Posts tonen met het label Abraham Lincoln. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abraham Lincoln. Alle posts tonen

zaterdag 29 februari 2020

Propagandaoorlogje (2)

     Gisteren plaatste ik een stukje over de ruzie tussen N-VA en Open-Vld. N-VA had een filmpje met twee fragmenten van Gwendolyn Rutten gepost, één van 2010 waar ze zich vóór confederalisme uitspreekt, en één uit 2020 waar ze tégen is. Het filmpje van Open-Vld had als slagzin: ‘Wij beantwoorden de charge van N-VA met Abraham Lincoln: ‘Truth is generally the best vindication against slander’.
      Dat is een goede raad. Alleen begrijp ik niet goed waarom Open-Vld hem zelf niet toepast. Waarom weerlegt ze de laster niet door de waarheid te vertellen. Bijvoorbeeld dat Gwendolyn Rutten níet van mening is veranderd over confederalisme. Of dat de vrouw op het filmpje niet Gwendolyn is maar iemand die op haar lijkt. Of dat de fragmentjes uit hun verband zijn gerukt. Of dat  Open-Vld goede redenen had om van standpunt te veranderen. Dan zouden ze die goede redenen kunnen uitleggen, desnoods in een langer filmpje. Maar helaas, zo werkt het niet in politieke propaganda. Daar geldt het pragmatische adagium: never apologize, never explain.
     Moet ik dan alles zelf doen?
     Toen ik een jaar of acht, negen was, vroeg een buurjongen mij of ik wist wat PVV betekende? Nee, dat wist ik niet. Pest Voor Vlaanderen, zei hij. Het was de tijd van de taalgrens. Het vlakbij gelegen Komen werd ‘overgeheveld’ naar Wallonië. Overal zag je gekalkte leuzen: Nee Theo, Dat Nooit! Dat was toen natuurlijk nog een andere Theo.
     Veel is ondertussen veranderd en de PVV van toen heet nu Open-Vld. Toch moest ik bij Gwendolyns pleidooi voor herfederalisering terugdenken aan dat Pest Voor Vlaanderen. Was er dan toch in de blauwe familie een latent Belgicistisch virus aanwezig dat vijftig jaar lang werkzaam bleef? Zelfs nadat de helft van de Volksunie was naar die familie was overgelopen?
     Dat is een weinig geloofwaardige verklaring. Maar de verklaring die Open-Vld’ers desgevraagd zelf geven is ook niet erg geloofwaardig. (Zie bijvoorbeeld hier).  Er is veel veranderd sinds 2010, zeggen ze. Er is ondertussen een zesde staatshervorming geweest die ‘het zwaartepunt bij de gewesten legt’. Heel goed. Maar waarom mag dat zwaartepunt niet verder verlegd worden? Dát willen we weten.
     Zelf heb ik twee andere verklaringen. Open Vld is op minder dan 20 jaar tijd gezakt van bijna 25 procent naar 13 procent. De Waalse MR daarentegen blijft comfortabel boven de 20 procent. De Vlaamse liberalen hebben er dus meer dan vroeger belang om met de Waalse broeders een  blauw ‘front’ te vormen – als ik dat belligerente woord ook eens mag gebruiken. Hoe hechter de politieke eenheid in België, hoe gemakkelijker het is om zo’n front tot stand te brengen over de taalgrens heen. L’union fait la force … voor blauw … en nu ik erover nadenk ook voor groen en rood.
     Een andere verklaring voor het nieuwe belgicisme ligt in de politieke marketing. Op economisch vlak zijn de liberalen niet goed te onderscheiden van N-VA. Op migratievlak verschillen ze wel, maar dat zouden ze, als ze slim, zijn, beter niet aan de grote klok hangen. Rest de communautaire kwestie. Daar kunnen de liberalen zich wel onderscheiden.
     Uit allerlei onderzoek blijkt dat de Vlaming van die communautaire kwestie ‘niet wakker ligt’, zoals men zegt. ’t Is ook een verduiveld ingewikkelde zaak, die al zestig jaar aansleept. Elke hervorming is ingewikkelder dan de vorige. Er wordt eindeloos vergaderd. Er worden kilometers teksten opgesteld, met artikels die uitdijen tot bis, ter, quater en quinquies. Er is een financieringswet waarvan slechts enkele geleerden begrijpen hoe die in elkaar zit. Je hebt een Belgische regering, een Vlaamse regering, een Duitstalige regering,  een Brusselse regering en twee Franstalige regeringen – één voor het Gewest en één voor de Gemeenschap. Het is een warboel. Zou één regering niet eenvoudiger zijn?
     Het was de strategie van Rutten, geloof ik, om in te spelen op dat wat naïeve verlangen naar eenvoud. Gedaan met de in-sti-tu-tio-nele hervormingen – zo’n moeilijk woord ook! Laten we alles laten zoals het was. En de échte problemen aanpakken: milieu, zorg, onderwijs, jobs, het coronavirus, immigratie, of nee, dat laatste eigenlijk niet.
      Kan zo’n strategie aanslaan? Wie zal het zeggen. Bij mij niet. Als ik naar het Waalse onderwijs kijk, ben ik blij dat het departement gesplitst is. Met Wallonië erbij zou ons onderwijs niet eenvoudiger worden, en zeker niet beter. Justitie mag van mij morgen worden gesplit
st, en Asiel en Migratie en de Sociale Zekerheid ook. ’t Zal een beleid in Vlaanderen een stuk eenvoudiger maken. Ik begrijp dat links tegen zo’n splitsing is. ’t Is hun goed recht en ik ken hun principiële argumenten ongeveer. Maar wat zijn die van de liberalen? Behalve politieke berekening?

zaterdag 19 januari 2019

Wat doet oom Tom als hij boos wordt?

     De best verkopende roman van de 19de eeuw was niet Ivanhoe van Walter Scott, A Tale of Two Cities van Dickens, Oorlog en Vrede van Tolstoj of La bête humaine van Zola. Het was Uncle Tom’s Cabin van de Amerikaanse schrijfster Harriet Beecher Stowe. De roman kwam uit in 1852, op een ogenblik dat in het Zuiden van de Verenigde Staten nog zwarte slaven aan het werk waren in de huizen en op de plantages van de rijken. Stowe stelde die slavernij in een slecht daglicht. Dat had een grote invloed op de publieke opinie in het Noorden, en onrechtstreeks op de burgeroorlog die enkele jaren later over die kwestie zou ontstaan. Toen Stowe aan Lincoln werd voorgesteld zou die gezegd hebben: ‘So, this is the little lady who started the great war’.
     Ik heb het boek ooit in een kinderversie gelezen maar daar kan ik mij niets van herinneren. Van de film van 1965 herinner ik mij ook al niet veel. Eliza die over de ijsschotsen naar Canada vlucht. Zwarten die sentimentele liedjes zingen van ‘Old Man River’. En oom Tom die almaar braaf is.
     Men is die braafheid later als een slechte eigenschap gaan zien, want dat was ‘een eigenschap van de huisnegers’, zei Malcolm X.  ‘Uncle Tom’ werd een scheldwoord voor zwarte Amerikanen die zich netjes kleden, hard werken, niet meedoen aan betogingen en relletjes, en ‘het systeem’ aanvaarden. Op Rational Wiki, een site met de lay-out van Wikipedia en naar eigen zeggen ‘gespecialiseerd in wetenschappelijk denken, scepticisme en kritisch denken’, wordt bijvoorbeeld Thomas Sowell een ‘Uncle Tom’ genoemd, en wel omdat hij kritiek heeft op het Amerikaanse leefloonsysteem. Daaraan zie je in elk geval de soepele betekenis van de term ‘Uncle Tom’ , want wie Sowell ooit op televisie of Youtube bezig heeft gezien, zal hem niet snel ‘braaf’ noemen. Ook loopt hij niet hoog op het ‘het systeem’.
     Maar in de film is oom Tom dus almaar braaf, en misschien wel té braaf. Dat moeten die makers ook beseft hebben, en ze hebben een moment van opstand voorzien. Eén van de slavendrijvers wil iets schandelijks doen – wat dat is weet ik niet meer – waardoor de zwarten, met oom Tom op kop geloof ik, in opstand komen. Die opstand bestaat echter niet uit roepen of vechten of met vuisten zwaaien of met stenen gooien. Zo opstandig zijn ze nu ook weer niet. Nee, ze gaan zingen, en wel van ‘Jesse Fit the Battle of Jericho’*. Ze kijken daarbij zo woedend dat de slavendrijver afdruipt. De scène maakte grote indruk op mij.
     We kregen dat lied ook te horen in de muziekles van André Devolder. Hij wees daarbij op de ‘agressieve syncope’** tussen ‘Jerri’ en ‘cho’. Laatst zocht ik het lied nog eens op in de filmversie (hier). Bij een eerste beluisteren was ik ontgoocheld. Van de zwarte woede die ik mij herinnerde van 53 jaar geleden bleef niet veel over en ook de ‘agressieve syncope’ kwam niet waar ik ze verwachtte. Een paar dagen later luisterde ik opnieuw en toen voelde ik de woede weer wel. Ik had gewoon even tijd nodig gehad.
 
* Misschien zal die veldslag van Jericho, met de instortende muren, weer verplichte leerstof worden in het godsdienstonderwijs nu de bijbelverhalen in het leerplan gerehabiliteerd worden. Dat zou mooi zijn. Dan kan de godsdienstleraar het Jericho-lied laten horen. Ik las ergens dat Jericho de oudste stad ter wereld is - meer dan tienduizend jaar oud. Maar wij Wervikanen hebben ook een oude stad, hoor. Meer dan tweeduizend jaar oud.

** Het vreemde woord ‘syncope’ is, samen met de uitdrukkingen ‘kleine terts’ en ‘grote terts’ het enige wat ik mij van die muzieklessen herinner. Mijn zoon gebruikt het woord wel eens als hij ons aan tafel onderhoudt, zoals studenten dat plegen te doen, over zijn cursus cardiologie.

zaterdag 17 maart 2018

De Wever, het oude Rome en de snel-Belgwet

     Over het Romeinse staatsburgerschap heb ik nogal romantische opvattingen. Ik stel mij voor dat er een tijd is geweest dat je de hele bekende wereld  bereizen kon, en als je dan belaagd werd door struikrovers of soldaten van een schurkenstaat, dat het dan voldoende was om luid te verkondigen ‘Civis romanus sum’, zoals de apostel Paulus ooit deed. De struikrovers of soldaten dropen dan af. Met het doden van een Romeins staatsburger riepen ze immers een vreselijke wraak over zich af. Als de Romeinen een strafexpeditie uitstuurden, dan werden niet alleen de daders gedood, maar ook de ouders, broers, zussen, kinderen, en iedereen die in de buurt woonde, behalve dan diegenen die zelf Romeins staatsburger waren. Die moesten dan flink roepen van ‘Civis romanus sum’ en ze werden gespaard, of hadden minstens recht op een proces volgens de regels.
     Of dat allemaal zo geweest ik weet ik niet. Maar íets moet dat staatsburgerschap toch hebben voorgesteld. En ik neem aan dat je het niet zomaar cadeau kreeg, behalve als je ouders zelf ook stamboom-Romeinen waren. Bart De Wever heeft daar laatst iets over gezegd in een interview dat hij gaf aan het Franstalige tijdschrift Wilfried. Welja, je zou het zo gek niet kunnen verzinnen, maar er bestaat een Franstalig tijdschrift dat Wilfried heet.
      In dat tijdsschrift vertelt Bart De Wever – naar het schijnt – honderduit over de Romeinen in het algemeen en over de dappere veldheer Caesar en de sluwe keizer Augustus in het bijzonder. Vroeger, vertelt De Wever, wou hijzelf zo dapper zijn als Caesar; nu echter wil hij liever zo sluw zijn als Augustus. En omdat De Wever in de eerste plaats politicus is, voegt hij er nog aan toe dat die sluwe Augustus, net als zijn lepe opvolger Claudius trouwens, verstandiger omging met het staatsburgerschap dan wij hebben gedaan met onze snel-Belgwet.
     Toen ik over dat interview las, dacht ik meteen: er zijn er die zoiets niet over hun kant zullen laten gaan. Ik had mij niet vergist. Tom Naegels reageerde met een aantal geestige posts op zijn Facebookpagina die erop neerkwamen dat we voor onze ons mobiliteitsplan, onze derdebetalersregeling voor artsen en onze immigratiepolitiek ook niet te rade gaan bij de Azteken, de Borgia-pausen en de keizers van de Han-dynastie. En dat doet Tom allemaal zonder de naam Bart De Wever te vernoemen. Kijk, zo moet je dat doen.
     Jeroen Wijnendaele daarentegen, die nochtans post-doctoraal onderzoeker is binnen de vakgroep geschiedenis van de Gentse universiteit, moet nog veel leren. Hij reageerde in De Standaard en in dát stuk kwam de naam De Wever wel elf keer in voor, als we ook de kop, de lead en de tussentitels meetellen. Tussen al die gratis reclame door, smokkelde de post-doctorale onderzoeker een paar kritische opmerkingen binnen: de historische vergelijkingen van De Wever geleken op de frietjes van McDonald’s, de Romeinen hebben met het edict van Caracalla zelf het voorbeeld gegeven door een snel-Romeinwet* af te kondigen, en het oude Rome kan met zijn slavernij en zijn ongelijkheid van man en vrouw niet als voorbeeld dienen voor onze democratische maatschappijen. Wijnendaele besluit dat De Wever gebuisd is voor zijn kennis van de Romeinse geschiedenis.
     Dat zijn allemaal nogal stellige beweringen. Ik van mijn kant zie bijvoorbeeld niet wat er mis is met de frietjes van McDonald’s. Wijnendaele vindt de porties te klein. Dat hangt volgens mij van je eetlust af. De ‘medium’ portie en de ‘grote’ portie vind ik heel behoorlijk. Ook staat de jonge academicus, naar mijn smaak, te snel klaar met zijn buizen. De Wever spreekt over de regeringen van Augustus en Claudius, en Wijnendaele spreekt over Caracalla, twee eeuwen later. Toch zou ik, als leraar Nederlands, voor die verwarring niet meteen een buis geven. Eerder zou ik de jongen met een bijkomende vraag de kans geven om de verschillen tussen die twee periodes mondeling toe te lichten. Als hij het er goed afbrengt, krijgt hij van mij alsnog een negen.
     Verder doet Wijnendaele alsof De Wever het oude Rome als argument gebruikt om een strikte burgerschapspolitiek te bepleiten. Hier haalt de postdoctorale onderzoeker, geloof ik, verschillende teksttypes door elkaar. Wat De Wever in het interview allemaal vertelt lijkt mij meer aan te leunen bij bezinning dan bij argumentatie. De Wever denkt na over zichzelf en herkauwt daarbij leven en werk van Caesar, Augustus en Claudius – zoals Amerikaanse presidenten vroeger, vóór Trump, wel eens mijmerden over Washington, Lincoln of Teddy Roosevelt. Argumenten en praktische richtlijnen kun je daar niet uithalen, wel een zekere stijl en, als je daar aanleg voor hebt, een stuk wijsheid.
     Dat van die verschillende teksttypes zal de postdoctorale onderzoeker wel begrijpen als hij even nadenkt. Ik wil voor de zekerheid nog enkele voorbeelden aanreiken. De Wever kan best in een algemeen bezinnend interview spreken over ‘de’ Romeinen, zonder daar telkens bij te vertellen over welke periode hij het juist heeft. In een historisch essay zou dat misplaatst zijn. Zo kan ook onze postdoctorale onderzoeker in een polemisch stukje in Knack gerust beweren dat het edict van Caracalla, waarvan hij eerst toegeeft dat de motieven onzeker zijn, dat dat edict dus twee generaties later voor de redding van het Romeinse rijk zorgde. De redding nog wel. Ik neem aan dat hij in een wetenschappelijk tijdschrift zo’n pittige uitspraak met de nodige caveats zou hebben afgeschermd.
     En zo kan ikzelf ten slotte in mijn soort stukje van alles beweren over een interview met De Wever dat ik maar ken van enkele fragmenten. Waar zou je dat Wilfried-blaadje eigenlijk kunnen kopen?

 
* Die stelling van Wijnendaele wordt betwist door Paul Cordy. Ook goed. Ik bemoei me er niet mee.