Posts tonen met het label Margaret Thatcher. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Margaret Thatcher. Alle posts tonen

maandag 15 maart 2021

Antiracistische wiskunde


      Het begon als een mopje van Margaret Thatcher, geloof ik, maar ondertussen bestaat de antiracistische wiskunde echt*. It’s totally a thing, zoals de Amerikanen zeggen. Ik heb het werkboekje ‘Dismantling Racism in Mathematics’ eens doorbladerd, 81 bladzijden, speciaal gemaakt voor wiskunde-leraren en -leraressen, en gesubsidieerd door een stichting van Bill en Melinda Gates. Bij het lezen wordt duidelijk dat veel van de antiracistische wiskunde weinig met antiracisme en en nog minder met wiskunde te maken heeft, maar daarentegen goed aansluit bij de onderwijsvernieuwingen van de laatste zeventig jaar. Want hoe zijn bijvoorbeeld de wiskundevraagstukken uit het vijfde leerjaar geëvolueerd? Zo, ongeveer, als je de karikatuur voor lief wilt nemen:

  • Jan - 1950
    Jan leent een bedrag van 350 000 frank. De afbetalingstermijn is 15 jaar. De interest bedraagt 5,75 procent en wordt na vijf jaar verhoogd tot 6,25 procent. Welk totaalbedrag aan interest en kapitaalaflossing zal Jan uiteindelijk betalen? De interest wordt steeds berekend op het totale bedrag.
    (     / 5 punten)
  • Jan en Katrien - 1965
    Jan en Katrien lenen een bedrag 500 000 frank De afbetalingstermijn is 20 jaar. De interest bedraagt 5 procent. Welk totaalbedrag aan interest zullen Jan en Katrien uiteindelijk betalen?
    (oplossingsmethode:    / 5 punten; uitkomst:      / 5 punten)
  • Steven en Linda - 1980
    Steven en Linda lenen een bedrag van 500 000 frank. De afbetalingstermijn is 20 jaar. De interest bedraagt 5 procent. Geef weer in een Venn-diagram.
  • (Uitkomst:    / 5 punten; attitude:     / 5 punten)
  • John en Cindy - 2005
    John en Cindy lenen een bedrag van € 100 000. De afbetalingstermijn is  20 jaar. De interest bedraagt 5 procent procent. Welk totaalbedrag aan interest zullen John en Cindey uiteindelijk betalen?
         a) 
    € 30
         b) € 100 000
         c)  € 700 000 000 000
    Je mag je rekenmachine gebruiken.
  • Elke en Jelle - 2020
    Elke en Jelle lenen een bedrag van 100 000 euro. De afbetalingstermijn is 10 jaar. De interest bedraagt 10 procent. Welk totaalbedrag aan interest zullen Jelle en Elke uiteindelijk betalen?  Wat denk jij? Formuleer een eigen persoonlijke mening.
    (        / 😃 )     

De antiracistische wiskunde bouwt verder op die pedagogische vooruitgang. Wel brengt ze enkele verfijningen aan, waardoor het cijfermatige nog wat meer op de achtergrond komt, en de sociale realiteit wat meer op de voorgrond.

  • Yassin
    Yassin  gaat een lening aan om een huis te kopen. Vind je het rechtvaardig dat de kappitalistische bank daarvoor interest aanrekent ? Ja / Nee. Vergelijk je antwoord met dat van je buur. Bepaal in onderling overleg hoeveel punten je verdiend hebt.
  • De Yuba-yuba’s
    De Yuba-yuba’s gebruiken in hun cultuur geen ingewikkelde interestberekening zoals onze kappitalistische banken. Dat komt omdat ze in een gemeenschapscultuur leven en elkaar niet uitbuiten. Is deze stelling  Juist / Fout? Je mag je GSM gebruiken.
  • Alika
    Uit protest tegen de moord op George Floyd besluit de afrofeministe Alika de lening voor haar huis niet verder af te betalen. De neokolonialistische bank dreigt ermee het huis van Alika in beslag te nemen.  Bespreek met de klas welke acties je hiertegen kunt ondernemen.

          Al die voorbeelden zijn verzonnen. Wie echte voorbeelden wil kan best het bovengenoemde werkboekje eens doorbladeren. Ook daar staat af en toe wel iets om te lachen in.


* Er bestaat trouwens ook zoiets als feministische gletsjerkunde. Echt. Daar schreef ik hier een stukje over. 

donderdag 27 augustus 2020

De meeste mensen deugen (5) - Heart of Darkness


     In de godgeleerdheid bestaat een onderdeel dat ‘theodicee’ heet, en waarin verklaard wordt hoe een algoede God te rijmen valt met het kwaad in de wereld. Eenzelfde probleem stelt zich voor Bregman* die min of meer uitgaat van een algoede méns. En net zoals de godgeleerden heeft Bregman na vlijtig zoeken enkele verklaringen gevonden, zoals: de goedheid van de mens mens is verborgen onder een laag vernis; of: de goede mens wordt tot het kwade gedwongen en verleid door een boosaardige elite die de maatschappij wil omvormen naar haar beeld en gelijkenis; of: de goede mens wordt in zijn jeugd misvormd door gewelddadige videogames. Over die videogames zwijg ik verder, omdat ik er genoeg verhandelingen van leerlingen over heb gelezen.
     De vernistheorie kan op twee manieren worden gebruikt. Meestal zegt men dat de mens nogal meevalt als hij omringd is door het gezellige comfort van de beschaving, en als dat comfort wegvalt in crisissituaties, dat dan duisternis van het hart wordt blootgelegd: langdurige verbouwingen die eindigen in echtelijke ruzies, buren die voedsel stelen van elkaar tijdens een hongerwinter, Mister Kurtz die in de Congo Vrijstaat een wreedaardige afgod van de inboorlingen wordt. Bregman van zijn kant verzamelt voorbeelden van het tegendeel. 
     Maar geen van de twee reeksen voorbeelden overtuigt mij. Ik heb nooit veel gezien in de vernistheorie. Ik zie geen reden om te denken dat wat Kurtz in Congo deed beter zijn ‘ware aard’ toonde dan wat hij daarvoor in Engeland deed, of dat de solidaire Brit tijdens de oorlog authentieker was dan de individualist van de Thatcherjaren. De ‘ware aard’ van de mens is dubbelzinnig en een crisis kan nu eens het ‘goede’, en dan weer het ‘kwade’ naar boven brengen. En bij de ene mens is er wat meer van dat goede, en bij de andere wat meer van dat kwade, voilà tout.
     Dan de boosaardige elite. Het bestaan daarvan zou bijvoorbeeld de oorlogsvoering kunnen verklaren. ‘Generaals, politici en ophitsers moeten alles uit de kast trekken – geweld, dwang, nepnieuws’, schrijft Bregman, om ons zover te krijgen, want ‘oorlog zit nu eenmaal niet diep in onze natuur.’ Daar is iets van aan. Maar wie bijvoorbeeld De slaapwandelaars gelezen heeft, over de Eerste Wereldoorlog (zie ook hier), krijgt sterk de indruk dat ook de elite toen helemaal geen oorlog wilde, behalve misschien de Oostenrijkse veldmaarschalk Conrad von Hötzendorf die met militaire overwinningen indruk wilde maken op zijn minnares. In Shakespeares oorlogsstuk ‘Henry V’ willen de bisschoppen oorlog om het parlement schaakmat te zetten, willen de edelen naar het slagveld om roem te vergaren en willen de kroeglopers PistolNym en Bardolph naar Frankrijk om te plunderen en te stelen.
     Trouwens, wie zijn die ‘elite’ of ‘machthebbers’? Over het ontstaan van de landbouwmaatschappij zegt Bregman, naar mijn smaak wat anachronistisch, dat de ‘1 procent de 99 procent ging onderdrukken’. Als hij recentere gebeurtenissen bespreekt, haalt hij aan dat er één groep was die loog en manipuleerde, met name ‘de machthebbers. De wetenschappers en de hoofdredacteuren, de gouverneurs en de politiecommissarissen.’ Met die wetenschappers en de hoofdredacteuren erbij, komen we geheid aan meer dan 1 procent, vooral omdat Bregman elders ook nog de eigenaars van een Mercedes** en de economiestudenten vermeldt.
     En de ceo’s natuurlijk. Bregman citeert ‘sommige studies’ waaruit blijkt dat ‘4 tot 8 procent van de ceo’s kan worden gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis, vergeleken met 1 procent van de gewone bevolking’. Maar hier botsen we op ook op de grens van de verklaring. Die antisociale aanleg manifesteert zich dus maar bij ‘4 tot 8 procent’ van de ‘1 procent’. Er zijn dus 92 tot 96 procent machthebbers die niet zo bijzonder asociaal zijn.
      Ik ben het met Bregman eens dat macht corrumpeert, en ik ben het ook met hem eens dat de meeste mensen nogal goedgelovig zijn. ‘The Erewhonians are a meek and long-suffering people,’ schreef Samuel Buttler, ‘easily led by the nose.’ Maar hele domeinen van het menselijk gedrag verklaren vanuit de manipulatie door 0,04 tot 0,08 procent van de bevolking, ceo’s en andere ‘machthebbers’, dat gaat mij wat ver.
    Ten slotte: wat is ‘goed’ en ‘kwaad’ eigenlijk? Maar die vraag hou ik voor morgen of overmorgen, waarna ik uitgeput zal neerzijgen.

* Zie ook hierhierhier en hier.
** Let wel: Mercedes, niet Jaguar (zie hier)

 

maandag 3 december 2018

Marrakesh en de internationale samenwerking


     Van de voorstanders van het Marrakesh-pact hoor je vooral twee argumenten. Het pact is niet-bindend, zegt men, en het verplícht ons dus niet tot die soepeler immigratieregeling. En twee, immigratie is, hoe je het nu draait of keert, een kwestie van internationale samenwerking. En voor die internationale samenwerking moeten we af en toe compromissen sluiten en verklaringen ondertekenen. Wie zulke verklaringen niet geestdriftig ondertekent is een spelbederver die later niet meer mee zal mogen spelen als er mondiaal geknikkerd wordt. ‘Hier zet België zijn internationale reputatie op het spel,’ zei minister Geens (CD&V) op vtm.
     Ach, zo’n vaart zal het wel niet lopen. Ik begrijp dat reputatie en goede naam iets waard zijn, ook al gaat het om een klein land als het onze. ‘How may I live without my name?’ vraagt Proctor in The Crucible. Maar komt je goede naam onvermijdbaar in gevaar als je eens flink dwars ligt? En kun je daarna minder bereiken in het leven? Ik geloof het niet. In de goede oude tijd heeft Margaret Thatcher vaak haar zin gekregen door dwars te liggen binnen de Europese Gemeenschap. Als andere landen binnenkort een voor hen voordelig contract met ons willen afsluiten, zullen ze dat contract niet versmaden vanwege ons rebels stemgedrag in de Verenigde Naties. En mocht dat contract voor hen nádelig zijn, zullen ze het niet aanvaarden alleen omdat wij ooit eens zo braaf hebben gestemd op een VN-vergadering.
     Zelfs iemand als de Nederlandse oud-politicus Frits Bolkenstein, die heel erg thuis was in de diplomatieke wereld, en die niet licht dacht over de reputatie van zijn land, heeft zijn regering – tevergeefs – opgeroepen om Marrakesh niet te ondertekenen. Misschien voelde hij zich gesteund omdat andere regeringen ook niet  ondertekenen: die van Australië, Bulgarije, Kroatië, Hongarije, Italië, Israël, Oostenrijk, Polen, Slovakije, Tsjechië, de Verenigde Staten en Zwitserland. Er valt op enkele van die regeringen wel wat aan te merken, maar op enkele van de regeringen die wél zullen ondertekenen valt ook wat aan te merken.
     Het zou natúúrlijk beter zijn als alle landen van de wereld mooi samenwerkten rond de immigratiekwestie, vanuit gemeenschappelijke uitgangspunten en vanuit gelijke belangen. Ik geloof dat we daar op lange termijn naartoe gaan. Maar als die gemeenschappelijke uitgangspunten en gelijke belangen alleen maar een illusie zijn, is het beter een stapje achteruit te doen, en te kijken op welke heel concrete punten kan worden samengewerkt.      In het Nederlandse dagblad Trouw verscheen een boeiend artikel waarin Alexander Betts, directeur van het Refugees Studies Centre in Oxford zijn mening geeft. Volgens Betts heeft de VN-bureaucratie ongepast gereageerd op de immigratiecrisis van 2015. ‘Ruimte en capaciteit die de VN hadden kunnen gebruiken voor een praktische respons, besteedden ze aan twee abstracte documenten vol principes en ideeën.’ De onderhandelingen over die teksten, waarvan het Marrakesh-pact er een is, verliepen niet tussen landen of regeringen, waar de meningen uit elkaar aan het drijven waren, maar tussen gespecialiseerde juristen en humanitaire oud-hulpverleners die het wel heel goed met elkaar konden vinden. Ze leefden onder elkaar in een heel wat harmonieuzer wereld dan de werkelijke. Hun teksten, wisten ze, zouden achteraf worden goedgekeurd door allerlei regeringen die naïviteit aan cynisme koppelen, zij het in verschillende verhoudingen.
     Een realistische samenwerking zal, geloof ik, moeten beginnen met een stapje achteruit te zetten. Het zal een samenwerking moeten zijn tussen echte mensen, met echte verantwoordelijkheden, zoals gebeurt bij bilaterale akkoorden tussen Europese landen en herkomst- en doorreislanden. Het komt er dan vaak op neer dat Europese landen aan Derde Wereldregimes – Marokko, Turkije, Libië, Tsjaad, Mali – geld geven om ónze grenzen te sluiten en dat doen die regimes op hún manier. Als die landen morgen het Marakesh-pact ondertekenen, zal dat aan die manier weinig veranderen. Een Europa dat haar grenzen op een efficiënte maar ook humane manier wil beschermen, zal aan die regimes nog meer geld moeten geven – en dan nog – en vooral, ze zal de controle van haar grenzen zelf meer in handen moeten nemen.
     Daarmee komen we aan het tweede luik van een realistische samenwerking in de toekomst: die tussen de Europese landen zelf. Die landen hebben allemaal eenzelfde belang bij een strikter immigratiebeleid*, en dat gemeenschappelijke belang kan een solide basis zijn voor solide samenwerking. Maar het inzicht in dat belang groeit ongelijkmatig, zoals nu weer blijkt. Sommige landen tekenen het Marrakesh-akkoord blindelings, andere voegen er een ‘interpretatieve nota’ aan toe, en nog anderen weigeren te tekenen. Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, lopen de landen die níet tekenen voorop in de toekomstige internationale samenwerking, die er een zal zijn om de Europese buitengrenzen beter te beschermen. Het Marrakesh-pact is een overblijfsel van een vorig tijdperk, het tijdperk van vóór 2015, het tijdperk van ‘wir schaffen das’.
     Die visie wordt klaar verwoord door Marc Bossuyt, voormalig rechter en voorzitter Grondwettelijk Hof, ex-commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de statenlozen en gewezen voorzitter van de VN-Commissie mensenrechten. Bossuyt is zelf, om tactische redenen, voorstander van een ‘interpretatieve nota’. Maar over de inhoud van het pact is hij duidelijk:  ‘Deze tekst is in een typische, optimistische VN-geest opgesteld. Maar zo’n ingesteldheid kan het Westen zich sinds de migratiecrisis van 2015 niet meer permitteren.’


 
 
* Links en rechts – in de twee betekenissen van de uitdrukking – zijn er ook lui die overtuigd zijn van de economische meerwaarde van de immigratie. Misschien weten we meer als de studie van de Nationale Bank over de migratiekost zal verschijnen. Migratie-voorstanders zoals Wouter Beke (CD&V) staan al bij voorbaat sceptisch tegenover zulke studies. ‘Moeten we ook de kostprijs berekenen van iemand die in een rolstoel zit?’ vroeg hij. Ik heb er elders al voor gepleit om economische en humanitaire argumenten niet door elkaar te halen.

zondag 30 april 2017

Raoul over Che Guevara, revolutie en dictatuur

     Op de paaskermis in Kortrijk stond vroeger een tent waarin vrijwillige toeschouwers het konden opnemen tegen worstelaar Raoul. Misschien waren die vrijwilligers helemaal geen toevallige toeschouwers, maar betaalde medewerkers. Kermisklanten zijn sluwe kerels. In elk geval vuurde de exploitant van de tent vanachter de microfoon zijn kampioen aan. Allez Raoul, draai dat been eruit. Allez, Raoul, wring hem de nek om. Aan die Raoul moet ik altijd even denken als ik ergens een interview zie met PVDA-man Raoul Hedebouw. En als de PVDA-man zich boos maakt in het federale Parlement, moet ik al helemaal terugdenken aan de kampvechter van mijn jeugd.
     Deze week heeft Raoul een interview gegeven aan De Zondag.
     Zo’n politiek interview heeft zelden de allure van een filosofisch essay. Het is niet erg aardig om in zo’n stuk te gaan speuren naar logische foutjes of onnauwkeurigheidjes. Een oude schoolkameraad, die tot dezelfde partij als Raoul behoort, zou mij daar trouwens onmiddellijk op aanspreken. Ik frons dus hoogstens één wenkbrauw als Raoul beweert dat onder Thatcher de Engelse economie bergaf ging, dat onder Pinochet  het analfabetisme in Chili bergop ging, en dat het schrijven van veel boeken bewijst dat de PVDA geen partij van populisten is. Ik ben bereid daar allemaal niet te zwaar aan te tillen. In het vuur van ons betoog, gooien we allemaal wel eens zaken op één hoop en misschien bedoelt Raoul iets anders dan wat hij zegt.
     Maar aan het einde van het interview krijgt Raoul een paar moeilijke vragen die hierop neerkomen: Is de PVDA nu voor of tegen een communistische dictatuur? Is de PVDA nu voor of tegen revolutionair geweld? Raoul verklaart dat hij tégen dictatuur en tégen geweld is, en voegt daar enkele nuances aan toe waaruit blijkt dat hij eigenlijk vóór die dictatuur en vóór dat geweld is – als ze van de juiste linkse kant komen. De antwoorden van Raoul verbaasden mij omdat ik dacht dat de PVDA al meer afstand had genomen van haar marxistisch-leninistisch verleden en al verder was opgeschoven naar de brede, democratische, groen-linkse grondstroom van meer gelijkheid, meer belastingen en meer staatsbemoeienis.
     Dat van die dictatuur kan ik het makkelijkste uitleggen, want Raoul zegt onomwonden dat hij veel sympathie heeft voor het Cubaanse regime. Dat zeggen wel meer linkse mensen. Maar Raoul beweert nog iets anders. Hij beweert, in tegenstelling tot die andere linkse mensen, dat Cuba géén dictatuur is. Daarvoor heeft hij twee argumenten. Één. Mandela heeft indertijd Cuba uitgekozen voor zijn eerste buitenlandse reis. Ik geloof dat dat waar is, maar als argument is het zwak. Twee. Castro is alleen heel lang aan de macht kunnen blijven omdat hij de steun had van het volk.
     Of dat waar is van die steun, weet ik niet. Het doet hier ook niet ter zake. De steun van het volk voor een regime is immers niet de definitie van democratie. De bevolking mag als één man achter het regime staan, zolang ze de kans niet krijgt om dat in vrije verkiezingen duidelijk te maken, heb je geen democratie maar een dictatuur. En in die betekenis zijn zowel het linkse Castro-regime als het rechtse Pinochet-regime, wat verder ook hun verdiensten of tekortkomingen mogen zijn, als dictaturen op te vatten. Ik heb het Ludo Martens, de leermeester van Raoul, vele keren horen uitleggen. Het Stalinregime was democratisch want het volk stond als één man achter het regime. Dankzij die volkssteun kon het regime de nazi-inval afslaan. Nu, misschien was dat zo, misschien ook niet. Maar met democratie had dat niets te maken.
     De kwestie van het revolutionaire geweld ligt ingewikkelder. Raoul prijst de gewapende strijd van Che Guevara. ‘Je moet dat in de specifieke context zien. De Cubanen leden onder de dictatuur van Batista. Was er een andere oplossing? ... Soms is dat nodig. Maar dat betekent niet dat we dat in België gaan toepassen. Che heeft in Congo en Bolivia ook ondervonden dat dat niet overal werkt. Je moet het volk aan je kant hebben.’
     Ik wil hier een eind meegaan met Raoul. Om te beginnen vind ik het prachtig dat Raoul geen geweld wil toepassen in België. Ook volg ik hem in zijn redenering over die ‘specifieke context’. Ik kan begrijpen dat er ‘specifieke contexten’ bestaan waarin strijdbare temperamenten een wapen leegschieten op soldaten of bomaanslagen plegen op kazernes. Een dictatoriaal regime waarbij de bevolking (of een deel ervan) de kans niet krijgt om de regering op vreedzame manier wandelen te sturen is zo’n ‘specifieke context’. Het is eigenlijk ook de enige. Maar Raoul zijn voorbeeld van Bolivia, waar Che ‘het volk niet aan zijn kant had’, roept bij mij herinneringen op aan 45 jaar geleden.
     Ik had juist het boekje van Régis Debray gelezen over de ‘Revolutie binnen de revolutie’. Debray was met Che naar Bolivia getrokken om her en der ‘revolutionaire haarden’ aan te steken. In zijn boekje legde hij uit dat guerrilla-activiteiten de beste methode waren om het volk aan je kant te krijgen. Met die nieuw verworven wijsheid ging ik naar een avond van het Davidsfonds, waar Fernand Tanghe, een maoïst uit Leuven – later een van de eerste ex-maoïsten – aan de plaatselijke middenstand de principes van de volksoorlog kwam uitleggen. Che Guevara en Debray hadden het in Bolivië verkeerd aangepakt, vertelde Tanghe. Daarom was Debray gevangen genomen en was Che doodgeschoten. Een échte revolutionair pakte dat anders aan. Je moest eerst een significant deel van de bevolking achter je krijgen, zoals Mao dat had gedaan in China.  Daarna pas mocht je het militaire geweld bovenhalen.
     Ik heb daarna jarenlang de doctrine uitgedragen die ik van Fernand Tanghe had geleerd. Revolutionair geweld was alleen geoorloofd in een ‘specifieke context’. Revolutionair geweld was alleen aanvaardbaar als er geen andere oplossing was. Revolutionair geweld kon alleen maar worden aangewend als je het volk aan je kant had. Vooral dat laatste. Dat Raoul vandaag dezelfde argumentatie hanteert, laat zien dat bij de PVDA de ‘oude vormen en gedachten’ van tante Jet nog niet volledig gestorven zijn.
     Wat Raoul had moeten zeggen is dit: ‘Cuba is voor ons geen model. Wij zullen nooit, zoals Lenin en Castro, de vrije verkiezingen opdoeken en partijen verbieden die een ander ideaal aanhangen dan het onze. Che Guevara voerde zijn gewapende strijd in Cuba en Bolivia tegen militaire dictaturen. Maar wij leven in een liberale democratie. In zo’n context zullen wij nooit revolutionair geweld goedpraten, bepleiten of organiseren. Maar verder blijven wij voorstanders van meer gelijkheid, meer belastingen en meer staatsbemoeienis.’
     Ik weet niet of Raoul mijn raad zal volgen. Misschien antwoordt hij wel: ‘Wij hebben geen lessen in democratie te ontvangen van ...’ waarop een scheldwoord, een smadelijke omschrijving of een jij-bak volgt. Communisten zijn sterk in een bepaald soort polemiek.

Dit stukje verscheen ook op Doorbraak



    

zondag 4 december 2016

Trumponomics

     Het succes van Trump heeft al een paar een paar nieuwe woorden opgeleverd. Eerst was daar de guitige Bjorn Soenens die sprak van ‘Trump en de trumpisten’ en nu lees ik overal over ‘Trumponomics’. De taal, jongens en meisjes, is een levend organisme, en voortdurend in beweging. De vooruitgang is niet te stoppen. Waarom leren we zoiets niet op school?
     Trumponomics is een nieuw woord dat ingegeven is door een ander nieuw woord, Reaganomics, want ook in de jaren tachtig van vorige eeuw was taal al helemaal in beweging. Reganomics verwees naar de economische politiek van Ronald Reagan. Die Reagan had als student boekjes van Frédéric Bastiat gelezen en had daaruit onthouden dat de vrije markt veel voordelen bood.  Toen hij president was, kreeg hij ooit bezoek van leerfabrikanten die hem kwamen vragen om goedkoop buitenlands leer van de Amerikaanse markt te houden. Hij ontving de leermensen vriendelijk, vertelde allerlei anekdotes over de cowboyfilms waarin hij had meegespeeld en de soepele leren laarzen die hij daarbij gedragen had – zo’n leer maakten ze nu niet meer. Toen zijn bezoekers vertrokken waren, knipoogde hij naar zijn secretaris: ‘No way I was going to give in to that lot’. Hij vond het niet de taak van de president om de ene burger (de leerproducent) te bevoordelen tegenover de andere burger (de leerconsument).
     Trumponomics is ongeveer het tegenovergestelde van Reaganomics. Trump heeft geloof ik weinig boekjes gelezen – behalve misschien ‘de’ boekjes zoals we dat in Vlaanderen zeggen – als er tenminste bij die boekjes een lingeriekatern was ingesloten. In zijn hoedanigheid van zakenman heeft hij daarentegen altijd deals moeten afsluiten met overheidsinstanties – om te mogen bouwen, om casino’s te kunnen uitbaten, om faillissementen te regelen – en dat wil hij nu als president blijven doen.
     We kunnen dat het beste illustreren met de deal die Trump enkele dagen geleden heeft  afgesloten met het Amerikaanse bedrijf Carrier, dat al sinds 1915 betrouwbare aircosystemen maakt en daarmee nog even wil doorgaan, ook al heeft onze nieuwe Paus daar bedenkingen bij. Het bedrijf was al enige tijd van plan om een fabriek met duizend arbeiders in Indianapolis te sluiten en de productie te verplaatsen naar Mexico, waar de lonen vier keer lager zijn. Als die Mexicanen nu drie maal minder productief zijn dan hun Amerikaanse collega’s, kan Carrier nog altijd goedkoper produceren in Mexico en daarna het gerief weer invoeren in de Verenigde Staten. Trump heeft nu geregeld dat de productie in Indianapolis blijft.
     Mensen met een empathische aanleg zullen even moeten afwegen of ze vooral blij zijn voor de Amerikanen die hun betrekking behouden, of bedroefd voor die Mexicanen die hun betrekking niet krijgen. Het eerste is gemakkelijker, want dat gaat om echte mensen met een naam en een voornaam en vaak ook een vrouw en kinderen die ook allemaal een naam en een voornaam hebben. Die Mexicanen zijn evenwel naamloos. Van de 2,2 miljoen werkloze Mexicanen zijn er duizend, of misschien wel meer, die een betrekking hadden kunnen krijgen. Wie die duizend zijn, weet niemand.
     Er is meer. Om het bedrijf in Indianapolis te houden heeft Trump 7 miljoen dollar steun beloofd, dus 7 duizend dollar per geredde werkplaats. Hoe het bedrijf die 7 miljoen zal krijgen – in een bruine enveloppe, als goedkope lening of als belastingvermindering – is niet helemaal duidelijk. Ik ga er hier maar even vanuit dat het om een belastingvermindering zal gaan. Welnu, ik geloof nooit dat Trump die belastingvermindering uit eigen zak zal bijpassen. Misschien zullen andere bedrijven allemaal een beetje meer belasting moeten betalen. Dat zou jammer zijn, want dat zijn juist gezondere bedrijven die ook zonder speciale tegemoetkoming rendabel zijn en zulke bedrijven bieden een betere waarborg voor toekomstige tewerkstelling dan de bedrijven die moeten worden geholpen. Die 7 miljoen kan ook gehaald worden uit hogere belastingen op de gezinsinkomens. Dat is dan weer 7 miljoen die de gezinnen niet kunnen uitgeven aan het lekkere varkensvlees en de voortreffelijke sojabonen die in de buurt van Indianapolis worden gekweekt. Dat zullen de varkensboeren en sojakwekers niet fijn vinden.
     Of misschien stelt de staat Indiana zich tevreden met 7 miljoen minder inkomsten. Dat lijkt me wel wat. Maar het blijft bij mij wringen dat het ene bedrijf 7 miljoen minder moet betalen en het andere bedrijf niet. Als ik een bedrijf in Indiana had, dan zou ik een brief schrijven naar Trump om aan te kondigen dat ik ook naar Mexico vertrek als ik geen 7 miljoen belastingvermindering krijg. En als alle bedrijven in Indiana en  West-Virginia en Ohio en Michigan en Illinois zo’n brief schrijven, hoe zal Trump dat dan oplossen? Zal hij met al die  bedrijven samen een deal afsluiten? Of zal hij dat geval per geval bekijken? En hoever zijn we dan nog verwijderd van het vriendjespolitiekkapitalisme?*
     Ik doe nu net alsof die staatsteun voor Carrier iets heel bijzonders is en iets heel zeldzaams. Dat is natuurlijk niet zo. Zelfs Reagan heeft nog ingegrepen om Harley Davidson te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. En we moeten maar naar ons land kijken om het speciale-regelingen-kapitalisme aan het werk te zien. Je krijgt een premie voor zonnepanelen, voor energiebesparing en voor biologisch tuinieren. Je wordt financieel aangemoedigd voor het aanwerven van oudere werknemers, voor het aannemen van jongere werknemers en voor het investeren in technologie die jongere en oudere werknemers overbodig maakt. En dan zijn we verwonderd dat het algemene belastingpeil zo hoog is.
     Er valt weinig tegen te beginnen. Politici willen altijd ingrijpen in de economie om een of ander doel te bevorderen dat goed overkomt op de televisie: goedkoop wonen, hogere lonen, schone lucht, open ruimte, kenniseconomie. Voor Trump is dat doel het in stand houden van de industriële productie en de daarbij horende hoge lonen voor arbeiders met veiligheidshelmen op.  Maar na Thatcher en Reagan is het enige tijd in de mode geweest om af een toe iets te zeggen tegen die staatstussenkomst, die immers lang niet altijd aflevert wat ze belooft.  Het was in de mode om af en toe een goed woord te spreken van de vrije markt, die de zaken ook soms aardig voor elkaar krijgt. Die tijd lijkt nu gedaan. Na de deal van Indianapolis zei Mike Pence, de toekomstige vice-president: ‘Als je de vrije markt laat begaan, verliest Amerika.’ En Trump voegde eraan toe: ‘Telkens weer, telkens weer.’

*  Mijn linkse vrienden gaan er nog aan toevoegen dat Trump cadeaus uitdeelt aan de aandeelhouders van Carrier. Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. De aandeelhouders willen een zekere ‘return on investment’ en die kunnen ze bij Carrier waarmaken als ze, ofwel hun bedrijf verplaatsen naar Mexico, ofwel een ferme loondaling doorvoeren in Indianapolis. Door de steun moeten ze nu hun bedrijf niet verhuizen en moeten ze ook geen loondaling doorvoeren. Je zou dus evengoed kunnen zeggen dat de steun een subsidie is om de hoge lonen van de Amerikaanse Carrier-arbeiders in stand te houden.

** “The free market has been sorting it out and America’s been losing,” Mr. Pence added, as Mr. Trump interjected, “Every time, every time.”

woensdag 28 oktober 2015

Neo

In wijzerzin: vier die zichzelf om de dooie dood
nooit neoliberaal genoemd zouden hebben:
Friedrich Hayek (Burkean Whig), Milton Friedman
(small capital libertarian), Margaret Thatcher (Tory),
Ronald Reagan (American).
    Dit seizoen telt ons voetbal twee neo-eersteklassers: Sint-Truiden, dat kampioen werd in tweede klasse, en na een spannende eindronde, ook OHL. Bij die laatste club is Jan getest en goedgekeurd om bij de beloften te spelen, maar zés trainingen per week én een match leek ons wat te veel voor een toekomstige eerstejaarsstudent.
     Dat voorvoegsel ‘neo’ van daarnet in ‘neo-eersteklassers’ kom je vaak tegen in de filosofie en in de kunst: neoplatonisme, neothomisme, neopositivisme, neoromantiek, neoclassicisme … Dat is allemaal in orde, als je daar van houdt, behalve dat laatste, want classicisme betekent eigenlijk al neoklassiek, en met neo-neoklassiek krijg je wel erg slappe thee.
     In de politiek ligt het moeilijker. Daar heb je neonazi’s en neofascisten en die deugen niet, maar de oude nazi’s en fascisten deugden ook al niet; dat ‘neo’ verandert daar niets aan. Neomarxisten hoeven zich dan weer voor niets te schamen en neoconservatieven al evenmin. Ik heb ooit een bundel essays van Irving Kristol gelezen en die bundel heette ‘Neoconservatism’. Kristol was daar helemaal niet beschaamd over.
    Met het woord neoliberaal is dat anders. Onlangs vertelde Etienne Vermeersch op tv dat de NVA weliswaar ‘liberaal’ was, maar niet ‘neoliberaal’. Zó extreem was de Alliantie echt niet, vond de professor, en met Bart De Wever was het leuk praten op Reyers Laat.
     Er zijn, bedenk ik nu, helemaal geen Vlaams-nationalisten, maar ook heel weinig liberalen, hoe radicaal ook, die zichzelf ‘neo-liberaal’ noemen. Het woord wordt eigenlijk alleen door tegenstanders gebruikt. Het voorvoegsel ‘neo’ zorgt hier onmiskenbaar voor een negatieve bijklank. En dat is niet eerlijk, vind ik, want bij alle andere woorden is ‘neo’ onpartijdig en betekent het alleen ‘een nieuwe versie van’.


     Naschrift op 9 maart 2017. Vandaag lees ik op Wikipedia dat  ‘neoliberalisme’ oorspronkelijk ook de neutrale betekenis had van ‘nieuwe en afgezwakte versie van het klassieke liberalisme’.
   

Oorspronkelijk geplaatst op 27 mei 2015

dinsdag 1 september 2015

Voor zijn werk


   Elia Kazans vrouw Molly Thacher – haar naam werd later vaak verkeerd gespeld als Thatcher – was geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Chique familie. Dochter van de rector van Yale. Jarenlang lid van de Communistische Partij. Via Kazan heeft ze haar stempel gedrukt op het Amerikaanse theater van de jaren 40 en 50 van vorige eeuw. Zij besliste welke stukken hij regisseerde, en hoe.
   Waar ze echter geen vat op had, was het ongeregelde liefdesleven van Kazan. Die man was onverbeterlijk. Psychoanalytisch ingestelde vrienden van hem dachten dat zijn promiscuïteit voortkwam uit een minderwaardigheidscomplex. Hijzelf wist beter. Het was voor zijn werk. Een regisseur moest voor alles een mensenkenner zijn. En hoe kon je nu een mensenkenner zijn als je niet met Marilyn Monroe geslapen had?


Oorspronkelijk geplaatst op 7 december 2014