Posts tonen met het label Gebroeders Wright. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gebroeders Wright. Alle posts tonen

zondag 4 augustus 2019

Een slecht klimaatargument

      Op mijn en andere facebookpagina’s lees ik soms hevige discussies tussen klimaatontkenners en klimaatalarmisten. De tussenkomsten in die discussies zijn niet altijd peer-reviewed en bevatten vaak erg informele argumenten. Zelf gebruik ik ook geen andere.
     Er is daarbij een argument dat aan de twee kanten opduikt: de waarschuwing voor overmoed of zelfoverschatting, de befaamde hubris van de Grieken – die in hun mythologie en hun toneelstukken zo’n grote rol speelde.
     Bij de klimaatalarmisten gaat dat argument zo. De mens moet zich bescheiden opstellen tegenover de Grote Natuur. Als de mens teveel activiteit ontwikkelt, zeeën drooglegt zoals Faust, grondstoffen wint, energie verbruikt, vissen vangt en opeet, dan zal hij moeder Aarde ‘uitputten’. Het verminderen van onze CO2-productie is in die zienswijze een manier om het natuurlijk evenwicht te herstellen.
     Sommige klimaatontkenners hoor je iets soortgelijks beweren. De mens moet zich, alweer, bescheiden opstellen tegenover de Grote Natuur. Die is zelf groot genoeg om de Aarde op te warmen als ze dat wil en ze weer af te koelen als ze van mening verandert. Kijk maar naar de Grote en de Kleine IJstijd en de warme zomer van 1833. De mens moet niet denken dat hij met zijn industriële CO2 – jaarlijks 0,0004 % van de atmosfeer – ook maar iets te betekenen heeft, vergeleken met de onvoorstelbaar grote bewegingen van de planeten en de gigantische activiteit van de zon.
     De lezer heeft gemerkt dat klimaatalarmisten en klimaatontkenners het hubris-argument op een verschillende manier gebruiken. De eersten beweren dat de mens overmoedig hándelt, de anderen dat de mens overmoedig dénkt. Maar de wortel van het kwaad is in de twee gevallen dezelfde.
     Ik vind het argument niet op zijn plaats in discussies met een grote wetenschappelijke of technische component. De waarschuwing voor hubris kan heilzaam zijn als we ons persoonlijk, spiritueel of beroepsleven inrichten, of als politieke veranderingen moeten worden doorgevoerd waarvan we de gevolgen niet goed kunnen overzien. Maar als Icarus of de gebroeders Wright willen vliegen, hebben ze niets aan een preek over zelfoverschatting.  Wat zij nodig hebben, zijn een goede cursus over aerodynamica en materiaalkunde. Daarin mag ook het smeltpunt van was niet onvermeld blijven.

woensdag 4 oktober 2017

Achterstevoren

     Dat Jan de slippen van zijn hemd bóven zijn broek draagt, heb ik nooit erg gevonden. Dat doen kinderen nu eenmaal en het is gemakkelijk. Maar ik was er als de dood voor dat hij ooit een baseballpetje achterstevoren zou dragen. De moeilijkheid bij zo’n verkeerd gedragen petje is dat er geen tussenoplossing bestaat, zoals met hálflang haar, of één centimeter zichtbare onderbroek, of één erg kleine tattoo op een onzichtbare plek. Als je het basebalpetje alleen een kwartslag draait in plaats van helemaal, is het eigenlijk nog erger.
     Ik heb het subtiel aangepakt. Iedere keer als we een opgeschoten jongen met een omgekeerd baseballpetje tegenkwamen, zei ik tegen Jan: ‘Kijk, die jongen draagt zijn pet helemaal verkeerd. Zullen we het hem vertellen?’ Ik zeg dat nu nog.
     Waarom doet zo’n opgeschoten jongen dat nu, zijn pet achterstevoren dragen? De gebruikelijke verklaring is dat hij ‘cool’ wil zijn. En de gemakkelijkste manier om cool te zijn is om net hetzelfde te doen als de coole jongens al twintig jaar aan het doen zijn.
     Zo’n verklaring behoeft natuurlijk een verdere verklaring. Waarom zijn de éérste coole jongens met die rare gewoonte begonnen? Dat moet in de Verenigde Staten geweest zijn. Was het een daad van opstand en verzet? Maar tegen wat of tegen wie? Er was geloof ik geen instantie die voorschreef hoe je je pet moest dragen. Er waren geen wetten en er was geen jurisprudentie over het onderwerp. Het militair-industrieel complex zei er niks over.
     Dat is evenwel geen bezwaar. Wie opstandig wil zijn, vindt wel een ongeschreven wet om te overtreden. Orlando Figes beschrijft hoe de Russische arbeiders in 1917 ‘[started] wearing their caps back to front or tilted to one side… in a show of cocky defiance’. De Russen waren dus eerst.* Nochtans geloof ik evenmin dat de de kapitalistische bloedzuigers in dat land ooit hadden vastgelegd hoe de arbeiders hun hoofden moesten bedekken. Peter de Grote had indertijd van alles gedecreteerd over de lengte van de jassen en van de baarden, en een aanzienlijk deel van de bevolking moest in Rusland een uniform dragen, dat wel, maar dat had geloof ik allemaal weinig te maken met een schuine of averechtse pet.
     Zou er achter de coole look, het imitatiegedrag en de opstandigheid nog een andere reden zijn om een pet omgekeerd te dragen? Kan het de aantrekkingskracht van de perversie zijn? De klep van een hoofddeksel dient om de ogen te beschermen tegen fel licht en gebeurlijk tegen de regen. Er bestaan zelfs petten die alleen uit zo’n klep bestaan, en een bandje om ze aan het hoofd te bevestigen. Door de klep naar achter te draaien maak je het onmogelijk dat het doel wordt waargemaakt waarvoor de klep werd geschapen. De natuurlijke orde is verstoord. De wil van God wordt genegeerd.
     In De paradijsvogel vertelt Louis Paul Boon over een beschaving waar mannen en vrouwen naakt rondlopen en waar incest en bestialiteit zijn toegelaten. Maar daar komt verandering in. Een of andere hogepriesteres voert voor de vrouwen een lendendoek in waarop een driehoek is getekend, en die driehoek wijst … naar boven – dus in de tegenovergestelde richting van het het vrouwelijke schaamdeel zelf. Ik meen mij te herinneren dat het onnatuurlijke kledingsstuk met de onnatuurlijke tekening de seksuele lusten van de man níet tot bedaren bracht. Integendeel zelfs.

Toen Rusland nog communistisch was werd aldaar beweerd dat Russische geleerden alles eerst hadden uitgevonden: de radio, de locomotief, het vliegtuig. Meester Bernard op de lagere school waarschuwde ons voor die propaganda. De ware uitvinders waren Marconi, Stephenson en de gebroeders Wright. Het was een leugen, zei meester Bernard, dat al die nuttige apparaten waren uitgevonden door geleerden die Popov heetten.
Zo ging dat in die tijd. De Gruwelijke Realiteit van de Koude Oorlog brak binnen in het klaslokaal.