Posts tonen met het label protectionisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label protectionisme. Alle posts tonen

vrijdag 6 april 2018

SP.A krijgt economieles van Boerenbond

SP.A-Annick: Prijs laten vastleggen door overheidsdienst Economie
     De SP.A heeft iets nieuws bedacht, waarmee ze de verkiezingsstrijd zeker kunnen winnen. ‘Verbied promoties in supermarkten,’ lees ik op de eerste pagina van Het Nieuwsblad. Als ik verder blader tot pagina 9 krijg ik meer uitleg van SP.A-kamerlid Annick Lambrecht. Het gaat om promoties voor vlees, zuivel, groenten en fruit - promoties van het type ‘1 kilogram kopen, 1 kilogram gratis’. Annick wil dat naar het Franse voorbeeld laten verbieden. Wat ik zou willen weten: hoe zit dat met graan? Dat is wel geen groente, maar ik ben er niet gerust in. Als graan, en brood, ook onder het promotieverbod valt, is dat een lelijke streep door mijn rekening. Iedere keer dat het lekkere Breughelbrood van Delhaize in promotie gaat, koop ik zes en soms wel negen stuks om in te vriezen. Ik spaar daar meerdere euro’s mee uit. Van zo’n besparing kan ik een hele dag blij rondlopen.
     En Annick heeft nog slecht nieuws voor mij. Ze wil buitenlandse landbouwproducten extra belasten. Dat is beter voor onze producten, zegt zij, en zij heeft het voorbeeld van appelen. Verdomme! Jan en ik zijn grootafnemers van buitenlandse appelen. Dat zou over een heel jaar berekend een flinke meeruitgave kunnen worden. Nu zou je kunnen zeggen: jouw verlies is de winst van de Belgische appelboer. Wat de ene partij verliest, is winst voor de andere partij. Maar er is een derde partij die ook verliest: de Nieuw-Zeelandse appelboer. En er is zelfs een vierde partij. Al het geld dat ik nu uitspaar door tariefvrije buitenlandse appeltjes te kopen, gaat rechtstreeks naar een rekening waarvan ik dan mooie boeken koop. Als Annicks partij het voor het zeggen krijgt, gaat dat geld in de toekomst niet meer naar de boekhandelaar, maar naar die verdomde tarieven. Die boekhandelaar is dus ook benadeelde partij.
     Maar het is niet alles kommer en kwel. Er valt ook wat te lachen. SP.A-Annick stelt immers ook voor om minimumprijzen in te voeren voor landbouwproducten. En de Boerenbond verwerpt dat voorstel. U leest het goed, beste lezer. Annick stelt minimumlandbouwprijzen voor en de Boerenbond verwerpt dat voorstel. Als u het niet gelooft wil ik ook de letterlijke woorden van woordvoerder Luc Vanoirbeek meegeven: ‘We waarderen het positieve signaal wel, maar we vinden het geen goed idee om in te grijpen op het marktmechanisme.’ Voilà.
     Wat moet volgens Annick dan in de plaats komen van het marktmechanisme? Heeft Annick aan een alternatief gedacht? Ja, Annick heeft aan een alternatief gedacht: ‘Laat de overheidsdienst Economie per product vastleggen hoeveel de supermarkten minimaal aan de landbouwers moeten betalen, zegt ze. Je zou bijvoorbeeld een systeem kunnen uitwerken waarbij het minimumniveau de kostprijs van de producten is.’ Alweer, u leest het goed. De kostprijs. En hoe gaan we die kostprijs berekenen? Mijn schoonvader heeft heel zijn leven als tuinbouwer gewerkt: aardappels, tomaten, sla, witloof, radijsjes, alles. Hij ging daarbij slimmer tewerk dan de meeste van zijn buren, en werkte ook sneller, zodat zijn kostprijs voor die producten lager lag. Naar welke kostprijs moet de ‘overheidsdienst Economie’ zich nu richten? Naar die van mijn schoonvader of naar die van zijn buren? Of moeten we de gemiddelde kostprijs berekenen?
     En dan heb je nog de kwestie van de investeringen. Mijn schoonbroer, die het bedrijf heeft overgenomen, plant, verzorgt en oogst zijn aardappels met machines waar mijn schoonvader niet van had kunnen dromen. Zijn kostprijs is alweer lager, dank zij die investeringen. Maar met investeren is het een moeilijke zaak. Je kunt te weinig investeren, zodat je kostprijs te hoog ligt en je kunt te veel investeren, zodat je kostprijs alweer te hoog ligt. Een al te voortvarende tuinbouwer kan blijven altijd maar grotere machines, tractoren en vrachtwagens aankopen. Als dat allemaal in de kostprijs wordt verrekend, en de kostprijs wordt in de minimumprijs vastgelegd, dan loopt hij daarbij weinig risico. Hoe zal de ‘overheidsdienst Economie’ daar een mouw aanpassen? Door ook het investeringsniveau vast te leggen in een vijfjarenplan, zonder het trial and error van de markt? Daar schijnen allerlei problemen mee te zijn.
     Ik geloof dat Annick daar allemaal niet over heeft nagedacht. De boeren moeten gewoon ‘een eerlijke prijs krijgen voor hun producten,’ zegt ze. Zo’n begrip als ‘eerlijke prijs’ lijkt mij, eerlijk gezegd, een beetje naïef. En ook naïef is die andere redenering van Annick, namelijk dat door het invoeren van een minimumprijs minder met het voedsel zal worden gesjoemeld. Hier onderschat ze, vrees ik, de schraapzucht van de kapitalist. ‘t Is zorgelijk dat ik daar een socialiste op moet wijzen.
     Ik heb een mobieltje van Nokia dat mij soms in de steek laat. De wekkerfunctie is stuk, als ik in de klas een filmpje opneem, blijft de klank soms achterwege, en als ik opgebeld word, gebeurt het dat het toestelletje blokkeert. Die Nokia-mensen zijn in  hun kwaliteitscontrole duidelijk niet tot het uiterste gegaan. Ze hebben, als je wil, gesjoemeld. Nu, het toestelletje kostte ook maar 79 euro. Maar als Annick, of de SP.A, of de ‘overheidsdienst Economie’, de prijs van dat mobieltje op 120 euro zou zetten, zouden zij bij Nokia de kwaliteitscontrole dan opdrijven? Nee hoor, die rotkapitalisten zouden gewoon die 41 euro extra op zak steken en hun doorgedreven kwaliteitscontrole voorbehouden voor de nog duurdere modelletjes. En met dubieus slachtvlees zou dat op precies dezelfde manier in zijn werk gaan. Er zou, bij gelijkblijvende controles, evenveel gesjoemeld worden, maar het sjoemelvlees zou duurder zijn.
     ‘Achetez français,’ zei communistenleider Marchais indertijd.  Ach, waarom niet? ‘Trots op eigen producten,’ zegt Annick van SP.A. Och, ik vind dat best. Wij kopen ons – weinige – vlees ook vaak bij een plaatselijke boer. Maar ik wil daar wel graag zelf over beslissen. Mijn koopgedrag moet niet gestuurd worden door tarieven en hogere minimumprijzen. Ik geef mijn steun aan de Boerenbond. Geen verstoring van het markmechanisme!

zondag 4 december 2016

Trumponomics

     Het succes van Trump heeft al een paar een paar nieuwe woorden opgeleverd. Eerst was daar de guitige Bjorn Soenens die sprak van ‘Trump en de trumpisten’ en nu lees ik overal over ‘Trumponomics’. De taal, jongens en meisjes, is een levend organisme, en voortdurend in beweging. De vooruitgang is niet te stoppen. Waarom leren we zoiets niet op school?
     Trumponomics is een nieuw woord dat ingegeven is door een ander nieuw woord, Reaganomics, want ook in de jaren tachtig van vorige eeuw was taal al helemaal in beweging. Reganomics verwees naar de economische politiek van Ronald Reagan. Die Reagan had als student boekjes van Frédéric Bastiat gelezen en had daaruit onthouden dat de vrije markt veel voordelen bood.  Toen hij president was, kreeg hij ooit bezoek van leerfabrikanten die hem kwamen vragen om goedkoop buitenlands leer van de Amerikaanse markt te houden. Hij ontving de leermensen vriendelijk, vertelde allerlei anekdotes over de cowboyfilms waarin hij had meegespeeld en de soepele leren laarzen die hij daarbij gedragen had – zo’n leer maakten ze nu niet meer. Toen zijn bezoekers vertrokken waren, knipoogde hij naar zijn secretaris: ‘No way I was going to give in to that lot’. Hij vond het niet de taak van de president om de ene burger (de leerproducent) te bevoordelen tegenover de andere burger (de leerconsument).
     Trumponomics is ongeveer het tegenovergestelde van Reaganomics. Trump heeft geloof ik weinig boekjes gelezen – behalve misschien ‘de’ boekjes zoals we dat in Vlaanderen zeggen – als er tenminste bij die boekjes een lingeriekatern was ingesloten. In zijn hoedanigheid van zakenman heeft hij daarentegen altijd deals moeten afsluiten met overheidsinstanties – om te mogen bouwen, om casino’s te kunnen uitbaten, om faillissementen te regelen – en dat wil hij nu als president blijven doen.
     We kunnen dat het beste illustreren met de deal die Trump enkele dagen geleden heeft  afgesloten met het Amerikaanse bedrijf Carrier, dat al sinds 1915 betrouwbare aircosystemen maakt en daarmee nog even wil doorgaan, ook al heeft onze nieuwe Paus daar bedenkingen bij. Het bedrijf was al enige tijd van plan om een fabriek met duizend arbeiders in Indianapolis te sluiten en de productie te verplaatsen naar Mexico, waar de lonen vier keer lager zijn. Als die Mexicanen nu drie maal minder productief zijn dan hun Amerikaanse collega’s, kan Carrier nog altijd goedkoper produceren in Mexico en daarna het gerief weer invoeren in de Verenigde Staten. Trump heeft nu geregeld dat de productie in Indianapolis blijft.
     Mensen met een empathische aanleg zullen even moeten afwegen of ze vooral blij zijn voor de Amerikanen die hun betrekking behouden, of bedroefd voor die Mexicanen die hun betrekking niet krijgen. Het eerste is gemakkelijker, want dat gaat om echte mensen met een naam en een voornaam en vaak ook een vrouw en kinderen die ook allemaal een naam en een voornaam hebben. Die Mexicanen zijn evenwel naamloos. Van de 2,2 miljoen werkloze Mexicanen zijn er duizend, of misschien wel meer, die een betrekking hadden kunnen krijgen. Wie die duizend zijn, weet niemand.
     Er is meer. Om het bedrijf in Indianapolis te houden heeft Trump 7 miljoen dollar steun beloofd, dus 7 duizend dollar per geredde werkplaats. Hoe het bedrijf die 7 miljoen zal krijgen – in een bruine enveloppe, als goedkope lening of als belastingvermindering – is niet helemaal duidelijk. Ik ga er hier maar even vanuit dat het om een belastingvermindering zal gaan. Welnu, ik geloof nooit dat Trump die belastingvermindering uit eigen zak zal bijpassen. Misschien zullen andere bedrijven allemaal een beetje meer belasting moeten betalen. Dat zou jammer zijn, want dat zijn juist gezondere bedrijven die ook zonder speciale tegemoetkoming rendabel zijn en zulke bedrijven bieden een betere waarborg voor toekomstige tewerkstelling dan de bedrijven die moeten worden geholpen. Die 7 miljoen kan ook gehaald worden uit hogere belastingen op de gezinsinkomens. Dat is dan weer 7 miljoen die de gezinnen niet kunnen uitgeven aan het lekkere varkensvlees en de voortreffelijke sojabonen die in de buurt van Indianapolis worden gekweekt. Dat zullen de varkensboeren en sojakwekers niet fijn vinden.
     Of misschien stelt de staat Indiana zich tevreden met 7 miljoen minder inkomsten. Dat lijkt me wel wat. Maar het blijft bij mij wringen dat het ene bedrijf 7 miljoen minder moet betalen en het andere bedrijf niet. Als ik een bedrijf in Indiana had, dan zou ik een brief schrijven naar Trump om aan te kondigen dat ik ook naar Mexico vertrek als ik geen 7 miljoen belastingvermindering krijg. En als alle bedrijven in Indiana en  West-Virginia en Ohio en Michigan en Illinois zo’n brief schrijven, hoe zal Trump dat dan oplossen? Zal hij met al die  bedrijven samen een deal afsluiten? Of zal hij dat geval per geval bekijken? En hoever zijn we dan nog verwijderd van het vriendjespolitiekkapitalisme?*
     Ik doe nu net alsof die staatsteun voor Carrier iets heel bijzonders is en iets heel zeldzaams. Dat is natuurlijk niet zo. Zelfs Reagan heeft nog ingegrepen om Harley Davidson te beschermen tegen buitenlandse concurrentie. En we moeten maar naar ons land kijken om het speciale-regelingen-kapitalisme aan het werk te zien. Je krijgt een premie voor zonnepanelen, voor energiebesparing en voor biologisch tuinieren. Je wordt financieel aangemoedigd voor het aanwerven van oudere werknemers, voor het aannemen van jongere werknemers en voor het investeren in technologie die jongere en oudere werknemers overbodig maakt. En dan zijn we verwonderd dat het algemene belastingpeil zo hoog is.
     Er valt weinig tegen te beginnen. Politici willen altijd ingrijpen in de economie om een of ander doel te bevorderen dat goed overkomt op de televisie: goedkoop wonen, hogere lonen, schone lucht, open ruimte, kenniseconomie. Voor Trump is dat doel het in stand houden van de industriële productie en de daarbij horende hoge lonen voor arbeiders met veiligheidshelmen op.  Maar na Thatcher en Reagan is het enige tijd in de mode geweest om af een toe iets te zeggen tegen die staatstussenkomst, die immers lang niet altijd aflevert wat ze belooft.  Het was in de mode om af en toe een goed woord te spreken van de vrije markt, die de zaken ook soms aardig voor elkaar krijgt. Die tijd lijkt nu gedaan. Na de deal van Indianapolis zei Mike Pence, de toekomstige vice-president: ‘Als je de vrije markt laat begaan, verliest Amerika.’ En Trump voegde eraan toe: ‘Telkens weer, telkens weer.’

*  Mijn linkse vrienden gaan er nog aan toevoegen dat Trump cadeaus uitdeelt aan de aandeelhouders van Carrier. Dat ligt er maar aan hoe je het bekijkt. De aandeelhouders willen een zekere ‘return on investment’ en die kunnen ze bij Carrier waarmaken als ze, ofwel hun bedrijf verplaatsen naar Mexico, ofwel een ferme loondaling doorvoeren in Indianapolis. Door de steun moeten ze nu hun bedrijf niet verhuizen en moeten ze ook geen loondaling doorvoeren. Je zou dus evengoed kunnen zeggen dat de steun een subsidie is om de hoge lonen van de Amerikaanse Carrier-arbeiders in stand te houden.

** “The free market has been sorting it out and America’s been losing,” Mr. Pence added, as Mr. Trump interjected, “Every time, every time.”