Posts tonen met het label Hawtorne. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hawtorne. Alle posts tonen

zondag 5 maart 2017

Heerlijke fouten

Johann Christoph Friedrich von Schiller (1759-1805)
     Mijn vader heeft altijd veel plezier beleefd aan het herkennen van andermans fouten. Als hij in Humo iets leest over het ‘eiland Belize’, of als hij merkt dat Karel van het Reve de schrijfsters George Sand en Mme de Staël door elkaar haalt, maakt hij daar een kleine notitie van die hij dan later niet meer terugvindt.
     Ik heb dat ook. Ik heb jammer genoeg dat NOS-journaal niet gezien waarin de verslaggeefster sprak over de Duitse dichters Goethe en Schilling. Erover lezen in de krant is hetzelfde niet. Maar het blijft heerlijk. Friedrich von Shilling, auteur van Don Carlos – ik had bijna Don Juan geschreven – Friedrich von Schilling, auteur van onze Europese hymne,  Friedrich von Shilling, Grote Vriend en Rivaal van Goethe. Ik weet niet of ik ooit weer het ordinaire Schiller gewoon word.
     Wat fouten betreft, zit ik als leraar natuurlijk gebeiteld. Als mijn leerlingen van het zesde jaar iets moeten presenteren, maken ze de wonderlijkste fouten. Sommige van die fouten wekken mijn ergernis, zoals een verkeerd uitgesproken eigennaam – Víctor Húgo met de klemtoon op de eerste lettergrepen bijvoorbeeld –, of het citeren van boektitels in het Engels als het helemaal niet om Engelse boeken gaat– Tolstoj als auteur van War and Peace bijvoorbeeld. Maar de meeste fouten zijn een bron van grote vreugde, vooral als je wat vertrouwd bent met de Wikipedia-pagina waar mijn leerlingen hun wijsheid vandaan halen.
     Ik heb in de loop der jaren een kleine verzameling van die fouten aangelegd. Elk jaar hoor ik er wel twee of drie van.
  1. Victor Hugo droeg het vaandel in de Romantische beweging.
  2. Robert Louis Stevenson studeerde aan de universiteit van Bohemen.
  3. De ouders van Thackeray waren Indianen. (Daar hoort een dia bij van twee Irokezen).
  4. Alexandre Dumas stierf tijdens Frans-Punische oorlog.
  5. Hawthorne veranderde zijn naam om aan de heksenvervolging te ontsnappen.
  6. Tom Lannoye reist dagelijks heen en weer tussen Antwerpen en Kaapstad.
  7. Charles Dickens werkte in een fabriek als schoenenpoetser.
  8. Emily Brontë werd erg katholiek opgevoed door haar vader die dominee was.
  9. Zola beschrijft tot in de details het rijk van Napoleon tussen 1852 en 1870.
  10. Herman Melville ging naar de Academie in Albanië.
  11. Flaubert was goed bevriend met de Chinese leider Mao Zedong.
     Die laatste fout heb ik maar één keer gehoord. Dat was in het jaar toen de Wikipedia-pagina over Flaubert tijdelijk gehackt was. Er stond geloof ik ook in dat de schrijver van Madame Bovary uit een gezin met zeventien kinderen kwam en dat die ook allemaal boeken schreven. En dat hun literaire productie drie vierde van het bruto nationaal product van Frankrijk uitmaakte.


1. Vaandeldrager van de romantische beweging - 2. At the University, he was a pillar of Bohemia - 3 Of Anglo-Indian descent - 4. Frans-Pruissisch - 5. To dissociate himself from the witch hunting by his ancestor - 6. Pendelt tussen - 7. Worked in a shoe-blacking factory - 8. A religious education - 9.  Napoleon III - 10. The Albany Academy.

zondag 12 februari 2017

Bij zijn 94ste verjaardag - Mijn vader als lezer


Was George Washington een pompeuze domoor?
     Ik heb mijn vader altijd een rare lezer gevonden. Het begon met de krant. Wij hadden er geen. Maar elke week kreeg hij een stapeltje exemplaren van La Libre Belgique die eerst door mijn oudoom, dan door mijn oudtantes en ten slotte door mijn grootmoeder waren uitgespeld. Mijn vader nam die op zaterdagmiddag mee naar bed, en na een paar uur was hij weer op de hoogte van wat die ‘playboy Kennedy’ of die ‘saloncommunist Sartre’ gezegd of gedaan hadden.
     Ook met boeken was het een rare zaak. Ik heb hem nooit een boek weten kopen. Ik heb hem nooit een bibliotheek weten bezoeken, ook niet toen er een kwam aan de overkant van de straat. Wat hij aan boeken bezit, moet hij gekocht hebben in een grijs verleden, toen hij nog vrijgezel was en naar de opera in Rijsel ging. Hij heeft, toen hij trouwde, een zitmeubel overgenomen van een kennis die moest verhuizen, en in dat zitmeubel was een boekenkastje verwerkt. De leren bandjes die dat kastje vulden zijn toen meegeleverd en vormen nog altijd het zwaartepunt van zijn collectie. Verder kreeg mijn vader elk jaar een boek toegestuurd vanuit Duitsland, van het gastgezin waar hij de oorlogsjaren had doorgebracht.
     Toch maakt hij een belezen indruk. Dat komt deels omdat hij zo goed onthoudt wat hij gelezen heeft. En daarbij kwamen boeken hem altijd aangewaaid. Zo las hij alles wat zijn zonen het huis binnenbrachten: detectives, horrorverhalen, sciencefictionomnibussen, P.G. Wodehouse, Saki, het Verzameld Werk van Vladimir Iljitsj Lenin. Dat laatste heeft hij, toegegeven, niet helemaal uitgelezen want het bestond uit vijfenveertig delen.
     In de belletrie gaat zijn voorkeur uit naar het romantische – Fenimore Cooper, Hawthorne, Emily Brontë, Von Scheffel, (en hier), Lagerlöf, barones d’Orczy, Kipling, Margaret Mitchel. Anderzijds mag het het ook niet té sentimenteel worden. Hij verkiest dus Thackeray boven Dickens. Dickens schreef voor het volk – Thackeray schreef de waarheid. Die naïeve Amerikanen wilden het liever niet weten, maar George Washington was een pompeuze domoor geweest en Thackeray had hen dat in The Virginians eens goed duidelijk gemaakt. Ook Flaubert schreef de waarheid.  Als je echt iets wilde weten over de wreedheid van de Noord-Afrikanen, moest je Salambô maar eens lezen.
     Mijn vader is daarnaast altijd een erg snelle lezer geweest. Als ik een dik boek aansleepte, Oorlog en vrede bijvoorbeeld, dan was ik daar een maand mee zoet. Hij van zijn kant had het in enkele dagen uit. ‘Als het te langdradig wordt,’ zo verklaarde hij zijn geheim, ‘sla ik een paar bladzijden over.’ Hij volgde dus wel de avonturen van Andrej en Natasja, maar als Pierre op een diner van wal stak over de grote problemen der maatschappij, of als de oude Tolstoj zelf begon uit te weiden over de grondstromen der geschiedenis, dan werd snel verdergebladerd totdat het weer over vriendschap, ruzie, liefde of geld ging. Bij Gibbon, zo stel ik mij voor, sloeg hij de veldslagen, de economie, het recht, de theologie en een groot deel van de Byzantijnse Keizers over, vooral als ze Manuel, Michael of Alexios heetten. Maar hij had wel alle zes delen uit in drie weken. Ik deed er acht maanden over.