Posts tonen met het label Paul Magnette. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paul Magnette. Alle posts tonen

woensdag 27 november 2019

Meent Magnette dat nu?


     Met de maatregelen die Magnette in zijn nota opneemt kan hij een regering vormen met PS, SP.a,  Groen, Ecolo en misschien PVDA-PTB. Samen hebben ze dan 64 zetels op de 150. Dat is natuurlijk wat krap, maar de huidige regering heeft ook maar 52 zetels, dus, waarom niet?
     Maar ’t is een grapje natuurlijk. Die rood-groene regering komt er niet, en de meeste maatregelen die Magnette nu voorstelt ook niet. ’t Is een schertsnota.
     Neem het grote plan om het héle bedrijfswagenpark te vervangen door elektrische auto’s … tegen 2023 – binnen ongeveer drie jaar dus – dat is om zoveel redenen onmogelijk dat je niet weet waar je moet beginnen. Om het eerste het beste te nemen: weet de studiedienst van de PS hoeveel bedrijfswagens er in ons land rondrijden en hoeveel kilometers die afleggen? Zou dat niet zo zowat de helft van het totale aantal gereden kilometers zijn? En heeft die studiedienst uitgerekend hoeveel inkomsten de staat zou verliezen als de helft van de accijnzen op benzine wegvallen? Natuurlijk hebben die mensen dat uitgerekend. Als er iets is waar ik op betrouw, dan is het wel op het cijferwerk van de PS-studiedienst. Die weten tot op de cent na hoeveel elke maatregel zal opbrengen voor, of kosten, aan hun electoraat.
     Waarom doet Magnette dan zo’n onzinnig voorstel, dat nog onzinniger wordt als je het samen neemt met alle nieuwe uitgaven die hij voorstelt?
     Ik weet niets van wat zich achter de schermen afspeelt, maar ik denk er het mijne van. Magnette wil, geloof ik, in de eerste plaats N-VA weg van de onderhandelingstafel krijgen. Hij stelt dus een provocerende nota op die grote zekerheid biedt op de ‘belastingstsunami’ die N-VA zegt te willen vermijden. Hij voegt er nog de kernuitstap aan toe, de federale kieskring en de afschaffing van de gesloten asielcentra. En als de N-VA dan woedend de deur dichtslaat, kunnen de echte onderhandelingen beginnen om de liberalen erbij te krijgen. De helft van de voorgestelde economische maatregelen wordt dan in de prullenmand gegooid, en de andere helft wordt nog eens goed nagerekend door de studiedienst.
     Na die onderhandelingen leest Gwendolyn Rutten op televisie een lijstje voor van alle maatregelen die ‘ze heeft kunnen tegenhouden’. Magnette vertelt aan links Wallonië, dat twijfelt tussen PS, PTB en Ecolo, dat hij veel verder had willen gaan, maar 
de liberalen wilden niet mee. De elektrische bedrijfswagens voor 2023 komen er niet, maar de N-VA is toch maar mooi buiten de regering gehouden. Dat is een hele troost.
     Om die truc te laten slagen, vind ik, moeten de Vlaamse liberalen zich eerst een tijdje als een preutse maagd gedragen  dat moet Gwendolyn toch kunnen als ze erg haar best doet  een maagd die niet al te snel toegeeft aan de lusten van de Zuiderse minnaar. Ik begrijp dan ook niet waarom Bart Somers en Mathias De Clercq op voorhand zo te koop lopen met hun paarse geestdrift. Maar ze zullen wel andere afwegingen maken.
     Verder moet ook N-VA het spel willen meespelen, of liever, het spel willen verlaten. En als ze dat niet willen? Ik moet er niet aan denken. En ik ben de enige niet. Peter Mijlemans van Het Nieuwsblad siddert bij de gedachte. In zijn laatste hoofdartikeltje smeekt hij of N-VA alstublieft zou willen opstappen. De partij moet de ‘stekker eruit trekken’. Het zou de partij ‘sieren’.
     Kijk, als Mijlemans dat zo mooi vraagt …

zaterdag 29 oktober 2016

Paul Magnette en de negen zeemonsters

     Paul Magnette, die volgens Jan op de jonge Marlon Brando lijkt, is van de week veel in het nieuws geweest, omdat hij zich als enige verzette tegen de ondertekening van het Canadees-Europese handelsakkoord. Hij werd door zijn vrienden vergeleken met koning David en met Asterix, en door zijn vijanden met de Griekse veldheer Pyrrhus. Die vergelijkingen zijn wat moeizaam omdat zowel David en Asterix alsook Pyrrhus hun vijanden versloegen, en dus de overwinning behaalden op Goliath, de Romeinen en nogmaals de Romeinen. Magnette daarentegen heeft geen iota kunnen veranderen aan het akkoord dat nu toch ondertekend wordt. En de iota is de kleinste letter van het Griekse alfabet, zo klein dat hij vaak onder een andere letter wordt geschreven.
    Zelf vindt Magnette dat hij het er goed heeft afgebracht (hier). De onderhandelingen waren moeilijk, hij heeft weerstand geboden aan de internationale druk en hij heeft het ultimatum getrotseerd. Met dat laatste bedoelt hij dat de ondertekening van het ongewijzigde akkoord met enkele dagen werd uitgesteld. Daarna somt hij een aantal ‘verworvenheden’ op – geen private arbitrage, sociale normen, milieunormen, bescherming van de publieke sector – die allemaal, for better or for worse,  al in het akkoord stonden vóór Magnette er zich mee bemoeide.
     Maar heeft hij dan geen klein protectionistisch maatregeltje kunnen bekomen om minder competitieve Waalse producenten te beschermen tegen de Canadese concurrentie? Heeft hij geen bijkomende regelingen kunnen afdwingen om de agrariërs van zijn coalitiegenoot CDH te beschutten voor transatlantische aanvoer van vlees en groenten? Eigenlijk niet, en dat is gelukkig voor de Waalse consumenten, en voor de huidige en toekomstige Waalse ondernemers die wél hun kans grijpen.
     Magnette beweert dat het niet zozeer om CETA ging als wel om de toekomstige handelsakkoorden. Ook bij die toekomstige akkoorden zal bijvoorbeeld de private arbitrage tussen staten en multinationals geweerd worden. Mocht dat zo zijn – so what? Zelfs het erg neoliberale Amerikaanse CATO Institute vindt die arbitrage niet zo bijzonder (hier). En, belangrijker, het Waalse gewest is niet echt van plan om multinationals te dwarsbomen als die in Wallonië willen investeren. Veel arbitrage zal er dus niet nodig zijn. Onze zuiderburen zullen geloof ik blij zijn met elke multinational die komt en zullen treuren om elke multinational die vertrekt. Misschien dat de PS ooit dwars zal liggen tegen buitenlandse investeerders wanneer de partij ook in Wallonië in de oppositie belandt. Maar dat is voorlopig toekomstmuziek.
    Omdat Magnette nu eenmaal tot de francofonie behoort, én tot de politieke wereld, gebruikt hij veel woorden als ‘steun’, ‘energie’, ‘moed’, ‘weerstand’, ‘strijd’, ‘mobilisatie’ en ‘openbaar debat’. Dat opscheppen hoort erbij. Je hoort niet vaak een politicus toegeven dat hij een strijd verloren heeft*. Trump zegt nu al dat hij bij verlies niet zal toegeven dat hij de verkiezingen verloren heeft. En opscheppers hebben altijd een excuus klaar.

     Zo’n opschepper was ook Beowulf, de Zweeds-Deense held van het Oud-Engelse middeleeuwse epos. Hij had het in een zwemwedstrijd opgenomen tegen de sterke Breca en … verloor. Hij werd aan die nederlaag herinnerd door Unferth, de leenman van koning Hgrotar. Beowulf had zijn uitleg klaar. Hij had zeven dagen en zeven nachten gezwoegd (seofon niht swoncon). Het weer was erg koud (wedera cealdost). Er stond een noordenwind (norþanwind). De golven waren geweldig (hréo waéron ýþa). Hij had tijdens het zwemmen een gebreid harnas aan (bróden beadohrægl) en had ook een zwaard in de hand (swurd on handa). En dan werd hij nog aangevallen door negen zeemonsters die hij allemaal moest verslaan (ic mid sweorde ofslóh niceras nigene).  Er was met andere woorden veel ‘energie’ en ‘moed’ en ‘strijd’ aan te pas gekomen. Kortom … ja, Breca was eerst gearriveerd.

* Je zou ook kunnen zeggen dat Magnette als overwinnaar uit de krachtmeting kwam omdat het nooit zijn doel was om het handelsakkoord echt te wijzigen. Dat hij alleen een politiek spel speelde om electoraal populair te worden. Maar als ik dat beweerde zou ik hem een intentieproces aandoen en ik heb van de week Paul De Grauwe al een intentieproces aangedaan. (hier)
 
 


zondag 23 oktober 2016

Noam Chomsky en CETA

     Toen ik voor de vijftiende keer op Facebook het clipje zag verschijnen met de boodschap ‘Noam Chomsky maakt in twee minuten CETA gelijk met de grond’ heb ik het toch maar eens bekeken (hier).
     Ik heb die Chomsky nog de hand geschud.
     Ik had over hem geleerd aan de universiteit. Hoe hij de taalkunde veranderd had door niet meer als een gek op zoek te gaan naar duizenden taalkundige feitjes en rare zinnetjes, en die dan in een min of meer samenhangende theorie onder te brengen. In de plaats daarvan stelde Chomsky eerst een geraffineerde theorie op, en ging dan zoeken welke zinnetjes er wel en niet mogelijk waren binnen die theorie. Die konden dan, ter controle, vergeleken worden met wat ons moedertaalgevoel ons ingaf en zo konden we zien of de theorie juist was of niet. Het leek een beetje op de werkwijze die Karl Popper aanbeval.
     Later las ik ook wat politieke boekjes van Chomsky, en daar ging hij anders te werk. Hij ging als een gek op zoek naar duizenden feitjes en rare persknipsels, die dan een erg grove theorie moesten ondersteunen – multinationals deugen niet, Amerika verknecht de wereld. Het leek een beetje op de werkwijze die Chomsky verweet aan de taalkundigen vóór hem. Ik vond die boekjes erg vermoeiende lectuur.
     Een aantal van die boekjes werd in het Nederlands vertaald en mijn vrouw verzorgde de promotie ervan. Zij haalde Chomsky naar België om te spreken op een conferentie aan de Brusselse universiteit. Ik ben toen gaan luisteren en dat viel best mee. De beroemde linguïst zag er erg vriendelijk uit. Terwijl de zaal zich vulde, maakte hij een praatje met de tolk en de concierge. En toen hij begon te spreken, liet hij zijn persknipsels in de map en hield een keurig toespraakje waarin hij zijn anarcho-syndicalistische kijk op de maatschappij ontvouwde. Hij had het daarbij vaak over Dzjân Lâk, waar hij erg tegen was, en het duurde even voor ik doorhad dat hij over de Engelse arts en filosoof John Locke (1632 – 1704) sprak.
    En na afloop heb ik Chomsky dus de hand geschud.
    Dan het clipje. Eigenlijk spreekt Chomsky daarin niet over het handelsakkoord tussen Europa en Canada (CETA) maar over dat tussen Europa en de Verenigde Staten (TTIP) en over dat tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico (NAFTA). Sommige argumenten zijn daardoor fout als ze worden toegepast op het Europees-Canadese akkoord. Die argumenten zijn dat het akkoord (1) niets met vrijhandel te maken heeft; (2) geheim gehouden wordt; (3) bedrijven toelaat om staten gerechtelijk te vervolgen als hun winst bedreigd wordt; en (4) staten het recht ontneemt om uitheemse bedrijven buiten beschermde natuurgebieden te houden.
     Dat klopt allemaal niet voor CETA, geloof ik.
     (1) Het akkoord dat nu moet worden goedgekeurd, heeft alles met vrijhandel te maken. Chomsky beweert dat vrijhandel bij de vermelde akkoorden maar een voorwendsel is omdat de handelstarieven nu al laag zijn. Maar ook een ‘laag’ tarief van 10 % betekent een ernstige rem op de handel. Men verwacht dat de Europees-Canadese handelsstroom door het afschaffen van de tarieven met een vijfde zou stijgen, dus met 12 miljard euro.
     (2) Het akkoord is niet geheim. Het is al twee jaar openbaar, namelijk sinds 26 september 2014. Dat de onderhandelingen daarvóór discreet verliepen, komt geloof ik niet omdat men ‘het volk’ niet wil inlichten. Vanaf 26 september 2014 kon ‘het volk’, en ook elke recalcitrante actiegroep, de tekst lezen. Ook Magnette had twee jaar de tijd om de tekst te lezen.
      (3) CETA staat niet toe dat bedrijven een staat vervolgen vanwege een winstbedreigende wetgeving (hier). Ik heb begrepen dat eenzijdige acties, zoals het van staatswege onteigenen van buitenlandse bedrijven, wel voor een arbitragehof kunnen worden gebracht. Maar als het eens op onteigenen aankomt, vrees ik dat arbitrage niet veel meer zal helpen.
     (4) Zoals ik het inzie, zullen de nationale staten nog altijd het recht hebben om uitheemse bedrijven buiten beschermde natuurzones te houden, zolang daarbij niet gediscrimineerd wordt en binnenlandse bedrijven daar ook niet binnen mogen. Dat beginsel geldt voor alles. Zo kan Frankrijk de Canadezen niet verplichten op hun sigaretten, Dunhill bijvoorbeeld, in vette zwarte letters de boodschap af te drukken ‘Fumer peut nuire à votre santé’, terwijl aan de andere kant de Franse Gitanes van die verplichting worden vrijgesteld, zelfs al zijn ze misschien nog veel schadelijker.
     Chomsky maakt ook een aantal algemene opmerkingen. (5) Dat het subsidiëren van de Amerikaanse landbouw strijdig is met de vrijhandelsgedachte. Dat ben ik helemaal met hem eens. (6) Dat intellectueel eigendomsrecht niet te rijmen valt met vrijhandel. Dat is een erg moeilijk probleem*. En (7) dat je geen gelijkheid kunt eisen in de behandeling van binnenlandse en buitenlandse bedrijven als je niet gelijk ook aan alle vreemdelingen die illegaal het land binnenkomen dezelfde rechten toekent als aan de eigen burgers.
     Dat is een erg verwarde vergelijking. Hoe kun je nu buitenlandse bedrijven met immigranten vergelijken? Dan moet je de motieven meerekenen waarom je die bedrijven of immigranten aantrekt of buitensluit. Een nationale staat laat buitenlandse bedrijven toe – trekt ze zelfs aan –, omdat hij hoopt dat daar voordeel van komt voor de eigen burgers, bijvoorbeeld in de vorm van tewerkstelling. Als een staat beslist om inwijkelingen aan te trekken, ongelimiteerd toe te laten, gecontroleerd toe te laten, of niet toe te laten, doet hij dat ook, hopelijk, met het welzijn van zijn burgers voor ogen. En het is bij die immigranten zeker niet a priori duidelijk welke van de vier handelswijzen het meeste voordeel oplevert. Terwijl zelfs de meeste tegenstanders van de multinationals die toch liever zien komen dan vertrekken, zoals ik uit de recente beroering rond Catterpillar heb geleerd.

* Uitvindingen en merknamen in eigen bezit houden en niet toelaten dat anderen die gebruiken, remt zeker de vrije handel af. Maar het lijkt redelijk de oorspronkelijke uitvinder of ondernemer toch een periode te gunnen waarin hij door zijn exclusieve winsten de investering terugwint die voor de uitvinding of voor de ontwikkeling van het merk noodzakelijk waren. Ook heb ik begrepen dat de bakkers van Geraardbergse mattentaarten hun streekproduct willen beschermen en dat die dus graag bepaalde vormen van intellectuele eigendom in de handelsakkoorden behouden willen zien.