Posts tonen met het label extreemrechts. Alle posts tonen
Posts tonen met het label extreemrechts. Alle posts tonen

vrijdag 5 augustus 2022

Links en rechts in het theater


Dit stukje gaat niet over cour en jardin, mocht je dat soms denken, of over andere manieren om aan te duiden waar een acteur zich op het podium bevindt. Het gaat over het politieke links’ en rechts.

     Dus. Vanmorgen zag ik hier op de Zeedijk de bekende Vlaamse acteur Peter Van den Eede voorbij-joggen. ‘Dat zie je ook niet in Fermettegem,’ zou ex-Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck in zo’n geval gezegd hebben*. Zelf vond ik  het vooral leuk omdat ik Peter gisteren nog aan het werk had gezien in het toneelstuk De nieuwe man. 
     ’t Was een mooi stuk. Goed geacteerd, vinnige dialogen, absurde toestanden en, als het moest, Grote Gevoelens. Ook de verhaallijn was aanvaardbaar. Een gewezen stel geliefden, Peter en Natali, ontmoeten elkaar na twintig jaar – misschien is het toeval, misschien ook niet – op een vliegveld in Rome. Ze drinken een koffie en spreken over de goeie ouwe tijd, en over wat er toen mis is gegaan. Ze kennen elkaars eigenaardigheden nog en doen daar allerlei leuke dingen mee.
     Dan volgt een coup de théatre zoals je die nu eenmaal in het theater ziet: Natali, die vroeger links was zoals iedereen, is ondertussen rechts geworden, en lid van Lega Nord. Peter is razend. Natali is een fasciste, heeft de kunst en de transcendentie verraden, heeft alles besmet wat op deze wereld de moeite is. De arme vrouw verdedigt zich. Ze houdt nog altijd van kunst en schoonheid, ze is géén fasciste en ze heeft niets tegen migranten als ze ‘zich aanpassen en inburgeren’. Dat laatste vind ik een goede houding, maar Peter snuift minachtend en lacht schamper.
     Natali schakelt naar een hogere versnelling. Ze staat niet alleen, zegt ze. ‘Van alle richtingen, waarin de mensen de afgelopen twintig jaar hadden kunnen veranderen zijn de meeste net als ik in deze richting veranderd.’ Dat kan best wel eens waar zijn. Ikzelf ben ook ‘in deze richting veranderd’ al is het meer dan twintig jaar geleden**. Maar als argument is de bewering waardeloos. De meeste mensen … ja, als we zo beginnen … 
    Natali beseft ook wel dat we met ‘de meeste mensen’ niet verder komen. Dus zet ze nog een tandje bij.  ‘Ik heb mij op links alleen maar slecht gevoeld … Ik vond het zo’n bevrijding eindelijk inconsequent te mogen zijn … op rechts moogt ge ten minste liegen en bedriegen … op rechts moogt ge alles.’
     Die woorden worden door de auteurs van het stuk in de mond van Natali gelegd, die zelf rechts zou moeten zijn, maar die hier toch een erg linkse kijk op rechts verwoordt: rechts is de vrijheid om alles wat slecht is op de wereld te omarmen. Hier doet De nieuwe man denken aan het monumentale toneelstuk Angels in America. Daar heb je de aan AIDS lijdende advocaat-politicus Roy Cohn die houdt van stevige uitspraken. ‘I’m not a homosexual. I am a heterosexual who fucks around with guys.’ Hij is rechts omdat hij houdt van de smerige realiteit, niet van de mooie dromen. En dan mag je zelf ook smerig zijn, vindt hij. ‘Was it legal? Fuck legal! Am I a nice man? Fuck nice!’ Kortom: rechts is smeerlapperij. 
     Ik heb geen bezwaar tegen die linkse kijk op rechts. Ieder zijn mening. Het is alleen wat raar als ze in het theater door een rechts personage wordt naar voren gebracht. Je krijgt dan een acteur die op scène verschijnt en uitroept: kijk eens hoe slecht ik ben! Het heeft iets melodramatisch. Maar veel toneel is melodrama natuurlijk. Shakespeare kon er ook wat van. Richard III komt op en begint meteen grijnslachend op te scheppen over zijn verdorven karakter en zijn boosaardige plannen. De slechte Roy Cohn en Natali bevinden zich hier in – hoe zal ik het zeggen – goed gezelschap. 
     Toch vind ik dat Natali haar voorbeelden van slechtheid beter had kunnen kiezen. ‘Rechts heeft de vrijheid om inconsequent te zijn,’ zegt zij. Ik zou denken dat het meestal omgekeerd is. Het zijn eerder de hoge principes van links die de aanhangers wel eens tot inconsequentie verleiden. We spreken dan van kaviaarsocialisten en saloncommunisten.
     Of neem die andere aanklacht. ‘Op rechts moogt ge liegen en bedriegen’. Misschien had ze beter alleen over dat ‘bedriegen’ gesproken. Dat liegen vind ik een beetje link. Ik zal niet beweren dat linkse mensen in het algemeen en linkse politici in het bijzonder een groter of kleiner aantal leugens vertellen dan hun rechtse evenknieën. Ik heb daar geen onderzoek naar gedaan. Maar ik heb wel altijd de indruk gehad dat links wat minder in de feiten geïnteresseerd is en wat meer in gemoraliseer over feiten. Minder in hoe de zaken ervoor staan, en meer in hoe de zaken ervoor zouden moeten staan. Misschien ga je dan makkelijker liegen tegen jezelf. 
     Of niet. Of omgekeerd. Dat is het leuke van theater. Je kunt een personage van alles laten zeggen zonder er eerst onderzoek naar te doen. En als het moet kun je een andere personage dan iets anders laten zeggen. 



 

* Zie mijn stukje hier.

** Ik weet al lang niet meer wat ‘links’ en ‘rechts’ precies betekent. Maar laatst las ik het boekje Het politieke links en rechts. Daarin legt Frits Bienfait uit dat je niet precies moet weten wat ‘links’ of ‘rechts’ betekent om je instinctief tot één van de kampen te rekenen die volgens hem minstens tot Sophocles teruggaan. Creon noemt hij rechts en Antigone links. Ik heb altijd veel begrip gehad voor Creon – vooral die van Anouilh. Misschien ben ik minder ‘geëvolueerd’ dan ik denk. 

zondag 13 januari 2019

Dries Van Langenhove en de 'rotte partijpolitiek'

De activist DVL: 'Linkse ratten, rol uw matten'
     Als student in de rechten Dries Van Langenhove verkozen raakt op de Vlaams Belang-lijst*, zal ik mij nog vaak aan hem ergeren. Hij zal dan allerlei dingen vertellen waar ik het niet eens mee ben – wat nooit leuk is – maar hij zal ook allerlei dingen zeggen waar ik het wél mee eens mee ben, en dat is ’t ergste. Ik verwacht van hem veel moraliserende centrum-rechts-gezond-verstand uitspraken, gematigder dan die van Filip De Winter, maar altijd, bij wijze van spreken, op een  Edward Mosley-toon die mij eraan herinnert dat zijn ware agenda rechts van extreemrechts ligt.
     Voor die ware agenda heb ik als bewijs niets meer dan enkele berichten die hij gepost heeft op een besloten internetgroep: een filmpje met een redevoering van Mosley, iets over politiek en lichaamscultus (‘ik kan niet begrijpen hoe iemand dik en rechts kan zijn’), een belofte om supermarkten ‘Golden Dawn-gewijs te zuiveren van halal’, en een voornemen om binnen twee jaar een eigen ‘mobiele brigade’ op te richten die je kunt opbellen als allochtonen luide muziek spelen op de trein. (Zie hier en hier)
     Voor mij is dat bewijs genoeg, maar dat is het niet voor iedereen. Tom Van Grieken beweerde op de televisie dat hij net als iedereen overdonderd was geweest door de heisa rond de pano-reportage, maar dat hij nu, na een paar maanden, vaststelt dat ‘het op geen enkele manier Dries is geweest die walgelijke posts heeft geplaatst, dat hij geen foute uitspraken heeft gedaan’. Ik ben het daar niet mee eens. Ik vind die uitspraken over de ‘mobiele brigades’ en over de supermarktacties meer dan fout, die over ‘dik en rechts’ meer dan bedenkelijk, en ook over het plaatsen van een Mosley-filmpje denk ik, net als Maarten Boudry op zijn Facebookpagina, het mijne. Wanneer een journalist die posts onder Van Langenhove zijn neus duwt, begint die luid en met een klemtoon op bijna elke lettergreep, te oreren over ‘vooringenomenheid’ en ‘flagrante leugens’. Dat overtuigt mij niet.
     Kijk, Van Langenhove mag gerust zeggen dat iemand anders die berichten onder zijn naam geplaatst heeft. Het staat iedereen vrij om dat te geloven. Maar voor mij moet hij eerst klaar, duidelijk en openlijk zeggen dat hij tégen zulke mobiele brigades is, dat die supermarkten best het recht hebben om halal aan te bieden en dat die Mosley een verwerpelijke fascist was. Als hij dát zegt, stijgt zijn geloofwaardigheid bij mij met enkele procenten.
     Zijn er andere aanwijzingen voor de extreem-extreemrechtse agenda van Van Langenhove? Ah ja, die Hitler-parafernalia die zijn S&V-makkers posten, die militair aandoende trainingskampen, dat poseren met wapens, dat driehoekig embleem op het uniformtruitje … dat is allemaal erg indirect. Zelf heb ik mij het meeste druk gemaakt om iets wat hij zei toen hij zijn Vlaams-Belang-kandidatuur bekendmaakte. ‘Dat engagement zal niets veranderen aan mijn afkeer voor de partijpolitiek. Ik zei het vorige week op de Mars voor Democratie en ik zal het blijven zeggen. De particratie is een rot systeem. We moeten de macht die de particratie heeft over het volk doorbreken …’
     Tja, hoe moet je zo’n uitspraak begrijpen? Is dat nu een sluwe manier om het het parlementaire systeem zelf aan te vechten, in de geest van Hitlers ‘Kampf gegen den Parlamentarismus’? Is het een hint dat een meerpartijensysteem in wezen corrupt is en dat het veel beter is als er géén ruziënde partijen zijn, of alleen maar die ene goede? De krachtige taal – ‘rot’ – laat verstaan dat het hele systeem niet hervormd, maar vernietigd moet worden. Of ‘doorbroken’. Eigenlijk geloof ik dat het inderdaad zulke ideeën zijn die in het hoofd van Van Langenhove rondspoken.
     Ik geef het toe, de woorden van Van Langenhove kunnen ook op een andere, minder argwanende worden uitgelegd. Misschien gelooft onze student in de rechten waarlijk dat álle politici van álle partijen omkoopbaar zijn en de belangen van het volk ‘verraden’ om er zelf beter van te worden. Als hij dat gelooft, dan maakt die simplistische veralgemening hem ongeschikt voor de politiek. Of misschien gelooft hij dat zelf niet, maar gelooft hij dat er veel mensen zijn die dat wel geloven, en praat hij die mensen naar de mond. Dan is hij een demagoog zoals vele anderen, niets om je over op te winden, maar zeker ook niets om naar op te kijken. Of misschien heeft hij in de krant gelezen dat politici vaak huichelen, liegen, beloftes breken, eerzuchtig zijn, hard zijn voor elkaar, en idealen verdunnen tot compromissen. Dan hadden de kranten het bij het juiste eind, want politici zijn mensen, en waar mensen zijn wordt gehuicheld en gelogen en is men eerzuchtig en hard. Bij politici komen die ondeugden misschien wat vaker voor dan bij bibliothecarissen, maar je vindt ze overal, en als je goed zoekt vind je er ook enkele bij jezelf.
     Een andere, welwillende, lezing van de ‘particratie is rot’-uitspraak is deze. Van Langenhove is in de eerste plaats een activist, en activisme is een ‘idealistische’, ‘zuivere’ aangelegenheid, in tegenstelling tot de rotte partijpolitiek, het corrupte parlement en de verdorven regering. De echte veranderingen komen er door acties op straat, waarbij de mensen ‘bewust worden gemaakt’. Maar hoe moet ik mij dat voorstellen? Schild en Vrienden houdt een betoging. Van Langenhove loopt voorop, priemt zijn twee wijsvingers in de lucht en roept luid oude slogans van de Vlaamse Militanten Orde: ‘Linkse ratten, rol uw matten’. Wat zal er nu gebeuren? Zullen de linkse mensen hun ‘matten rollen’ en verhuizen? Zullen ze van mening veranderen? Zal het publiek niet meer op linkse partijen stemmen, maar op rechtse? Dat laatste is in elk geval alweer partijpolitiek. Er is niets op tegen als men door vreedzame acties de publieke opinie probeert te overtuigen van een of andere goede zaak. Hopelijk zal die publieke opinie dan ook invloed hebben op partijpolitiek en de besluitvorming. Als dat niet het geval is, heeft het activisme geen zin. Is dat wel het geval, en houdt de partijpolitiek wél rekening met de publieke opinie, dan is ze, alles samen genomen, zo ‘rot’ nog niet.
     Van Langenhove zijn uitval tegen rotte partijpolitiek kan nog op een derde manier worden opgevat. Die redenering gaat dan als volgt. In een democratie moet de macht bij het volk liggen, en bij zijn verkozen vertegenwoordigers. In werkelijkheid ligt die bij de partijbesturen. Die besturen bepalen wie op de verkiezingslijst komt en op welke plaats. Ze bepalen dus in grote mate wie verkozen wordt. Ook bepalen ze wie minister, burgemeester of schepen wordt. In ruil daarvoor moeten verkozenen zich bij stemmingen houden aan de partijdiscipline en moeten ministers, burgemeesters en schepenen uitvoeren wat het partijbestuur beslist.
     Misschien speelt hier mijn marxistisch-leninistisch verleden, maar ik zie niet zoveel kwaads in die partijdiscipline. Toen er in het Parlement gestemd werd over het Marrakesh-akkoord, keurden álle CD&V’ers en VLD’ers die pro-migratietekst goed. Dat vond ik niet fijn, want ik was tégen en ik geloof dat een aantal van die CD&V’ers en VLD’ers heimelijk ook tégen zijn. Maar álle N-VA’ers hebben dan weer wel tegengestemd, wat ik heel fijn vond, terwijl daar misschien best een paar heimelijke voorstanders bij kunnen zijn. Bij de volgende verkiezingen weet het publiek jammer genoeg niet zeker welke kandidaten écht voor en welke écht tegen het Marrakesh-akkoord zijn. Maar het publiek kent wel het standpunt van de partijen en kan daar rekening mee houden als het wil. Dat is al heel wat.
     Eén zaak geef ik in elk geval graag toe: in ons land ligt inderdaad veel politieke macht bij de partijbesturen. Maar niet alle macht. Er ligt ook macht bij de koning, bij de eerste minister, bij kernkabinetsleden, bij eigenzinnige parlementsleden, bij Europese instellingen, bij nationale en supranationale rechtbanken, bij de administratie, bij de vakbonden, bij invloedrijke studiebureau’s, bij drukkingsgroepen, bij VRT-journalisten. Het is best mogelijk dat bij ons het evenwicht zoek is. Dat is wat professor Wilfried De Wachter beweert in zijn boek over particratie. Je kunt dan allerlei hervormingen doorvoeren om de macht van partijbesturen te beperken: wetgeving over de interne werking van partijen, afschaffing van subsidies, rechtstreekse verkiezingen van uitvoerende functies, open lijstvorming, getrapte verkiezingen, beperking van de herverkiesbaarheid, lagere kiesdrempels, hogere kiesdrempels, kleinere kieskringen, grotere kieskringen. Als we naar andere landen kijken, zien we dat al die regelingen al uitgeprobeerd zijn, en dat ze op hun beurt hun eigen nadelen hebben.
     We hebben van Montesquieu en de Amerikanen geleerd dat een vrije samenleving best gebaat is met een spreiding van de macht over verschillende instellingen. En we hebben van Popper geleerd dat het niet zo belangrijk is wélke instelling de meeste macht heeft, op voorwaarde dat die macht weer kan worden afgepakt zonder bloedvergieten. Die laatste voorwaarde is heel erg van toepassing op de partijbesturen. Het bestuur van een regeringspartij heeft een aanzienlijke macht in handen; het bestuur van een oppositiepartij heeft niets in handen, of teert in het beste geval op de machtsrestjes van een vroegere bestuursdeelname. De periodieke verkiezingen zorgen voor een periodieke aflossing van de wacht, wat Nozick de “zigzag of politics” noemt, en de Fransen de ‘alternance’.
     Veel mensen vinden spontaan die idee van ‘alternance’ aantrekkelijk. Zij zien in alle partijen goede punten, en vinden het leuk dat die beurtelings aan bod komen. Ik heb dat niet. Ik kan bijvoorbeeld niet begrijpen wat goeds er kan voortkomen uit een regeringsdeelname van groenen of socialisten. Wát er waardevol is in het programma van die partijen, vind ik ook wel met enig zoeken terug in de partijen van mijn voorkeur. Van karakter sta ik dus open voor de totalitaire verleiding om alle politieke heil van één kant te verwachten. Maar ik wil graag in goede verstandhouding samenleven met de mensen om me heen. Sommige van mijn beste vrienden zijn groen of socialist.  Ik wil hun partijen tolereren als zij de mijne tolereren. En dan is er nog iets. Die partijen van mijn voorkeur – die voorkeur slaat wel eens om – blijven mensenwerk. Als zo’n partij, ook al is het die van mijn voorkeur, te lang aan één stuk door aan de macht blijft, is dat niet goed voor haar morele gehalte. ‘Power corrupts,’ zei lord Acton, ‘and absolute power corrupts absolutely.’
     Om kort te gaan, als Van Langenhove nog eens uitvalt tegen de ‘rotte partijpolitiek’ zou ik graag hebben dat hij nuanceert en preciseert, dat hij in een adem door zijn steun toezegt aan het beginsel van een meerpartijenstelsel, en dat hij tegelijk ook uitlegt welke structurele hervormingen hij voorstelt om de werking van het stelsel te verbeteren. Zo niet, zal ik zijn uitval interpreteren, in het beste geval, als een kwalijke autoritaire oprisping, in het slechtste geval, als een blijk van een stiekeme totalitaire ideologie.

* Opkomen op een Vlaams Belang-lijst lijkt mij een Nieuwe Marsrichting, vergeleken met de vorige infiltratiepogingen in N-VA, die ik vroeger al eens becommentarieerd heb.