Wie graag
citeert, kan aan de Faust van Goethe zijn hart ophalen. Er is wellicht meer geciteerd uit de Bijbel,
Shakespeare of Het Rode Boekje, maar dat zijn geen eerlijke vergelijkingen. De
Bijbel bestaat uit 66 boeken, Shakespeare schreef 37 toneelstukken, en het Rode
Boekje is geplukt uit de vier dikke delen van Mao’s Verzameld Werk. Daarmee
vergeleken vormen Faust I en II samen maar een dun boekje.
En dan is er nog iets. Als we ‘to be
or not to be’ zeggen, weten we dat dat van Shakespeare komt. ‘De macht komt uit
de loop van een geweer’ is van Mao. ‘Wie zonder zonden is werpe de eerste
steen’ komt uit Johannes 8:7. Maar je kunt zoals ik je hele leven spreken over ‘des
Pudels Kern’, de zorgen die we ons niet moeten maken om het Heilig Roomse
Rijk, de ‘zwei Seelen in einer Brust’ en ‘das Ewig Weibliche’ zonder te weten
waar die woorden vandaan komen.
Nou ja, bij
Shakespeare heb je dat ook. We hebben het over de ‘happy few’ of ‘het beest met
de twee ruggen’, of we neuriën ‘Kiss me, Kate’ zonder te denken aan Henry V,
Othello of The Taming of the Shrew. Maar bij Goethe’s Faust is het anders. Daar
kom je in citaatvorm tegen wat je zelf altijd al gedacht hebt. Of vroeger
dacht, en flauwtjes verwoordde. Toen ik vijftien was, herhaalde ik wel eens de yippie slagzin ‘Never
trust anyone over thirty’. Goethe zegt het krachtiger: ‘Hat einer dreissig Jahr
vorüber / Am besten wär’s, inh zeitig totzuschlagen’.Later, als ik oud word, ouder dan nu, zal ik vaker gaan wandelen. Dat denk ik toch. Ik koop mij dan een wandelstok en zeg met Faust: ‘Solang ich mich noch frisch auf meinen Beinen fühle / genügt mir dieser Knotenstock’. Dat lijkt mij wel wat. Ter afwisseling kan ik ook Jules Marchal citeren die mij ooit zei: ‘Hiermee,’ en hij zwaaide met zijn stok, ‘loop ik als het moet tot in het hart van Afrika.’ Of ik citeer Jean-Pierre Rawie van wie de grootvader met zijn wandelstok, ‘naar verluidt half Java had bekeerd’.