent, uiteraard, zeker. En als je verzopen bent, moet je doorzwemmen, dat is de goede oplossing. Ook noemt hij Bart De Wever een ‘schipper aan wal’ die over migratie niet rechtstreeks communiceert maar via ‘zijn mannetje’ Theo Francken. Dat lijkt mij een onredelijk verwijt. De Wever communiceert graag rechtstreeks, geloof ik, en hij heeft daar volgens sommigen zelfs een zeker talent voor. Ik heb een stukje van het Ter Zake-interview van van de week met De Wever gezien, en dat ging heel goed, ook zonder ‘zijn mannetje’.
     De Smedt is op zoek gegaan naar de échte beweegreden van N-VA omdat hij de opgegeven redenen niet kan aanvaarden. N-VA beweert bijvoorbeeld dat het pact de soevereiniteit van landen ondergraaft. Zonder die soevereiniteit kan ons land niet meer zelf beslissen hoe open of gesloten het zijn grenzen wil. Maar De Smedt noemt dat ‘fake news’ omdat wij  ‘die soevereiniteit al lang hebben afgestaan door het aanvaarden van de de universele mensenrechten.’ Je kunt daar drie dingen op antwoorden. Eén: de uitdrukking ‘fake news’ wordt alweer niet correct gebruikt. Twee: een deel van je soevereiniteit afstaan wil niet zeggen dat je ook de rest ervan wil verliezen. En drie: soevereiniteit die je kunt verliezen kun je ook herwinnen. De loop van de geschiedenis ligt niet vast. Onze leraar in het middelbaar, Bruno Creus, zag in de ontwikkelingsgang der mensheid zelfs overal ‘pendelbewegingen’.
    Ook een andere N-VA-reden wordt door De Smedt verworpen. N-VA, schrijf hij, vreest dat het pact door rechters kan worden aangegrepen ‘om vluchtelingen meer rechten te geven’. Dat dacht ik ook toen ik het pact las. Maar volgens De Smedt wordt dat ‘gerelativeerd’ doordat de andere partijen in het Parlement vóór het pact stemden. Hoe zoiets de vrees van N-VA kan ‘relativeren’  is mij volslagen onduidelijk. Die andere partijen vinden wellicht dat vluchtelingen inderdaad ‘meer rechten’ moeten krijgen. Zoiets moet de vrees van N-VA aanwakkeren, zou je denken, en niet relativeren.
     Maar goed, de ongeduldige lezer wil nu zoetjesaan de échte reden kennen waarom N-VA het pact verwerpt. De echte reden, lieve lezer, is – pas op, hier komt hij – dat N-VA bij de volgende verkiezingen … veel stemmen wil halen. Ik hoop dat dat waar is en dat het ook waar is voor de andere partijen, anders zijn ze allemaal gek, en ik heb liever geen gekken aan het stuur. N-VA wil stemmen halen, redeneert De Smedt, door zich op het migratievlak enerzijds te ‘onderscheiden van de andere democratische partijen’ en anderzijds ‘dezelfde boodschap’ van het Vlaams belang te brengen. Als beschrijving zou dat kunnen gelden – alhoewel! – maar toch zeker niet als verklaring. Het is alsof je zou zeggen dat je, om zoveel mogelijk van product A te verkopen, het zoveel mogelijk moet onderscheiden van product B, maar het zoveel mogelijk moet laten lijken op product C. Dan kun je het evengoed zoveel mogelijk laten lijken op product B en het zoveel mogelijk onderscheiden van product C.
     Ach, die stemmenwinst zal wel een rol spelen. Die partijmensen zijn sluwe kerels die over het stemgedrag van de burger allerlei berekeningen en misrekeningen maken. Dat is allemaal erg ingewikkeld. Maar aan de andere kant is het ook heel eenvoudig. Veel van die partijmensen geloven zelf ongeveer wat ze zeggen. De Wever van N-VA gelooft echt dat massa-immigratie kan en moet worden gestopt. Verherstraeten van CD&V gelooft écht dat immigranten opvangen een werk van naastenliefde is. De Croo van Open VLD gelooft écht dat we van massa-immigratie een economisch succesverhaal kunnen maken. En Filip De Winter van VB gelooft écht dat we alle immigranten die niet snel integreren kunnen en moeten terugsturen.
     Als je zelf een of meerdere van bovenstaande beweringen gekheid vindt, is het moeilijk om aan te nemen dat anderen er wel in geloven, maar toch is het zo. De Smedt bijvoorbeeld ziet de kwestie van immigratie als volgt: ‘Oplossen kan je het vluchtelingenprobleem niet. Mensen die honger hebben of vervolgd worden kan je niet zonder meer tegenhouden. Maar je kan er wel wat aan doen om het menselijk en ordelijk te laten verlopen.’ Zelf vind ik dat dat gekheid is. Als je nog vele honderdduizenden immigranten in ons land toelaat bovenop de vele honderdduizenden die er al zijn**, dan vrees ik dat er nog weinig zal zijn dat erg ‘ordelijk verloopt’, ook de immigratie niet. Maar ik ben er zeker van dat De Smedt dat wél gelooft. Ik ga niet op zoek naar de échte reden waarom hij zoiets zegt.


 
* Dat vastrijden van De Smedt maakt deel uit van een rare redenering. Het vreemdelingenprobleem, zo redeneert hij, is een van de onderwerpen waarover de burger misnoegd is en eisen stelt, maar die burger stelt ook andere eisen. N-VA maakt de fout om zich alleen toe te leggen op de immigratie en geen oog meer te hebben voor andere accenten. Dat is, alweer volgens De Smedt, de reden waarom Groen afhaakte bij de Antwerpse coalitieonderhandelingen. Zei ik al dat het een rare redenering was?

** Iedereen zal wel begrijpen dat ik hier niet doel op de echte arbeidsimmigratie die vooral inter-Europees is.

zondag 9 december 2018

De migratiepactcampagne van N-VA

 Om hun kritiek op het Marrakesh-akkoord te ondersteunen, heeft N-VA gedurende enkele uren met zes advertenties de sociale media bestookt. Het goede aan die campagne was dat ze zo kort was. Dat was ook het enige. Voor de rest ben ik het eens met Charles Michel, Filip Dewinter en Bart De Wever. De eerste zei dat de campagne ‘onwaardig’ en ‘onaanvaardbaar’ was. Dat was ze. De tweede zei dat de campagne thuishoorde bij het Vlaams Belang strekking 70-puntenprogramma. Spijker op de kop. En de laatste zei: ‘Dit was fout.’ Inderdaad.
     Die fout laat zich echter niet gemakkelijk onder woorden brengen. Neem nu de tekst van de advertenties. Die begint zes keer met “VN-migratiepact’ en gaat verder met
1.       = focus op behoud van eigen cultuur van de migrant
2.       = verbod op terugsturen van illegale gezinnen
3.       = opsluiten van illegalen moeilijker maken
4.       = toegang tot sociale rechten, ook voor illegalen.
5.       = versoepeling procedures gezinshereniging
6.       = illegaal verblijf niet langer strafbaar.

    Dat zijn inderdaad allemaal dingen die zo ongeveer in dat pact staan. 2°, 4° en 6° zijn te stellig geformuleerd, 1°, 3° en 5° zijn te knullig geformuleerd*, en bij alle punten kun je het voorbehoud maken dat het pact ‘niet-wettelijk bindend’ is. Maar de zes slagzinnen geven aardig de algemene richting van het pact aan, evenals de redenen waarom N-VA er zoveel bezwaren tegen heeft.
     In De Morgen verscheen een ‘Fact check’-artikel waarin professor Coolsaet van Gent beweert dat vijf van de zes stellingen ‘onwaar’ zijn. Dat was een bedenkelijk stuk. Er bestaat inderdaad discussie over de interpretatie van al die punten tussen migratie-voorstanders en migratie-tegenstanders. We konden in de kranten discussies volgen tussen analisten en experts die het niet met elkaar eens waren. Tussen Mark Elchardus en Bogdan Vanden Berghe. Tussen Paul Scheffer en Leo Lucassen. Maar één expert ondervragen – Coolsaet dan nog! – en die zijn interpretatie als ‘feit’ voorstellen, is een ontwaarding van het nobele woord factchecking. Op de Amerikaanse site PolitiFact hebben ze zes beoordelingen voor politieke uitspraken: True, Mostly True, Half True, Mostly False, Full Flop en Pants on Fire. Met die labels zou ik de N-VA-simplificaties ‘Mostly true’ noemen en de Coolsaet-simplificaties ‘Mostly False’.* Iemand die het Marrakesh-pact kan lezen – zoals professor Coolsaet – en niet ziet dat het immigratie makkelijker maakt, zo iemand noem ik blind aan zijn twee bevooroordeelde ogen. Maar ik zal mijn oordeel hierover niet als factchecking verkopen.
     Het gaat echter allemaal niet zozeer om de teksten, maar om de beelden bij die teksten. Iedereen is het erover eens dat daar van alles fout mee was, maar wát er precies fout was, heb ik nergens gehoord of gelezen. Ja, Dirk Vandermaelen (SP.a) … Die vond dat de N-VA-beelden geleken op de campagnes van de nazi’s tegen de Joden … En grote woorden over ‘angst zaaien’ en ‘haat aanwakkeren’ … Maar eventjes ernstig, wát was er fout met die beelden? De beelden bestonden uit:
1.       vier vrouwen met niqaabs op straat
2.       een vliegtuig op een militair aandoend vliegveld
3.       een nachtelijke samenscholing van jonge (wellicht illegale) vreemdelingen
4.       een rij wachtende jongeren waarin een jonge vreemdeling duidelijk in beeld is
5.       drie jonge vreemdelingen die op een bankje met hun gsm bezig zijn
6.       een rubberboot met jonge vreemdelingen op de Middellandse Zee.

Die beelden geven allemaal een stukje Europese werkelijkheid weer. Niqaabs zie je niet zo vaak meer sinds men in veel landen wetten goedkeurde die ze verbieden, maar het is niet denkbeeldig dat die wetten in de toekomst worden aangevochten op grond van het VN-migratiepact. En die militaire vliegtuigen, samenscholingen, wachtrijen, zitbankjes, gsm’s en rubberboten bestaan ook allemaal echt.
     Beelden van immigranten, samen met een tekst tegen de immigratie, zorgt echter onvermijdelijk voor een giftig mengsel. De boodschap van de tekst geeft een kleur af op het beeld dat erbij hoort, en op wie en wat er op dat beeld staat afgebeeld. Protest tegen immigratie wordt zo vanzelf een boodschap van ‘wrok tegenover immigranten’, zoals De Wever het verwoordde. En N-VA mag daar niet aan meedoen, vond hij.
     Eén probleem met beelden is dat ze veralgemenen. Vier vrouwen met niqaabs geven de indruk dat álle moslimvrouwen ongeduldig staan te wachten om zo’n ding aan te trekken. Eén allochtone jongere die op een of andere uitkering wacht, geeft de indruk dat álle jonge allochtonen van uitkeringen leven. Maar een groter probleem met beelden is dat ze emotioneel suggestief zijn. Een vliegtuig op een grimmig plein omringd door prikkeldraad doet aan oorlog denken. Een groepje vreemdelingen dat ’s nachts samendromt, geeft de indruk dat er op criminele daden wordt gebroed. En zo’n rubberboot op de Middellandse Zee zorgt voor emotionele polarisatie. Een goede ziel denkt ‘Och arme’ en een harde tante denkt: ‘Zelf gezocht’.
     Er is één foto waar de beeld-tekstcombinatie helemaal absurd is, die van de drie jongens op een bankje met hun gsm. De tekst keert zich tegen de versoepeling van gezinshereniging, maar op de foto zie je … ja, dus, drie jongens op een bankje met hun gsm. Ze doen wat alle jongens doen als ze op een bankje zitten, niet dagdromen, niet mediteren, geen boek lezen, maar naar hun gsm-scherm staren, naar hun gsm-muziek luisteren, op hun gsm-klavier tokkelen. Wie het beeld ziet, in het kader van een campagne tégen iets, denkt: Wat doen die jongens nu fout? Is het misschien omdat het Marokkanen zijn? Als dat geen racisme is!
     Bij politieke tegenstanders in de politieke wereld en in de pers lees je dat de campagne het ‘ware gelaat’ van N-VA getoond heeft. De Maskers Zijn Afgevallen. Ik vraag me af hoe ik mij dat moet voorstellen. Een vergadering waar Bart De Wever zijn vertrouwelingen aldus toespreekt: ‘Vrienden! Vlamingen! Gij allen weet dat wij hier de enige échte racisten zijn. We hebben dat altijd verborgen moeten houden, maar het is nu of nooit. Met het Marrakesh-pact gooien we de kaarten op tafel. Wij zullen die flauweriken van Vlaams Belang een keer laten zien hoe men een échte extreemrechtse campagne voert.’ En als er dan tegen alle verwachting in reactie komt van de andere partijen en, stel je voor, van de pers, dan is er een nieuwe vergadering, waarop De Wever alweer het woord neemt: ‘Vrienden! Vlamingen! Wij hebben ons misrekend. We hadden nooit verwacht dat we van alle kanten zouden worden aangevallen. De pers is ons niet gevolgd. Iedereen zet zijn masker weer op. Klaar?’
    Ik denk niet dat het zo gegaan is. En misschien was het ook niet één vergadering, en één leider, maar een reeks vergaderingen, gesprekken in de wandelgang, e-mails en telefoontjes, waarin zinnen vielen waren als deze:

-    Mannekens, we zijn nu al een week aan het inpraten op onze regeringspartners en ze luisteren niet. Zouden we niet eens uitleggen aan de bevolking waarover het gaat?
-      Zeg vriend, vat dat pact een keer samen in zes korte zinnen.
-    Wie heeft er een plaatje over de gezinshereniging? Nee, we kunnen geen cartoons gebruiken. Misschien iets met vreemdelingen die aan het telefoneren zijn met hun achtergebleven gezin.
-    Ge vindt geen foto’s met boerka’s? Zoek eens op Duitse sites. Daar is dat langer toegelaten geweest. Google eens op ‘die Burka, b-u-r-k-a’ of misschien ‘der Nikab, n-i-k-a-b.’
-    Aha, dat zijn ze … mja … mja … ’t is niet ideaal, maar zet ze er maar op. Beter iets dan niets.***
En ten slotte:
-    Wááát? Zijt ge daar allemaal zot geworden? Ziet ge dan niet dat dat een Vlaams Blok-campagne is?

     Dat laatste is in elk geval wat een klein kind van op afstand kon ruiken en zien. Maar de communicatiemedewerkers en -verantwoordelijken wáren geen kleine kinderen, en, veel erger, ze roken of keken niet vanop afstand, ze zaten er met hun neus op. Ze waren gehaast. Ze waren zo bezig met de boodschap die ze wílden overbrengen, dat ze vergaten wélke boodschap er nu ook echt overkwám.**** Mijn zoon Jan begrijpt niet hoe specialisten die dag en nacht met iets bezig zijn, fouten maken waar de eerste de beste leek voor zou passen. Hij begrijpt niet dat dat juist komt omdát die specialisten dag en nacht ergens mee bezig zijn en dat ze daardoor gevangen raken in hun eigen kronkels en redeneringen.
     Wat zullen de gevolgen zijn van de afgevoerde campagne? Voorstanders van soepeler immigratie zullen de blunder aangrijpen om immigratie-critici te jennen. Hoe zou ik zelf zijn? Genuanceerde N-VA-kiezers zullen met argwaan kijken naar de verdere communicatie van de partij. Ze hebben gelijk. Radicalen zullen boos zijn omdat de campagne weer werd ingetrokken. Radicalen zijn snel boos. En binnen de partij zal er wat geduw en getrek zijn. Dat hoort erbij. Voor verkiezingscijfers zal dat allemaal niet veel verschil maken.
     Het belangrijkste in de hele affaire is of N-VA er iets uit zal leren. Er zijn een paar eenvoudige regels. Slaap er een nachtje over voor je een campagne lanceert. Probeer geen analyse te brengen in slagzinnen. Gebruik geen prentjes af van migranten, behalve als rolmodel – jonge moslima’s zónder hoofddoek bijvoorbeeld. Dat is allemaal eenvoudig. Een moeilijker regel is deze: hoe meer je aandringt op het stopzetten van ongewenste immigratie, hoe meer je nadruk moet leggen op de integratie van hen die al geïmmigreerd zijn. Dát is allesbehalve eenvoudig. Het is een dubbele boodschap en een dubbele boodschap is moeilijk om overtuigend over te brengen. Brutus probeerde het na de moord op Caesar. ‘Caesar was slecht want hij wou koning worden, maar hij was ook goed want hij heeft veel voor Rome gedaan.’ Brutus heeft het met die boodschap moeten afleggen tegen de populist Antonius. Die had een veel eenvoudiger boodschap: ‘Brutus is een rijke stinkerd en we gaan hier alles kapotslaan.’
     Zó ‘laagdrempelig’ mag de boodschap van een fatsoenlijke partij nooit worden. Dan maar een dubbele. Maar hóe je dat moet doen, dat moet je aan specialisten vragen. En je moeet hen daar enkele nachtjes over laten slapen.*****


* Slagzinnen zijn geschikt om eisen te stellen, maar zijn een onhandige manier om feiten of analyses weer te geven. Lenin heeft zijn revolutie niet gewonnen met slagzinnen als ‘Regering schiet te kort in de broodvoorziening’ of ‘Nieuw besluit schuift landbouwhervorming op lange baan’ of ‘Buitenlandse beleid laat kansen op vrede onbenut’. Zo werkt het niet. ‘Brood’, ‘Land’, ‘Vrede’, zo werk het. Enkele woorden, geen zinnen.

** Op Doorbraak verscheen een uitgebreid artikel over die bedenkelijke factchecking.

*** In dit scenario kan nog altijd sprake zijn van onbewust racisme – een racisme dat ervoor zorgt dat de racist het racisme van zijn fotokeuze niet opmerkt. Allemaal mogelijk hoor. Maar dat dat de foto van de drie gsm-jongens op het bankje verklaart, dat geloof ik niet.

**** Uit Mad Men heb ik geleerd dat reclamebureaus hun campagne eerst uittesten bij een steekproef uit de doelgroep. Dat is een manier om het verschil te zien tussen wat je wíl dat er overkomt en wat er écht overkomt.

***** Ik heb ondertussen de nieuwe campagne van N-VA gezien. Ze hebben op mijn goede raad niet gewacht. Geen prentjes van migranten. Enkele woorden, geen zinnen. Net wat ik zei.