Posts tonen met het label William Gladstone. Alle posts tonen
Posts tonen met het label William Gladstone. Alle posts tonen

dinsdag 19 maart 2019

Hoe zegt men het in het Russisch?

    Er zijn weinig taalkenmerken die in werkelijk álle talen voorkomen. Elke taal schijnt een ‘a’-klank te hebben, maar een zo gewone klank als de doffe ‘e’, de zogenaamde ‘sjwa indogermanicum’, die we in zijn verlengde vorm ‘euh’ gebruiken als we niet weten wat we moeten zeggen, welnu, die klank bestaat niet eens in het Spaans. Het is nog een geluk dat die Spanjaarden altijd wéten wat ze moeten zeggen.
     In de Nederlandse les vertel ik wel eens iets over taalverschillen. De Eskimo’s, zeg ik dan een beetje simplistisch, hebben vijftig woorden voor ‘sneeuw’*. Ze kunnen een verschil maken tussen ‘vallende sneeuw’, ‘gevallen sneeuw’ en ‘sneeuw op de grond’. Maar de Nigerianen hebben geen enkel traditioneel woord voor de mooie witte vlokken die, als het een beetje meewil, alles zo mooi kunnen toedekken (zie hier). Dat begrijpen de leerlingen want de Eskimo’s hebben veel met sneeuw te maken en de Nigerianen niet.
     Maar als ik dan zeg dat de Russen geen woord hebben voor ‘hand’ of ‘voet’, komt er protest. Dat kan niet, zeggen ze, want hoe moet zo’n Rus dan zeggen dat hij last heeft van een zere hand of een gezwollen voet? Soms heb ik een Russische jongen in de klas, en die protesteert meestal nog het luidst van allemaal. ‘Hand’ is ruka, zegt hij, en ‘voet’ is nozhka.Het duurt meestal tot de volgende les voor hij wil toegeven dat ruka en nozhka eigenlijk ‘arm’ en ‘been’ betekenen, waar hand en voet dan een onderdeel van zijn. Zo hebben wij in het Nederlands ook maar één woord voor de poot van een hond of een kat, terwijl de Engelsen en de Amerikanen kunnen spreken van een ‘leg’ en een ‘paw’.

     Of ik vertel van de 19de-eeuwse staatsman en amateur-graecist Gladstone die ontdekt had dat in de hele Ilias geen enkele kleur vermeld wordt. De meisjes vragen zich dan af hoe je de kleur kon opgeven van een handtas die je wilde kopen, waarop de jongens verontwaardigd antwoorden dat de oude Grieken zich niet met handtassen bezighielden. Ik sta in deze kwestie aan de kant van de jongens.
     Er is een oud debat tussen taalkundigen over welke conclusies we hier allemaal uit kunnen trekken. Zegt de aanwezigheid of afwezigheid van een woord in een taal iets over het wereldbeeld van het volk dat die taal gebruikt? Karel van het Reve dacht van niet. Een Rus zal niet verkeerd grijpen als hij je een hand wil geven. En bij de Fransen kan het erg ‘gezellig’ zijn, al moeten zij zich tevreden stellen met het algemene woord ‘agréable’ om die sfeer te benoemen. Ronald Reagan had ooit in een redevoering gezegd dat de Russen zó onvrij waren, dat hun taal niet eens een woord had voor ‘vrijheid’. Daar moest Karel smakelijk mee lachen, alhoewel hij de president graag mocht. Reagan had het zwarte naaigaren niet uitgevonden, dat merkte je, en juist dat maakte hem sympathiek, want wij hebben het zwarte naaigaren ook niet uitgevonden. Maar over dat woord voor vrijheid, daar had hij het mis. De Russen hadden immers zelfs drie woorden voor ‘vrijheid’: svoboda, vol’nost en volja.  Karel bleef zich dus afvragen waar Reagan die rare gedachte vandaan had. Hij moest iets hebben gehoord, en het zich dan later verkeerd hebben herinnerd. Maar wát had Reagan gehoord? Karel wist het niet. Hij bleef met de vraag zitten en vroeg aan zijn lezers of ze hem konden helpen.
     Ik kom nu natuurlijk veel te laat, want Karel is al lang dood, maar onlangs las ik dat de Russen geen woord hebben voor ‘privacy’. Zou dát het kunnen zijn? Die privacy, zal Reagan gedacht hebben, is typisch voor een vrije, individualistische samenleving. Die communisten kennen dat niet, dus hebben ze er ook geen woord voor. En later heeft de president die privacy verward met iets anders dat de communisten ook niet kenden.
     Trouwens, nu ik eraan denk, bestaat er eigenlijk een echt Nederlands woord voor privacy?
    


* Dat van die vijftig woorden voor ‘sneeuw’ is natuurlijk niet helemaal waar. Net als het niet helemaal waar is dat de taalkundige Franz Boas dat zo zou hebben gezegd.

woensdag 9 maart 2016

Met Bernie Sanders op een eiland

De jonge Bernie wordt gearresteerd
     Ik behoor tot de generatie van Bernie Sanders. De senator van Vermont is wel vijftien jaar ouder, maar hij is, net als ik, een jongen van de sixties. Protestmarsen, studentenactivisme, ‘politiek bewustzijn’. Hij was enige tijd timmerman, en ik deed iets met metaal. Er is een foto waarop je ziet hoe een protesterende Bernie opgepakt wordt door twee politieagenten. Zulke foto’s zijn van mij ook gemaakt. De grappigste ervan verscheen in een plaatselijke krant met als bijschrift: “Jammer genoeg werd ook een onschuldige omstander gearresteerd”. De journalist zal gedacht hebben: ‘Die jongen draagt een colbertjasje en een das. Die hoort niet bij dat langharig, werkschuw tuig.’
     Maar anders dan ik maakt Bernie nu kans om president van Amerika te worden. Een heel, heel kleine kans, maar hij heeft het in de voorverkiezingen toch maar veel beter gedaan dan verwacht. Zijn boodschap slaat aan. De rijken worden rijker. De middenklassen blijven ter plaatse trappelen. Als we Japanse auto’s verbieden, komt er meer werk voor de Amerikaanse industriearbeider. En als we de rijken zwaarder belasten, krijgen de kleinverdieners een hoger loon. Tegen twee van die uitspraken valt trouwens niets in te brengen.
     Bernies boodschap slaat ook bij ons aan. Bij sommige facebookvrienden zie ik dat ze Bernies avonturen volgen op de voet. Ik herken dat. Vier jaar geleden volgde ik Ron Pauls avonturen op de voet toen die zijn kans waagde bij de voorverkiezingen. Ron was ook oud en deed het ook beter dan verwacht. Ron had libertaire ideeën, en was daarin misschien een beetje radicaal, maar zijn waarden vond ik wel fijn: meer vrijheid, meer eigen initiatief, meer eigen verantwoordelijkheid, minder staatsbemoeienis. En Ron zag er, net als Bernie, doodeerlijk uit. Geen man die het op akkoordjes gooide met rijkelui in ruil voor verkiezingsgeld.
     Maar onder ons: als ik onder politici een gezel moest kiezen om op een onbewoond eiland te overwinteren, dan koos ik noch Ron Paul, noch Bernie Sanders. Vooral tegen Bernie zie ik op. Hij kijkt meestal boos en spert zijn ogen. (hier) Als je hem voor een grote groep mensen bezig ziet, is hij een behoorlijke redenaar, maar je vraagt je af: houdt hij ooit op? Van Queen Victoria is bekend dat ze opzag tegen het wekelijkse onderhoud met haar eerste minister, toen die eerste minister William Gladstone (1809-1898) was. Ook Gladstone was een behoorlijk redenaar. ‘He takes me for an audience,’ zuchtte Queen Vicky.
    Twee jongens van de sixties op een onbewoond eiland ‘who take each other for an audience’ – nee dat zou alleen maar problemen geven.