Posts tonen met het label Mary McCarthy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mary McCarthy. Alle posts tonen

maandag 17 juli 2017

Troyes (France)

Troyes: rue Emile Zola - een van de vele literaire straatnamen
     Telkens als we met de auto naar het Zuiden rijden, over de Franse tolwegen, komen we voorbij Troyes, één keer op de heenreis en één keer op de terugreis. ‘Troyes,’ denk ik dan, ‘Chrétien de Troyes, 1140-1190’ want ik ben romanist van opleiding. En we rijden onverstoord verder.
     Dit jaar hebben we het anders gedaan. We hebben de afslag genomen, zijn het stadje binnengereden, hebben ons aangemeld bij het Bureau voor Toerisme, en hebben aan de juffrouw achter de balie gevraagd wat de stad doet om haar beroemde zoon Chrétien te eren. Dus: staat er ergens een standbeeld? Is er een jaarlijks festivalletje? Een museumpje? Een bioscoopje waar men driemaal per dag de film ‘Perceval Le Gallois’ van Röhmer vertoont? Maar dat valt tegen.* De juffrouw achter de balie heeft nog nooit van Chrétien gehoord. Ze haalt er een collega bij en ook die kijkt ons aan alsof het ergens heel in de verte aan het donderen is. Leren ze daar dan niets op die Franse scholen?
      Ik leg geduldig uit* dat Chrétien de uitvinder is van de Arturroman, dat hij de legende van de Heilige Graal bedacht heeft, dat velen hem beschouwen als de grootste middeleeuwse schrijver na Dante en Chaucer. Ik wil er nog bij zeggen dat alleen door het toevoegsel ‘de Troyes’ achter de naam Chrétien men ook aan Amerikaanse universiteiten weet heeft dat het Franse provinciestadje bestaat. Maar ik hou me in en misschien is het niet waar. Misschien kende in Amerika alleen Mary McCarthy iets van middeleeuwse Franse letteren. En Mary McCarthy is al enige tijd dood.
     ‘Een middeleeuwse schrijver?’ vraagt een van de baliejuffrouwen. ‘Dan moet je in de gemeentebibliotheek zijn. Daar hebben ze hele oude boeken.’
     Als we in de gemeentebibliotheek arriveren, melden we ons weer bij de balie aan en stellen we onze Chrétien-vraag aan een jongeman met een bril. Die weet heel goed wie Chrétien is en ook dat er in de bibliotheek niets mee gedaan wordt. Er is wel een tentoonstelling van middeleeuwse manuscripten, zegt hij.
     Die tentoonstelling hebben we dan maar bezocht. In de manuscripten waren allerlei mooie gekleurde tekeningen aangebracht.
___________

* Ik heb in mijn boekenkast een Nederlandse vertaling van ‘Perceval’ in een kinderlijk ogende uitgave: nagenoeg vierkante bladzijden, verbreed lettertype. In het ‘Nawoord’ lees ik: ‘Hij [Chrétien] werd geboren in Champagne, in de stad Troyes, waar echter niets dan een straatnaam nog aan hem herinnert.’ Ik deel de verontwaardiging van de auteur, maar wat hij schrijft is niet helemaal correct. Er is naast een ‘Rue Chrestien de Troyes’ ook nog een ‘Rue du Chevalier Perceval’ en een ‘Rue du Chevalier au Lion’, en zelfs een ‘Lycée Chrestien-de-Troyes’. Die discrete verwijzingen stellen natuurlijk weinig voor in vergelijking met de ‘Boulevard Victor Hugo’, de ‘Avenue Anatole France’ en het ‘Collège Albert Camus’. Maar ’t is toch iets.

** Een duidelijk voorbeeld van ‘mansplaining’. Zie hier.