Posts tonen met het label Alexander Decroo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alexander Decroo. Alle posts tonen

donderdag 13 mei 2021

Festival-angst

  


   Ikzelf heb met die zomerfestivals niets te maken. Het is een kwestie tussen de regering, de organisatoren van dat soort evenementen, en de liefhebbers van dat soort muziek. Maar ook mij slaat de angst om het hart als ik op televisie grote groepen mensen zie. Ik ben door veertien maanden lockdown zo geconditioneerd. Als ik in een oude film twee mannen zie die elkaar de hand schudden, wil ik roepen: ‘Doe dat niet!’ Als ik voetbalspelers of trainers zie die elkaar na een doelpunt omhelzen, moet ik een lichte neiging onderdrukken om de politie op te bellen. Nu, dat had ik vroeger ook. Als ik die omhelzingen zie vanop de tribune, heb ik er geen probleem mee, maar zo maar op televisie, heeft het iets obsceens.
    Om maar te zeggen dat plaatsvervangende smetvrees en ochlofobie zich ook in mijn ziel hebben ingevreten. Ik word angstig bij de gedachte aan festivals, aan juichende voetbalsupporters verzameld op een plein, en aan donkere zalen waar massa’s jongeren bijeenkomen om op het ritme van ophitsende muziek te springen, te zwieren en vooral te zweten. Bij zo’n angst is het geloof ik best om even een stapje achteruit te zetten, zoals men doet als men een pointillistisch schilderij bekijkt, en de feiten kalmpjes op een rij te zetten. Een eerste feit is dat het coronavirus zich niet verspreidt langs menselijk zweet.
     Toen Jambon en De Croo, en later de federale regering, aangaven dat ze de zomerfestivals zouden toelaten, was ik heel even verbijsterd. Was dat niet te vroeg? In veel gemeenten moet je op straat nog met een mondkapje rondlopen, winkelen is aan allerlei restricties onderworpen, we mogen haast niemand in huis ontvangen, we moeten thuiswerken, kinderen mogen maar één hobby hebben, en dan plots … festivals. 
     Mijn verbijstering had, zoals wel vaker, veel te maken met mijn gebrek aan voorstellingsvermogen. Als ik aan de rand van een zwembad sta, kan ik mij nauwelijks voorstellen hoe het is om mij na een duiksprong ín dat zwembad te bevinden. Nochtans ben ik dan maar enkele seconden van die duiksprong verwijderd. Die festivals zoals Pukkelpop en Tomorrowland daarentegen, die zijn nog meer dan drie maanden verwijderd. Omdat de aankondiging nú komt, stellen we ons die massafeesten voor in de omstandigheden van mei, terwijl ze plaats zullen vinden in de omstandigheden van eind augustus.
     Psychologisch bekeken was het misschien niet slim van Jambon en De Croo, en later van  Conner Rousseau die ‘achter de schermen voor de festivals geijverd had’, om de spectaculaire festivals zo in de verf te zetten. Daar winnen ze de sympathie mee van de tienduizenden festivalgangers, maar het is wrang voor de honderdduizenden anderen die een tuinfeest willen organiseren en dat nog niet mogen. Eigenlijk had men duidelijk moeten zeggen dat in augustus ook grote tuinfeesten mogelijk worden. Die aankondiging was niet zo dringend als die over de festivals, want voor een tuinfeest heb je geen drie maanden voorbereiding nodig, maar het had voor meer evenwicht gezorgd.
      Welbeschouwd is het groene licht voor de festivals in augustus een blijk van vertrouwen in de vaccinatie. Je verwacht eigenlijk dat de virologen en Frank Vandenbroucke luid mee zouden zingen in het koor van Jambon en De Croo. Dat ze de boodschap zouden uitdragen: laat je vaccineren, en dan mag je naar de festivalweide, het tuinfeest, het restaurant, de bioscoop, het fitnesscentrum en het bordeel, al naar gelang je eigen voorkeur. In de plaats daarvan preken ze voorzichtigheid: de festivalweide, het tuinfeest en het bordeel, het is allemaal goed en wel, maar we moeten eerst de cijfers afwachten? Vertrouwen ze er dan niet op dat die cijfers naar beneden zúllen gaan door de vaccinatie?
     Mijn vrouw en mijn zoon vinden dat de regering te optimistisch is in de hele kwestie. Ze wijzen mij erop dat ik ook al een paar keer te optimistisch ben geweest over corona. Ze vinden dat de regering een risico neemt met die festivals. Ze hebben natuurlijk gelijk dat er risico’s zijn. Een storm kan opsteken op Pukkelpop waardoor de grote tent instort. Het is nog gebeurd. Brokstukken van een kaduuk Chinees ruimtetuig kunnen terechtkomen op de weide van Tomorrowland. Maar die risico’s zijn tamelijk klein. Waar men écht aan denkt is het risico dat de vaccins niet zijn wat ‘they are cracked up to be.’*
     Omdat ik er af en toe iets over lees, heb ik begrepen dat men door een vaccin beschermd is tegen ernstige covid, maar dat ook een dubbele vaccinatie de besmetting door, en de verspreiding van, het coronavirus niet tegenhoudt**. De verspreiding vermindert misschien met 80 procent, maar die 20 procent die overblijft, dat is niet niets. Goed, dan is dat maar zo. Op een festival van 66 000 bezoekers per dag zullen er dus heel wat virussen verspreid worden door gevaccineerden en door vals negatief getesten. De vraag is alleen of die vespreiding erg is. De jonge mensen óp de weide lopen amper kans op ernstige covid, of ze nu besmet worden of niet, en de oudere mensen náást de weide zijn gevaccineerd, waardoor ook zij amper kans maken op ernstige covid als ze in contact komen met jongeren die op de weide werden besmet.
     De festivals, de tuinfeesten, de restaurants, de bioscopen enzovoort zullen dus voor vele tienduizenden besmettingen zorgen, voor honderden ziekenhuisopnames, voor tientallen opnames op intensieve zorgen, en voor enkele doden. Dat is aanvaardbaar. Of vergis ik mij? Is het een andere ordegrootte die we kunnen verwachten op grond van wat we nu weten over het virus en de vaccins? Op díe vraag moet een beetje viroloog of epidemioloog het antwoord ondertussen toch kennen. Er moet toch al een en ander geweten zijn na de massale vaccinaties in Israël, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Men kan zich toch niet blijven verschuilen achter onzekerheid.
     Waar ik de onzekerheid van de virologen wel aanvaard, dat is over alles wat te maken heeft met nieuwe virusvarianten in de toekomst. Alleen de aller-aller-allerknapste astrologen kunnen voorspellen of er al dan niet varianten zullen ontstaan waar onze vaccins geheel of gedeeltelijk machteloos tegenover staan. Dat is vervelend want je weet niet of de astroloog die je raadpleegt tot de aller-aller-allerknapste behoort. Gewone astrologen, virologen en wijzelf kunnen de toekomst van het virus en zijn varianten, of van iets anders, nooit met zekerheid voorspellen.
      Maar díe onzekerheid strekt zich niet alleen uit tot augustus van dit jaar. Ze strekt zich ook uit tot  augustus 2022. Als we met het risico op toekomstige resistente varianten rekening willen houden, dan kunnen de festivals in 2022 ook geen toestemming krijgen drie maanden op voorhand. En evenmin in 2023, 2024 en 2025. Dat gaat mij te ver en ik grijp dus terug naar een oude wijsheid van Jean-Luc Dehaene: de problemen oplossen als ze zich stellen.
     En als het probleem zich nu eens stelt vóór augustus 2021? Als een resistent supervirus nu eens opduikt in een van de maanden die ons van de festivals scheiden? Ja, dan zal Frank Vandenbroucke ongetwijfeld hard op tafel slaan, zijn gelijk halen, en alle weiden weer voor gesloten verklaren. Niets aan te doen. Vreselijk vervelend voor iedereen. Hopelijk kan hij dan een triomfantelijk lachje bedwingen. Of zit het verborgen achter een supermondkapje.

* Of dat de vaccinbevoorrading begint te haperen.
** Nog een reden waarom echte 
groepsimmuniteit onbereikbaar is geworden. Zie hier.

woensdag 12 mei 2021

Corona-verliefdheid en controle-verliefdheid

 


   Sinds de vaccins ben ik nogal optimistisch geworden over corona. Te  optimistisch eigenlijk, want ik had gedacht dat het prikken sneller zou gaan. Toen dat niet zo was, heb ik eventjes vergeefs naar schuldigen gezocht*, maar ten slotte begreep ik dat iets opstarten zijn tijd nodig heeft.
     Een ding maakte mij ongerust: de kwestie van de groepsimmuniteit. Ik had dat in de begindagen van de crisis opgezocht. Er bleek een formule te bestaan waarmee je kon berekenen hoeveel procent van de bevolking gevaccineerd moest zijn –  of besmet en genezen – vooraleer die groepsimmuniteit werd bereikt. De belangrijkste term van de formule was de besmettelijkheid, de R0, die van corona niet goed gekend was – en dat nog altijd niet is. Men nam toen meestal een R0 aan die een immuniteit van 70 procent van de bevolking noodzakelijk maakte. Toen de vaccins werden aangekondigd leek dat percentage haalbaar.
     Maar ondertussen werden nieuwe, besmettelijker varianten van corona dominant en bleek vaccinatie de overdracht van het virus niet helemaal te stoppen. Mijn gewezen klasgenoot Dirk Desreumaux, die dokter is geworden, rekende op zijn facebookpagina uit dat je daardoor voor groepsimmuniteit onrealistisch hoge percentages moest halen. Van die kant moesten we de redding niet verwachten. Anderzijds, dacht ik, is die groepsimmuniteit ook niet echt nodig. Als ongeveer iedereen die kwetsbaar is gevaccineerd is, dan moeten we het virus eindelijk maar eens los laten. Wie een vaccin wil, heeft dan zelf zijn risico gekozen. Wie geen vaccin mág krijgen, die zal heel voorzichtig moeten zijn.
     Wat mij nu ongerust maakte, was dat ik die redenering nergens anders duidelijk en ondubbelzinnig terugvond. Nu echter, slaap ik weer op mijn twee oren. In De Standaard van 6 maart** las ik in een interessant artikel dat groepsimmuniteit een ‘onhaalbare droom’ is geworden, maar dat ook een minder hoog vaccinatiepercentage voldoende is om weer normaal te gaan doen. ‘Dan wordt het een harde, politieke beslissing,’ zie epidemioloog Lipsitch, ‘of het echt een prioriteit is om het ­virus uit te roeien.’ ’t Was leuk dat een professor daar hetzelfde over dacht als ik en dat ik dat in De Standaard kon lezen. En misschien, dacht ik, zou die politieke beslissing niet zo ‘hard’ zijn als door de vaccinatie de cijfers van overlijdens, ziekenhuisopnames en IZ voldoende naar beneden gingen. De besmettingen zelf, who gives a sh…?
      Dat stuk in De Standaard was één ding. Kranten kunnen schrijven wat ze willen. Maar vandaag hoorde ik Alexander De Croo op de televisie, en dat is de Eerste Minister van ons land. Uit zijn uitleg besloot ik dat hij de ‘harde politieke beslissing’ voor zichzelf al had genomen. Zíjn mijlpaal was niet de groepsimmuniteit maar ‘eind juni, het ogenblik dat iedere volwassene de kans heeft gekregen om zich te laten vaccineren … Als mensen naar grote concerten zullen gaan, dan is dat hun keuze. Die brengen dan ook niemand anders in gevaar. Want de mensen die kwetsbaar zijn, die zijn gevaccineerd. We kunnen de samenleving toch niet op slot houden omdat een bepaald risico blijft bestaan.’ Een logica van ijzer en staal, vond ik.
     En de virologen? zul je zeggen. Dan kijk ik naar Van Ranst, want als iemand de communicatielijnen uittekent, is hij het wel. Nadat de virologen in het begin van de crisis weken aan een stuk de mondkapjes verketterd hadden – tot mijn grote ergernis – hoorde ik hem op een dag, langs zijn neus zeggen ‘nee, geen mondkapjes, maar die kunnen natuurlijk wel een rol spelen later in de exit-strategie.’ ‘Tiens’, dacht ik, ‘dus toch. Dat is het ook het eerste dat ik daar van die kant van verneem. De bocht is ingezet.’ En nu lees ik van Van Ranst weer zoiets in Het Nieuwsblad. ‘Met drempels en vaccins gaan we de curves wel naar beneden krijgen, waardoor het risico op corona vergelijkbaar wordt met een seizoensgriep. Wat we niet mogen doen, is verliefd worden op het controleren ervan.
     De vergelijking die Van Ranst met verliefdheid maakt is treffend. Dat virologen en epidemiologen een intieme haat-liefde ontwikkelden voor ‘hun’ virus, dat is menselijk. Dat de strijd ertegen een dosis irrationele hardnekkigheid insluit – zoals we die kennen van de eerste fasen van een amoureuze bevlieging  dat is begrijpelijk. Maar je kunt daar niet eeuwig mee doorgaan. Op het juiste moment moet je ermee ophouden. Over wanneer dat juiste moment valt, is nog wat discussie, maar Van Ranst weet al dat het komt. Nu de anderen nog. En Joël De Ceulaer, want die heeft het zwaar te pakken. Een gebroken hart helen, daar kan wat tijd over gaan.

 

* ‘Naar schuldigen gezocht’: zie hier.

** Ik vond dat stuk in De Standaard eigenlijk beter dan het uitgebreider stuk in Nature (hier) over hetzelfde onderwerp.

zondag 7 maart 2021

Politiek asiel


      Moet een asielzoeker als Puigdemont worden uitgeleverd aan Spanje? Dat is een politieke, diplomatieke, juridische en morele kwestie in één. De beschuldigingen tegen de Catalaan wegen licht, namelijk het gebruik van staatsgeld voor het organiseren van iets wat niet in de Spaanse grondwet is voorzien: een referendum. Ik neem aan dat onze regeringen het laatste jaar ook allerlei zaken hebben georganiseerd die niet in de grondwet zijn voorzien en dat ze daarvoor staatsgeld hebben gebruikt. Moeten Wilmès, Decroo en Vandenbroucke daarom in de gevangenis? Ik vind van niet, al zijn sommigen van mijn Facebookvrienden een andere mening toegedaan.
     Uitlevering van asielzoekers is altijd een ontvlambare materie geweest. We kunnen denken aan de Afghaanse regering die weigerde om Osama bin Laden uit te leveren en zo een oorlog veroorzaakte die al 20 jaar duurt. Of we kunnen verder teruggaan in het verleden, naar 1848, toen in heel wat landen op het Europese continent republikeinse revoluties uitbraken en mislukten. De verslagen opstandelingen vluchten naar België of andere veilige landen. Alexis de Tocqueville was toen minister van Buitenlandse zaken in Frankrijk, en vertelt er onderhoudend over in zijn Souvenirs.
     Neem Zwitserland. Het land kreeg in die tijd tussen de tien- en twaalfduizend asielzoekers te slikken, uit Duitsland, Frankrijk en Italië. De uitlevering van de leiders, die nog altijd bezig waren snode republikeinse plannen te smeden, die uitlevering dus werd geëist door Pruisen en Oostenrijk, en door Rusland, dat verder nergens mee te maken maar zich overal mee moeide. Die drie landen dreigden dat ze Zwitserland zouden binnenvallen. Tocqueville probeerde te onderhandelen en hield de Zwitsers voor dat ze best enkele revolutionaire konden uitleveren om een oorlog te vermijden. Het hielp niet. ‘Elke Zwitserse boer was ervan overtuigd,’ schrijft hij, ‘dat zijn land perfect in staat was om alle koninkrijken van de wereld in de pan te hakken.’
    Tocqueville pakte het toen anders aan. Hij sloot de grens met Zwitserland en stelde voor dat de andere buurlanden hetzelfde zouden doen. Daardoor zaten de Zwitsers permanent opgescheept, niet alleen met enkele gevaarlijke leiders, maar met een heel leger van duizenden vluchtelingen, waarvan de meesten alleen nog naar de Verenigde Staten wilden emigreren. Zwitserland moest ze allemaal huisvesten, voeden en geld toestoppen. Zoiets kon niet blijven duren. ‘Het waren de meest republikeinse kantons,’ schrijft Tocqueville, die het eerst eisten dat de republikeinse leiders uit het land werden gezet … Men begreep in een klap de nadelen van het asielrecht.’ Welja, de Zwisters hielden van hun republikeinse idealen, van hun vrijheid, van hun onafhankelijkheid, maar nog het meest van hun centen.
     Rond dezelfde tijd waren de Hongaren in het geweer gekomen tegen hun Oostenrijkse meesters. Die konden het  niet alleen aan en riepen de hulp in van de Russische moeial. De opstand werd neergeslagen en de leiders, waaronder Dembinski en Kossuth vluchtten naar … Turkije. Weer werd de uitlevering geëist. De Turkse regering weigerde, tot grote woede vooral van de Russen. Rusland had een dure oorlog gevoerd waar alleen bondgenoot Oostenrijk voordeel bij had gehad.  Dat was oneerlijk, vonden ze. De oorlog moest toch iets opbrengen voor de henzelf, al was het maar wraak op de verslagen vijanden, vooral omdat sommigen onder die lui ook Polen waren, erfvijanden dus, zoals Dembinski, die de Hongaarse opstandelingen hadden geholpen. De Tsaar stond onder grote druk van de publieke opinie om Turkije de oorlog te verklaren. De Franse ambassadeur in Rusland schreef aan Tocqueville: ‘Onder de soldaten en het volk leeft een woest, geëxalteerd gevoel van nationale eigenliefde. De tsaar moet rekening houden met de wil van de massa.’
     Tocqueville begreep dat het gekwetste trots van de Russen evengoed een grote oorlog kon ontketenen als gelijk welk geostrategisch belang. Hij wou zich gematigd opstellen, maar werd tegen zijn zin meegesleept in een spel van ultimatums waarmee Engeland en Frankrijk het tegen Rusland opnamen. Uiteindelijk werd de situatie gered door de Turkse diplomatie die zowel principieel als nederig was, en die de Oostenrijkers en de Russen de kans bood om zonder gezichtsverlies hun dreigementen in te trekken. De sultan zei dat hij afkeurde wat de Hongaarse rebellen hadden gedaan, maar dat hij in hen nu niets anders kon zien dan ongelukkige stakkers die aan de dood probeerden te ontsnappen. Hij wou niet discussiëren over de juridische kant van de zaak en over de verdragen, maar hij vertrouwde erop dat de tsaar er begrip voor zou opbrengen als de Turkse regering geen maatregelen naam die haar goede naam in de wereld zouden ruïneren.’ ‘Dat was gesproken als beschaafd mens en christen, schrijft Tocqueville, terwijl de ambassadeurs van de overzijde antwoordden als Turken.’ De Fransman was dit keer tégen uitlevering.
     Het zou ongepast zijn om in een stukje waarin Tocqueville ter sprake komt, veel lessen te trekken uit het verleden. Dat is iets waar de Franse staatsman streng voor waarschuwde. Elke omstandigheid, hield hij voor, is nieuw en gelijkt hoogstens oppervlakkig op een die zich vroeger heeft voorgedaan. Nu bijvoorbeeld bestaat een Europees uitleveringsverdrag dat in 1848 niet bestond. En Spanje dreigt niet met oorlog als we Puigdemont niet uitleveren, wat het scherpe kantje eraf haalt.
     Wat wel gelijk blijft zijn de motieven die meespelen in de beoordeling van asielkwesties. Het zijn dezelfde die altijd meespelen als het over internationale betrekkingen gaat: politieke sympathie en antipathie, eigen idealen, geostrategische evenwichten, publieke opinie, berekening, huichelarij, eergevoel, principes, waardenhiërarchie, persoonlijke en collectieve trots, en materieel belang. Aangezien echter de verhoudingen tussen die ingrediënten kunnen verschillen, en alleen het uiteindelijke standpunt goed zichtbaar is, ontstaat vaak de indruk dat met twee maten en twee gewichten wordt gewerkt. Dat is een beetje onrechtvaardig. In werkelijkheid worden er veel meer maten en gewichten gebruikt dan alleen maar twee. Voor mij wordt het dan meestal te moeilijk. Of ik moet mijn buikgevoel laten spreken. Ik doe dat niet graag, maar voor één keer kan het geen kwaad: die Puigdemont hoort niet in de gevangenis thuis. Hij moet niet worden uitgeleverd.


dinsdag 1 december 2020

Alexander en het Belgische nationalisme

  


     Dat team van 11 miljoen Belgen waar Alexander De Croo zo graag over spreekt, is er een beetje met de haren bijgesleept. En nu die driekleurige advertentieposter … Maar ik wil er hem niet te streng op aanspreken. Als een politieke tegenstander van mij zich een beetje belachelijk maakt, zal ik hem geen strobreed in de weg leggen. Toch heeft de campagne heeft mij ook aan het denken gezet, met name over het Belgisch nationalisme.
     Op zich is het niet onverstandig om solidariteit aan te wakkeren met een scheut emotioneel nationalisme. Maar de omstandigheden moeten gunstig zijn. Als de Rode Duivelsgekte op zijn hoogtepunt is, kun je zoiets wagen. Of mocht er voorafgaand aan de coronacrisis een sterk Belgisch nationalisme bestaan hebben, dan kun je daarvan profiteren in tijden van crisis.
     Maar dat Belgisch nationalisme is nooit erg levendig geweest. Paul Collier (zie ook
hier, hier en hier) vertelt van een Belgische ambassadeur die er trots op was dat hij zich géén Belg voelde. Als hij per sé een plaats moest noemen waar hij zich het beste thuis voelde, dan dacht hij aan een welbepaald dorp in Frankrijk. Dat zou je een Franse diplomaat nooit horen zeggen, schrijft Collier. En hij voegt er een verklaring aan toe: dat België en Canada met hun geografisch gescheiden taalgroepen geen twee, maar vier landen zijn. ‘Four states,’ schrijft hij wat voorbarig. En binnen elk van die vier landen is dan wél een grotere nationale cohesie aanwezig.
     Nu heb ik er geen probleem mee dat Alexander het Belgische nationalisme, dat zo zwakjes is, wat nieuw leven wil inblazen. Of dat nu voortkomt uit overtuiging, of uit politieke berekening*, het is zijn goed recht. Maar de coronacrisis is daar, lijkt mij, niet de goede gelegenheid voor. Communicatie is al zo’n moeilijk vak. Tegelijk een aantal onprettige maatregelen motiveren, en tegelijk de Vlamingen oproepen om zich meer Belg te voelen, dat vraagt al snel een dubbele inspanning.
    Begrijp mij goed. Ik zeg niet dat alle N-VA en Vlaams Belang-stemmers, ongeveer de helft van de Vlamingen, overtuigde separatisten zijn, maar je zult er onder hen ook niet veel vinden die graag de driekleurige poster aan hun raam hangen. Is die poster onder zulke omstandigheden eigenlijk niet – ik huiver een beetje terwijl ik het neerschrijf – polariserend? Een poster die je ophangt in het verlengde van je stemgedrag? Dat zou jammer zijn. Mensen die het eens kunnen zijn over coronamaatregelen worden uit elkaar gespeeld omdat ze van mening verschillen over Vlaanderen en België.
     Ik begrijp de nood aan symbolen. De maatregelen moeten niet alleen verstandelijk worden beargumenteerd – alhoewel men dat véél meer zou mogen doen – maar ook de emoties moeten de ruimte krijgen die hen toekomt. Het dagelijkse applaus voor de zorgverleners was bijvoorbeeld een goed idee. Het is niet het soort acties waar ik warm voor loop, maar als symbool ligt het mooi in het verlengde van de materie waar het over gaat. De driekleur doet dat niet.
     Ondertussen hebben mijn vrouw en ik besloten de poster niet op te hangen. Het heeft geen zin. We wonen eenzaam aan de rand van het bos.  Niemand komt ooit ons raam voorbij. En visite hebben we voorlopig niet.

 

* Ik heb in een vorig stukje (hier) iets geschreven over die politieke berekening achter het Belgisch nationalisme van Open-Vld. Maar op Facebookpagina’s van Open-Vld’ers merk ik dat er onder die mensen wel degelijk een emotioneel Belgisch nationalisme bestaat, ondanks al die jaren waarin confederalisme het officiële partijprogramma was. Misschien denkt Alexander dat dat emotionele nationalisme ook veel aanhangers heeft buiten zijn partij? Nu ja, er zijn er natuurlijk, maar veel? Dat zou mij verwonderen. Bij groen-linksers bijvoorbeeld is belgicisme niet veel meer dan anti-flamingantisme en bij de meer elitaire belgitude-mensen is het een modieuze versie van wereldburgerschap. 

zaterdag 28 november 2020

De SP.A bestrijdt nepnieuws

 


     Af en toe lees je ook goed nieuws in de krant. ‘SP.A wil leden van het Vlaams Parlement die nepnieuws verspreiden, een sanctie kunnen opleggen.’ (zie hier) De partij wil daarvoor de deontologische commissie inschakelen. Het voorstel krijgt kritiek van iedereen: van Groen, van N-VA, van CD&V, maar zo gaat dat altijd als je aan komt dragen met gedurfde, vernieuwende voorstellen. De tijd is wellicht nog niet rijp. Maar wat niet is, kan nog komen. En ondertussen kunnen we ons al over de volgende stappen beraden.
     Ik lees dat Benjamin Dalle, de Vlaamse minister van Media 29 miljoen wil investeren in een factcheckplatform om politiek nepnieuws aan te pakken. In 2018 al had Alexander De Croo als federale minister van Digitale Agenda beslist om de strijd tegen nepnieuws aan te binden, en het ‘evenwicht tussen vrijheid van meningsuiting enerzijds en maatregelen tegen desinformatie anderzijds’ te bewaken (zie hier). Alexander had gelijk wat de grond van de zaak betreft. Als het om vrijheid van meningsuiting gaat, moet vooral het ‘evenwicht’ in het oog worden gehouden, want straks zegt iedereen waar hij zin in heeft.  En daar kunnen Schadelijke Dingen bij zijn. Maar … Vlaams, federaal, Media, Digitale Agenda …  wordt het geen tijd om iets te doen aan de versnipperde bevoegdheden? Waarom geen eengemaakt ministerie van Waarheid opgericht? Federaal natuurlijk. Het is beter op te komen vóór iets – de waarheid – dan tégen iets – nepnieuws. Er moet nog ergens een blauwdruk liggen voor zo’n ministerie. Eens kijken onder de O van Orwell of de B van Blair. 
     En dan kunnen we nóg een vraag stellen. Waarom die strijd beperken tot nepnieuws, met andere woorden tot de nep van nu? Zijn er dan geen problemen met het verleden? Bestaan er geen schoolboeken en historische werken waarin de misdaden van Leopold II onvoldoende aandacht krijgen? Nepgeschiedenis, zou je kunnen zeggen. Kunnen die boeken zomaar op de planken van openbare bibliotheken blijven liggen, waar iedereen ze mee kan nemen. En wat met de toekomst? Ook hier ligt een onontgonnen terrein. Wat doe je met mensen die beweren dat het binnen vijftig jaar met de migratie wel mee zal vallen maar dat Vlaanderen overstroomd zal zijn wegens de klimaatverandering? Of omgekeerd – want ik ben even vergeten welke toekomstige feiten hier juist nep zijn. Maar je begrijpt waar ik naartoe wil.
     Helaas zijn dat allemaal nog toekomstdromen. Ondertussen moeten we het doen met het voorstel van SP.A. dat dus parlementsleden wil controleren en sanctioneren. En zelfs met dat voorstel moet ervoor worden gezorgd dat er geen misverstanden ontstaan. Frank Vandenbroucke bijvoorbeeld kwam gisteren op de televisie vertellen dat de sluiting van de niet-essentiële winkels ‘eigenlijk’ een ‘psychologische’ maatregel was en dat winkelen op zich niet riskant is.* Een maand geleden liet hij ongeveer het tegenovergestelde verstaan.
    Heeft Vandenbroucke nu minstens één keer nepnieuws verspreid over de veiligheid van het winkelen, hetzij gisteren, hetzij een maand geleden? Daar kun je van mening over verschillen. Dezelfde discussie had je over de communicatiebocht rond de mondkapjes. Ik citeer hier graag Jean-Pierre Rawie, de enige hedendaagse dichter uit ons taalgebied, samen met Koenraad Goudeseune, die ik ongeveer begrijp. ‘Over die mombakkesen,’ schrijft Rawie, ‘wil ik nog één keer iets zeggen, waarna ik er voor eeuwig over zwijgen zal. Iets kan niet de ene dag zinloos, en daags nadien van levensbelang zijn, dus ofwel, de over ons gestelden hebben ons gedurende meer dan een half jaar op ten hemel schreiende wijze misleid, of we worden nú belazerd; tertium non datur. Zo dat is eruit.’ (Zie hier)** 
     Maar Rawie ziet in zijn simpelheid een zaak over het hoofd. Er is niet alleen waarheid en leugen, er is ook nog de Goede Zaak. Nepnieuws is niet echt nep als het de Goede Zaak dient. Dat wist men al in de Oostenrijkse dubbelmonarchie. Joseph Roth beschrijft in De Radetzkymars hoe luitenant Trotta tijdens een veldslag keizer-koning Frans-Jozef op de grond gooit, en hem zo redt van een vijandelijke kogel. Dat verhaal wordt later in de schoolboekjes weergegeven als een heldhaftig gevecht waarin de keizer en de luitenant met blanke sabel tientallen vijanden over de kling jagen. Als de luitenant, ondertussen von Trotta, protesteert tegen die nepnieuws versie, wordt erop gewezen dat het boek bestemd is voor kleine kinderen, en die hebben niets aan een in alle details correct verhaal. Zolang de boodschap maar duidelijk is. En zou dat laatste ook niet gelden, moet Frank gedacht hebben, voor die grote kleine kinderen die we volwassenen noemen?
     Ik heb mij, zie ik achteraf, overigens zorgen gemaakt om niets. Nu ik het voorstel van SP.A opnieuw bekijk: ze hebben aan álles gedacht. Hun Frank blijft natúúrlijk buiten schot. Het voorstel geldt alleen verkózen parlementsleden. Ministers die geen parlementslid zijn en die niet verkozen zijn, moeten zich geen zorgen maken. Oef.

* Zie hier. Ik transcribeer een stukje uit het Terzake-interview:

-   Goeienavond meneer Vandenbroucke. Dank om bij ons te zijn.
-    Goeienavond.
-   Ja, er zijn een aantal heel voorzichtige versoepelingen aangekondigd, zullen we het zeggen, we hebben er al een aantal besproken in de uitzending. Bent u zeker dat met wat vandaag bepaald is, dat we niet opnieuw richting een derde golf gaan, dat het niet opnieuw omhoog zou gaan.
-    Je bent alleen maar zeker als natuurlijk voldoende mensen blijven al deze maatregelen opvolgen, wat ze eigenlijk vandaag ook doen. Dus we versoepelen niet, hè. We worden strenger met betrekking tot het buitenland. Buitenlandse reizen worden absoluut afgeraden. Wie het toch wil doen: quarantaine en de politie zal het controleren.
-   Maar wat winkelen betreft …
-   Winkelen is eigenlijk geen groot risico als dat gebeurt op een heel goed gecontroleerde manier …
-    Waarom zijn ze dan een tijdje geleden gesloten eigenlijk?
-    Omdat je op een bepaald moment eigenlijk een beetje een schokbeslissing moet nemen. Je moet echt een schokeffect krijgen en daar hoort bij dat je zegt: niet-essentiële winkels ook onmiddellijk dicht. 
-   Het was meer psychologisch …
-    Ja …
-     … dan een reële nood, of dan een reëel veiligheidsgevaar?
-  Wel, nee. Ik denk dat dat echt een goeie beslissing was. Op een bepaald moment moet je eigenlijk zeggen: den blok erop, zodanig dat het duidelijk is. En dan, als je dan terug een beetje perspectief krijgt, kan je zeggen, ja, wat eigenlijk niet riskant is, namelijk één iemand die alleen naar een winkel gaat en daar snel iets koopt en terugkomt, dat kan je dan wel doen. 

** Met dank aan Geraard Goossens die mij opmerkzaam maakte op het stuk van Rawie.

zaterdag 14 september 2019

Het Nieuwsblad ziet maar één democratie

     Hoewel ik nogal dweepzuchtig ben aangelegd, heb ik weinig voeling met het nationalisme. Ik krijg geen tranen in de ogen bij het horen van enig volkslied, behalve dan bij dat van het vroegere Oost-Duitsland (hier). Maar toen ik voor het eerst Bart De Wever de uitdrukking hoorde gebruiken van ‘de twee democratieën’, begreep ik onmiddellijk wat hij bedoelde. Hier werd loodrecht op de kop van de spijker geklopt.
     De zaak is immers eenvoudig. Er gaat elk jaar zeven miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië in het kader van de sociale zekerheid. Dat komt omdat Wallonië een nogal socialistisch beleid voert. Zo’n beleid heeft als gevolg dat een relatief groter deel van de bevolking van uitkeringen leeft, en het geld voor die uitkeringen wordt dan door Vlaanderen bijgepast. De Vlamingen kunnen dat trekken want bij hen wordt een een wat liberaler economisch beleid gevoerd en er wordt dus wat meer rijkdom voortgebracht.
     De Vlamingen geven de indruk de hele toestand redelijk stoïcijns op te vatten. Onderzoekers hebben uitgerekend dat slechts tien procent van de Vlamingen onafhankelijk wil worden van Wallonië. Dat is niet zoveel. Maar er zijn naast die tien procent nog heel wat Vlamingen die misschien geen volledige onafhankelijkheid willen, maar die er in elk geval geen bezwaar tegen hebben dat de landsdelen méér eigen verantwoordelijkheid zouden krijgen. Men spreekt soms van een Vlaamse grondstroom. Je zag en ziet die grondstroom opduiken op de meest onverwachte plaatsten, zoals in de helaas lang vergeten burgermanifesten van Guy Verhofstadt, of bij CD&V’ers die verder over niets een mening hebben.
     Die Vlaamse grondstroom wordt gevoed door verschillende bijrivieren. Er is de oude taal-en-cultuurkwestie die traditionele flaminganten wakker houdt. Maar dat is lang niet het enige. Mijn broer bijvoorbeeld had nooit iets met taal, cultuur of flamingantisme te maken gehad. Toen ging hij in Brussel werken in een groot tweetalig bedrijf. Het duurde niet lang of het contact met het Waalse chauvinisme had hem al snel enig Vlaams gevoel bijgebracht. En voor mensen als ik ten slotte, mensen zonder taal, cultuur of gevoel, is er nog altijd de centenkwestie en dat socialistische blok aan ons been. Zo hebben we allemaal onze eigen redenen om enigszins Vlaams te denken.
     Bij de Walen is het eenvoudiger. Die zijn vrij eensgezind belgicistisch, en tegen eigen verantwoordelijkheid, en dat vanwege slechts één reden: de centen. PS-man Marc Uyttendaele, de man van Laurette Onckelinx, zei het onlangs nog in De Standaard (hier): ‘De sociale zekerheid is dé meerwaarde van het federale België voor de Franstaligen … Geen enkele Franstalige politicus gaat beslissingen nemen die zijn kiezers minder comfortabel laten leven … Als de sociale zekerheid springt, en ze kan springen, moet je niet verwachten dat er nog één Franstalige [toelaat] dat anderen iets te zeggen hebben over zijn eigen toekomst.’* Slechts één reden: dat is duidelijk. En als die wegvalt kan de splitsing niet snel genoeg gaan. Beter dan die PS-man kan ik het niet uitleggen.
     Vóór de verkiezingen hoorde je ook in Vlaanderen wel eens Alexander De Croo of Kristof Calvo iets zeggen over ‘herfederalisering’. Maar de recente erg verschillende verkiezingsuitslag in Vlaanderen en Wallonië maakt het moeilijk om dat verhaal vol te houden. De vorming van een Vlaamse regering gaat vlot, de vorming van een Waalse regering eveneens, maar een Belgische regering, dat wordt véél moeilijker. Hier wordt het verhaal van de twee democratieën met prenten geïllustreerd voor wie traag is van begrip - of van prenten houdt (hier).
     Allerlei politicologen en journalisten worden er wanhopig van. Knack (hier) bracht een groot stuk onder de titel ‘Confederalisten voeren de hoge tonen in het debat: waar zijn de Belgen gebleven?’  Wel, bij Het Nieuwsblad lopen er enkele van rond.  Pieter Lesaffer schrijft in een commentaar van 10 september (hier) dat Wallonië géén andere democratie is dan Vlaanderen omdat het regeerakkoord van Di Rupo ‘zo veel gelijkenissen met de Vlaamse startnota’  vertoont. En in de krant van de dag erop staat een groot artikel van Farid el Mabrouk onder de kop ‘Meer gelijkenissen dan verschillen tussen politiek Vlaanderen en Wallonië’ (hier). Daar komt onder andere politicoloog Sinardet aan het woord die zijn gelijkenissenverhaal al in 2014 aan de man bracht (hier).**
     Om het overzichtelijk te houden heeft Het Nieuwsblad een lijstje gemaakt met de gelijkenissen en de verschillen tussen de Vlaamse en Waalse programma’s. Het lijstje van de gelijkenissen is langer.*** Het Vlaamse programma wil de werkgelegenheid verhogen, wil investeren in energie, mobiliteit en klimaat, wil lucht- en waterkwaliteit verbeteren en wil dat Vlaanderen tot de meest performante regio’s behoort. En nu denk je: de Walen willen natuurlijk minder werkgelegenheid, minder investeren in mobiliteit, willen slechtere lucht en slechter water en willen tot de minst performante regio’s behoren. Maar nee, de Walen willen hetzelfde als de Vlamingen: méér werkgelegenheid enzovoort. Quod erat demonstrandum.
     Nou ja, er zijn ook verschillen, geeft Het Nieuwsblad toe, maar dát lijstje is korter: Franstalig België heeft weinig aandacht voor integratie en inburgering van nieuwkomers, wil gratis bussen inleggen, en wil niet investeren in wegen, want ze hebben er genoeg. En een laatste verschil: in Wallonië heeft men ‘een andere visie op de overheid’. Een andere visie op de overheid … dat is mooi gezegd.
    Eigenlijk komt het hierop neer: zoeken naar gelijkenissen en verschillen is een delicate aangelegenheid. In de kleuterklas kun je de kleintjes nog vragen om twee prenten te vergelijken en zeven verschillen te zoeken. Dat heet een ‘gesloten opdracht’. Er zijn zeven verschillen, niet meer of niet minder. Maar als ik in het middelbaar twee gedichten laat vergelijken is dat een heel andere zaak. Dat is een ‘open opdracht’. De leerlingen moeten dan zoeken naar significante verschillen en gelijkenissen, want ja, de gedichten bevatten allebei letters en die letters vormen woorden, en er is veel witte ruimte aan de linker- en de rechterkant van de tekst. Maar de meeste leerlingen voelen aan dat het daar niet om gaat.
     Hannah Arendt heeft indertijd een interessant boek geschreven over de gelijkenissen tussen nazisme en communisme. ’t Is een mooi voorbeeld van hoe je door vergelijken dieper kunt nadenken. Op elke bladzijde bewijst Arendt haar finesse, eerlijkheid en onderscheidingsvermogen. Ze dringt door tot de kern van het totalitarisme. Maar je kunt natuurlijk ook gemakkelijk een lijstje maken van de vele gelijkenissen tussen het Engeland van Churchill en de het Duitsland van Hitler. ’t Zou iets voor Lesaffer zijn. Er werd in de twee landen met de auto gereden, maar vaker nog gefietst. Men ging naar de cinema. Als men buitenkwam droeg men een hoed.





Niet willen dat anderen iets te zeggen hebben over je eigen toekomst, is dat geen redelijke definitie van het nationalisme, waarvan Uyttendaele beweert dat het in Wallonië niet bestaat?

** Zo heeft Sinardet wetenschappelijk vastgesteld dat Vlamingen en Walen ongeveer hetzelfde denken over ... het rookverbod. Anderzijds blijkt uit de lijstjes van Sinardet dat er meestal 5 tot 10 procentpunten verschil is tussen wat Vlamingen en Walen over bepaalde politieke kwesties denken. Zulke verschillen in procentpunten zijn geloof ik voldoende om een heel andere mentaliteit af te bakenen, en méér dan voldoende om een heel ander beleid te sturen. 

*** Je ziet gemakkelijk in dat de lengte van zo’n lijstje niet erg belangrijk is. Geleerden hebben lijstjes opgesteld van de gelijkenissen tussen het DNA van een mens en dat van een chimpansee, een hond en een banaan. Dat zijn héél lange lijstjes, en in het geval van de chimpansee veel langer dan het lijstje met de verschillen. Toch moet niemand – ook Sanctorum niet – mij een aap noemen.

woensdag 19 december 2018

Ex-rechter De Smedt kent de échte reden

De excentrieke ex-rechter Walter De Smedt – hij weigerde soms vonnis te vellen – vertelt in Knack dat hij de échte reden kent waarom de N-VA zich tegen het migratiepact verzette. Jij en ik dachten dat N-VA zich tegen dat pact verzet omdat de partij migratieregels graag strenger wil zien, en niet soepeler. Maar neen, er is dus een échte reden.
     De Smedt is een liefhebber van beeldend taalgebruik. Door te hameren op het migratieprobleem heeft N-VA zich ‘vastgereden,’ schrijft hij, ‘en eens vastgereden moet je doorgaan.’ Doorgaan als je vastgereden bent, uiteraard, zeker. En als je verzopen bent, moet je doorzwemmen, dat is de goede oplossing. Ook noemt hij Bart De Wever een ‘schipper aan wal’ die over migratie niet rechtstreeks communiceert maar via ‘zijn mannetje’ Theo Francken. Dat lijkt mij een onredelijk verwijt. De Wever communiceert graag rechtstreeks, geloof ik, en hij heeft daar volgens sommigen zelfs een zeker talent voor. Ik heb een stukje van het Ter Zake-interview van van de week met De Wever gezien, en dat ging heel goed, ook zonder ‘zijn mannetje’.
     De Smedt is op zoek gegaan naar de échte beweegreden van N-VA omdat hij de opgegeven redenen niet kan aanvaarden. N-VA beweert bijvoorbeeld dat het pact de soevereiniteit van landen ondergraaft. Zonder die soevereiniteit kan ons land niet meer zelf beslissen hoe open of gesloten het zijn grenzen wil. Maar De Smedt noemt dat ‘fake news’ omdat wij  ‘die soevereiniteit al lang hebben afgestaan door het aanvaarden van de de universele mensenrechten.’ Je kunt daar drie dingen op antwoorden. Eén: de uitdrukking ‘fake news’ wordt alweer niet correct gebruikt. Twee: een deel van je soevereiniteit afstaan wil niet zeggen dat je ook de rest ervan wil verliezen. En drie: soevereiniteit die je kunt verliezen kun je ook herwinnen. De loop van de geschiedenis ligt niet vast. Onze leraar in het middelbaar, Bruno Creus, zag in de ontwikkelingsgang der mensheid zelfs overal ‘pendelbewegingen’.
    Ook een andere N-VA-reden wordt door De Smedt verworpen. N-VA, schrijf hij, vreest dat het pact door rechters kan worden aangegrepen ‘om vluchtelingen meer rechten te geven’. Dat dacht ik ook toen ik het pact las. Maar volgens De Smedt wordt dat ‘gerelativeerd’ doordat de andere partijen in het Parlement vóór het pact stemden. Hoe zoiets de vrees van N-VA kan ‘relativeren’  is mij volslagen onduidelijk. Die andere partijen vinden wellicht dat vluchtelingen inderdaad ‘meer rechten’ moeten krijgen. Zoiets moet de vrees van N-VA aanwakkeren, zou je denken, en niet relativeren.
     Maar goed, de ongeduldige lezer wil nu zoetjesaan de échte reden kennen waarom N-VA het pact verwerpt. De echte reden, lieve lezer, is – pas op, hier komt hij – dat N-VA bij de volgende verkiezingen … veel stemmen wil halen. Ik hoop dat dat waar is en dat het ook waar is voor de andere partijen, anders zijn ze allemaal gek, en ik heb liever geen gekken aan het stuur. N-VA wil stemmen halen, redeneert De Smedt, door zich op het migratievlak enerzijds te ‘onderscheiden van de andere democratische partijen’ en anderzijds ‘dezelfde boodschap’ van het Vlaams belang te brengen. Als beschrijving zou dat kunnen gelden – alhoewel! – maar toch zeker niet als verklaring. Het is alsof je zou zeggen dat je, om zoveel mogelijk van product A te verkopen, het zoveel mogelijk moet onderscheiden van product B, maar het zoveel mogelijk moet laten lijken op product C. Dan kun je het evengoed zoveel mogelijk laten lijken op product B en het zoveel mogelijk onderscheiden van product C.
     Ach, die stemmenwinst zal wel een rol spelen. Die partijmensen zijn sluwe kerels die over het stemgedrag van de burger allerlei berekeningen en misrekeningen maken. Dat is allemaal erg ingewikkeld. Maar aan de andere kant is het ook heel eenvoudig. Veel van die partijmensen geloven zelf ongeveer wat ze zeggen. De Wever van N-VA gelooft echt dat massa-immigratie kan en moet worden gestopt. Verherstraeten van CD&V gelooft écht dat immigranten opvangen een werk van naastenliefde is. De Croo van Open VLD gelooft écht dat we van massa-immigratie een economisch succesverhaal kunnen maken. En Filip De Winter van VB gelooft écht dat we alle immigranten die niet snel integreren kunnen en moeten terugsturen.
     Als je zelf een of meerdere van bovenstaande beweringen gekheid vindt, is het moeilijk om aan te nemen dat anderen er wel in geloven, maar toch is het zo. De Smedt bijvoorbeeld ziet de kwestie van immigratie als volgt: ‘Oplossen kan je het vluchtelingenprobleem niet. Mensen die honger hebben of vervolgd worden kan je niet zonder meer tegenhouden. Maar je kan er wel wat aan doen om het menselijk en ordelijk te laten verlopen.’ Zelf vind ik dat dat gekheid is. Als je nog vele honderdduizenden immigranten in ons land toelaat bovenop de vele honderdduizenden die er al zijn**, dan vrees ik dat er nog weinig zal zijn dat erg ‘ordelijk verloopt’, ook de immigratie niet. Maar ik ben er zeker van dat De Smedt dat wél gelooft. Ik ga niet op zoek naar de échte reden waarom hij zoiets zegt.


 
* Dat vastrijden van De Smedt maakt deel uit van een rare redenering. Het vreemdelingenprobleem, zo redeneert hij, is een van de onderwerpen waarover de burger misnoegd is en eisen stelt, maar die burger stelt ook andere eisen. N-VA maakt de fout om zich alleen toe te leggen op de immigratie en geen oog meer te hebben voor andere accenten. Dat is, alweer volgens De Smedt, de reden waarom Groen afhaakte bij de Antwerpse coalitieonderhandelingen. Zei ik al dat het een rare redenering was?

** Iedereen zal wel begrijpen dat ik hier niet doel op de echte arbeidsimmigratie die vooral inter-Europees is.

zondag 16 december 2018

De échte reden waarom N-VA het Marrakesh-pact enzovoort ...

     De excentrieke ex-rechter Walter De Smedt – hij weigerde soms vonnis te vellen – vertelt in Knack dat hij de échte reden kent waarom de N-VA zich tegen het migratiepact verzette. Jij en ik dachten dat N-VA zich tegen dat pact verzet omdat de partij migratieregels graag strenger wil zien, en niet soepeler. Maar neen, er is dus een échte reden.
     De Smedt is een liefhebber van beeldend taalgebruik. Door te hameren op het migratieprobleem heeft N-VA zich ‘vastgereden,’ schrijft hij, ‘en eens vastgereden moet je doorgaan.’ Doorgaan als je vastgereden bent, uiteraard, zeker. En als je verzopen bent, moet je doorzwemmen, dat is de goede oplossing. Ook noemt hij Bart De Wever een ‘schipper aan wal’ die over migratie niet rechtstreeks communiceert maar via ‘zijn mannetje’ Theo Francken. Dat lijkt mij een onredelijk verwijt. De Wever communiceert graag rechtstreeks, geloof ik, en hij heeft daar volgens sommigen zelfs een zeker talent voor. Ik heb een stukje van het Ter Zake-interview van van de week met De Wever gezien, en dat ging heel goed, ook zonder ‘zijn mannetje’.
     De Smedt is op zoek gegaan naar de échte beweegreden van N-VA omdat hij de opgegeven redenen niet kan aanvaarden. N-VA beweert bijvoorbeeld dat het pact de soevereiniteit van landen ondergraaft. Zonder die soevereiniteit kan ons land niet meer zelf beslissen hoe open of gesloten het zijn grenzen wil. Maar De Smedt noemt dat ‘fake news’ omdat wij  ‘die soevereiniteit al lang hebben afgestaan door het aanvaarden van de de universele mensenrechten.’ Je kunt daar drie dingen op antwoorden. Eén: de uitdrukking ‘fake news’ wordt alweer niet correct gebruikt. Twee: een deel van je soevereiniteit afstaan wil niet zeggen dat je ook de rest ervan wil verliezen. En drie: soevereiniteit die je kunt verliezen kun je ook herwinnen. De loop van de geschiedenis ligt niet vast. Onze leraar in het middelbaar, Bruno Creus, zag in de ontwikkelingsgang der mensheid zelfs overal ‘pendelbewegingen’.
    Ook een andere N-VA-reden wordt door De Smedt verworpen. N-VA, schrijf hij, vreest dat het pact door rechters kan worden aangegrepen ‘om vluchtelingen meer rechten te geven’. Dat dacht ik ook toen ik het pact las. Maar volgens De Smedt wordt dat ‘gerelativeerd’ doordat de andere partijen in het Parlement vóór het pact stemden. Hoe zoiets de vrees van N-VA kan ‘relativeren’  is mij volslagen onduidelijk. Die andere partijen vinden wellicht dat vluchtelingen inderdaad ‘meer rechten’ moeten krijgen. Zoiets moet de vrees van N-VA aanwakkeren, zou je denken, en niet relativeren.
     Maar goed, de ongeduldige lezer wil nu zoetjesaan de échte reden kennen waarom N-VA het pact verwerpt. De echte reden, lieve lezer, is – pas op, hier komt hij – dat N-VA bij de volgende verkiezingen … veel stemmen wil halen. Ik hoop dat dat waar is en dat het ook waar is voor de andere partijen, anders zijn ze allemaal gek, en ik heb liever geen gekken aan het stuur. N-VA wil stemmen halen, redeneert De Smedt, door zich op het migratievlak enerzijds te ‘onderscheiden van de andere democratische partijen’ en anderzijds ‘dezelfde boodschap’ van het Vlaams belang te brengen. Als beschrijving zou dat kunnen gelden – alhoewel! – maar toch zeker niet als verklaring. Het is alsof je zou zeggen dat je, om zoveel mogelijk van product A te verkopen, het zoveel mogelijk moet onderscheiden van product B, maar het zoveel mogelijk moet laten lijken op product C. Dan kun je het evengoed zoveel mogelijk laten lijken op product B en het zoveel mogelijk onderscheiden van product C.
     Ach, die stemmenwinst zal wel een rol spelen. Die partijmensen zijn sluwe kerels die over het stemgedrag van de burger allerlei berekeningen en misrekeningen maken. Dat is allemaal erg ingewikkeld. Maar aan de andere kant is het ook heel eenvoudig. Veel van die partijmensen geloven zelf ongeveer wat ze zeggen. De Wever van N-VA gelooft echt dat massa-immigratie kan en moet worden gestopt. Verherstraeten van CD&V gelooft écht dat immigranten opvangen een werk van naastenliefde is. De Croo van Open VLD gelooft écht dat we van massa-immigratie een economisch succesverhaal kunnen maken. En Filip De Winter van VB gelooft écht dat we alle immigranten die niet snel integreren kunnen en moeten terugsturen.
     Als je zelf een of meerdere van bovenstaande beweringen gekheid vindt, is het moeilijk om aan te nemen dat anderen er wel in geloven, maar toch is het zo. De Smedt bijvoorbeeld ziet de kwestie van immigratie als volgt: ‘Oplossen kan je het vluchtelingenprobleem niet. Mensen die honger hebben of vervolgd worden kan je niet zonder meer tegenhouden. Maar je kan er wel wat aan doen om het menselijk en ordelijk te laten verlopen.’ Zelf vind ik dat dat gekheid is. Als je nog vele honderdduizenden immigranten in ons land toelaat bovenop de vele honderdduizenden die er al zijn**, dan vrees ik dat er nog weinig zal zijn dat erg ‘ordelijk verloopt’, ook de immigratie niet. Maar ik ben er zeker van dat De Smedt dat wél gelooft. Ik ga niet op zoek naar de échte reden waarom hij zoiets zegt.


* Dat vastrijden van De Smedt maakt deel uit van een rare redenering. Het vreemdelingenprobleem, zo redeneert hij, is een van de onderwerpen waarover de burger misnoegd is en eisen stelt, maar die burger stelt ook andere eisen. N-VA maakt de fout om zich alleen toe te leggen op de immigratie en geen oog meer te hebben voor andere accenten. Dat is, alweer volgens De Smedt, de reden waarom Groen afhaakte bij de Antwerpse coalitieonderhandelingen. Zei ik al dat het een rare redenering was?

** Iedereen zal wel begrijpen dat ik hier niet doel op de echte arbeidsimmigratie die vooral inter-Europees is.