Posts tonen met het label Jan Van Duppen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jan Van Duppen. Alle posts tonen

zaterdag 14 januari 2023

De 'graaidag' van de PVDA en andere kortjes


De ‘graaidag’ van de PVDA.
 Klassiek-liberalen trekken graag de aandacht op de fiscale bevrijdingsdag, de dag dat we genoeg gewerkt hebben om alle belastingen van het hele jaar te betalen, en we dus eindelijk kunnen beginnen te werken voor ons eigen vrij te besteden zakgeld. Die dag valt in ons land erg laat, ergens in augustus. De PVDA heeft ook zo’n dag, de ‘graaidag’. Dat is de dag dat de CEO van een Bel-20 bedrijf evenveel verdiend heeft als wat een gemiddelde werknemer in zijn bedrijf verdient in de rest van het jaar. Die dag blijkt op 9 januari te vallen. Met andere woorden, na vijfenhalve werkdag heeft zo’n CEO evenveel verdiend als de anderen in 260 dagen. Zoiets stuit tegen de borst. Die 30.000 mensen van bijvoorbeeld Colruyt hebben samen een bepaald resultaat bereikt, en één van die 30.000 krijgt daar een vijftig keer groter stuk van de anderen. 
   Wij redeneren in zulke zaken gemakkelijk als mammoetjagers die na een succesvolle jacht de buit in gelijke delen verdelen. Maar als werknemer van Colruyt zou ik er toch liever een excel rekenblad bijhalen. Dan kan ik uitrekenen dat ik bij een verdeling van het CEO-loon over alle werknemers ongeveer 0,17 procent meer zou verdienen. Dat is niet veel. Dan heb ik liever een goede CEO die het bedrijf gezond houdt. Hebben we een CEO die op een failliet afstuurt, dan donderen we die eruit en nemen een betere, ook al kost die dubbel zoveel, en moet ik nog eens 0,17 procent van mijn loon inleveren. 

De paradoxen van Groen-Links. Als linksen zijn de Groenen tegen de bedrijfswagens; als groenen moeten ze vaststellen dat bijna alle elektrische auto’s bedrijfswagens zijn. Als linksen zijn ze tegen ‘kansarmoede’; als groenen willen ze de hele bevolking een autoloos, kleinbehuisd bestaan opdringen, zonder vliegtuigvakanties  een bestaan dus typisch voor de kansarmoede. Als linksen zijn de Groenen voor een sociaal beleid dat gefinancierd wordt door staatsschulden; als groenen zijn ze tegen ‘ongebreidelde’ economische groei – het enige middel om die schulden af te betalen. Pieter Laleman noemt dat op zijn FB-pagina de ‘catch-22’ van de Groenen.

Kansarmoede. ‘Kansarmoede’ is een neologisme voor ‘armoede’. Het vorige woord was beter, want armoede betekent niet alleen dat je arm bent aan kansen – uiteraard – maar dat je ook arm bent op alle andere gebieden: kwaliteitsvoedsel, behuizing, vervoersmiddelen, elektronische apparatuur, mogelijkheid om te reizen. Het nieuwe woord schept ook verwarring tussen ‘kansen krijgen’ en ‘kansen grijpen’. In de 19de eeuw zag men in de arme een individu dat weigerde kansen te grijpen, in de 21ste eeuw ziet men de arme als een slachtoffer van de maatschappij die weigert om kansen te geven. Geen van beide visies biedt een evenwichtige verklaring van de armoede.

Tot slaaf gemaakten. Ik heb taalkundige en stilistische bezwaren tegen het woke neologisme tot-slaaf-gemaakte.  Vroeger kon je in de geschiedenisles zeggen: ‘Caesar liet een miljoen Galliërs vermoorden en liet een ander miljoen als slaven wegvoeren en verkopen. Ook de kinderen en verdere afstammelingen van die slaven werden als slaaf geboren.’ Nu zou je moeten zeggen dat Caesar een miljoen Galliers als tot-slaaf-gemaakten liet wegvoeren en verkopen en dat ook de kinderen en verdere afstammelingen van die tot-slaaf-gemaakten als tot-slaaf-gemaakten werden geboren. Iemand legde mij onlangs uit waarom die laatste verwoording beter is. ‘Slavernij is een door mensen gemaakt sociaal systeem. Dus ook de pas geborene wordt door dat systeem tot slaaf gemaakt.’ Ik denk dat dat met de oude verwoording ook duidelijk was. 

Doel en middel. Bertolt Brecht had volgens Hannah Arendt – ik las dat op de FB-pagina van Jan van Duppen – al snel begrepen dat de communisten waar hij zich bij aansloot moreel slechte middelen gebruikten om het communistisch paradijs naderbij te brengen. Hij keurde dat goed. Dat bewijst dat Brecht redeneerde als een cynisch pragmaticus en niet als een echte communist. De cynische pragmaticus vindt dat je slechte middelen mag gebruiken om een goed doel te bereiken. Een echte communist redeneert anders. Die vindt dat alle middelen om het goede doel te bereiken meteen ook moreel goed zijn. Een klassiek-liberaal ziet dat nog anders. Die heeft liever dat er géén algemeen doel wordt vastgelegd, en hij kijkt vooral naar de middelen zelf. Voor hem óntheiligen slechte middelen een zogenaamd goed doel.

Verslaving. Wanneer ben je van een verslaving af? Toen ik gestopt was met roken, droomde ik ’s nachts vaak dat ik een sigaret opstak en dan onmiddellijk vervuld werd van een immens maar vaag schuldgevoel – het gevoel dat ik iets onherroepelijk kapot had gemaakt, zonder goed te beseffen wát ik juist kapot had gemaakt. Ik heb die droom al meer dan twintig jaar niet meer gehad. Ben ik nu van mijn verslaving af?

Boek en film. Ik heb vorig jaar minder dan dertig boeken gelezen en meer dan driehonderd films gezien. Gelukkig voor mij scheef Paul van Ostaijen, in een parodie op Lukas 7:47, ‘U zal veel vergeven worden want ge hebt veel films gezien.’

Cash geld. Ik lees op FB af en toe een oproep om meer met cash geld te betalen. Digitaal betalen vergroot de controle van de overheid over ons geld. Maar wat doe je met cash geld in huis? Een veel gebruikte oplossing is om de bankbiljetten tussen de bladen van een boek te verbergen. Heb je maar tien boeken in huis, dan is dat natuurlijk geen veilige methode. De dieven hebben het geld zo gevonden. Heb je meer dan tien boekenkásten in huis, dan kun je eraan beginnen. Pas op: niet alle geld in één boek verbergen! Spreid je risico’s.

Ons brein. Immanuel Kant heeft de vraag opgeworpen of ons brein wel uitgerust is om de wereld, het ‘Ding an sich’, te doorgronden. De moderne wetenschap heeft die kwestie concreter gemaakt door theorieën te ontwerpen zoals de quantummechanica die wel ‘werken’, maar die zo tegen onze intuïtieve categorieën ingaan dat we ze niet echt ‘begrijpen’, zodat die hele microcosmos een mysterie blijft. Maarten Boudry doet daar heel optimistisch over. ‘De mysterie-mensen vergeten te gemakkelijk dat vroegere wetenschappelijke theorieën de mensheid even verbijsterd achterlieten: de relativiteitstheorie, de evolutieleer, het heliocentrisme.’
 
    Over de mensheid durf ik niets te zeggen, maar de evolutieleer heb ikzelf in ieder geval onmiddellijk begrepen toen men ze mij voor het eerst uitlegde. Niks verbijstering. Die theorie is zo eenvoudig, té eenvoudig eigenlijk, dat je de essentie ervan in twee alinea’s uitgelegd krijgt. Wil je de technische details, dan heb je minstens tien boeken nodig. En probeer je iets tussenin, dan krijg je een misbaksel als Kaas en de evolutieleer van Bas Haring, die dan weer een absoluut schitterende inleiding in de economische theorie heeft geschreven.

vrijdag 27 november 2020

Immigratie, ontwikkelingshulp en de kost-voor-ons

  

   Helemaal aan het begin van zijn boek, schrijft Collier (zie ook hier en hierdat er een morele verplichting bestaat om arme mensen van andere landen te helpen, maar dat dat niet inhoudt dat die mensen zich vrij in ons land mogen vestigen. De twee delen van de stelling zijn een aardig doelwit voor wie tot kritiek geneigd is.
     Neem het eerste deel. Móeten we de armen in andere landen helpen, meer zelfs, kúnnen we de armen in andere landen helpen? Collier is een specialist ter zake en geeft toe dat die hulp vaak erg weinig zoden aan de dijk zet. Toch blijft hij voorstander van zo’n hulp, omdat ze toch iets oplevert – alle beetjes helpen – en omdat hij zich beter in zijn vel voelt  in een hulpvaardige, solidaire samenleving, dan in een egoïstische elk-voor-zich maatschappij.* 
     Zo’n houding komt dicht in de buurt van het ‘helpen voor het eigen goede gevoel’ dat Jan Van Duppen graag over de hekel haalt. Maar dat goede gevoel is natuurlijk de reden waarom we bijna alles doen: eten, drinken, seks, hardlopen met douche achteraf, op Youtube naar filmpjes kijken waarin iemand uitglijdt over een bananenschil. Waarom dan niet lekker allemaal samen mensen helpen? Excuses verzinnen om niet te helpen, doe je ook voor het goede gevoel, en dat lijkt mij moreel iets minder. Dan liever helpen.**
     Daarmee komen we aan deel twee. Het binnenlaten van immigranten uit arme landen is zonder enige twijfel een vorm van hulp. Voor de migranten zelf, want als ze in een Westers land werken, kunnen ze met dezelfde arbeidsinspanning gemakkelijk 400 % meer verdienen dan in het land van herkomst, zonder dat daar iemand anders iets bij verliest. Het is, zegt Collier, wat in de economie het dichtste komt bij een ‘free lunch’. Bovendien zullen ze een deel van dat inkomen doorstorten naar de familie in het land van herkomst, gemiddeld jaarlijks 1000 dollar per persoon***, samen 400 miljard dollar per jaar, wat vier keer meer is dan alle ontwikkelingshulp samen.
     Toch zijn die geldstortingen vandaag geen argument voor een ruimer immigratiebeleid. Het tegenovergestelde is waar. Het is juist een strikt immigratiebeleid dat samengaat met hogere stortingen, en een ruim migratiebeleid met lagere stortingen. Dat komt vooral doordat men in dat laatste geval gewoon de familieleden laat overkomen, in plaats van geld voor hen te storten.
     Die geldstortingen laten zien dat willen helpen onvoldoende is voor goed beleid. Voor je het weet, bereik je het tegenovergestelde van wat je nastreeft. En dat is een eerste reden om hulp aan arme landen en vrije immigratie niet op één hoopje te gooien. De tweede reden ligt voor de hand: met een ruim immigratiebeleid helpen we alleen een beperkt aantal individuen uit de arme landen, en dan nog degenen die de hulp minder nodig hebben dan de achterblijvers. Wellicht kunnen we dus, als we goed nadenken, met eenzelfde kost voor ons, meer hulp bieden aan hen die ze het meest nodig hebben.
    Die kost-voor-ons is een belangrijk gegeven in de redenering van Collier en beslaat deel twee van het boek. Weegt die kost op tegen het onmiskenbare voordeel die migranten halen uit hun verhuis? Zo’n vraag schept een utilitaristisch kader, en Collier wil het moreel debat niet tot dat kader verengen. Hij betrekt er het bestaansrecht van de natie bij, en past een soort Gouden Regel toe op de betrekkingen tussen gemeenschappen, waarbij de voordelen niet uitsluitend aan één kant mogen liggen.  Maar zelfs zonder de omweg van de Gouden Regel en het bestaansrecht van naties, brengt hij genoeg elementen aan om een afweging te maken.
     Langs de kant van de migrant wordt het torenhoge economische voordeel enigszins getemperd door de lage sociale positie die hij inneemt in de nieuwe maatschappij. En langs de kant van de autochtoon stapelen de nadelen zich op. Wellicht is er ooit een direct economisch voordeel geweest, in de tijd van de ‘gastarbeid’, maar dat veranderde in een nadeel naarmate de tewerkstellingsgraad van de migranten verminderde. Belangrijker nu zijn de sociale nadelen: meer wantrouwen, verhoogde criminaliteit, vandalisme, profitariaat ... Dat zijn allemaal kwalen die ook zonder immigratie voorkomen, maar ze nemen er wel door toe, zowel onder allochtonen als, misschien verrassend, onder autochtonen.
     Uiteindelijk moeten die sociale nadelen ook tot economische nadelen leiden. Meer wantrouwen bijvoorbeeld leidt tot stijgende ‘transactiekosten’. Er zijn altijd maar meer advocaten nodig. Leraren en scholen moeten zich beter indekken met papierwerk en dossiers, ziekenhuizen moeten een groter deel van hun inkomsten apart leggen voor processen wegens – soms kleine –  medische fouten. En wie gaat de schade betalen die juf Magalie geleden heeft? Niet de ouders die klacht neerlegden, want die hebben, naar het schijnt, ‘correct en zorgvuldig gehandeld.’ **** Moet er dan een fonds worden aangelegd voor de toekomstige Magalies?
     Hoe hoog lopen die sociale kosten eigenlijk op als je ze samentelt? Collier klaagt niet graag over het verleden. Wat gebeurd is, gebeurd. Gedane zaken nemen geen keer. Maar als het om de toekomst gaat, hoopt hij vurig op een succesvol afremmen van de migratie en op een spoedige en succesvolle integratie van de diaspora. Als praktisch ingesteld man, heeft hij voor die integratie een aantal redelijke voorstellen, maar hoe snel die resultaat kunnen opleveren, daarover durft hij niet te speculeren.
     Ik zie op Facebook soms landkaarten passeren, gepost door global warmers, waarop heel Vlaanderen in de toekomst overspoeld is door de Noordzee. Dat is sneu voor Vlaanderen. Wat zijn de equivalente doemscenario’s voor migratie? Die bestaan: de ‘rivers of blood’ van Enoch Powell, de ‘soumission’ van Houellebecq, de rechtse dictaturen in dystopische films als ‘Children of Men’ of ‘V for Vendetta’, waar respectievelijk de migranten en de moslims gewelddadig worden onderdrukt. Je weet niet wat erger is: die rivieren, die onderwerping of die onderdrukking.
         Dystopische voorspellingen komen meestal niet uit. Dat weet Collier, en hij is voorzichtig. In zijn slot verwoordt hij het zo: ‘Het is mogelijk dat een permanent toenemende culturele diversiteit  geleidelijk de zorg voor elkaar ondermijnt en dat niet-geïntegreerde diaspora’s blijven vasthouden aan disfunctionele aspecten van de sociale modellen van hun thuislanden … Zoiets zou wel eens verrassende gevolgen kunnen hebben.’ 
     Wie het gehele stuk doorneemt, zal zien wat met die verrassende gevolgen bedoeld wordt: een blijvende economische ineenstorting en stagnatie. Dat is dan een serieuze kost-voor-ons.

  

* Hij geeft terloops nog een derde argument. Een deel van de ontwikkelingshulp zou kunnen worden gezien als een compensatie voor de opleiding die migranten ontvangen hebben in de landen van herkomst, waar de landen van aankomst dan van profiteren. De kost van die opleiding is volgens Collier van dezelfde ordegrootte als de ontwikkelingsbudgetten. 

** Er is natuurlijk een heel verschil tussen de morele plicht om te helpen en de wettelijke verplichting om belastingen te betalen voor ontwikkelingshulp. Dát is weer een heel ander probleem. 

*** De bedragen die migranten storten aan familie in de landen van herkomst variëren erg. Senegalezen in Spanje storten 50 procent van hun inkomen, Salvadoranen en Mexicanen in de VS respectievelijk 38  en 31 %, Marokkanen in Frankrijk 10 procent en Turken in Duitsland 2 procent. 

**** Dat was de uitspraak van de rechtbank. ‘Correct en zorgvuldig’ verwijst hier naar juridische normen, de enige die mogen meespelen in een proces. De rechter had dus waarschijnlijk gelijk. Maar in een gewone morele context, was het gedrag van de ouders allesbehalve ‘correct en zorgvuldig’.

 

zondag 10 februari 2019

De leugen van Joke Schauvliege

     Als ik minister was van iets en ik deed een domme uitspraak waarmee ik half Vlaanderen over mij heen kreeg, dan was ik geloof ik liever bij N-VA dan bij CD&V. Misschien heeft Wouter Beke gedaan wat in zijn vermogen lag om zijn partijgenote Joke Schauvliege te steunen, maar dan is dat vermogen eerder beperkt.
    Maar misschien moeten we verder kijken dan de beperkte vermogens en de wat zwakke ruggengraat van de huidige CD&V-leiders. Walter Pauli van Knack is iemand die verder heeft gekeken. Hij veronderstelt dat CD&V in de zaak Schauvliege meer belang hechtte aan ‘algemene regels’ dan aan het eigen partijbelang, wat bij N-VA anders zou zijn. Dat zou mooi zijn van CD&V, maar ik geloof er niet veel van. Anderen denken dat CD&V het niet eens zo erg vond om een zwakke vakminister af te voeren. Dan heeft de partij daar zo kort voor de verkiezingen een ongelukkig moment voor gekozen. En of Schauvliege nu echt zo’n zwakke minister was, weet ik niet. De journalisten schrijven dat, maar weten zij dat zelf wel zo goed?

     Er is een derde verklaring die ik oorspronkelijk de meest aannemelijke vond. Schauvliege heeft zich met haar uitspraken tégen de klimaatbetogers uitgesproken, terwijl CD&V die jongens en meisjes liever te vriend hield en zeker niet wou afstoten als mogelijke kiezertjes. Dat zou geen slechte strategie zijn. De betogers prijzen voor hun bezorgdheid en hun idealisme en daarna heimelijk de ecorealistische koers voeren die N-VA meer openlijk voorstaat. Maar dan kwam Beke achteraf verklaren dat de klimaatbeweging ‘gekaapt werd door extreemlinks’. Zo hou je die beweging natuurlijk niet te vriend.
     Ja maar Clerick, zul je zeggen, die Schauvliege heeft toch gelógen. Heeft dat er dan niets mee te maken?
     Nou ja, gelogen ... Het gebeurt inderdaad wel eens dat onze politieke vertegenwoordigers wat – hoe zal ik het zeggen – lichtzinnig omspringen met de waarheid: loze beloftes, halve waarheden, slechte rekenkunde, grootspraak, misleidende woordkeuze, leugentjes om bestwil, spreken zonder nadenken, eigen twijfels die overschreeuwd worden, vermoedens die als zekerheid worden voorgesteld, een doelpubliek dat naar de mond wordt gepraat. Je mag dat van mij allemaal ‘leugens’ noemen. Zelf weerleg ik liever iets wat ik onwaar vind, dan luid te roepen dat de ander een vuile leugenaar is.* Ik las bij Liesbeth van Impe dat de beschuldiging van ‘leugenaar’ altijd geschrapt wordt uit de verslagen van het Parlement. Dat lijkt mij een goede gewoonte.
    Want wat heeft Schauvliege ook weer gezegd: ‘Er zit meer achter dan alleen een spontane actie voor ons klimaat. Ik weet wie achter heel die beweging zit, zowel de zondagse betogingen als de spijbelaars op donderdag. Men heeft mij dat ook verteld vanuit de Staatsveiligheid.’
     We weten ondertussen dankzij CD&V en De Tijd ongeveer wie Schauvliege bedoelde als ze sprak over ‘wie achter heel die beweging zit’: organisaties als Climaxi, Climate Express, Act for Climate Justice, Greenpeace, De Wereld Morgen, Hart boven Hard … En in die organisaties zijn of waren mensen actief als de anarchist Arno Kempynck en PVDA-leden Nathalie Eggermont en Wiebe Euyekman.
     Wiebe Eekman! Ik kom met een plons terecht in het zwembad van mijn jeugdherinneringen. Daarin is Wiebe een hele lange kerel, met een luide stem, een goed humeur, een overvloedige rode bos haar** en een rode baard. Hij werkt als scheepshersteller of zoiets en spreekt met een Hollands accent. Misschien is hij wel een Fries. Hij ziet er in elk geval uit als een Viking. En die Wiebe zit achter de klimaatbetoging?
     Ach, volgens mij doen Wiebe en die anderen weinig terzake. Anuna De Wever en haar vrienden moesten hun ‘bezorgdheid voor het klimaat’ niet halen bij Greenpeace en de PVDA. Het klimaatalarmisme wordt hun al jaren bijgebracht door wat ze lezen in de krant, horen op televisie en studeren voor de lessen Aardrijkskunde, Godsdienst, Zedenleer en straks Burgerzin. Ook kunnen radicaallinkse groepjes zo’n grote actie niet afdwingen. Ik weet dat, want in mijn radicaallinkse jeugd was ik samen met mijn kameraden voortdurend in de weer om ‘massa-acties op poten te zetten’: vergaderen, brochures schrijven, vlugschriften uitdelen … niets werkte. Af en toe was er wel een grote actie, maar zo’n actie barstte los en ging voorbij als een regenbui. Wij hadden daar weinig invloed op. Gedurende die actie konden we voorop lopen, organiseren, toespraken houden, nog meer brochures schrijven, nog meer vlugschriften uitdelen. Sommigen van ons werden beschouwd als ‘leiders’ van de actie. Maar na enkele dagen of weken was het afgelopen en was het ook gedaan met dat leiderschap. Er restte ons niets meer dan nog wat leden te werven voor ons groepje.
     Als Schauvliege dus zegt dat de klimaatbetogingen geen spontane beweging zijn maar het werk van duistere lieden achter de schermen, dan bewijst ze daarmee dat ze in elk geval geen radicaallinks verleden heeft, anders zou ze wel beter weten. Het is juist wél een spontane beweging. Zulke grote acties kun je beter beschrijven met de onvoorspelbaarheden van de chaostheorie, dan verklaren vanuit sluwe politieke machinaties.

     En dat van die Staatsveiligheid van wie Schauvliege haar informatie gekregen had? Ja, dat was natuurlijk onzin. De Staatsveiligheid rapporteert niet aan de minister van Omgeving, Natuur en Landbouw. Maar misschien heeft het arme schaap alleen maar gedácht dat de Staatsveiligheid zich met de zaak bezighield, of zich zou moeten bezighouden. Of misschien heeft ze niets gedacht, dat kan ook. Of misschien heeft ze iemand anders iets over de Staatsveiligheid horen zeggen. Of heeft ze haar informatie gekregen van de christelijke werknemersorganisatie Beweging.net, maar wou ze die bron niet vermelden in een toespraak voor het Algemeen Boerensyndicaat. Je kunt die bewering in elk geval geen ‘fake news’ noemen, want het was juist níet de bedoeling dat die woorden in het nieuws zouden komen. Die zijn maar in het nieuws gekomen omdat haar vijanden van Climaxi de toespraak hebben gefilmd en online gezet.
     Kijk, wij kunnen ons ook een ander scenario voorstellen. Schauvliege geeft een interview aan De Standaard en vertelt daarin dat de klimaatbetoging gemanipuleerd wordt door mensen achter de schermen. De journalist vraagt terecht wat haar bronnen zijn. Als ze daarop antwoordt ‘Ik weet dat van de Staatsveiligheid’, dan is dat voor mij een andere zaak. Dan zou ik het naast een domheid, blunder, flater of stommiteit ook nog een leugen noemen. Maar meestal probeer ik voorzichtig om te gaan met dat woord in een politieke context.


* Ik herinner mij een bespottelijk  stuk waarin moraalfilosoof Loobuyck zich in de titel afvroeg wat men moest doen met ‘politici die liegen’. Zuhal Demir en Liesbeth Homans hadden onvriendelijke woorden gesproken over Unia. Als je het stuk las, was het echte verwijt van Loobuyck aan Demir en Homans dat ze aan ‘stemmingmakerij’, ‘polarisering’ en ‘grofbekkerij’ deden. Zo verliest het woord ‘leugen’ zijn oorspronkelijke betekenis van ‘opzettelijke onwaarheid’ en verwordt het tot een trucje in de polemiek.

** Jan Van Duppen stelt het epiteton ‘helmboswuivend’ voor. Dat geeft het kapsel van de jonge Wiebe aardig weer. Op recente foto’s vallen de haren helaas naar beneden en zijn ze grijs geworden. Ook herinnert Jan mij eraan dat Wiebe slechts één handdruk van Lenin verwijderd is aangezien zijn oma nog op de thee geweest is bij de leider van het wereldproletariaat.