Posts tonen met het label Ben Hecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ben Hecht. Alle posts tonen

zondag 20 december 2020

Wie is de echte Anne Boleyn?

 

     Channel 5 bereidt een nieuwe reeks voor over Anne Boleyn, waarin het personage zal worden gespeeld door de zwarte actrice Jodie Turner-Smith. Je denkt nu misschien: dat is dwaas. Dat kan, maar ik zou toch eerst even om mij heen kijken voor ik zo iets zeg. In The Guardian (hierlas ik een column met het venijnige zinnetje: ‘Predictably, racists are losing their head over it.’ De ‘pun’ neem ik aan is ‘intented’, en de inhoud is waarschijnlijk correct. Het zou inderdaad heel raar zijn als blanke racisten géén aanstoot namen aan een zwarte Anne Boleyn. Maar zoals het er staat, lijkt het wel of iedereen die daar aanstoot aan neemt zonder meer een racist is.
     Zelf ben ik nogal ruim in die dingen. Als een klein theatergezelschap een mooi repertoirestuk wil brengen, dan moeten ze roeien met de riemen die ze hebben. Dan kan Romeo best door een Pakistaan van middelbare leeftijd worden gespeeld, en Blanche, Nora, Martha of Medea door een pas aan Herman Teirlinck afgestudeerd actricetje. Een vriend van mij regisseerde schooltoneel en het waren heel vaak meisjes die in die stukken de mannelijke rollen speelden. Ik heb mij daar nooit aan gestoord: het gaf soms een pikante charme aan een rol. Als dat toneel verfilmd wordt, moet je wat beter uitkijken, maar ik had geen grote bezwaren toen Richard II door een vrouw werd gespeeld, Don Pedro door een zwarte, net zo min als als toen Hamlet verplaatst werd naar de 19de eeuw, en As You Like It naar feodaal Korea. Het is allemaal wat alternatief, maar dat hoort vandaag de dag bij toneel.
     Anders is het bij historische films. Daar moet het een beetje redelijk blijven, vind ik. Het is een pluspunt als Daniel Day Lewis echt op Lincoln gelijkt. Die laatste heeft dan wel de zwarte slaven bevrijd, ik zou hem toch niet door een zwarte laten spelen. Dat heb ik ook met Anne Boleyn: ze moet blank zijn, zwart haar hebben, af en toe een renaisscancekapje opzetten, en ze moet wat op Geneviève Bujold lijken*, anders voel ik mij bekocht.
     De Guardian-columniste is nog niet uitgepraat. Om haar standpunt meer gewicht te geven, haalt ze er Jezus Christus bij. Dat is altijd een sterk argument. ‘Many of the same people who think a black woman shouldn’t play a white historical figure have zero issues with Jesus being routinely portrayed as a white guy.’ Daar zit iets in. Het westerse Jezus-beeld is tot stand gekomen in een naïeve tijd met weinig historische kennis van antieke etnografie, klederdracht, haartooi en gewoontes. In de renaissance kreeg het zijn stereotype vorm in het Laatste Avondmaal van Da Vinci. Het beeld bleef doorschemeren in de 19de-eeuwse kitscherige Christus-van-het-Heilig-Hart, die ook mee model stond bij de verfilmingen van Griffith, Zeffirelli, Gibson en anderen. Maar de speeltijd is voorbij, zoals men zegt. ’t Is een werkpuntje voor een volgende verfilming: laat Jezus wat meer lijken op Sadam Hoessein zoals die eruit zag toen hij uit zijn schuilplaats werd gehaald.
     Wat onze columniste ondertussen niet vermeldt, is de gewoonte die Hollywood vroeger had om Indianen en Chinezen door bijgekleurde blanken te laten spelen. Zelfs Orson Welles liet zich bijkleuren om Othello te spelen. Hij zal gedacht hebben dat geen enkele andere acteur, blank of zwart, dat zo goed kon als hijzelf. En in Lawrence of Arabia werd de handlanger van Lawrence gespeeld door Antonio Rudolfo Quinn, wiens naam laat vermoeden dat hij geen Arabier was, en ook geen Griek. Men deed dat niet uit kwade wil, men dacht er niet bij na.
     Maar dat was vroeger. Iemand die vandaag een Apache-opperhoofd laat spelen door een Fransman, Othello door een blanke Amerikaan, en Auda Abu Tayi door een half Ier half Mexicaan, die doet dat met opzet. Het is een provocatie. De Apaches, de Moren en de Arabieren zouden dat niet meer nemen. De meest beschaafden onder hen zouden zeggen: waar is dat voor nodig? En dat is precies wat ik denk van die zwarte Anne Boleyn. Waar is dat voor nodig?** Die vrouw heeft het al zo zwaar gehad. En nu moet ze ook nog eens als statement dienen om een of andere politiek correcte boodschap uit te dragen.
     De Guardian-columniste is overigens niet eens geestdriftig over de zwarte Anne Boleyn. ’t Is goed bedoeld, zeker, maar het kan beter. Een zwarte Anne Boleyn is, om klare taal te spreken, als project ‘not particularly progressive’, vindt ze. De columniste zou liever films zien maken over Arwa, koningin van Yemen van 1067 tot 1138 en Ranavalona I, koningin van Madagascar tussen 1828 en 1861. Ze voegt eraan toe dat die sterke vrouwen veel mensen hebben vermoord, wat bewijst dat ze hun mannetje konden staan, en wat op een of andere manier moet bijdragen tot de bijzonder progressieve boodschap.
     Als die films over Arwa en Ranavalona goede kritieken krijgen op Rotten Tomatoes, wil ik die best ooit eens zien. De progressieve boodschap echter kan mij daarbij gestolen worden. Ik deel de mening van Louis B. Mayer die ooit moet hebben gezegd: ‘If you have a message, send it by Western Union.’ Daar had Mayer groot gelijk in, al worden er nu nog weinig telegrammen verzonden en al was hij verder een schurk en een hypocriet. Althans volgens de film Mank. Waarin Herman Mankiewicz gespeeld wordt door Gary Oldman, een blanke, en Marion Davies door Amanda Seyfried, ook een blanke. Zelfs Joseph Mankiewizs, Randolf Hearst,  Irving Thalberg, Ben Hecht, Charles MacArthur, Orson Welles en Louis B. Mayer worden door blanken gespeeld.  Tja, zo win je tegenwoordig geen Oscars meer***.

 

* Voor Henry VIII aanvaard ik een gelijkenis met Richard Burton, Robert Shaw of Charles Laughton. Zie hier.
** Ik geloof dat ik weet waar dat voor nodig is. Een ideologie zoals politieke correctheid moet op een fanatieke kern kunnen terugvallen, en daarvoor moet de ideologie een aantal absurditeiten omvatten. Anders kan iedereen politiek correct zijn en is er geen verdienste aan. Het oude credo quia absurdum.
*** De richtlijnen voor het minimum percentage acteurs uit minderheidsgroepen in een Oscar-film vind je hier.

zaterdag 21 januari 2017

Toevallig?

Marcel Pagnol, geboren op 28 februari 1895
    Soms hangt iets in de lucht. In 2012 verschenen er twee films over het leven van Hitchock. Enkele jaren daarvoor verschenen op ongeveer hetzelfde ogenblik twee films over Truman Capote. En nog een paar jaar daarvoor kwamen kort na elkaar twee verfilmingen uit van de roman Les liaisons dangereuses*. Moeten we werkelijk geloven dat dat allemaal toevallig is?
     Een mooie samenloop vind ik ook deze: in 1928 werd op Broadway The Front Page van Hecht en MacArthur opgevoerd, terwijl in Parijs het stuk Topaze van Pagnol in première ging. De twee stukken gingen over dezelfde materie – de wereld van de zwendel en de oplichterij – waar onze eigen Elsschot vijf jaar daarvoor zijn grote werk Lijmen aan had gewijd.
     In de drie verhalen wordt dezelfde truc van het komisch duo gebruikt -  Walter Burns en Hildy Johnson, Castel Bénac en Topaze, Boorman en Laarmans. De eerste is de meester, de tweede is de leerling. Die leerling had ook een jonge vrouw kunnen zijn. Howard Hawks gebruikt in zijn klassieke verfilming van The Front Page een vrouwelijke Hildy, en Elsschot begon zijn oorspronkelijke versie met Boormans nichtje Mies in plaats van Laarmans.
     Vooral enkele gelijklopende bijzonderheden in Lijmen en Topaze zijn opmerkelijk. Sommige stukjes proza kun je gewoon naast elkaar leggen.

Dat Boorman zijn tijd bij ’t lood woog, bleek uit spreuken die de wand versierden, als daar waren: ‘Bondigheid in zaken, is zeker niet te laken.’

Aux murs, des placards sévères portant des inscriptions cagégoriques: ‘Soyez brefs’, ‘Le temps, c’est de l’argent’, ‘Parlez de chiffres’. 

Laarmans haalde een zilveren koker uit zijn zak en bood mij een ‘gold tipped’ sigaret aan.

Topaze a tiré de sa poche un étui d’argent. ‘Cigarette’?

 
     In de twee verhalen proberen de oplichters indruk te maken door met eretekens te pronken.

In zijn knoopsgat zat een decoratie … een kleurige rozet.

Elle prend le petit ruban violet  [les palmes d’honneurs], et les attache à sa boutonnière.

 
     En in de twee verhalen laten de ‘leerlingen’ hun ouderwetse baard afscheren zodat ze er als moderne zakenmannen uitzien.

‘Je ziet er goed uit,’ verklaarde Boorman. Ik heb gevreesd dat je baard het zou winnen.

 

‘Tu l’as coupé!’ Il montre le menton de Topaze.

 
     De les die wordt doorgegeven van meester aan leerling is dezelfde cynische boodschap:

‘Laarmans … de mensen zijn slecht.

Tamise, les hommes ne sont pas bons.

     Aardig is ten slotte dat de vorm van Boormans reclamezin** eveneens in in Topaze opduikt.

De tous les matériaux de l’architecture, le marbre est certes celui qui offre etc.

De toutes les canailleries que cette vieille fripouille a montées, l’affaire des balayeuses est celle qui présente etc.

     Nu zou je kunnen aanvoeren dat er nogal een verschil is tussen reclame voor marmer en een uitval tegen smeerlapperijen. Maar dat is niet wat Boorman er zelf van vindt. ‘Het doet er niet toe wat je er tussen in last,’ zegt hij, ‘marmer, cement, papier of maarschalk Foch. Probeer het maar eens: “de tous les maréchaux de la grande guerre, le Maréchal Foch est certes celui qui etc.’
     Zou het niet fijn zijn als we de vorm van die zin ook terugvonden in The Front Page? Het is even zoeken, maar jawel hoor. In het laatste bedrijf vaart Hildy uit tegen zijn leermeester Walter Burns : ‘Of all the lowdown, stinking …’ begint Hildy, en hij maakt de zin helaas niet af. De kijker kan zelf naar believen verder gaan met  ‘frauds’, ‘outrages’, ‘depravities’ of ‘abominations’. Het doet er niet toe wat je er tussen in last.


* Hitchcock (2012), The Girl (2012), Capote (2005), Infamous (2006), Les liaisons dangereuses (1988), Valmont (1989)

** Over die zin schreef ik eerder al een stukje (hier).