Posts tonen met het label Hilde Sabbe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hilde Sabbe. Alle posts tonen

woensdag 26 juni 2019

Johan Leman en de wetten van Croughs

     Kent iemand de wetten van Croughs? De Nederlandse libertariër formuleerde in 1995 de ‘drie wetten van het progressief-intellectuele denken’:
  1.  De wet van het abjecte Westen: ‘Bij een conflict tussen westers en niet-westers kiest de progressieve intellectueel voor niet-westers.’
  2. De wet van de onderdrukte minderheid: ‘Bij een conflict tussen een minderheid en een meerderheid kiest de progressieve intellectueel voor de minderheid.’
  3. De wet van de botsing: ‘In gevallen waar de twee wetten met elkaar in botsing komen, wordt het ingewikkeld.’
     Van die laatste wet zagen we van de week een fraai voorbeeld. Pater Johan Leman, die aan pluralistisch bekeringswerk doet in Molenbeek, had in De Standaard verklaard dat je nu eenmaal moet ‘weten dat je hier als homokoppel misschien niet hand in hand over straat kan lopen’. Wat moet de progressieve intellectueel nu denken bij zo’n uitspraak? Die homo’s vormen een minderheid (wet 2)  maar de moslims die geen homokoppels hand in hand in hun buurt willen zien wandelen, komen uit een niet-westerse cultuur (wet 1). Wat nu?
   In de reacties op Leman zag je drie soorten linkse mensen opstaan. Gert Verwilt (Vlinks) bijvoorbeeld koos onverkort voor de homorechten. Zijn reactie telt in dit verband niet mee, want Gert is een secularist en een tegenstander van moslimobscurantisme. Als dusdanig volgt zijn denken niet de wet van het abjecte Westen.  Helemaal anders is dat bij Hilde Sabbe (One Brussels). Die volgde heel plichtsgetrouw wet 1 en nam het voor de moslims op: die moesten meer tijd krijgen om te wennen aan die homo’s. ‘We moeten niet in hun nek staan hijgen.’ En ze verwees naar het abjecte West-Vlaanderen waar een lesbische vriendin van haar haar partner niet kon meebrengen op een familiefeestje. Nog anders was de reactie van Gaea Schoeters (schrijfster). Op haar facebookpagina noteerde ze: ‘Met dank aan Johan Leman om weer een hoop holebi’s in de armen van rechts te duwen en rechtse demagogen als Maarten Boudry een open goal te bieden.’ Rechtse demagogen als  Maarten Boudry ...
     Wat moeten we denken van die groen-linkse activisten die zich, zoals Schoeters, ontzettend boos maken op Leman. Er kan bij hen, zoals bij Verwilt, een zeker secularisme meespelen. Dat is uiteindelijk een linkse traditie. Maar misschien is er ook iets anders aan de hand. In De Afspraak viel Leman uit tegen een ‘progressieve middenklasse’ die ‘een droombeeld heeft van het multiculturalisme’. Het minste dat je kunt zeggen is dat Leman dat droombeeld met zijn uitspraken heeft verstoord. ‘Ik verbloem dat niet,’ zegt hij in De Standaard, ‘je moet daar niet naïef in zijn.’
     Eigenlijk komt het hierop neer. Leman beschrijft de zaken zoals ze zijn. In Molenbeek ligt meer vuil op straat dan ergens anders. Vrouwen die er in een zomerse korte rok rondlopen, krijgen schunnige opmerkingen. Je kunt er als homokoppel niet hand in hand over straat lopen. En daar nog eens bovenop is Leman nogal pessimistisch voor de onmiddellijke toekomst en gelooft hij niet dat er voor die problemen eenvoudige oplossingen bestaan. Dat pessimisme verklaart zijn raad aan de middenklasse Vlaming die naar Molenbeek wil verhuizen: pas je wat aan, probeer aan te voelen wat mogelijk is, provoceer niet, lok niets uit, schrik niet van wat vuil, en als je dat niet kunt, kom dan hier niet wonen want het zal niet snel veranderen. Maar dat is een onduldbare toestand, vindt de boze progressieve intellectueel. Ja, dat is een onduldbare toestand, maar het is nu eenmaal zo, en niet anders.
     Is de raad van Leman een voorbeeld van ‘soumission’? Ik weet het niet. Het is in elk geval een voorbeeld van realisme. Als ik een zoon had die homo was, zou ik hem evenmin aanraden om hand in hand met zijn vriend in Molenbeek rond te lopen. Als ik een dochter had, zou ik haar evenmin aanraden om er in een korte, zomerse rok rond te lopen. En ik zou én mijn homo zoon, én mijn hetero dochter afraden om daar te gaan wonen, ook al zijn de huizen er goedkoop.
     Kan er iets aan de toestand worden gedaan? Leman weet in elk geval wat níet werkt: grote verklaringen, boze tweets, verontwaardigde lezersbrieven en ‘inburgeringscursussen’ waarop een toets volgt met meerkeuzevragen als : Wanneer is de vrouw gelijkwaardig aan de man? (A) Altijd – (B) Meestal – (C) Soms – (D) Nooit. Hij meent ook te weten wat je wél kunt doen: een ‘stevig’ immigratiebeleid en een ‘verstandig’ uitwijzingsbeleid voeren, de Saoedische invloed in moskeeën beperken, meer politiepatrouilles op straat sturen, en meer subsidies aan zijn ‘Foyer’ geven.
     Aan die subsidies twijfel ik een beetje. Ik geef niet graag veel geld aan een man die, toen hij zelf nog beleidsverantwoordelijkheid had, weinig deed om een ‘stevig’ immigratiebeleid uit te werken. Hij was toen vooral bezig geloof ik met ‘racismebestrijding’. Nu heeft hij het echter begrepen. ‘Denk vooral niet dat alle Marokkanen voor open grenzen zijn,’ zegt hij. Onlangs had hij er nog enkele horen discussiëren. ‘Je gaat toch geen vrouw zoeken in Marokko,’ had een van hen gezegd. Dat zijn wijze woorden die vanuit een strengere gezinsherenigingswet enige ondersteuning verdienen.

     Leman wil ook meer politiemensen in Molenbeek. Liefst meteen 200. Ik geef hem gelijk. En als er dan toch meer politiemensen zijn, mogen ze wat harder optreden ook. Ik herinner mij de rellen van vorig eindejaar waarbij van alles vernield werd en in brand gestoken terwijl de politie toekeek. Wie het filmpje niet gezien heeft waarin burgemeester Cathérine Moureaux die rellen in lachwekkend Nederlands minimaliseert, moet zeker hier eens kijken.
     Maar de homo-en-korte-rokken-vraag is daarmee niet opgelost. Als de instroom van nieuwe moslimmigranten in Molenbeek stopt, en de politie loopt wat meer rondjes op straat, en treedt wat strenger op, kun je dán als homokoppel hand in hand op straat lopen zonder gevaar voor verbale agressie of erger? Ik zal de raad van Leman volgen, niets verbloemen en niet naïef zijn. Het antwoord is neen. De droom van een nabij harmonieus multiculturalisme laat ik over aan degenen die Leman ‘bepaalde progressieve Vlamingen’ noemt.
     Vierde wet van het intellectueel-progressieve denken: ‘Wanneer de progressieve intellectueel gewekt wordt uit zijn droom, is hij boos.’

woensdag 14 juni 2017

Hilde Sabbe en Yvan Mayeur

     Columniste Hilde Sabbe wordt nu overal een beetje uitgelachen omdat ze vorig jaar zo’n  lovend stuk schreef over PS-burgemeester Mayeur toen hij de Vlamingen, enigszins veralgemenend ‘fascisten’ of ‘extremisten’ had genoemd. Sabbe had Mayeur geprezen voor zijn passie, zijn overtuiging en zijn emotie. Ook was hij ‘zeer intelligent’. Veel politici waar Sabbe mee gepraat heeft zijn ‘zeer intelligent’.
     Maar nu is gebleken dat die Mayeur zich rijkelijk liet betalen door een organisatie voor daklozen terwijl hij helemáál niet dakloos is. Daarover is nu veel verontwaardiging. Vooral vrijwilligers die zelf al eens wat doen  in de armoedebestrijding zonder daar een cent voor te vragen hebben bedenkingen bij zo’n graaier die hoge zitpenningen ontving voor vergaderingen die niet eens plaats vonden. Die zitpenningen beliepen 19 000 euro bruto per jaar, lees ik.
     Sabbe had kunnen stilzitten en zwijgen als een schaap dat geschoren wordt. Maar ik geloof niet dat dat iets voor haar is, dat zwijgen. Op Facebook maakt ze duidelijk dat ze bóós is op de kranten die van Mayeur een sjoemelende burgemeester hebben ‘gemaakt’. Mayeur heeft een koel hoofd, schrijft Sabbe, en een open geest. Mayeur is geen racist. Mayeur heeft veel talent in zijn vingertop. Mayeur is geen lid van de N-VA.
     Dat kan allemaal best waar zijn.
     Maar die zitpenningen dan? Sabbe gaat in de tegenaanval: ‘Die les hadden de grote graaiers natuurlijk allang begrepen: je nooit laten vergoeden voor geleverde diensten voor sociale organisaties. Alleen maar werken voor kapitaalkrachtige instellingen, dan kraait er geen haan naar hoeveel je betaald wordt.’
     Ik zou nu kunnen vitten en zeggen dat die diensten voor sociale organisaties naar het schijnt juist niet ‘geleverd’ zijn, maar daar gaat het mij niet om. De hele redenering lijkt er mij op neer te komen dat je je gerust flink mag laten betalen door een sociale organisatie die leeft van subsidies en giften want anderen laten zich ook flink betalen door ‘kapitaalkrachtige’ firma’s. Dat die firma’s niet leven van subsidies en giften doet er niet toe. Het gaat er alleen om hoeveel je betaald wordt. Die anderen krijgen dat, dus Mayeur heeft er ook recht op. En Sabbe misschien ook.
     Je kunt op zoveel manieren eerlijk je geld verdienen: een eigen zaak uitbaten, betaald worden door iemand die een eigen zaak uitbaat, aan de staat werken volgens een barema. Je kunt een laag- of een hooggeschoold beroep uitoefenen. Je kunt geld van anderen beleggen en daar kleine procentjes voor opstrijken die samengeteld een enorm bedrag opleveren. In zo’n systeem zal de ene een veel hoger inkomen hebben dan de ander.
     Socialisten en communisten zijn geneigd om die inkomensongelijkheid zelf als een misdaad te zien. Zodra iemand veel meer heeft dan een ander, is er vals gespeeld. Derrière chaque grande fortune il y a un crime, schreef Balzac, die nochtans geen socialist was en zijn leven lang wanhopig op zoek was naar een groot fortuin. Brecht brengt dezelfde boodschap in zijn Driestuiversopera: de hele maatschappij bestaat dankzij de misdaad. Als je nu geld verdient als ondernemer, straatrover, pooier of zaakvoerder van een bedelaarssyndicaat: wat telt is hoeveel je binnenrijft. Of zoals Sabbe schrijft: ‘hoeveel je betaald wordt’.
     Indien Mayeur redeneert als Sabbe, wat kan, of als socialist, wat waarschijnlijk is, dan heeft hij eigenlijk niets verkeerds gedaan. Yvan Mayeur verdient minder dan een grote bankier, een zakenman, een nefroloog of een eerste minister. Hij denkt dat hij dat verschil mag bijpassen, want hij werkt even hard en heeft evenveel talent. Wat dondert het dat het geld uit de kas van de daklozen komt? En wat dondert het dat hij dat geld kreeg voor vergaderingen die niet plaats vonden? Was hij op die avonden dat hij niet vergaderde voor de daklozen niet op een andere manier druk in de weer voor het algemeen belang? Als hij maar krijgt waar hij recht op heeft.
     Toch hebben Mayeur en Sabbe het verkeerd voor. In een fatsoenlijke maatschappij verdien je je geld in afspraak met degene die je het geld bezorgt: de klant, de patiënt, de werkgever, de staat. Tot op zekere hoogte krijgt zelfs de politicus zijn centen in afspraak met zijn kiezer.* Maar met wie heeft Mayeur zijn vergoeding afgesproken? Met de kameraden onder elkaar? In elk geval niet met de daklozen.
     In Oom Vanja van Tsjechov is er een discussie tussen de plompe Serebrjakov, eigenaar van een landgoed, en de brave Ivan Petrovitsj – Vanja dus – die het landgoed beheert. Vanja klaagt dat hij in al die jaren geen loonopslag gekregen heeft. De plompe Serebrjakov zegt dat hij die loonsopslag zelf maar uit de kas had moeten nemen. Daarover is Vanja erg verontwaardigd. Dat zou diefstal geweest zijn. Misschien niet in de wettelijke betekenis van het woord, maar toch: diefstal.
     Vanja heeft gelijk. Ook geld nemen uit de kas van een plompe landheer als Serebrjakov is diefstal. Maar eigenmachtig geld nemen uit de kas van de daklozen is véél erger. Dat begrijpt iedereen, behalve Mayeur, de gewetenloze graaiers van de PS en onze eigen Hilde Sabbe.
 
* Kiezers die vinden dat burgemeesters, parlementairen en ministers te veel verdienen kunnen stemmen voor een partij die tegen die hoge vergoedingen is. De PVDA bijvoorbeeld. Zelf heb ik niks tegen politici die goed verdienen én goed werk leveren.