Posts tonen met het label Vlaams Belang. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vlaams Belang. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2022

Oekraïne - notities


 

(1) Ik wilde eerst een stukje schrijven over cynisme in de buitenlandse politiek, en waarom dat cynisme daar een noodzakelijke ingrediënt van is, zij het niet het enige. Maar zo’n stukje zou zelf half cynisch zijn, en misschien is het daar nu niet het goede moment voor. Op televisie zie ik beelden van vrouwen, kinderen en bejaarden die vluchten, terwijl de mannen achterblijven. Ik hoor de getuigenissen van Oekraïense burgers die bereid zijn, met inzet van hun leven, te vechten tegen de Russische overmacht. Ik word dan bevangen door bewondering voor zoveel moed, en gekweld door schaamte omdat ik in dezelfde omstandigheden die moed misschien niet zou kunnen opbrengen. 

 

(2)  Op Facebook lees ik nogal wat reacties van degenen die zich aan de kant van Oekraïne scharen en van anderen die begrip hebben voor Poetins inval. De eersten zijn boos en dreigen ermee alle Poetinisten te ontvrienden; de anderen vragen begrip voor de twee kanten van het verhaal, dat ‘niet zwart-wit’ is, en niet samenvalt met ‘wat in de Westerse media wordt verteld.’ Ik zal niemand ontvrienden, en niets in de wereld is ‘zwart-wit’, maar ik hecht in deze meer geloof aan de Westerse media dan aan de Russische*. 

 

(3) Onder de halve en hele poetinisten zijn opvallend veel Vlaams Belangers. Ik maak hen er graag attent op dat Tom Van Grieken een ander geluid laat horen. Ik citeer: ‘Het Oekraïnse volk is een moedig volk dat onze steun verdient tegen de agressie van Poetin.’ Van Grieken weet nogal goed wat er leeft onder de ‘brede bevolking’.

 

(4) Wat is er erger? Sympathisanten van Oekraïne die, vanachter hun veilige computerklavier, stoere taal gebruiken om de Oekraïense strijders aan te vuren, of hun tegenstanders die, eveneens vanachter hun veilige computerklavier, verklaren dat het Oekraïense verzet, en de Westerse steun aan dat verzet, alleen kunnen leiden tot een langer conflict, en dus tot nog meer slachtoffers? Het eerste is een geval van plaatsvervangende moed, het tweede van plaatsvervangende lafheid. Het eerste is een beetje belachelijk, het tweede een beetje verachtelijk. De Oekraïeners die vechten zijn geen van de twee. 


(5) Terloops zij opgemerkt dat mijn eigen computerklavier ook erg veilig is, behalve als onze poes erop gaat liggen terwijl ik aan het typen ben, of als hij er met zijn pootjes over loopt en rare toetscombinaties aanslaat.

 

(6) Wie nationalistisch is ingesteld heeft een goede reden om de Oekraïeners te steunen, met name het heilige zelfbeschikkingsrecht van de volkeren**. Wie niet nationalistisch is ingesteld, heeft een nog betere reden om de Oekraïners te steunen, met name het respect voor de heilige staatsgrenzen, omdat die grenzen het middel zijn waarmee oorlogsgevaar bezworen wordt.

 

(7) De spontane opvang van de Oekraïense vluchtelingen in huisgezinnen dwingt ook al mijn bewondering af. Ik zie het mijzelf niet doen. De reactie van N-VA daarop vind ik, met alle sympathie, ongepast. De partij pleit voor opvang in asielcentra. ‘Opvang bij burgers is mooi, maar zou pas de allerlaatste optie mogen zijn.’ Welnee, het zou de allereerste optie moeten zijn. Je ziet de frustratie van een partij die eerst twee jaar geen oppositie kon voeren door corona, en nu weer hetzelfde scenario ondergaat met een internationaal conflict dat een slappe vod als Decroo de mogelijkheid biedt om te spreken als een Griekse veldheer. Maar ’t is geen excuus. Opvang bij burgers is mooi. Punt. Geen ‘maar’.

 

(8) Op de radio hoorde ik vanmorgen een vrouw met een aangename stem uitweiden over de solidariteit met de Oekraïense vluchtelingen die zo veel groter was dan die met Syrische, Iraakse en Afghaanse vluchtelingen. De vrouw met de aangename stem – ik had ondertussen begrepen dat het Rachida Lamrabet was*** – scheen te denken dat die grotere solidariteit alleen te maken had met het verschil in huidskleur van de vluchtelingen. Met racisme dus. Die huidskleur en dat racisme zullen er  ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar het moet voor Rachida toch niet moeilijk zijn om vier, vijf of zes andere verschillen te vinden die niets met racisme te maken hebben.

 

(9) Ik heb eergisteren een lijstje gemaakt met 12 argumenten tégen de steun aan Oekraïne. Ik ben ondertussen maar één nieuw argument tegengekomen: door Westerse invloed is de landbouw in Oekraïne grootschaliger geworden, met genetisch gemanipuleerde gewassen tot gevolg, en megastallen waar de dieren slecht behandeld worden.

 

(10) Hier en daar lees ik dat de cynische machtspolitiek van Poetin verklaard kan worden als een reactie op de cynische machtspolitiek van het Westen in Servië, Irak, Libië en Syrië, en tegenover Rusland zelf. Ik weet niet of al die kwesties vergelijkbaar zijn. Dat mogen geopolitieke experts uitmaken. Maar had Poetin echt het Westen nodig, als trigger of als voorbeeld, om van een kwetsbare romanticus te vervellen tot een cynische botterik? En is de droom van een Groot-Russich rijk al niet véél ouder dan de uitbreiding van de Navo met enkele oostelijke en noordelijke staten? 

 


* Hoe betrouwbaar is de pers in een land waar journalisten en burgers 15 jaar cel kunnen krijgen voor het ‘verdraaien van het doel en de taken van de Russische strijdkrachten.’


** Zij het met nuances aangaande de Krim en de Donbas die ook weer recht hebben om zelfbeschikking.

*** Over Rachida Lamrabet, zie ook mijn stukje hier. 

dinsdag 13 april 2021

Populisme en elitisme

 

     Er wordt al jaren gesproken en geschreven over populisme, maar veel minder over de noodzakelijke pendant ervan: het elitisme. Het zijn blijkbaar allebei vieze dingen. Slechts een moedige enkeling zoals Marc Ernst of Koenraad Elst durft het ene dan wel het andere onbeschroomd bepleiten.
     Ik heb weinig moeite met ‘welbegrepen’ populisme of elitisme. In het leger was ik lid van een regiment – hét regiment – dat zich trots tot de elite van het leger had uitgeroepen. Jan speelde in het jeugdvoetbal in de zogenaamde nationale ‘elite’-reeks. Doe je iets fout als je beter een pas opvangt of doorgeeft dan je vriendjes, of godbetert vaker scoort, of als je een speedmars en een hindernissenparcours in een heroïsche tijd aflegt terwijl je, in tegenstelling tot in die Amerikaanse films, je geweer en ‘stormgordel’ meesleurt?
     Tom Naegels verwondert er zich op zijn facebookpagina over dat gewezen Vlaams Blok-kopstuk Roeland Raes in 1973 zonder schroom opriep tot het vormen van een ‘elite’. ‘Men zou er maar eens mee moeten ophouden, schreef Raes toen,  om iedereen te willen overtuigen dat de massa gezag, wijsheid en collectieve wil bezit … Het tegendeel is waar: de massabeweging is verward, onzeker, manipuleerbaar.’ Mij verwondert het helemaal niet dat Raes dat schreef, want ’t was de zuivere waarheid, toen en nu. Akkoord, Tom van Grieken zou zoiets nu niet meer zeggen, maar de elite waar Raes over schreef was een andere dan die waar hedendaagse populisten tegen te keer gaan. 
     Wél fout is de conclusie die Raes, en met hem het Vlaams Blok van de begindagen, aan de stelling verbond: dat democratie, in die tijd door sommigen ook ‘domocratie’ genoemd, een slecht systeem was. Ik heb lang geleden Jurgen Ceder op een meeting nog rustig horen uitleggen dat je staatszaken niet aan de democratie moest overlaten, net zomin als je een medische diagnose overliet aan de schoonmaakploeg van het ziekenhuis. Ik heb toen heftig geprotesteerd vanuit de zaal, terwijl mijn eigen democratische overtuiging in die tijd vooral de ‘leidende rol van de voorhoedepartij’ behelsde, een extreem elitisme dat was uitgewerkt door Lenin in Que faire?
    Het is gewoon erg moeilijk om je een maatschappij voor te stellen met helemaal géén elites die een stempel zetten op de gehele samenleving. Zo’n maatschappij zou voortdurend de spontaan opduikende elites moeten onderdrukken, en dat onderdrukken zou ook weer door een elite moeten gebeuren. In zulke omstandigheden is het beste nog om het bestaan van elites te aanvaarden als een fact of life, en om de aandacht te verplaatsen naar de vraag hóe de elites tot stand komen en wát ze doen.
     Er zijn om te beginnen soorten elites: de financiële elite, de culturele elite, de artistieke elite, de onderwijzende elite, de intellectuele elite, de technologische elite, de sportieve elite, de politieke elite, de bureaucratische elite, en wie wil kan er nog veel meer bedenken. Er heeft wellicht nooit een samenleving bestaan waar de verschillende elites mooi samenvielen, en dat is vandaag evenmin het geval. Ik had bijna geschreven: vandaag, minder dan ooit, maar zoiets zou ik dan weer moeten gaan controleren en hoe begin je dááraan?
     Met dat alles verwant is de kwestie van de toetredingsvoorwaarden. Hoe word je lid van een elite? Is het je aristocratische afkomst die het hem doet? Moet je een staatsexamen afleggen zoals de Chinese mandarijnen? Kun je een entreekaartje kopen als je veel geld hebt? Hoe belangrijk zijn de netwerken van ons-kent-ons? Word je makkelijker notaris, apotheker of dokter als een van je ouders notaris, apotheker of dokter is? Jan studeert geneeskunde en de meeste van zijn vrienden zijn dokterskinderen. In Spanje, liet ik mij vertellen, gebeurde het wel eens dat een universitaire leerstoel overging van vader op zoon. Zelf hou ik nogal van het meritocratisch beginsel – ‘la carrière ouverte aux talents’ zoals Napoleon het verwoordde – maar ook dat heeft zijn nadelen: als je er niets van terecht brengt, kun je de schuld niet geven aan het milieu waarin je geboren werd, het kastesysteem waarin je opgesloten bent, het glazen plafond waar je tegenaan botst of de ‘structurele’ discriminatie die in het systeem zit ‘ingebakken’.
     Toen Roeland Raes in 1973 scheef over de noodzaak van een elite, dacht hij ongetwijfeld niet aan een sportieve, financiële of technologische elite, maar aan een morele elite, in de traditie van Plato en, zeg, Joris Van Seeveren, Dát is een heikel punt. Er bestaan ongetwijfeld mensen die hogere morele principes hebben dan andere, en er ook naar leven. Maar zoeken die mensen elkaar op? Vormen ze samen een club? En wat gebeurt er áls ze samen een club vormen? Zoals de Farizeeën waar Jezus tegen te keer ging, of de Brahmanen waar Boeddha zo kritisch over was. Bij zo’n club rijst al snel de vraag of het om ‘heiligen’ of ‘schijnheiligen’ gaat. De ‘Compagnie du Saint-Sacrement’ had Tartuffe als vooraanstaand lid. De puriteinen van Salem waren op hun manier erg deugdzaam, maar verdraagzaamheid stond op hun deugdenlijstje niet bovenaan.
     En wat gebeurt er verder als je moraal, elite en politieke macht in één discours probeert te vatten? Daar schrijf ik morgen misschien een stukje over.

 

donderdag 28 januari 2021

Van Grieken en Annouri over migratie


     Tom van Grieken (VB) en Imade Annouri (Groen) hebben met elkaar gemeen dat ze trots een filmpje hebben gepost over hun deelname aan hetzelfde ‘omvolkingsdebat’ op ATV. Ik heb, tegen mijn gewoonte in, die filmpjes bekeken, ook omdat ze zo kort zijn (hier), (hier) en (hier).
     Die Annouri is een vlotte jongen. Je kunt zijn schoenen en sokken niet zien, want hij zit aan een tafel, maar hij koopt die laatste ongetwijfeld gewoon in de winkel, zoals ik, en breit ze niet van geitenwol zoals een eerdere generatie Groenen dat deed. Annouri doet zijn best, en slaagt erin, om eruit te zien als een dynamische O-Vld’er, zoals de tegenwoordige O-Vld’ers hun best doen, en erin slagen, om te klinken als dynamische Groenen.
    Zijn discours valt tegen als je hem uittikt. Annouri heeft het over ‘internationale vastsellingen’, ‘majority-minority cities’, het ‘verdwijnen van meerderheden’. Hij wil van Antwerpen een ‘topstad’ maken, een ‘New York aan de Schelde’, en geen ‘Bokrijk naast de parking’. Hopelijk wil hij de vastgoedprijzen van New York niet mee importeren. Hij heeft gezien dat New York een diverse én welvarende stad is, en lijkt te denken dat het tweede het gevolg is van het eerste.* Maar zo eenvoudig is dat niet. Antwerpen nu is al héél divers is, diverser dan een topstad als Tokio bijvoorbeeld die ook heel welvarend is. Gelukkig geeft Annouri wel blijk van goede intenties. Als we allemaal samenwerken op deze lap grond kunnen we er een welvarende regio maken, zegt hij. Dáár ben ik het mee eens.
     Annouri vindt dat de retoriek van Tom van Grieken ongunstig afsteekt tegen die van VB-leden en VB-stemmers, ‘met wie hij regelmatig in gesprek gaat.’ Dat blijkt echter niet uit het filmpje van Van Grieken. Ik stoot op Facebook soms op commentaren van VB-stemmers die, omgekeerd, ongunstig afsteken bij de retoriek van Van Grieken.** Ik citeer, die laatste enigszins verkort: ‘Wij willen de migratie stoppen … en met de mensen die hier zijn, ongeacht hun huidskleur, daar maken we het Vlaanderen van morgen mee, maar niet met de mensen die hier komen om criminele feiten te plegen, om te profiteren van onze sociale zekerheid en om een extreme vorm van de islam aan te hangen.’
     Ik ben bijzonder verguld met de nuance die Van Grieken maakt tussen ‘de migratie stoppen’ en ‘de mensen – dat wil zeggen de migranten – die hier zijn’. Ook de nuance tussen de islam en ‘een extreme vorm van de islam’ mag Van Grieken voor mijn part nog een paar keer herhalen. Ik zal daarom niet voor hem stemmen, maar wel telkens instemmend knikken.
     Van Grieken geeft kort en accuraat drie pijnpunten aan van de migrantengemeenschap: een oververtegenwoordiging in de misdaadcijfers, een oververtegenwoordiging bij de uitkeringstrekkers, en een te grote aanhang van de extreme islam. Als ik die zaken zelf zou aankaarten, zou ik ze, als mijn opponent mij niet onderbreekt, nog verder nuanceren. 
     Een oververtegenwoordiging bijvoorbeeld is bijlange na nog geen meerderheid. Van Grieken heeft dat niet gezegd, maar ik weet uit ervaring hoe snel de vergissing gemaakt wordt. Ook mijn leerlingen hadden de drogreden niet altijd onmiddellijk door. Dan gaf ik twee voorbeelden. Het is niet omdat de meerderheid van de militairen mannen zijn, dat de meerderheid van de mannen militairen zijn. En het is niet omdat de meerderheid van wie in de gevangenis zit allochtonen zijn, dat de meerderheid van de allochtonen in de gevangenis zit. Of thuishoort.
    Verder bewijst een feitelijke toestand nog geen intentie. Naar hier komen ‘om’ te profiteren van de sociale zekerheid, dat komt zeker voor. Maar er zijn ook andere redenen waarom migranten op vervangingsinkomens terugvallen: onvoldoende scholing voor onze arbeidsmarkt, discriminatie bij aanwervingen, een fatalistische aanvaarding van een lager inkomen – een inkomen dat immers nog altijd veel hoger ligt dan dat in het thuisland.
     Ook is de extreme islam niet de enige bron van de achterlijke opvattingen die ermee samenhangen. Van Grieken haalt aan dat sommige moslims ‘homoseksuelen van gebouwen willen gooien.’ Dat is waar. Maar die extreme moslims zijn niet de enigen die zoiets willen en ze vormen geen meerderheid in hun gemeenschap. Uit onderzoek blijkt dat 23 procent van de moslim scholieren het eens is met de stelling ‘agressie tegen homo’s is aanvaardbaar’, tegen 8 procent van de niet-moslim scholieren. 8 procent bij de niet-moslim scholieren … dat was voor mij een grotere verrassing dan die 23 procent bij de andere groep**.
     In hoofdzaak komt het erop neer dat een gezond beleid geen onderscheid maakt tussen autochtonen en allochtonen, niet in de gunstige, en niet in de ongunstige zin. Homofoob geweld is áltijd fout, van wie het ook komt. Crimineel gedrag moet áltijd worden bestraft, of het nu van kut-Vlamingen of van kut-Marokkanen komt. En te grote afhankelijkheid van vervangingsinkomens moet worden vermeden bij álle gemeenschappen.
     En om het nog sterker te zeggen: we zullen het ‘Vlaanderen van morgen’ óók moeten opbouwen met ex-crimineeltjes die tot de jaren van verstand zijn gekomen, met allochtonen die na enig trekken en duwen toch een baantje vinden of aannemen, en met homohaters die foute antwoorden geven op enquêteformulieren maar op straat hun fatsoen houden. Want we kunnen die vervelende mensen, behoudens een klein aantal uitzonderingen, niet terugsturen naar het land van herkomst. Iets anders beweren – ik zeg niet dat Van Grieken dat deed – zou grove demagogie zijn: onrealistisch, en een rechtstaat onwaardig.

 

* Zo’n verband tussen diversiteit en welvaart zal wel bestaan. De luxehotels in New York zouden niet draaien zonder de goedkope Mexicaanse schoonmaaksters. Mij hoor je daarover niet klagen, want ik vind het win-win voor die schoonmaaksters én voor de hotelgasten. Maar is het ook het model dat Annouri voor ogen heeft? 

** Ik lees natuurlijk ook veel fatsoenlijke commentaren van VB-leden en VB-stemmers. 

*** Het verschil is groter als het gaat om de vraag over homo’s die de doodstraf krijgen in sommige moslimlanden. Bij de Vlaamse moslim scholieren gaat 21 procent daarmee akkoord, en slechts 4 procent van de niet-moslims. Het onderzoek werd uitgevoerd door Vettenburg, Elchardus en Put, en wordt geciteerd in Koopmans, R. (2019). Het vervallen huis van de Islam.

maandag 21 december 2020

Bart De Wever en het Vlaams Belang


  * De straffe uitspraken van Bart De Wever over een mogelijke coalitie met Vlaams Belang (‘als dit de electorale toekomst is, zal ik er niet toe behoren’) hebben de aandacht getrokken. Of ze inhoudelijk, strategisch of tactisch veel nieuws bevatten, is een andere zaak. Een en ander wordt voorgesteld als de zoveelste ‘bocht’ van BDW en N-VA.

* Als we over échte bochten spreken in de Vlaamse politiek van de laatste 15 jaar zie ik er maar vier: Vlaams Belang is afgestapt van haar 70-puntenprogramma, de PVDA is afgestapt van het leninisme-stalinisme, Open-VLD is afgestapt van het rechts-liberalisme en confederalisme, en N-VA heeft haar communautaire strategie aangevuld met een stevig standpunt over economie en migratie. Drie van die vier bochten vind ik positief.

* Wat journalisten en politieke tegenstanders als bocht voorstellen, is vaak een rimpeling in een glas water. Jambon die minister-president wordt in plaats van De Wever, Lachaert die paars-geel inruilt voor Vivaldi, Coens die na maanden aarzeling toch een regering zonder N-VA aanvaardt – dat zijn niet meer dan tactische keuzes vanuit een begrijpelijke partij-logica. Ik wil tegenstanders daar graag mee jennen, maar dan is mijn verontwaardiging half gespeeld.

* Als ik goed luister hoor ik De Wever niet zozeer élke mogelijke coalitie met VB uitsluiten als wel voorwaarden stellen: dat Van Grieken zich ‘redelijk’ moet opstellen  en dat hij ‘schoon schip moet maken in zijn stal’. Dat eerste is niet onmogelijk want De Wever geeft toe dat die redelijke opstelling aanwezig was tijdens de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Dat tweede verwijst naar een aantal extreme Vlaams Belang-leden, onder andere in de Antwerpse gemeenteraad, waarmee Filip De Winter en Sam van Rooy worden bedoeld.

* ‘Er gaat geen gemeenteraad voorbij,’ zegt De Wever, ‘of raadsleden van het Vlaams Belang zeggen minstens drie keer dat moslims en Afrikanen achterlijk zijn.’ Sam Van Rooy antwoordt daarop dat hij alleen de Islam zelf en de Afrikaanse cultuur ‘achterlijk’ heeft genoemd, niet die mensen (1). Nou ja, ’t is een verschil, maar of de belediging minder hard aankomt bij die mensen, dat weet ik niet. Schelden is niet de beste manier om nieuwkomers van de voordelen van onze cultuur te overtuigen.

* Meer algemeen: een politicus die – terecht vind ik – de migratie vanuit Afrika wil beperken, moet juist een extra inspanning leveren om racisme te ontzenuwen tegenover Afrikanen die hier al wonen. En wie het moslimextremisme wil bestrijden, richt zich best op sommige kwalijke tendensen binnen de islam, bijvoorbeeld de beweging die de sharia wil invoeren naast of in de plaats van onze rechtstaat.

* N-VA en Vlaams Belang hebben gemeenschappelijke programmapunten: Vlaamse onafhankelijkheid, Vlaamse identiteit, strikt immigratiebeleid, realistisch energiebeleid. Hoe dichter partijen bij elkaar aanleunen, hoe meer ze electoraal vijanden van elkaar zijn, want ze vissen in dezelfde vijver.

* Sam Van Rooy zegt dat hij met ‘Vlaams Belang niet groter wil worden ten koste van N-VA’. Dat klinkt heel mooi, maar het is minstens bullshit en hoogstwaarschijnlijk een leugen. Het verschil staat uitgelegd in Harry Frankfurts On Bullshit.

* Er zijn ook verschillen tussen N-VA en Vlaams Belang. N-VA is rechtser voor economie, meer bereid tot compromissen met traditionele partijen, neemt als partij geen standpunt in tegen de Islam in het algemeen, neemt duidelijker afstand van racisme, en verwerpt met meer klem het collaboratieverleden van de Vlaamse beweging. Op al die punten sta ik aan de kant van N-VA, al zal dat mijn radicaallinkse vrienden niet beletten om mij moslimhaat, racisme en goedpraten van de collaboratie te verwijten.

* De communautaire basisstrategie van N-VA is het afsluiten van een ‘deal’ met de PS. Die van Vlaams Belang is er een van het behalen van een Vlaamse meerderheid van N-VA en Vlaams Belang, en daarna eenzijdig de onafhankelijkheid te verklaren zodra 50 % + 1 is bereikt. Ik geloof niet dat N-VA ooit in die tweede strategie zal meestappen. Mijn stem zou ze in elk geval kwijt zijn.

* Als een radicale partij en een gematigde partij in dezelfde electorale vijver vissen, dicteert het eigenbelang voor de twee partijen typische strategieën voor elk van hen. Je zag die strategieën vroeger ook in de opstelling van de communistische en socialistische partijen.

* De radicale partij moet laten uitschijnen dat ze graag willen ‘samenwerken’. Dat geeft een gematigd imago en tegelijk kan ze op alle andere vlakken radicaal blijven, met inbegrip van scherpe aanvallen op de gematigde partij. Bij de communisten leidde het tot de perfide ‘volksfront’-politiek. Bij Vlaams Belang leidt het tot de ‘uitgestoken hand’.

* De gematigde partij moet hopen dat de succesvolle radicale partij ooit kan meeregeren, zodat ze ofwel ook gematigder wordt, ofwel minder aantrekkelijk. Daarom zal N-VA volgens mijn berekening nooit het cordon sanitaire onderschrijven.

* Als de radicale partij electoraal echter te sterk wordt, vermindert paradoxaal de bereidheid om ze in een coalitie mee op te nemen, behalve in de vorm van ‘gedoogsteun’.

* N-VA en Vlaams Belang zitten federaal allebei in de oppositie. In die oppositie is er weinig reden tot samenwerking, behalve dat ze vaak hetzelfde stemgedrag zullen vertonen. Wat zouden ze verder samen moeten doen? Samen juichen en jouwen in het Parlement. Dat zal veel opleveren! Samen manifesteren op straat? Dat is vooral iets voor radicalen. Samen een wetsvoorstel indienen? Dat zal geen indruk maken op de meerderheid.

* De meest verregaande samenwerking zou zijn als N-VA en Vlaams Belang bij de volgende verkiezingen als kartel opkwamen? Soms werkt zoiets. Onder bepaalde omstandigheden wordt 1 + 1 dan 2,5. Maar in het geval van N-VA en Vlaams Belang zou 1 + 1 ongeveer 1,5 zijn. Heel wat gematigde N-VA-kiezers zouden afhaken.

(Zie ook hier, hier, hier en hier).


(1) Zie hier. Letterlijk zegt Van Rooy: ‘De Wever is historicus. Hij is intelligent genoeg om het verschil te begrijpen tussen de Afrikaanse cultuur of de islamitische ideologie achterlijk noemen en alle moslims of Afrikanen met hetzelfde adjectief bedelen. Dat eerste heb ik uiteraard al wel gedaan. Ik ga dat ook blijven zeggen.’ 

maandag 30 november 2020

‘Geen normale partij’


      Ik zag Karel Verhoeven vorige week op de televisie in het programma ‘Alleen Elvis blijft bestaan’: een vriendelijke vent met lang haar, enorme oren, en niet dom. Hij heeft meerdere universitaire diploma’s, is gepromoveerd op een onderzoek naar ‘De lach en de roman’ – daar zou ik wel eens in willen bladeren – en hij kijkt ongeveer naar dezelfde films en series als ik. Hij improviseert met gemak een keurig en genuanceerd exposé over de de grondbeginselen van goede journalistiek. En tijdens vakanties trekt hij door gevaarlijke, woeste natuurgebieden met wilde dieren, waar hij ‘berekende risico’s’ neemt. Ik kijk een beetje naar hem op.
     Natuurlijk: quandoque dormitat bonus Homerus, de besten laten al eens een steek vallen. In zijn laatste stuk in De Standaard (hierschrijft Verhoeven iets over Vlaams Belang. Dat is geen ‘normale partij’, vindt hij, en hij gebruikt het voorbeeld van gemeenteraadslid Carrera Neefs die bloemen had gelegd op het graf van een SS’er, daarvan een foto had geplaatst op de sociale media, en die nu uit Vlaams Belang was gezet. Tom Van Grieken had nagelaten om de daad zelf van Neefs ‘moreel te veroordelen’. ‘Er is nu geen sprake meer van dubbelzinnigheid bij Vlaams Belang,’ schrijft Verhoeven. Ik zou precies het tegenovergestelde zeggen: enerzijds uit de partij zetten, en anderzijds moreel niet veroordelen, dat is juist een goed voorbeeld van dubbelzinnigheid.
     Verhoeven dringt in zijn stuk aan op een kordate veroordeling van nazi-nostalgie, ook als die zich (a) ‘in stilte’, (b) ‘binnenskamers’ of (c) als ‘rouwen’ voltrekt. Maar zoiets is moeilijk te organiseren. Voor het eerste zouden cameras moeten worden geplaatst bij graven van SS’ers. Voor het tweede zouden in de huizen interactieve schermen met afluisterapparatuur moeten worden geïnstalleerd. Voor het derde ontbreekt geloof ik vandaag nog de technologie. Misschien kan de rouw zelf op hersenscans worden afgelezen, maar om wie gerouwd wordt, dat is vooralsnog op zo’n scan niet te zien.
     We zitten hier al een beetje in de sfeer van double-plus ungood thoughtcrime. In het fameuze proces tegen de Chicago 7, werd activist Abbie Hoffmann gevraagd of hij gehoopt had op een confrontatie met de poltie. Volgens de meeslepende verfilming van dat proces aarzelt Hoffmann voor hij antwoordt. De procureur vraagt waarom hij aarzelt. ‘Give me a moment, would you, friend?’, zegt Hoffmann ten slotte. ‘I have never been on trial for my thoughts before.’ Dat laatste heeft hij ook echt gezegd.
     Ik geloof niet dat Verhoeven aanstuurt op rechtbanken, of partijraden, die mensen beoordelen of veroordelen voor de thoughtcrime van nazi-nostalgie. Hij neemt wellicht genoegen met een algemene ‘morele veroordeling’ van het gedachtegoed zelf, zoals N-VA dat indertijd gedaan heeft. Ik zou het heel fijn vinden als Van Grieken zon veroordeling zou uitspreken. Maar bekijken we het eens vanuit zijn standpunt. Waarom zou hij dat doen als daar niets tegenover staat? Veronderstel dat 1, of 5, of 10 procent van de Vlaams Belang-stemmers uit nazi-nostalgieken bestaat. Waarom zou Van Grieken die stemmen weggooien met ferme uitspraken over het verleden? Dat hij over dat verleden een ‘flou artistique’ aanhoudt, bewijst dat hij een electoraal rekenaar is, niet noodzakelijk dat hijzelf een nazisympathisant is die zijn ideeën verdoezelt met, zoals Verhoeven schrijft, ‘vals burgermannetjestheater’, waar  ook erg  sommige N-VAers moedwillig aan meedoen door te dromen’* van een coalitie.
    Soms hoor je een zin die je hele wereldbeeld overhoop haalt. Verhoeven beweert dat Vlaams Belang geen ‘normale’ partij is. Ik zei ooit precies hetzelfde in een gesprek met mijn broer. ‘Vind jij de PS dan een normale partij?’ antwoordde mijn broer. Dat moet geweest zijn in de tijd van een of ander spectaculair rood schandaal beneden de taalgrens. Ik begreep op slag dat er eigenlijk géén normale partijen bestaan. Die nazi-nostalgieken die voor Vlaams Belang stemmen, zijn misschien een reden om nooit met die partij een coalitie aan te gaan – alhoewel ik nog betere redenen ken – maar ik ken ook goede redenen om nooit een coalitie aan te gaan met de PS of met Groen. Toch zou ik een regering met een van die partijen niet a priori verwerpen. Als de belastingen maar niet té veel stijgen, en er iets leuks tegenover staat op korte of of op lange termijn. En als de kerncentrales openblijven natuurlijk.

 * Dreamcrime?

zondag 12 januari 2020

Tom en Jan

     De boeken en toneelstukken van Tom Lanoye heb ik altijd graag gelezen en gezien, maar de schrijver zelf mocht ik niet zo. Hij had van die rare brillen op. Ook sprak hij erg plat als hij op de televisie kwam. Dat een gevelschilder als Louis-Paul Boon plat praatte, dat vond ik normaal. Maar als zo’n afgestudeerde germanist dat doet, moet ik aan die Humphrey Bogart-film denken, met die Mexicaanse bandiet die zegt:  ‘We don’t need no stinking badges’. Bij Lanoye is het: ‘We don’t need no stinking ABN.’
     Die bril en dat platte praten wekten dus mijn ergernis. Later is daar de politiek bijgekomen. Dat is niet de schuld van Tom, maar van mij, omdat ik van extreemlinks naar rechts-liberaal geëvolueerd ben en Tom is links gebleven.
     Meestal heb ik van Tom geen last, hij zit vaak in Kaapstad, maar een linkse vriend vestigde mijn aandacht op een stuk van Tom in Humo van 7 januari. ’t Is een scherp stuk tegen Jan Jambon, over wie Tom opmerkt ‘dat de wonderen der plastische chirurgie aan zijn neus zijn voorbijgegaan.’ Zijn neus, snap je ’m? Ik vind dat zoiets moet kunnen in een polemiek. Een opmerking over het uiterlijk of de geaardheid van je opponent, kan grappig zijn. Maar, zoals Karel van het Reve opmerkt, je moet er dan ‘iets leuks mee doen.’ Naar mijn smaak is dat hier niet gebeurd.
     In zijn stuk formuleert Tom het verwijt dat Jambon in de vorige regering een ‘keihard besparingsbeleid jegens álle Belgen heeft gevoerd.’ Dat is ongeveer het enige zinnetje met inhoudelijke kritiek. Zou dat eigenlijk erg zijn, vraag ik mij af, zo’n ‘keihard besparingsbeleid’? En tegen álle Belgen nog wel? Voor mij is het in elk geval nog meegevallen, al ben ik een van die Belgen. Mijn inkomen is omhoog gegaan en aan het einde van de maand hield ik, ondanks alle prijsstijgingen, meer centen over. En ik ben de enige niet. Volgens economen zijn de ‘reële’ inkomens voor álle werkende Belgen gestegen, en voor de kleinverdieners nog het meest. Als keihard besparen betekent dat iedereen die werkt, een hoger inkomen krijgt, én dat er meer werk is, dan vind ik dat zo slecht nog niet. Tom mag daar gerust anders over denken.
     Tom heeft trouwens nog meer te vertellen over besparingen, maar dan in het minder ernstige register. Hij vindt het erg belangrijk dat Jambon, als hoofd van een Vlaamse regering die op allerlei posten zes procent bespaart, zelf ook zes procent zou besparen op zijn brutojaarwedde van 253 000 euro. Die wedde komt, geloof ik, neer op 11 000 euro netto per maand en dat is nogal veel. Misschien verdiende Jambon als bedrijfsleider nog meer, maar ondertussen is het  meer dan het dubbele van wat ik en mijn vrouw samen verdienen. Het is geloof ik zelfs meer dan wat de meeste slagers en slagerszonen verdienenIk begrijp dus de woede en misschien zelfs de afgunst van Tom. Dat alles heeft echter niet veel met Jambon zelf te maken, want een Groene of Rode minister-president zou hetzelfde hebben verdiend. Maar als Tom vindt dat het inkomen van Jan met zes procent naar beneden moet, is dat voor mij in orde. Zolang hij, of Jambon, met zijn vuile vingers maar van mijn inkomen blijft (1).
    Behalve door de centenkwestie is Tom ook erg geboeid door een aantal uitspraken van de minister-president. Het zijn dezelfde uitspraken die je op Wikipedia becommentarieerd vindt – de dansende moslims, het kindergeldhuis – en eentje dat Tom zelf uit de oude doos haalt: de Atoma-schriftjes. Jambon had op een bijeenkomst van KVHV gezegd dat er bij de regeringsvorming van 2014 bindende afspraken waren gemaakt om na 2019 een grote staatshervorming mogelijk te maken. Verwijzend naar het bekende schandaal van Leo Delcroix had hij er grappend bij gezegd dat die afspraken genoteerd stonden in ‘geheime Atoma-schriftjes die in de kluizen liggen van alle meerderheidspartijen’.
    Nu zaten er in het KVHV-publiek undercoverjournalisten die die woorden opschreven en ze de dag erna in de krant plaatsten. Jambon gaf onmiddellijk toe dat hij dat van die Atoma-schriftjes niet letterlijk bedoeld had. Je moest dat in de context zien. Je moest een onderscheid maken tussen wát hij wilde zeggen en het cynisme, de beeldspraak en de humor waarméé hij het gezegd had. De journalisten hadden hem ‘te letterlijk geciteerd.’
    ‘Te letterlijk geciteerd’ … Tom vindt dat belachelijk. Ik niet. Ik maak het bij elk schriftelijk examen weer mee. In de klas zeg ik in het vuur van mijn betoog, dat er rond 1830 een oorlog woedde tussen de classicisten en de romantici, en op een examen lees ik dat ‘in 1830 de oorlog uitbrak tussen classicisten en romantici’. Of ik zeg dat Shakespeare in dat of dat fragment de oorlog beschrijft als het leukste wat je kunt doen zonder er je broek voor uit te trekken, en op het examen lees ik dan over Shakespeare en over die broek. Dan voel ik mij ook ‘te letterlijk geciteerd.’ Gelukkig zitten er bij mij geen undercoverjournalisten in de klas, en moet ik het de volgende dag niet gaan uitleggen op een persconferentie.
     Over het kindergeldhuis zegt Tom nog iets interessants. ‘Jambon legitimeert extreemrechtse leugenpropaganda door ze als topminister keer op keer klakkeloos na te kwekken. In de hoop zodoende zijn politieke concurrenten te counteren, overhandigt hij hun de leidsels van zijn kiesvee. Gratis en voor niets.’ Als we de scheldwoorden en de hyperbolen weglaten, krijgen we de volgende analyse: Jan Jambon maakte veel ophef over het kindergeld om op die manier Vlaams Belang voor te zijn, terwijl juist Vlaams Belang het meeste electorale baat heeft bij de rel.
     Dat laatste is juist. Het Vlaams Belang is hier de winnaar want het verhaal van de ‘profiterende vreemdeling’ is vooral hún verhaal, niet dat van N-VA. Dat is ook de analyse van Bart Eeckhout. Het eerste deel van de analyse is echter fout. Het was niet Jan die ophef maakte rond het kindergeld. Hij had alleen één zinnetje gezegd, ter illustratie van het regeringsbeleid, en nog wel in een zaal waar hij niet bepaald de hete adem van Vlaams Belang in de nek voelde. Het waren de vijanden van Jan – o.a. de krant van Bart Eeckhout – die er dagenlang honderden zinnen over produceerden, waarbij de ene foute factcheck op de andere volgde, totdat uiteindelijk de ware cijfers naar boven kwamen, tot vermaak van Vlaams Belang (2). Het is de linkerzijde, en enkele journalisten,  die met hun dagenlang kabaal ‘de leidsels van het kiesvee’ hebben overhandigd.
     Het is eigenlijk merkwaardig dat de anti-N-VA-linkerzijde blind is voor de rol die ze zelf speelt bij het succes van Vlaams Belang. Toen doodzwijgen niet hielp, schakelde ze over op het soort sensationele berichtgeving dat Dries Van Langenhove groot heeft gemaakt. Toen Vlaams Belang in de touwen lag, stelde zij N-VA voor als het nieuwe extreem-rechts. Een aantal kiezers heeft daaruit onthouden dat ze, of ze nu voor de ene of de andere partij stemmen, in elk geval het foute DNA bezitten. En nu Vlaams Belang weer groot is, blijft de linkerzijde vooral op N-VA schieten, uit gewoonte (3).
     Ik hoop dat de anti-N-VA-linkerzijde mij niet verkeerd begrijpt. Zij moet blijven schrijven wat ze zelf gelooft. Als ze gelooft dat Jan liegt, moet ze schrijven dat Jan liegt. Als ze vindt dat dat dagelijks moet worden herhaald, moet ze dat dagelijks herhalen. Als ze vindt dat N-VA voor hetzelfde staat als Vlaams Belang, dan moet ze daar geen doekjes om doen. En als met name Tom nog veel stukken in Humo wil schrijven over N-VA als de verpersoonlijking van extreem-rechts, mag hij dat blijven doen tot hij er evenveel geld mee verzameld heeft als de minister-president verdient op een jaar. Misschien wordt Tom Van Grieken dan opnieuw ‘politicus van het jaar’ in Humo’s Pop Poll. 

(1) Mijn mening over hoge lonen voor politici heb ik hier neergeschreven.

(2) Dat is wellicht de reden dat bijvoorbeeld Het Nieuwsblad met die cijfers uiteindelijk zo discreet omging

(3)Toen Filip De Winter twitterde:  Vreemdelingen hebben twee rechten: recht op niks en recht op terugkeer, is daar in de pers weinig stennis rond gemaakt. Mij goed. En veronderstel nu dat Theo Francken iets zou twitteren dat een héél, héél klein beetje in de buurt komt van die tweet … Zie hier.

zaterdag 11 januari 2020

Bij een tweet van Filip Dewinter

     ‘Vreemdelingen hebben twee rechten,’ twitterde Filip Dewinter deze week: ‘recht op niks en recht op terugkeer.’ Ik ben het daar om verschillende redenen niet mee eens.
      Het begint met het woord vreemdelingen. Dat woord kan van alles betekenen. Als het betekent ‘inwoners die niet de Belgische nationaliteit  hebben’, dan spreken we in al gauw over 1,3 miljoen mensen, waarvan 70 procent Europeanen zijn – vooral Fransen, Italianen en  Nederlanders.  Ik geloof niet dat er veel mis is met de rechten van die Europeanen. Of bedoelt Dewinter met ‘vreemdelingen’ misschien iedereen met Arabische, Turkse of soortgelijke achtergrond. Dan zijn we er nog niet, want een groot deel van die mensen hebben de Belgische nationaliteit, en bij die nationaliteit horen onvervreemdbare rechten die voor iedere burger gelijk zijn. Het zou mij verwonderen als Vlaams Belang – zoals Vlaams Blok indertijd – zou voorstellen om de nationaliteit van die mensen weer af te nemen.
     Dan is er het woord ‘niks’. Recht op niks. Dat is minstens overdreven, want ieder mens heeft het recht om waardig behandeld te worden, beschermd te worden tegen geweld en op een eerlijke manier zijn brood te verdienen. Maar Dewinter legt zelf uit wat hij bedoelt:  ‘geen leefloon, geen sociale huisvesting, geen werkloosheidsuitkeringen, geen pensioen.’ Het gaat met andere woorden om de sociale rechten.
    Maar ook die kunnen zomaar niet tot nul worden herleid. Zowel onder de vreemdelingen in de strikte zin, als onder de personen met migratieachtergrond is een grote groep die hier gewerkt heeft en dus sociale rechten heeft opgebouwd. Die sociale rechten afschaffen zou een grove contractbreuk vormen. Is dat wat Dewinter wil?
     Er is ook een legitieme interpretatie van Dewinter zijn uitspraak: nieuwkomers – niet vreemdelingen, maar nieuwkomers onder de vreemdelingen – hebben geen rechten, maar krijgen gunsten. Daar ben ik het mee eens. Komen die nieuwkomers hier op een legitieme manier binnen, als asielzoeker of in het kader van de gezinsvereniging, dan kun je hen bed-brood-bad, medische hulp en scholing voor de kinderen niet ontzeggen. Veel Vlamingen zullen luid vloeken als ze horen wat die nieuwkomers krijgen, maar diezelfde Vlamingen zijn niet bereid om kinderen, bejaarden en zieken te laten omkomen zonder hulp te bieden.
     Vindt Dewinter dat die mensen moeten omkomen? Ik hoop van niet. Hij vindt waarschijnlijk dat ze niet moeten worden binnengelaten in de eerste plaats. Daar geef ik hem gelijk in. Zowel gezinshereniging en asiel zouden wettelijk veel strenger moeten worden beperkt, zodat we er misschien jaarlijks enkele honderden migranten in dat kader binnenkrijgen, in plaats van enkele tienduizenden. En een van de manieren om dat te bereiken is door de sociale rechten van die nieuwkomers tot een minimum te herleiden, waardoor een vestiging in ons land veel minder aantrekkelijk wordt.
     Maar zo zal Dewinter dat niet formuleren: ‘nieuwkomers’, ‘sociale rechten’, ‘tot een minimum herleiden’ ‘wettelijk beperken’. Een deel van zijn kiezers hoort liever ongenuanceerde taal over ‘niks, noppes, nada, nougatbollen’, en over ‘vreemdelingen’ – en dat die hier zo snel mogelijk weer weg moeten, want dat is de implicatie van het tweede twitterrecht: ‘recht op terugkeer’.
     Sam van Rooy is zijn mentor Dewinter bijgesprongen door op zijn beurt te twitteren: ‘Recht op terugkeer, is niet hetzelfde als plicht’ op terugkeer. Ik ben blij dat Sam dat onderscheid maakt, want taalkundig betekent ‘recht’ hier wel degelijk ‘plicht’. Volgens het vierde maxime van Grice wordt een al te evidente uitspraak automatisch geïnterpreteerd als een relevante uitspraak. Niemand betwist vreemdelingen, autochtonen, nieuwkomers enzovoort het recht om het land te verlaten. Alleen de communistische regimes deden dat. Dewinter zijn uitspraak krijgt door de evidentie ervan dus een andere betekenis. Als ik een toets geef in de klas, en de leerlingen roepen dat ze recht hebben op een aankondiging op voorhand, dan kan ik daarop antwoorden: ‘Jullie hebben vooral het recht om te zwijgen.’ Niemand begrijpt dat verkeerd.
     Dat ‘recht op terugkeer’ – dat een grote rol speelde in het vroegere 70-puntenplan – zit er bij Vlaams Belang blijkbaar nog altijd diep ingebakken. Zo ongeveer iedereen in de politiek is het ermee eens dat criminelen, afgekeurde asielzoekers, illegalen en transmigranten een ‘recht op terugkeer’ hebben. Dáármee kan Vlaams Belang zich niet onderscheiden van de rest. Dus suggereert Dewinter maar dat àlle vreemdelingen ‘recht hebben op terugkeer’.
    Alle vreemdelingen? Dat ook weer niet. Sam van Rooy maakt in een andere twitterbericht duidelijk dat zijn partij ‘het kaf van het koren wil scheiden’. Moet dan alleen ‘het kaf’ zijn ‘het recht op terugkeer’ uitoefenen? En wat is dan dat ‘kaf’?  Criminelen? Afgekeurde asielzoekers? Illegalen? Transmigranten? Neen, Van Rooy heeft het over ‘zij die de waarden van islam in de praktijk brengen’*.
     Wil Van Rooy werkelijk een klein miljoen moslims het land uit zetten? Dat is om vele redenen onmogelijk. En was het mogelijk, dan zou dat met zulke tirannieke middelen moeten gebeuren – uitzonderingswetten, razzia’s, politiegeweld – dat veel Vlamingen terecht zouden vrezen dat zulke middelen ook tegen henzelf zouden kunnen worden gebruikt.
     Hoe terecht veel bezwaren van Sam tegen de islam ook zijn, die moslims zijn er nu eenmaal – we moeten geen nieuwe moslimmigratie meer aanvaarden – maar we zullen wel een manier moeten vinden om met de mensen die er zijn samen te leven. Ik ben daar niet optimistisch over op de middellange termijn. Hat zal niet gemakkelijk zijn. Er hoort van onze kant een principiële verdediging van de verlichtingswaarden bij en van hun kant een geleidelijk overnemen van die waarden. Privileges die door de islam – en door andere godsdiensten worden opgeëist – kunnen niet worden gedoogd. Maar wat Dewinter en Van Rooy doen, daar is niemand mee gebaat: een massale deportatie aan de eigen achterban als oplossing suggereren, en aan de moslimbevolking als dreigement.

* Van Rooy schrijft niet moslims maar zij die de waarden van de islam de praktijk brengen’*. Die laatste nogal dubbelzinnige uitdrukking, zou ik niet graag in een wettekst zien verschijnen.






donderdag 26 december 2019

Het 'vingertje' en de nazi's in de Reichstag

     Het Nieuwsblad van 24 december had een kerstwens voor politici. Ze mochten wat beleefder zijn tegenover elkaar. Er mocht wat meer fatsoen, hoffelijkheid, beleefdheid en respect komen, en minder gescheld, gedreig en vijandigheid. Daarbij werd, zoals dat vaak gaat, gesuggereerd dat het vroeger beter was. ‘Er was een tijd dat politici …’ begint Mijlemans een van zijn zinnen op bladzijde 2. ‘De politiek gaat er veel grover aan toe dan vroeger,’ beweert Mark Eyskens op bladzijde 9, en alsof hij zijn uitspraak wou logenstraffen door te bewijzen hoe grof hij zelf kan zijn, voegt hij eraan toe dat de huidige generatie politici – waar hij niet toe behoort – duidelijk laten zien ‘dat de mens van de aap afstamt’.
     Ik weet niet of dat waar is, dat het er vroeger zoveel beschaafder aan toe ging. Slechte manieren in de politiek lijken mij iets van alle tijden en alle plaatsen. Gaston Eyskens, de slimme vader van Mark, zei ooit dat politiek ‘geen stiel was voor blozende maagden’. Hij zal daar zijn redenen voor hebben gehad. In het middelbaar las ik het boek van Mieke Claeys-Van Hagendoren ‘25 jaar Belgisch socialisme’ en daarin staat beschreven hoe in ons Parlement werd gevóchten. Ik kan het niet opzoeken, want ik heb het boek uitgeleend aan een vriend die kort daarna bij een auto-ongeluk is omgekomen. In de jaren twintig van vorige eeuw namen Japanse parlementairen hun eigen knokploegen mee naar de zittingen om niet al het vechtwerk zelf te moeten doen. En in de prille Verenigde Staten verweten de Amerikaanse senatoren elkaar voor ‘boef’, ‘schoft’, ‘fraudeur’, ‘desperado’ en ‘schelm’, zoals je op bijgaande plaatje kunt zien.




     Zulke ruzies zijn zowel gespeeld als gemeend. Een parlementaire democratie is een spel van wisselende coalities, met wisselende vrienden en vijanden, en door theatrale ruzies maakt men duidelijk met wie men een coalitie tijdelijk uitgesloten acht. Dat is het spelgedeelte. Maar politiek is ook een kwestie van hartstocht. Dat zal op sommige familiefeesten van 24 december pijnlijk duidelijk geworden zijn, ondanks de goede voornemens die de N-VA-gezinde oom en de Spa-gezinde neef op voorhand hadden gemaakt. Ik ken collega’s bij wie je op café beter elk politiek onderwerp vermijdt als je geen glas bier over je hoofd wil krijgen.  Als die collega, die oom en die neef zich al zo laten meeslepen, waarom zou dat bij politici – of all people – beter gaan.
     Ik heb dus enig begrip voor dat geruzie. Een poos geleden wou de nieuwe Vlaamse regering het begrotingsdebat in het Parlement eerst over de principes voeren en daarna pas over de cijfers. Jambon beloofde de cijfers binnen enkele dagen op punt te hebben. ‘Te laat,’ riep PVDA-parlementair Jos D’Haese als een rebels ettertje. ‘Dat gaat gij niet bepalen,’ antwoordde Jambon als een autoritaire schooldirecteur. Ik vond dat goed gespeeld van beide heren, maar toch vooral van D’Haese. Ik heb met andere woorden weliswaar liever wat meer fatsoen en wat meer inhoud, maar ik vind het geen drama als er wat drama wordt opgevoerd. Als Karel de Gucht het Vlaams Belang uitmaakt voor ‘mestkevers’, ach ja, ’t is Karel maar, en als Tom Lannoye zijn burgemeester een ‘oude hoer’ noemt, ach ja, we kennen Tom, of als als die burgemeester zelf het woord ‘watermeloen’ bovenhaalt om de voorzitter van Ecolo te typeren, ach ja, zo spreekt die burgemeester nu eenmaal, en ’t is nog waar ook.
    Maar er zijn grenzen. Op de Antwerpse gemeenteraad riep Sam van Rooy (Vlaams Belang) laatst iets naar Hicham El Mzaihr (sp.a) dat ik niet aanvaardbaar vind. El Mzaihr had de partijen van de oppositie scherp aangevallen: de Groenen, de PVDA en hief daarna de vinger op om ook Vlaams Belang de mantel uit te vegen. ‘Doe dat vingertje weg, reageerde Van Rooy, je bent hier niet in Marokko’. Bart De Wever noemde die uitval een schande en ik vind dat terecht.
     Dat opgestoken vingertje behoort geloof ik tot de moslimretoriek. Mijn collega’s van godsdienst zitten bij nascholingen wel eens tegenover een inspecteur-adviseur van het islamonderwijs. Dat blijkt dan een vriendelijke, verdraagzame man te zijn, maar, zeggen ze erbij, hij heeft de vervelende gewoonte bij het spreken met de vinger naar de hemel te wijzen. Dat gebaar is overigens niet exclusief islamitisch want Castro gebruikte het ook (hier) en die was geen islamiet, kwam niet uit Marokko en was niet verdraagzaam. Maar dat ongelukkige gebaar aangrijpen om de Marokkaanse afkomst van een politieke opponent ter sprake te brengen, zelfs in een scherpe polemiek, is fout. Ik weet niet hoe we in ons land ooit een betere verstandhouding tot stand zullen brengen tussen wat De Wever ‘oudkomers’ en nieuwkomers, noemt maar dát is zeker niet de manier.
     Een andere grens werd overtreden toen Filip Dewinter en Bart Somers ruzie maakten in het Vlaams Parlement. Er was brand gesticht in een gebouw in Bilzen dat zou worden gebruikt om asielzoekers op te vangen. Filip Dewinter veroordeelde de brandstichting, maar verweet Bart Somers vooral dat hij de brandstichting misbruikte om een reclame te maken voor een ruim asielbeleid. De tussenkomst van Dewinter deed denken aan de halfslachtige manier waarop sommige moslimpropagandisten een terreuraanslag door hun geloofsgenoten veroordelen en daarbij vooral spreken over het gevaar van de islamofobie. (Zie ook hier).
     Ik vond de tussenkomst van Dewinter ongepast, maar het antwoord van Somers was veel erger. ‘
Laat ons afstand nemen van dat clubje daar, zei hij, ‘dat zich op een moment dat we discussiëren over brandstichting gedraagt als een bepaalde fractie in de Reichstag. ‘Mijn vader, voegde hij eraan toe,  is in de oorlog weggevoerd om verplicht te worden tewerkgesteld in de Messerschmitt-fabriek in Duitsland.
     Dat is een lage streek die niet thuishoort in een politiek debat. Mijn eigen vader is net als de vader van Somers weggevoerd om te gaan werken in een Duitse wapenfabriek. Maar dat geeft mij niet het recht om Vlaams Belang van 2019 gelijk te stellen aan de terroristische nazimoordenaars van 1933 en later. Mijn vader zelf zou er, ondanks – of eerder juist vanwege – zijn wegvoering, niet aan denken om die twee aan elkaar gelijk te stellen. Ik heb dat als jonge, linkse propagandist aan de universiteit wel gedaan: in de aula’s gaan oproepen om een bijeenkomst van Vlaams Blok-jongeren te verstoren, ‘omdat het nazi’s waren’.  Ik schaam mij daar een beetje voor, maar niet heel erg, want zo dacht ik nu eenmaal. Maar dat ik bij die oproepen ook mijn vader ter sprake bracht, en die verplichte tewerkstelling, en dat ik daar applaus voor kreeg, dáár schaamde ik mij toen al voor, al liet ik het niet blijken.

Links een autoritaire leraar - rechts een autoritaire architect

dinsdag 4 juni 2019

Cordon


     Of je als partij wel of niet aan tafel mag zitten met Vlaams Belang kun je niet laten afhangen van een document dat dertig jaar gelden werd ondertekend door lang vergeten staatslieden als Geysels, Van Peel, Hancké, Beysen, Anciaux (Vic!) en een zekere ‘J. Decorte’. Het duurde even voor ik begreep dat het bij die laatste om Jan Decorte ging die voor Van Rossem in de Vlaamse Raad zat. Ik heb lang geleden, voor de Punische oorlogen geloof ik, ooit eens een theaterstuk gezien waarin Jan de rol van een gekke koning speelde. ’t Was verschrikkelijk … In elk geval dus, dat document dat dertig jaar geleden werd ondertekend door J. Decorte, verwijst expressis verbis naar een partij die niet meer bestaat – het Vlaams Blok  – en naar een program dat verlaten werd – het 70-puntenplan dat ooit werd uitgedokterd door Filip Dewinter*. Dát cordon sanitaire is een vodje papier.
    ’t Was anders ook een gek idee. Zes partijen beloven aan elkaar om geen coalitie aan te gaan met het Vlaams Blok. Maar waarom moeten ze zoiets beloven? Als een partij niet wil samenwerken met het Vlaams Blok, kan toch niemand haar daartoe verplichten. Daar is helemaal geen cordon voor nodig. Als een andere partij zo’n samenwerking wél wil, is dat, zou je denken, de zaak van die andere partij, is ’t waar of niet? De ondertekende tekst bevatte wel mooie en hoogdravende principes, maar geen enkele partij betrouwde er blijkbaar op dat die principes zouden volstaan om de  ándere politieke partijen ervan af te houden een voordelige coalitie met het Blok te sluiten. Elke partij was bereid zich een hand op de rug te laten binden, maar alleen op voorwaarde dat elke andere partij zich ook een hand op de rug laat binden. Zoiets moet het geweest zijn. Maar ik wil niet te streng zijn. Door zo’n tekst te ondertekenen maakt men in de de eerste plaats een breed symbolisch gebaar en dat mag je niet te ernstig nemen maar je mag het ook niet kapot analyseren.
    Ondertussen moet elke Vlaamse partij, met of zonder cordon, na elke verkiezing opnieuw uitmaken of ze weer twee vrije handen wil of niet. De laatste dertig jaar wilde niemand dat. Hoe sterk of hoe zwak Vlaams Belang ook scoorde, samenwerking met die partij werd routineus uitgesloten. Men was dat nu eenmaal zo gewoon en ‘habit is a great deadener’ zegt Didi in Waiting for Godot. Maar met de laatste verkiezingsuitslag moet elke partij opnieuw voor zichzelf een aantal vragen beantwoorden. Hoever wijkt het politieke program van Vlaams Belang af van het eigen program?  Wat zijn de electorale vooruitzichten van een partij die samenwerkt met het Belang? Wat zijn de electorale vooruitzichten van het Belang zelf als het aan een regeringscoalitie deelneemt? Versterkt of verzwakt zo’n coalitie onze positie tegenover de Waalse partijen? En hoe zit het met de ‘ethische kwestie’ die zoveel emoties opwekt zowel bij voor- als tegenstanders?
     Die ethische kwestie is die van het racisme.
     Nu heeft het Vlaams Belang, geloof ik, weinig heuse racistische eisen in haar program. De mensen die het opstellen zijn geen idioten en ze kennen de wetgeving tegen het racisme. Ik zal het nog sterker zeggen: zelfs het 70-puntenplan van Filip Dewinter bevatte weinig racisme in de strikte zin. Het bevatte wel een reeks schunnige voorstellen tot  discriminatie, segregatie en deportatie.  Een apart onderwijsnet voor kinderen van vreemdelingen. Een belasting op tewerkstelling van vreemdelingen. Verbod voor vreemdelingen om eigendom te verwerven. Verbod voor vreemdelingen om verenigingen op te richten zonder voorafgaande toestemming van de overheid. Verbod voor vreemdelingen om van beroepssector te veranderen**. Een begeleide verwijdering van vreemdelingen in drie fasen: eerst de illegalen, criminelen en werklozen, dan de eerste generatie, ten slotte de tweede en derde generatie. Vervang hierboven telkens het woord ‘vreemdeling’ door het woord ‘Jood’ en je krijgt een soort naziprogram. Probeer het maar eens. ‘Een belasting op de tewerkstelling van Joden.’ In het plan staat evenwel niet ‘Jood’ of ‘Marokkaan’ of ‘Turk’ maar ‘vreemdeling’, en élke wetgeving maakt een terecht onderscheid tussen de rechten van de eigen staatsburgers – die dus evengoed van Marokkaanse of Turkse afkomst kunnen zijn – en die van vreemdelingen die nog niet tot staatsburger genaturaliseerd werden.***
     Racisme is een ruim woord. Je kunt een heel klein beetje racist zijn, of juist heel erg. Het kan zijn dat je liever niet wil dat je dochter trouwt met een jongen van een andere groep (1), of dat je over mensen van een andere groep denkt in stereotypes (2) of dat je je meer op gemak voelt onder mensen van je eigen groep (3), of dat je mensen van een andere groep wantrouwt (4), of dat je vindt dat de groepen beter gescheiden blijven (5), of dat mensen van een andere groep minderwaardig zijn (6), of minder rechten horen te hebben (7), of als vijanden moeten worden uitgeroeid (8). Er zijn overigens ook overtuigingen en gevoelens die slechts zijdelings met racisme te maken hebben. Je houdt bijvoorbeeld niet van enig ideeëngoed – zoals de islamgodsdienst – dat sterk leeft in een andere groep. Dat is op zichzelf helemaal geen racisme. Je bent geen racist omdat je ideeën verfoeit. Maar zo’n afkeer van ideeëngoed kán veroorzaakt worden door een afkeer voor de groep mensen die dat ideeëngoed aanhangt of, omgekeerd, de verachting voor dat ideeëngoed kán ertoe leiden dat je de groep mensen die het aanhangt ook gaat verachten.
     Filip Dewinter verdenk ik, op grond van zijn 70-puntenplan, minstens van het racisme dat ik hierboven beschreef onder (5): dat groepen gescheiden moeten blijven. Dat is al een redelijk extreme vorm van racisme. Tegelijk verdenk ik álle, of toch de meeste, of toch heel veel, Vlamingen ervan om een klein racistisch huisdiertje te onderhouden in een slecht verlicht hokje van hun geest. Sommigen zijn daar dan een beetje beschaamd over. Het zit misschien in de menselijke natuur maar het hoort niet. Die schaamte verklaart meteen de heftigheid van de discussie over het cordon. De linkse Vlaming probeert krampachtig te bewijzen hoe weinig racistisch hij is door een grote fluim op Vlaams Belang te spugen en de rechtse Vlaming wordt dan woest omdat hij daar een vorm van goedkope hypocrisie in ziet. ‘Die linkse rakker is als het erop aankomt even racistisch als ik,’ denkt de rechtse Vlaming, ‘maar hij doet zich voor als een heilig boontje.’ En van een hautaine Waal verdraagt hij nog minder. Als de Waalse pers over extreemlinks schrijft: ‘Le PTB au moins n’est pas raciste’, hoort de rechtse Vlaming: ‘Nous au moins, on n’est pas raciste.’
    Als alle, of de meeste, of heel veel, mensen in zekere mate tot racisme geneigd zijn, is ook de vraag beantwoord of Vlaams Belang racistisch is. Natuurlijk is de partij dat – in zekere mate. Er leven racistische gevoelens zowel in de partij zelf als onder het kiespubliek van de partij. Die leven immers overal. Die leven dus ook in de andere partijen en onder het kiespubliek van de andere partijen. Alleen is dat racisme onder het Vlaams Belang-publiek, geloof ik, openlijker, ruimer verspreid, en bevat het meer van de erge varianten. Men mag daar van mij gerust eens een sociologische studie over maken, als ik die maar niet hoef te betalen. Maar hoe je het draait of keert, dat racisme van Vlaams Belang is een kwestie van graadverschil, en geen verschil van essentie.
     ’t Doet ook niet zoveel ter zake, vind ik. Sam Van Rooy, heb ik begrepen, is een hardliner binnen Vlaams Belang. Ik ben tegen hardliners. Maar is Sam een grotere racist dan bijvoorbeeld ikzelf? Sam lijkt mij juist iemand die er geen graten in zou zien als zijn dochter met een Marokkaan of een Soedanees thuiskwam, als die maar atheïst is en een boekje tegen de islam geschreven heeft. Maar als ik met hem zou moeten overhandelen over een coalitie zou de relatie die hij heeft met zijn Marokkaanse of Soedanese schoonzoon het laatste zijn waar ik rekening mee hield.
     Bij coalitiebesprekingen mag het, vind ik, niet te veel gaan over bewuste of onbewuste neigingen, valse of echte schaamte, en over vermoedens van achterliggende motieven. Ethiek speelt een rol, maar vooral in de mate dat ze gestalte krijgt in beleid. En dat beleid moet voor mij – waar het migratie betreft – twee soorten maatregelen samenbrengen: het beperken van de immigratie en het integreren van de immigranten. Het Vlaams Blok propageerde het eerste en verwierp het tweede. Het Vlaams Belang propageert nog altijd het eerste en heeft weinig te zeggen over het tweede. Dat is onvoldoende.
     Geloven dat gelijk welk integratiebeleid op korte of middellange termijn tot een harmonieuze samenleving tussen oude en nieuwe Vlamingen zal leiden is onrealistisch. Het zou al goed zijn als het er voorlopig voor zorgde dat onze samenleving niet nog meer uit elkaar viel. De geschiedenis van de laatste vijftig jaar heeft laten zien dat er niet alleen integratieproblemen zijn met de eerste, maar ook met de tweede, de derde en de vierde generatie. Dat zal niet snel veranderen, want het gaat hier om gedrag van mensen, en de mogelijkheid om gedrag van mensen door beleid bij te sturen is beperkt. De aanwezigheid van migranten laat ons evenwel maar drie keuzes: integratie****, segregatie of deportatie. Wie niet met – desnoods wat geforceerd – enthousiasme de eerste keuze omarmt, impliceert dat hij de tweede en de derde keuze achter de hand houdt.
     Ik hoop vurig dat een toekomstige regering een heel strikt anti-immigratiebeleid voert. En dat de daaropvolgende regering een nog strikter beleid voert. Maar zo’n beleid heeft ook zijn nadelen. Het heeft iets egoïstisch. Mensen die hier heel graag willen komen wonen, houd je tegen omdat het óns gezellig samenzijn verstoort. Het is ook egoïstisch van die mensen om óns gezellig samenzijn te verstoren, maar dat terzijde. Je sluit mensen op in centra omdat ze anders onderduiken in de illegaliteit. Je wijst mensen uit omdat ze niet weerhouden worden in een of andere bureaucratische procedure. Je vergroot het onderscheid tussen de rechten van de eigen burgers – van welke origine ook – en nieuwe vreemdelingen om op die manier immigratie minder aantrekkelijk te maken. Dat is allemaal noodzakelijk, en het alternatief is dat van open grenzen – een alternatief dat zelfs PVDA en Groen niet onomwonden durven verdedigen. Maar het blijft hardvochtig.
    En dan is er nóg een nadeel. Door mensen tegen te houden geef je de indruk dat er met die mensen iets mis is. Dat het profiteurs zijn, of misdadigers, of potentiële terroristen. Door die indruk te geven zorg je ervoor dat de ergere vormen van racisme zich ruimer onder de bevolking verspreiden. Natuurlijk zijn er onder de de migranten profiteurs en misdadigers en potentiële terroristen, en misschien wat meer dan onder de West-Vlaamse plattelanders, maar de meeste van die immigranten willen gewoon van een arm land naar een rijk land verhuizen, iets wat die West-Vlaamse plattelanders ook zouden willen als de situatie omgekeerd was. Wij houden die migranten tegen omdat het ons minder goed uitkomt, en niet omdat ze minderwaardige mensen zijn. Het zijn mensen zoals wij, en door integratiemaatregelen te nemen voor de migranten die hier al wonen, en die maatregelen met enige ophef te verkopen, laten we zien dat we dat ook geloven.
     Vlaams Belang heeft aangekondigd dat het aan de coalitiegesprekken deel wil nemen ‘zonder breekpunten’. Good for them. Zelf heb ik, hoewel ik aan die gesprekken niet deelneem, wél een breekpunt. De partij moet zich dringend met de integratiegedachte verzoenen, die gedachte met enige overtuigingskracht uitdragen, en in een moeite door Filip Dewinter eens en voorgoed op zijn plaats zetten.
     En wat doe je met het extreme anti-islamverhaal van Vlaams Belang, zul je vragen. Ja, daar schrijf ik misschien later nog eens een stukje over. Dit hier is alweer veel te lang.

* Het 70-puntenplan werd verlaten door Vlaams Belang, maar werd nooit verloochend door Filip Dewinter, zoals blijkt uit een gesprek met Etienne Vermeersch uit 2004 (hier). Dewinter vond zijn plan van toen ‘niet langer realistisch’ maar veel erder ging hij niet. 

** Bij dat laatste punt wordt er fijntjes op gewezen dat de vakbonden zoiets in de jaren zestig al vroegen.


*** Het 70-puntenplan bevat de ontstellende bepaling dat vreemdelingen die genaturaliseerd werden na 1974 hun burgerschap weer kunnen verliezen als ze ‘onvoldoende geassimileerd’ blijken.

**** Het 70-puntenplan gebruikt de termen ‘integratie’ en ‘assimilatie’. Mij maakt de term niet veel uit, maar ik begrijp wel dat hier een inhoudelijke discussie kan worden gevoerd. Ik kreeg gisteren een een brief van de VUB om geld te vragen voor een project om Arabische taallessen te organiseren. Dat zou Arabische kinderen helpen om zich open te stellen voor onze cultuur. Bij deze laat ik de VUB weten dat ik voor die vormen van ‘integratie’ geen geld stort.