Posts tonen met het label Herman van Rompuy. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herman van Rompuy. Alle posts tonen

zondag 30 september 2018

CD&V als pro-immigratiepartij

     In een interview met De Zondag, een blad met 1.619.774 lezers, vertelt Herman Van Rompuy (CD&V) waarom hij voorstander is van meer immigratie. ‘Dit continent zal 50 miljoen inwoners verliezen de komende vijftig jaar.’ In de redenering van Van Rompuy moeten we dat verlies dus goedmaken door 50 miljoen nieuwe immigranten binnen te laten. Zo interpreteer ik toch zijn woorden. Als hij iets anders bedoelt, mag hij het mij melden.
     Of 50 miljoen mensen meer of minder een probleem zijn, weet ik niet, maar ik heb wel eens gehoord dat er een probleem zal ontstaan door het dalend aandeel van de actieve bevolking, omdat we in Europa altijd maar ouder worden en minder kinderen krijgen. Daar zijn verschillende oplossingen voor: meer kinderen krijgen, langer werken voor wie dat nog kan, korter studeren voor wie daar niet geschikt voor is, ons allemaal tevreden stellen met wat minder, meer inzetten op automatisering, en ja, de Van Rompuy-oplossing, migranten naar hier halen vanuit Afrika. Ik ben van dat laatste geen groot voorstander, maar ik wil de zaak vandaag vanuit een ander oogpunt benaderen.
    Ik vind namelijk dat Van Rompuy de migratiekwestie te gemakkelijk voorstelt. ‘Wat Europa moet doen, is illegale migratie vervangen door legale migratie. Alleen als je illegale migratie stopt, zal je een draagvlak vinden voor legale migratie.’  Van Rompuy ziet de kwestie dus als een draagvlakprobleem – hij is daar politicus voor – maar ze is echt wel ingrijpender dan dat. Van Rompuy’s scenario kan maar werken als door een wonderlijke harmonia praestabilita het aantal Afrikanen dat we nodig zouden hebben – 50 miljoen – mooi overeenkomt met het aantal Afrikanen dat wil oversteken. Maar dat is onwaarschijnlijk. Van Rompuy zegt, terecht geloof ik, dat Afrika aan de vooravond staat van een bevolkingsexplosie. Het is dus best mogelijk dat er in de volgende halve eeuw niet 50 miljoen, maar 100 miljoen of 200 miljoen Afrikanen naar Europa willen, of nog meer. Als we dan 50 miljoen Afrikanen legaal binnenlaten, dan zijn er nog 50 of 100 of 150 miljoen anderen die íllegaal binnenwillen. Voor hen moeten we dan zelfs in het Van Rompuy-scenario de grenzen gesloten houden.
     Van Rompuy zegt: ‘De grenzen sluiten is een illusie.’ Strikt genomen klopt dat niet. De communistische landen hebben laten zien dat het perfect mogelijk is om grenzen hermetisch te sluiten. Er kon niemand naar buiten. Maar dan moet je bereid zijn om overtreders neer te schieten, of in ons geval, die boten op de Middellandse Zee te torpederen. Aangezien we geen voorbeeld willen nemen aan de communisten, moeten we aanvaarden dat de grenzen inderdaad nooit hermetisch zullen dichtgaan.
     Maar de grenzen kunnen wel veel béter gesloten worden dan nu. En daarvoor zullen – naast internationale overeenkomsten met herkomst- en doorgangslanden, en opvangkampen in eigen regio – vooral striktere wettelijke criteria en regelingen noodzakelijk zijn. Nu zijn de wettelijke regelingen zó dat de helft van degenen die hier als vluchteling binnenkomen een legaal statuut krijgen en dat de procedures om de andere helft uit het land te zetten heel zwaar zijn. Die criteria, wettelijke regelingen en procedures zijn bedacht in een ander tijdperk en voor andere problemen.
     Als Van Rompuy en zijn partij de immigratie in de volgende halve eeuw tot 50 miljoen wil beperken, zouden ze met hart en ziel moeten meewerken aan een striktere wetgeving in plaats van zoiets aan N-VA alleen over te laten. Dan kunnen ze met die laatste partij nog altijd van mening verschillen over de 50 miljoen zelf.

vrijdag 13 april 2018

Tsjeverij

     Mocht je lid zijn van CD&V, lieve lezer, of van een aanverwante organisatie, dan kreeg je wellicht al een keer het woord ‘tsjeef’ toegevoegd. Aan de toon kon je dan horen dat het geen complimentje was. Het was net het tegendeel van een complimentje. Je werd uitgemaakt – maar voor wat?
     Meestal wordt tsjeverij in verband gebracht met een zekere mate van valsheid, maar het lijkt mij onrechtvaardig om die slechte eigenschap op één politieke partij te betrekken. Zelf spelen we, als het zo uitkomt, allemaal wel eens vals, spreken we met dubbele tong, en planten we een figuurlijk mes in de rug van een collega, en bij politici – van álle partijen –  zie je het wat vaker. Ja, politici zijn soms vals – ’t mag met een krijtje aan de balk hoor.
     En het voortdurende gekuip van CD&V dan in de regering? Met één voet in de regering en met de andere voet in de oppositie? Altijd maar schieten op N-VA-ministers waarmee ze samen in de coalitie zitten? Is dat geen tsjeverij? Ja, misschien, maar ‘t is ook een verstandige politiek. CD&V kan N-VA jennen zoveel ze wil, bij de volgende regeringsvorming kunnen de vlaams-nationalen niet zonder de christendemocraten. Het omgekeerde geldt niet. De christendemocraten kunnen best een regering vormen zonder vlaams-nationalen, maar met groenen en socialisten in de plaats. En, mocht dat niet genoeg zijn, de geheime code om de liberalen erbij te krijgen is 1-2-3-4. ’t Is in die omstandigheden eigenlijk onbegrijpelijk dat CD&V niet nog meer inspanningen doet om N-VA op stang te jagen.
     Zelf denk ik bij tsjeverij aan iets anders – aan iets wat men vaak als ‘schijnheiligheid’ omschrijft. Het gaat mij niet om de vuile streek, maar om het verbaasd-onschuldige gezicht dat men opzet bij het uitvoeren van die streek. Ik zie het niet bij de nijdige Eric Van Rompuy en ik zie het niet bij de schriele Wouter Beke. Ik zie het zelfs niet bij Kris Peeters, ook al lacht die de laatste tijd een beetje als een niet helemaal oprechte oude tante, of, zoals mijn Facebookvriend Ed Van Gasse met meer precisie schreef, als Robin Williams in Mrs. Doubtfire.
     Onlangs zag ik iets op de Facebookpagina van Mark Van de Voorde dat er mij wél vaagjes aan deed denken. Mark heeft een christelijke en christendemocratische achtergrond. Hij was perschef van het bisdom van Brugge, hoofdredacteur van het Parochieblad, adviseur van Yves Leterme en medewerker van Herman Van Rompuy. Op zijn Facebookpagina bepleit hij een plaatsje voor de godsdienst in de publieke ruimte, belicht hij vluchtelingenproblematiek en immigratie vanuit de evangelische waarden, en maakt hij vergelijkingen tussen N-VA en het nazisme van de jaren dertig. En onlangs postte hij een spotprent van Marec over Pol Van den Driessche, ook van de N-VA,  met een naar mijn smaak wat tsjeverige commentaar.
     Die spotprent is erg grappig. Een goed herkenbare Pol heeft een argeloze jongedame achterwaarts benaderd, zijn kruis tegen haar billen geduwd, en, met zijn armen onder haar oksels gestoken, betast hij haar borsten. ‘t Is grappiger als je het ziet. Er staat een tekst bij ‘En zie je van Brugge, zet je van achter*’. Met die tekst wordt verwezen naar de Waals-Brusselse partij ‘Islam’ die voorstelt om vrouwen achteraan te laten plaatsnemen op bus en tram, zodat ze veilig zijn voor ongewenste aanrakingen. En dat Pol vroeger al eens een vrouw ongewenst aanraakte is goed gedocumenteerd. Hij heeft het zelf toegegeven.
     Je kunt nu zeggen dat die spotprent misplaatst is. Dat de handtastelijkheden van Pol tot het verleden behoren. Dat hij daarvoor zijn publieke excuses heeft aangeboden. Dat er geen nieuwe feiten zijn. Dat er geen verband is  tussen Pol en die ‘Islam’-partij. Dat van de ‘Islam’-partij naar dat liedje over de Bruggelingen die zich ‘van achter moeten zetten’ slechts een heel dun, kronkelend, flauwgeel verbindingslijntje loopt. Maar zulke dunne, kronkelende verbindingslijntjes zijn nu net waar het bij spotprenten om gaat. Als ik een politiek ongebonden tekenaar was, en ik was op hetzelfde idee gekomen, ik had de tekening ook gemaakt. En als ik, zoals Mark, een negatief oordeel had over N-VA, ik zou de tekening misschien ook posten. Elk beetje schade dat die partij daardoor zou lijden, zou ik dan mooi meegenomen vinden. 
     Maar goed, ik werd dus vooral getroffen door de commentaar die Mark bij de tekening plaatste.  Mark zegt dat hij het ‘niet kon laten om dit te delen omdat het iets aantoont over de politieke campagne. Als een partij uit alles garen wil spinnen, krijgt ze wel eens de klos in haar gezicht.’ Dat van dat garen en die klos is een mooi spreekwoord dat ik niet kende en dat naar de textielnijverheid verwijst. Als je vezels – van wol, vlas of katoen –  in elkaar wil draaien tot een stevige draad, kun je die draad best vergaren rond een sneldraaiende klos en dan kan het gebeuren dat die klos losspringt en in je gezicht terechtkomt. Het spreekwoord betekent dus dat wie overal voordeel uit wil halen (‘garen spinnen’) ook wel eens een weerbots vangt (‘klos in het gezicht’). Een klos in je gezicht krijgen, is ongeveer hetzelfde als een boomerang in je gezicht krijgen.
     Mark ziet in de afbeelding van Pol Van den Driessche een terugslag die N-VA moet ondergaan omdat de partij zo fel gereageerd heeft op het ‘Islam’-voorstel van gescheiden plaatsen op bus en tram. Ik interpreteer dat anders. Ik zie wel het verband tussen Pol en het ‘Islam’-voorstel maar ik zie geen verband met de N-VA-reactie op dat voorstel. Het was niet Pol die de N-VA-reactie verwoordde. Ook stond N-VA niet alleen met haar reactie. Andere partijen als CD&V, Open-VLD en Groen hebben ook fel gereageerd. Maar over verbanden en voorbeelden kun je blijven discussiëren. Ik vind de verwikkelingen rond Tom Meeuws een veel beter voorbeeld van een terugspringende klos, maar als Mark het voorbeeld van Pol beter vindt, is dat zijn goed recht.
     Het gaat mij trouwens meer om het vervolg van de commentaar. Mark beweert dat hij de tekening plaatste om iets te zeggen over ‘de moraal van het verhaal’ en alvast niet omdat hij  de humor van de cartoon zelf goed zou vinden.’ En hij herhaalt daarna nog verschillende keren dat hijzelf de tekening niet humoristisch vindt. Mark moet daar niet om lachen, om zulke tekeningen.
     Er doemt bij mij een beeld op van twee, nou ja, tsjeven op de trein die samen een boekje met pornografisch fotomateriaal doorbladeren. ‘Kijk hier,’ zegt de een, ‘schandalig.’ ‘Kijk daar,’ antwoordt de ander, ‘nog erger.’ ‘En zeggen dat je zulke boekjes overal vrij kunt kopen,’ zegt de ene weer. En zo gaat dat maar door, bladzijde, na bladzijde, na bladzijde, na bladzijde.**



*Het lied gaat verder als volgt: ‘Ge moet van voren in de reke niet gaan staan.’ In vertaling: ‘En ben je van Brugge, neem dan plaats achteraan / Je moet vooraan in de rij niet gaan staan.’ ’t Is grappiger als je het liedje ook echt zingt.


**Ed van Gasse reageerde op mijn Facebook-pagina met volgende anekdote: ‘Toen ik een jaar of dertien was, leende ik aan een klasgenoot (de latere kunstschilder Paul Morez) een erotisch tijdschrijft uit (De Lach, als je het nu zou zien, kan je je ogen niet geloven, zo flauw en onschuldig). Dat zat verscholen in een plakboek over de Beatles. Beide werden geconfisceerd door onze leraar Latijn die toen ook waarnemend prefect was. Hij ontbood mijn moeder om haar de levieten te lezen over haar seksueel geobsedeerde zoon. Mijn moeder vertelde me later dat hij tijdens het gesprek de hele tijd door heen en weer zat te bladeren in het euvele boekje, alle tieten geringschattend monsterend terwijl hij alsmaar bleef zeggen: “Kijk, dat doet mij nu als volwassen man allemaal niets, zie. Kijk, kijk.” Ik denk dat dit voor mijn moeder toch een beetje een #metoo moment was.’





zondag 17 september 2017

# Opkuisen

     In Keerbergen, waar ik woon, zie je ze niet vaak, maar in de Brusselse Noordwijk schijnt er een probleem te zijn met transitmigranten. In het Maximiliaanpark, lees ik, verblijven er tussen de vijfhonderd en zeshonderd van die mensen. Ze hebben geen verblijfsvergunning, sterker nog, ze willen geen verblijfsvergunning – ze willen alleen doorreizen naar Groot-Brittannië waar ze, helaas voor hen, niet welkom zijn.
     Zo’n situatie is niet gezond. Die vluchtelingen kunnen nergens terecht. Ze zoeken elkaar op, er komen er meer en meer, en voor je het weet krijg je zoals in Calais onhoudbare toestanden. En onhoudbare toestanden, dat weet iedereen, kunnen heel lang aanhouden. Dat kan dan weer leiden tot ‘overlevingscrimininaliteit’ waarbij de verschoppelingen der aarde brave burgers overvallen om een brood te stelen, zoals in een 19de-eeuws melodrama.  Dat is niet leuk als het om jouw brood gaat, dat je net bij de Turkse bakker om de hoek hebt gekocht. Je hebt genoeg geld om een tweede brood te kopen, maar daar gaat het niet om. De overval geeft je een gevoel van onveiligheid – hetzelfde gevoel van onveiligheid waar de transitmigranten ook onder lijden en dat volgens dr. Stephanie De Maesschalck leidt tot een verstoorde lichamelijke ontwikkeling, een versneld genetisch verouderingsproces, diabetes, angstaanvallen, depressies en slaapstoornissen. En dat is niet alles. In de buurt van zo’n transmigrantenpark kunnen hardvochtige kapitalisten opduiken – alweer zoals in een 19de-eeuws melodrama – aasgieren op zoek naar rechteloze vluchtelingen die ze dan aan een heel laag loon tewerkstellen terwijl ze tegelijk geen cent aan sociale bijdragen betalen.
     Hier moet worden opgetreden, zullen velen onder mijn lezers denken, menselijk, binnen de wet, maar kordaat. En dat betekent onder andere dat af en toe een groepje transitmigranten in het Maximiliaanpark moet worden gearresteerd. Theo Francken heeft in een tweet verslag gedaan van zo’n arrestatie en daar de hashtag ‘opkuisen’ aan toegevoegd. Na protest van alle kanten heeft hij de hashtag nader verklaard: ‘Ik kuis geen mensen op. Ik kuis problemen op.’ En voor de zekerheid heeft hij de hashtag verwijderd. Maar dat soort excuses overtuigt niet en de negatieve reacties bleven komen.
     Bij die negatieve reacties kan ik mij het beste vinden in die van Mark Van de Voorde, oud-hoofdredacteur van Kerk en Leven en gewezen speechschrijver van Yves Leterme en Herman Van Rompuy.  Van de Voorde geeft in ronde woorden toe dat er inderdaad een probleem is. Hij schrijft dat er ‘iets moet worden gedaan opdat de overlast aan het Brusselse Noordstation eindigt.’ En hij onderkent de complicatie van migranten die hier verblijven maar die hier geen asiel willen aanvragen. Je zou kunnen zeggen dat de opvattingen van Van de Voorde,  van Francken en van mij tot daar overeenkomen. Maar er zijn ook verschillen. Van de Voorde vindt het woord ‘opkuisen’ ongepast hard taalgebruik en dat vind ik ook, maar Francken blijkbaar niet. Verder meent de oud-hoofdredacteur dat met het woord ‘opkuisen’ de transitmigranten worden gelijkgesteld aan ‘zwerfvuil’. Dat vind ik dan weer een overhaaste conclusie.
     Of Francken transmigranten echt voor zwerfvuil aanziet,  kunnen Van de Voorde en ik niet weten. Slechts de Allerhoogste heeft het vermogen om hart en nieren te schouwen. Wat we wel weten is dat het stoere taalgebruik van Francken behoort tot een bepaald soort politiek spel dat door velen wordt gespeeld. Enige tijd geleden sprak Caroline Gennez over leerlingen uit het beroepsonderwijs als over ‘jongens met vuile handen’. Zelfs onze zachtaardige minister van Onderwijs vergeleek nog niet zo lang geleden slecht presterende leraren met ‘rotte appels’. ’t Is het soort kranige taal dat in een krantenkop terechtkomt, of, als soundbite, in het Het Journaal of in Het Nieuws.*
     Wat evengoed tot het politieke spel behoort, is de verontwaardigde reactie van politieke tegenspelers die de uitspraak zo ongunstig mogelijk interpreteren**. Als Francken twittert over ‘opkuisen’, twitteren oppositiepartijen en coalitiepartners over ‘de menselijke waardigheid’. Een linkse brildrager staat op en haalt de Lingua Tertii Imperii van Victor Klemperer uit de kast. En je ziet zoiets ook aan de andere kant van het politieke areaal. Toen Gennez haar uitspraak deed over de vuile handen verweet Koen Daniels haar dat ze een minachtende houding aannam tegenover een deel van de leerlingenpopulatie: ‘U blijft technische richtingen hier “de leerlingen met de zwarte handen” noemen. Hoe durft u?’ Daniels, die ik anders graag mag lijden, wist donders goed dat Gennez haar uitspraak niet minachtend had bedoeld. Maar de kans was te mooi om te laten liggen. Vooral omdat Gennez zich in haar tussenkomst zelf ook aan ergerlijke demagogie had bezondigd.
     Voor mij is dat allemaal niet nieuw. In 1973 was aan de middelbare scholen beroering ontstaan rond een plan om de legerdienst te vervroegen. Om de gemoederen van de Menense scholieren te bedaren kwam een heuse kolonel in de feestzaal van ons college uitleg geven over het plan. Op een bepaald ogenblik zei hij iets over paarden. Een medeleerling sprong verontwaardigd op en riep: ‘Hoe durft u ons met paarden vergelijken? Wij zijn geen paarden.’ Groot applaus was zijn deel.


* Dat die krachtige taal van ‘opkuisen’ en ‘vuile handen’ en ‘rotte appels’ – wat ook de bedoeling er van zij – ondertussen bij de bevolking een kwalijk beeld bewerkstelligt van transitmigranten, beroepsonderwijsleerlingen en leraren – dat zal ik niet ontkennen.

** De morele verontwaardiging die volgt op enkele sterke woorden van een politieke tegenstander – ’t is de norm. Het is het omgekeerde dat opvalt en een verklaring behoeft. Op de rotte-appelenuitspraak van onze minister van Onderwijs bijvoorbeeld is bij mijn weten weinig reactie gekomen. Toch is ook dat begrijpelijk. Geen leraar wilde de verdenking op zich laden dat hij zelf een slechte presteerder was. Niemand wou bij wijze van spreken voor rotte appel doorgaan. De christelijke vakbond was zelfs bijzonder mild. Misschien was het omdat de minister zelf tot de christelijke arbeidersbeweging behoort. Maar ‘t was niet de hoofdreden, geloof ik. Iemand die het politieke spel speelt, kijkt altijd verder dan de bewoordingen van een andere speler, ook al laat hij het anders voorkomen. In het geval van onze minister was het duidelijk. Iedereen begreep waarom ze zo’n stoere taal gebruikte. Het was om te verbergen dat zij niet van plan was om maatregelen te nemen tegen die slechte presteerders.


Dit stukje werd ook geplaatst op Doorbraak.