Posts tonen met het label N-VA. Alle posts tonen
Posts tonen met het label N-VA. Alle posts tonen

vrijdag 4 maart 2022

Oekraïne - notities


 

(1) Ik wilde eerst een stukje schrijven over cynisme in de buitenlandse politiek, en waarom dat cynisme daar een noodzakelijke ingrediënt van is, zij het niet het enige. Maar zo’n stukje zou zelf half cynisch zijn, en misschien is het daar nu niet het goede moment voor. Op televisie zie ik beelden van vrouwen, kinderen en bejaarden die vluchten, terwijl de mannen achterblijven. Ik hoor de getuigenissen van Oekraïense burgers die bereid zijn, met inzet van hun leven, te vechten tegen de Russische overmacht. Ik word dan bevangen door bewondering voor zoveel moed, en gekweld door schaamte omdat ik in dezelfde omstandigheden die moed misschien niet zou kunnen opbrengen. 

 

(2)  Op Facebook lees ik nogal wat reacties van degenen die zich aan de kant van Oekraïne scharen en van anderen die begrip hebben voor Poetins inval. De eersten zijn boos en dreigen ermee alle Poetinisten te ontvrienden; de anderen vragen begrip voor de twee kanten van het verhaal, dat ‘niet zwart-wit’ is, en niet samenvalt met ‘wat in de Westerse media wordt verteld.’ Ik zal niemand ontvrienden, en niets in de wereld is ‘zwart-wit’, maar ik hecht in deze meer geloof aan de Westerse media dan aan de Russische*. 

 

(3) Onder de halve en hele poetinisten zijn opvallend veel Vlaams Belangers. Ik maak hen er graag attent op dat Tom Van Grieken een ander geluid laat horen. Ik citeer: ‘Het Oekraïnse volk is een moedig volk dat onze steun verdient tegen de agressie van Poetin.’ Van Grieken weet nogal goed wat er leeft onder de ‘brede bevolking’.

 

(4) Wat is er erger? Sympathisanten van Oekraïne die, vanachter hun veilige computerklavier, stoere taal gebruiken om de Oekraïense strijders aan te vuren, of hun tegenstanders die, eveneens vanachter hun veilige computerklavier, verklaren dat het Oekraïense verzet, en de Westerse steun aan dat verzet, alleen kunnen leiden tot een langer conflict, en dus tot nog meer slachtoffers? Het eerste is een geval van plaatsvervangende moed, het tweede van plaatsvervangende lafheid. Het eerste is een beetje belachelijk, het tweede een beetje verachtelijk. De Oekraïeners die vechten zijn geen van de twee. 


(5) Terloops zij opgemerkt dat mijn eigen computerklavier ook erg veilig is, behalve als onze poes erop gaat liggen terwijl ik aan het typen ben, of als hij er met zijn pootjes over loopt en rare toetscombinaties aanslaat.

 

(6) Wie nationalistisch is ingesteld heeft een goede reden om de Oekraïeners te steunen, met name het heilige zelfbeschikkingsrecht van de volkeren**. Wie niet nationalistisch is ingesteld, heeft een nog betere reden om de Oekraïners te steunen, met name het respect voor de heilige staatsgrenzen, omdat die grenzen het middel zijn waarmee oorlogsgevaar bezworen wordt.

 

(7) De spontane opvang van de Oekraïense vluchtelingen in huisgezinnen dwingt ook al mijn bewondering af. Ik zie het mijzelf niet doen. De reactie van N-VA daarop vind ik, met alle sympathie, ongepast. De partij pleit voor opvang in asielcentra. ‘Opvang bij burgers is mooi, maar zou pas de allerlaatste optie mogen zijn.’ Welnee, het zou de allereerste optie moeten zijn. Je ziet de frustratie van een partij die eerst twee jaar geen oppositie kon voeren door corona, en nu weer hetzelfde scenario ondergaat met een internationaal conflict dat een slappe vod als Decroo de mogelijkheid biedt om te spreken als een Griekse veldheer. Maar ’t is geen excuus. Opvang bij burgers is mooi. Punt. Geen ‘maar’.

 

(8) Op de radio hoorde ik vanmorgen een vrouw met een aangename stem uitweiden over de solidariteit met de Oekraïense vluchtelingen die zo veel groter was dan die met Syrische, Iraakse en Afghaanse vluchtelingen. De vrouw met de aangename stem – ik had ondertussen begrepen dat het Rachida Lamrabet was*** – scheen te denken dat die grotere solidariteit alleen te maken had met het verschil in huidskleur van de vluchtelingen. Met racisme dus. Die huidskleur en dat racisme zullen er  ongetwijfeld mee te maken hebben. Maar het moet voor Rachida toch niet moeilijk zijn om vier, vijf of zes andere verschillen te vinden die niets met racisme te maken hebben.

 

(9) Ik heb eergisteren een lijstje gemaakt met 12 argumenten tégen de steun aan Oekraïne. Ik ben ondertussen maar één nieuw argument tegengekomen: door Westerse invloed is de landbouw in Oekraïne grootschaliger geworden, met genetisch gemanipuleerde gewassen tot gevolg, en megastallen waar de dieren slecht behandeld worden.

 

(10) Hier en daar lees ik dat de cynische machtspolitiek van Poetin verklaard kan worden als een reactie op de cynische machtspolitiek van het Westen in Servië, Irak, Libië en Syrië, en tegenover Rusland zelf. Ik weet niet of al die kwesties vergelijkbaar zijn. Dat mogen geopolitieke experts uitmaken. Maar had Poetin echt het Westen nodig, als trigger of als voorbeeld, om van een kwetsbare romanticus te vervellen tot een cynische botterik? En is de droom van een Groot-Russich rijk al niet véél ouder dan de uitbreiding van de Navo met enkele oostelijke en noordelijke staten? 

 


* Hoe betrouwbaar is de pers in een land waar journalisten en burgers 15 jaar cel kunnen krijgen voor het ‘verdraaien van het doel en de taken van de Russische strijdkrachten.’


** Zij het met nuances aangaande de Krim en de Donbas die ook weer recht hebben om zelfbeschikking.

*** Over Rachida Lamrabet, zie ook mijn stukje hier. 

maandag 24 mei 2021

Conings en de moslimterreur


     Ik hoop zoals iedereen dat het goed afloopt met Jürgen Conings. Dat hij niet ergens opduikt en zijn wapen leegschiet op een menigte, dat hij niet omkomt bij een vuurgevecht met de politie, dat hij zich overgeeft en netjes gekleed voor de rechtbank verschijnt. Daar kan hij voor ‘diefstal van wapens’ en ‘verboden wapendracht’  en nog wat dubbelzinnige uitlatingen misschien 5 jaar gevangenisstraf krijgen*, en met een goede advocaat nog wat minder.
     Ook heb ik een zeker begrip voor zijn beweegredenen. Hij is naar het schijnt in het leger gesanctioneerd voor extreemrechtse uitspraken en misschien waren die sancties onrechtvaardig, ongepast, vernederend of disproportioneel. Hij is boos op politici en virologen die ‘beslissen hoe hij moet leven’. Een flinke minderheid van onze landgenoten deelt die boosheid. Je vindt die mensen vooral onder degenen die geloven – terecht of ten onrechte – dat de vrijheidsberovende maatregelen overbodig waren.
     Maar mijn begrip is ook niet meer dan dat. Bij mij is ‘tout comprendre’ nooit gelijk aan ‘tout pardonner’. Als Jürgen morgen zijn wapen neerschiet op een menigte, zal ik dat ook ‘begrijpen’. Zo ‘begrijp’ ik ook dat een moslim zich dodelijk beledigd voelt als hij hoort van spottende afbeeldingen van de profeet Mohammed. Als die moslim daarna een aanslag pleegt op de tekenaar ‘begrijp’ ik dat ook. En als de politie daarna bij een gewelddadige confrontatie die moslim, of die Conings, neerschiet, ‘begrijp’ ik dat alweer. Als het op ‘begrijpen’ aankomt, ben ik ruim.
    Wat ik dan weer niet ‘begrijp’, is de gewoonte om, als terrorisme of mogelijk terrorisme in het geding is, een en ander te minimaliseren. Professor Coolsaet wekte indertijd de lachlust op toen hij ons probeerde duidelijk te maken dat terreuraanslagen minder doden veroorzaakten dan ongelukken met overstekend wild. Dat betrof toen de moslimterreur. Over Jürgen Conings postte Tom Van Grieken vier dagen geleden het volgende:
 
‘Antwerpen – Drugsoorlog met bommen en granaten: gebrek aan politie om op te treden. 
Anderlecht – Gewelddadige migrantenprotesten: gebrek aan politie om op te treden. 
Limburg – Eén militair schrijft afscheidsbrief: honderden politiemannen en soldaten gemobiliseerd. 
Het kan dus toch?’

     Ik wil niet zeuren over het simplisme van de boodschap. Dat hoort bij dat soort propaganda. Je vindt het bij alle partijen**. Maar de affaire Conings samenvatten als ‘één militair die een afscheidsbrief schrijft’, dat is minimalisering en vergoelijking van wat de man tot nu toe dééd –diefstal van meerdere wapens – én van de  intenties die kunnen worden afgeleid uit zijn afscheidsbrief: ‘Ik ga in het verzet. Het maakt mij niet uit of ik sterf of niet.’ Mijn indruk bij die zinnetjes is niet dat Conings van plan is zichzelf van kant te maken, zonder verder iemand schade te berokkenen. Als dát zijn doel was geweest, dan had hij alleen dat ene pistool moeten stelen uit de kazerne. Van Grieken zou zo’n verhullende commentaar nooit schrijven als Conings een geradicaliseerde moslim was die met enkele wapens op stap ging en een vage maar verontrustende brief achterliet.
     Dan is er nog een gelijkenis – bij alle verschillen – tussen de moslimterreur en de affaire Conings. Na een islamistische aanslag zie je in de ruwere regionen van de sociale media reacties verschijnen als zou de héle moslimwereld mee verantwoordelijk zijn voor de aanslag. Nu zie je reacties die daar symmetrisch aan zijn – maar dit keer helaas niet alleen op de sociale media. Minister van Defensie Ludivine De Donder – de politiek verantwoordelijke van het debacle*** – lijkt alles wat zij als extreemrechts beschouwt mee verantwoordelijk stellen voor de acties van die ene militair. Ze wil het leger zuiveren van ‘extremisten, fascisten, racisten en seksisten’. Ik zou, als ik haar was, ook nog de ‘populisten’ en de ‘haatzaaiers’**** erbij nemen. Dan hebben we, in haar definitie, de helft van de Vlaamse bevolking, en naar we mogen aannemen, de helft van de Vlaamse militairen in het vizier. Dat wordt een hele zuivering.
      Zo’n geplande zuivering doet mij, met mijn verleden, aan kameraad Stalin denken. Eind de jaren ’30 heeft de Geniale Leider zijn leger, op de vooravond van de tweede wereldoorlog, gezuiverd van ‘trotskisten’. Die term gebruikte hij toen ongeveer even ruim als De Donder nu die van ‘rechtsextremisten’ gebruikt. Hopelijk houdt de vergelijking tussen de Vader van de Volkeren en de Moeder van onze Defensie daar op.

    
* Het Nieuwsblad sprak van vier mogelijke misdrijven: diefstal van wapens, verboden wapendracht, bedreiging met criminele feiten en dreiging met terroristisch misdrijf. Elk van die misdaden kan 5 jaar cel opleveren. Maar als de rechtbank ze samen neemt onder ‘eenheid van opzet’ is het 5 jaar voor de hele zwik.

** Zie bijvoorbeeld hier.

*** Zie daarover het stuk van Mark Elchardus in De Morgen (hier).

**** Haar karakterisering van N-VA in het kamerdebat.

zaterdag 8 mei 2021

Pedagogische tik*


      Theo Francken heeft zich weer in de actualiteit geblogd met zijn reactie op een CD&V-wetsvoorstel om kinderen een ‘geweldloze opvoeding’ te garanderen ‘zonder toepassing van enig geestelijk of lichamelijk geweld of andere vormen van … vernederende behandelingen of straffen.’ Theo schreef: ‘Ik heb flink wat pedagogische tikken en oortrekken gehad, en vaak meer dan terecht. Er is alvast niets van blijven hangen. En laat me duidelijk zijn, ik keur geweld op minderjarigen ondubbelzinnig af. Maar een pedagogische tik gelijk stellen aan kindermishandeling?!’
     Er is enige discussie of het wetsvoorstel van CD&V wel over de pedagogische tik gaat. Indiener Franky Demon vindt van wel, en indiener Koen Geens vindt van niet. Valerie van Peel kwam in Ter zake uitleggen wat het échte N-VA standpunt was (zie hier). Ze was goed op dreef en ik kon akkoord gaan met ongeveer alles wat ze zei**. En ook Theo zal wel gelijk hebben wanneer hij zegt dat hij als kind flink wat aan zijn oor werd getrokken en dat dat vaak meer dan terecht was. Hij ziet er niet uit als het braafste jongetje van de klas.
     Je zou de reactie van Theo zowel populistisch als conservatief kunnen noemen, twee kwalificaties waar ik weinig problemen mee heb. Populistisch omdat de kinderen in volkse milieus, geloof ik, vaker klappen kregen dan die in de hogere milieus***. De vader van Carl Jozef von Trotta in de Radetzkymars is onmenselijk streng, maar hij sláát zijn zoon niet, zoals de boeren dat doen in De Witte of in Doctor Vlimmen. Als kind in een middenstandsgezin heb ik misschien drie keer een klap gekregen van mijn ouders. Maar ik kende verhalen! ‘Sate’ bijvoorbeeld, een arbeider van enkele huizen verder, die kwam niet eens van zijn stoel als hij een van zijn kinderen wou slaan. Hij gooide zijn pet naar dat kind, dat die pet moest terugbrengen en dan meteen een hengst voor zijn kop kreeg waar het woord ‘pedagogische tik’ geen recht aan doet. Zou dat verschil tussen volkse en hogere milieus nog altijd bestaan?
     Misschien is de reactie van Theo ook populistisch in een andere betekenis. Je zou kunnen vermoeden dat nogal wat mensen zulke uitspraken graag horen. Mensen van mijn generatie, of zelfs van de generatie van Theo, die in hun jeugd wel eens een tik kregen en die niet willen dat hun ouders nu met terugwerkende kracht impliciet als halve misdadigers worden weggezet****. En mensen van die generaties die zelf wel eens een tik hebben gegeven, en die niet bereid zijn om zich daarvoor als zondaars in het stof te wentelen en op te biechten dat ze ‘fout waren’ of dat ze ‘uit onmacht hebben gehandeld’.
     Dan conservatief. Het lijdt geen twijfel dat het aantal pedagogische tikken al honderd jaar flink aan het dalen is in álle milieus.  De richting van de geschiedenis is duidelijk. Geweldloosheid is de goede kant van de geschiedenis, de rechterkant van de tijdlijn, de stralende toekomst. Maar conservatieven hebben het wat moeilijk met die goede kant. Zij zijn er bijvoorbeeld niet van overtuigd dat de richting van het moment ook altíjd de juiste richting is. Misschien is het ogenblik aangebroken om even stil te staan of zelfs even de tegenovergestelde richting te nemen. In de jaren 60 dacht men dat de opvoeding niet antiautoritair genoeg kon zijn. Je moest niets opleggen. Je moest luisteren naar je kind. Het spontane gedrag niet veranderen, maar begrijpen. Je hoort zoiets nog altijd, maar toch minder vaak dan vroeger. De unanimiteit over de ‘goede kant’ is hier weg. Er is een stap terug gezet.
     Die antiautoritaire opvatting kwam ik onlangs toch weer eens tegen in een reeks dubbelinterviews in Het Nieuwsblad van 24 april: ‘Wokers en hun ouders.’ Drie blagen van 17 tot 19 met de wijsheid in pacht mochten vertellen wat ze vinden van Zwarte Piet, de flietchinees, het klimaat, veganisme, seksisme, transfobie, en Indiaantje spelen. De brave moeders hoorden dat allemaal bewonderend, leergierig en een beetje verschrikt aan. Ja, eigenlijk hadden hun kinderen gelijk, maar zelf stonden ze nog niet zo ver. Als ze hun best deden en bleven communiceren, kwam het wel goed. Mijn eigen ouders waren nogal begripvol, maar gelukkig is díe vorm van begrip mij bespaard gebleven.
     Nu is antiautoritair en geweldloos niet hetzelfde, zul je zeggen. De richting naar geweldloosheid, dat is dan toch in elk geval de goede richting?  Ja, dat geloof ik ook, maar dan als scepticus, die veel gelooft en weinig zeker weet. Zo heb ik niet meteen een antwoord op het onderzoek Marjorie Gunnoe die 2600 mensen onderzocht heeft, waarvan een kwart als kind nooit een klap kreeg, en de rest wel. Bij kinderen die tot hun zesde af en toe een klap kregen, werden op latere leeftijd betere academische prestaties vastgesteld en geen negatieve gevolgen. Kinderen die tot hun elfde af en toe een klap kregen, hadden later ook betere academische prestaties maar waren tegelijk meer betrokken bij vechtpartijen. En bij kinderen die na hun elfde klappen bleven krijgen, werden alleen negatieve resultaten vastgesteld.
     Daar komt nog de vraag bij wat de ‘alternatieven’ zijn voor de pedagogische tik. Een goed gesprek? Een preek? Een vader-is-niet-boos-vader-is-verdrietig-gezicht? Een uur geen Wifi? En mag het kind kiezen tussen een klap en een uur geen Wifi? Ik lees in het wetsvoorstel van CD&V dat straffen niet vernederend mogen zijn. Dat is erg moeilijk hoor. H.L. Mencken hield in 1928 een vurig pleidooi voor het behoud van lijfstraffen in het onderwijs. Hij vond het de enige straf waarbij zowel de bestraffer als de bestrafte zijn waardigheid behield. En in de min of meer onpersoonlijke context van het onderwijs van die tijd had hij misschien gelijk.
    In de Ter Zake-uitzending met Van Peel werd gezegd dat minstens de term ‘pedagogische tik’ verkeerd was, omdat er aan die tik weinig pedagogisch was, en dat die vaak niet eens pedagogisch bedoeld was. Ouders slaan, zo luidt de redenering,  om ‘hun frustratie af te reageren’. Of dat laatste waar is, weet ik niet, maar ik hoop het in elk geval. Niets lijkt mij erger dan ouders die hun tikken verstandelijk overwegen en plannen. Er bestaat een mooi verhaal van John Collier over een tandarts die zijn zoontje op een rationele manier wil opvoeden en bij verzet een pak slaag aankondigt dat hij enkele uren later pas toedient. Het verhaal heet Thus I refute Beelzy en heeft een zeer bevredigend einde dat ik hier niet zal verklappen. Nee, als ouders slaan, moet er persoonlijke boosheid mee gemoeid zijn.
     Maar boosheid en instinctieve pedagogie sluiten elkaar niet uit. Ik ga mijn vrouw niet slaan als ik boos ben, want daar is geen pedagogische context – en ze zou terugslaan. Jan heb ik bij drie verschillende gelegenheden een  klap gegeven*****. Slechts in één geval herinner ik mij de aanleiding, een brutale uitspraak, maar in alle gevallen herinner ik mij de emotionele context. Hij had iets gedaan of gezegd dat echt slecht was, en toen ik hem in mijn boosheid een klap gaf, heeft hij heel heftig geweend. Ik heb altijd gedacht dat hij niet weende om de klap, maar minstens gedeeltelijk om de spijt dat hij voelde. Hij moet geweten hebben dat hij iets slechts gedaan of gezegd had en de klap zorgde ervoor dat de spijt om het zo maar eens te zeggen ‘vrij kwam’. Zo kwam het bij mij over. De klap bracht orde aan in de chaos van het geweten. Ikzelf had geen spijt. Ik heb hem getroost. We doen en zeggen immers allemaal wel eens iets dat echt slecht is.
 

*Ik kreeg op dit stukje volgende interessante reactie van Michel Berger: ‘Een tik is niet het probleem. Het is het eventuele machtsmisbruik - let wel: misbruik, niet gebruik - dat erbij komt. En dat kan evenzeer aanwezig zijn in opvoeding zonder tikken. Er zijn ouders die zelfs zonder een woordenstroom hun kinderen vernederen met blikken of door hen geen blik waardig te keuren in hun noden. Die hen uitlachen, die hen niet ernstig nemen enz., ouders die hun ambities aan de kinderen opdringen, die de natuurlijke interesses van hun kinderen fnuiken omdat het zaken zijn die hen niet interesseren enz. Daarnaast zijn er ouders genoeg die zelf de eigen kindertrauma's niet verwerkt hebben en ze doorgeven aan de kinderen, zelfs met de beste bedoelingen. En wat met de psychologische terreur van uw kinderen aan hun lot over te laten, het lot van vele kinderen die nooit een lap krijgen en die om een lap zouden smeken als blijk van tenminste enige aandacht? Een groep kinderen die vaak te vinden is bij ouders met hoge functies waardoor ze nooit thuis zijn, terwijl ze dat compenseren door de kinderen te verwennen met materieel comfort. Al dergelijke psychische terreur of mismeestering of verwaarlozing is erger dan een tik bij een ongezeggelijk kind door een ouder die wél zichzelf en z'n kind kent. In ieder geval: de staat heeft zich er niet te mee te moeien omdat ze zich daar niet mee kan moeien wegens de enorme complexiteit ervan. Het is gemakkelijk wetten te maken met grootse doelstellingen. Maar … ik weet niet hoeveel beperkingen en sociale en juridische controle gaan opleggen aan ouders die met vallen en opstaan wél met hun kinderen inzitten ... mij lijkt het een teken van een zieke en bemoeizieke overheid.

** Van Peel vond dat het wetboek niet te veel met symbolische artikels moet bevatten. Dat vind ik ook. Elk kind heeft recht heeft op liefde, warmte, genegenheid, een verse onderbroek en een evenwichtige voeding, maar ik wil dat ook niet in het Burgerlijk Wetboek. Ook vond ze dat de indruk moest worden vermeden dat de staat zich zou mengen met de thuisopvoeding. I second the motion. Uit alles wat ze verder zei, kreeg ik de indruk dat ze niet al te dwars zal liggen over het CD&V-voorstel. Dat zou ik ook niet doen.

*** Uiteraard met heel veel uitzonderingen in de twee milieus.

**** ‘Als misdadiger worden weggezet …’ is figuurlijk want het wetsvoorstel van CD&V betreft het Burgerlijk Wetboek en niet het Strafwetboek.

***** Ik heb Jan wel vaak gebeten. Als hij in mijn duim beet, beet ik gelijktijdig terug in zijn duim. Als hij harder beet, beet ik ook harder. Als hij losliet, liet ik los.

 

maandag 21 december 2020

Bart De Wever en het Vlaams Belang


  * De straffe uitspraken van Bart De Wever over een mogelijke coalitie met Vlaams Belang (‘als dit de electorale toekomst is, zal ik er niet toe behoren’) hebben de aandacht getrokken. Of ze inhoudelijk, strategisch of tactisch veel nieuws bevatten, is een andere zaak. Een en ander wordt voorgesteld als de zoveelste ‘bocht’ van BDW en N-VA.

* Als we over échte bochten spreken in de Vlaamse politiek van de laatste 15 jaar zie ik er maar vier: Vlaams Belang is afgestapt van haar 70-puntenprogramma, de PVDA is afgestapt van het leninisme-stalinisme, Open-VLD is afgestapt van het rechts-liberalisme en confederalisme, en N-VA heeft haar communautaire strategie aangevuld met een stevig standpunt over economie en migratie. Drie van die vier bochten vind ik positief.

* Wat journalisten en politieke tegenstanders als bocht voorstellen, is vaak een rimpeling in een glas water. Jambon die minister-president wordt in plaats van De Wever, Lachaert die paars-geel inruilt voor Vivaldi, Coens die na maanden aarzeling toch een regering zonder N-VA aanvaardt – dat zijn niet meer dan tactische keuzes vanuit een begrijpelijke partij-logica. Ik wil tegenstanders daar graag mee jennen, maar dan is mijn verontwaardiging half gespeeld.

* Als ik goed luister hoor ik De Wever niet zozeer élke mogelijke coalitie met VB uitsluiten als wel voorwaarden stellen: dat Van Grieken zich ‘redelijk’ moet opstellen  en dat hij ‘schoon schip moet maken in zijn stal’. Dat eerste is niet onmogelijk want De Wever geeft toe dat die redelijke opstelling aanwezig was tijdens de Vlaamse regeringsonderhandelingen. Dat tweede verwijst naar een aantal extreme Vlaams Belang-leden, onder andere in de Antwerpse gemeenteraad, waarmee Filip De Winter en Sam van Rooy worden bedoeld.

* ‘Er gaat geen gemeenteraad voorbij,’ zegt De Wever, ‘of raadsleden van het Vlaams Belang zeggen minstens drie keer dat moslims en Afrikanen achterlijk zijn.’ Sam Van Rooy antwoordt daarop dat hij alleen de Islam zelf en de Afrikaanse cultuur ‘achterlijk’ heeft genoemd, niet die mensen (1). Nou ja, ’t is een verschil, maar of de belediging minder hard aankomt bij die mensen, dat weet ik niet. Schelden is niet de beste manier om nieuwkomers van de voordelen van onze cultuur te overtuigen.

* Meer algemeen: een politicus die – terecht vind ik – de migratie vanuit Afrika wil beperken, moet juist een extra inspanning leveren om racisme te ontzenuwen tegenover Afrikanen die hier al wonen. En wie het moslimextremisme wil bestrijden, richt zich best op sommige kwalijke tendensen binnen de islam, bijvoorbeeld de beweging die de sharia wil invoeren naast of in de plaats van onze rechtstaat.

* N-VA en Vlaams Belang hebben gemeenschappelijke programmapunten: Vlaamse onafhankelijkheid, Vlaamse identiteit, strikt immigratiebeleid, realistisch energiebeleid. Hoe dichter partijen bij elkaar aanleunen, hoe meer ze electoraal vijanden van elkaar zijn, want ze vissen in dezelfde vijver.

* Sam Van Rooy zegt dat hij met ‘Vlaams Belang niet groter wil worden ten koste van N-VA’. Dat klinkt heel mooi, maar het is minstens bullshit en hoogstwaarschijnlijk een leugen. Het verschil staat uitgelegd in Harry Frankfurts On Bullshit.

* Er zijn ook verschillen tussen N-VA en Vlaams Belang. N-VA is rechtser voor economie, meer bereid tot compromissen met traditionele partijen, neemt als partij geen standpunt in tegen de Islam in het algemeen, neemt duidelijker afstand van racisme, en verwerpt met meer klem het collaboratieverleden van de Vlaamse beweging. Op al die punten sta ik aan de kant van N-VA, al zal dat mijn radicaallinkse vrienden niet beletten om mij moslimhaat, racisme en goedpraten van de collaboratie te verwijten.

* De communautaire basisstrategie van N-VA is het afsluiten van een ‘deal’ met de PS. Die van Vlaams Belang is er een van het behalen van een Vlaamse meerderheid van N-VA en Vlaams Belang, en daarna eenzijdig de onafhankelijkheid te verklaren zodra 50 % + 1 is bereikt. Ik geloof niet dat N-VA ooit in die tweede strategie zal meestappen. Mijn stem zou ze in elk geval kwijt zijn.

* Als een radicale partij en een gematigde partij in dezelfde electorale vijver vissen, dicteert het eigenbelang voor de twee partijen typische strategieën voor elk van hen. Je zag die strategieën vroeger ook in de opstelling van de communistische en socialistische partijen.

* De radicale partij moet laten uitschijnen dat ze graag willen ‘samenwerken’. Dat geeft een gematigd imago en tegelijk kan ze op alle andere vlakken radicaal blijven, met inbegrip van scherpe aanvallen op de gematigde partij. Bij de communisten leidde het tot de perfide ‘volksfront’-politiek. Bij Vlaams Belang leidt het tot de ‘uitgestoken hand’.

* De gematigde partij moet hopen dat de succesvolle radicale partij ooit kan meeregeren, zodat ze ofwel ook gematigder wordt, ofwel minder aantrekkelijk. Daarom zal N-VA volgens mijn berekening nooit het cordon sanitaire onderschrijven.

* Als de radicale partij electoraal echter te sterk wordt, vermindert paradoxaal de bereidheid om ze in een coalitie mee op te nemen, behalve in de vorm van ‘gedoogsteun’.

* N-VA en Vlaams Belang zitten federaal allebei in de oppositie. In die oppositie is er weinig reden tot samenwerking, behalve dat ze vaak hetzelfde stemgedrag zullen vertonen. Wat zouden ze verder samen moeten doen? Samen juichen en jouwen in het Parlement. Dat zal veel opleveren! Samen manifesteren op straat? Dat is vooral iets voor radicalen. Samen een wetsvoorstel indienen? Dat zal geen indruk maken op de meerderheid.

* De meest verregaande samenwerking zou zijn als N-VA en Vlaams Belang bij de volgende verkiezingen als kartel opkwamen? Soms werkt zoiets. Onder bepaalde omstandigheden wordt 1 + 1 dan 2,5. Maar in het geval van N-VA en Vlaams Belang zou 1 + 1 ongeveer 1,5 zijn. Heel wat gematigde N-VA-kiezers zouden afhaken.

(Zie ook hier, hier, hier en hier).


(1) Zie hier. Letterlijk zegt Van Rooy: ‘De Wever is historicus. Hij is intelligent genoeg om het verschil te begrijpen tussen de Afrikaanse cultuur of de islamitische ideologie achterlijk noemen en alle moslims of Afrikanen met hetzelfde adjectief bedelen. Dat eerste heb ik uiteraard al wel gedaan. Ik ga dat ook blijven zeggen.’ 

zaterdag 5 december 2020

De strijdbijl en de dolk van Lachaert


      In Het Nieuwsblad van vandaag (hier) zegt Lachaert voor de zoveelste keer dat hij geen schuld heeft aan de ruzie tussen hem en De Wever. ‘Jullie bellen nooit eens?’ vraagt de journalist. ‘Nee. Hij moet ergens mijn nummer zijn kwijtgeraakt.’ Goed. Dat kan. Maar het is toch maar een half antwoord. Waarom belt Lachaert immers zelf niet? Boos, beschaamd, verongelijkt, ook nummer kwijtgeraakt? Of heeft hij, nu zijn partij in de regering zit, bij zo’n telefoontje niets te winnen?
     Waar hij in elk geval wel bij te winnen heeft, is dit: zo vaak als mogelijk in de pers herhalen dat hijzelf ‘de strijdbijl met N-VA begraven wil’? Hier wil ik Lachaert even waarschuwen. Die strijdbijl is een gevaarlijke metafoor. Ze komt uit de cultuur van de native Americans, net als de vredespijp roken. Dat komt in de buurt van ‘cultural appropriation’. Misschien kan Lachaert beter iets uit de eigen Europese cultuur nemen. Hij zou De Wever kunnen beloven hem nooit meer een dolk in de rug te steken bijvoorbeeld*. Die dolk is gemunt door George Bernard Shaw, en doet denken aan de moord op Caesar, en aan de Italiaanse renaissance.
     Ik heb nu heel leep die dolk in verband gebracht met Lachaert, en ben daarna gaan uitweiden over George Bernard Shaw en Caesar en de renaissance om de aandacht af te leiden. Maar kan ik mijn insinuatie ook verantwoorden? Eigenlijk niet. Ik was niet aanwezig op de regeringsonderhandelingen en weet dus niet wat daar gezegd is. Heeft Lachaert toen op zeker ogenblik persoonlijke beloftes gedaan die hij achteraf niet gehouden heeft. Dat kan. Zoiets komt voor in de politiek. Bart De Wever heeft indertijd persoonlijke beloftes gedaan aan Jean-Marie De Decker, die hij achteraf verbroken heeft. Hij was daar toen erg beschaamd over. Maar of Lachaert nu ook zoiets gedaan heeft, en daar beschaamd over is? t Is mogelijk, maar ik kan dat niet met zekerheid weten.
     Wat iedereen ondertussen wél weet, is dat, toen de eindstreep in zicht kwam, de beslissing paarsgeel of vivaldi alleen bij Lachaert lag, en dat hij gekozen heeft voor dat laatste. Eén reden voor die keuze was dat hij op die manier het veto van de PS tegen MR kon omzeilen. Je kunt het hem als voorzitter van de Vlaamse liberalen niet kwalijk nemen dat hij graag de Waalse liberalen mee in de regering had. Dat is een begrijpelijke vorm van solidariteit. Maar je kan het N-VA ook niet kwalijk nemen dat ze dat anders zien. Door zijn keuze heeft Lachaert de Vlaamse solidariteit doorbroken – waar CD&V en SP.A wel toe bereid waren –  en heeft hij de centrumrechtse solidariteit doorbroken door Groen en Ecolo te verkiezen boven N-VA. Ik betreur die keuzes, maar, ach, ’t is politiek.
     Ik denk overigens dat alles in de toekomst nog goed kan komen tussen De Wever en Lachaert. Er zijn indertijd erg diepe wonden geslagen tussen De Wever en Tom Meeuws (zie hier) en toch hebben die twee in Antwerpen een coalitie kunnen maken. Dus na 2024, waarom niet?** We mogen veronderstellen dat Open-VLD haar centrumrechtse reflex niet helemaal kwijt is. En misschien is het Belgisch nationalisme van Open-VLD maar een tijdelijke bevlieging waarvan de partij ook wel inziet dat ze erdoor aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’ kan terechtkomen  dát zou pas erg zijn.
     Ná 2024 dus, dat zou kunnen, maar ook weer niet vóór 2024. Het is grappig om te zien hoe Lachaert er telkens maar op aandringt dat N-VA geen ‘ruzie’ meer zou maken, terwijl zijn partij in de regering zit en N-VA in de oppositie. Ik neem het spek, en jij krijgt het touwtje en we gaan daar geen ruzie over maken. Zoiets ongeveer zei Isengrim tegen Reinaert.
     Kijk, dat Lachaert de vrede wil bewaren binnen zijn coalitie begrijp ik. Dat zal niet altijd makkelijk zijn met De Croo en Vandenbroucke die allebei graag op de televisie komen en allebei graag gelijk hebben, en met Rousseau en Bouchez, tussen wie de verstandhouding ‘gevoelig’ ligt. Maar het moet. Vrede tussen de regering en de oppositie daarentegen, wat is dat nu weer? ‘N-VA heeft ervoor gekozen zich als een oppositiepartij te profileren,’ zegt Lachaert verwijtend. Ook dat nog! Een partij die federaal in de oppositie zit, en die zich federaal als een oppositiepartij gaat profileren! Waar gaan we naartoe? 
     Lachaert heeft veel geluk dat het politieke leven al een hele tijd beheerst wordt door corona, en dat N-VA – helemaal terecht – beslist heeft om rond die kwestie de godsvrede te bewaren. Hier laten zich weer de voordelen voelen van de aanstaande vaccinatie.  Als die achter de rug is, kan de oppositie echt beginnen. Zelf hou ik daar niet zo van (zie hier), maar in een democratie hoort het erbij.

 

* Lachaert gebruikt een moderne versie van de dolk-uitdrukking. Hij zegt in het interview: ‘Ik stoor mij mateloos aan de houding van N-VA die haar eigen ministerspresident in de rug schiet.’ Zou Jambon een kogel gevoeld hebben? Lachaert beweert dat ook dat naast de MR ook andere partijen zich niet achter de maatregelen van het Overlegcomité scharen, en hij geeft het voorbeeld van N-VA. Ik zal Lachaert in dat verband geen leugenaar noemen, maar als hij het verschil niet ziet tussen de houding van MR en N-VA in die kwestie, wil ik het hem wel uitleggen. Heeft hij mijn telefoonnummer? Of had De Wever moeten zwijgen over de desastreuze communicatie van Vandenbroucke? Ik heb ook niet gezwegen. (hier)

** Veel zal afhangen van het verkiezingsresultaat van N-VA. Verliest ze veel kiezers aan Vlaams Belang, dan kan het dubbele cordon sanitaire nog wel even doorgaan.

maandag 30 november 2020

‘Geen normale partij’


      Ik zag Karel Verhoeven vorige week op de televisie in het programma ‘Alleen Elvis blijft bestaan’: een vriendelijke vent met lang haar, enorme oren, en niet dom. Hij heeft meerdere universitaire diploma’s, is gepromoveerd op een onderzoek naar ‘De lach en de roman’ – daar zou ik wel eens in willen bladeren – en hij kijkt ongeveer naar dezelfde films en series als ik. Hij improviseert met gemak een keurig en genuanceerd exposé over de de grondbeginselen van goede journalistiek. En tijdens vakanties trekt hij door gevaarlijke, woeste natuurgebieden met wilde dieren, waar hij ‘berekende risico’s’ neemt. Ik kijk een beetje naar hem op.
     Natuurlijk: quandoque dormitat bonus Homerus, de besten laten al eens een steek vallen. In zijn laatste stuk in De Standaard (hierschrijft Verhoeven iets over Vlaams Belang. Dat is geen ‘normale partij’, vindt hij, en hij gebruikt het voorbeeld van gemeenteraadslid Carrera Neefs die bloemen had gelegd op het graf van een SS’er, daarvan een foto had geplaatst op de sociale media, en die nu uit Vlaams Belang was gezet. Tom Van Grieken had nagelaten om de daad zelf van Neefs ‘moreel te veroordelen’. ‘Er is nu geen sprake meer van dubbelzinnigheid bij Vlaams Belang,’ schrijft Verhoeven. Ik zou precies het tegenovergestelde zeggen: enerzijds uit de partij zetten, en anderzijds moreel niet veroordelen, dat is juist een goed voorbeeld van dubbelzinnigheid.
     Verhoeven dringt in zijn stuk aan op een kordate veroordeling van nazi-nostalgie, ook als die zich (a) ‘in stilte’, (b) ‘binnenskamers’ of (c) als ‘rouwen’ voltrekt. Maar zoiets is moeilijk te organiseren. Voor het eerste zouden cameras moeten worden geplaatst bij graven van SS’ers. Voor het tweede zouden in de huizen interactieve schermen met afluisterapparatuur moeten worden geïnstalleerd. Voor het derde ontbreekt geloof ik vandaag nog de technologie. Misschien kan de rouw zelf op hersenscans worden afgelezen, maar om wie gerouwd wordt, dat is vooralsnog op zo’n scan niet te zien.
     We zitten hier al een beetje in de sfeer van double-plus ungood thoughtcrime. In het fameuze proces tegen de Chicago 7, werd activist Abbie Hoffmann gevraagd of hij gehoopt had op een confrontatie met de poltie. Volgens de meeslepende verfilming van dat proces aarzelt Hoffmann voor hij antwoordt. De procureur vraagt waarom hij aarzelt. ‘Give me a moment, would you, friend?’, zegt Hoffmann ten slotte. ‘I have never been on trial for my thoughts before.’ Dat laatste heeft hij ook echt gezegd.
     Ik geloof niet dat Verhoeven aanstuurt op rechtbanken, of partijraden, die mensen beoordelen of veroordelen voor de thoughtcrime van nazi-nostalgie. Hij neemt wellicht genoegen met een algemene ‘morele veroordeling’ van het gedachtegoed zelf, zoals N-VA dat indertijd gedaan heeft. Ik zou het heel fijn vinden als Van Grieken zon veroordeling zou uitspreken. Maar bekijken we het eens vanuit zijn standpunt. Waarom zou hij dat doen als daar niets tegenover staat? Veronderstel dat 1, of 5, of 10 procent van de Vlaams Belang-stemmers uit nazi-nostalgieken bestaat. Waarom zou Van Grieken die stemmen weggooien met ferme uitspraken over het verleden? Dat hij over dat verleden een ‘flou artistique’ aanhoudt, bewijst dat hij een electoraal rekenaar is, niet noodzakelijk dat hijzelf een nazisympathisant is die zijn ideeën verdoezelt met, zoals Verhoeven schrijft, ‘vals burgermannetjestheater’, waar  ook erg  sommige N-VAers moedwillig aan meedoen door te dromen’* van een coalitie.
    Soms hoor je een zin die je hele wereldbeeld overhoop haalt. Verhoeven beweert dat Vlaams Belang geen ‘normale’ partij is. Ik zei ooit precies hetzelfde in een gesprek met mijn broer. ‘Vind jij de PS dan een normale partij?’ antwoordde mijn broer. Dat moet geweest zijn in de tijd van een of ander spectaculair rood schandaal beneden de taalgrens. Ik begreep op slag dat er eigenlijk géén normale partijen bestaan. Die nazi-nostalgieken die voor Vlaams Belang stemmen, zijn misschien een reden om nooit met die partij een coalitie aan te gaan – alhoewel ik nog betere redenen ken – maar ik ken ook goede redenen om nooit een coalitie aan te gaan met de PS of met Groen. Toch zou ik een regering met een van die partijen niet a priori verwerpen. Als de belastingen maar niet té veel stijgen, en er iets leuks tegenover staat op korte of of op lange termijn. En als de kerncentrales openblijven natuurlijk.

 * Dreamcrime?

dinsdag 8 september 2020

Denkfouten

 


  Het moet niet altijd Peter Mijlemans zijn. In Het Nieuwsblad van 7 september is het Matthias Vanderaspoilden die in een hoofdartikel N-VA en Bart De Wever de les spelt. Tegen de ‘hoofdstrekking’ van het stuk – zoals Multatuli dat noemt – heb ik niet onmiddellijk veel in te brengen. Daar zou ik eens over moeten nadenken. Over drie kleinigheden val ik wel.
     Vanderaspoilden – ik zal moeten oefenen op die naam – beschrijft de ‘passage van Bart De Wever in de tv-studio’s.’ Ik heb die ‘passage’ niet gezien, maar uit Matthias zijn stuk – dat is gemakkelijker, gewoon Matthias – heeft De Wever gezegd dat de paars-gele regering mislukt is door sabotage en gebrek aan loyaliteit. Dat kan. Misschien heeft De Wever daarvoor ook argumenten gegeven. Matthias weerlegt De Wever door het het tegenovergestelde te beweren: dat het eveneens de fout van De Wever zelf is dat hij ‘niet mee aan de knoppen zit’. Dat kan ook. Maar Matthias geeft er in elk geval géén argumenten voor. Dat vind ik wat gemakkelijk. Of bedoelt hij met die fout dat de N-VA onvoldoende stemmen behaald heeft in 2019? Ja, dat is waar. Ik heb uit het politiek spel van de laatste 15 maanden begrepen dat N-VA, hoeveel stemmen ze ook haalt, niet in een regering komt als ze niet incontournable is.
     Matthias schrijft ook over de boosheid van De Wever. ‘Gespeelde’ boosheid, voegt hij eraan toe. Maar hoe weet Matthias dat die boosheid gespeeld was? Ik weet wel dat politiek voor een flink stuk uit theater bestaat, maar zou het niet af en toe gebeuren dat een politicus ook echt boos is? Of dat nu het geval is, weet ik niet. Maar Matthias weet dat geloof ik ook niet.
     Verder had De Wever gezegd dat de Vlaamse regering nu een majeur probleem heeft omdat de federale regering en een andere samenstelling heeft dan zijzelf. Dat noemt Matthias een ‘denkfout’. Denkfout, denkfout ... Ik lees het woord de laatste tijd vaker in commentaren, en het wordt meestal verkeerd gebruikt. Dat is ook hier het geval.  De Wever zijn opmerking over het majeur probleem is misschien wel een fout, maar daarom nog geen dénkfout. ‘Een denkfout,’ schrijft Wikipedia, ‘is een foutieve gedachtegang waarbij er een fout in de logica van de redenering zit.’ Waar is hier de fout in de logica?
     Matthias veronderstelt dat een deelregering krachtig kan optreden, onafhankelijk van de federale regering. Dat is een feitelijke analyse, juist of fout.* De N-VA van haar kant schat de toestand anders in: veel bevoegdheden zijn niet voldoende gesplitst, zodat een deelregering op belangrijke gebieden niet krachtig kan optreden, en al zeker als ze niet op dezelfde golflengte zit als de federale. Ook dat is een feitelijke analyse, juist of fout. Het is echter geen dénkfout zolang De Wever consequent redeneert vanuit de analyse van zijn eigen partij, ook al kan die analyse zelf natuurlijk denkfouten bevatten.
     Matthias mag gerust het tegenovergestelde beweren van wat N-VA beweert: dat de huidige bevoegdheidsverdeling tussen deelregeringen en federale regering ideaal is, zodat er ook bij ongelijke samenstelling geen problemen rijzen. Ook die bewering is geen dénkfout, alhoewel ze, geloof ik, wel fout is. Natuurlijk kan een deelregering in bepaalde materies, waar de bevoegdheden wél duidelijk gesplitst zijn, zoals Onderwijs, beter of slechter functioneren. En natuurlijk kan een deelregering ook in ongunstige omstandigheden er het beste van proberen te maken. Maar wijzen op die ongunstige omstandigheden en ze een majeur probleem noemen is ondertussen geen dénkfout.
     Als toemaatje. Matthias schrijft: ‘Welke partijen federaal de lijnen uitzetten, zou voor een partij die dweept met Vlaamse onafhankelijkheid geen rol mogen spelen.’* Dat is een rare kronkel. Een partij die Vlaamse onafhankelijkheid nastreeft, zou zich volgens Matthias moeten gedragen alsof die onafhankelijkheid nu al een feit is. Is dát eigenlijk geen denkfout?

* Post scriptum. In Het Nieuwsblad van 14 september, schrijft Pieter Lesaffer in een hoofdartikel iets helemaal anders dan wat Mathias een week voordien beweerde: ons federalisme is kaduuk en onafgewerktDe bevoegdheden lopen zodanig door elkaar dat de verschillende regeringen geen andere keuze hebben dan op elkaar te leunen. 




Denkfouten van Bart en Matthias

  


   
Het moet niet altijd Peter Mijlemans zijn. In Het Nieuwsblad van 7 september is het Matthias Vanderaspoilden die in een hoofdartikel N-VA en Bart De Wever de les spelt. Tegen de ‘hoofdstrekking’ van het stuk – zoals Multatuli dat noemt – heb ik niet onmiddellijk veel in te brengen. Daar zou ik eens over moeten nadenken. Aan drie kleinigheden stoor ik mij wel.
     Vanderaspoilden – ik zal moeten oefenen op die naam – beschrijft de ‘passage van Bart De Wever in de tv-studio’s.’ Ik heb die ‘passage’ niet gezien, maar volgens Matthias – dat is makkelijker, gewoon Matthias – heeft De Wever gezegd dat de paars-gele regering mislukt is door sabotage en gebrek aan loyaliteit. Dat kan. Misschien heeft De Wever daarvoor ook argumenten gegeven. Matthias weerlegt De Wever door het het tegenovergestelde te beweren: dat het eveneens de fout van De Wever zelf is dat hij ‘niet mee aan de knoppen zit’. Dat kan ook. Maar Matthias geeft er in elk geval géén argumenten voor. Dat vind ik wat gemakkelijk. Of bedoelt hij met die fout dat de N-VA onvoldoende stemmen behaald heeft in 2019? Ja, dat is waar. Ik heb uit het politiek spel van de laatste 15 maanden begrepen dat N-VA, hoeveel stemmen ze ook haalt, niet in een regering komt als ze niet incontournable is.
     Matthias schrijft ook over de boosheid van De Wever. ‘Gespeelde’ boosheid, voegt hij eraan toe. Maar hoe weet Matthias dat die boosheid gespeeld was? Ik weet wel dat politiek voor een flink stuk uit theater bestaat, maar zou het niet af en toe gebeuren dat een politicus ook echt boos is? Of dat nú het geval is, weet ik niet. Maar Matthias weet dat geloof ik ook niet.
     Verder had De Wever gezegd dat er nu een majeur probleem ontstaat omdat de federale regering een andere samenstelling heeft dan de Vlaamse. Dat noemt Matthias een ‘denkfout’. Denkfout, denkfout ... Ik lees het woord de laatste tijd vaker in commentaren, en het wordt meestal verkeerd gebruikt. Dat is ook hier het geval.  De Wever zijn opmerking over het majeur probleem is misschien wel een fout, maar daarom nog geen dénkfout. ‘Een denkfout,’ schrijft Wikipedia, ‘is een foutieve gedachtegang waarbij er een fout in de logica van de redenering zit.’ Waar is hier de fout in de logica?
     Matthias veronderstelt dat een deelregering krachtig kan optreden, onafhankelijk van de federale regering. Dat is een feitelijke analyse, juist of fout. De N-VA van haar kant schat de toestand anders in: veel bevoegdheden zijn niet voldoende gesplitst*, zodat een deelregering op belangrijke gebieden niet krachtig kan optreden, en al zeker niet als ze op een andere golflengte uitzendt en ontvangt dan de federale. Ook dat is een feitelijke analyse, juist of fout. Het is echter geen dénkfout zolang De Wever consequent redeneert vanuit de analyse van zijn eigen partij, ook al kan die analyse zelf natuurlijk denkfouten bevatten.
     Matthias mag gerust het tegenovergestelde beweren van wat N-VA beweert: dat de huidige bevoegdheidsverdeling tussen deelregeringen en federale regering optimaal is bijvoorbeeld, zodat er ook bij ongelijke samenstelling geen problemen rijzen. Ook die bewering is geen dénkfout, alhoewel ze, geloof ik, toch fout is. Natuurlijk kan een deelregering in bepaalde materies, waar de bevoegdheden wél duidelijk gesplitst zijn, zoals Onderwijs, beter of slechter functioneren. En natuurlijk kan een deelregering ook in ongunstige omstandigheden er het beste van proberen te maken. Maar wijzen op die ongunstige omstandigheden en ze een majeur probleem noemen is ondertussen geen dénkfout.
     Als toemaatje. Matthias schrijft: ‘Welke partijen federaal de lijnen uitzetten, zou voor een partij die dweept met Vlaamse onafhankelijkheid geen rol mogen spelen.’ Dat is een rare kronkel. Een partij die Vlaamse onafhankelijkheid nastreeft, zou zich volgens Matthias moeten gedragen alsof die onafhankelijkheid nu al een feit is. Is dát eigenlijk geen denkfout?

* Post scriptum. In Het Nieuwsblad van 14 september, schrijft Pieter Lesaffer in een hoofdartikel iets helemaal anders dan wat Mathias een week voordien beweerde: ons federalisme is kaduuk en onafgewerktDe bevoegdheden lopen zodanig door elkaar dat de verschillende regeringen geen andere keuze hebben dan op elkaar te leunen. 


zaterdag 29 februari 2020

Propagandaoorlogje (2)

     Gisteren plaatste ik een stukje over de ruzie tussen N-VA en Open-Vld. N-VA had een filmpje met twee fragmenten van Gwendolyn Rutten gepost, één van 2010 waar ze zich vóór confederalisme uitspreekt, en één uit 2020 waar ze tégen is. Het filmpje van Open-Vld had als slagzin: ‘Wij beantwoorden de charge van N-VA met Abraham Lincoln: ‘Truth is generally the best vindication against slander’.
      Dat is een goede raad. Alleen begrijp ik niet goed waarom Open-Vld hem zelf niet toepast. Waarom weerlegt ze de laster niet door de waarheid te vertellen. Bijvoorbeeld dat Gwendolyn Rutten níet van mening is veranderd over confederalisme. Of dat de vrouw op het filmpje niet Gwendolyn is maar iemand die op haar lijkt. Of dat de fragmentjes uit hun verband zijn gerukt. Of dat  Open-Vld goede redenen had om van standpunt te veranderen. Dan zouden ze die goede redenen kunnen uitleggen, desnoods in een langer filmpje. Maar helaas, zo werkt het niet in politieke propaganda. Daar geldt het pragmatische adagium: never apologize, never explain.
     Moet ik dan alles zelf doen?
     Toen ik een jaar of acht, negen was, vroeg een buurjongen mij of ik wist wat PVV betekende? Nee, dat wist ik niet. Pest Voor Vlaanderen, zei hij. Het was de tijd van de taalgrens. Het vlakbij gelegen Komen werd ‘overgeheveld’ naar Wallonië. Overal zag je gekalkte leuzen: Nee Theo, Dat Nooit! Dat was toen natuurlijk nog een andere Theo.
     Veel is ondertussen veranderd en de PVV van toen heet nu Open-Vld. Toch moest ik bij Gwendolyns pleidooi voor herfederalisering terugdenken aan dat Pest Voor Vlaanderen. Was er dan toch in de blauwe familie een latent Belgicistisch virus aanwezig dat vijftig jaar lang werkzaam bleef? Zelfs nadat de helft van de Volksunie was naar die familie was overgelopen?
     Dat is een weinig geloofwaardige verklaring. Maar de verklaring die Open-Vld’ers desgevraagd zelf geven is ook niet erg geloofwaardig. (Zie bijvoorbeeld hier).  Er is veel veranderd sinds 2010, zeggen ze. Er is ondertussen een zesde staatshervorming geweest die ‘het zwaartepunt bij de gewesten legt’. Heel goed. Maar waarom mag dat zwaartepunt niet verder verlegd worden? Dát willen we weten.
     Zelf heb ik twee andere verklaringen. Open Vld is op minder dan 20 jaar tijd gezakt van bijna 25 procent naar 13 procent. De Waalse MR daarentegen blijft comfortabel boven de 20 procent. De Vlaamse liberalen hebben er dus meer dan vroeger belang om met de Waalse broeders een  blauw ‘front’ te vormen – als ik dat belligerente woord ook eens mag gebruiken. Hoe hechter de politieke eenheid in België, hoe gemakkelijker het is om zo’n front tot stand te brengen over de taalgrens heen. L’union fait la force … voor blauw … en nu ik erover nadenk ook voor groen en rood.
     Een andere verklaring voor het nieuwe belgicisme ligt in de politieke marketing. Op economisch vlak zijn de liberalen niet goed te onderscheiden van N-VA. Op migratievlak verschillen ze wel, maar dat zouden ze, als ze slim, zijn, beter niet aan de grote klok hangen. Rest de communautaire kwestie. Daar kunnen de liberalen zich wel onderscheiden.
     Uit allerlei onderzoek blijkt dat de Vlaming van die communautaire kwestie ‘niet wakker ligt’, zoals men zegt. ’t Is ook een verduiveld ingewikkelde zaak, die al zestig jaar aansleept. Elke hervorming is ingewikkelder dan de vorige. Er wordt eindeloos vergaderd. Er worden kilometers teksten opgesteld, met artikels die uitdijen tot bis, ter, quater en quinquies. Er is een financieringswet waarvan slechts enkele geleerden begrijpen hoe die in elkaar zit. Je hebt een Belgische regering, een Vlaamse regering, een Duitstalige regering,  een Brusselse regering en twee Franstalige regeringen – één voor het Gewest en één voor de Gemeenschap. Het is een warboel. Zou één regering niet eenvoudiger zijn?
     Het was de strategie van Rutten, geloof ik, om in te spelen op dat wat naïeve verlangen naar eenvoud. Gedaan met de in-sti-tu-tio-nele hervormingen – zo’n moeilijk woord ook! Laten we alles laten zoals het was. En de échte problemen aanpakken: milieu, zorg, onderwijs, jobs, het coronavirus, immigratie, of nee, dat laatste eigenlijk niet.
      Kan zo’n strategie aanslaan? Wie zal het zeggen. Bij mij niet. Als ik naar het Waalse onderwijs kijk, ben ik blij dat het departement gesplitst is. Met Wallonië erbij zou ons onderwijs niet eenvoudiger worden, en zeker niet beter. Justitie mag van mij morgen worden gesplit
st, en Asiel en Migratie en de Sociale Zekerheid ook. ’t Zal een beleid in Vlaanderen een stuk eenvoudiger maken. Ik begrijp dat links tegen zo’n splitsing is. ’t Is hun goed recht en ik ken hun principiële argumenten ongeveer. Maar wat zijn die van de liberalen? Behalve politieke berekening?

vrijdag 28 februari 2020

Propagandaoorlogje tussen N-VA en Open-Vld

     ’t Zit mij dwars dat de twee partijen die op economisch vlak enigszins liberaal zijn zo’n ruzie maken. Maar er is niets aan te doen.  De partijen hebben nu elk een filmpje gemaakt waarin ze elkaar aanvallen. Ik wou er eerst niet kijken naar, maar toen ik hoorde dat Jan al gekeken had, en er zijn mening over had, heb ik het toch maar gedaan.
     De twee filmpjes zijn ongeveer even lang: dat van  N-VA duurt 35 seconden; dat van Open-VLD duurt 48 seconden en ’t heeft een leuk muziekje op de achtergrond.
     Het N-VA-filmpje bestaat alleen uit fragmenten van twee tv-interviews met Gwendolyn Rutten, een uit 2010 en een uit 2020. In het eerste zegt Rutten dat ze vóór confederalisme is, en in het andere dat ze er tégen is. Daar staat een wat idioot citaat van Eisenhower bij volgens hetwelk je je principes niet mag verloochenen omdat je anders ook je privileges verliest. Dat citaat suggereert dat Rutten haar principes verloochende en om opportunistische redenen van standpunt veranderd is.
    Die suggestie was een dwaasheid. De redenen waaróm een partij van standpunt verandert, behoren tot het domein van de speculatie. De eerste vraag zou moeten zijn of het om een verandering ten goede of ten kwade gaat. En dan: welke partij begaat nooit inconsequenties, maakt geen opportunistische berekeningen, en verandert nooit van standpunt? Zo’n verwijt kun je alleen nuttig gebruiken als je zelf je eigen maagdelijkheid hebt weten te bewaren in de veilige omgeving van een gedwongen of zelfgekozen oppositie.
     Het filmpje van N-VA was een stinkbommetje richting Open-VLD. Het antwoord was een regen van ontploffende stinkgranaten: vijftien krantenkoppen over zeven verschillende onderwerpen spatten open in je gezicht. Hoe meer, hoe beter, moet men gedacht hebben. Zelf hou ik daar niet zo van. Het gebeurt dat ik met veel moeite een redenering uitwerk in een stukje en dat iemand dan een antwoord op mij afvuurt van driehonderd lettertekens bevattende vijf cijfers, tien onderwerpen en een oproep om mijn leven te beteren.
     Wat ik ook flauw vindt, is dat Open-VLD slechts af en toe met echte N-VA-citaten werkt. De meeste krantenkoppen gaan óver N-VA, en als ik op mijn eigen krant – Het Nieuwsblad – afga, zijn die koppen vaak niet het meest evenwichtige onderdeel van het artikel.
     Volgens Open-VLD heeft N-VA beweerd dat ze
 
  1. via regeringsdeelname het confederalisme wil bereiken
  2. tegen asielfraude is
  3. solidair is met Catalonië
  4. Bart De Wever wou als minister-president
  5. nooit samen in een regering zou vormen met de PS
  6. voor het Marakesh-pact was
  7. heel grote verschillen zag tussen haarzelf en Vlaams Belang
    Ik geloof dat de zaak van het Marakesh-pact (6) niet helemaal correct is weergegeven, maar het is vrijwel het enige punt waar N-VA werkelijk van standpunt veranderd is – en gelukkig maar.  Over het Vlaams Belang (7) kun je discussiëren: de verschillen zijn gebleven maar de bereidheid tot samenwerken zal ongetwijfeld zijn toegenomen.  De overige vijf punten zijn spijkers op laag water omdat N-VA daarover niet van mening veranderd is. N-VA
  1. wil nog altijd het confederalisme – al kan die niet met gelijk welke regeringscoalitie worden bewerkstelligd
  2. is nog altijd tegen asielfraude – al wordt een van haar ex-leden beschuldigd van zo’n fraude
  3. is nog altijd solidair met Catalonië; dat standpunt is niet veranderd toen de Spaanse unitaristen van Vox – tegen de wil van N-VA – tot hun Europese fractie werden toegelaten
  4. had met 30 procent van de stemmen ongetwijfeld Bart De Wever naar voren geschoven als minister-president die daarna communautair kon gaan onderhandelen met de Waalse minister-president
  5. is altijd bereid geweest om te regeren met PS als een staatshervorming op de agenda staat –  maar ook alleen dán; de PS en CD&V zijn voor zon staatshervorming zelfs altijd de bevoorrechte partner geweest.  
     Bij (2) hoort nog een kleine bemerking. Het gebruik van de krantenkop ‘Francken liet 32 sans-papiers met strafblad vrij’ heeft naar mijn smaak een groot Vlaams Belang-gehalte. De zaak heeft ten eerste niets met asielfraude te maken, wat nochtans wordt gesuggereerd. En ten tweede moest Francken zich aan de principes van de rechtstaat houden. Hij heeft, succesvol, geprobeerd om zoveel mogelijk criminele illegalen uit het land te zetten. Maar als de uitzetting volgens de gerechtelijke procedures niet mogelijk is, wat hier het geval schijnt te zijn geweest, dan kon Francken die illegalen niet in voor onbepaalde duur in een asielcentrum opgesloten houden. Een staatssecretaris is geen rechter, en een gesloten asielcentra is geen gevangenis.
     Als ik Bart Somers was, zou ik nu de 
‘Propaganda-Abteilung’ van Open-VLD beschuldigen van – vooruit dan maar – van populisme.