Posts tonen met het label Comac. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Comac. Alle posts tonen

vrijdag 5 mei 2017

Theo Francken, de pers, de 'gewone burger' en Movement X

     Mag ik na mijn stukje van eergisteren nóg iets zeggen over de verstoorde lezing van Theo Francken?
     Tegenstanders van Francken beweren dat zijn lezing mocht of moest worden verstoord omdat de pers bij een soortgelijk evenement in Gent was geweerd. Dat lijkt mij even onzinnig als zeggen dat de toespraak mocht worden verstoord omdat Francken Carapils drinkt, met kleine muntjes betaalt, zijn kinderen verwaarloost of zijn oude oma nooit een bezoek brengt. Al die gedragingen zouden Francken in mindere of meerdere mate onsympathiek maken. Maar ze zijn geen reden om zijn toespraak te verstoren.
     Maar werd de pers geweerd in Gent? Ik heb de getuigenissen van Thomas Decreus, Dominique Willaert en Saskia van Nieuwenhove gelezen en die beweren van wel. Ik geloof niet dat die brave mensen zomaar wat verzinnen. Ze geven trouwens feiten: VTM-camera’s moesten de zaal verlaten, een journalist zonder perskaart moest ook de zaal verlaten, de andere journalisten bleven zitten. Mij lijkt het evenwel heel onredelijk om die feiten samen te vatten met de woorden ‘de pers werd geweerd’. De Morgen heeft met de aanwezige journalisten gesproken en is tot hetzelfde besluit gekomen. ‘Francken weerde geen pers uit lezing UGent,’ kopt de krant.
     Dat Thomas en zijn vrienden een licht dossier in een erg zware kaft presenteerden, bleek ook al uit het volgende. Ze herhaalden steeds maar dat Francken de pers niet alleen uit de zaal geweerd had, maar dat hij daarna dezelfde pers, die dus ondanks het weren nog altijd in de zaal aanwezig was, dat hij diezelfde pers geïntimideerd had door zijn toespraak te beginnen met de vraag: ‘Zijn er journalisten in de zaal?’ Mijn vrouw is journalist, mét een perskaart, en ik vroeg haar of ze zich door zo’n vraag geïntimideerd zou voelen. ‘Ik zou beginnen blozen,’ zei ze, ‘en heel stilletjes de zaal buitensluipen.’ Mijn vrouw heeft een sarcastisch kantje.
     Er is trouwens nog een zwaarwegend feit dat Thomas en zijn vrienden telkens herhalen. Een ‘gewone burger’ die de lezing van Francken drie keer onderbroken had om een kritische vraag te stellen, ‘werd,’ zo schrijft Christophe Callewaert, ‘door Francken aangemaand om zijn vraag op te sparen voor het vragenkwartiertje en verliet toen de aula.’ Een week later wilde hij zich inschrijven voor dezelfde lezing in Kortrijk, maar daar werd hij door de organisatoren geweigerd.
     Mijn lezers vinden het misschien eigenaardig dat die ‘gewone burger’ twee keer dezelfde lezing voor studenten wil bijwonen, één keer in Gent en één keer Kortrijk. Ik niet. Ik ken die ‘gewone burger’ – bij wijze van spreken dan. Ik ben vaak genoeg zelf die ‘gewone burger’ geweest.
     Lang, heel lang geleden was de PVDA een piepklein partijtje en ik was er lid van. Op de bijeenkomsten van dat partijtje kwam weinig volk af. Er werd daarom beslist om naar bijeenkomsten te gaan van andere – meestal linkse – partijen en daar vanuit de zaal tussenkomsten te doen in de vorm van vragen. Kwam bijvoorbeeld Jef Turf van de KP spreken in Ieper,  dan nam ik plaats in de zaal en wachtte mijn moment af om een kritische vraag te stellen over het verraad van de KP aan de Oktoberrevolutie. Kwam hij de week erna in Kortrijk, dan zat ik daar klaar met dezelfde vraag. En ook in Roeselare stelde ik mijn vraag over de Oktoberrevolutie. Turf gaf iedere keer ongeveer hetzelfde antwoord en besloot dan dat het nu de beurt was aan anderen om hun vraag te stellen. Hij wist dat ik anders nog wat vragen op mijn spiekbriefje staan had, over het ‘sociaal-imperialisme’, het ‘revisionisme’, het ‘reformisme’ en het ‘parlementarisme’.
     Een vereniging die een controversiële lezing organiseert, weet dat in de zaal ‘gewone burgers’ kunnen binnensluipen om daar, op kosten van de vereniging en onder de vlag van een kritische vraag, hun mening te verkondigen. Ze kan daar op verschillende manier mee omgaan. Mij werd wel eens de toegang ontzegd tot een  KP-bijeenkomst, of tot een lezing van Willy Courteaux, of een voordracht van vzw Vrede, dat toen nog anti-PVDA was. De vereniging had daar het recht toe. Maar meestal was men toleranter en werd ik geduld op voorwaarde dat ik mijn tussenkomsten beperkte en ze opspaarde voor het vragenuurtje.
     Het Vlaams Rechtgenootschap (VRG), de studentenorganisatie die de Theo-lezingen organiseert, is blijkbaar voorzichtiger en wil haar lezingen tot studenten van de plaatselijke universiteit beperken. Ze vraagt aan belangstellenden om zich vooraf in te schrijven. Bij voetbalwedstrijden tussen KV Mechelen en Lierse moesten Jan en ik ons ook vooraf inschrijven, want dat waren ‘risico-wedstrijden’. Zo’n regeling met voorafgaande inschrijving doet geen afbreuk aan democratie of vrije meningsuiting, maar erg open en tolerant is het niet, en er spreekt enig wantrouwen uit.
     Maar misschien is enig wantrouwen terecht. Naar het zich laat aanzien was de blokkade aan de VUB het werk van Movement X van Abou Jahjah. Movement X had echter, naast de blokkade, ook een plan B, zoals blijkt uit een facebookbericht van de beweging: ‘Er waren door het Movement X legal team reeds zeer kritische vragen opgesteld en onder studenten verdeeld om te stellen tijden (sic) de lezing.’ Ik probeer mij voor te stellen hoe dat vragen stellen moest verlopen en het beeld dat ik daarbij krijg is niet rooskleurig.
     Comac, de studentenorganisatie van de PVDA, heeft de blokkade veroordeeld op tactische gronden (‘niet efficiënt’). Ik zal, geloof ik, de tijd nog meemaken dat de PVDA zulke blokkades tegen rechtse bijeenkomsten ook op principiële gronden veroordeelt, zoals Bernie Sanders dat al deed in de VS.
     Maar met die Movement X zullen we nog veel last krijgen.

woensdag 3 mei 2017

Theo Francken geboycot aan de VUB

     Dinsdagavond zou Theo Francken een toespraak houden in auditorium Q van de VUB. In dat auditorium heb ik vroeger PVDA-leider Ludo Martens vaak horen spreken van de wereldrevolutie die komen zou. Francken van zijn kant kwam spreken over het vluchtelingenbeleid, op uitnodiging van een studentenkring. Dat is niet doorgegaan want een honderdtal betogers hebben de toegang tot het gebouw geblokkeerd. De lezing werd afgelast. Op De Wereld Morgen schreven Christophe Callewaert (hier) en Thomas Decreus (hier) enthousiaste artikels over die boycotactie: Theo Francken moest ‘afdruipen’; een vertegenwoordiger van de studentenkring moest ook ‘afdruipen’; en er was een sambaorkest.
     Ik deel het enthousiasme van De Wereld Morgen niet. Ik ben voorstander van het vrije woord, voor Theo Francken, voor Comac, voor Hart boven Hard, voor Movement X, voor Vluchtelingenwerk Vlaanderen en voor De Wereld Morgen zelf. Ik word er zelfs een beetje plechtig van en verklaar dat vrije woord – met enige schroom – heilig. Maar ik ben bereid naar tegenargumentatie te luisteren. Soms is die ontwapenend. Op Facebook schreef iemand dat door de lezingen van Francken ‘jonge studenten het slachtoffer werden van desinformatie’. Is dat niet enig? Niet zomaar studenten, maar jonge studenten, onschuldige studenten, weerloze studenten.
     Thomas Decreus heeft de argumentatie voor de boycot netjes onder vijf kopjes ondergebracht.

(1)    Francken is de vertegenwoordiger van een omstreden beleid.
(2)    Francken valt zelf de vrije meningsuiting aan
(3)    Francken doet aan eenrichtingspropaganda
(4)    De wetenschappelijke waarde van Franckens lezingen is discutabel
(5)    De vrijheid van meningsuiting en debat is niet heilig.

     Aan mijn leerlingen geef ik het volgende trucje mee om een valabel argument te herkennen. Je formuleert je stelling met ‘moeten’ of ‘mogen’ en daarna formuleer je een nevengeschikte zin die begint met ‘want’. Als we dit trucje hier toepassen, is meteen duidelijk dat (2), (3) en (4) geen argumenten zijn. Probeer maar eens.

(2)  Zo’n lezing moet geboycot worden  want Francken valt zelf de vrije
        meningsuiting aan.
       Hoezo? Mag je dan dezelfde fout maken als je tegenstander?
(3)  Zo’n lezing moet geboycot worden want Francken doet aan eenrichtings-
        propaganda?
        Hoezo? Mogen voortaan alleen nog tegensprekelijke debatten georganiseerd worden en geen toespraken meer? En wie
          bepaalt wat propaganda is?

 (4)  Zo’n lezing moet geboycot worden – want Francken zijn wetenschappelijke
         waarde is discutabel.
         Hoezo?  Sinds wanneer moeten politici aan wetenschappelijke criteria voldoen?

    
      Zelfs als al die uitspraken waar zouden zijn, en Decreus overtuigt mij daar alvast niet van, dan nog zijn dat geen redenen om een boycot goed te praten*.
     Argument (1) heeft potentieel, maar dan ter ondersteuning van een andere stelling. ‘Het is volstrekt normaal,’ schrijft Decreus, ‘dat tegen een machthebber actie gevoerd wordt door activisten of mensen met een andere mening. Dat is geen beperking van de vrije meningsuiting, maar net een daad van vrije meningsuiting.’ Daar ga ik volledig mee akkoord. Alleen mag die actie er niet in bestaan iemand, een machthebber of wie dan ook, het spreken te beletten.
     Wie actie wil voeren kan bijvoorbeeld zelf een lezing organiseren waarin het beleid van Francken door de mangel wordt gehaald. Ook kan men een waardige protestbijeenkomst organiseren kort bij, maar toch op veilige afstand van, de plaats waar Francken zal spreken. Vanuit die bijeenkomst kan men dan drie of vier mensen afvaardigen om afkeurende pamfletten uit te delen aan het publiek. Ook heb ik er geen bezwaar tegen dat op die protestbijeenkomst een sambaorkestje de sfeer erin houdt, zeker als het koud is. Maar de deur blokkeren kan niet. En voor alle duidelijkheid: in groep de zaal binnentrekken om het spreken door boegeroep te beletten – dat kan ook niet.
     Argument (5) dan: de vrije meningsuiting is niet heilig. Decreus geeft een aantal voorbeelden van meningen die niet kunnen worden toegelaten: de holocaust heeft niet plaatsgevonden, er is geen klimaatopwarming, vrouwen zijn inferieur en, ten slotte, roken is gezond. Van die klimaatopwarming weet ik het niet zeker, maar die andere drie meningen zijn onzin. Anderzijds: het meeste van wat Decreus vertelt vind ik ook onzin. Toch zou ik hem het schrijven niet willen beletten.
     De laatste alinea van Decreus heeft een groot ‘war is peace, freedom is slavery, ignorance is strength’-gehalte. Het vrije debat ‘is altijd begrensd, en maar goed ook,’ schrijft hij.  ‘De strijd waar die grenzen liggen is de democratische strijd bij uitstek.’ De democratie moet zich dus bij uitstek bezig houden met … het begrenzen van de democratische vrijheden. Dat is een eigenaardige prioriteit. Daar komt de vraag bij hoe die democratie tot zo’n begrenzing moet komen. Het antwoord, vrees ik, staat in het artikel van Christophe Callewaert. ‘Wat dinsdagavond zo bijzonder maakte, is dat de Esplanade van de VUB één uur lang een democratische ruimte werd waar honderden jonge mensen hevig discussieerden over wat er gebeurd was. Hoelang zou dat nog geleden zijn.’
     Het is niet de democratie van verkiezingen, het is niet de democratie van verkozenen des volks (zoals Francken), het is niet de democratie van referenda, het is niet de democratie van de loting – het is de democratie van een honderdtal hevig discussiërende betogers en een sambaorkest.

 
* De uitwerking van argumenten (2), (3) en (4) bevat de nodige larie over het ‘weren en intimideren van journalisten’, de historische context van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, en dergelijke meer. Decreus beweert heel stellig dat de aanslagplegers in Zaventem en Brussel geen vluchtelingen waren. Beantwoordt Osama Krayem dan niet aan de omschrijving van vluchteling?