Posts tonen met het label racisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label racisme. Alle posts tonen

woensdag 7 december 2022

Beleefdheid, taboe, mode en mensenoffers



     Beleefdheidsregels kunnen eenvoudig zijn. Toen ik naar school ging, hadden we een schoolagenda met voor elke dag een beleefdheidstip. Sommige regels waren eenvoudig. Als je bij het liften werd meegenomen door een welwillende autobestuurder mocht je je ‘niet laten vervoeren als stomme vis’. Dat is redelijk. Een autobestuurder die een lifter meneemt, is bijna zeker iemand die van gezelligheid houdt.
     Andere regels zijn een mengeling van redelijkheid en conventie. Als een heer en een dame over straat lopen, moet de heer de buitenkant – de straatzijde –  kiezen. De binnenkant is voor de dame: dat is veiliger, ze riskeert geen opspattende waterplassen en ze kan makkelijker de jurken in de etalages bekijken. De opgegeven redenen zijn deugdelijk. Minder duidelijk is waarom een heer niet precies evenveel recht heeft als een dame op veiligheid, een propere broek en een goed uitzicht op etalages waarin ook soms polshorloges liggen. Maar nee, de regel is onverbiddelijk: heren aan de straatzijde en dames aan de binnenkant, met dank aan de hoofse minnezangers van de twaalfde eeuw die de man tot ‘dienaar van de vrouw’ uitriepen.
    Dan zijn er de regels die teruggaan op een taboe. Sommige taboes sluiten goed aan op instinctieve reacties. Defeceren bijvoorbeeld roept een natuurlijke weerzin op. In vroeger tijden hadden paleizen geen toiletten en moesten de rijke bewoners het stellen met gangen en kasten.  Wel diende ze bij hun activiteit enkele regels in acht nemen, die Erasmus opsomt in zijn De civilitate morum puerillium: ‘Doe je gevoeg niet in aanwezigheid van dames, in deuropeningen en voor ramen’; ‘iemand die aan het urineren of defeceren is, mag je niet groeten.’ Het doet denken aan Karel van het Reves vraag over etiquette op naakstranden. Dien je een bekende die je onverwacht tegenkomt op een naakstrand al dan niet te groeten?
     Sommige nieuwe taboes gaan terug op politieke modes. Zo is er vandaag, zoals zekere Engelse hofdame ondervond, een regel dat je aan activisten van kleur niet vraagt naar de geografische herkomst van hun ouders. Ik heb daar onlangs een stukje over geschreven. Ik noemde de hofdame met zoveel woorden ongemanierd, onwetend, onverschillig, kleinerend, schijnheilig, een bitch, een vijand van de integratie, en toen ik goed op dreef kwam, vergeleek ik haar faux pas met een verkrachting. En nóg waren er lezers die mij doorhadden en verdachten van een zekere sympathie voor de oude tante. En die lezers hadden gelijk. Hoewel ik het niet zo duidelijk in mijn stukje schreef, heb ik mij méér gestoord aan de verontwaardigde activiste dan aan de hofdame zelf. Dat komt omdat de hele regel rond het vragen naar de geografische afkomst mij ergert door zijn onredelijkheid. Die ergernis is zelf, ik geef het toe, ook onredelijk want het eigene van een taboe is dat er niets redelijks aan is. 
     Zoals wanneer het over woorden gaat. Een oud taboe in de Amerikaanse samenleving betreft het n-woord. Er rust een taboe op dat scheldwoord en de regel die eruit voortvloeit is niet eenduidig.  Een blanke mag dat woord niet gebruiken tegen een zwarte, maar een zwarte mag dat woord wel gebruiken tegen een andere zwarte. Hij mag het zelfs, geloof ik, gebruiken tegen een blanke. Ving Rhames gebruikt het tegen John Travolta in Pulp Fiction‘My nigger, get your ass over here.’  In How I Met Your Mother roept een zwarte vrouw boos tegen Marshall: ‘You are not allowed to use that word! Only we are allowed to use that word.’ Achteraf blijkt het te gaan om het woord trekkies, voor liefhebbers van Star Trek. Maar iedere kijker heeft de verwijzing begrepen. En eigenlijk is de onderliggende regel niet zo onzinnig. Een vrouw mag zichzelf ‘dik’ noemen, iemand anders mag dat niet. Ik mag mijzelf een ‘uilskuiken’ noemen, bijvoorbeeld als ik een pan laat vallen in de keuken, maar iemand anders moet over die pan, die uil en dat kuiken zwijgen. Ik heb een verpleger gekend die werkte in een kliniek voor alcoholisten. Hij begroette zijn patiënten ’s morgens vrolijk met: ‘Hallo zatlappen!’ Hij mocht dat, want hij was zelf een gewezen dronkaard.
     Redelijke mensen zijn geneigd om te gemakkelijk toe te geven aan nieuwe taboes. Als andere benamingen voor zwarten taboe worden, dan ben ik bereid om ‘mensen van kleur’* te zeggen. Ik zal mij natuurlijk met hand en tand verzetten tegen het verschrikkelijke neologisme ‘witte mensen’ in plaats van ‘blanken’; alleen, wie weet draai ik daarin ook wel bij. Als in de toekomst het woord ‘blanke’ even aangebrand wordt als bijvoorbeeld ‘Ariër’, dan sluit ik capitulatie niet uit.
     Maar omdat fanatici profiteren van de toegeeflijkheid en redelijkheid moet ergens toch een streep in het zand worden getrokken. Het is één ding om een vuurspuwende berg taboe te verklaren, het is een heel ander ding om af en toe wat mensen in de krater te gooien om de vloek te bezweren. Of in de slogantaal van mijn jeugd: taboes ja, mensenoffers nee. Ik lees op Wikipedia dat aan minstens zeven Amerikaanse universiteiten professoren ontslagen werden, of ontslag namen, nadat ze het n-woord in een metatalige context hadden gebruikt. Een ervan had een briefje voorgelezen dat in de klas circuleerde. Een andere had het woord als voorbeeld gebruikt in een college over ‘hate speech’. Een derde had de titel van een boek geciteerd dat zo heette**…
    Laten we afspreken dat daar de grens komt. Blanke leraren en professoren worden in deze context ere-mensen van kleur. They are allowed to use that word. De studenten mogen protesteren met bordjes : Nee aan metataal! maar rectoren en academische bestuursleden die daaraan toegeven, verdienen het taboe te worden verklaard. Niemand spreekt hun naam nog uit. Niemand biedt hen onderdak. Niemand geeft hen iets te eten. Niemand geeft hen iets te drinken. 
 

 

* De uitdrukking ‘people of color’ gold in de VS gedurende enige tijd als de meest politiek correcte. Na colored, black, Afro-American, African American en non-white minority zat er niet veel anders op dan die oude uitdrukking uit de slaventijd over te nemen. Ondertussen ligt ‘people of color’ nu ook onder vuur.

** Dat laatste voorbeeld is niet helemaal correct. De professor van de boektitel (Jody Kelly van Seattle University) was weliswaar een van de talloze slachtoffers van intimiderende studentenacties, maar zij behoort niet tot de zeven ontslagenen van Wikipedia.  

zaterdag 3 december 2022

Racisme, goede manieren en context


      Ik onderbreek even mijn reeks bedenkingen omtrent het ABN om dringend, zij het twee dagen te laat, tussen te komen in een kwestie van brandend hete actualiteit. Op een receptie op Buckingham Palace heeft een 83-jarige hofdame aan activiste van kleur*, die op Afrikaanse wijze gekleed was, gevraagd waar ze vandaan kwam. Die activiste was in London geboren, maar de hofdame bleef aandringen tot ze toegaf dat haar ouders Caraïbische immigranten waren**. De activiste heeft daarna de conversatie op haar sociale media gepost, waardoor de hofdame nu uit haar functie ontheven is wegens racisme.
     Naar mijn smaak hebben de twee dames allebei gezondigd tegen de goede manieren. De eerste zonde werd begaan door de hofdame die iemand een vraag stelde naar haar geografische afkomst. Dat is vandaag not done, zoals je aan een vrouw niet vraagt hoe oud ze is, of aan een ceo hoeveel hij weegt, hoeveel hij verdient en of hij het doet met zijn mooie secretaresse. De faux pas van de hofdame kan het gevolg zijn van onwetenheid inzake redelijk nieuwe etiquetteregels, dan wel een uiting van een aristocratische onverschilligheid voor zulke kleinigheden. 
     De weigering van de activiste om op een eenvoudige vraag een eenvoudig antwoord te geven vind ik evenmin erg beleefd. Ik probeer mij voor te stellen dat ik op een receptie Maggie Smith tegen het lijf loop en ze vraagt mij hoeveel ik weeg, of ik soms homoseksueel ben, en of ik last heb van aambeien. Ik zou geloof ik op al die vragen naar waarheid antwoorden. Die aristocratische oude krengen mogen van mij iets meer dan iemand anders. Maar ze moeten niet overdrijven.
     Ik citeer even een kort stukje uit de dialoog. 

  • Where do you really come from, where do your people come from?
  • My people’, lady, what is this? 
  • ‘Oh I can see I am going to have a challenge getting you to say where you’re from.

     Geen van de twee vrouwen komt hier goed uit. De nadruk op really suggereert dat de hofdame meer belang hecht aan immigratie-achtergrond dan aan staatsburgerschap. Dat is niet meteen racisme, maar het wijst ook niet op een verkleefdheid aan de integratie-gedachte. Aan de andere kant lijkt de verontwaardiging van de activiste over de woorden my people mij gespeeld. Het woord wordt hier gebruikt in de betekenis van familie, en niet van etnische groep. Dan moet je dat niet met opzet verkeerd begrijpen. Het woord challenge van de hofdame ten slotte illustreert dat ze op een bitch fight aanstuurt. Alles is er vanaf dat moment op gericht om triomfantelijk en kleinerend te kunnen besluiten met ‘Oh, I knew we’d get there in the end.’ Dat is niet erg fraai. 
     Ook de afloop van de historie bevalt mij niet. De activiste die de conversatie op de sociale media plaatst, dat is het niveau van een zestienjarige snapchat-chick. Ze heeft de naam van de hofdame niet vermeld, dat ontbrak er nog aan, maar ze moest weten dat de media die naam zouden achterhalen. En als ze dat niet wist, is ze niet erg slim.
     De excuses van de hofdame achteraf bevallen mij evenmin. Als je bij een verkrachting betrapt wordt, schrijft Elsschot ergens, kun je beter eens goed vloeken in plaats van een schijnheilig gezicht op te zetten. Maggie Smith en dat soort aristocratische tantes mogen alleen schijnheilig kijken als dat een onderdeel is van een listig plan. Anders zijn het gewoon seuten zoals iedereen.
     Tijd om te besluiten. Ik heb hier voor mij het uitgebreide stuk in Het Nieuwsblad over de kwestie. De krant beperkt zich niet tot droge informatie, maar heeft ook een kadertje met nuttige raad. De vraag wordt gesteld: ‘Mag dat eigenlijk, vragen naar iemands afkomst?’ En het antwoord wordt gegeven door een expert, Gert Backx van Unia: ‘Wettelijk is naar iemands afkomst vragen bij ons niet verboden.’ 
     Op een of andere manier bezorgt dat antwoord mij koude rillingen.

    
 En verder doet de hele toestand mij denken aan de prachtige Mamet-dialoog uit de film The Untouchables. Een oudere Ierse politie-agent Jim Malone ondervraagt George Stone, een jonge collega van het Zuiderse type. 

  • Where are you from, Stone? 
  • From the Southside.
  • Stone? George Stone, that’s your name? What’s your real name? 
  • That is my real name. 
  • Nah! What was it before you changed it? 
  • Giuseppe Petri.
  •  Geez, I knew it! That’s all you need, one thieving wop on the team!
  • What's that you said?
  •  I said that you’re a lyin’ member of a no-good race. 
  • That's much better than you, you stinkin’ Irish pig.

    Voor alle duidelijkheid, Malone is geen anti-Italiaanse racist, hij is alleen het killer instinct van zijn jonge collega aan het testen. Mamet gaat ervan uit dat de kijker dat ook wel begrijpt. Racisme zit in de context, dat wist Lenny Bruce al***. 

     


De vrouw van kleur is geboren als Marlene Headley, en heeft haar naam veranderd in Ngozi Fulani. Ze is lid van de organisatie ‘Sistah Space.’ Ik citeer uit de missie van de tekst:
‘At Sistah Space, we support women and families affected by domestic abuse whilst also ensuring that cultural factors are not only considered but understood. Through our work we aim to ensure that cultural barriers and biases are removed and that our service users are given equal support from us and any other agency they go to for help. We are experts on the intersectionality of racism and gender-based violence and are working to improve the violence against women & girls sector and end ignorance around the black experience of domestic abuse. Providing support for the various different types of domestic abuse through advocacy, we at Sistah Space operate a volunteer run support service, food bank and a very unique charity shop in which everything is new or unused. 
We also deliver training focusing on cultural competency and best practice derived from our own verified research.’


** Dit is het volledige dialoogje zoals de dame van kleur het op haar sociale media plaatste:
Where are you from? - Sistah Space. - No, where do you come from? - We’re based in Hackney. - No, what part of Africa are you from? - I don’t know, they didn’t leave any records. - Well, you must know where you’re from, I spent time in France. Where are you from? - Here, the UK. - No, but what nationality are you? - I am born here and am British. – No, but where do you really come from, where do your people come from? - ‘My people’, lady, what is this? - Oh I can see I am going to have a challenge getting you to say where you’re from. When did you first come here? - Lady! I am a British national, my parents came here in the 50s when... - Oh, I knew we’d get there in the end, you’re Caribbean! - No lady, I am of African heritage, Caribbean descent and British nationality.


*** Zie hier voor de beroemde Lenny Bruce-monoloog.

maandag 15 maart 2021

Antiracistische wiskunde


      Het begon als een mopje van Margaret Thatcher, geloof ik, maar ondertussen bestaat de antiracistische wiskunde echt*. It’s totally a thing, zoals de Amerikanen zeggen. Ik heb het werkboekje ‘Dismantling Racism in Mathematics’ eens doorbladerd, 81 bladzijden, speciaal gemaakt voor wiskunde-leraren en -leraressen, en gesubsidieerd door een stichting van Bill en Melinda Gates. Bij het lezen wordt duidelijk dat veel van de antiracistische wiskunde weinig met antiracisme en en nog minder met wiskunde te maken heeft, maar daarentegen goed aansluit bij de onderwijsvernieuwingen van de laatste zeventig jaar. Want hoe zijn bijvoorbeeld de wiskundevraagstukken uit het vijfde leerjaar geëvolueerd? Zo, ongeveer, als je de karikatuur voor lief wilt nemen:

  • Jan - 1950
    Jan leent een bedrag van 350 000 frank. De afbetalingstermijn is 15 jaar. De interest bedraagt 5,75 procent en wordt na vijf jaar verhoogd tot 6,25 procent. Welk totaalbedrag aan interest en kapitaalaflossing zal Jan uiteindelijk betalen? De interest wordt steeds berekend op het totale bedrag.
    (     / 5 punten)
  • Jan en Katrien - 1965
    Jan en Katrien lenen een bedrag 500 000 frank De afbetalingstermijn is 20 jaar. De interest bedraagt 5 procent. Welk totaalbedrag aan interest zullen Jan en Katrien uiteindelijk betalen?
    (oplossingsmethode:    / 5 punten; uitkomst:      / 5 punten)
  • Steven en Linda - 1980
    Steven en Linda lenen een bedrag van 500 000 frank. De afbetalingstermijn is 20 jaar. De interest bedraagt 5 procent. Geef weer in een Venn-diagram.
  • (Uitkomst:    / 5 punten; attitude:     / 5 punten)
  • John en Cindy - 2005
    John en Cindy lenen een bedrag van € 100 000. De afbetalingstermijn is  20 jaar. De interest bedraagt 5 procent procent. Welk totaalbedrag aan interest zullen John en Cindey uiteindelijk betalen?
         a) 
    € 30
         b) € 100 000
         c)  € 700 000 000 000
    Je mag je rekenmachine gebruiken.
  • Elke en Jelle - 2020
    Elke en Jelle lenen een bedrag van 100 000 euro. De afbetalingstermijn is 10 jaar. De interest bedraagt 10 procent. Welk totaalbedrag aan interest zullen Jelle en Elke uiteindelijk betalen?  Wat denk jij? Formuleer een eigen persoonlijke mening.
    (        / 😃 )     

De antiracistische wiskunde bouwt verder op die pedagogische vooruitgang. Wel brengt ze enkele verfijningen aan, waardoor het cijfermatige nog wat meer op de achtergrond komt, en de sociale realiteit wat meer op de voorgrond.

  • Yassin
    Yassin  gaat een lening aan om een huis te kopen. Vind je het rechtvaardig dat de kappitalistische bank daarvoor interest aanrekent ? Ja / Nee. Vergelijk je antwoord met dat van je buur. Bepaal in onderling overleg hoeveel punten je verdiend hebt.
  • De Yuba-yuba’s
    De Yuba-yuba’s gebruiken in hun cultuur geen ingewikkelde interestberekening zoals onze kappitalistische banken. Dat komt omdat ze in een gemeenschapscultuur leven en elkaar niet uitbuiten. Is deze stelling  Juist / Fout? Je mag je GSM gebruiken.
  • Alika
    Uit protest tegen de moord op George Floyd besluit de afrofeministe Alika de lening voor haar huis niet verder af te betalen. De neokolonialistische bank dreigt ermee het huis van Alika in beslag te nemen.  Bespreek met de klas welke acties je hiertegen kunt ondernemen.

          Al die voorbeelden zijn verzonnen. Wie echte voorbeelden wil kan best het bovengenoemde werkboekje eens doorbladeren. Ook daar staat af en toe wel iets om te lachen in.


* Er bestaat trouwens ook zoiets als feministische gletsjerkunde. Echt. Daar schreef ik hier een stukje over. 

zondag 14 maart 2021

Woke met Marc Reynebeau

 


     Toen ik mij links en rechts aan het inlezen was over woke, stootte ik op enkele stukken van Reynebeau. In een van die stukken stelt hij wokeness voor als een ‘kinderziekte’ van een gezond lichaam, enkele kleine excessen  gedrapeerd rond een voor de rest voortreffelijke kern van verzet tegen racisme en vrouwendiscriminatie. Wat die kleine excessen zijn, zegt hij nergens.
     Dat woke als een ‘kinderziekte’ omschreven wordt, vind ik raar. De strijd tegen racisme en vrouwendiscriminatie is geen nieuw beweginkje dat in de kinderschoenen staat en weldra volwassen en verstandig wordt. De National Association for the Advancement of Colored People (NAACP) werd opgericht in 1909. De Women’s Social and Political Union (WSPU) werd opgericht in 1903. De bewegingen bestaan al zó lang dat ze nu eerder aan een ouderdomsziekte toe zijn, na de gezonde, productieve jaren van een halve eeuw geleden.** Dat die ouderdomsziekte zich vooral manifesteert in wat Reynebeau ‘jonge, vaak hoogopgeleide activisten’ noemt, moeten we dan opvatten als het zoveelste grapje van schalks universum.
     ‘Kinderziekte’ suggereert verder dat de buikkrampjes en hoestjes van woke van korte duur zullen zijn. Reynebeau schrijft ook letterlijk het het snel in orde komt als de andere kant een ‘volwassen gesprek’ aangaat en begrip toont.*** Maar dat valt nog te bezien. Op de Amerikaanse campussen is woke al een hele poos aan de gang, hoezeer de academische autoriteiten zich ook inspannen om een  ‘volwassen gesprek’ ermee aan te gaan en hoeveel begrip ze er ook voor tonen – en oh, wat tonen ze begrip – het lijkt niet veel te helpen om de excessen te kalmeren.
   Zelf vind ik het altijd moeilijk om een onderscheid te maken tussen de kern van de goede zaak en de excessen die erbij komen kijken, vooral als men die kern begrijpt als de zelfverklaarde goede bedoelingen van de zaakvoerders. Bestond de kern van de Russische collectivisatie uit de modernisering van de landbouw of uit het uitroeien van de koelakken? Bestond de kern van de collaboratie uit de zoektocht naar Vlaamse onafhankelijkheid of uit de samenwerking met de nazibezetter? Bestaat de kern van de woke-beweging uit het beëindigen van alle discriminatie, of uit de onverdraagzaamheid, de censuur en het omgekeerde racisme? Op de eerste twee vragen ken ik het antwoord, want aan de vruchten kent men de boom. Bij de derde vraag heb ik een vermoeden.
    Het stuk van Reynebeau bevat veel vage, weinigzeggende gedeeltes waarin de goede woke-zaak beschreven wordt in algemene woorden: ‘inclusie’ versus ‘privileges’, verandering in ‘de machtsverhoudingen’, en ‘minderheden die erkend, gehoord, gezien, gepresenteerd en ernstig genomen willen worden’. Tja, als het zo vaag blijft ga ik akkoord, hoor. Weg met de privileges en leve de inclusie, en ik wil iedereen erkennen, horen, zien en laten representeren. Het ernstig nemen van de woordvoerders zien we later wel.
     Zelfs als hij de vertaling van Gormans gedichten aanhaalt, blijft Reynebeau vaag. Ik zoek vruchteloos naar een standpunt. Vindt hij nu wel of niet dat alleen een zwarte de gedichten van een andere zwarte mag vertalen? Want dat was toch de oorspronkelijke vraag, de vraag die het debat op gang bracht****. Dààr geeft Reynebeau geen antwoord op. Het enige wat duidelijk wordt – dan pas wordt hij concreet –  is dat hij het niet begrepen heeft op Bart De Wever. Díe informatie heeft geloof ik geen grote nieuwswaarde.
     Als polemist neemt Reynebeau het niet nauw. Wanneer De Wever het ‘waanzin’ noemt dat alleen zwarten in aanmerking komen om gedichten van zwarten te vertalen, vraagt Reynebeau zich of  ‘in zijn Europa’ – dat wil zeggen het Europa van De Wever – ‘alleen witte vertalers poëzie mogen vertalen?’ Een vooraanstaand intellectueel als Reynebeau zal mij begrijpen als ik zeg dat hij hier een erg sofistische implicatuur geconstrueerd heeft. In ronde woorden: ‘alleen witte poëzievertalers’, dat is toch écht niet wat De Wever bedoelt. Waarschijnlijk denkt Reynebeau dat hij met zijn suggestie wegkomt als hij ze als retorische vraag formuleert en ze drenkt in een sarcastisch sausje.
     Reynebeau citeert de volgende zin van Bart De Wever: ‘Beeld je in dat iemand zou zeggen dat een kleurling (sic) ongeschikt is om een blanke auteur te vertalen.’  Hier is de implicatuur wél eenvoudig. De Wever suggereert dat verzet tegen zwarten als vertalers van blanke auteurs, even schandelijk racisme zou zijn als het omgekeerde. Met díe suggestie is niks mis, zou je denken. Maar Reynebeau triomfeert. ‘[De Wever] hoeft zich dat niet in te beelden,’ schrijft hij, ‘zijn partijgenote en medestrijdster op het anti-woke front Assita Kanko deed het al voor.’
     Hoe nu? Heeft Kanko geschreven dat een zwarte ongeschikt is om een blanke auteur te vertalen? Of iets in die aard? Reynebeau citeert als bewijs een tweet waarin Kanko bezwaar maakt tegen de televisieserie Bridgerton, waarin zwarte acteurs rollen spelen ‘die meestal aan witte acteurs te beurt vallen’. Dat is een oneerlijke vergelijking en een al even  oneerlijke omschrijving van de Bridgerton-controverse. Het is alsof je  verontwaardigd zou spreken over films waarin ‘de rol van Martin Luther King  meestal te beurt valt aan een zwarte acteur’. Zelf had ik overigens weinig bezwaar tegen de zwarte acteurs die in de serie negentiende-eeuwse Britse edellieden speelden. Alleen bij de zwarte actrice die de Engelse koningin moest voorstellen, vroeg ik voor de zekerheid aan mijn vrouw, die de serie aandachtiger volgde, of dat wel écht de koningin was. En het wás haar, in de serie althans. 

 

* Over woke schreef ik hier al een stukje. En over Reynebeau hier. En over zwarte acteurs voor blanke personages hier.

 ** Die ouderdomsziekte kan erin bestaat dat de beweging, naarmate ze succesvol was in het terugdringen van racisme en discriminatie, zich voortaan op futiliteiten gaat richten. Steven Pinker schreeft daarover in ‘The Better Angels of our Nature’ en ‘Enlightenment Now’.

 *** Eigenlijk schrijft Reyenbeau dat het in orde komt als beide kanten een volwassen gesprek aangaan, maar wat de woke-kant betreft is dat een petitio principii.

 **** Wie er naast die oorspronkelijke vraag ook de vertaalervaring van Rijneveld en haar kennis van het Engels erbij haalt, verdenk ik van mistspuiterij. Dat doet Reynebeau overigens niet, maar anderen die aan het debat deelnamen deden het wel.

dinsdag 23 juli 2019

Dankbaarheid

Moeten nieuwkomers ‘dankbaar’ zijn tegenover het land dat hun nieuwe thuis is geworden? ’t Is geen gemakkelijke vraag. Ik heb daar enkele maanden geleden een stuk over geschreven, dat vooral ging over de Amerikaanse politica Ilhan Omar. Nu heeft de Vlaamse politica Nadia Sminate (N-VA) iets gezegd waardoor ik mijn oude stukje weer eens bovenhaal.  ‘Mensen,’ zei Sminate, ‘ zoals meester Lahlali en ik, met buitenlandse roots, moeten dankbaar zijn voor de kansen die we gekregen hebben hier in Vlaanderen.’
    
     In zijn twitterbericht van vorige week week (juli 2019) zei Trump enkele onvriendelijke dingen over  niet nader genoemde ‘Congresswomen who originally came from countries whose governments are a complete and total catastrophe … and [who are] viciously telling the people of the United States, how our government is to be run.’ Dat Congresswomen is meervoud, maar het is eigenlijk het beste toepasbaar op één Congresswoman in het bijzonder, namelijk Ilhan Omar, die geboren is in Somalië en op twaalfjarige leeftijd als vluchtelinge met haar familie in de VS terechtkwam.
     Nu is Ilhan Omar sinds 2000 Amerikaans staatsburger en behoort ze dus zelf tot ‘the people of the United States’. Ze heeft dus, in weerwil van wat Trump suggereert, het recht om mee te bepalen hoe haar eigen ‘government is to be run’, zonder dat ze eerst even als ingangsexamen orde op zaken moet gaan stellen in haar geboorteland. Ze zou dat niet kunnen, geloof ik, maar ik zou het ook niet kunnen en Trump evenmin. Ilhan Omar heeft het recht, als elke Amerikaanse burger, om, zonder bijkomende voorwaarden, scherpe kritiek te hebben op haar nieuwe land, zijn leiders, zijn instellingen en zijn tradities. Geen vooruitgang zonder kritiek. Daarmee is alles gezegd.
     Of toch bijna.
     Als ik Omar bezig zie, of over haar lees, vormt zich bij mij onweerstaanbaar de gedachte: wat is er mis met een beetje dankbaarheid? Dat kind komt uit een van de armste en onveiligste landen van de wereld. Ze heeft vier jaar overleefd in een vluchtelingenkamp in Kenia. Als zo iemand aankomt in een van de rijkste landen ter wereld, dan waant die zich toch in een soort paradijs, zou je denken. Maar zo is het niet. Van bij haar aankomst loopt alles fout. De brief van George W. Bush waarmee hij de familie welkom heet, staat vol belachelijke formele taal en is wellicht niet eens door hemzelf geschreven. Het appartementsblok waar ze gaat wonen is vervallen, de straten zijn vuil, op school voelt ze zich gepest om haar hoofddoek, en overal waar ze om zich heen kijkt ziet ze extreem onrecht en racisme. En hoe ouder ze wordt, hoe meer onrecht en racisme ze ziet.
    Later gaat ze over dat onrecht vertellen op scholen. Ooit zag ze in een rechtszaal in Minneapolis een ‘lieve Afrikaans-Amerikaanse dame die in de cel terechtkwam omdat ze een brood had gestolen om haar vijf jaar oude kleindochter van de hongerdood te redden.’ Omar had zich in de rechtszaal niet kunnen bedwingen en had haar verontwaardiging luidkeels uitgeschreeuwd. Het is een verhaal dat zo uit een negentiende-eeuwse roman zou kunnen komen. Of beter: het verhaal kómt uit een negentiende-eeuwse roman. In Les misérables van Victor Hugo is het Jean Valjean die na het stelen van een brood in de gevangenis komt. De plotwending moet toen al een cliché  zijn geweest. Achteraf heeft Omar toegegeven dat ze zich sommige details misschien niet correct herinnerd had. De politie van Minneapolis, zo bleek, mag geen mensen arresteren voor  een winkeldiefstal waarbij geen geweld werd gebruikt, en de typische straf voor zo’n diefstal is het bijwonen van een cursus van drie uur. Ik neem aan dat in die cursus wordt uitgelegd hoe je in de VS legaal aan gratis voedsel kunt komen met food stamps.
     Op National Review las ik een lange discussie tussen Charles C.W. Cooke en David French over de dankbaarheid die immigranten en asielzoekers zouden moeten voelen. De twee heren hebben allebei goede redenen voor hun standpunt, maar na lang aarzelen, ga ik eerder akkoord met Cooke. Migranten zijn géén speciale dankbaarheid verschuldigd voor wat vorige generaties in hun nieuwe land met vallen en opstaan hebben opgebouwd. Dat soort dankbaarheid mag je verwachten van álle burgers, autochtoon of allochtoon.  Natuurlijk mogen die burgers ook kritiek hebben op wat hun voorgangers fout hebben gedaan en op de hedendaagse gevolgen ervan, maar het is zoveel gemakkelijker voor iedereen als die kritiek gematigd is, opbouwend, en de goede kanten niet uit het oog verliest. En als je toch een radicale verandering noodzakelijk acht, dan is het wenselijk om Friedrich Hayeks raad te volgen en dat radicalisme te beperken tot één welomschreven terrein. Zo deden de mensenrechtenactivisten dat bijvoorbeeld in de Sovjet-Unie.
     Het probleem van veel migranten, besef ik nu, is niet dat van de wenselijke dankbaarheid, maar dat van feitelijke ondankbaarheid. De dankbaarheid of loyaliteit tegenover de gemeenschap is bij een groot deel van de autochtone bevolking zo vanzelfsprekend dat ze niet eens wordt aangevoeld. Migranten moeten die dankbaarheid en loyaliteit verwerven in een strijd met zichzelf. Er is immers een werktuigelijke loyaliteit met het land van herkomst die de nieuwe loyaliteit bemoeilijkt.
     Die dubbele loyaliteit moet natuurlijk niet altijd tot problemen leiden. Als het gaat om een beschaafd uitgedrukte sympathie voor een vreemde voetbalploeg die het tegen ónze jongens opneemt, ach, vooruit dan maar. Amerikanen van Duitse afkomst hadden rond de voorlaatste eeuwwisseling in hun huis wel ergens een boek liggen met fraaie illustraties over ‘Germany’s Iron Chancellor’. Ik heb dat boek ook, uitgegeven in Akron, Ohio, 1897. Amerikanen van Italiaanse afkomst hadden een klein borstbeeldje van Mussolini op hun bureau. Zoiets moest niet noodzakelijk tot grote moeilijkheden leiden.
     Het wordt allemaal wat ingewikkelder als het land van herkomst volgens bepaalde maatstaven inferieur is aan het nieuwe gastland. Zoiets geef je niet graag toe. In de alleraardigste komedie Ninotchka (Lubitsch, 1939) komt een Russische communiste, gespeeld door Greta Garbo, in het mondaine leven van Parijs terecht. Het duurt even, maar na enige tijd valt ze voor de decadente charme van het kapitalisme. Als ze dan op een feest verschijnt in een dure baljurk wordt ze daar door een aartshertogin op aangesproken. ‘Madame Yakushova,’ zegt de aartshertogin, ‘Is that what they’re wearing in Moscow this year?’ – ‘No, last year, Madame,’ luidt het antwoord. Dat is heel leuk gezegd, maar het is ook een leugen, en uit die leugen blijkt dat onze communiste, zelfs na haar bekering, de achterstand van haar land van oorsprong moeilijk kan toegeven.*
     Bij de hedendaagse derde-wereld-immigratie speelt nog een andere kwestie.** Die derde-wereldlanden zijn gewezen kolonies. Hun inwoners hebben zich vernederd gevoeld door buitenlandse superieuren. Ze hadden gehoopt dat met de nieuwe onafhankelijkheid alles anders zou worden. Zonder koloniale uitbuiting zou de welvaart toenemen, de cultuur bloeien, en iedereen zou gelukkig zijn. Toen dat niet gebeurde was de verleiding groot om de moeilijke zoektocht naar oplossingen op te geven en op zoek te gaan naar wie nu eigenlijk schuld had aan het debacle. En die schuldigen waren snel gevonden: dat waren de vroegere koloniserende landen. De tijd heelt alle wonden zegt men, maar na de dekolonisatie gebeurde het tegenovergestelde. De begrijpelijke rancune tegenover het Westen werd in veel landen niet stilletjes aan minder en minder maar werd juist groter en groter. Het Westen kreeg de schuld voor alle problemen van het verleden, het heden en de toekomst. En in het Westen stonden geleerden en activisten klaar, mensen als Jean-Paul Sartre en Ludo Martens, om die rancune te prijzen.
     Het is die anti-Westerse rancune die veel derde-wereldimmigranten, zoals Ilhan Omar, meebrengen naar hun nieuwe gastland waar ze de gedaante aanneemt van slachtofferdenken – slachtofferdenken dat dan mooi past bij het autochtone politiek correcte discours op campussen, in kranten en op televisiezenders. Zo’n rancune kan in sommige gevallen leiden tot terechte kritiek op de Westerse samenlevingen maar evengoed tot overdrijvingen, verdraaiingen en leugens. Bovendien, en daar is het mij hier om te doen, staat ze een natuurlijk gevoel van dankbaarheid en loyaliteit tegenover het nieuwe land in de weg.
     Nu, ondankbaar of niet, enig politiek talent kun je Ilhan Omar ondertussen niet ontzeggen. Ze leert bij. Indertijd noemde ze de aanslag op de Twin Towers ‘something some people did’. Trump heeft die uitspraak tegen haar gebruikt en ik geloof niet dat ze dat ongelukkige eufemisme in de toekomst nog zal gebruiken. Ze heeft ooit de Amerikaanse Israël-politiek afgedaan als een zaak van corrupte Joodse financiers. ‘It’s all about the benjamins,’ had ze geschreven, daarmee verwijzend naar briefjes van honderd dollar met het portret van Benjamin Franklin. Ze heeft geleerd dat zoiets ook in linkse kringen slecht aankomt, en ze spreekt nu, gemeend of niet, kwaad van het antisemitisme. Ze heeft in 2016 acties ondersteund om mildere, alternatieve straffen te krijgen voor jihadisten die op het punt stonden naar Syrië te vertrekken. Sindsdien houdt ze zich ver van dat soort acties. Ze heeft geleerd dat ze nog het meeste succes behaalt als ze haar aanhangers gewoon vertelt dat Trump elke niet-blanke uit de VS wil deporteren. Er is altijd een publiek dat zoiets wil geloven, in de VS en in Europa.
     Eén raad zou ik Omar nog willen geven, en die betreft haar kledij. Je ziet haar op foto’s zowel met een traditionele moslimse hijab als met een gestileerde afro tulband. Ik zou haar aanraden om resoluut voor dat laatste te kiezen. Theologisch zal het niet veel verschil maken, want de haren zijn in de twee gevallen bedekt, maar de afro tulband doet minder denken aan islamitisch fundamentalisme en meer aan seculier zwart activisme à la Maya Angelou. Veel linkse kiezers in de VS zullen nog altijd dat laatste verkiezen boven dat eerste.




* Een soortgelijke scène komt voor in de prachtige Poolse film Zimna wojna (Cold War). Een arrogante Parisienne vraagt aan de Poolse emigrante Zula of ze niet onder de indruk is van de luxueuze Franse winkels. Dat is Zula helemaal niet. De winkels in Polen zijn veel luxueuzer, vindt ze. 

** En nog veel andere kwesties. Ik ga in dit stukje niet in op het onvermijdelijke ongemak die immigranten in hun nieuwe land meemaken: vreemde taal, vreemde omgeving, racisme. Een speciaal probleem is de vaak optredende declassering. Omars vader was in Somalië docent aan een instituut voor lerarenopleiding. In de VS moest hij aan de kost komen als taxichauffeur en later als postbeambte. Misschien verdiende hij in de laatste betrekkingen wel meer dan vroeger als docent, maar zo’n daling in sociale status moet bijna zeker een bittere smaak in de mond nalaten.

maandag 22 juli 2019

De racistische tweet van Trump

  In het verre Amerika is vorige week veel te doen geweest rond een Twitterbericht van Trump. Daarin stond dat zekere leden van het Congres beter naar hun eigen land konden terugkeren om daar orde op zaken stellen; daarna konden ze nog altijd terugkomen om de Amerikanen te vertellen hoe een en ander moest worden aangepakt. De president zei er niet bij wíe hij precies bedoelde, maar er wordt meestal gedacht aan een aantal vrouwelijke Congresleden met een immigratieachtergrond zoals Alexandria Ocasio-Cortez, Rashida Tlaib en Ilhan Omar. De twee eerste zijn in Amerika geboren maar zijn van respectievelijk Puerto-Ricaanse en Palestijnse afkomst. De derde is in Somalië geboren, maar woont sinds haar twaalfde in de VS en is staatsburger sinds 2000.
     Een van de vragen die men zich stelde was deze. Is zo’n bericht nu eigenlijk racistisch? Het Amerikaans congres heeft daar een stemming over georganiseerd, en, ja, de meerderheid – waaronder ook enkele Republikeinen – vonden het bericht racistisch.
     Die racismevraag interesseert mij niet zo erg. Als het bericht niet racistisch was, was het xenofoob, en als het niet xenofoob was, was het nativistisch, of nog iets anders dat ook erg is. Mij stoort bij het bericht vooral de demagogische kant. Ik heb, toen ik nog communist was, tientallen keren een vergelijkbare opmerking moeten aanhoren: ‘Als het hier niet goed is, waarom ga je dan niet in Rusland of China wonen?’ Dat was, achteraf beschouwd, geen onaardige plaagstoot, maar als argument reikte het niet verder dan een ‘ad hominem’. Ik had iets gezegd over de lage lonen van de dokwerkers, de hoge winsten van Albert Frère, de bodemvervuiling in Hoboken, of de gesel van de ‘prestatiegeneeskunde’, en in plaats van dáárop te antwoorden, gooide men mij mijn communistische overtuiging voor de voeten. Alsof een communist nooit iets juists kon zeggen over de omstandigheden in zijn eigen land, hoe verkeerd hij het verder ook voorhad wat Rusland of China betrof.
     Mijn opponent in zo’n woordentwist was meestal een fabrieksarbeider, of zijn vrouw, die ik door aan te bellen gestoord had bij een leuk werkje in keuken, tuin of garage, of bij het kijken naar een gezellig televisieprogramma. Dat kregelige antwoord was dus begrijpelijk en had verder geen grote gevolgen op landelijk niveau. Maar als een president het woord neemt, zijn die gevolgen er wel. Enkele dagen na zijn Twitterbericht sprak Trump een menigte aanhangers toe, en die menigte begon te scanderen, doelend op de vrouwelijke Congresleden: ‘Send them back! Send them back!’. Nu ging het niet meer over teruggáán, maar over terugstúren. Trump keek goedkeurend toe, en zei achteraf dat hij geprobeerd had de menigte te doen zwijgen door snel verder te spreken. Dat was een leugentje.
     Ik wil wat zich afspeelt op een massa-bijeenkomst van Trump-aanhangers, niet dramatiseren. Er bestaat  natuurlijk niet de geringste kans dat Amerikaanse Congresleden-met-migratieachtergrond ooit écht zullen worden uitgewezen. Maar het is een treurige gedachte dat een scanderende menigte vindt dat zoiets eigenlijk wél zou moeten kunnen.
     Er is in de kranten behoorlijk wat gespeculeerd over de redenen van Trump om zijn go-back-to-your-own-country-bericht te plaatsen. Had hij misschien gedurende 48 uur níet in het middelpunt van de belangstelling gestaan? Dan had hij inderdaad dringend een nieuw schandaaltje nodig. Wou hij zijn eigen aanhangers paaien door een straffe uitspraak? Dat is ook mogelijk, en het is, te oordelen naar het spreekkoor op de daarop volgende massabijeenkomst, goed gelukt.
     Volgens Mijlemans en Temmerman in Het Nieuwsblad is er nog een andere verklaring. Volgens hen, of volgens de de buitenlandse kranten die ze gelezen hebben, probeerde Trump om kiezers uit het Democratische kamp voor zich winnen. Dat is geen slechte uitleg. De Democraten maken de laatste tijd bijvoorbeeld veel ophef rond hun eis om het minimumloon in het hele land op te trekken tot 15 dollar per uur. Dat is misschien economische onzin, maar een sociaal voelend, Democratisch stemmend lid van de middenklasse, die zelf wel wat meer dan 15 dollar verdient, is zo’n eis vaak genegen. Op zo’n moment komt het Trump goed uit om op dergelijke eisen de gezichten te plakken van drie of vier arrogante nieuwkomers die aan de Amerikanen eens gaan vertellen wat ze moeten doen. Misschien zegt die sociaal voelende Democraat wel geërgerd bij zichzelf: weet je wat, dat ze dat minimumloon van 15 dollar eerst maar eens invoeren in Somalië.

     De redenering van Mijlemans en Co heeft evenwel het nadeel van alle electorale speculaties. De zet van Trump zal waarschijnlijk een aantal Democratische kiezers aantrekken, maar hij zal tegelijk ook een aantal andere Democratische kiezers afstoten. Voorspellen welke groep de grootste zal zijn, doet men best ná de verkiezingen. Dan kan ik het ook.

dinsdag 4 juni 2019

Cordon


     Of je als partij wel of niet aan tafel mag zitten met Vlaams Belang kun je niet laten afhangen van een document dat dertig jaar gelden werd ondertekend door lang vergeten staatslieden als Geysels, Van Peel, Hancké, Beysen, Anciaux (Vic!) en een zekere ‘J. Decorte’. Het duurde even voor ik begreep dat het bij die laatste om Jan Decorte ging die voor Van Rossem in de Vlaamse Raad zat. Ik heb lang geleden, voor de Punische oorlogen geloof ik, ooit eens een theaterstuk gezien waarin Jan de rol van een gekke koning speelde. ’t Was verschrikkelijk … In elk geval dus, dat document dat dertig jaar geleden werd ondertekend door J. Decorte, verwijst expressis verbis naar een partij die niet meer bestaat – het Vlaams Blok  – en naar een program dat verlaten werd – het 70-puntenplan dat ooit werd uitgedokterd door Filip Dewinter*. Dát cordon sanitaire is een vodje papier.
    ’t Was anders ook een gek idee. Zes partijen beloven aan elkaar om geen coalitie aan te gaan met het Vlaams Blok. Maar waarom moeten ze zoiets beloven? Als een partij niet wil samenwerken met het Vlaams Blok, kan toch niemand haar daartoe verplichten. Daar is helemaal geen cordon voor nodig. Als een andere partij zo’n samenwerking wél wil, is dat, zou je denken, de zaak van die andere partij, is ’t waar of niet? De ondertekende tekst bevatte wel mooie en hoogdravende principes, maar geen enkele partij betrouwde er blijkbaar op dat die principes zouden volstaan om de  ándere politieke partijen ervan af te houden een voordelige coalitie met het Blok te sluiten. Elke partij was bereid zich een hand op de rug te laten binden, maar alleen op voorwaarde dat elke andere partij zich ook een hand op de rug laat binden. Zoiets moet het geweest zijn. Maar ik wil niet te streng zijn. Door zo’n tekst te ondertekenen maakt men in de de eerste plaats een breed symbolisch gebaar en dat mag je niet te ernstig nemen maar je mag het ook niet kapot analyseren.
    Ondertussen moet elke Vlaamse partij, met of zonder cordon, na elke verkiezing opnieuw uitmaken of ze weer twee vrije handen wil of niet. De laatste dertig jaar wilde niemand dat. Hoe sterk of hoe zwak Vlaams Belang ook scoorde, samenwerking met die partij werd routineus uitgesloten. Men was dat nu eenmaal zo gewoon en ‘habit is a great deadener’ zegt Didi in Waiting for Godot. Maar met de laatste verkiezingsuitslag moet elke partij opnieuw voor zichzelf een aantal vragen beantwoorden. Hoever wijkt het politieke program van Vlaams Belang af van het eigen program?  Wat zijn de electorale vooruitzichten van een partij die samenwerkt met het Belang? Wat zijn de electorale vooruitzichten van het Belang zelf als het aan een regeringscoalitie deelneemt? Versterkt of verzwakt zo’n coalitie onze positie tegenover de Waalse partijen? En hoe zit het met de ‘ethische kwestie’ die zoveel emoties opwekt zowel bij voor- als tegenstanders?
     Die ethische kwestie is die van het racisme.
     Nu heeft het Vlaams Belang, geloof ik, weinig heuse racistische eisen in haar program. De mensen die het opstellen zijn geen idioten en ze kennen de wetgeving tegen het racisme. Ik zal het nog sterker zeggen: zelfs het 70-puntenplan van Filip Dewinter bevatte weinig racisme in de strikte zin. Het bevatte wel een reeks schunnige voorstellen tot  discriminatie, segregatie en deportatie.  Een apart onderwijsnet voor kinderen van vreemdelingen. Een belasting op tewerkstelling van vreemdelingen. Verbod voor vreemdelingen om eigendom te verwerven. Verbod voor vreemdelingen om verenigingen op te richten zonder voorafgaande toestemming van de overheid. Verbod voor vreemdelingen om van beroepssector te veranderen**. Een begeleide verwijdering van vreemdelingen in drie fasen: eerst de illegalen, criminelen en werklozen, dan de eerste generatie, ten slotte de tweede en derde generatie. Vervang hierboven telkens het woord ‘vreemdeling’ door het woord ‘Jood’ en je krijgt een soort naziprogram. Probeer het maar eens. ‘Een belasting op de tewerkstelling van Joden.’ In het plan staat evenwel niet ‘Jood’ of ‘Marokkaan’ of ‘Turk’ maar ‘vreemdeling’, en élke wetgeving maakt een terecht onderscheid tussen de rechten van de eigen staatsburgers – die dus evengoed van Marokkaanse of Turkse afkomst kunnen zijn – en die van vreemdelingen die nog niet tot staatsburger genaturaliseerd werden.***
     Racisme is een ruim woord. Je kunt een heel klein beetje racist zijn, of juist heel erg. Het kan zijn dat je liever niet wil dat je dochter trouwt met een jongen van een andere groep (1), of dat je over mensen van een andere groep denkt in stereotypes (2) of dat je je meer op gemak voelt onder mensen van je eigen groep (3), of dat je mensen van een andere groep wantrouwt (4), of dat je vindt dat de groepen beter gescheiden blijven (5), of dat mensen van een andere groep minderwaardig zijn (6), of minder rechten horen te hebben (7), of als vijanden moeten worden uitgeroeid (8). Er zijn overigens ook overtuigingen en gevoelens die slechts zijdelings met racisme te maken hebben. Je houdt bijvoorbeeld niet van enig ideeëngoed – zoals de islamgodsdienst – dat sterk leeft in een andere groep. Dat is op zichzelf helemaal geen racisme. Je bent geen racist omdat je ideeën verfoeit. Maar zo’n afkeer van ideeëngoed kán veroorzaakt worden door een afkeer voor de groep mensen die dat ideeëngoed aanhangt of, omgekeerd, de verachting voor dat ideeëngoed kán ertoe leiden dat je de groep mensen die het aanhangt ook gaat verachten.
     Filip Dewinter verdenk ik, op grond van zijn 70-puntenplan, minstens van het racisme dat ik hierboven beschreef onder (5): dat groepen gescheiden moeten blijven. Dat is al een redelijk extreme vorm van racisme. Tegelijk verdenk ik álle, of toch de meeste, of toch heel veel, Vlamingen ervan om een klein racistisch huisdiertje te onderhouden in een slecht verlicht hokje van hun geest. Sommigen zijn daar dan een beetje beschaamd over. Het zit misschien in de menselijke natuur maar het hoort niet. Die schaamte verklaart meteen de heftigheid van de discussie over het cordon. De linkse Vlaming probeert krampachtig te bewijzen hoe weinig racistisch hij is door een grote fluim op Vlaams Belang te spugen en de rechtse Vlaming wordt dan woest omdat hij daar een vorm van goedkope hypocrisie in ziet. ‘Die linkse rakker is als het erop aankomt even racistisch als ik,’ denkt de rechtse Vlaming, ‘maar hij doet zich voor als een heilig boontje.’ En van een hautaine Waal verdraagt hij nog minder. Als de Waalse pers over extreemlinks schrijft: ‘Le PTB au moins n’est pas raciste’, hoort de rechtse Vlaming: ‘Nous au moins, on n’est pas raciste.’
    Als alle, of de meeste, of heel veel, mensen in zekere mate tot racisme geneigd zijn, is ook de vraag beantwoord of Vlaams Belang racistisch is. Natuurlijk is de partij dat – in zekere mate. Er leven racistische gevoelens zowel in de partij zelf als onder het kiespubliek van de partij. Die leven immers overal. Die leven dus ook in de andere partijen en onder het kiespubliek van de andere partijen. Alleen is dat racisme onder het Vlaams Belang-publiek, geloof ik, openlijker, ruimer verspreid, en bevat het meer van de erge varianten. Men mag daar van mij gerust eens een sociologische studie over maken, als ik die maar niet hoef te betalen. Maar hoe je het draait of keert, dat racisme van Vlaams Belang is een kwestie van graadverschil, en geen verschil van essentie.
     ’t Doet ook niet zoveel ter zake, vind ik. Sam Van Rooy, heb ik begrepen, is een hardliner binnen Vlaams Belang. Ik ben tegen hardliners. Maar is Sam een grotere racist dan bijvoorbeeld ikzelf? Sam lijkt mij juist iemand die er geen graten in zou zien als zijn dochter met een Marokkaan of een Soedanees thuiskwam, als die maar atheïst is en een boekje tegen de islam geschreven heeft. Maar als ik met hem zou moeten overhandelen over een coalitie zou de relatie die hij heeft met zijn Marokkaanse of Soedanese schoonzoon het laatste zijn waar ik rekening mee hield.
     Bij coalitiebesprekingen mag het, vind ik, niet te veel gaan over bewuste of onbewuste neigingen, valse of echte schaamte, en over vermoedens van achterliggende motieven. Ethiek speelt een rol, maar vooral in de mate dat ze gestalte krijgt in beleid. En dat beleid moet voor mij – waar het migratie betreft – twee soorten maatregelen samenbrengen: het beperken van de immigratie en het integreren van de immigranten. Het Vlaams Blok propageerde het eerste en verwierp het tweede. Het Vlaams Belang propageert nog altijd het eerste en heeft weinig te zeggen over het tweede. Dat is onvoldoende.
     Geloven dat gelijk welk integratiebeleid op korte of middellange termijn tot een harmonieuze samenleving tussen oude en nieuwe Vlamingen zal leiden is onrealistisch. Het zou al goed zijn als het er voorlopig voor zorgde dat onze samenleving niet nog meer uit elkaar viel. De geschiedenis van de laatste vijftig jaar heeft laten zien dat er niet alleen integratieproblemen zijn met de eerste, maar ook met de tweede, de derde en de vierde generatie. Dat zal niet snel veranderen, want het gaat hier om gedrag van mensen, en de mogelijkheid om gedrag van mensen door beleid bij te sturen is beperkt. De aanwezigheid van migranten laat ons evenwel maar drie keuzes: integratie****, segregatie of deportatie. Wie niet met – desnoods wat geforceerd – enthousiasme de eerste keuze omarmt, impliceert dat hij de tweede en de derde keuze achter de hand houdt.
     Ik hoop vurig dat een toekomstige regering een heel strikt anti-immigratiebeleid voert. En dat de daaropvolgende regering een nog strikter beleid voert. Maar zo’n beleid heeft ook zijn nadelen. Het heeft iets egoïstisch. Mensen die hier heel graag willen komen wonen, houd je tegen omdat het óns gezellig samenzijn verstoort. Het is ook egoïstisch van die mensen om óns gezellig samenzijn te verstoren, maar dat terzijde. Je sluit mensen op in centra omdat ze anders onderduiken in de illegaliteit. Je wijst mensen uit omdat ze niet weerhouden worden in een of andere bureaucratische procedure. Je vergroot het onderscheid tussen de rechten van de eigen burgers – van welke origine ook – en nieuwe vreemdelingen om op die manier immigratie minder aantrekkelijk te maken. Dat is allemaal noodzakelijk, en het alternatief is dat van open grenzen – een alternatief dat zelfs PVDA en Groen niet onomwonden durven verdedigen. Maar het blijft hardvochtig.
    En dan is er nóg een nadeel. Door mensen tegen te houden geef je de indruk dat er met die mensen iets mis is. Dat het profiteurs zijn, of misdadigers, of potentiële terroristen. Door die indruk te geven zorg je ervoor dat de ergere vormen van racisme zich ruimer onder de bevolking verspreiden. Natuurlijk zijn er onder de de migranten profiteurs en misdadigers en potentiële terroristen, en misschien wat meer dan onder de West-Vlaamse plattelanders, maar de meeste van die immigranten willen gewoon van een arm land naar een rijk land verhuizen, iets wat die West-Vlaamse plattelanders ook zouden willen als de situatie omgekeerd was. Wij houden die migranten tegen omdat het ons minder goed uitkomt, en niet omdat ze minderwaardige mensen zijn. Het zijn mensen zoals wij, en door integratiemaatregelen te nemen voor de migranten die hier al wonen, en die maatregelen met enige ophef te verkopen, laten we zien dat we dat ook geloven.
     Vlaams Belang heeft aangekondigd dat het aan de coalitiegesprekken deel wil nemen ‘zonder breekpunten’. Good for them. Zelf heb ik, hoewel ik aan die gesprekken niet deelneem, wél een breekpunt. De partij moet zich dringend met de integratiegedachte verzoenen, die gedachte met enige overtuigingskracht uitdragen, en in een moeite door Filip Dewinter eens en voorgoed op zijn plaats zetten.
     En wat doe je met het extreme anti-islamverhaal van Vlaams Belang, zul je vragen. Ja, daar schrijf ik misschien later nog eens een stukje over. Dit hier is alweer veel te lang.

* Het 70-puntenplan werd verlaten door Vlaams Belang, maar werd nooit verloochend door Filip Dewinter, zoals blijkt uit een gesprek met Etienne Vermeersch uit 2004 (hier). Dewinter vond zijn plan van toen ‘niet langer realistisch’ maar veel erder ging hij niet. 

** Bij dat laatste punt wordt er fijntjes op gewezen dat de vakbonden zoiets in de jaren zestig al vroegen.


*** Het 70-puntenplan bevat de ontstellende bepaling dat vreemdelingen die genaturaliseerd werden na 1974 hun burgerschap weer kunnen verliezen als ze ‘onvoldoende geassimileerd’ blijken.

**** Het 70-puntenplan gebruikt de termen ‘integratie’ en ‘assimilatie’. Mij maakt de term niet veel uit, maar ik begrijp wel dat hier een inhoudelijke discussie kan worden gevoerd. Ik kreeg gisteren een een brief van de VUB om geld te vragen voor een project om Arabische taallessen te organiseren. Dat zou Arabische kinderen helpen om zich open te stellen voor onze cultuur. Bij deze laat ik de VUB weten dat ik voor die vormen van ‘integratie’ geen geld stort.

maandag 10 december 2018

Zwarte Piet en de Wetenschap

     En ik had nog gezworen om niets over Zwarte Piet te schrijven (maar zie hier en hier) en mij toe te leggen op het verbeteren van examenkopij – en nu overkomt me dit. Een van mijn examenopdrachten is dat de leerlingen een verhandeling schrijven over ‘een controversieel onderwerp naar keuze’. Ze kiezen dan voor ‘abortus’, ‘euthanasie’, ‘doodstraf’, ‘wapenbezit’ … onderwerpen die al enige tijd meegaan. Eentje had het over Zwarte Piet. In de inleiding werd gesteld dat sommigen ervoor waren en anderen ertegen. Ook die inleiding gaat al enig tijd mee.
     Maar dan stootte ik op zinnen als ‘In de maatschappelijke debatten over Zwarte Piet gaat het in wezen om indringender onderliggende vragen dan of hij/zij een racistische figuratie is.” Ik begon al te noteren dat die ‘hij/zij’ overbodig was,  maar toen dacht ik – hola, nee, die stijl, die ken ik, dat komt uit De Wereld Morgen.
     Normaal mijd ik die Wereld Morgen-site als de pest. Als ik daar begin te lezen, kan ik niet meer ophouden. Overal ziet de polemist in mij laaghangend fruit van kromme redeneringen en onzinnige uitgangspunten. Er is meteen materiaal voor tien stukjes die zichzelf schrijven en ik wil het mijzelf niet te gemakkelijk maken. Maar nu moest ik wel eens gaan loeren om te zien wat mijn leerlinge nu zelf geschreven had, en wat ze geleend had van die Wereld Morgen-mensen.

     Het stuk dat mijn leerlinge zo geïnspireerd had, bleek te dateren van oktober 2014 en heet ‘Acht wetenschappelijk onderbouwde argumenten tegen Zwarte Piet’. Wetenschappelijk onderbouwd. Acht. Het is geschreven door de ‘gerenommeerde sociaal en cultureel antropoloog Gloria Wekker van de Universiteit van Utrecht.’ En we vernemen nog meer over Gloria. Ze is auteur van  I Am a Gold Coin; The Construction of Selves, Gender and Sexualities in a Female, Working-Class, Afro-Surinamese Setting (1992) en de ‘transcontinentale vervolgstudie’ erop The Politics of Passion; Women's sexual Culture in the Afro-Surinamese Diaspor (2006). Zij is ook co-auteur van ‘Je hebt een kleur, maar je bent Nederlands. Identiteitsformaties van geadopteerden van kleur. Ik zal die boeken allemaal later wel eens lezen.
    Over Zwarte Piet zelf zeg ik liever niets. Gloria heeft immers duidelijk gemaakt ‘dat het palaver daarover onderhand mag stoppen.’ The science has spoken, zoals Obama ooit eens treffend zei. Of zoals Kerk het stelde, met haar nog treffender Gloria locuta, causa finita.

zondag 9 december 2018

De migratiepactcampagne van N-VA

 Om hun kritiek op het Marrakesh-akkoord te ondersteunen, heeft N-VA gedurende enkele uren met zes advertenties de sociale media bestookt. Het goede aan die campagne was dat ze zo kort was. Dat was ook het enige. Voor de rest ben ik het eens met Charles Michel, Filip Dewinter en Bart De Wever. De eerste zei dat de campagne ‘onwaardig’ en ‘onaanvaardbaar’ was. Dat was ze. De tweede zei dat de campagne thuishoorde bij het Vlaams Belang strekking 70-puntenprogramma. Spijker op de kop. En de laatste zei: ‘Dit was fout.’ Inderdaad.
     Die fout laat zich echter niet gemakkelijk onder woorden brengen. Neem nu de tekst van de advertenties. Die begint zes keer met “VN-migratiepact’ en gaat verder met
1.       = focus op behoud van eigen cultuur van de migrant
2.       = verbod op terugsturen van illegale gezinnen
3.       = opsluiten van illegalen moeilijker maken
4.       = toegang tot sociale rechten, ook voor illegalen.
5.       = versoepeling procedures gezinshereniging
6.       = illegaal verblijf niet langer strafbaar.

    Dat zijn inderdaad allemaal dingen die zo ongeveer in dat pact staan. 2°, 4° en 6° zijn te stellig geformuleerd, 1°, 3° en 5° zijn te knullig geformuleerd*, en bij alle punten kun je het voorbehoud maken dat het pact ‘niet-wettelijk bindend’ is. Maar de zes slagzinnen geven aardig de algemene richting van het pact aan, evenals de redenen waarom N-VA er zoveel bezwaren tegen heeft.
     In De Morgen verscheen een ‘Fact check’-artikel waarin professor Coolsaet van Gent beweert dat vijf van de zes stellingen ‘onwaar’ zijn. Dat was een bedenkelijk stuk. Er bestaat inderdaad discussie over de interpretatie van al die punten tussen migratie-voorstanders en migratie-tegenstanders. We konden in de kranten discussies volgen tussen analisten en experts die het niet met elkaar eens waren. Tussen Mark Elchardus en Bogdan Vanden Berghe. Tussen Paul Scheffer en Leo Lucassen. Maar één expert ondervragen – Coolsaet dan nog! – en die zijn interpretatie als ‘feit’ voorstellen, is een ontwaarding van het nobele woord factchecking. Op de Amerikaanse site PolitiFact hebben ze zes beoordelingen voor politieke uitspraken: True, Mostly True, Half True, Mostly False, Full Flop en Pants on Fire. Met die labels zou ik de N-VA-simplificaties ‘Mostly true’ noemen en de Coolsaet-simplificaties ‘Mostly False’.* Iemand die het Marrakesh-pact kan lezen – zoals professor Coolsaet – en niet ziet dat het immigratie makkelijker maakt, zo iemand noem ik blind aan zijn twee bevooroordeelde ogen. Maar ik zal mijn oordeel hierover niet als factchecking verkopen.
     Het gaat echter allemaal niet zozeer om de teksten, maar om de beelden bij die teksten. Iedereen is het erover eens dat daar van alles fout mee was, maar wát er precies fout was, heb ik nergens gehoord of gelezen. Ja, Dirk Vandermaelen (SP.a) … Die vond dat de N-VA-beelden geleken op de campagnes van de nazi’s tegen de Joden … En grote woorden over ‘angst zaaien’ en ‘haat aanwakkeren’ … Maar eventjes ernstig, wát was er fout met die beelden? De beelden bestonden uit:
1.       vier vrouwen met niqaabs op straat
2.       een vliegtuig op een militair aandoend vliegveld
3.       een nachtelijke samenscholing van jonge (wellicht illegale) vreemdelingen
4.       een rij wachtende jongeren waarin een jonge vreemdeling duidelijk in beeld is
5.       drie jonge vreemdelingen die op een bankje met hun gsm bezig zijn
6.       een rubberboot met jonge vreemdelingen op de Middellandse Zee.

Die beelden geven allemaal een stukje Europese werkelijkheid weer. Niqaabs zie je niet zo vaak meer sinds men in veel landen wetten goedkeurde die ze verbieden, maar het is niet denkbeeldig dat die wetten in de toekomst worden aangevochten op grond van het VN-migratiepact. En die militaire vliegtuigen, samenscholingen, wachtrijen, zitbankjes, gsm’s en rubberboten bestaan ook allemaal echt.
     Beelden van immigranten, samen met een tekst tegen de immigratie, zorgt echter onvermijdelijk voor een giftig mengsel. De boodschap van de tekst geeft een kleur af op het beeld dat erbij hoort, en op wie en wat er op dat beeld staat afgebeeld. Protest tegen immigratie wordt zo vanzelf een boodschap van ‘wrok tegenover immigranten’, zoals De Wever het verwoordde. En N-VA mag daar niet aan meedoen, vond hij.
     Eén probleem met beelden is dat ze veralgemenen. Vier vrouwen met niqaabs geven de indruk dat álle moslimvrouwen ongeduldig staan te wachten om zo’n ding aan te trekken. Eén allochtone jongere die op een of andere uitkering wacht, geeft de indruk dat álle jonge allochtonen van uitkeringen leven. Maar een groter probleem met beelden is dat ze emotioneel suggestief zijn. Een vliegtuig op een grimmig plein omringd door prikkeldraad doet aan oorlog denken. Een groepje vreemdelingen dat ’s nachts samendromt, geeft de indruk dat er op criminele daden wordt gebroed. En zo’n rubberboot op de Middellandse Zee zorgt voor emotionele polarisatie. Een goede ziel denkt ‘Och arme’ en een harde tante denkt: ‘Zelf gezocht’.
     Er is één foto waar de beeld-tekstcombinatie helemaal absurd is, die van de drie jongens op een bankje met hun gsm. De tekst keert zich tegen de versoepeling van gezinshereniging, maar op de foto zie je … ja, dus, drie jongens op een bankje met hun gsm. Ze doen wat alle jongens doen als ze op een bankje zitten, niet dagdromen, niet mediteren, geen boek lezen, maar naar hun gsm-scherm staren, naar hun gsm-muziek luisteren, op hun gsm-klavier tokkelen. Wie het beeld ziet, in het kader van een campagne tégen iets, denkt: Wat doen die jongens nu fout? Is het misschien omdat het Marokkanen zijn? Als dat geen racisme is!
     Bij politieke tegenstanders in de politieke wereld en in de pers lees je dat de campagne het ‘ware gelaat’ van N-VA getoond heeft. De Maskers Zijn Afgevallen. Ik vraag me af hoe ik mij dat moet voorstellen. Een vergadering waar Bart De Wever zijn vertrouwelingen aldus toespreekt: ‘Vrienden! Vlamingen! Gij allen weet dat wij hier de enige échte racisten zijn. We hebben dat altijd verborgen moeten houden, maar het is nu of nooit. Met het Marrakesh-pact gooien we de kaarten op tafel. Wij zullen die flauweriken van Vlaams Belang een keer laten zien hoe men een échte extreemrechtse campagne voert.’ En als er dan tegen alle verwachting in reactie komt van de andere partijen en, stel je voor, van de pers, dan is er een nieuwe vergadering, waarop De Wever alweer het woord neemt: ‘Vrienden! Vlamingen! Wij hebben ons misrekend. We hadden nooit verwacht dat we van alle kanten zouden worden aangevallen. De pers is ons niet gevolgd. Iedereen zet zijn masker weer op. Klaar?’
    Ik denk niet dat het zo gegaan is. En misschien was het ook niet één vergadering, en één leider, maar een reeks vergaderingen, gesprekken in de wandelgang, e-mails en telefoontjes, waarin zinnen vielen waren als deze:

-    Mannekens, we zijn nu al een week aan het inpraten op onze regeringspartners en ze luisteren niet. Zouden we niet eens uitleggen aan de bevolking waarover het gaat?
-      Zeg vriend, vat dat pact een keer samen in zes korte zinnen.
-    Wie heeft er een plaatje over de gezinshereniging? Nee, we kunnen geen cartoons gebruiken. Misschien iets met vreemdelingen die aan het telefoneren zijn met hun achtergebleven gezin.
-    Ge vindt geen foto’s met boerka’s? Zoek eens op Duitse sites. Daar is dat langer toegelaten geweest. Google eens op ‘die Burka, b-u-r-k-a’ of misschien ‘der Nikab, n-i-k-a-b.’
-    Aha, dat zijn ze … mja … mja … ’t is niet ideaal, maar zet ze er maar op. Beter iets dan niets.***
En ten slotte:
-    Wááát? Zijt ge daar allemaal zot geworden? Ziet ge dan niet dat dat een Vlaams Blok-campagne is?

     Dat laatste is in elk geval wat een klein kind van op afstand kon ruiken en zien. Maar de communicatiemedewerkers en -verantwoordelijken wáren geen kleine kinderen, en, veel erger, ze roken of keken niet vanop afstand, ze zaten er met hun neus op. Ze waren gehaast. Ze waren zo bezig met de boodschap die ze wílden overbrengen, dat ze vergaten wélke boodschap er nu ook echt overkwám.**** Mijn zoon Jan begrijpt niet hoe specialisten die dag en nacht met iets bezig zijn, fouten maken waar de eerste de beste leek voor zou passen. Hij begrijpt niet dat dat juist komt omdát die specialisten dag en nacht ergens mee bezig zijn en dat ze daardoor gevangen raken in hun eigen kronkels en redeneringen.
     Wat zullen de gevolgen zijn van de afgevoerde campagne? Voorstanders van soepeler immigratie zullen de blunder aangrijpen om immigratie-critici te jennen. Hoe zou ik zelf zijn? Genuanceerde N-VA-kiezers zullen met argwaan kijken naar de verdere communicatie van de partij. Ze hebben gelijk. Radicalen zullen boos zijn omdat de campagne weer werd ingetrokken. Radicalen zijn snel boos. En binnen de partij zal er wat geduw en getrek zijn. Dat hoort erbij. Voor verkiezingscijfers zal dat allemaal niet veel verschil maken.
     Het belangrijkste in de hele affaire is of N-VA er iets uit zal leren. Er zijn een paar eenvoudige regels. Slaap er een nachtje over voor je een campagne lanceert. Probeer geen analyse te brengen in slagzinnen. Gebruik geen prentjes af van migranten, behalve als rolmodel – jonge moslima’s zónder hoofddoek bijvoorbeeld. Dat is allemaal eenvoudig. Een moeilijker regel is deze: hoe meer je aandringt op het stopzetten van ongewenste immigratie, hoe meer je nadruk moet leggen op de integratie van hen die al geïmmigreerd zijn. Dát is allesbehalve eenvoudig. Het is een dubbele boodschap en een dubbele boodschap is moeilijk om overtuigend over te brengen. Brutus probeerde het na de moord op Caesar. ‘Caesar was slecht want hij wou koning worden, maar hij was ook goed want hij heeft veel voor Rome gedaan.’ Brutus heeft het met die boodschap moeten afleggen tegen de populist Antonius. Die had een veel eenvoudiger boodschap: ‘Brutus is een rijke stinkerd en we gaan hier alles kapotslaan.’
     Zó ‘laagdrempelig’ mag de boodschap van een fatsoenlijke partij nooit worden. Dan maar een dubbele. Maar hóe je dat moet doen, dat moet je aan specialisten vragen. En je moeet hen daar enkele nachtjes over laten slapen.*****


* Slagzinnen zijn geschikt om eisen te stellen, maar zijn een onhandige manier om feiten of analyses weer te geven. Lenin heeft zijn revolutie niet gewonnen met slagzinnen als ‘Regering schiet te kort in de broodvoorziening’ of ‘Nieuw besluit schuift landbouwhervorming op lange baan’ of ‘Buitenlandse beleid laat kansen op vrede onbenut’. Zo werkt het niet. ‘Brood’, ‘Land’, ‘Vrede’, zo werk het. Enkele woorden, geen zinnen.

** Op Doorbraak verscheen een uitgebreid artikel over die bedenkelijke factchecking.

*** In dit scenario kan nog altijd sprake zijn van onbewust racisme – een racisme dat ervoor zorgt dat de racist het racisme van zijn fotokeuze niet opmerkt. Allemaal mogelijk hoor. Maar dat dat de foto van de drie gsm-jongens op het bankje verklaart, dat geloof ik niet.

**** Uit Mad Men heb ik geleerd dat reclamebureaus hun campagne eerst uittesten bij een steekproef uit de doelgroep. Dat is een manier om het verschil te zien tussen wat je wíl dat er overkomt en wat er écht overkomt.

***** Ik heb ondertussen de nieuwe campagne van N-VA gezien. Ze hebben op mijn goede raad niet gewacht. Geen prentjes van migranten. Enkele woorden, geen zinnen. Net wat ik zei.