Posts tonen met het label Hendrik Vuye. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hendrik Vuye. Alle posts tonen

zaterdag 24 november 2018

Marrakesh - Losse invallen over het pact van.


Bij zijn bezoek aan ons land verklaarde Macron dat de
Marrakesh-tegenstanders 'onwaarheden' vertellen
* Tot voor kort deed de naam Marrakesh mij alleen denken aan een spannende film uit 1966: ‘L’homme de Marrakech’. Ik heb vanmiddag de Engelse tekst van het Marrakesh-pact gelezen. De film was beter.
* Wie in Europa een restrictief migratiebeleid aanhangt, doet met het Marrakesh-pact een slechte zaak. Op de drie voor hem belangrijkste domeinen – beperkte gezinshereniging, uitwijzing van illegalen en strengere asielregels – gaat het pact een andere richting uit dan hij zou willen. Dat de tekst ook veel positiefs bevat – over internationale samenwerking bij natuurrampen bijvoorbeeld – verandert daar niets aan.

* De grondgedachte van het pact lijkt te zijn om de illegale immigratie te stoppen door de legale migratie te vergemakkelijken. Men lijkt ervan uit te gaan dat die vergemakkelijking de omvang van de totále immigratie niet zal doen toenemen. Dat is weinig waarschijnlijk.

* Eigenaardig genoeg blijven de vóórstanders van het pact herhalen dat de bepalingen ervan vrijblijvend zijn. Normaal zijn het de tegenstanders die op zoiets wijzen.

* Het pact is wat men noemt een ‘symbooldossier’. Het zendt een ‘signaal’ uit. De golflengte van dat signaal is geloof ik niet die waarop de meeste Europese burgers zijn afgestemd.

* Juristen, zowel tegenstanders (Hendrik Vuye) als gematigde voorstanders (Jan Wouters), wijzen erop dat de ‘non-legally binding’ tekst wél juridische gevolgen kan hebben in ons land en dat hij wél door rechters kan worden gebruikt om hun beslissingen te motiveren. Wouters gelooft dat zoiets kan worden verholpen door een gezamenlijke EU-verklaring die bepaalt ‘dat het pact geen instrument is dat voor de rechter kan worden ingeroepen.’ 

* Ik vind dat het koppelteken in ‘non-legally binding’ op een rare plaats staat. Wel bindend maar niet wettelijk?

* Voorstander John Vandaele herhaalt in een artikel op MO* enkele keren dat het niet de bedoeling is van het pact om de immigratie te doen toenemen. Nee, het is niet de bedoeling. Maar met die bedoeling hebben we niets te maken. Het gaat erom wat de gevolgen kunnen zijn.

* Ook haalt Vandaele aan dat we vluchtelingenstromen niet kunnen stilleggen zonder de medewerking van Afrikaanse staten. Hij verwijst voor zo’n samenwerking naar de deal tussen Europa en Erdogan. Dat is een goed voorbeeld. Maar je vindt over dat soort ‘stilleggen’ weinig of niets in de tekst van het pact.  
* Nergens in het pact gaan de landen van herkomst de verbintenis aan om uitgewezenen weer in hun land op te nemen. Nochtans zegt Louise Arbour, VN-onderhandelaar van het pact: ‘De terugkeer van afgewezen asielzoekers of andere immigranten zonder papieren [is] een heel heikele zaak, onder andere omdat nogal wat landen van herkomst allesbehalve meewerken.’ Nou zo’n verbintenis, non-legally binding, had toch in de tekst gemogen, nietwaar Louise? (1)

* Nogmaals Louise Arbour: ‘Andere landen (Afrika) [zullen] voor hun eigen ontwikkeling behoefte hebben om een deel van de arbeidskrachten te exporteren.’ Hier lees ik voor het eerst dat Afrikaanse landen, niet individuele ‘gelukszoekers’, vragende partij zijn voor meer migratie naar Europa. Als ik zoiets lees, zie ik de toekomst van de Europees-Afrikaanse samenwerking somber in. Wie hier een win-winsituatie ziet, is een optimist.
* Bij het aangaan van internationale akkoorden zijn democratische rechtstaten in het nadeel. Die staten hebben regeringen en rechtbanken die geneigd zijn om die akkoorden na te leven, terwijl meer gespierde regimes gewoon hun zin doen. Als China en Rusland morgen het pact goedkeuren, zal dat geen invloed hebben op hun immigratiepolitiek. Ook zullen de Filipijnse gastarbeiders in Saudi-Arabië niet plots de rechten krijgen die ze daarvoor ontbeerden. Die gedachte was eerder in de week bij mij opgekomen, maar ik zie nu dat Hendrik Vuye in Knack op hetzelfde spijkertje klopt.

* Macron verklaarde bij zijn staatsbezoek aan ons land dat tegenstanders van het Marrakesh-pact ‘onwaarheden’ vertellen. Ik vond dat geen billijke uitspraak. Het pact blaast op elke bladzijde warm en koud. Op die hoge of lage temperatuur wijzen, maakt je niet tot leugenaar.

* De meeste dingen in het leven hebben voor- en nadelen. Met migratie ligt dat anders, althans volgens het Marrakesh-pact. Migratie heeft geen ‘nadelen’. Er zijn alleen ‘voordelen’ en ‘uitdagingen’.

* De discussie over voor- en nadelen van immigratie wordt bemoeilijkt door lui die de discussie voortdurend verleggen. Voorstanders zien voordelen op demografisch en humanitair gebied. Als ze met hun demografische logica in de war raken, maken ze een snelle sprong naar de humanitaire overwegingen. Het omgekeerde gebeurt ook. Tegenstanders van immigratie zien nadelen voor de economie en de sociale samenhang. Ook hier erger ik mij aan de snelle schakeling van de ene argumentatie naar de andere.
* Het is niet altijd duidelijk of voorstanders die migratie nu ‘onvermijdelijk’ of ‘wenselijk’ vinden. Misschien vinden ze het wenselijk dat ze onvermijdelijk zou zijn.

* Voor- en tegenstanders van migratie schatten realiteit en mogelijkheid anders in. Voorstanders beweren dat het heel moeilijk is om grenzen te sluiten maar dat het redelijk makkelijk om grote groepen nieuwkomers in de maatschappij te integreren. Tegenstanders beweren het tegenovergestelde.

* Wie zegt dat er een verschil moet worden gemaakt tussen sóórten migratie, heeft gelijk. Het grootste deel van de migratie in Europa verloopt, hoor ik wel eens, tussen Europese landen. Dat is juist, en er is rond die intra-Europese arbeidsmigratie weinig controverse. Maar dat heeft allemaal weinig te maken met de migratie die wél controversieel is, namelijk die uit Afrika en het Midden-Oosten.

* Je kunt een opengrenzenbeleid utopisch of contraproductief vinden, en tegelijk aandringen op een menselijke behandeling van alle migranten, ook de illegale. Dat is niet tegenstrijdig. Maar als je zover gaat om alle dwang bij uitwijzing van illegalen min of meer onmogelijk te maken, kun je beter meteen verblijfsvergunningen uitdelen aan de grens. Dan zijn er op slag geen ‘sans-papiers’ meer.

* In het debat tussen tegenstander Mark Elchardus en voorstander Bogdan Vanden Berghe (van 11.11.11.) viel op dat die laatste de rechten van de migranten zoals die in het pact staan heel restrictief interpreteerde. Het pact drong niet  aan op gezinshereniging, zei hij, het wilde geen beteugeling van negatieve berichtgeving over migratie en het eiste niet dat illegalen met rust zouden worden gelaten.  Met andere woorden, al die zaken waar 11.11.11. wél voor is.

* Ik ben in de vele stukken over het pact op twee cijfers gestuit die ik al lang wilde weten, maar te lui was om op te zoeken. Bij Elchardus las ik dat de gezinshereniging zorgt voor ongeveer 50 % van de reguliere immigratie. Bij Vuye las ik dat minder dan 20 % van de bevelen om het grondgebied te verlaten worden uitgevoerd. 80 % van de niet-erkende asielzoekers ‘duikt onder’.


(1) In artikel 37 staat iets over de human right to return to ones own country and the obligation of States to readmit their own nationals. Ik vind die tekst dubbelzinnig. Geldt die verplichting om onderdanen te laten terugkeren alleen voor vrijwillige terugkeerders of ook voor uitgewezenen?

vrijdag 23 september 2016

Het Nieuwsblad doet het wéér

     Nu heb ik mij twee dagen geleden binnenste buiten geplooid om aan die mensen van Het Nieuwsblad het verschil uit te leggen tussen een commentaar en een bericht (hier)*. Ik heb hen toen speciaal gewezen op het gevaarlijke woordje ‘blijkbaar’ dat als een rood oplichtend alarmlicht aangeeft dat een ‘eigen mening’ eraan komt. En die ‘eigen mening’ hoort niet thuis in een bericht – want dat hoort een feitelijk verslag te zijn. En wat lees ik in Het Nieuwsblad van donderdag, overigens alweer over de zaak Vuye?
     “Toen Groen-parlementslid Hermes Sanctorum drie weken geleden nog uit zijn partij stapte, kreeg hij vooral vanuit nva-hoek veel positieve reacties voor deze ‘moedige beslissing’ en voor zijn ‘rechtlijnigheid’. Voor de eigen partijgenoten gelden blijkbaar andere standaarden.”
     ’t Is weer Lesaffer die aan het artikel geschreven heeft en het is weer in de laatste alinea dat hij toeslaat. Misschien heeft hij op school geleerd dat je in de laatste alinea ‘je eigen mening moet geven’.
     Ter verschoning van Het Nieuwsblad moet ik toegeven dat ik mijn stukje pas rond middernacht geplaatst heb. Toen Lesaffer het onder ogen kreeg, was zijn stuk wellicht al doorgestuurd en waren de drukkers het al aan het drukken. Ik stel me voor dat de journalist nog even getwijfeld heeft of hij niet naar Groot-Bijgaarden zou rijden om de werklui in blauwe overals toe te roepen: ‘Stop de persen’, waarna hij alsnog het woord ‘blijkbaar’ kon schrappen. Maar hij zal beseft hebben dat je zo’n melodramatisch gebaar maar ééns in je loopbaan kunt bovenhalen en dat je het dus beter bewaart voor als zich een nóg groter crisismoment dan de zaak Vuye aandient.
     Ofwel – dat kan ook – heeft hij mijn stuk aandachtig gelezen en gemerkt dat ik vooral de speculatieve connotatie van ‘blijkbaar’ in het vizier nam. Met een triomfantelijk lachje stelde hij vast dat die connotatie dit keer in zijn stuk ontbrak en daarmee was voor hem de kous af.
     Mocht Lesaffer dat gedacht hebben, dan had hij op dat eerste punt gelijk. Dit keer gebruikt hij de schampere ‘blijkbaar’, zoals in ‘Piet heeft blijkbaar  zijn boek weer vergeten.’
     Je zou tegen Lesaffer kunnen inbrengen dat het erg onredelijk is om van nva-ers te eisen dat ze op dezelfde manier reageren wanneer een lid van een vijandige partij opstapt, dan wel wanneer een lid van hun eigen partij opstapt. Zo zou het van mijn kant ook erg onredelijk zijn als ik erop wees dat Het Nieuwsblad heel anders is omgegaan met de zaak Sanctorum dan met de zaak Vuye. De zaak Sanctorum is in Het Nieuwsblad maar in twee artikels vernoemd, en een van die twee keren was in het hierboven aangehaalde stuk dat eigenlijk over Vuye ging.

     Maar daar gaat het mij niet om. Met onredelijkheid heb ik geen probleem. In polemiek kun je er iets moois mee doen, net als met opmerkingen over de grote neus van je tegenstander. Je kunt die dingen gebruiken als stijlfiguur. Maar zulke stijlfiguren – ja lezer, ik weet het, mijn verhaal wordt eentonig – horen thuis in de commentaarstukken, en niet in de berichten.
     Een van de vermakelijke personages in de animatiereeks The Simpsons is de televisieverslaggever Kent Brockman. Die zegt voor de camera dingen als: ‘At the risk of editorialising**, these women are guilty and must be dealt with in a harsh and brutal manner.’ Brockman overtreedt daarmee alle regels van de journalistieke plichtenleer, maar zijn ‘at the risk of editorialising’ bewijst dat hij naar een goede school is geweest waar het verschil tussen bericht en commentaar op klassieke wijze onderwezen werd.

* In een ander stukje heb ik ooit mijn best gedaan om het verschil tussen een feit en een mening uit te leggen (hier).
**Ik heb veel moeite om dat woord – ‘editorialising’ – uitgesproken te krijgen. Zelfs in mijn hoofd, zonder mijn lippen te bewegen, lukt het amper.

woensdag 21 september 2016

De zaak Vuye & Co

    
   Omdat ik de politiek slecht volg, en meer naar de Simpsons kijk dan naar het Nieuws, had ik tot voor kort Hendrik Vuye maar één keer op de televisie gezien. Hij zei toen iets onduidelijks en flauws in het onderwijsdebat van 2014. De Wever zei enkele dagen later iets duidelijks en ferms in dat debat. Maar hoe meer ik erover nadenk, hoe meer ik tot de conclusie kom dat mijn herinnering mij bedriegt en dat het niet Vuye was maar Kris Van Dijck die toen iets onduidelijks en flauws zei. Als dat zo is had ik Vuye tot voor van de week nog nooit gezien. Ik weet van Vuye dus alleen wat ik van de week in de media las: dat hij professor Staatstrecht is, grondwetsspecialist, aanhanger van een ‘communautaire agenda’ en dat hij als nva-fractieleider in de Kamer niet erg populair was geweest onder de verkozenen van die partij. En nu is hij na een conflict met de partijleiding opgestapt, samen met een zekere Veerle Wouters
     De Amerikaanse econoom en columnist Thomas Sowell gebruikt vaak de uitdrukking ‘those of us who are not Republicans …’ en dan geeft hij goede raad over hoe de Republikeinen de zaken moeten aanpakken. Had ik dat ook moeten doen? Vanop mijn weblog Bart De Wever adviseren hoe hij de zaak Vuye en Co had moeten aanpakken? Dat hijzelf een aanvallende communautaire agenda had moeten aankondigen voor de volgende verkiezingen? Dat hij met meer vuur de boodschap van een onafhankelijk Vlaanderen had moeten uitdragen? Dat hij beter had moet luisteren naar de idealisten van de Vlaamse Beweging? Dat hij niet zo streng had moet reageren toen hij door Vuye werd bekritiseerd in de pers?
     Maar ik weet niet eens of dat goede raad is. Soms is het net beter om af te wachten dan om aan te vallen. Soms slaat ook een vurige boodschap niet aan. Soms luister je beter naar de realisten. En soms is het beter om streng te reageren. Er bestaat, geloof ik, geen algemene regel om uit te maken wanneer het ene beter is dan het andere.
      ’t Is nu in elk geval te laat, want Vuye en Wouters zijn vertrokken. Ik wens hen veel geluk toe, maar ook aan hen kan ik niet veel goede raad geven. Iemand stelde ergens voor dat ze een kleine Vlaamse partij zouden oprichten. Dan konden ze met een paar verkozenen ‘op de wip’ zitten bij de volgende regeringsformatie. Als de formatie dan wat moeilijk werd, konden ze een hoge prijs afdwingen voor hun steun of deelname aan de regering en konden ze zo hun confederale agenda realiseren samen met ... ja met wie eigenlijk? Dat moet toch eerst eens nader worden bekeken.
     Aangezien ik geen lid ben van de Alliantie, moet ik mij dat allemaal niet aantrekken. Dat politieke tegenstanders enig leedvermaak hebben? Ach, hoe zou ik zelf zijn? Dat kranten die weinig hebben met de Vlaamse zaak nu plots hun kolommen openstellen voor Vlaamse idealisten? Dat vind ik eigenlijk fijn voor die idealisten, want meestal lopen ze er wat verloren bij. Misschien krijgt een van hen wel een vaste column waarin hij wekelijks de kaakslagen … euh … aan de kaak kan stellen en de knieval van de nva kan laken. Die column zou bijvoorbeeld naast die van Abou Jahjah kunnen worden geplaatst.
     Toch beving mij ook een kleine ergernis, en wel toen ik de berichtgeving las die Het Nieuwsblad van 21 september aan de zaak wijdde. En dan heb ik het niet over het hoofdartikel want dat was zoals altijd een bron van vermaak. Maar in de verslaggeving werd ik pijnlijk getroffen door het woordje ‘blijkbaar’. De journalisten Pieter Lesaffer en Hannes Cattebeke schrijven namelijk: “We contacteerden gisteren een twintigtal parlementsleden, maar niemand wilde iets zeggen. De schrik zit er blijkbaar goed in om bij het minste verkeerde woord eenzelfde lot als Vuye en Wouters te ondergaan.”
     Blijkbaar? Hoe weten die journalisten dat – dat de parlementsleden zwijgen uit schrik? Ik zag vandaag op de televisie hoe Jan Jambon en Siegfried Bracke weigerden commentaar te geven. Zij zagen er niet erg bang uit. Ook Bart De Wever gaf geen commentaar. Had hij dan schrik dat hij hetzelfde lot zou ondergaan als Vuye?
     De kwestie is deze: ‘blijkbaar’ leidt een speculatie in, en speculaties zijn op hun plaats in krantencommentaren – niet in berichten. Die laatste moeten zich beperken tot de feiten. Een nette krant gebruikte vroeger bewoordingen als: ‘Een anonieme bron bevestigde ons dat dit zwijgen voortkwam uit schrik om bij het minste verkeerde woord – enzovoort.’ En als ze zo’n anonieme bron niet gevonden hadden die een verklaring wou afleggen over dat zwijgen, dan deed die nette krant er zelf het zwijgen toe.