Af en toe kan een scheldwoord bruikbaar zijn om een politieke vijand te typeren, maar vaker berust het op een overdrijving of een leugen. Een brave lerares wordt een ‘raciste’ genoemd vanwege haar standpunt omtrent immigratievoorwaarden. Nochtans behandelt zij al haar leerlingen, blank en zwart, netjes gelijk. Een jonge staatsambtenaar wordt een ‘communist’ genoemd omdat hij rijken zoals ik iets zwaarder wil belasten. Nochtans stemt hij Groen, heeft hij amper politieke interesses, en heeft hij alleen kaartjes voor Manifiesta gekocht omdat Kate Hudson daar komt spreken. Hij zal schrikken als dat niet de bekende Hollywood-actrice zal blijken te zijn.
In plaats van zulke leugenachtige platitudes te gebruiken, kun je proberen met scheldwoorden iets leuks te doen in een polemiekje. Pascal Cornet noemt in zijn stukje van vandaag N-VA-schepen Annick De Ridder een ‘opportunistische cynica, een theatrale schertsfiguur en een sardonische sarcaste’. Vooral die laatste omschrijving is aardig omdat ze zo onweerstaanbaar doet denken aan de titel van zoveel Suske-en-Wiske-albums.
Mijn ervaring is echter dat de polemiekjes met de meeste scheldwoorden voor een andersdenkende de minst leerzame zijn. Je leert iets leert over de schrijver maar weinig over het onderwerp van zijn spot. Cornet bijvoorbeeld heeft bezwaren tegen N-VA, dat heb ik nu goed begrepen. Maar of Annick De Ridder werkelijk ‘geen zak’ geeft om het milieu, dat kan ik uit het stuk niet opmaken. Dat lijkt mij een kwestie van speculatie. Ook weet ik nu niet met zekerheid of ze bevriend is met de directeuren in het gebouw van de Persgroep waar ze vóór poseert. Dat lijkt mij een kwestie van insinuatie. En dat Annick als politica in haar eigen machtspositie geïnteresseerd is, wist ik al. Daar had ik Cornet niet voor nodig. Toon mij een politicus die niet geïnteresseerd is in zijn machtspositie.
Een andersdenkende leert dus niet veel uit politieke scheldtirades. Erg is dat niet, want wat die andersdenkende zou kunnen leren, is meestal het laatste waar de polemist aan denkt. De polemist moet dus ook niet kijken op een scheldwoord meer of minder. Hij moet niet al te bang zijn om een tegenstander te kwetsen. Trouwens, een beetje tegenstander zal onder die scheldwoorden het hoofd koel houden, ze als geuzennaam opvatten, en antwoorden: et alors?
Dit alles verklaart de populariteit van schelden in het politieke bedrijf. Er worden voor dat doel soms zelfs nieuwe etiketten in omloop gebracht. Toen de Oekraïense oorlog op de voorpagina’s stond, las je hier en daar het verwijt van ‘poetinist’ bijvoorbeeld. Goed gevonden, want de tegenstander zou dan als antwoord ‘Zelenskist’ moeten roepen, en dat ligt veel minder goed in de mond. Maar ‘poetinist’ blijft verder een scheldwoord van dezelfde orde als ‘racist’ en ‘communist’: het wordt vooral gebruikt voor mensen die het niet zijn. Er is slechts een kleine minderheid van mensen in ons land die zich vierkant achter de Russische inval schaart. In de reguliere pers hoor je ze niet en op de sociale media schrijven ze commentaartjes vol grove taalfouten. Daarnaast is er wel een grotere groep mensen die naar neutraliteit neigen, omdat ze zich niet willen moeien met wat hen niet aangaat of omdat ze te veel lelijks zien bij de twee oorlogvoerende partijen. Het zijn die neutralen die makkelijkst het nieuwe etiket krijgen opgeplakt.
Zelf heb ik ook al over ‘poetinisten’ geschreven. Ik noem dan niemand in het bijzonder en denk ook aan niemand in het bijzonder. Ik ga ervan uit dat ze bestaan, maar dat ze in tegenstelling tot de kromtaalschrijvers op de sociale media, hun sympathie voor de Russische autocraat voor zichzelf houden of reserveren voor een beperkte kring van gelijkgezinden. ’t Zou begrijpelijk zijn, want de Oekraïense polemiek wordt vaak heel persoonlijk gevoerd. De verborgen Poetinist vreest, niet ten onrechte, om minstens symbolisch op de brandstapel te komen. Heksenjacht is van alle tijden.
Eigenlijk spreek ik nog het liefst van ‘halve poetinisten’. Daarmee bedoel ik niet ‘apeasers’, want misschien hebben de ‘apeasers’ dit keer wél gelijk – dat kan ik niet uitmaken. Ik bedoel ook niet ‘Putinverstehers’ want je doet geloof ik niets fout als je Poetin probeert te begrijpen. George Orwell werd razend als Britse intellectuelen of politici probeerden om Hitler te begrijpen. Hij vond dat een capitulatie. Ik heb dat niet. Van mij mag men alles en iedereen proberen te begrijpen. Hoe meer je begrijpt, hoe beter. En het is niet omdat je iemand begrijpt, dat je hem goedkeurt of – en dat is het belangrijkste – laat begaan.
Wat ik wel bedoel met ‘halve poetinisten’ zijn mensen die naar mijn smaak teveel argumenten uit het Poetinkamp overnemen. Zelfs daar zou ik begrip kunnen voor opbrengen, als die overgenomen argumenten op zichzelf waardevol waren, maar ik vind ze juist onlogisch en hemeltergend eenzijdig. Op een kwade dag acht ik mij in staat om iemand als professor Goddeeris een ‘halve poetinist’ te noemen. ’t Zou onrechtvaardig zijn, want Goddeeris zijn werkelijke sympathie voor Poetin is wellicht nul procent, en niet vijftig procent. Maar wat is, op zo’n kwade dag, het alternatief? Moet ik hem een ‘objectieve handlanger’ van Poetin noemen, zoals men in de communistische traditie sprak van ‘objectieve handlangers’ van het tsarisme, imperialisme en fascisme ? Dat waren dan lui die het ‘subjectief goed meenden’ maar die ‘objectief in de kaart van de vijand speelden’.
‘Objectieve handlanger’, ik eet nog liever mijn hoed op dan dat ik dát scheldwoord gebruik.
vrijdag 22 juli 2022
'Vuile poetinist' en andere politieke scheldwoorden
maandag 9 mei 2022
Poetin: rationeel of madman?
Vandaag lees ik in Het Nieuwsblad een
stuk over Abbas Gallyamov, een ex-speechschrijver van Poetin. De man voorspelt
dat Poetin vandaag een nucleair ultimatum zal stellen. Ik ben benieuwd of die
voorspelling zal uitkomen.
Ik hou wel van die ex-speechschrijvers. Ik
heb indertijd veel geleerd van de memoires van Peggy Noonan, een
ex-speechschrijfster van Ronald Reagan. Ik haalde haar altijd aan in de klas,
als ik over ‘de redevoering’ sprak. Noonan had de gewoonte om tijdens het
schrijven van een speech – een karwei dat weken kan duren – urenlang jambische verzen te lezen. Dat leek mij erg slim. Een goede, moderne redevoering
moet een jambisch karakter hebben. Vergelijk maar eens bij Shakespeare de
redevoering van Brutus, naar het klassieke voorbeeld van Cicero, met de moderne
aanpak van Marcus Antonius, die van de hak op de tak springt, maar alles mooi
aan elkaar lijmt door het meeslepend metrum.
Toch overheerste een gevoel van spijt toen
ik het stuk in Het Nieuwsblad las. Het stelt de vraag in hoeverre we
Poetins dreigementen als een madman strategy moeten bekijken. Ik had
daar gisteren nog van alles over opgezocht om daar een stukje over te schrijven
en nu is de auteur van Het Nieuwsblad, Peter Mijlemans nota bene, mij
voor. Hij legt correct uit hoe Nixon tijdens de Vietnamese oorlog met opzet de
indruk gaf van irrationeel en impulsief te reageren, zodat de communistische
vijand zich verzoenend zou opstellen om een nucleair conflict te vermijden. Nixon
verklaarde aan zijn stafchef Haldeman: ‘I call it the Madman Theory, Bob. I want the North Vietnamese to
believe I've reached the point where I might do anything to stop the war. We'll
just slip the word to them that, "for God's sake, you know Nixon is
obsessed about communism. We can't restrain him when he's angry—and he has his
hand on the nuclear button" and Ho Chi Minh himself
will be in Paris in
two days begging for peace.’
Anti-Amerikaans links schreef toen gretig
dat Nixon de wereld ‘op de rand van een kernoorlog’ bracht, en het was precies
die indruk die de president wilden wekken. In werkelijkheid dácht hij er niet
aan om een nucleaire escalatie op gang te brengen waar hij zelf het slachtoffer
van kon worden. Tussen twee haakjes: Mao kon er ook iets van. Die liet
herhaaldelijk optekenen dat hij niet bang was van een kernoorlog. Er waren toch
– in die tijd – 600 miljoen Chinezen. Als er daarvan 300 miljoen
omkwamen bleven er nog 300 miljoen over om zegevierend het socialisme op te
bouwen.
Er is aan die historische parallel één
nadeel. Terwijl we van Nixon ongeveer weten wat
zich indertijd in zijn hoofd afspeelde, weten we dat niet van Poetin nu. Zijn
extravagante praatjes over ‘Oekraïne bevrijden van de neonazi’s’ en zijn
bespottelijk lange onderhandelingstafel lijken inderdaad die van een madman?
Maar is die indruk juist? Is Poetin gek, of speelt hij voor gek, zoals Hamlet
doet in dat toneelstuk en zoals Macchiavelli als wijs beleid aanprijst in de Discorsi?
Er is een groot verschil tussen een kernoorlog beginnen – wat irrationeel en
waanzinnig zou zijn – en een kernoorlog in het vooruitzicht te stellen – wat
weliswaar gevaarlijk, maar helemaal niet waanzinnig of irrationeel hoeft te
zijn.
Professor Goddeeris, die anders wel
‘begrip’ wil opbrengen voor het Russische standpunt, heeft Poetin al
verschillende keren ‘irrationeel’ genoemd. In De Standaard van 3 maart
schreef hij: ‘Moskou is onverwachte dingen aan het doen … Poetin waagt zich aan
een oorlog die hij niet kan winnen. Bij zoveel irrationaliteit moeten we
escalatie vermijden.’
Nou ja, onverwachte dingen… Goddeeris had de brutale agressie
niet voorspeld, dat geef ik toe, maar gewezen schaakkampioen en politiek
opposant Gari Kasparov voorspelde zo’n evolutie al in 2015 in zijn boek Winter
is Coming. Ook is niet duidelijk waarom Poetin de oorlog niet kan – of kon
– winnen. Door de westerse militaire steun aan Oekraïne is dat nù misschien zo,
maar juist die substantiële westerse steun kwam nogal ‘onverwacht’. Van Amerika weet je nooit
op voorhand welke reflex zal overheersen: de imperiale of de isolationistische.
En wat kon Poetin van het slappe Europa verwachten? Veel geblaat en weinig wol?
Ook Goddeeris had verwacht dat de ‘progressieve krachten’ – sociaaldemocraten
en groenen – zich tegen wapenleveringen zouden verzetten en ze dus onmogelijk zouden maken.
Wat Europa betreft heeft Poetin zich
misrekend. Hij heeft zowel het humanitarisme als de folie des grandeurs
van de Europese leiders onderschat. Dat humanitarisme, zul je zeggen, is faciel
en hypocriet en die folie des grandeurs belachelijk en stuitend. ’t Is
waar. Maar ondertussen doen de Oekraïense strijdkrachten er hun voordeel mee en
moet Poetin op zoek naar een oplossing. Misschien kan hij zich spiegelen aan
Nixon’s ‘peace with honor’, wat geloof ik, uiteindelijk op een algehele
terugtrekking van zijn troepen neerkwam. ’t Is een te volgen voorbeeld.
zaterdag 7 mei 2022
Professor Goddeeris over Poetin
Deze week kreeg ik weer een portie professor Goddeeris op mijn bord. Op 2 mei zat hij in het panel van ‘De Afspraak’ en op 4 mei stond een interviewtje met hem in Het Nieuwsblad. Goddeeris is, naar eigen zeggen, geen ‘Poetinsupporter’, maar wel iemand die ‘begrip’ vraagt voor het Russische standpunt. Verder wil hij dat het westen in de Oekraïense kwestie stopt met de confrontatie op te zoeken, kiest voor dialoog en onderhandeling, bemiddelend optreedt en alle wapenleveringen stopzet.
De argumentatie van Goddeeris vind ik weinig overtuigend, en zijn woordkeuze is ongelukkig. Ik wil best een poging doen om de motieven van Poetin te ‘begrijpen’, ook als die worden toegelicht door iemand als Goddeeris, maar daarom moet ik voor die motieven nog geen ‘begrip opbrengen’. Goddeeris beweert dat de Russische inval in Oekraïne ‘niet zonder aanleiding’ gebeurde. De aanleiding was, nog altijd volgens Goddeeris, dat Oekraïne lid wilde worden van de Navo. Goed, dan is dat de aanleiding. Maar is het ook een goede aanleiding? Zelf zag ik tot voor kort geen reden waarom Oekraïne bij de Navo moest komen, maar sinds Poetins aanval zie ik de reden maar al te goed. Een buurland van Rusland dat geen lid is van een internationale alliantie, is voor Poetin loslopend wild, en al zeker als het in het verleden ooit tot Rusland of tot de Sovjet-Unie behoorde.
Goddeeris pleit voor een ‘bemiddelende rol’ van het westen. Maar dat voorstel past slecht bij zijn eigen analyse. Volgens Goddeeris zoekt Zelenski naar een compromis door voor zijn land een neutraal statuut te overwegen, terwijl het westen, bij monde van Boris Johnson het extreme standpunt inneemt ‘dat Rusland uit Oekraïne moet verdwijnen’. Je duizelt bij zoveel absurditeit. Ten eerste zijn de aangehaalde standpunten – neutraal statuut, Rusland weg uit Oekraïne – niet tegenstrijdig. Ten tweede is het standpunt van Johnson helemaal niet extreem – wil Goddeeris dan dat Rusland blijft?* –, en ten derde ziet iedereen dat het Zelenski is die het westen aanvuurt en niet het westen Zelenski. Straks gaat Goddeeris nog beweren dat het westen zijn wapenleveringen aan Zelenski ‘opdringt’. Ten slotte, als Goddeeris toch gelijk heeft – dat Zelenski de gematigde partij, en het Westen de extreme partij is – dan is het Zelenski die bemiddelend zal moeten optreden.
Goddeeris wordt geprezen door een aantal gelijkgezinden om de intellectuele moed waarmee hij zijn standpunt verdedigt. Maar er zijn verschillende soorten van intellectuele moed. Een soort bestaat erin om iets anders te zeggen dan wat de meerderheid zegt. Die eigenschap heeft Goddeeris inderdaad. Een andere soort bestaat erin om niet te veel om de hete brei heen te draaien en te zeggen waar het op staat. Daar is hij veel minder sterk in. In ‘De Afspraak’ kwam het tot een discussie met professor De Grauwe die hem verweet de appeasement politiek van de jaren 30 tegenover Hitler te imiteren. Door de dialoog met Hitler na te streven heeft men indertijd zijn oorlogsplannen aangewakkerd, en dat zou nu met Poetin ook gebeuren, aldus De Grauwe. Goddeeris antwoordde met een verwijzing naar de Eerste Wereldoorlog en het boek van Christopher Clark dat liet zien dat men toen door gebrek aan dialoog als slaapwandelaars de oorlog tegemoet liep.
Wat biedt de beste historische parallel om de Oekraïnse toestand te benaderen: de Eerste of de Tweede Wereldoorlog? Is de roep om dialoog een uiting van diplomatiek evenwichtstreven, of is het angst om een gevaarlijke en onberekenbare pestkop iets in de weg te leggen? Op zeker ogenblik in het debat verliet Goddeeris, nogal inconsequent, de parallel van de Eerste en ging over naar de Tweede Wereldoorlog. Hij verwees naar de beroemde vraag van eind de jaren dertig: Mourir pour Dantzig?** Was het de moeite om een wereldoorlog te riskeren alleen om Dantzig/Gdansk bij Polen te houden en uit de klauwen van Hiter? ‘Vandaag,’ zei Goddeeris, ‘kunnen we de vraag stellen: Mourir pour Kiev?’
Inderdaad, ’t is een belangrijke vraag, en het antwoord ligt ook voor mij niet voor de hand, vooral gezien de nucleaire dreiging die er nu bij is gekomen***. Maar ’t is beter de zaken duidelijk te stellen in plaats van praatjes te verkopen over ‘begrip voor de Russische positie’, de ‘aanleiding voor de inval’ en het ‘gestook van het westen’. Dat geldt ook voor de wollige taal over ‘dialoog in plaats van wapenleveringen’, ‘geweldloosheid en overleg’ en ‘beëindigen van de polarisatie’. Ik wil de moed van de Oekraïners niet onderschatten, maar zonder de Westerse militaire hulp wacht hen een spoedige nederlaag. Het zal mij benieuwen of Poetin na een Oekraïnse nederlaag nog veel interesse zal hebben voor ‘dialoog’ en ‘overleg’. Waarom wil Goddeeris die waarheid niet onder ogen zien? En als hij pleit voor ‘onderhandelen’ en ‘toegeven’, bedoelt hij dan iets anders dan een volledig capitulatie voor de Russische eisen: permanente seccessie van de Krim, van de volledig Donbas, van de veroverde gebieden, en een neutraal statuut dat de deur openlaat voor nieuwe ‘speciale operaties’?
Vergeleken met het gebabbel, gedraai en geklets van Goddeeris is het rechtlijnige discours van Mark Elchardus een verademing. Hij stelt ongeveer hetzelfde voor, maar zonder vergoelijking en zonder mooie woorden. West-Europa moet zich uit het conflict terugtrekken en moet Poetin zijn zin geven, wat Elchardus als volgt samenvat: Donetsk en Luhansk worden onafhankelijk, de Krim blijft Russisch, en Oekraïne wordt lid noch van de Navo, noch van de EU. Elchardus probeert die keuze niet mooier voor te stellen dan ze is: ze is, zegt hij, ‘vreselijk’.
Ik ben het niet eens met het anti-Amerikanisme van Elchardus, met zijn scherpe tegenstelling tussen ‘ethiek’ en ‘koele berekening’**** en met zijn beginsel om in de internationale politiek helemaal geen onderscheid te maken tussen iberaal-democratische en dictatoriale regimes. Maar ik hou van zijn duidelijkheid.
Ik hoop trouwens net als Goddeeris en Elchardus op een onderhandelde oplossing. Mijn dagen van ‘hasta la victoria siempre’ liggen ver achter mij. Een onvoorwaardelijke capitulatie – het unconditional surrender van Ulysses S. Grant en van Franklin D. Roosevelt – is niet aangewezen. Oekraïne en de Nato moeten Rusland niet binnentrekken, Moskou niet veroveren, Poetin niet arresteren en ophangen, het Russische leger niet ontbinden, het land niet jarenlang bezetten, en de geleden schade niet laten vergoeden. Het beste zou zijn dat Poetin tijdens bilaterale of multilaterale onderhandelingen, zoals in een Shakesperiaanse komedie, tot inkeer komt, zijn troepen uit Oekraïne terugrekt en de integriteit en soevereiniteit van het land erkent. Als dat niet kan, is voor mij een compromis ook goed. Maar het mag voor de Oekraïeners iets meer zijn dan wat Elchardus luidop en Goddeeris stilletjes aanvaarden. En door de westerse wapenleveringen is de kans daarop niet helemaal uitgesloten.
* Goddeeris interpreteert die eis als zou Boris Johnson ook willen dat Rusland zich uit de Krim wegtrekt. Dàt heeft Johnson in elk geval niet gezegd.
** Titel van een editoriaal van Marcel Déat van 4 mei 1939. Het antwoord van de auteur op zijn eigen vraag was dat de Fransen niet moesten sterven voor Gdansk, ook al was Hitler een geweldenaar. Déat is een treffend voorbeeld van iemand die door een mengeling van pacifisme én realisme tot capitulatie en later tot collaboratie komt. Het is opmerkelijk dat Goddeeris die vraag overneemt. Wie een Chamberlain-politiek verweten wordt, verdedigt zich meestal door de parallel te ontkennen. Hier is het of Goddeeris Chamberlain (en in casu Déat) gelijk geeft.
*** Goddeeris spreekt impliciet over de nucleaire dreiging als hij het heeft over de ‘irrationaliteit van Poetin’ die zich ‘aan een oorlog gewaagd heeft die hij niet kan winnen.’ Maar Poetin had die oorlog wél kunnen winnen als het westen niet gereageerd had met militaire steun. Gokken, wat Poetin gedaan heeft, is niet hetzelfde als irrationeel handelen. Of zijn herhaalde dreigingen met nucleaire escalatie een staaltje zijn van irrationeel gedrag dan wel van berekende intimidatie, wie zal het zeggen? Het is waar, Hitlers militair-strategisch gokspel eindigde na een hele reeks nederlagen in een romantische droom van een allesvernietigende Götterdämmerung. Poetin is, net als Hitler, een gokker. Maar is hij ook een romanticus?
**** Ethiek kun je in buitenlandpolitiek niet uitschakelen, net zomin als je er het leidende principe van kunt maken. Het onderscheid tussen een pragmatische en een ethische politiek heeft overigens, wat de doelstellingen betreft, vaak te maken met het onderscheid tussen de korte en de lange termijn.
vrijdag 6 mei 2022
Professor Goddeeris en het bloedbad van Katyn
Professor Idesbald Goddeeris, een van de weinige Vlaamse experts die in zijn stukken meer begrip vraagt voor Poetin, maakte bij het begin van de oorlog een valse start toen hij in De Standaard terloops sprak over het ‘Duitse bloedbad in Katyn’, een fout die de dag erna in de krant werd rechtgezet. In de bossen van Katyn werden in 1940 vele duizenden Poolse officieren doodgeschoten en begraven, maar dat gebeurde niet door de Duitsers, maar door de Russen. Dat was een vervelende fout voor een historicus.
Katyn is natuurlijk lang een controversiële materie geweest, en al zeker ten huize Clerick in de jaren 70 van vorige eeuw. Mijn vader haalde Katyn vaak aan om de moordlust van de communisten te illustreren. Niets van aan, antwoordde ik, het waren de nazi’s die het bloedbad hadden aangericht. En dan ging het minutenlang over de juiste datering van de executies, de grenslijn tussen Duitse en Russische zones, de herovering van Smolensk, het effect van de vrieskou op de staat van de lijken, de rapporten van het Rode Kruis, de koehandel tussen Churchill, Roosevelt en Stalin, de Poolse regeringsleider Sikorski die omkwam in een mysterieus vliegtuigongeval, het proces van Neurenberg, enzovoort. We kwamen er niet uit en het geluidsvolume, altijd al hoog aan onze keukentafel, moest weldra het gebrek aan nieuwe argumenten goedmaken.
Ook elders was de materie controversieel. Ik herinner mij een ‘vorming’ van Ludo Martens die ergens een spitsvondige uitleg over Katyn gevonden had bij de Pools-Franse gauchist K.S. Karol: ’t waren de Duitsers geweest maar Martens en Karol konden precies verklaren hoe de ‘verkeerde’ versie van de feiten was ontstaan. Ik stak voorzichtig mijn hand op en zei iets over de datering, de grenslijn, de vrieskou en het Rode Kruis, in de hoop die argumenten definitief weerlegd te zien. Martens antwoordde echter laconiek: ‘Als je liever de propaganda van Goebbels gelooft, kan ik daar ook niets aan doen.’ Ik vond dat zwak van onze voorzitter.
Dat was allemaal in de jaren 70 of 80 van vorige eeuw. Sinds 1990 is de mist opgetrokken. De Russen zelf, van Gorbatsjov tot Poetin, geven nu toe dat de moorden gebeurden op bevel van Stalin en zijn trawanten. Er zijn een aantal films aan de kwestie gewijd – zoals Katyn van Andrzej Wajda (2007), en Inspeckja (2017), die vooral de interne machinaties van de NKVD nader bekijkt. Stalin wou met liquidatie van de officieren de Poolse elite elimineren als mogelijke bron van verzet. Die officieren waren trouwens allemaal militaristen, reactionairen, primaire anticommunisten en contrarevolutionairen. Je vraagt je af waarom Ludo Martens hun terechtstelling eigenlijk niet toejuichte.
In elk geval: de Russische verantwoordelijkheid staat vast. Ik ben er zo goed als zeker van dat professor Goddeeris als Polen-specialist dat ook weet. Zijn fout moet een lapsus geweest zijn. Als ik een stuk over Katyn schrijf moet ik er ook voor oppassen dat de adjectieven ‘Duits’, ‘Russisch’ en ‘Pools’ niet van plaats verwisselen en ook nog eens verkeerd gespeld worden. Ik ga Goddeeris zijn vergissing dan ook niet gebruiken om zijn discours te ondermijnen, wat ik nochtans graag wil doen. Misschien kan ik dat wel zonder Katyn erbij te betrekken. Ik zal morgen eens zien hoe ver ik geraak.



