Posts tonen met het label Rachida Lamrabet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rachida Lamrabet. Alle posts tonen

woensdag 19 februari 2020

Aktie Tomaat


Toen ik voor het eerst hoorde over de Ultima Cultuurprijzen was ik erg boos. Het ging mij vooral over de naam. Je moet weten dat leraren Nederlands zoals ik, les horen te geven over literaire prijzen. Als het om buitenlandse prijzen gaat, is er geen probleem. We kennen de Nobelprijs, de Bookerprijs, de Pulitzerprijzen, de Prix Goncourt … Met die laatste prijs moeten mijn leerlingen altijd lachen als ze horen dat er een bedrag van 10 euro aan verbonden is. Maar de prijs wordt wel mooi elk jaar onder dezelfde naam uitgereikt, en dat sinds 1903.
   In ons taalgebied loopt dat anders. Daar gaat vernieuwing in de literatuur hand in hand met vernieuwing van de prijsnamen. Zo bestaat er een Nederlandse prijs die achtereenvolgens de naam droeg van AKO-prijs, Generale Bank-prijs, Fortis-prijs, weer AKO-prijs, ECI-prijs om ten slotte, voorlopig, te eindigen als Book Spot-prijs. Onze eigen Gouden Uil heet nu Fintro-prijs.
     Enkele jaren geleden heb ik uitgezocht hoe dat allemaal werkte in Vlaanderen. Daar waren de ‘Belgische Staatsprijzen’ voor toneel, fictie, essay, vertalingen en poëzie in 2003 vervangen door een rijtje ‘Vlaamse Cultuurprijzen’  van 12.500 euro. ’t Was behoorlijk ingewikkeld, want elk jaar kwamen er prijzen bij en vielen er andere weg. Zo werd er in 2006 een ‘Cultuurprijs voor Smaakcultuur’ ingevoerd – twee keer cultuur in de naam –, maar die werd na 2009 weer afgeschaft. En andere Cultuurprijzen waren driejaarlijks, wat het ook niet eenvoudiger maakte.
    Nu echter blijkt dat de Vlaamse Cultuurprijzen achter mijn rug om alweer van naam veranderd zijn, zoals ook de naam van mijn bank, van mijn school en van de studierichtingen in mijn school van naam veranderd zijn, zonder dat mij iets werd gevraagd. Onze Vlaamse cultuurprijzen zijn nu dus de Ultima Cultuurprijzen.   Niemand had mij gewaarschuwd.  Ik heb vorig jaar mijn leerlingen nog wijsgemaakt dat er een ‘Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip’  bestond, terwijl er op dat moment alleen nog Ultimas werden uitgereikt en er bij die Ultimas geen meer is die speciaal voor stripverhalen wordt toegekend.
     Eigenlijk mag ik blij zijn dat enkele ontevreden cultuurmensen gisteren op de Ultima prijsuitreiking met tomaten hebben gegooid naar Jan Jambon, en hem ‘fascist’ hebben toegeroepen. Zulke incidenten komen breed in de krant en daardoor heb ik nu weet van die nieuwe naam. Ik vind het daarbij minder erg als die tomaten naar een minister-president worden gegooid dan naar een kunstenaar, schrijver of acteur.
     In 1969 was dat anders. Toen had je in Nederland 
Aktie Tomaat’ - aktie gespeld met een k. Rebelse cultuurmensen  waren ontevreden over de spellingsregels, de consumptiemaatschappij, en de theatersubsidies.  Ze vonden dat die subsidies onvoldoende naar ‘vernieuwende’ en ‘geëngageerde’ projecten gingen. Ze trokken naar de theaterzaal en gooiden dáár hun tomaten, niet naar de subsidieverstrekkende minister, maar rechtstreeks naar subsidie-ontvangende acteurs die met niet-geëngageerde en niet-vernieuwende projecten bezig waren. Verkeerde projecten dus. De minister begreep de boodschap en sindsdien gaan subsidies, beurzen en prijzen vooral naar goede projecten, zowel in Nederland als bij ons, want wij volgen het gidsland.
     En Jambon in dat alles?  Hij doet braaf wat hij moet doen. Als een bevoegde commissie prijzen toekent aan zijn tegenstanders – PVDA-sympathisant Walter Swennen, boerkaverdedigster Rachida Lamrabet, arrogante zak Luc Tuymans – dan legt hij lijdzaam de centen op tafel. Als hem op de radio iets over die Tuymans wordt gevraagd,  zegt hij beleefd dat dat een groot kunstenaar is met een internationale reputatie. En als hij een prijs moet uitreiken, trekt hij zijn goeie pak aan, reikt hij de prijs uit met een glimlach en hoopt hij dat mogelijke tomatengooiers de krachtige, trefzekere arm ontberen die bij dergelijke ondernemingen het verschil maakt tussen briljant succes en jammerlijke mislukking. 


zondag 26 maart 2017

De advocate van de boerka


     Advocate Rachida Lamrabet heeft zich heel wat last op de hals gehaald door in een interview de boerkadracht te verdedigen. Ze werd afgevallen door Johan Leman en door Unia, de organisatie waar ze voor werkt en, wat haast nog erger is, ze werd verdedigd door   Joël De Ceulaer. Lamrabet had de opvatting bestreden dat de boerka een symbool is van vrouwenonderdrukking. Zo’n opvatting vond ze ‘paternalistisch’. Zelf had ze twee andere verklaringen voor die exotische manier om zich te kleden: seksuele pudeur en religieuze ascese. Laat ik met dat laatste beginnen.
     Een moslimvrouw die de boerka draagt, zegt Lamrabet, geeft het signaal dat ze ‘weinig interesse heeft in dit leven’ maar leeft ‘voor het hiernamaals’. Dat is sterke taal.
     Zulke vrouwen die leefden ‘voor het hiernamaals’ hebben we in het christendom ook gehad. Zulke mannen trouwens ook. Woestijnvaders, pilaarheiligen, kluizenaars, heremieten. We kunnen denken aan Zuster Bertken (1426-1514) die zich levenslang liet inmetselen in een cel in de Utrechtse Buurkerk en daar fantaseerde over het ‘kruid’ dat ze zou gaan plukken in haar ‘hofken’. We kunnen denken aan Wiborada Reclusa († 926) die Bertken in die keuze voor was gegaan, maar helaas uit haar cel bij Sankt-Gallen werd bevrijd door binnenvallende Magyaren, en daarna gedood. We kunnen denken aan minder drastische vormen van ascese, zoals die eeuwenlang in kloosters werden beoefend door mannen en vrouwen in habijt.
     Maar gaat het bij boerka en niqab echt om een blijk van ascese? Ik twijfel daaraan. Als je af en toe wat leest over de leer en de geschiedenis van de islam, krijg je niet de indruk dat ascese en levensverzaking er een erg grote rol spelen – behalve misschien in de half ketterse soefie-traditie. Ik heb een moslimvriend gehad die in het ramadanverbod om overdag seksuele betrekkingen te hebben het toppunt zag van lichamelijke versterving. Een maand lang geen seksuele betrekkingen van zonsopkomst tot zonsondergang, – hij herhaalde het een paar keer, alsof hij dacht dat ik het niet geloven zou. Nee, zo erg ascetisch lijkt de islam mij niet. Ik zou het eens aan een kenner als Eddy Daniëls moeten vragen.  
     Lamrabets andere verklaring van de boerka is seksuele pudeur. De vrouw kiest er ‘bewust’ voor om ‘de privacy’ van haar lichaam af  te schermen. Dat kan natuurlijk en daar is niet zo veel mis mee. Als een vrouw zich wil onttrekken aan de bewonderende of keurende blikken van wellustige mannen, is dat haar zaak. Niemand moet zich daar naar paternalistische trant mee gaan moeien. Maar tegelijk is het ook moeilijk om uit te maken of zo’n keuze voor pudeur wel een vrije beslissing is van de vrouw, dan wel één die door een jaloerse en bazige man is opgedrongen. Ik denk wel eens het laatste als ik op een zomerse dag rondloop in Menen, de stad van mijn jeugd. Dan zie ik daar zo’n hippe moslimman – zonnebril, strakke jeans, open shirt, korte mouwen - over straat slenteren, op een meter afstand gevolgd door een vrouw waarvan alleen een klein deel van het gezicht zichtbaar is. Ik kan zo’n tafereel relativeren, mijn vader ook, maar mijn moeder wordt dan razend. Zou dat paternalisme zijn?