Posts tonen met het label Emily Brontë. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Emily Brontë. Alle posts tonen

maandag 22 maart 2021

Mrs. Maisel en Miss Austen


      Miriam – Midge – Maisel, van de gelijknamige televisieserie, is een alleraardigst persoontje. Als ze gelukkig is, wat vaak gebeurt, glimlacht ze in haar eentje. Dat is een mooi trekje. Ze kleedt zich even elegant als Audrey Hepburn en ze spreekt even snel als Katherine Hepburn. Als ze over straat of in de gang loopt, doet ze dat met korte, snelle damespasjes, terwijl ze parmantig met haar armen zwaait, en haar polsen in een uitwaartse hoek houdt zodat haar handen min of meer horizontaal in de ruimte zweven, parallel aan het aardoppervlak. Het is bijzonder moeilijk om je armen zo te zwaaien en je handen zo te houden zonder er erg truttig uit te zien ... en Midge is niet truttig. Rachel Brosnahan, die de rol speelt, moet uren en dagen hebben doorgebracht met turen naar oude modefoto’s om zich de houdingen en gebaren eigen te maken. Daarna heeft ze ongetwijfeld weken rondgestapt met boeken op haar hoofd.
     

      Midge lijkt nog het meest op een heldin van Jane Austen*, met zowel haar rebelse eigenzinnigheid als haar onderwerping aan de conventies. Haar rebellie drijft haar op het podium, maar zodra ze ván het podium stapt, is ze de opgewekte echtgenote, de toegewijde fashionista, de begrijpende dochter, de kordate moeder, de trouwe bezoekster aan de synagoge. Ze beschouwt het mooi zijn van een vrouw als een genoegen én een plicht. Ik herinner mij een familiefeest van lang, lang geleden, waarop een nicht van mijn vader iets zei over ‘de plicht van een vrouw om mooi te zijn.’ Daar kwamen lauwe reacties op. Iedereen was het ermee eens, maar je zei zoiets niet luidop. Niet zo in Mrs. Maisel. Daar zegt men waar het op staat, zoals in een komedie van Neil Simon. ‘It’s so much easier to be happy when you’re beautiful.’
     Midge is ook wars van fanatisme. Ze volgt de conventies van haar tijd, maar dan de vooruitstrevende versie ervan. In haar milieu en in haar tijd wordt seks buiten het huwelijk als onbeschaafd en vulgair beschouwd, zeker voor een vrouw.  Seks vóór het huwelijk – de zogenaamde ‘voorhuwelijkse betrekkingen –, dat is een andere zaak. In de eerste aflevering komt een mooie, korte vrijscène. Mrs. Maisel gaat er helemaal in op. Maar ondertussen kijkt ze af en toe met voldoening naar haar verlovingsring: nu mag het. In de vijfde aflevering van het derde seizoen – let op voor de spoiler – neemt Lenny Bruce haar mee naar een televisiestudio, wat een half psychedelische scène oplevert zoals je die wel eens ziet in een sixties movie. Daarna volgt een romantische wandeling. Als ze dan aankomen bij de hotelkamer van Bruce, volgt een onuitgesproken uitnodiging, waar Midge niet op ingaat. Ik denk dat ze geen bezwaar heeft tegen Bruce – alleen tegen de hotelkamer. Dat is iets te vulgair naar haar smaak.
     Soms geeft Mrs. Maisel de indruk een slechte moeder te zijn.  Ze dumpt haar kinderen waar ze maar kan: bij haar ex-man, bij haar ouders, bij haar schoonouders, bij haar manager, bij de buren. Als ze lastig doen, zet ze hén voor de televisie, of geeft ze hen snoep. De huidige generatie van papa-vrienden en mama-vriendinnen zullen grote ogen opzetten als ze zoiets zien. Vijftig jaar geleden kon je van je kinderen houden, zonder er voortdurend mee bezig te zijn. Als er bezoek was, stopte je ze in bed, en als het zo uitkwam stuurde je ze naar een kostschool. Het kind moest dat maar verdragen. En het kind kón dat natuurlijk. Maar hoeveel ouders zouden vandaag de afwezigheid van hun kinderen verdragen? Na de nuchtere ouders van de jaren vijftig, kwamen de sentimentele ouders van de jaren tachtig. Net zoals na de nuchtere tijd van Jane Austen de sentimentele tijd kwam van Brontë en Dickens.

* Jane Austen breng ik af en toe ter sprake, o.a. hier en hier.




zondag 5 maart 2017

Heerlijke fouten

Johann Christoph Friedrich von Schiller (1759-1805)
     Mijn vader heeft altijd veel plezier beleefd aan het herkennen van andermans fouten. Als hij in Humo iets leest over het ‘eiland Belize’, of als hij merkt dat Karel van het Reve de schrijfsters George Sand en Mme de Staël door elkaar haalt, maakt hij daar een kleine notitie van die hij dan later niet meer terugvindt.
     Ik heb dat ook. Ik heb jammer genoeg dat NOS-journaal niet gezien waarin de verslaggeefster sprak over de Duitse dichters Goethe en Schilling. Erover lezen in de krant is hetzelfde niet. Maar het blijft heerlijk. Friedrich von Shilling, auteur van Don Carlos – ik had bijna Don Juan geschreven – Friedrich von Schilling, auteur van onze Europese hymne,  Friedrich von Shilling, Grote Vriend en Rivaal van Goethe. Ik weet niet of ik ooit weer het ordinaire Schiller gewoon word.
     Wat fouten betreft, zit ik als leraar natuurlijk gebeiteld. Als mijn leerlingen van het zesde jaar iets moeten presenteren, maken ze de wonderlijkste fouten. Sommige van die fouten wekken mijn ergernis, zoals een verkeerd uitgesproken eigennaam – Víctor Húgo met de klemtoon op de eerste lettergrepen bijvoorbeeld –, of het citeren van boektitels in het Engels als het helemaal niet om Engelse boeken gaat– Tolstoj als auteur van War and Peace bijvoorbeeld. Maar de meeste fouten zijn een bron van grote vreugde, vooral als je wat vertrouwd bent met de Wikipedia-pagina waar mijn leerlingen hun wijsheid vandaan halen.
     Ik heb in de loop der jaren een kleine verzameling van die fouten aangelegd. Elk jaar hoor ik er wel twee of drie van.
  1. Victor Hugo droeg het vaandel in de Romantische beweging.
  2. Robert Louis Stevenson studeerde aan de universiteit van Bohemen.
  3. De ouders van Thackeray waren Indianen. (Daar hoort een dia bij van twee Irokezen).
  4. Alexandre Dumas stierf tijdens Frans-Punische oorlog.
  5. Hawthorne veranderde zijn naam om aan de heksenvervolging te ontsnappen.
  6. Tom Lannoye reist dagelijks heen en weer tussen Antwerpen en Kaapstad.
  7. Charles Dickens werkte in een fabriek als schoenenpoetser.
  8. Emily Brontë werd erg katholiek opgevoed door haar vader die dominee was.
  9. Zola beschrijft tot in de details het rijk van Napoleon tussen 1852 en 1870.
  10. Herman Melville ging naar de Academie in Albanië.
  11. Flaubert was goed bevriend met de Chinese leider Mao Zedong.
     Die laatste fout heb ik maar één keer gehoord. Dat was in het jaar toen de Wikipedia-pagina over Flaubert tijdelijk gehackt was. Er stond geloof ik ook in dat de schrijver van Madame Bovary uit een gezin met zeventien kinderen kwam en dat die ook allemaal boeken schreven. En dat hun literaire productie drie vierde van het bruto nationaal product van Frankrijk uitmaakte.


1. Vaandeldrager van de romantische beweging - 2. At the University, he was a pillar of Bohemia - 3 Of Anglo-Indian descent - 4. Frans-Pruissisch - 5. To dissociate himself from the witch hunting by his ancestor - 6. Pendelt tussen - 7. Worked in a shoe-blacking factory - 8. A religious education - 9.  Napoleon III - 10. The Albany Academy.

zondag 12 februari 2017

Bij zijn 94ste verjaardag - Mijn vader als lezer


Was George Washington een pompeuze domoor?
     Ik heb mijn vader altijd een rare lezer gevonden. Het begon met de krant. Wij hadden er geen. Maar elke week kreeg hij een stapeltje exemplaren van La Libre Belgique die eerst door mijn oudoom, dan door mijn oudtantes en ten slotte door mijn grootmoeder waren uitgespeld. Mijn vader nam die op zaterdagmiddag mee naar bed, en na een paar uur was hij weer op de hoogte van wat die ‘playboy Kennedy’ of die ‘saloncommunist Sartre’ gezegd of gedaan hadden.
     Ook met boeken was het een rare zaak. Ik heb hem nooit een boek weten kopen. Ik heb hem nooit een bibliotheek weten bezoeken, ook niet toen er een kwam aan de overkant van de straat. Wat hij aan boeken bezit, moet hij gekocht hebben in een grijs verleden, toen hij nog vrijgezel was en naar de opera in Rijsel ging. Hij heeft, toen hij trouwde, een zitmeubel overgenomen van een kennis die moest verhuizen, en in dat zitmeubel was een boekenkastje verwerkt. De leren bandjes die dat kastje vulden zijn toen meegeleverd en vormen nog altijd het zwaartepunt van zijn collectie. Verder kreeg mijn vader elk jaar een boek toegestuurd vanuit Duitsland, van het gastgezin waar hij de oorlogsjaren had doorgebracht.
     Toch maakt hij een belezen indruk. Dat komt deels omdat hij zo goed onthoudt wat hij gelezen heeft. En daarbij kwamen boeken hem altijd aangewaaid. Zo las hij alles wat zijn zonen het huis binnenbrachten: detectives, horrorverhalen, sciencefictionomnibussen, P.G. Wodehouse, Saki, het Verzameld Werk van Vladimir Iljitsj Lenin. Dat laatste heeft hij, toegegeven, niet helemaal uitgelezen want het bestond uit vijfenveertig delen.
     In de belletrie gaat zijn voorkeur uit naar het romantische – Fenimore Cooper, Hawthorne, Emily Brontë, Von Scheffel, (en hier), Lagerlöf, barones d’Orczy, Kipling, Margaret Mitchel. Anderzijds mag het het ook niet té sentimenteel worden. Hij verkiest dus Thackeray boven Dickens. Dickens schreef voor het volk – Thackeray schreef de waarheid. Die naïeve Amerikanen wilden het liever niet weten, maar George Washington was een pompeuze domoor geweest en Thackeray had hen dat in The Virginians eens goed duidelijk gemaakt. Ook Flaubert schreef de waarheid.  Als je echt iets wilde weten over de wreedheid van de Noord-Afrikanen, moest je Salambô maar eens lezen.
     Mijn vader is daarnaast altijd een erg snelle lezer geweest. Als ik een dik boek aansleepte, Oorlog en vrede bijvoorbeeld, dan was ik daar een maand mee zoet. Hij van zijn kant had het in enkele dagen uit. ‘Als het te langdradig wordt,’ zo verklaarde hij zijn geheim, ‘sla ik een paar bladzijden over.’ Hij volgde dus wel de avonturen van Andrej en Natasja, maar als Pierre op een diner van wal stak over de grote problemen der maatschappij, of als de oude Tolstoj zelf begon uit te weiden over de grondstromen der geschiedenis, dan werd snel verdergebladerd totdat het weer over vriendschap, ruzie, liefde of geld ging. Bij Gibbon, zo stel ik mij voor, sloeg hij de veldslagen, de economie, het recht, de theologie en een groot deel van de Byzantijnse Keizers over, vooral als ze Manuel, Michael of Alexios heetten. Maar hij had wel alle zes delen uit in drie weken. Ik deed er acht maanden over.