Posts tonen met het label Erdogan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Erdogan. Alle posts tonen

zaterdag 27 augustus 2022

Lukkassen vs. Clerick


     Het overkomt mij niet vaak, maar laatst was ik het onderwerp van een internet-artikel in De Dagelijkse Standaard*. Sid Lukkassen vond dat ik ‘de democratische geloofsbrieven van van Paul Cliteur in twijfel had getrokken.’ Hij heeft mijn stukje over Cliteur en Sting gelezen en daaruit besloten dat ik Cliteur geen ‘échte democraat’ vind, dat Cliteur ‘zijn democratisch standpunt verwaarloost’, en dat hij door zijn houding tegenover Oekraïne ‘verraad pleegt aan de democratie’.
     Lukkassen heeft, vrees ik, mijn stukje slechts heel vluchtig gelezen. Ik ben er namelijk redelijk gerust in dat Paul Cliteur een échte democraat is, en uit wat ik van hem gelezen heb, een van de rechts-liberale soort, wiens opvattingen over een en ander dus dicht bij de mijne liggen. Alleen vond ik het fout dat hij de democratische dimensie van de Oekraïense onafhankelijkheidsstrijd loochende met een ontoereikend argument. Cliteur beweert namelijk dat het Poetins aanval ingegeven was door geopolitieke motieven, niet door de bedoeling om de democratie in Oekraïne te vernietigen. Ik ga daar eigenlijk mee akkoord. Maar ik vond het een denkfout om de inzet en gevolgen van een conflict te herleiden tot de bedoeling van een van de actoren.**
     Dezelfde denkfout vind ik terug bij Lukassen zelf, maar dan zodanig uitvergroot dat ik mij afvraag of Cliteur hem erin zou kunnen volgen. ‘Iedereen weet,’ schrijft hij, ‘dat het “vrije Westen” nooit werkelijk op zoek was naar het verspreiden en verdedigen van de democratie … het was nooit het doel om de democratie ongeacht alle belangen te verdedigen.’ ‘Iedereen weet’, tja, ’t is een uitdrukking die ik mij herinner van mijn communistische jeugd. In elk geval wordt ook hier weer de bedoeling ingeroepen om de  inzet van conflicten te bepalen.
     Lukkassen ondersteunt zijn kijk door te laten zien hoe inconsequent het Westen zich getoond heeft als het om democratie ging: het verraden van Polen in WO II, het steunen van dictaturen tijdens de Koude Oorlog, het gedogen van Erdogan in het Westerse bondgenootschap, enzovoort, tot en met de terugtrekking uit Afghanistan. Met die inconsequenties ben ik het eens, en als Lukkassen mijn stukje wat beter gelezen had, zou hij dat gemerkt hebben in de passage waar ik het voorbeeld van Latijns-Amerika aanhaal.
    Maar over die inconsequenties denk ik anders. Geopolitiek en democratie zijn voor mij niet per definitie en in alle gevallen tegengesteld. Je kunt tegelijk geopolitieke doelstellingen en democratische doelstellingen nastreven – alhoewel je sóms moet kiezen –, je kunt de democratie ook op een inconsequente manier verdedigen, en je kunt ten slotte ook de democratie proberen uit te dragen juist omwille van geopolitieke belangen. De oorlog in Irak is daarvan een voorbeeld. Amerika droomde – naïef – dat het de Sadam-dictatuur, een potentieel machtige vijand, kon vervangen door een democratisch model dat zich juist daarom op het Westen zou oriënteren***. Het is allemaal niet zo gelopen, dat weten we, en een beetje meer Realpolitik, en wat minder ideologie, was beter geweest, ja. 
     Wat de door Lukkassen zelf voorgestelde Realpolitiek betreft – Rusland te vriend houden en vooral China in de hand houden –  daar heb ik geen mening over. Ik stoor mij wel aan de demagogie die hij gebruikt van ‘verarmde omaatjes’ die hun gas niet kunnen betalen terwijl er ‘miljoenen euro’s aan donaties en wapentuig naar Oekraïne gaan.’ Dezelfde omaatjes kunnen immers van stal worden gehaald als er straks miljoenen geïnvesteerd moeten worden in eigen defensie, zij het, in Lukkassen zijn analyse, met het oog op China. Bij budgettaire keuzes mogen de noden van een buitenlands beleid niet bepaald worden door de noden van een sociaal beleid, en ook het omgekeerde is misplaatst. Elk beleid heeft zijn eigen logica en vertrekt van eigen noden****.
     Een laatste vraag: is Lukkassen zelf een echte democraat? Op basis van zijn stuk neem ik aan van wel. Alleen vind ik het jammer dat hij zo denigrerend spreekt over de Westerse democratie zoals ze bestaat. Hij vindt ons systeem ‘caesarisme’.  Hij schudt gauw-gauw een lijstje uit zijn mouw van wat er fout loopt. Het is overigens een interessant lijstje. Veel van wat hij aanhaalt vind ik ook onrustwekkend. Het coronabeleid van de Westerse regeringen bijvoorbeeld heeft mij ook wantrouwiger gemaakt. Maar de afstand tussen de Westerse democratie met al haar fouten en het poetinisme is, naar mijn inschatting, even groot als die tussen het poetinisme en het stalinisme. Als dat nuances in totalitarisme zijn, dan zeg ik: leve de nuance!

 * Het artikel van Lukassen vind je hier. Mijn stukje waarop hij antwoordt vind je hier.

** Ik heb deze alinea lichtjes aangepast omdat Lukkassen in een vervolgartikel er ongeveer het tegenoverstelde in las van wat ik bedoelde. Hopelijk is het nu duidelijk.

*** Een aantal lezers vonden dat ik hier de Amerikaanse inval in Irak goedpraatte. Dat is niet wat ik beoogde. Buitenlandse politiek wordt tegelijk beïnvloed door vele factoren: geopolitiek, ideologie, economisch belang, binnenlandse agenda, humanisme. De poging om een democratie in te voeren in Irak zie ik niet als een humanistische, maar als een ideologische factor die, dít wou ik dus zeggen, een geopolitiek doel diende. 

**** Zie ook mijn stukje hier.

 

 

dinsdag 22 december 2020

Islamitisch extremisme


      Mijn zoon heeft nogal wat moslimvrienden, maar verder interesseert die islam hem niet erg. Als ik hem iets over die wonderlijke doctrine (zie hier) wil uitleggen zegt hij:  ‘Heb je al opgemerkt, papa, hoe de tegenstanders zoveel meer islamboeken gelezen hebben dan de gelovigen?’ En dat bedoelt hij niet sarcastisch. Maar als het over mij gaat, heeft hij het mis. Ik ben wel een vage tegenstander – ik heb ooit eens iets geschreven over een ‘niet erg geavanceerde godsdienst’ – maar heel veel weet ik er niet over (hier). Wat ik over de islam gelezen heb, beslaat een half plankje, niets meer. Zo erg interesseert het mij niet.
     Wat mij wel interesseert is de vraag wat gedaan moet worden aan het islamextremisme, en of dat extremisme te onderscheiden valt van, dan wel samenvalt met, de islam zelf. Serieuze specialisten verschillen hierover van mening. Ruud Koopmans wil graag het ‘fundamentalisme’ als een apart gegeven bekijken binnen de islam, terwijl Koenraad Elst al zenuwachtig wordt van het woord ‘islamisme’ omdat het suggereert dat er daarnaast nog een ‘gematigde’, ‘Europese’ islam bestaat. Hij haalt daarbij de uitspraak van Erdogan aan: ‘Er is alleen maar dé islam.’
     Het is gedeeltelijk een kwestie van woorden, begrippen en definities. Begrijp je de islam als het geheel van geloofspunten en gedragsregels zoals je die vindt in de Koran en de Hadith, en zoals die redelijk onveranderlijk door de vier rechtsscholen worden geïnterpreteerd, dan hebben Elst en Erdogan wellicht gelijk. Begrijp je de islam echter als de manier waarop de godsdienst door honderden miljoenen gelovige moslims wordt beleefd, dan kan je zelfs zonder verder onderzoek al weten dat daar grote verschillen in zijn. Slechts een minderheid bijvoorbeeld beleeft zijn godsdienst door bommen te laten ontploffen. Daarmee onderscheidt ze zich van een meerderheid die dat niet doet, wat ze verder ook met die meerderheid gemeen mag hebben.
     Als we in de tweede redenering meestappen, de redenering van Koopmans, dan hebben we een naam nodig voor de extreme ‘beleving’ van de islam: fundamentalisme, literalisme, islamisme, jihadisme, salafisme, moslimterrorisme. Natuurlijk betekenen die woorden niet allemaal hetzelfde. Een fundamentalist als Othman El Hammouchi is bijlange nog geen moslimterrorist, salafist en, voor zover ik het kan bekijken, ook geen aanhanger van de politieke islam. 
     Zelf zal ik voortaan het begrip islamitisch extremisme gebruiken*: het verwijst naar de leer (islam), in plaats van naar de mensen (moslim), en het woord ‘extremisme’ kan dienen om alles te verzamelen wat botst met mijn gematigde – zij het tweede – natuur, én met die van veel moslims:  een letterlijke interpretatie van oude heilige boeken, een obsessie met hiernamaalse straffen, hoofddoekendracht, boerka’s, boerkini’s, religieuze apartheid, vrouwendiscriminatie, homohaat, genitale verminking en terreur**. Sommige van die zaken zijn strafbaar, maar de meeste niet en mogen dat in een vrije maatschappij ook nooit worden, maar het zou goed zijn als het allemaal langzamerhand wat minder werd.
     Hoe die vervelende dingen zullen verdwijnen, dat weet ik niet. Misschien komt er een geleidelijke geloofsafval onder druk van de algemene secularisering? Misschien vervelt de islam tot een gematigde versie die nu, volgens Koenraad Elst, nog niet bestaat. Maar wat niet is, kan nog komen. Niemand had 200 jaar geleden kunnen voorspellen welke evolutie de katholieke kerk door zou maken. Die godsdienst leek toen ook onhervormbaar en onveranderbaar. Een beetje waakzaam optimisme is op dit terrein, geloof ik, een ‘moral duty’, al is de grens met ‘wishful thinking’ maar een dun streepje. Anderzijds, pessimisme leidt vooral tot gezeur en fatalisme en zo komen we er ook niet.  De evolutie ten kwade die we binnen de islam de laatste 40 jaar gezien hebben, sinds Khomeiny, stemt niet vrolijk. Maar als een evolutie ten kwade mogelijk is, waarom dan ook niet een ten goede?
     Ruud Koopmans hoopt op een ont-fundamentalisering van de islam als de gelovigen de Koran minder letterlijk gaan lezen***. Eddy Daniëls hoopt op een islam zonder Mohammed. Ikzelf heb ergens de hoop uitgesproken dat Mohammed ooit gezien zal worden als spiritueel leider, los van de rol die hij als wetgever, politicus, diplomaat, krijgsheer en echtgenoot heeft gespeeld (
hier). Maar wat het ook wordt, het zal vooral afhangen van een evolutie binnen de moslimwereld, en niet van Ruud Koopmans, Koenraad Elst, Eddy Daniëls of mij.

* Ik ben ondertussen van mening veranderd: ‘moslimfanatisme geeft beter weer wat ik wil zeggen. Moslim is ook neutraler dan islam omdat sommige geleerden - misschien terecht - beweren dat de islam in wezen fanatiek en extreem is, terwijl niemand kan ontkennen dat er grote verschillen op dat vlak zijn tussen de gelovige moslims.

** Zie onder andere hier, hier, hier, hier, hier en hier.

*** Een praktijk waarop, merkt Koopmans op, volgens de fundamentalistische interpretatie van de sharia de doodstraf staat.

zondag 30 juli 2017

Brinckman vs De Wever vs Brinckman

      Laatst ontsnapten twee nogal boosaardige gevangenen toen ze moesten verschijnen voor de Antwerpse rechtbank. Journalist Bart Brinckman van De Standaard had kritiek op Burgemeester Bart De Wever omdat die de schuld van zijn eigen politiepersoneel doorschoof naar Justitie. Het was de politie die ‘geblunderd’ had, beweerde Brinckman. (hier)
         Ik zal het antwoord van De Wever niet samenvatten, want je kunt het hier nalezen. Wat mij bezighoudt is De Wever zijn conclusie. Die luidde als volgt: De Standaard zou er beter aan doen de schrijfsels van Brinckman te plaatsen daar ‘waar ze thuishoren: op de opinie-pagina’s.’ Is dat zo? Ik geef daar les over in het vijfde jaar. ‘Het verschil tussen een bericht en een commentaar’ staat er bovenop de dia’s die ik projecteer. En met ‘commentaar bedoel ik ‘opiniestuk’.
     Eerst moeten mijn leerlingen aandacht leren hebben voor de uiterlijke kenmerken van een krantenstuk. Gebruiken we die maatstaf  voor het stuk van Brinckman, dan hebben we geen commentaar maar een bericht: kop én bovenkop, credit (van onze redacteur), vermelding van plaats (Brussel), een ‘lead’ als begin en ten slotte een thematische foto met onderschrift. Eén van die vijf kenmerken is niet genoeg, maar als die vijf  kenmerken samenkomen, ja, dan gaat het meestal om een bericht.
     Die uiterlijke kenmerken zijn natuurlijk niet alles. Anders zou mijn examen wel erg gemakkelijk zijn. Mijn leerlingen moeten ook de taal van een stuk bekijken en daar de verschillen tussen opinie en bericht herkennen. En als we de zaak vanuit de taal bekijken, dan moeten we De Wever minstens ten dele gelijk geven. Het stuk van Brinckman bevat inderdaad veel kenmerken van een opinie. We treffen aan:
  • Hyperbolen*: blunderen, ongemeen felle uitval
  • Ironische aanhalingstekens: de ‘geëngageerde’ voorzitter van het Antwerpse Hof
  • Dode metaforen: het hazenpad kiezen
  • Retorische vragen: Wat bezielde De Wever?**
  • Suggestieve taal: De ontsnapping verleidde BDW tot een uithaal.
  • Ongenuanceerd woordgebruik: De verantwoordelijkheid ligt volledig bij de lokale politie.
  • Geen of vage bronvermelding: Waarnemers denken …
  • Intentieproces: de burgermeester wilde lokaal stoken …
  • Speculaties: door toeval haalde de zaak het nationale nieuws
  • Vage insinuaties: … er wordt gespeculeerd over de rol van ...
  • Afsluiten met een pointe: Ondanks zijn uithaal had De Wever deze week geen tijd voor een gesprek met Geens.***
      Niet alle staaltjes hierboven zijn ondubbelzinnig. Ik zou de meeste niet als voorbeeld in de klas gebruiken. Maar alles samen zijn het er vrij veel voor een artikel van 549 woorden.
    Dat betekent ook weer niet dat het stuk van Brinckman losweg op de opiniepagina kan. Daarvoor bevat het toch wat te veel informatie  over wat Geens beweerd heeft, over wie nu juist verantwoordelijk is voor de transport van gevangenen, over de rol van het GEOV-team daarbij, over de onderbemanning van het Veiligheidskorps ... Dat hoort allemaal thuis in een bericht. Alleen is de informatie die ik van Brinckman krijg onvoldoende voor een lezer zoals ik.
  • Wat wordt nu precies beweerd door Geens en wat door Brinckman?
  • Wat is nu juist de verantwoordelijkheid van het Veiligheidskorps in de hele zaak?
  • Wat is het GEOV? Is dat een onderdeel van de politie of van Justitie?
  • Hoe stond het precies met de onderbemanning omstreeks 20 juli toen de gevangenen ontsnapten?
     Die informatie moet ik ergens anders zoeken. Een redelijk gedetailleerde versie van wat Geens beweert, vind ik op De Morgen.be (23.07.2017). Daaruit blijkt dat Brinckman nogal sterk leunt op Geens zijn versie, zonder al te veel aanhalingstekens te gebruiken. Op de site van de politiezone van Ieper lees ik dat een van de taken van het Veiligheidskorps bestaat uit het ‘overbrengen en bewaken van gevangenen tussen de gevangenissen en de ...  rechtbanken.’  Dus toch niet volledig de verantwoordelijkheid van de poltie? Uit Het Laatste Nieuws (20.07.2017) leer ik dan weer dat GEOV staat voor ‘Gerechtshoven en Overbrengingen’ en dat het een onderdeel is  van de Antwerpse lokale politie. En over de onderbemanning leer ik uit hetzelfde artikel dat op bijvoorbeeld 14 juli slechts 4 van de 36 leden van het Antwerpse Veiligheidskorps beschikbaar waren – en die 36, dat is nog niet de helft van de 77 die gevraagd zijn.****
     Het artikel van Brinckman presenteert zich dus als een bericht, heeft veel taalkenmerken van een opiniestuk, en bevat minder duidelijke informatie dan kortere stukken die ergens anders gepubliceerd zijn. Maar wat moeten we daaruit besluiten? Ik ben het niet zomaar met De Wever eens dat Brinckman zo snel mogelijk moet verhuizen naar de opiniepagina. Dat is al te gemakkelijk. Die jongen kan nog groeien. Als iemand hem nu eens geduldig de verschillen uitlegde tussen een bericht en een commentaar. Misschien komt alles dan nog goed.

* De recente polemiek rond Brinckman-De Wever leverde een aantal fraaie proeven van hyperbool op. De Wever sprak van ‘persoonlijk vendetta tegen hem’, Karel Verhoeven, hoofdredacteur van De Standaard sprak van ‘brutaal pestgedrag jegens zijn krant’. Het verst ging Pol Deltour van de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ). Hij had het over een ‘krant helemaal de afgrond in duwen’ en een ‘journalist kaltstellen’. Verder vergeleek hij De Wever met Trump, en op het VTM-nieuws zelfs met Erdogan. Voor een nuchtere benadering: zie Leo Neels zijn bijdrage.

** Dit is geen zuiver voorbeeld van een retorische vraag omdat ze past in een rijtje informatieve vragen, en er ook een antwoord op wordt geformuleerd. De woordkeuze ‘Wat bezielde’ geeft evenwel een retorische klank aan de vraag.

*** Wie het verschil wil proeven met een ‘informatieve’ – zij het wat zware – afsluiter, vergelijke met het artikel in De Morgen (23.07.2017): ‘De minister wil graag opnieuw in overleg met de Antwerpse burgemeester en de minister van Binnenlandse zaken de verzekering van de justitiële veiligheid in de nabije toekomst bespreken’.

**** Geens beweert dat die 77 alleen gevraagd zijn, De Wever beweert dat ze ook toegezegd zijn. Brinckman zou dat eens kunnen uitzoeken. ’t Zou een goede oefening zijn in het schrijven van informatieve berichten.


Dit stukje verscheen ook op http://de-bron.org/