Posts tonen met het label Marc Van Ranst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Marc Van Ranst. Alle posts tonen

woensdag 12 mei 2021

Corona-verliefdheid en controle-verliefdheid

 


   Sinds de vaccins ben ik nogal optimistisch geworden over corona. Te  optimistisch eigenlijk, want ik had gedacht dat het prikken sneller zou gaan. Toen dat niet zo was, heb ik eventjes vergeefs naar schuldigen gezocht*, maar ten slotte begreep ik dat iets opstarten zijn tijd nodig heeft.
     Een ding maakte mij ongerust: de kwestie van de groepsimmuniteit. Ik had dat in de begindagen van de crisis opgezocht. Er bleek een formule te bestaan waarmee je kon berekenen hoeveel procent van de bevolking gevaccineerd moest zijn –  of besmet en genezen – vooraleer die groepsimmuniteit werd bereikt. De belangrijkste term van de formule was de besmettelijkheid, de R0, die van corona niet goed gekend was – en dat nog altijd niet is. Men nam toen meestal een R0 aan die een immuniteit van 70 procent van de bevolking noodzakelijk maakte. Toen de vaccins werden aangekondigd leek dat percentage haalbaar.
     Maar ondertussen werden nieuwe, besmettelijker varianten van corona dominant en bleek vaccinatie de overdracht van het virus niet helemaal te stoppen. Mijn gewezen klasgenoot Dirk Desreumaux, die dokter is geworden, rekende op zijn facebookpagina uit dat je daardoor voor groepsimmuniteit onrealistisch hoge percentages moest halen. Van die kant moesten we de redding niet verwachten. Anderzijds, dacht ik, is die groepsimmuniteit ook niet echt nodig. Als ongeveer iedereen die kwetsbaar is gevaccineerd is, dan moeten we het virus eindelijk maar eens los laten. Wie een vaccin wil, heeft dan zelf zijn risico gekozen. Wie geen vaccin mág krijgen, die zal heel voorzichtig moeten zijn.
     Wat mij nu ongerust maakte, was dat ik die redenering nergens anders duidelijk en ondubbelzinnig terugvond. Nu echter, slaap ik weer op mijn twee oren. In De Standaard van 6 maart** las ik in een interessant artikel dat groepsimmuniteit een ‘onhaalbare droom’ is geworden, maar dat ook een minder hoog vaccinatiepercentage voldoende is om weer normaal te gaan doen. ‘Dan wordt het een harde, politieke beslissing,’ zie epidemioloog Lipsitch, ‘of het echt een prioriteit is om het ­virus uit te roeien.’ ’t Was leuk dat een professor daar hetzelfde over dacht als ik en dat ik dat in De Standaard kon lezen. En misschien, dacht ik, zou die politieke beslissing niet zo ‘hard’ zijn als door de vaccinatie de cijfers van overlijdens, ziekenhuisopnames en IZ voldoende naar beneden gingen. De besmettingen zelf, who gives a sh…?
      Dat stuk in De Standaard was één ding. Kranten kunnen schrijven wat ze willen. Maar vandaag hoorde ik Alexander De Croo op de televisie, en dat is de Eerste Minister van ons land. Uit zijn uitleg besloot ik dat hij de ‘harde politieke beslissing’ voor zichzelf al had genomen. Zíjn mijlpaal was niet de groepsimmuniteit maar ‘eind juni, het ogenblik dat iedere volwassene de kans heeft gekregen om zich te laten vaccineren … Als mensen naar grote concerten zullen gaan, dan is dat hun keuze. Die brengen dan ook niemand anders in gevaar. Want de mensen die kwetsbaar zijn, die zijn gevaccineerd. We kunnen de samenleving toch niet op slot houden omdat een bepaald risico blijft bestaan.’ Een logica van ijzer en staal, vond ik.
     En de virologen? zul je zeggen. Dan kijk ik naar Van Ranst, want als iemand de communicatielijnen uittekent, is hij het wel. Nadat de virologen in het begin van de crisis weken aan een stuk de mondkapjes verketterd hadden – tot mijn grote ergernis – hoorde ik hem op een dag, langs zijn neus zeggen ‘nee, geen mondkapjes, maar die kunnen natuurlijk wel een rol spelen later in de exit-strategie.’ ‘Tiens’, dacht ik, ‘dus toch. Dat is het ook het eerste dat ik daar van die kant van verneem. De bocht is ingezet.’ En nu lees ik van Van Ranst weer zoiets in Het Nieuwsblad. ‘Met drempels en vaccins gaan we de curves wel naar beneden krijgen, waardoor het risico op corona vergelijkbaar wordt met een seizoensgriep. Wat we niet mogen doen, is verliefd worden op het controleren ervan.
     De vergelijking die Van Ranst met verliefdheid maakt is treffend. Dat virologen en epidemiologen een intieme haat-liefde ontwikkelden voor ‘hun’ virus, dat is menselijk. Dat de strijd ertegen een dosis irrationele hardnekkigheid insluit – zoals we die kennen van de eerste fasen van een amoureuze bevlieging  dat is begrijpelijk. Maar je kunt daar niet eeuwig mee doorgaan. Op het juiste moment moet je ermee ophouden. Over wanneer dat juiste moment valt, is nog wat discussie, maar Van Ranst weet al dat het komt. Nu de anderen nog. En Joël De Ceulaer, want die heeft het zwaar te pakken. Een gebroken hart helen, daar kan wat tijd over gaan.

 

* ‘Naar schuldigen gezocht’: zie hier.

** Ik vond dat stuk in De Standaard eigenlijk beter dan het uitgebreider stuk in Nature (hier) over hetzelfde onderwerp.

donderdag 8 april 2021

Coronaruzies

      Op de sociale media wordt heftig ruzie gemaakt over corona en de corona-maatregelen. Buiten de sociale media, valt het, geloof ik, mee. In de politiek houdt men zich min of meer aan de Godsvrede, echtparen vinden wel andere redenen om uit elkaar te gaan, en op café ruzie maken is er al helemaal niet bij: één van de voordelen van de huidige lockdown. Maar op de sociale media … oh la la.
     Aangezien ik mijzelf als au-dessus de la mêlée beschouw, heb ik bij deze ruzie meer dan anders  vooral belangstelling voor de motieven van de ruziemakers. Mocht ikzelf polemisch betrokken zijn bij de kwestie, dan zou ik die belangstelling temperen. Voor je het weet doe je je tegenstrevers een procès d’intention aan en vergeet je de argumenten zelf op de weegschaal te leggen.
     De motieven dus ... Bij degene die in déze ruzie een rol spelen, zijn er enkele die verwijzen naar de ‘objectieve belangen’ van de opponenten: jong versus oud, gezond versus risicopatiënt, getroffen handelaar versus ambtenaar met vaste benoeming, kasteelbewoner met privé-bos versus huurder van een appartementje. Ongetwijfeld werkt dat allemaal door in de ingenomen stellingen. Maar mijn belangstelling voor ‘objectieve belangen’ is heel wat minder dan in mijn marxistische periode. Bovendien merk je er weinig van in de discussies, integendeel. Je struikelt, bij wijze van spreken, over bejaarden die de vrijheid van de jongeren bepleiten en over jongeren die zich vooral het lot van de woonzorgcentrabewoners aantrekken.
     Wat overblijft zijn een aantal karaktertrekken, voorkeuren en overtuigingen waardoor mensen zich van elkaar onderscheiden*. Ik probeer hieronder een lijstje te maken.    

  1. Links versus rechts
  2. Rechtlijnige cijferaars versus intuïtieve base-raters
  3. Maximalisten versus proportionelen
  4. Activisten versus quiëtisten
  5. Mainstreamers versus sceptici
  6. Pessimisten versus optimisten
  7. Voorzorgmensen versus risiconemers
  8. Solidairen versus egoïsten
  9. Opportunisten versus legalisten
  10. Preciezen versus rekkelijken
  11. Absoluten versus afwegers
  12. Gehoorzamen versus rebellen
  13. Langetermijn-mensen versus kortetermijn-mensen
  14. Veiligheidsmensen versus vrijheidsmensen
  15. Complotdenkers en roeptoeters versus de rest

        Over de eerste vijf tegenstellingen heb ik vroeger al iets geschreven**. Sommige tegenstellingen, dat is duidelijk, overlappen elkaar, of zijn misschien niet meer dan een parafrase van een andere. 
      Het lijstje is zo opgesteld dat je aan de linkerkant vooral voorstanders van een strikte lockdown krijgt en aan de rechterkant vooral voorstanders van snelle versoepelingen. Maar die verdeling gaat niet altijd mooi op. Complotdenkers en roeptoeters bijvoorbeeld horen nergens bij, want je kunt met hen niet fatsoenlijk van mening verschillen. Verder kun je, naargelang het je uitkomt, tot de twee kampen behoren, of veranderen van kamp. Ik was bijvoorbeeld, toen Marc Van Ranst nog sprak van een griepje, al een corona-pessimist. maar bij de eerste berichten over de vaccins werd ik een vaccinatie-optimist. Dat optimisme heeft ondertussen wat averij opgelopen. Maarten Boudry is als het op vaccins aankomt een risiconemer, maar als het op lockdowns aankomt is hij van het voorzorgsprincipe. 
     Je ziet dat ook bij andere kwesties. Veel zwaarden snijden aan twee kanten. Eén vorm van opportunisme bestaat erin de Ministeriële Besluiten aan je laars te lappen als ze je slecht uitkomen, maar een andere vorm bestaat erin om de Grondwet aan je laars te lappen en willekeurige Ministeriële Besluiten op te stellen. Eén vorm van korte-termijndenkers bestaat erin om rap-rap te versoepelen, zonder je te bekommeren om toekomstige besmettingen, een andere bestaat erin om rap-rap strenge maatregelen te nemen en repressie te organiseren, zonder je te bekommeren om een mogelijk afglijden naar Oost-Aziatisch autoritarisme. Zelfs het absolutisme laat toe om naar verschillende kampen uit te wijken. In het ene kamp wordt elk mensenleven verabsoluteerd dat kan worden gered, in het andere elke schooldag die kan worden behouden.
     Een van de categorieën heeft een wat speciale status: die van de ‘egoïsten’. Ongeveer niemand is bereid om met díe vlag te zwaaien. Anderzijds is ongeveer iedereen bereid om hem in de handen van zijn tegenstrever te stoppen.  Dat laatste is volgens mij niet terecht. In de algemene discussie speelt het egoïsme amper een rol. Omdat ik Rutger Bregman niet ben***, voeg ik er snel aan toe dat het wel een grote rol speelt in de particuliere discussies. Wat moet éérst kunnen: algemeen contactonderwijs of buitenlandse reizen? Wat moet eerst open: de restaurants of de kappers? Een vriend van mij heeft gezworen zijn haar niet te laten knippen zolang de restaurants niet open gaan. Desnoods draagt hij zijn haar in een rattenstaart, zegt hij. Maar waar is die staart dan symbool van? Van het sybaritisch egoïsme van een lekkerbek? Of van de genereuze solidariteit met een getroffen sector?

 

* Dossierkennis maakt geen groot verschil. Selectief winkelen gebeurt in de twee kampen. Zoals dat meestal het geval is, vind je iets meer dossierkennis in het kamp van de sceptici maar wordt de mainstream aangevoerd door de belangrijkste vakspecialisten.  

** Over 1 (hier), 2 (hier), 3 (hier), 4 (hier) en 5 (hier). Over 14 (‘Veiligheidsmensen en vrijheidsmensen’) schrijf ik binnenkort een apart stukje.

***Een van mijn Bregman-stukjes vind je hier. De andere staan vermeld in de voetnoot bij dat stukje.

zaterdag 27 februari 2021

Over corona- en ander alarmisme


** Het is min of meer politiek correct om inzake corona en klimaat alarmistisch te zijn, zoals het politiek incorrect is om dat te zijn inzake immigratie, islamisme en terrorisme. Of iets politiek correct is of niet, geeft in al die gevallen slechts een heel zwakke aanduiding van het waarheidsgehalte van de ingenomen positie.

** Tegenover de alarmistische positie bevindt zich de ‘negationistische’, of, minder radicaal, de ‘sceptische’ of ‘kritische’ positie. ‘Kritisch’ betekent in geval van corona en klimaat dat men argwanend aankijkt tegen de mainstream berichtgeving over het verschijnsel. In verband met immigratie en islamisme betekent het dat men kritisch aankijkt tegen het verschijnsel zelf.

** Een interessante tegenvoeter van het alarmisme is het quietisme – de opvatting dat men de zaken beter op zijn beloop laat. Zo’n houding vertrekt van de erkenning van het probleem, de overtuiging dat er niets veel aan te veranderen valt, en de afweging dat de remedies ertegen erger zijn dan de kwaal. Zeker, de aarde warmt nu op, maar drastische verlaging van de CO2 zou de armoede in de wereld doen stijgen. Zeker, er is veel migratie, maar dat is altijd zo geweest en maatregelen ertegen creëren een mentaliteit van racisme en discriminatie. Zeker, corona doodt mensen, maar mensen gaan nu eenmaal dood, en nu vraagt men ons om een of twee jaar menswaardig leven op te offeren vanwege die 1 % kans om dood te gaan in het geval van bejaarden, en die 0,1 % kans in het geval van de andere leeftijdscategorieën.

** Alarmisten dramatiseren de kwestie die hun na aan het hart ligt op verschillende manieren. De interessantste is de omslagpunttheorie. Klimaatalarmisten spreken over een ‘runaway’-effect waarbij de opwarming van de aarde vanaf een bepaalde temperatuur op hol slaat (zie hier);  islamalarmisten spreken over een omslagpunt als 10 procent van een populatie de radicale islam omarmt (1); corona-alarmisten beschouwen een stabiel of licht stijgend aantal besmettingen als een voorbode van de exponentiële explosie die zal volgen (zie hier).

** Je hoort in discussies over bovenstaande kwesties wel eens het verwijt van ‘wetenschapsontkenning’. Dat lijkt mij meestal niet terecht. Je hebt over die dingen zowel (a) echt wetenschappelijk onderzoek, (b) overleg tussen experts-politici-bureaucraten, (c) populariserende wetenschapsjournalistiek, en ten slotte (d) de doe-het-zelf wetenschap van lui die hun eigen grafieken plotten en die uit de stukken en rapporten van de eerste drie een smakelijk menu’tje samenstellen. Ik heb een zekere bewondering voor die vlijtige autodidacten. Ook zij erkennen de basisbeginselen van de wetenschap, al bezondigen ze zich aan cherry-picking. Het is echter naïef om te denken dat zoiets niet voorkomt in de categorieën (b) en (c), en zelfs in (a).

** Het wetenschappelijk onderzoek is genuanceerd en staat meestal niet aan de kant van de extreme alarmisten, maar kan wel leunen in hun richting. Epidemiologen en biostatistici tekenen curves uit die laten zien hoe strenge lockdowns de virusverspreiding tegengaan. Klimaatexperts berekenen de gunstige gevolgen van een verminderde CO2-uitstoot. Dat is fijn voor de alarmisten. Maar diezelfde klimaatexperts gooien dan roet in het alarmistische eten door te pleiten voor kernenergie.

** Het gebeurt ook dat het wetenschappelijk onderzoek zich grotendeels negationistisch opstelt. Dat is het geval van migratie. Een economist als Paul Collier wordt horendol als hij de consensus vaststelt onder onderzoekers naar de effecten van migratie (2). Die consensus heeft volgens hem te maken met de beperkte, strikt economische, invalshoek van de onderzoekers, hun kosmopolitische levensstijl of de links-liberale ideologie waar ze zijn mee zijn opgegroeid. Het is een terrein waarin enkele elementaire cijfers, een beetje gezond verstand (3) en een bereidheid om logica boven sentiment en ideologie te stellen tot betere conclusies leiden dan waar geschoolde economen en sociologen toe in staat blijken.

** Vervelend voor de echte alarmist, scepticus, optimist of quietist is de korte tijdsschaal van de coronakwestie. Elke voorspelling kan binnen enkele weken of maanden gecontroleerd worden. Herman Goossens voorspelde dat ski-toerisme in Italië geen enkele besmetting zou meebrengen. De kans was ‘uiterst, uiterst klein’. Hij was fout. Van Ranst voorspelde dat de pandemie enkele honderden, hooguit enkele duizenden slachtoffer zou maken. Hij was ook fout. Mijn eigen voorspelling rond die tijd was voorzichtiger: ‘tussen 1 500 en 33 000’ (hier) maar informeel verklaarde ik aan vrienden dat 20 000 ‘haalbaar’ moest zijn. De crisis is nog niet gedaan, maar het lijkt voorlopig dat ik toen vrij goed gegokt heb. Mijn meeste andere voorspellingen waren overigens fout. Zo dacht ik dat een vergelijking tussen de verschillende landen binnen enkele weken duidelijkheid zou brengen over de effectiviteit van de verschillende maatregelen.

*  Voor wie vaak verkeerd gokt, heeft Maarten Boudry een uitweg voorzien: de preventieparadox.  Als de coronacijfers uiteindelijk beter meevallen dan je voorspelling aangaf, verwijs je naar het veel grotere aantal slachtoffers dat zou gevallen zijn zonder maatregelen. Je kunt de paradox op veel terreinen toepassen. Als het aantal terrorismeslachtoffers uiteindelijk meevalt, verwijs je naar het veel grotere aantal slachtoffers dat er zou vallen zonder antiterreurmaatregelen. Voor wie verkeerd gokt betreffende de verre toekomst, stelt het probleem zich niet. Als binnen dertig jaar de wereld niet in brand staat door de klimaatverandering, of heel Vlaanderen niet overstroomd is, dan zal ik er niet meer zijn om die valse profeten uit te lachen. En als ik er wel nog ben, is het lachen mij misschien vergaan om andere redenen.

** Alarmisme heeft vaak te maken met onzekerheid. Je weet niet of je besmet raakt, en niet of die besmetting bij jou tot een erg ziekte leidt. Niemand weet hoe het coronavirus verder evolueert. Niemand weet ook of de islam zich zal aanpassen aan de Europese tradities. We weten niet hoeveel de zeespiegel zal stijgen door de opwarming van de aarde. We weten niet of terroristen er ooit zullen in slagen om een kerncentrale op te blazen, om eens twee kwesties samen in één potje te koken. Die onzekerheid spoort aan tot voorzichtigheid. Maar je ontkomt nooit aan een kosten-batenvergelijking. Bij Russische roulette neem je een nogal groot risico. Maar elke keer als je een auto inhaalt die 60 rijdt waar 70 mag, neem je ook een risico. Je kunt bij dat inhalen frontaal op een tegenligger inrijden die je niet gezien had. Maar lange tijd aan 60 rijden waar 70 werkt op de zenuwen. Ikzelf probeer dan meestal in te halen.

** Alarmisme wordt erg beïnvloed door emotie. De zinloze slachtpartij van de Eerste Wereldoorlog fascineert mij meer dan de Spaanse Griep die erop volgde. Na een aanslag ben ik banger van een moslim die er in klederdracht, leeftijd en gelaatsuitdrukking ‘geradicaliseerd’ uitziet dan van een gewapende paracommando op straat. Als ik aan corona denk, ben ik banger voor het concrete beeld van een intubatie dan voor het abstracte beeld van dood te gaan. Al die emoties maken helder nadenken moeilijk. Het is beter om af en toe ook naar de cijfers te kijken. Maar alléén de cijfers en tabellen van slachtoffers afwegen, dat gaat ook niet. (zie hier)

** Of cijfers en ratio tot alarmisme aanleiding geven, hangt af van geval tot geval. Voor corona volg ik de redenering van Boudry en De Ceulaer dat vroeg en hard ingrijpen beter is dan laat en langdurig, maar hóe vroeg en hóe hard moet worden ingegrepen weet ik niet. Voor de immigratie volg ik Collier: beter laat dan nooit. En voor het klimaat volg ik de redenering van Lomborg dat laat ingrijpen beter is dan vroeg. We hebben nog even de tijd om na te denken welke maatregelen het beste werken. Er zijn in de wereld problemen die dringender zijn zoals malaria, hiv, ondervoeding en slecht sanitair. Ook mogen we aannemen dat de maatregelen – bijvoorbeeld dammen tegen overstroming – in de toekomst goedkoper zullen zijn dan nu, niet in absolute cijfers, maar als deel van het ondertussen gestegen bruto wereld product.

** De coronakwestie en de klimaatkwestie hebben dan weer gemeen dat wetenschappelijk onderzoek – R&D in het jargon – een belangrijke rol moet spelen. Nieuwe vaccins, antivirale medicijnen, propere en goedkope kernenergie, efficiënte CO2-captatie, het zal er allemaal niet vanzelf komen. Op dat vlak moet niemand mij voor wetenschapsontkenner uitmaken. Of voor quietist.

 

(1) Sam Van Rooy (VB) is heel stellig over het percentage: ‘Niet 8 of 9 procent, maar 10 %’ en hij verwijst naar een studie van het Renselaer Polytechnic Institute.’ (hier)

(2) Zie  hierhierhier, hierhier en hier. 

(3) Gezond verstand is niet onfeilbaar, maar het helpt. Het helpt je om te begrijpen dat mondkapjes wel iets moesten helpen tegen een virus dat zich verspreidt via speekseldruppeltjes, ook al zeiden experts indertijd het tegendeel. Het helpt je om te begrijpen dat als één zieke twee mensen kan besmetten, dat twee er dan vier kunnen besmetten, enzovoort, ook al beweren sommigen dat je wiskundig geschoold moet zijn om die redenering te kunnen volgen. 

vrijdag 3 april 2020

Berekeningen op de achterkant van een postzegel

     Ik kijk nog altijd dagelijks naar statistieken en prognoses over corona, maar ik doe het minder en minder. De echt interessante curven en schalen die nieuwe informatie bevatten, zijn ondertussen zo ingewikkeld geworden dat het niet meer hoeft voor mij. Ik heb een idee van de ordegrootte en daar ben ik tevreden mee.
     Dat was allemaal anders een maand geleden, in de Tijd van de Onwetendheid. Toen waren nog maar weinig cijfers bekend, en die van de specialisten waren niet veel beter dan die van iemand anders. Van Gucht sprak op 3 maart nog van maximaal 700 slachtoffers in ons land. Hij vertelde er niet bij hoe hij aan dat getal kwam.
     Dat stoorde mij. De dag ervoor had dr. Philippe Devos in een profetisch stuk (hier) geschreven dat corona zonder de gepaste maatregelen 33 000, en met collateral damage, zelfs 50 000 slachtoffers kon maken.  Hij maakte die prognose door cijfers van bevolking, besmettingsgraad en mortaliteit met elkaar te vermenigvuldigen. Men verweet hem toen (hier) dat zijn berekeningen pasten op de achterkant van een postzegel.
      Ik voelde mij meteen aangesproken door dat soort postzegelberekeningen. 
     Twee weken later deed professor Goossens hetzelfde als wat Devos had gedaan, maar dan voor de televisie. Hij vermenigvuldigde snel enkele getallen met elkaar – inwoners, uiteindelijke besmettingsgraad, opname in ziekenhuis, mortaliteit op intensive care – en kwam uit op 75 000 slachtoffers, dat wil zeggen, als men het virus zijn gang liet gaan. Goossens maakte de berekening uit het hoofd, raakte in de war tussen 7 500 en 75 000, maar het resultaat kon ik achteraf zelf nog eens narekenen: het was 75 000.
     En nu komt het mooie: ondanks het postzegelkarakter van de berekening komt het cijfer van Goossens dicht in de buurt van de recente berekening die het Imperial College van Londen voor ons land maakte : 91 000 slachtoffers, dat wil zeggen, nogmaals, als men het virus zijn gang laat gaan.
     Maar we láten het virus zijn gang niet gaan. De vraag is dus: hoeveel wérkelijke slachtoffers kunnen we dan verwachten? De extrapolatie is al gemaakt. Met de huidige cijfers van besmettingen, hospitalisaties en Intensive Care-patiënten rekent men op 3000 doden eind april (hier).
     En na eind april? Dat weet niemand. Goossens zegt minstens 7 500, Van Ranst zegt hoogstens 7 500. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer. Ook valt op dat die 7 500 ongeveer 10 procent bedraagt van het theoretische maximumgetal. En die 10 procent duikt ook op in de Amerikaanse prognoses die Trump en zijn adviseurs voorstelden op de persconferentie van deze week: 1 850 000 doden zonder ingrijpen en 170 000 met ingrijpen, dus ook weer ruwweg 10 procent.
    Maar waar die 10 procent vandaan komt, die berekening krijg je er weer niet bij. En ik begrijp dat. Een Bayesiaans buikgevoel* krijg je niet op de achterkant van een postzegel geperst. 
En voor een berekening à la Fermi** heb je al gauw de achterkant van een enveloppe nodig.


Thomas Bayes (1701-1761) stelde een formule op waarmee je kunt inschatten in hoeverre je resultaten van testen, cijfers en prognoses kunt vertrouwen. Je vergelijkt die resultaten met de algemene waarschijnlijkheid dat bepaalde gebeurtenissen zich voordoen. Die algemene waarschijnlijkheid kennen we vaak uit ervaring, die tot intuïtie uitgegroeid is.

** Enrico Fermi (1901-1954) had een talent om ingewikkelde problemen eerst op te lossen met een snelle berekening op basis van slechts enkele geschatte gegevens. De uitkomst van die berekeningen bleek achteraf in ordegrootte vaak overeen te komen met het resultaat van de ingewikkelde wetenschappelijke formules. Met dank aan Bert Cattoor voor de verwijzing.