Posts tonen met het label Liesbeth Van Impe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Liesbeth Van Impe. Alle posts tonen

vrijdag 2 april 2021

De trein en de Sociale Rechtvaardigheid


     Aan het tweede gebod van Mozes – Gij zult den Naam des Heren niet ijdellijk gebruiken – had ik graag een bis-artikeltje toegevoegd over ‘Sociale Rechtvaardigheid’. Ook die Naam is het beter niet ijdellijk te gebruiken.
     Neem die kwestie van de treinen naar de kust. De regering besliste dat in die treinen alleen de plaatsen aan de raampjes mogen worden bezet. Die maatregel roept vragen op van volksgezondheid (in welke mate gebeurt besmetting in treincompartimenten?), van logica (waarom alleen de treinen náár de kust?), van organisatie (hoeveel politiemensen heb je per stopplaats nodig om dat te controleren) en van efficiëntie (is er meer besmetting op volle treinen dan op volle perrons?).
     En daar komt voor sommigen ook de kwestie van de Sociale Rechtvaardigheid bij. ‘Het resultaat,’ schrijft Liesbeth Van Impe in Het Nieuwsblad, ‘dreigt behoorlijk onrechtvaardig te zijn. Wie met de auto naar de kust wil, moet enkel de groeiende files trotseren. Wie op de trein is aangewezen, wacht de chaos van overvolle stations.’ Dat begrijp ik niet goed: wat heeft dat met rechtvaardigheid te maken?
     Een lezersbrief in hetzelfde Nieuwsblad zoomt scherper in: ‘Mensen met een eigen wagen kunnen zonder probleem naar de kust, maar Jan met de pet wordt de pas afgesneden.’  Ha, ‘Jan met de pet’ … Die uitdrukking wordt hier figuurlijk gebruikt, maar ik heb nog even de tijd meegemaakt dat ze ook letterlijk zin had. In mijn kinderjaren  droeg de handarbeider een pet, terwijl de bediende en de middenstander een hoed op had. En je zag het verschil ook in de vervoersmiddelen die ze bezaten. De handarbeider met zijn pet – af en toe was er inderdaad één die Jan heette – reed op een bromfiets; de bediende daarentegen bezat een Kever; en de welvarende middenstander een Mercedes. ’t Waren duidelijke tijden.
     Maar nu? Nu heeft ook Jan met de pet een auto. 75 procent van de huishoudens bezit één of meer auto’s, dat is dus ongeveer iedereen behalve de alleenwonenden, waarvan maar de helft een auto heeft, en alleenstaande ouders, waarvan minder dan driekwart een auto heeft. Zoiets is, als je daarin liefhebbert, op zich ook een Sociaal Onrecht. Maar met de treinreizen naar zee heeft het weinig te maken. De grote meerderheid van die treinreizigers naar zee heeft de auto gewoon thuis in de garage gelaten en de trein genomen om files te vermijden, de moeizame zoektocht naar een parkeerplaats te ontlopen en nog snel dat gratis treinticket van Groen op te gebruiken.
     Eigenlijk zou het van die treinreizigers een daad van solidariteit zijn als ze wél met hun auto naar de kust reden.  Zo kunnen alleenwonenden en alleenstaande ouders zonder auto lekker in een halfvolle trein naar zee rijden, én aan het raampje zitten, terwijl de geprivilegieerde autobezitters de miserie van ‘de groeiende files trotseren’. Zo komen we toch weer uit op de Sociale Rechtvaardigheid, want elk om beurt in de miserie is ook een populaire lezing van dat begrip.

zaterdag 16 maart 2019

De moord op Trump en de zelfmoord van Peeters

     Met Liesbeth Van Impe ben ik het meestal half eens. Vandaag vergelijkt ze in Het Nieuwsblad een uitspraak van Nic Balthazar met één van Bart De Wever. Nic had zich afgevraagd of hij Trump zou doodschieten als hij de gelegenheid kreeg, en Bart De Wever had de degradatie van Kris Peeters tot Europees lijsttrekker vergeleken met een opgelegde zelfmoord in Romeinse stijl. Het is voorspelbaar, schrijft Liesbeth,  dat wie zich over de eerste uitspraak opwindt, weinig verkeerds zal zien in de tweede, en omgekeerd.  En wáár men zich over opwindt en wáár men niets verkeerds in ziet, zal worden beïnvloed door politieke berekening, ideologische voorkeur en emoties.
    Ik geloof dat ook. Hoewel ik mij zelf over geen van de twee uitspraken opwind, heeft Liesbeth in de grote lijnen gelijk. Ook volg ik haar als ze zegt dat we bij dergelijke debatten niet te veel mogen varen op ons gevoel. We zouden rationeel moeten blijven, want dat zijn we meestal niet. Ze verwijst naar het beroemde beeld* van de olifant (ons gevoel) dat de koers bepaalt en de ruiter (onze ratio) die de koers achteraf uitlegt.

     Alleen is het jammer dat Liesbeth de hogervermelde twee uitspraken zelf niet op hun rationele inhoud beoordeelt. Ze doet dat enigszins wel met de uitspraak van Nic – daarover straks meer – maar daarna heeft ze het vooral over de gevoelswaarde van de metaforen: ze zijn te scherp en te gratuit, en ze missen empathie, respect en tact. Daarmee gaat ze evenwel voorbij aan het inhoudelijke verschil. De uitspraak van Nic betreft een moreel dilemma, de uitspraak van Bart betreft een feitelijke stand van zaken. Nic vraag zich af wat een moreel wezen zou moeten doen als hij Trump kon neerschieten, Bart beschrijft, op hyperbolische wijze, wat er werkelijk gebeurt met politici die hun beste tijd achter de rug hebben. Ze worden afgevoerd. Vandaag overkomt het Kris Peeters, morgen is hij zelf aan de beurt. Hodie tibi, cras mihi, moet Bart gedacht hebben.
     Eigenlijk is Liesbeth onrechtvaardig als ze de twee uitspraken te scherp, te gratuit, te tactloos enzovoort noemt. Die kritiek geldt alleen voor de uitspraak van Bart. Nic is naar vorm en toon genuanceerd. ‘Ik ben er nog niet uit,’ zegt hij sussend. Ook is de kans klein dat Trump, of een familielid van hem, die scherpe uitspraak onder ogen krijgt en zich dus gekwetst moet voelen.
     Anders is het gesteld met de inhoud van Nics dilemma. Het gedachte-experiment waarbij je Trump tegenkomt in een donker steegje, gaat terug op een soortgelijk gedachte-experiment waarbij je in de jaren twintig, dertig of veertig Hitler tegenkwam in een donker steegje. Liesbeth noemt dat een ‘gratuite gedachte-oefening over hoe geoorloofd het is geweld te gebruiken tegen een politieke tegenstander.’ Ik dacht eerst dat bij een vredelievend man als Nic zo’n vraag nooit zo zou opkomen, maar nu ik het hele interview gelezen heb, weet ik beter. In zijn laatste antwoord somt Nic de redenen op waarom Trump mag worden ‘afgeknald met een blaffer’: hij zou een wereldoorlog kúnnen uitlokken, hij zou een narcist kúnnen zijn, er zou met hem niet te praten vallen,  en hij ontkent ‘climate change’. Voor de mogelijke executie van Trumps plaatsvervanger Mike Pence – ‘die is nóg erger’ –  komt er een vierde reden bij: hij ‘ontkent de evolutietheorie’. Drie veronderstellingen en twee ‘ontkenningen’ als grond voor een terdoodveroordeling vind ik wat zwak. **

    Is de vergelijking die Nic maakt tussen Trump en Hitler in enig opzicht aanvaardbaar? Er zijn tussen die twee allerlei verschillen wat haartooi, hoffelijkheid, smaak, culturele belangstelling en redenaarstalent betreft. De vergelijking valt niet altijd uit in het voordeel van Trump. Maar van Hitler kennen we een aantal drijvende ideeën die in een moderne context dicht bij het absolute kwaad komen: het heerservolk, de Untermenschen, oorlog als maatschappelijke hygiëne, de voorrang van de stam op het individu. Wie díe ideeën in gelijke mate bij Trump meent aan te treffen, kunnen we, om met de woorden van Liesbeth te spreken, ‘enkel veel beterschap toewensen en het beste hopen.’
     Maar Nic denkt wellicht noch aan de haartooi, noch aan de kenmerkende ideeën van Hitler en Trump, maar aan de gevólgen van hun beleid. Bij Hitler ging het om enkele miljoenen Joodse, Poolse, Russische en Oekraïense slachtoffers in het verleden; bij Trump gaat het – in de denktrant van Nic – om … enkele miljarden slachtoffers in de toekomst. Trumps klimaatsabotage kan – in de denktrant van Nic – bijdragen tot het einde van de menselijke beschaving. Ja, dán kan er al eens een kordaat besluit worden genomen. Een allesovertreffende inzet rechtvaardigt haast elk denkbaar middel. Thomas Morus liet protestantse ketters levend verbranden, want het eeuwige zielenheil van de Engelsen stond op het spel. Tolstojs brave held Pierre overwoog om Napoleon te vermoorden, om zo tienduizenden Russen én Fransen te redden.
     Tegen die redenering bestaan bezwaren die Nic ongetwijfeld kent. Trump is niet alléén verantwoordelijk voor het klimaatbeleid van de wereld. Als je hem doodschiet, wordt Mike Pence president en die is, zoals we al weten, ‘nog erger’. Bovendien kun je ook gewoon de Amerikanen overtuigen om de volgende keer niet voor Trump te stemmen, en dan is dat doodschieten niet nodig. Dat zijn allemaal praktische bezwaren. Er is daarnaast ook het bekende filosofische bezwaar van de Talmoed, overgenomen door de Koran : ‘Wie één mens doodt, doodt de hele mensheid.’ Dat klinkt een beetje mystiek, maar het is dat bezwaar waar het in het oorspronkelijke gedachte-experiment eigenlijk om draait.
     De grote schade die de aarde en de mensheid kunnen oplopen door de klimaatopwarming wordt door de economen van het IPCC nuchter uitgedrukt in procenten van het bruto wereld product. Voor die procenten zou Balthazar nooit overwegen om Trump dood te schieten. Hij zou er dan wél ‘uit zijn’.  Maar als de hele mensheid werkelijk van de totale ondergang moet worden gered, is het een andere zaak. Ik geloof dat niet, van die totale ondergang. Maarten Boudry gelooft het ook niet. En het IPCC gelooft het evenmin. Maar Nic dus wel heb ik uit zijn film begrepen.

* Liesbeth schijnt te denken dat dat olifantenbeeld bedacht werd door Jonathan Haidt. Dat is niet zo. ’t Is van David Hume. Maar het blijft een geruststelling dat onze hoofdredacteuren ten minste Haidt lezen.

** Zo’n tot bloeddorst verworden linkse onverdraagzaamheid vinden we nog sterker bij de muzikant Daan Stuyven en Stijn Meuris en bij presentator Chris Dusauchoit. De eerste dacht bij de aanslag op de WTC-torens ‘Eindelijk!’, de tweede wenste de lone shooter die Donald Trump te grazen wil nemen ‘een vaste hand’ toe, en de derde had ‘geen slecht gevoel’ toen Pim Fortuin werd vermoord.

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.

maandag 24 december 2018

Kerstbezinning over het Marrakesh-pakt

    Aangezien kerstfestijnen van ons gezin op zondagmiddag en dinsdagmiddag plaatsvinden, heb ik maandagavond vrij om lekker gezellig, tussen twee Stille Nachten op de piano door, een nieuw Marrakesh-stukje te schrijven. Misschien een bezinning over cijfers dit keer. Ik heb al enkele keren een beetje uitdagend beweerd dat vijfenzeventig procent – of drie vierde – van de Vlamingen tegen het Marrakesh-pact is. Dat was wat overdreven (hier). Nu ik de cijfers van de Nieuwsblad-enquête (hier) gelezen heb, zal ik voortaan niet meer spreken van drie vierde, maar van twee derde van de Vlamingen dat tegen het pact is. Ook dat is een beetje overdreven, maar niet zoveel, zoals ik hieronder betoog.
     Volgens de vermelde enquête, uitgevoerd door Ipsos bij duizend Vlamingen, zegt 31 procent van de bevolking ‘ja’ aan Marrakesh, 48 procent ‘nee’, en 21 procent heeft geen mening. Het Nieuwsblad geeft in die enquête ook nog een reeks andere vragen gesteld die met Marrakesh verband houden: of de regering moest vallen, of Theo Francken een goede staatssecretaris was,  of migratie een meerwaarde is voor ons land, of migratie belangrijker is dan klimaat, enzovoort.
    De politieke redacteur die met die cijfers een stuk moest schrijven,  heeft het allemaal wat ingekleed. Hij plaatst niet de vraag over Marrakesh in de kop, maar die over de val van de regering. ‘Vlaming vond het niet de moeite waard om regering te laten vallen over migratiepact,’ is blijkbaar de belangrijkste conclusie. Als 48 procent van de ondervraagden het Marrakesh-pact verwerpt, schrijft de redacteur dat ‘Vlaanderen verdeeld is’. Maar als 48 procent de val van de regering verwerpt, schrijft hij dat dat er daarover ‘meer eensgezindheid bestaat’. En uiteraard: als 53 % van de ondervraagden geen meerwaarde ziet in migratie, wordt meteen een experte opgebeld, Christiane Timmerman van het Centrum Migratie en Interculturele studies, die de cijfers in het ‘juiste kader’ moet plaatsen. ‘Het staat onomstotelijk vast,’ zegt de interculturele experte, ‘dat migratie economisch een meerwaarde biedt.’ Onomstotelijk? Dat zou ik nog eens willen zien. En sociaal-cultureel, gaat de experte verder, is er hoogstens sprake van een ‘uitdaging’, vooral ook omdat de indruk van overrompeling ‘hoegenaamd niet waar is’. Niet alleen ‘niet waar’, maar ‘hoegenaamd niet waar’. Men heeft dat daar allemaal heel precies uitgezocht, op dat Centrum.
     Ik wil mij hier niet bezig houden met het ‘juiste kader’ waarin we de cijfers moeten plaatsen, maar met de juiste verhoudingen tussen de cijfers. Die zijn wat ondoorzichtig door het grote percentage van ondervraagden dat ‘geen mening’ invult. Je zou dat kunnen vergelijken met ‘onthoudingen’ als er gestemd wordt. Toen er in de Kamer werd gestemd over het pact waren er géén onthoudingen. 75 procent was voor het pact en 25 procent tegen. De Wever zei toen – volgens mij terecht – dat bij de bevolking de meerderheid omgekeerd lag.

     De Wever wordt nu tegengesproken door Liesbeth Van Impe (hier). Die schrijft dat ‘48 procent [tégen het Marrakesh-pact] geen meerderheid is, laat staan een overtuigende’. Ik geef dat graag toe. Maar je kunt de cijfers van de Kamer en die van de enquête niet zomaar vergelijken. In de Kamer waren er zoals gezegd geen onthoudingen. Ik ben dus geneigd om voor mijzelf de onthoudingen bij de enquête even niet mee te tellen en dan krijg ik 61 procent tegen Marrakesh en 39 procent voor.
     Dat trucje zou ik ook kunnen toepassen voor de houding van de ondervraagden tegenover over migratie. Als ik de onthoudigen aftrek, of eerlijk verdeel onder de voor- en tegenstanders, dan krijg ik 65 procent dat geen meerwaarde ziet in migratie en 35 procent* dat die meerwaarde wel ziet. Of om het nog ruwer te formuleren: min of meer tweederde van de bevolking kant zich min of meer tegen nog veel nieuwe immigratie. Zonder mijn trucje gaat het ook. Dan schrijf ik gewoon dat er dubbel zoveel tegenstanders zijn van nieuwe migratie als voorstanders.
      Opvallend is dat de cijfers over migratie in het algemeen en over Marrakesh in het bijzonder niet helemaal samenvallen. Voor Marrakesh zijn er iets meer voorstanders, iets minder tegenstanders, en iets meer onthoudingen. Dat laatste begrijp ik – mensen die zichzelf niet geïnformeerd genoeg achten om het pact te beoordelen. Maar die bijkomende voorstanders begrijp ik niet goed. Waarom zou iemand die afwijzend staat tegenover migratie, tegelijk wel achter het Marrakesh-pact staan? Gelooft zo iemand misschien dat het pact de migratie zal afremmen of minstens onder controle zal brengen dankzij meer internationale samenwerking. Die uitleg over ‘controle’ en ‘internationale samenwerking’ heb ik vaak gehoord van de pro-Marrakesh-partijen Open-VLD en CD&V**. Maar blijkbaar is er toch maar 3 procent van de ondervraagden dat in díe redenering meegaat. Het grootste deel van de pro-Marrakesh-mensen wordt geleverd door de pro-migratie-mensen.
     Over de manier van vragen stellen ben ik overigens redelijk tevreden. Je kunt op alles kritiek hebben als je wil. ‘Migratie is een meerwaarde voor ons land’ …  dat is wat ongenuanceerd; Als ik dat letterlijk nam, zou ik hier ‘ja’ kunnen antwoorden, want arbeidsmigratie heeft allerlei voordelen. Maar ik neem aan dat de meeste ondervraagden wel begrepen over welk type immigratie het ging en dáárover hun mening hebben gegeven. Als er had gestaan ‘Afrikaanse en islamitische massa-immigratie is een meerwaarde’ zou het neen-kamp wat groter geweest zijn, en als er had gestaan ‘De basisrechten van de asielzoekers moeten beter worden gerespecteerd’**, had dat het een wat groter ja-kamp opgeleverd. Veel zal het niet schelen.
 



* In onderstaande tabel staan enkele cijfers uit de enquête samengevat. Het zou goed zijn mochten kranten een link meegeven waarmee je de enquête en het enquêterapport zelf kunt raadplegen.
 
Ja
Nee
Onth.
‘Migratie is een meerwaarde voor ons land’
28
53
19
Ik sta achter het VN-Migratiepact
31
48
21
Migratiepact belangrijk genoeg om regering te doen vallen
31
48
15
Er moeten vervroegde verkiezingen komen
33
54
13
Francken was een goede Staatssecretatis voor Asiel
61
26
13
Vertrouwen in De Block als opvolger van Francken
34
51
15


** Volgens de Nieuwsblad-enquête zijn de kiezers van die partijen veel minder Marrakesh-enthousiast. Bij de liberalen zijn bijna evenveel voor- als tegenstanders. Karl Drabbe (hier) had dus gelijk toen hij zich verwonderde over de radicale pro-Marrakesh-lijn van de liberale leiding. Misschien heeft die leiding gedacht dat ze zich zo’n lijn kon veroorloven omdat haar traditionele rechtervleugel toch al onherroepelijk verloren was aan N-VA. Of misschien heeft ze gedacht dat centrum-jongeren en bloc pro Marrakesh zijn. Twee misrekeningen geloof ik.

*** Je kunt de rechten van asielzoekers ook verdedigen als je niet vindt dat immigratie ‘een meerwaarde voor ons land’ betekent.

zaterdag 28 juli 2018

Wantoestanden in de frietwereld

     In Spielbergs film over the Washington Post zegt eigenares Kay Graham (Meryl Streep) iets over de missie van haar krant. De krant moet zich wijden, zegt ze, aan ‘outstanding news collection and reporting’ én aan ‘the welfare of the nation’. Dat zijn twee verschillende zaken. Als je thuiskomt van een buitenlandse vakantie en je neemt het stapeltje kranten door dat zich tijdens je afwezigheid heeft opgestapeld, merk je hoe dodelijk ernstig onze journalisten dat tweede luik nemen – ‘the welfare of the nation’.
     Vooral hoofdartikelenschrijver van Het Nieuwsblad, Piet Lesaffer, schittert in de rol van muckraker die zelfs in volle komkommerperiode elke dag iets vindt om te veroordelen: oudere werklozen die niet geactiveerd worden (19 juli), de bemoeizieke traditie van het koningshuis (20 juli), plastic flessen en blikjes op de bermen (23 juli), onvoldoende Europese regels (24 juli), een Zomerakkoord met losse eindjes (25 juli), jongeren die gegokt hebben op het wereldkampioenschap voetbal (26 juli) en, ten slotte, een ongelijkvormig waterbeleid van provincies en drinkwaterbedrijven dat ‘nieuwe munitie geeft aan degenen die de provincies willen afschaffen’ (27 juli). En iedere keer vindt Pieter dat er meer regels* moeten komen en dat de overheid méér en krachtiger moet optreden, behalve dan in het geval van koning Filip, want die kan ‘een positieve balans’ voorleggen en ‘is gegroeid in zijn rol’.
     Van hoofdartikelenschrijvers in het algemeen, en van Pieter in het bijzonder*, zijn we wel wat gewend. Grappiger wordt het als het veroordelen van misstanden wordt verwerkt in de lead van een informatief artikel. Kent iemand van mijn lezers het probleem van ‘de kleine friet’? Het Nieuwsblad van 26 juli wijdt er een volledige, rijkelijk geïllustreerde pagina aan. Ik citeer de inleiding: ‘Wie “een kleintje” bestelt, weet nooit wat hij zal krijgen. Ook al meegemaakt? Je bestelt “een kleintje met mayonaise” en stapt het frietkot weer buiten met een gigantisch pak. Terwijl je in het naburige dorp wél een normale portie krijgt. Je bent niet de enige. Er staat geen maat op onze frieten. Letterlijk dan. Tien keer bestelden we een pakje over heel Vlaanderen en het verschil was ­immens. En in de kwak mayonaise zat al evenmin een lijn.’
     Is dat niet enig? De kreet ‘Wat doet de regering?’ ontbreekt, maar de eerlijke verontwaardiging is er niet minder om. ‘Er staat geen maat op’, ‘gigantisch’, ‘in het naburige dorp wél een normale portie’, ‘immens verschil’, en niet te vergeten dat gebrek aan ‘lijn in de kwak mayonaise’. De rest van het artikel biedt de nodige achtergrondinformatie. Het gemiddelde ‘normale’ pakje bevat 350 gram friet. De ‘kleintjes’ variëren van 391 gram (Chatooke, Lokeren) tot 215 gram (Red Rooster, Torhout). Van Chatooke wordt nog vermeld dat daar nog ‘extra wordt opgeschept tijdens het verpakken’. Ja kijk, als we zo beginnen.
     En het ergste is dat er geen beterschap in zicht is. Het Nieuwsblad heeft namelijk Bernard Lefevre geïnterviewd, de voorzitter van de frituristenbond Navefri. Daaruit blijkt glashelder dat die geharde frietbakker niets moet hebben van de Nederlandse aanpak met standaardgewichten. ‘We gaan niet beginnen met wegen,’ verklaart hij aan de krant, ‘we zijn geen apothekers. Een friturist is een doorsnee Belg, iemand die zijn zin doet. Wij willen onze eigen stijl: de inhoud, het type patat, op hoeveel graden ze gebakken worden. En dat geldt net zo goed voor de kwak mayonaise.’
     Het staat er werkelijk zo, beste lezer, dat geldt net zo goed voor de kwak mayonaise.


* Op 28 juni bevatte het hoofdartikel van Het Nieuwsblad een heel redelijk pleidooi voor minder regels, met name in de kinderopvang. Dát stuk was van Liesbeth van Impe.
** Pieter lijkt meestal een adept van het activistisch sofisme: ‘Er moet iets gedaan worden. Dit is iets. Dit moet gedaan worden.’ Maar dat is geen juiste redenering. Om juist te zijn moet de middenterm van het syllogisme (‘iets’) gedistribueerd zijn en dus de hele klasse van de ‘ietsen’ bevatten. Een correct syllogisme zou zijn: ‘Alle ietsen moeten gedaan worden. Dit is iets. Dit moet gedaan worden.’

zaterdag 4 november 2017

Het Nieuwsblad over N-VA ... euh ... Catalonië

     In de laatste commentaren van Het Nieuwsblad  komt de geografische naam ‘Catalonië’ vaak voor in het gezelschap van de partijpolitieke naam N-VA. Peter Mijlemans  laat verstaan dat de Catalaanse kwestie voor de N-VA een ‘bliksemafleider’ is, een list om niet over de tegenvallende begroting te moeten spreken. Liesbeth Van Impe waarschuwt de N-VA dat ze de geen ‘buitenlandse conflicten moet importeren’. En Pieter Lesaffer verwijt de partij dat ze zich onvoldoende inspant om vanuit de federale regering, tegen de andere regeringspartijen in, de Catalanen te ondersteunen.*
     Ben ik de enige die tussen de twee laatste standpunten enige onverenigbaarheid ziet?
     Misschien moet ik het voorbeeld volgen van onze Rusland- en China-watchers. Die zijn ook altijd uitstekend op de hoogte van allerlei ‘fracties’ binnen de regeringen aldaar. Misschien bestaan er binnen de Nieuwsblad-redactie ook wel verschillende ‘fracties’ waar de leek niets van afweet? Een strekking-Liesbeth, een strekking-Pieter en een strekking-Peter.
     Ik zie het voor mij. Op de redactievergadering slaat Liesbeth met de vuist op tafel. ‘Makkers, collega’s, journalisten! Hier staat meer op het spel. Het is tijd dat we als klein land met de grote jongens meespelen. De rest van Europa speelt de kaart van de Spaanse grondwet. We gaan daar een beetje als enigen ons vertrouwen in de Spaanse rechtstaat opzeggen? Neen! Neen! Neen! Het gaat om onze diplomatieke belangen. Die laten we niet in gevaar brengen door die opgeklopte romantiek rond een onafhankelijk Catalonië.’ Liesbeth loopt rood aan. Haar ogen fonkelen. Er zit wat spuug op haar onderlip. Ze lijkt een beetje op die gepassioneerde Spaanse redenares van vroeger … hoe heet ze ook weer?
     ‘Maar allez Liesbeth,’ zegt Pieter, ‘Spanje heeft zichzelf buiten Europa gezet. Een democratisch verkozen regering – ik herhaal: een democratisch verkozen regering – bestraffen met celstraffen van dertig jaar of meer, dat is vele bruggen te ver. Europa verraadt hier haar democratische waarden door de andere kant uit te kijken. De enige instantie ter wereld die een oplossing kan brengen is de Belgische federale regering. Dat is toch duidelijk.’
     Peter heeft het allemaal met een zekere minachting aangehoord. Hij zit wat onderuitgezakt en zijn benen komen onder de tafel heel wat verder dan het midden ervan. ‘It’s the economy, stupid,’ zegt hij ten slotte. ‘Wij zitten hier te ouwehoeren over Catalonië en diplomatie en democratische waarden, en ondertussen is de begrotingstrein zo ontspoord dat hij in Timboektoe zal eindigen. Draconische besparingen, dat hebben we nodig, en een daverende belastingsverhoging.’
     Dan komt de ruzie pas goed op gang.
     Maar misschien gaat het er helemaal anders aan toe. Misschien is het juist omgekeerd en is de redactie matig geïnteresseerd in Catalonië maar daarentegen als één man – sorry Liesbeth – verenigd in haar bekommernis om het wel en wee van de N-VA. Ook dat levert een fijn draaiboek op. De drie zitten dan eendrachtig aan een goed geschraagde tafel. Liesbeth neemt alweer het woord. ‘Makkers, collega’s, journalisten! We kennen allemaal de tegenvallende peilingen van onze partij. Het is tijd dat we de handen uit de mouwen steken. Ik schrijf een artikel om onze vrienden te waarschuwen dat ze zich niet te openlijk in die Catalaanse affaire moeten engageren. Daar krijgen ze niets dan last mee. Jij, Pieter, schrijft een stuk waarin je hen aanraadt om de Catalaanse zaak binnen de federale regering aan te pakken, achter de schermen zeg maar. En Peter, jij herinnert hen eraan dat ze hun besparingspolitiek niet mogen laten verflauwen. Ze waren goed begonnen maar nu …’
     Pieter steekt zijn vinger op. ‘Ja maar,’ zegt hij, ‘weten we wel zeker of de N-VA de zaak nu al niet discreet binnen de federale regering aan het bespreken is?’ ‘Neen, dat weten wij niet,’ geeft Liesbeth toe, ‘maar dat weten de anderen ook niet. Schrijf maar iets in de trant van “de N-VA excellenties zwijgen” en “ze houden zich op de vlakte”. Dat is vaag genoeg. En kleed het allemaal een beetje in als gepeperde kritiek. We willen niet de naam krijgen een N-VA-gazet te zijn.’



* Commentaren Het Nieuwsblad: Liesbeth Van Impe, 31 oktober – Peter Mijlemans, 3 november –Pieter Lesaffer, 4 november

donderdag 11 mei 2017

Liesbeth van Impe over George Orwell

     Het is altijd een goed idee om een politiek stukje op te sieren met een literaire zinspeling. Het laat zien dat je niet van de straat komt. Ik doe het voortdurend. En vandaag doet Liesbeth Van Impe het in haar Nieuwsbladcommentaartje.
     Liesbeth begint stevig. Ze verwijst naar 1984 van George Orwell.  ‘In zijn ministerie van Liefde wordt gemarteld, in zijn ministerie van Vrede wordt de permanente oorlog in stand gehouden, zijn ministerie van Overvloed organiseert de schaarste en het ministerie van Waarheid houdt de leugen in stand.’ Ja, dat vat het goed samen. Maar hoe zal Liesbeth van die wrede paradoxen overgaan naar ons eigen politieke wereldje? Dat is wat we willen weten.
     ‘De Vlaamse regering is Big Brother niet, schrijft Liesbeth, maar ze begint wel Orwelliaanse trekjes te vertonen.’ En er volgen wat voorbeelden. De minister van Armoedebestrijding  krijgt weinig klaar tegen armoede, de minister van van Gelijke Kansen onderneemt weinig tegen discriminatie, de minister van Natuur maakt ruzie met Natuurpunt en de minister van Landbouw doet hetzelfde met de bioboeren. Het gaat om de ministers Liesbeth Homans, Zuhal Demir, Joke Schauvliege en nog eens Joke Schauvliege, want die laatste doet Natuur én Landbouw en maakt blijkbaar graag ruzie.
     Of dat allemaal zo is, weet ik niet. Misschien neemt Homans wel goede maatregelen om de armen te helpen, is Demir nog niet lang genoeg in functie om beoordeeld te worden, is Natuurpunt zelf met de ruzie begonnen en hebben sommige bioboeren erg lange tenen. Ik volg dat allemaal niet zo.
     Of dat allemaal zo is, weet ik dus niet, maar als het zo is, dan zijn de voorbeeldjes van hierboven toch niet van die aard dat ze mij meteen aan Orwell doen denken. Overigens zou ik niet élke paradox uit de politiek willen bannen. Ik zou niet klagen over een minister van Financiën die de belastingen vermindert, een minister van Ambtenarenzaken die het aantal ambtenaren terugdringt of een staatssecretaris van Migratie die de migratie beperkt. Mochten we, zoals vroeger, een minister van Oorlog hebben, dan had ik liever dat hij ijverde voor de vrede.

maandag 2 november 2015

Krantenkoppen

    Er staan vandaag twee artikels in de krant. Het ene staat op pagina zes en gaat over een grootschalige studie waarbij meer dan 350 000 leerlingen betrokken zijn. De kop luidt: ‘Hoeveel je ook blokt, vooral geslacht bepaalt of je slaagt.’ De helft van de meisjes, zegt het artikel, halen een diploma hoger onderwijs, tegen nog geen derde van de jongens. Dat zijn natuurlijk sterke cijfers op zich, maar nog sterker is die toegevoegde bijzin ‘hoeveel je ook blokt’. Als dat zo is, kunnen de meisjes het zonder gevaar wat rustiger aan doen – en de jongens ook, want het helpt toch niet.
     De vraag die ik mij daarbij stel is deze: hebben de onderzoekers het blokgedrag van die 350 000 leerlingen werkelijk nageplozen of heeft de journalist dat bijzinnetje er zomaar bijgeplaatst omdat het zo aardig klonk? De studie heeft volgens de krant gegevens in kaart gebracht zoals geslacht, nationaliteit, diploma van de ouders en ‘zelfs’ de gezinssamenstelling, maar het blokgedrag of de studie-ijver van de leerlingen, mannelijk of vrouwelijk, is daar niet bij.
     Ik heb geen 350 000 leerlingen onderzocht, maar misschien slagen die meisje vaker omdát ze meer blokken. Veel mensen die in het onderwijs staan zullen dat vermoeden bevestigen. En veel ouders die een zoon én een dochter hebben ook. – Ik heb overigens alleen een zoon, en ik mag niet klagen.
     Het andere artikel staat op pagina twee en heet ‘Kenniskloof’. Het is van hoofdredacteur Liesbeth van Impe en het bouwt voort op de eerder vermelde studie. ‘Wie ouders heeft met een diploma hoger onderwijs heeft vier keer meer kans om zelf een hoger diploma te halen.’ Nu, dat slimme kinderen van slimme universitairen het aan de universiteit ook goed doen, zullen veel lezers niet zo opmerkenswaard vinden. Dus voegt Liesbeth er nog iets aan toe dat wél opmerkenswaard is. Die ongelijke uitkomst treedt op, schrijft ze, ‘ongeacht de eigen talenten’ van de kinderen. Van twee groepen met gelijke talenten is er een groep die VIER KEER MEER kansen krijgt dan de andere. Dat is inderdaad opzienbarend nieuws.
     Maar dan heb ik weer dezelfde vraag: heeft men die ‘eigen talenten’ wel onderzocht? Zijn er van die 350 000 leerlingen op grote schaal IQ-testen of andere bekwaamheidsproeven afgenomen?  Ik geloof het niet. Ik denk dat die gelijke talenten een veronderstelling zijn van Liesbeth – een veronderstelling die ze dan samenvoegt met gegevens die wél onderzocht zijn. Dat is niet netjes. Facts are sacred and comments are free but please, please, keep them separated.


Oorspronkelijk geplaatst op 5 juni