Posts tonen met het label feminisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label feminisme. Alle posts tonen

zondag 29 april 2018

Feministische seksstaking

     In de Zondag van vandaag relativeert Mark Elchardus het belang van mei 68. Ach, waarom niet? Relativeren is goed voor de gezondheid. Bovendien was Mark erbij, en ik niet. Maar dan zegt hij iets waar ik even van opschrikte. ‘Mei ’68 was niet zo vrouwvriendelijk als vandaag wordt voorgesteld,’ zegt Mark. ‘De echte feministische golf is pas later gekomen, in de jaren 70.’ Och, misschien is ook dat juist, maar ik las aanvankelijk ‘de eerste feministische golf’, en dat is aantoonbaar fout.
     Mocht u, lieve lezer, een klassieke opvoeding genoten hebben, dan bent u wellicht bekend met de Lysistrata, een toneelstuk van 411 voor Christus, van de hand van Aristophanes. Het is het verhaal van Griekse vrouwen die de oorlog van hun mannen beu zijn. De doortastende Lysistrata overhaalt de dames om hun mannen onder druk te zetten door hun alle seks te ontzeggen, zelfs het standje dat bekend stond onder de veelbelovende naam ‘De leeuwin en de kaasrasp’. De actie heeft succes en de onderhandelingen tussen de Atheners en de Spartanen, die geplaagd worden door hinderlijke erecties, leiden tot het einde van de oorlog en het hernemen van die andere activiteit.
     Dat was van die Griekse vrouwen, lijkt mij, een feministische actie. Het verhaal is misschien verzonnen door Aristophanes, maar er zijn heus wel verschillende vredesonderhandelingen geweest tussen Atheners en Spartanen, dus wie weet … Dat Thucydides geen melding maakt van het voorval, is geen bewijs dat die niet heeft plaatsgevonden.
     Ik weet niet, lezer, of u dat verhaal van de seksstaking geloofwaardig vindt. Het volgende verhaal is het zeker wel. We schrijven 213 voor Christus. Het oude Rome is in oorlog met het oude Carthago. Het is een strijd op leven en dood. Hannibal ante portas – Hannibal staat voor de deur.
     Nu is oorlog een dure zaak en alle beschikbare geld moest uiteraard naar wapens, soldaten en vloot gaan, en niet naar opsmuk voor behaagzieke vrouwen. Dat werd geregeld door de Oppische wet, de lex Oppia. Vrouwen mochten niet meer dan een half pondje aan gouden sieraden en snuisterijen bezitten. Ze mochten geen kleurige jurkjes dragen. Ze moesten het gebruik van een draagbed afzweren en te voet door de straten zwerven. U begrijpt het al: ’t was ondragelijk. Gelukkig kwam er een einde aan de oorlog en de vrouwen vroegen hun sieraden terug en wilden weer kleurige jurkjes dragen. Dat was echter niet naar de zin van duitenkliever Cato de Oude die de oorlogswet handhaaft. Daarop beslisten de vrouwen om actie te voeren. ‘Omnes vias urbis obsidebant ut legem Oppiam abrogarent.’ Ze blokkeerden alle straten van de stad opdat de wet zou worden ingetrokken. ‘Quibus acerrime restitit Cato, sed frustra.’ Cato verzette zich bitter tegen hen, maar tevergeefs.  ‘Lex fuit abrograta.’ De wet werd afgevoerd.
     Kijk, zulke verhaaltjes hebben mij altijd meer geïnteresseerd dan de schommelende zilverprijs op de markt van Alexandrië.

dinsdag 27 december 2016

Het feminisme en de Echte Mannen

     Vroeger viel het niet mee als je een Echte Man wilde zijn. Er hoorde een bepaalde kaaklijn bij. Je moest in gezelschap je mond kunnen houden, een sigaar roken en het getater aan de vrouwen overlaten. Je werd geacht iets van auto’s af te weten. Je moest een reservewiel kunnen plaatsen en onder de motorkap, of onder de wagen zelf, met een moersleutel allerlei onderdelen los, en daarna weer vast kunnen schroeven. Het was allemaal niets voor mij.
     Die ellende is nu voorbij dankzij het radicale feminisme. Op gezette tijden leggen de rebelse zusters een nieuwe mannelijke eigenschap bloot waar venten zich niet eerder bewust van waren. Eerst was er ‘mansplaining’, de gewoonte van mannen om aan vrouwen iets uit te leggen, waardoor die vrouwen zich als kinderen behandeld voelen. Nu ik erover nadenk, heb ik dat ook wel eens gedaan. Als ik in gezelschap ben, leg ik graag uit hoe het komt dat het vloedgetij zich aan de twee tegenovergestelde kanten van de aardbol op hetzelfde moment voordoet. Je zou denken dat de maan, want die veroorzaakt de vloed, alleen het water aan haar kant doet uitstulpen, maar nee – die uitstulping doet zich tegelijk ook aan de andere kant voor. Ik leg graag uit hoe dat komt, ook al zijn er vrouwen in het gezelschap. Als ik in Zweden woonde, zou ik dus moeten oppassen. ’s Lands grootste vakbond Unionen heeft er een kliklijn geopend waar vrouwelijke slachtoffers van mansplaining met hun ervaring terechtkunnen (hier).
     En nu is er dus ook ‘manspreading’. Het is de zusters opgevallen dat vrouwen meestal hun benen over elkaar slaan als ze neerzitten – het linkerbeen boven het rechterbeen bijvoorbeeld, en dan veranderen ze af en toe van mening, zoals Sharon Stone, en slaan het rechterbeen boven het linker. Mannen daarentegen gaan al zittend vaak de knieën spreiden, waardoor ze onrechtvaardig veel ruimte innemen. En daartegen is nu protest gekomen, tot in het Brussels parlement.
     Vroeger had ik zelf nogal de gewoonte om mijn benen te kruisen. Dat doe ik nu niet meer. Als ik er maar even aan denk, spreid ik de knieën, niet te veel, maar toch. Het is makkelijker dan aan een auto sleutelen.


zaterdag 12 maart 2016

Feministische gletsjerkunde

H.L. Mencken bespotte de pseudowetenschappen
van zijn tijd: spiritisme, holistische chiropraxie,
‘Christian science’ en pedagogie. Theologie noemde
hij ‘the effort to explain the unknowable in terms of
the not worth knowing’.
     Nu denk je natuurlijk dat ik de titel van dit stukje zelf verzonnen heb. Dat is niet zo. Ik heb van de week een lang artikel over gletsjers gelezen, zij het met een schuin oog. De titel luidde Gletsjers, gender en wetenschap – Feministische gletsjerkunde als kader voor mondiaal milieuveranderingsonderzoek. (hier of hier) Alles in het Engels – geschreven door vier feministische auteurs, twee mannen en twee vrouwen.
     Ik heb het artikel gelezen met wat men ‘stijgende verbazing’ noemt.  Op bladzijde 14 spreken de auteurs over ijsboringen als ‘archetypische masculinistische projecten om ijs letterlijk te penetreren’. Hier hebben we dus een peer-reviewed onderzoeksartikel dat wetenschappelijke ijsboringen vergelijkt met wat een man uitvoert tijdens de geslachtsdaad … Dat is wel heel kinderachtig.
     Ten gronde doen de auteurs volgende beweringen:
(1)    gletsjerkunde werd tot nu toe vooral
        beoefend door mannen

(2)    gletsjeronderzoek in door het westen gekoloniseerde gebieden gebeurde door
        westerse onderzoekers

(3)    berichtgeving over gletsjeronderzoek in de poolgebieden benadrukte
        mannelijke deugden als heldhaftigheid, kracht en zelfredzaamheid

(4)    mythologieën van de plaatselijke bevolking kregen in de officiële gletsjerkunde
        geen plaats1.

     Die vier beweringen worden geschraagd door een indrukwekkende lijst van 124 eindnoten uit ongeveer evenveel verschillende, veelal gelijkgezinde publicaties. Ik had de beweringen zonder die noten ook wel geloofd2. Eigenlijk zijn het die noten, en die andere publicaties waarnaar verwezen wordt, die mij het meest geschokt hebben. Ze bewijzen immers dat de studie die ik met een schuin oog gelezen heb, meer is dan een eenmalig uitglijdertje van vier zonderlingen.
     ’t Is treurig. Als leraren proberen we de leerlingen iets bij te brengen van de wetenschappelijke methode: studie van primaire en secundaire vakliteratuur, bronvermelding, academisch taalgebruik, decimale nummering van de alinea’s, afbakening van de onderzoeksvraag. Maar dat zet allemaal weinig zoden aan de dijk als men het verschil niet ziet tussen wat redelijk is en wat niet. Tussen wat interessant is en wat niet.
    Hier kunnen we de zaken best breed bekijken. Als man van de letteren zal ik niet snel een druksel opslaan over de Determination and influences of the Electrical Resistances involved in the Corrosion of the Rubber-Steel Cord Composite, zelfs al ken ik de auteur van dat druksel redelijk goed. Maar ik neem onmiddellijk aan dat dat een interessant en meeslepend stuk is. Menig harde wetenschapper zal een wenkbrauw fronsen bij studies over allegorieën in dertiende-eeuwse Franse romans. Toch zag ik bij minstens één ingenieur het boek ‘Herfsttij der Middeleeuwen’ in de kast staan en daar komen heel interessante beschouwingen in voor over de Le roman de la rose die, zoals bekend, in de dertiende eeuw geschreven werd en aardig wat allegorieën bevat.
    Zelf heb ik een licentiaatsverhandeling geschreven over het lidwoordgebruik in het Spaans. Als ik dat aan mijn leerlingen vertel, lachen ze me uit. Toch heb ik maar mooi blootgelegd dat het lidwoord dat men kiest bij een zelfstandig naamwoord méér afhangt van de grammaticale functie van dat zelfstandig naamwoord dan van de betekenis ervan. En dat vond ik – nou ja –  interessant. ’t Was in elk geval iets wat ik niet wist vóór ik aan mijn onderzoek begon. Zoiets kunnen onze vier feministische glaciologen niet zeggen van hún onderzoek.
    Je zou het ook zó kunnen verwoorden. Er bestaan twee soorten pseudowetenschappers. De eerste soort zijn de astrologen, de spiritisten en de spokenjagers. Hun onderzoek is anekdotisch, regelloos en boven alles oncontroleerbaar. Maar al hun beweringen zijn donders interessant. Het kleinste spookje dat ze écht zouden vangen is meteen goed voor een voorpagina én een weekendbijlage van de krant. Ik zou die allebei lezen. De tweede soort pseudowetenschappers daarentegen gaat logisch, methodisch en controleerbaar tewerk, met bronvermelding en notenapparaat. Maar van wát ze beweren is er niets wat ook maar een béétje interessant is. Ze specialiseren zich in wat H.L. Mencken (1880-1956) genoemd heeft: ‘the not worth knowing’.

1 Dat gletsjermythologieën onderzocht worden binnen eerbiedwaardige disciplines als Volkskunde en Volkenkunde lijkt mij niet meer dan normaal. Als sommige onderzoekers daarbij graag geloven dat die mythologieën ons evenveel over gletsjers leren als de harde wetenschap – tja – wij zijn in deze postmoderne tijden wel wat gewend. Het zou natuurlijk mooi zijn als ze dat geloof beleden in hun vrije tijd.  

2 Aangezien ik de zaak niet helemaal vertrouwde, heb ik  een paar van de noten aangeklikt en het blijkt te gaan om echt bestaande publicaties.