Posts tonen met het label Theo Francken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Theo Francken. Alle posts tonen

zaterdag 8 mei 2021

Pedagogische tik*


      Theo Francken heeft zich weer in de actualiteit geblogd met zijn reactie op een CD&V-wetsvoorstel om kinderen een ‘geweldloze opvoeding’ te garanderen ‘zonder toepassing van enig geestelijk of lichamelijk geweld of andere vormen van … vernederende behandelingen of straffen.’ Theo schreef: ‘Ik heb flink wat pedagogische tikken en oortrekken gehad, en vaak meer dan terecht. Er is alvast niets van blijven hangen. En laat me duidelijk zijn, ik keur geweld op minderjarigen ondubbelzinnig af. Maar een pedagogische tik gelijk stellen aan kindermishandeling?!’
     Er is enige discussie of het wetsvoorstel van CD&V wel over de pedagogische tik gaat. Indiener Franky Demon vindt van wel, en indiener Koen Geens vindt van niet. Valerie van Peel kwam in Ter zake uitleggen wat het échte N-VA standpunt was (zie hier). Ze was goed op dreef en ik kon akkoord gaan met ongeveer alles wat ze zei**. En ook Theo zal wel gelijk hebben wanneer hij zegt dat hij als kind flink wat aan zijn oor werd getrokken en dat dat vaak meer dan terecht was. Hij ziet er niet uit als het braafste jongetje van de klas.
     Je zou de reactie van Theo zowel populistisch als conservatief kunnen noemen, twee kwalificaties waar ik weinig problemen mee heb. Populistisch omdat de kinderen in volkse milieus, geloof ik, vaker klappen kregen dan die in de hogere milieus***. De vader van Carl Jozef von Trotta in de Radetzkymars is onmenselijk streng, maar hij sláát zijn zoon niet, zoals de boeren dat doen in De Witte of in Doctor Vlimmen. Als kind in een middenstandsgezin heb ik misschien drie keer een klap gekregen van mijn ouders. Maar ik kende verhalen! ‘Sate’ bijvoorbeeld, een arbeider van enkele huizen verder, die kwam niet eens van zijn stoel als hij een van zijn kinderen wou slaan. Hij gooide zijn pet naar dat kind, dat die pet moest terugbrengen en dan meteen een hengst voor zijn kop kreeg waar het woord ‘pedagogische tik’ geen recht aan doet. Zou dat verschil tussen volkse en hogere milieus nog altijd bestaan?
     Misschien is de reactie van Theo ook populistisch in een andere betekenis. Je zou kunnen vermoeden dat nogal wat mensen zulke uitspraken graag horen. Mensen van mijn generatie, of zelfs van de generatie van Theo, die in hun jeugd wel eens een tik kregen en die niet willen dat hun ouders nu met terugwerkende kracht impliciet als halve misdadigers worden weggezet****. En mensen van die generaties die zelf wel eens een tik hebben gegeven, en die niet bereid zijn om zich daarvoor als zondaars in het stof te wentelen en op te biechten dat ze ‘fout waren’ of dat ze ‘uit onmacht hebben gehandeld’.
     Dan conservatief. Het lijdt geen twijfel dat het aantal pedagogische tikken al honderd jaar flink aan het dalen is in álle milieus.  De richting van de geschiedenis is duidelijk. Geweldloosheid is de goede kant van de geschiedenis, de rechterkant van de tijdlijn, de stralende toekomst. Maar conservatieven hebben het wat moeilijk met die goede kant. Zij zijn er bijvoorbeeld niet van overtuigd dat de richting van het moment ook altíjd de juiste richting is. Misschien is het ogenblik aangebroken om even stil te staan of zelfs even de tegenovergestelde richting te nemen. In de jaren 60 dacht men dat de opvoeding niet antiautoritair genoeg kon zijn. Je moest niets opleggen. Je moest luisteren naar je kind. Het spontane gedrag niet veranderen, maar begrijpen. Je hoort zoiets nog altijd, maar toch minder vaak dan vroeger. De unanimiteit over de ‘goede kant’ is hier weg. Er is een stap terug gezet.
     Die antiautoritaire opvatting kwam ik onlangs toch weer eens tegen in een reeks dubbelinterviews in Het Nieuwsblad van 24 april: ‘Wokers en hun ouders.’ Drie blagen van 17 tot 19 met de wijsheid in pacht mochten vertellen wat ze vinden van Zwarte Piet, de flietchinees, het klimaat, veganisme, seksisme, transfobie, en Indiaantje spelen. De brave moeders hoorden dat allemaal bewonderend, leergierig en een beetje verschrikt aan. Ja, eigenlijk hadden hun kinderen gelijk, maar zelf stonden ze nog niet zo ver. Als ze hun best deden en bleven communiceren, kwam het wel goed. Mijn eigen ouders waren nogal begripvol, maar gelukkig is díe vorm van begrip mij bespaard gebleven.
     Nu is antiautoritair en geweldloos niet hetzelfde, zul je zeggen. De richting naar geweldloosheid, dat is dan toch in elk geval de goede richting?  Ja, dat geloof ik ook, maar dan als scepticus, die veel gelooft en weinig zeker weet. Zo heb ik niet meteen een antwoord op het onderzoek Marjorie Gunnoe die 2600 mensen onderzocht heeft, waarvan een kwart als kind nooit een klap kreeg, en de rest wel. Bij kinderen die tot hun zesde af en toe een klap kregen, werden op latere leeftijd betere academische prestaties vastgesteld en geen negatieve gevolgen. Kinderen die tot hun elfde af en toe een klap kregen, hadden later ook betere academische prestaties maar waren tegelijk meer betrokken bij vechtpartijen. En bij kinderen die na hun elfde klappen bleven krijgen, werden alleen negatieve resultaten vastgesteld.
     Daar komt nog de vraag bij wat de ‘alternatieven’ zijn voor de pedagogische tik. Een goed gesprek? Een preek? Een vader-is-niet-boos-vader-is-verdrietig-gezicht? Een uur geen Wifi? En mag het kind kiezen tussen een klap en een uur geen Wifi? Ik lees in het wetsvoorstel van CD&V dat straffen niet vernederend mogen zijn. Dat is erg moeilijk hoor. H.L. Mencken hield in 1928 een vurig pleidooi voor het behoud van lijfstraffen in het onderwijs. Hij vond het de enige straf waarbij zowel de bestraffer als de bestrafte zijn waardigheid behield. En in de min of meer onpersoonlijke context van het onderwijs van die tijd had hij misschien gelijk.
    In de Ter Zake-uitzending met Van Peel werd gezegd dat minstens de term ‘pedagogische tik’ verkeerd was, omdat er aan die tik weinig pedagogisch was, en dat die vaak niet eens pedagogisch bedoeld was. Ouders slaan, zo luidt de redenering,  om ‘hun frustratie af te reageren’. Of dat laatste waar is, weet ik niet, maar ik hoop het in elk geval. Niets lijkt mij erger dan ouders die hun tikken verstandelijk overwegen en plannen. Er bestaat een mooi verhaal van John Collier over een tandarts die zijn zoontje op een rationele manier wil opvoeden en bij verzet een pak slaag aankondigt dat hij enkele uren later pas toedient. Het verhaal heet Thus I refute Beelzy en heeft een zeer bevredigend einde dat ik hier niet zal verklappen. Nee, als ouders slaan, moet er persoonlijke boosheid mee gemoeid zijn.
     Maar boosheid en instinctieve pedagogie sluiten elkaar niet uit. Ik ga mijn vrouw niet slaan als ik boos ben, want daar is geen pedagogische context – en ze zou terugslaan. Jan heb ik bij drie verschillende gelegenheden een  klap gegeven*****. Slechts in één geval herinner ik mij de aanleiding, een brutale uitspraak, maar in alle gevallen herinner ik mij de emotionele context. Hij had iets gedaan of gezegd dat echt slecht was, en toen ik hem in mijn boosheid een klap gaf, heeft hij heel heftig geweend. Ik heb altijd gedacht dat hij niet weende om de klap, maar minstens gedeeltelijk om de spijt dat hij voelde. Hij moet geweten hebben dat hij iets slechts gedaan of gezegd had en de klap zorgde ervoor dat de spijt om het zo maar eens te zeggen ‘vrij kwam’. Zo kwam het bij mij over. De klap bracht orde aan in de chaos van het geweten. Ikzelf had geen spijt. Ik heb hem getroost. We doen en zeggen immers allemaal wel eens iets dat echt slecht is.
 

*Ik kreeg op dit stukje volgende interessante reactie van Michel Berger: ‘Een tik is niet het probleem. Het is het eventuele machtsmisbruik - let wel: misbruik, niet gebruik - dat erbij komt. En dat kan evenzeer aanwezig zijn in opvoeding zonder tikken. Er zijn ouders die zelfs zonder een woordenstroom hun kinderen vernederen met blikken of door hen geen blik waardig te keuren in hun noden. Die hen uitlachen, die hen niet ernstig nemen enz., ouders die hun ambities aan de kinderen opdringen, die de natuurlijke interesses van hun kinderen fnuiken omdat het zaken zijn die hen niet interesseren enz. Daarnaast zijn er ouders genoeg die zelf de eigen kindertrauma's niet verwerkt hebben en ze doorgeven aan de kinderen, zelfs met de beste bedoelingen. En wat met de psychologische terreur van uw kinderen aan hun lot over te laten, het lot van vele kinderen die nooit een lap krijgen en die om een lap zouden smeken als blijk van tenminste enige aandacht? Een groep kinderen die vaak te vinden is bij ouders met hoge functies waardoor ze nooit thuis zijn, terwijl ze dat compenseren door de kinderen te verwennen met materieel comfort. Al dergelijke psychische terreur of mismeestering of verwaarlozing is erger dan een tik bij een ongezeggelijk kind door een ouder die wél zichzelf en z'n kind kent. In ieder geval: de staat heeft zich er niet te mee te moeien omdat ze zich daar niet mee kan moeien wegens de enorme complexiteit ervan. Het is gemakkelijk wetten te maken met grootse doelstellingen. Maar … ik weet niet hoeveel beperkingen en sociale en juridische controle gaan opleggen aan ouders die met vallen en opstaan wél met hun kinderen inzitten ... mij lijkt het een teken van een zieke en bemoeizieke overheid.

** Van Peel vond dat het wetboek niet te veel met symbolische artikels moet bevatten. Dat vind ik ook. Elk kind heeft recht heeft op liefde, warmte, genegenheid, een verse onderbroek en een evenwichtige voeding, maar ik wil dat ook niet in het Burgerlijk Wetboek. Ook vond ze dat de indruk moest worden vermeden dat de staat zich zou mengen met de thuisopvoeding. I second the motion. Uit alles wat ze verder zei, kreeg ik de indruk dat ze niet al te dwars zal liggen over het CD&V-voorstel. Dat zou ik ook niet doen.

*** Uiteraard met heel veel uitzonderingen in de twee milieus.

**** ‘Als misdadiger worden weggezet …’ is figuurlijk want het wetsvoorstel van CD&V betreft het Burgerlijk Wetboek en niet het Strafwetboek.

***** Ik heb Jan wel vaak gebeten. Als hij in mijn duim beet, beet ik gelijktijdig terug in zijn duim. Als hij harder beet, beet ik ook harder. Als hij losliet, liet ik los.

 

woensdag 16 september 2020

Betere opvangkampen op Lesbos

   


 
Vluchtelingen en migranten uit het Midden-Oosten en Afghanistan die graag naar Europa willen, verkiezen de korte oversteek vanuit Turkije naar het vlakbije Griekse Lesbos boven de lange en gevaarlijker zeereis van Libië naar een Italiaans eiland. In 2015-2016 belandden een half miljoen van hen op Lesbos. Nu is het veel minder, maar de vluchtelingen en migranten blijven toekomen en de kampen zijn overvol. Het Moria-opvangkamp is officieel berekend voor 2. 800 mensen maar er verblijven er 12.500. En dat kamp is nu vernietigd door een grote brand.
     Het is mogelijk dat bewoners de brand zelf hebben aangestoken om te protesteren tegen de Corona-maatregelen, mogelijk dat ze Griekse huizen plunderen, mogelijk dat ze relletjes uitlokken met de politie, mogelijk dat ze daar illegaal zijn of geen kans maken om als ‘vluchteling’ te worden erkend.  Dat alles is best mogelijk. Maar er is ook iets dat zéker is: de toestand in de kampen is schrijnend en mensonterend, en dat op een stukje Europees grondgebied.
     Wat kan er gebeuren om verlichting te brengen?
     Er is de NGO-oplossing van open grenzen. Caroline Willemen van Artsen zonder Grenzen sympathiseert in Het Nieuwsblad van 15 september met de ‘vrouwen en kinderen die vragen om [na de brand] géén nieuw kamp op te richten, maar die hun vrijheid vragen.’ Dat is dan de vrijheid om naar het Europese vasteland te trekken. Die vrijheid is een mooi ideaal, maar aangezien ik in discussies met links altijd hoor dat ‘niemand voor open grenzen is’*, ga ik daar niet verder op in.
     De EU-oplossing is om quota af te spreken om de minderjarigen uit de kampen over verschillende landen te verdelen. België zou twaalf minderjarigen laten overvliegen. Groen en SP.A vinden dat het er meer moeten zijn, zonder daar een concreet getal aan te verbinden, en Maggie De Block belooft dat het niet bij die twaalf zal blijven**. Maar als de toestand in de Griekse kampen zo schrijnend is, zou men eigenlijk alle bewoners ervan over de verschillende Europese landen moeten verdelen, en ik vrees dat het niet lang zou duren voor de kampen weer vol zouden lopen met nieuwe vluchtelingen en migranten.
 
     De Theo Francken-oplossing is om financiële steun te geven zodat de toestand in de kampen kan worden verbeterd voor alle bewoners, zonder zelf nieuwe migranten op te nemen. Hij verwijst naar de Oostenrijkse regering van christendemocraten en groenen die de zaak zo wil aanpakken. Dat vind ik een redelijke, efficiënte, haalbare  maar verre van ideale  oplossing. De opvang van twaalf of vijftig of vijfhonderd kinderen, zou enig geld kosten. Goed, we verdubbelen die som, en die gaat rechtstreeks naar betere infrastructuur en voorzieningen. Wil Groen en S.PA het tienvoudige schenken, mij ook goed, als ze de grenzen maar dicht laten.
     Peter Mijlemans van Het Nieuwsblad is het niet met Francken eens. ‘Dan is het cynisch’, schrijft hij in het hoofdartikel van 16 september, dat er nog steeds stemmen opgaan – met op kop die van Theo Francken (N-VA) – dat financiële hulp beter is dan twaalf kinderen over te brengen.’ Waarom het voorstel van Francken cynisch is, wordt verder met geen enkel argument onderbouwd.
     Zou ik zelf zo’n argument kunnen verzinnen? Misschien dit. Geldelijke steun voor een grote groep heeft iets onpersoonlijks. Er is een heel verschil tussen aan de ene kant een bedelaar iets toestoppen, en aan de andere kant een bepaald bedrag storten in een fonds waarmee soep of alcohol voor alle bedelaars van de stad wordt aangekocht. Wie een bedelaar iets toestopt heeft een persoonlijk engagement aangegaan, heeft een mens in de ogen gekeken, en heeft een gêne moeten overwinnen. Men denkt vaak dat iets geven aan een behoeftige de gever  een goed gevoel bezorgt. In mijn ervaring is het omgekeerd: de persoonlijke gift zorgt voor een slecht gevoel en een slecht geweten, want je weet hoe weinig je hebt gedaan. Maar je hebt het toch gedaan, en dat was flink en misschien zelfs goed.
     Onpersoonlijke geldelijke steun daarentegen is geen daad van Goedheid, Liefde of Caritas. In de klas van meester Bernard lazen we het toneelstuk ‘L’annonce faite à Marie’ van Claudel. Het is een stuk over de middeleeuwen. Violaine Vercors ontmoet de lepralijder Pierre en geeft hem een kus. Het is een mooi voorbeeld van Caritas, een daad van onmiddellijke, onberedeneerde solidariteit, waarbij de laatste druppel eigenbelang verdwijnt in een oceaan van Liefde. Door de kus krijgt Violaine zelf ook lepra en is Pierre ondertussen geen stap verder. Dat wil zeggen, Pierre geneest, maar dat komt geloof ik niet door die kus maar door een miraculeuze tussenkomst van God  of van Maria, dat wil ik kwijt.
     Maar op mirakels zou ik niet rekenen als het om het migratie- en vluchtelingenprobleem gaat. Ook zijn de quotabeslissingen van Merkel, Macron, Michel en Maggie De Block ongeveer even onpersoonlijk als financiering van een betere infrastructuur. Het enige verschil is dat het opvangen van kampbewoners in Frankrijk, Duitsland, België enzovoort eigenlijk is wat die mensen zélf vragen. Die willen geen infrastructuur of voorzieningen. Die willen naar Europa***. En daarmee zijn we weer bij de open grenzen beland. Maar daar is niemand voor. Toch?

* In werkelijkheid is de toestand zo: links en een deel van het centrum is in principe voorstander van gecontroleerde grenzen ... die echter telkens weer onvoorwaardelijk moeten worden geopend als van één bepaalde groep de ellende in de actualiteit komt, zoals bij een grote brand.
** Het gaat ondertussen om 150 kampbewoners die naar ons land kunnen komen.
*** Alhoewel sommigen van hen die voorzieningen achteraf - begrijpelijkerwijs - weer missen. Zie 
hier.

maandag 2 maart 2020

Racisme

     ‘En nu heeft Theo Francken weer een racistische tweet geplaatst,’ zei K. 
     Dat vond ik moeilijk om te geloven. Misschien had Theo een opmerking over de islam geplaatst?
     Dat was hetzelfde, zei K.
     Hoezo, hetzelfde? Hoe kwam K. daarbij? ‘Een geloof is geen ras,’ zei ik. ‘Het is een overtuiging. Zoals het nazisme, het christendom enzovoort. Ben je dan een racist als je tegen katholieken bent? Kun je dan niet beter zeggen dat zo iemand een anti-katholiek is, of in het geval van de islam een islamofoob?’
     ‘Dat woord is niet erg genoeg,’ zei J.
     ‘Doe geen moeite,’ zei K. ‘Ik begrijp het verschil nu wel, maar ik vind het onbelangrijk.’
     Daar had ik niet meteen een antwoord op. Ik heb zelf altijd gezegd dat discussies over woorden en semantische verschillen onbelangrijk zijn, of althans weinig opleveren.
     ‘Ja,’ zei ik, ‘maar als iemand enerzijds wel Marokkaanse vrienden heeft maar anderzijds gruwt van een Vlaamse groenteboer die moslim is geworden en met zijn dochter wil trouwen, is dat ook een …’
     ‘Doe geen moeite,’ zei K. weer.
     Maar dan kent zij mij niet goed. Ik wil best over een kwestie zwijgen, maar ze laten rusten, dat in geen duizend jaar. Een kous is voor mij niet af zolang ze niet af is. Ik blijf er in mijn eentje aan breien. Waarom dus, vraag ik mij af, zien mensen als K. amper een verschil tussen iemand die tegen Marokkanen is en iemand die tegen moslims …
    Wacht, dat is het natuurlijk. Eigenlijk heeft K. gelijk. Een afkeer hebben van Marokkanen en een afkeer hebben van moslims, daar is niet zoveel verschil tussen, of je het nu allebei racisme noemt of niet. Spuwen op islam, christendom, nazisme, communisme, ecologisme, liberalisme, dat is één ding. Maar spuwen op mensen, zonder dat je ze kent, alleen omdat ze in de islam, het christendom, het nazisme, het communisme enzovoort geloven, dat is erg onbeschaafd. Er bestaan heel brave moslims en christenen. Mijn vader heeft brave nazi’s gekend. Ik heb brave communisten gekend. Ik ben zelf een brave liberaal, al stem ik dan niet op die partij. Waarom al die mensen op voorhand verachten?
     Je kunt evengoed, uit vooroordeel of uit principe, spuwen op alle pedagogen, KV-Mechelensupporters, leraren Frans, bankdirecteuren, dokwerkers of mensen uit Pulderbos.

vrijdag 28 februari 2020

Propagandaoorlogje tussen N-VA en Open-Vld

     ’t Zit mij dwars dat de twee partijen die op economisch vlak enigszins liberaal zijn zo’n ruzie maken. Maar er is niets aan te doen.  De partijen hebben nu elk een filmpje gemaakt waarin ze elkaar aanvallen. Ik wou er eerst niet kijken naar, maar toen ik hoorde dat Jan al gekeken had, en er zijn mening over had, heb ik het toch maar gedaan.
     De twee filmpjes zijn ongeveer even lang: dat van  N-VA duurt 35 seconden; dat van Open-VLD duurt 48 seconden en ’t heeft een leuk muziekje op de achtergrond.
     Het N-VA-filmpje bestaat alleen uit fragmenten van twee tv-interviews met Gwendolyn Rutten, een uit 2010 en een uit 2020. In het eerste zegt Rutten dat ze vóór confederalisme is, en in het andere dat ze er tégen is. Daar staat een wat idioot citaat van Eisenhower bij volgens hetwelk je je principes niet mag verloochenen omdat je anders ook je privileges verliest. Dat citaat suggereert dat Rutten haar principes verloochende en om opportunistische redenen van standpunt veranderd is.
    Die suggestie was een dwaasheid. De redenen waaróm een partij van standpunt verandert, behoren tot het domein van de speculatie. De eerste vraag zou moeten zijn of het om een verandering ten goede of ten kwade gaat. En dan: welke partij begaat nooit inconsequenties, maakt geen opportunistische berekeningen, en verandert nooit van standpunt? Zo’n verwijt kun je alleen nuttig gebruiken als je zelf je eigen maagdelijkheid hebt weten te bewaren in de veilige omgeving van een gedwongen of zelfgekozen oppositie.
     Het filmpje van N-VA was een stinkbommetje richting Open-VLD. Het antwoord was een regen van ontploffende stinkgranaten: vijftien krantenkoppen over zeven verschillende onderwerpen spatten open in je gezicht. Hoe meer, hoe beter, moet men gedacht hebben. Zelf hou ik daar niet zo van. Het gebeurt dat ik met veel moeite een redenering uitwerk in een stukje en dat iemand dan een antwoord op mij afvuurt van driehonderd lettertekens bevattende vijf cijfers, tien onderwerpen en een oproep om mijn leven te beteren.
     Wat ik ook flauw vindt, is dat Open-VLD slechts af en toe met echte N-VA-citaten werkt. De meeste krantenkoppen gaan óver N-VA, en als ik op mijn eigen krant – Het Nieuwsblad – afga, zijn die koppen vaak niet het meest evenwichtige onderdeel van het artikel.
     Volgens Open-VLD heeft N-VA beweerd dat ze
 
  1. via regeringsdeelname het confederalisme wil bereiken
  2. tegen asielfraude is
  3. solidair is met Catalonië
  4. Bart De Wever wou als minister-president
  5. nooit samen in een regering zou vormen met de PS
  6. voor het Marakesh-pact was
  7. heel grote verschillen zag tussen haarzelf en Vlaams Belang
    Ik geloof dat de zaak van het Marakesh-pact (6) niet helemaal correct is weergegeven, maar het is vrijwel het enige punt waar N-VA werkelijk van standpunt veranderd is – en gelukkig maar.  Over het Vlaams Belang (7) kun je discussiëren: de verschillen zijn gebleven maar de bereidheid tot samenwerken zal ongetwijfeld zijn toegenomen.  De overige vijf punten zijn spijkers op laag water omdat N-VA daarover niet van mening veranderd is. N-VA
  1. wil nog altijd het confederalisme – al kan die niet met gelijk welke regeringscoalitie worden bewerkstelligd
  2. is nog altijd tegen asielfraude – al wordt een van haar ex-leden beschuldigd van zo’n fraude
  3. is nog altijd solidair met Catalonië; dat standpunt is niet veranderd toen de Spaanse unitaristen van Vox – tegen de wil van N-VA – tot hun Europese fractie werden toegelaten
  4. had met 30 procent van de stemmen ongetwijfeld Bart De Wever naar voren geschoven als minister-president die daarna communautair kon gaan onderhandelen met de Waalse minister-president
  5. is altijd bereid geweest om te regeren met PS als een staatshervorming op de agenda staat –  maar ook alleen dán; de PS en CD&V zijn voor zon staatshervorming zelfs altijd de bevoorrechte partner geweest.  
     Bij (2) hoort nog een kleine bemerking. Het gebruik van de krantenkop ‘Francken liet 32 sans-papiers met strafblad vrij’ heeft naar mijn smaak een groot Vlaams Belang-gehalte. De zaak heeft ten eerste niets met asielfraude te maken, wat nochtans wordt gesuggereerd. En ten tweede moest Francken zich aan de principes van de rechtstaat houden. Hij heeft, succesvol, geprobeerd om zoveel mogelijk criminele illegalen uit het land te zetten. Maar als de uitzetting volgens de gerechtelijke procedures niet mogelijk is, wat hier het geval schijnt te zijn geweest, dan kon Francken die illegalen niet in voor onbepaalde duur in een asielcentrum opgesloten houden. Een staatssecretaris is geen rechter, en een gesloten asielcentra is geen gevangenis.
     Als ik Bart Somers was, zou ik nu de 
‘Propaganda-Abteilung’ van Open-VLD beschuldigen van – vooruit dan maar – van populisme.

zondag 16 februari 2020

Somers en Francken gefactcheckt

     In een interview met De Zondag zegt Bart Somers iets opmerkelijks: ‘Wist u dat 37 procent van onze kinderen tot 5 jaar migratieroots hebben?’
     37 procent!?
     Enkele weken geleden had Theo Franken op het vtm-nieuws gezegd dat er 50 000 gezinsherenigingen per jaar waren. Hij werd onmiddellijk gefactcheckt op vrt-nws.  Het was allemaal niet waar en overdreven, want (1) het recht op gezinsleven wordt gegarandeerd door de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens, want (2) een deel van die gezinsherenigingen betrof kinderen die eigenlijk hier geboren waren en want (3) in bijna de helft van de gezinsherenigingen ging het om EU-burgers. En, o ja, het aantal gezinsherenigingen in 2018 bedroeg in totaal … 53 109. Het cijfer zelf was dus correct, dat wel.
     Komt er op vrt-nws nu ook een factcheck van de ‘37 procent kinderen met vreemde roots’ van Bart Somers? Zullen we daar kunnen lezen dat het allemaal niet waar is, en erg overdreven, want (1) er staat iets in de Europese Verklaring van de Rechten van de Mens – wat weet ik niet, maar er staat vast iets, want (2) een groot deel van die 37 procent kinderen met vreemde roots is geboren met de Belgische nationaliteit en want (3) veel van de ándere kinderen die niet de Belgische nationaliteit hebben, zijn EU-burgertjes. Verder, ook belangrijk, geldt die 37 procent voor België, voor Vlaanderen of alleen voor Mechelen?
     Die factcheck van Somers zijn bewering komt er, geloof ik, niet. Factcheckers zijn niet zozeer op zoek naar feitelijke fouten als wel naar ‘schadelijke’ beweringen. Dat is in elk geval wat Maarten Schenk, factchecker bij Facebook, verklaart in Humo van 14 januari. ‘Ons criterium is: we controleren die boodschappen die schadelijk kunnen zijn.’ Dat is een heel begrijpelijk criterium. Beweringen over kabouters en de Kerstman moet je niet checken, want niemand, behalve Maarten Boudry, vindt ze schadelijk.
     Het wordt allemaal moeilijker als factcheckers zich met politieke thema’s gaan bezighouden, wat ze bijna altijd doen. Wat ‘nuttig’ is en wat ‘schadelijk’ wordt dan ingekleurd langs politieke lijntjes. Als Francken beweert dat er 50 000 gezinsherenigingen per jaar zijn, ondersteunt hij daarmee zijn wetsvoorstel om  gezinshereniging voor een bepaald soort asielzoekers te beperken. Zo’n wet zou ons land minder aantrekkelijk maken voor asielzoekers. Ik vind dat een nuttige wet, maar groen-links, dat een ruime asielpolitiek voorstaat, vindt zo
’n wet schadelijk. Op die manier worden de 50 000 gezinsherenigingen van Francken voor hen een schadelijk cijfer dat moet worden gefactcheckt.
     Maar hetzelfde groen-links zal de 37 procent van Somers niet schadelijk vinden. Somers gooit dat stevige cijfer over kinderen met vreemde roots op tafel met een heel andere bedoeling dan Francken dat doet. De boodschap van Somers luidt dat migratie niet positief of negatief is, maar een realiteit. ‘37 procent’ maakt van die realiteit een onontkoombaar gegeven*. ’t Is een realiteit waar de Oude Vlamingen zich volgens Somers moeten aan aanpassen.  En ook groen-links wil graag dat die Oude Vlamingen zich flink aanpassen. Met zo’n boodschap wordt de 37 procent een nuttig cijfer waar geen factcheckende nuances bij nodig zijn.
-
     En hoe moeten de Oude Vlamingen zich aanpassen aan nieuwkomers ‘met vreemde roots’? Johan Leman heeft enige tijd geleden veel kritiek gekregen toen hij uitlegde wat dat concreet betekende – hoe je je bijvoorbeeld als homo moest aanpassen aan een moslimomgeving in Molenbeek (zie hier). Die fout zal Somers niet maken. Concreet zijn is gevaarlijk voor een politicus. Als hij de vraag krijgt van De Zondag waarom en hoe Oude Vlamingen zich moeten aanpassen, blijft hij, zoals Polly Peachum in dat bekende liedje ‘ganz allgemein’. ‘Ik bedoel daarmee niet, zegt hij, dat Vlamingen hun manier van leven moeten aanpassen. Ik bedoel daarmee dat élke mens zich voortdurend aanpast. Toen ik vader werd, heb ik mij aangepast aan mijn nieuwe rol. Toen de sociale media opkwamen, heb ik mij als politicus aangepast aan de nieuwe realiteit. Als ik nieuwe buren krijg, dan ga ik mij ook aanpassen.’
     Wat kun je daarop antwoorden? Weinig. Toen Jan geboren werd heb ik mij ook aangepast. De sociale media zijn ook van mijn leven een niet onbelangrijk deel geworden, al ben ik geen politicus. En als ik nieuwe buren krijg, en het zijn moslimfundamentalisten, met of zonder vreemde roots, dan zal ik de banden van hun auto niet kapot steken, ook al omdat ik bang ben dat zij hetzelfde zouden doen met de mijne. Ik zal, als ze hier legaal verblijven, hun deportatie eisen noch suggereren. Dat laat ik over aan Vlaams Belangers als Sam van Rooy. Maar ik zal mij aan die nieuwe buren niet ‘aanpassen’ in een van de normale betekenissen van het woord. Ik zal mij ergeren, in stilte hopen dat hun kinderen later minder fundamentalistisch zullen zijn dan hun ouders, en ondertussen elke maatregel steunen die de neutraliteit van de staat bevestigt en uitstraalt**, en elke regeling die een dam opwerpt tegen de politieke ambities van van welke godsdienst ook, maar zeker tegen die van de islam.

* Weinig Oude Vlamingen maken zich zorgen over het aantal vreemdelingen in het algemeen, waaronder heel wat Nederlanders, Fransen en Italianen. Wel maakt men zich zorgen over de groei van de moslimgemeenschap sinds duidelijk is dat fundamentalisten binnen die gemeenschap ongeveer de helft uitmaken. Het aandeel van de moslims in ons land is nu ongeveer 6 procent, en zal nog stijgen. (Zie hier). Maar als er een strikte immigratiepolitiek komt, is er weinig kans dat die ooit stijgt tot een landelijk gemiddelde van 37 procent.

** Somers vindt het niet nodig dat de staat neutraliteit uitstraalt. Hij is voorstander van een ‘andere stroming binnen het liberalisme’. Hij vindt het jammer dat het regeerakkoord stipuleert dat religieuze tekens, zoals de hoofddoek, verboden worden aan loketten en in het onderwijs. ‘Dat is voor mij de moeilijkste passage van het regeerakkoord,’ zegt hij.

dinsdag 12 november 2019

Youssef Kobo tegen Theo Francken

     Op de brandstichting in het toekomstige asielcentrum van Bilzen heeft Theo Francken gereageerd met een twitterbericht. Hij doet dat wel vaker, reageren met een twitterbericht. Vijf of zes van die berichten waren nogal ongenuanceerd en ruw verwoord. Je kunt ze met een beetje kwade wil verkeerd interpreteren, en tegenstanders halen ze jaren later nog altijd aan om het ‘deshumaniserend’ discours van N-VA aan te klagen. Het is een beetje jammer dat ze na al die jaren niet meer, en betere, voorbeelden van dat discours gevonden hebben, maar je moet roeien met de spaanders die je hebt.
     Het nieuwste twitterbericht van Francken is echter noch ruw, noch ongenuanceerd, noch dubbelzinnig. “Brand stichten in een asielcentrum in de nacht van Wapenstilstand. Geen woorden voor. Hoe hard je ook revolteert tegen het huidige asielbeleid, brand stichten is NOOIT het juiste antwoord. Nooit mag wrok tegen slecht beleid zich omzetten in wrok tegen mensen.”
     Het mooiste vind ik de laatste zin. Francken heeft die naar het schijnt overgenomen van zijn collega Wouter Raskin.  Joël De Ceulaer maakt er zich vrolijk over dat ook andere N-VA’ers die zin overnemen op hun twitterpagina. Ik vind dat juist een goed idee. Je kunt niet stevig genoeg ingaan tegen ‘deshumanizering’. Wrok tegen ménsen moet altijd worden afgekeurd.
     Toch is Youssef Kobo erin geslaagd om het bericht verkeerd te begrijpen. ‘Het is blijkbaar onmogelijk voor Theo Francken,’ schrijft hij, ‘om een gewelddaad onvoorwaardelijk te veroordelen, er moet 2 x een vergoeilijking [sic] aan voorafgaan: ‘Het is de schuld v/h huidig[e] asielbeleid’ en ‘wrok tegen slecht beleid’. Beschamend en veelzeggend.”
     De reactie van Kobo is, zo niet beschamend, in elk geval veelzeggend, en al helemaal zeker fout. De veroordeling door Francken is wel degelijk onvoorwaardelijk. Zo’n brandstichting is ‘nooit’ het juiste antwoord, schrijft Francken, en het woord ‘nooit’ staat in hoofdletters. Francken en Raskin doen ook niet aan ‘vergoeilijking’: zij schrijven juist dat kritische standpunten tegen opvang van meer asielzoekers géén excuus zijn voor de gewelddaden. Dat is dus het tegenovergestelde van ‘vergoeilijking’.
     Je zou de kritiek van Kobo kunnen formuleren op een wat geloofwaardiger manier: ‘Francken en Raskin zeggen in hun bericht twee dingen: de brandstichting is verwerpelijk én het asielbeleid is te laks.’ Door de twee uitspraken tegelijk te doen, verzwakt de ene uitspraak de andere. Dat is een redelijk argument. Zo kun je na een bomaanslag de islamitische terreurzaaiers veroordelen en tegelijk waarschuwen voor wraakacties tegen de moslimbevolking. Als je het zo formuleert, en je betrekt er het schertsbegrip ‘islamofobie’ niet bij, dan zou ik zo’n 
dubbele boodschap best appreciëren. Maar anderen zullen er zich aan storen. Dat is dan voor hún rekening.
     De strekking van de Raskin-Francken-zin kan, geloof ik, verduidelijkt worden door een vergelijking te maken. Onlangs kwam Christoph Bush, de vroegere directeur van de Dossin-kazerne, bij ons op school een lezing geven over ‘polarisering’. Hij voorspelde daarin dat op middellange termijn het islamterrorisme zou afnemen en dat het eco-terrorisme zou toenemen. Ik hoop dat de eerste voorspelling juist is en de tweede fout.
     Maar veronderstel nu dat dat eco-terrorisme inderdaad toeneemt. Anuna De Wever en haar vrienden krijgen genoeg van de praatjes van politici die veel beloven en niets doe-oe-oen. Ze besluiten van zelf iets te doe-oe-oen. Ze gaan ’s nachts de banden doorsteken van geparkeerde vrachtwagens, ze snijden elektriciteitskabels door van CO2-bedrijven, ze ontvoeren een lobbyist van de oliesector. Als dat gebeurt, mag Meyrem Almaci van mij gerust een berichtje versturen dat zulke acties ‘NOOIT het juiste antwoord zijn, hoe zeer je ook revolteert tegen het huidige klimaatbeleid’.
     Ik zou over zo’n berichtje niet lastig doen, ook al revolteer ikzelf niet tegen dat klimaatbeleid. 


Post Scriptum
Op bovenstaand stuk heeft Youssef Kobo als volgt gereageerd:
‘Wacht, laat me het zo proberen: “Ik veroordeel het politiegeweld tegen de Catalaanse bevolking. Wrok en frustratie tegen een onrechtmatig illegaal uitgevoerde referendum mag nooit leiden tot geweld” Waardeloze veroordeling niet?’
Ik heb daar niet zo’n groot probleem mee als Kobo denkt. Dat het politiegeweld veroordeeld zou worden door iemand die fanatiek tegen de Catalaanse onafhankelijkheid is, vind ik helemaal niet waardeloos. Komen die vaak voor, die veroordelingen?’

zondag 23 juni 2019

IS-kinderen en IS-volwassenen

     Ik zie op Facebook af en een toe een ruzietje over de IS-kinderen passeren en dan kom ik niet tussen, want ik ken daar niets van. Als het waar is wat ik soms lees - dat die kinderen in kampen sterven van ontbering - dan moet daar dringend iets aan worden gedaan. En er moet iets aan worden gedaan voor àlle kinderen in die kampen, en niet alleen voor die kinderen die misschien mogelijk eventueel de Belgische nationaliteit hebben. Of die laatste ook moeten worden opgehaald om hier in ons land bij de grootouders of andere familieleden te worden afgeleverd is een andere vraag.
     In die ruzies over de IS-kinderen worden veel emotionele argumenten gebruikt. Ik hou daar in het algemeen niet zo van. Maar als ik er ergens begrip voor kan opbrengen, dan hier. ‘Het maakt mij boos en triest, schreef Pascal Kerkhove in De Zondag, ‘want met kinderen in nood is het simpel: die help je. Altijd, overal én onvoorwaardelijk.’ Ja, daar kan ik weinig op zeggen, want het zijn inderdaad kinderen en ze zijn in nood.
     ’t Is anders een raar stuk dat Kerkhove geschreven heeft. ‘Oordelen is zoveel makkelijker dan denken,’ waarschuwt hij in de eerste zin. Maar wat verderop vergeet hij dat denken helemaal. ‘Ken jij één vader of moeder’, schrijft hij,  ‘die vindt dat zijn of haar kind een extra straf verdient voor het eigen crimineel gedrag?’ Voor het eigen crimineel gedrag?! Nee,  zulke mensen ken ik niet persoonlijk, maar wat een onzinnige vraag is het ook. Natuurlijk vinden criminelen niet dat hun kinderen moeten worden gestraft. Meestal vinden ze dat ze zelf ook niet moeten worden gestraft. Ook heb ik die criminelen niet nodig om te weten dat kinderen niet schuldig zijn aan de misdaden van hun vader of moeder. Maar moet ik Kerkhove nu op zijn stommiteit wijzen op een ogenblik dat die kinderen nog altijd echt in nood zijn? Ik voel mij daar ongemakkelijk bij.
     Het zijn anders niet allemaal emoties die je in de discussies ziet; er wordt ook wel eens inhoudelijk over de zaak getwist. Theo Francken schreef een stuk voor Doorbraak waarin hij vier redenen aanhaalde om de IS-kinderen ‘niet actief te repatriëren’. Hij kreeg een antwoord van Hendrik Wallijn. Dat antwoord was ook emotioneel. Wallijn spreekt als ‘pleegvader van twee fantastische pleegkinderen’ en verwijt ‘Francken en de hele N-VA-top’ hun ‘onmenselijkheid’. Hij maakt zelfs bezwaar tegen het woord ‘IS-kinderen’. ‘Het ontmenselijkt die kinderen,’ schrijft hij. Ik volg hem niet in dat laatste bezwaar, want ik hou van taalkundig gemak. Maar ondertussen vergeet Wallijn de inhoud niet en antwoordt hij zorgvuldig op alle redenen die Francken had opgegeven.
     Ik werd in die twist getroffen door één punt. Francken wilde vooral vermijden dat, na de IS-kinderen, later ook de IS-moeders, en nog later de gesneuvelde en weer verrezen IS-vaders zouden volgen. Wallijn vindt daarentegen dat die moeders en vaders ook terug moeten kunnen keren. We moeten volgens hem consequent zijn.  ‘Als we buitenlandse criminelen hier veroordelen,’ schrijft hij, ‘en dan naar het land van herkomst brengen, moeten we binnenlandse criminelen kunnen berechten en in een Belgische gevangenis plaatsen.’ Met die ‘binnenlandse criminelen’ bedoelt hij IS-strijders die de Belgische nationaliteit hadden.
     Ik weet niet of dat waar is – dat wij hier zo consequent mogelijk moeten zijn. Een land als het onze wil geloof ik zo weinig mogelijk criminelen op eigen bodem. Als een buitenlander in ons land zware misdaden begaat, willen we die liever kwijt dan rijk. Als het land waar hij vandaan komt, hem uit onze handen wil overnemen en hem zelf in de gevangenis wil stoppen, dan komt ons dat goed uit. Omgekeerd gebeurt het dat een Belg in het buitenland misdaden begaat, terrorisme of moord of drugsmokkel, en dat dat andere land hem graag wil houden om hem zelf te berechten en te straffen. Ook dat komt ons goed uit. Ik neem aan dat we als land bepaalde verplichtingen hebben tegenover zo’n burger, maar ik betwijfel of die verplichting ook inhoudt dat we hem met alle mogelijke middelen proberen terug te halen om hem in een onzer eigen gevangenissen te stoppen? Ik zou daar, als het om een IS-strijder gaat, niet sterk op aandringen.
     Wallijn vindt dat het allemaal een kwestie is van ‘inclusief nationalisme’, dat hij samenvat als ‘geen Belg = geen rechten, wél Belg = wél rechten.’ Dat laatste beginsel treed ik bij, maar ik weet niet of het veel met het eerste te maken heeft. Ik weet het niet zeker, want ik ben geen nationalist, maar ‘inclusief nationalisme’ lijkt mij te gaan over de bereidheid om nieuwkomers, onder bepaalde voorwaarden, op te nemen als leden van de eigen samenleving. IS-strijders geloof ik voldoen niet aan die voorwaarden.

vrijdag 31 mei 2019

Verkiezingen - Losse gedachten bij de

* Bij het avondeten vroeg ik wie aan tafel een oplossing had voor de politieke impasse. Vrouw en kind zwegen en zelf wist ik ook niets te verzinnen. Van de Lanotte, Reynders, De Wever en Di Rupo zullen de knoop dus zelf moeten ontwarren.

 * De stemtest van vrt en rtbf werd meer dan drie miljoen keer ingevuld. Ik heb dat zelf niet gedaan, maar ik ken mensen die tot hun grote verbazing uitkwamen bij PVDA of Vlaams Belang, terwijl dat juist de partijen waren waar ze helemaal niet op wilden stemmen en waar ze ook niet op hébben gestemd. Zelfs goed gemaakte stemtesten bevoordelen blijkbaar de partijen die de meest onrealistische zaken beloven.

* Ik heb in een stukje vóór de verkiezingen vijf redenen gegeven waarom kiezers van N-VA naar Vlaams Belang overstapten. Daar komt nu nog een reden bij: mensen stemmen graag voor een underdog maar toch vooral als die groot en sterk is.

* Een VRT-reporter vroeg aan Theo Francken of hij met zijn ‘terminologie’ niet mee verantwoordelijk was voor het succes van Vlaams Belang. Dat was een domme vraag. Wie naar de resultaten kijkt van N-VA en het Belang in Vlaams Brabant ziet dat daar het omgekeerde is gebeurd.

* Je kunt met hetzelfde gemak zeggen dat een bepaald soort linkse propaganda verantwoordelijk is voor het VB-succes. Als je voortdurend beweert dat N-VA niets meer is dan een light versie van Vlaams Belang, dan moet je niet schrikken als mensen uiteindelijk het ándere product kiezen. 

* Heeft trouwens ooit al een VRT-reporter aan een SP.a-kopstuk gevraagd of hun linkse kiesbeloften mee verantwoordelijk zijn voor het succes van PVDA?

* N-VA heeft in de campagne goed ingespeeld op de thema’s die zich aandienden: klimaat, onderwijs en zelfs verkeer, al was dat in de vorm van een koerswijziging. Je kunt niet decreteren waar een campagne over moet gaan. Maar de naam Marrakesh had wellicht wat vaker mogen vallen.
* De PVDA-kiezer wil zaken die niet samengaan op korte termijn: hoger loon, hoger pensioen, minder werkuren, lagere pensioenleeftijd. Maar op lange termijn kunnen die doelen wel degelijk samengaan door een stijging van de productiviteit.

* De Vlaams Belang-kiezer wil iets wat onmogelijk is op korte én op lange termijn: minder vreemdelingen op straat. Het is wél mogelijk om de grenzen voor ongewenste migratie min of meer te sluiten, maar de vreemdelingen die hier al zijn, blijven op straat rondlopen en blijven kinderen hebben. En hun geslaagde inburgering zal niet voor morgen zijn.
* Ik kreeg op mijn Facebookpagina herhaaldelijk een filmpje te zien van Vlaams Belang waarin minister Homans over de hekel werd gehaald. Homans had ‘met plezier’ gratis inburgeringscursussen aangeboden aan vreemdelingen. 4300 euro per persoon! En ik die dacht dat Vlaams Belang juist verplichte inburgeringscursussen (hier) wilde. Of zouden de vreemdelingen die verplichte cursussen zelf moeten betalen, zoals de Mexicanen zelf voor Trumps muur zouden betalen?

* Ik heb verschillende commentaren gelezen over de fout die Bart De Wever gemaakt had in het debat met Crombez over de pensioenen. Maar niemand legde uit wat die fout nu juist was. Bij Jambers hoorde ik eindelijk de uitleg van De Wever zelf : ‘Ik wist dat dat van die levensverwachting in ons programma stond, ik kon dat dus niet ontkennen, maar, eerlijk gezegd, ik was vergeten dat daar duidelijk bij stond: “tegen 2070”.’
* In zijn boek ‘Identiteit’ geeft De Wever interessante oplossingen aan om de migratie te beperken en de integratie te bevorderen. Maar dan schrijft hij, op bladzijde 89: ‘Als gevolg daarvan [een goede inschakeling van de migranten in onze economie] zou ook het draagvlak en de tolerantie tegenover migratie opnieuw versterken.’ De Wever spreekt hier de zuivere waarheid. Maar ik zou zoiets nooit schrijven, uit angst dat niet Crombez maar mijn vijanden ter rechterzijde de zin uit zijn context zouden citeren en misbruiken.

* Vlaams Belang heeft haar racistisch verleden min of meer afgezworen, en PVDA heeft haar leninistisch-stalinistisch verleden min of meer afgezworen. Prima. Maar het doet mij ook denken aan die Rus met plasproblemen. Na een sondage van de blaas vroeg men hem hoe hij zich voelde. ‘Opgelucht,’ zei hij, ‘maar je weet wat men over laster zegt. Il en reste toujours quelque chose.’
* Het cordon lijkt terug te gaan op de gedachte dat racisme – of wat daarnaar zweemt – in de politiek een doodzonde is, terwijl korte-termijndenken, verspilling, corruptie, onrechtvaardige belastingen, maar dagelijkse zonden zijn.

* Je leest soms dat Vlaams Belang ‘racisme aanwakkert’ of ‘verdeeldheid zaait’ of ‘vijandbeelden creëert’. Dat racisme, die verdeeldheid en die vijandbeelden zouden dus niet bestaan zonder het Vlaams Belang. En dat is dan weer strijdig met de theorie dat dat racisme enzovoort in het Vlaamse DNA zijn ingebakken.
* N-VA zei tijdens de campagne dat Vlaams Belang de positie van links zou versterken door stemmen af te snoepen van regeringsbereid centrumrechts. Vlaams Belang antwoordde dat N-VA, als het erop aankomt, bereid is om in een coalitie te stappen met links. De twee beweringen zijn waar.

* Zou links blij zijn met een grotere versnippering van rechtse stemmen ook als dat een groter Vlaams Belang betekent? Dat weet ik niet. Ik ben rechts en ik ben niet blij met een grote versnippering van linkse stemmen als dat een groter PVDA betekent. Maar ik moet ook geen regering vormen.

woensdag 22 mei 2019

Van Vlaams Belang naar N-VA en omgekeerd

     In 2014 behaalde Vlaams Belang 5,8 procent. Dat was veel te laag voor een partij die tien jaar daarvoor nog de grootste Vlaamse partij was met 24 procent. Maar wie in 2014 nog op Vlaams Belang stemde was een trouwe militant van het eerste uur of een idealist. Het grootste deel van de stemmen die Vlaams Belang in 2014 verloor, zijn toen naar N-VA gegaan, die 32 procent behaalde.
     Volgens de peilingen zou Vlaams Belang nu 14,9 % behalen. Dat vind ik dan weer te veel voor een land waar een gematigd rechts alternatief bestaat. Door haar links sociaal-economisch programma heeft de partij wellicht nog enkele procentjes ontfutseld aan de socialisten, maar de grote winst moet bestaan uit kiezers die vorige keer N-VA stemden en nu naar Vlaams Belang terugkeren*.
     Die terugkeer is anders wel begrijpelijk. Sommige mensen zijn ongeduldig als het beleid niet onmiddellijk de resultaten oplevert die ze hadden gehoopt. Die mensen zijn dan ontgoocheld. Ze ontkennen niet dat Theo Francken veel gedaan heeft om het aantal vluchtelingen te beperken, maar ze wijzen erop dat er tijdens zijn staatssecretarisschap veel vluchtelingen bij zijn gekomen.  Als Francken echt niet verder kon gaan door de wetgeving, de rechterlijke macht, de Europese regels en de coalitiepartners, dan moest hij maar ontslag nemen. Niet toevallig rekent Vlaams Belang het zich als een grote verdienste aan dat ze N-VA tot ontslag uit de regering ‘gedwongen’ heeft.
     Bij de terugkeerders heb je ook de immigratiepessimisten. Die mensen vinden dat de migratie een verloren zaak is. Men heeft het te ver laten komen. Er is niets meer aan te doen. Theo Francken heeft met Joren Vermeersch twee boekjes over migratie geschreven (hier en hier) die vol staan van voorstellen op korte, middellange en lange termijn. Maar onze pessimisten zijn in die voorstellen niet erg geïnteresseerd. Het is toch te laat. We moeten de waarheid onder ogen zien. Ons rest niets meer dan wachten op de catastrofe en nog een laatste keer, nu het nog kan, eens flink zeggen waar het op staat. Zulke pessimisten herkennen zich in Sam van Rooy, die in 2020 Filip De Winter opvolgt als Antwerps kopman van Vlaams Belang. Van Rooy schreef een boekje over islamisering (hier) dat leest als een litanie van klachten. De pessimist leest dat en voelt zich begrepen. Hier is iemand die zegt: ik deel je angst, zoals Bill Clinton destijds zei: I feel your pain. Alleen komt het mij voor dat Clinton, in tegenstelling tot zijn vrouw, een goed acteur was, terwijl Sam Van Rooy méént wat hij zegt. Zijn angst is niet gespeeld.
     ’t Is zonde dat ik het zeg, maar bij de N-VA-stemmers van 2014 moeten er ook een redelijk groot aantal extremisten zijn geweest die zich vergisten van partij. N-VA was tegen onbeperkte migratie, en die stemmers dachten dat de partij onbeperkt tegen migranten was. N-VA was kritisch voor het moslimfundamentalisme en die stemmers dachten dat de partij de Koran zou verbieden en de moskeeën afbreken. N-VA was voor een neutrale kledij aan de stadsloketten en die stemmers dachten dat hoofddoeken op straat strafbaar zouden worden. N-VA was voorstander van integratie en aanpassing en die stemmers dachten dat wie zich niet integreerde of aanpaste dan maar zou worden gedeporteerd.**
     Een van de eigenaardigheden van de huidige campagne is dat N-VA weinig doet om die extremisten enigszins aan het lijntje te houden. Hoe harder Vlaams Belang zich opstelt, hoe gematigder de houding van Bart De Wever wordt. Misschien rekent hij erop op die manier een aantal kiezers van de centrumpartijen naar N-VA over te halen. Maar waarschijnlijker is dat hij – zoals wel vaker – aan de lange termijn denkt. Die extremisten kun je niet eeuwig aan het lijntje houden als je niet van plan bent om ook een extremistische politiek uit te voeren. Er mag een verschil bestaan tussen je eigen programma en wat je in de regering realiseert in afspraak met anderen. Maar dat wettigt geen breuk tussen je programma en je propaganda.
     Er is geloof ik ook een aantal stemmers die van N-VA naar Vlaams Belang terugkeren vanuit de logica van de ‘nuttige stem’. Die stemmers redeneren dat een sterk Vlaams Belang een goede waarborg is om N-VA op koers te houden. In het politieke jargon heet het dan dat Vlaams Belang een zweepfunctie heeft. De nuttige stemmers begrijpen wel, als ze enig verstand hebben, dat Bart De Wever en Theo Francken op maatregelen aansturen die de immigratie beperken. Maar, zo redeneren zij, N-VA geeft als volkspartij onderdak aan verschillende strekkingen. Daar is ook een progressieve vleugel bij die misschien wel de andere kant uit wil in de immigratiekwestie. Door een sterk Vlaams Belang wordt ervoor gezorgd dat N-VA haar anti-immigratiestandpunten niet afzwakt.
     Dat is geen slechte afweging, maar er laat zich wel wat tegen inbrengen. Ten eerste kan een overlopen van kiezers naar het Belang er ook voor zorgen dat de anti-immigratievleugel binnen de Alliantie verzwakt omdat ze minder electoraat aanbrengt. Ten tweede kan die waarborg evengoed worden waargemaakt met 10 procent Vlaams Belang-stemmen in plaats van met 15 procent, of door bijvoorbeeld alleen op de Europese lijst van het Belang te stemmen. En ten derde, als N-VA voldoende verzwakt wordt, komt ze niet meer in de regering en kunnen N-VA en Vlaams Belang gezellig samen kritiek geven vanop de zijlijn op het lakse immigratiebeleid van de Groen-Rood-Oranje regering.
     Sommige kiezers schijnen pas op het laatste moment te beslissen voor wie ze gaan stemmen. Ik heb dat nooit gehad, ook al heb ik in mijn leven al voor vijf verschillende partijen gestemd. Misschien zijn er bij de Vlaams Belang-terugkeerders nog wat twijfelaars, of ze nu tot de ongeduldigen, de pessimisten, de extremisten of de nuttige stemmers behoren. Ik zal het wel merken als ik op maandag krant opensla. Want die zondagavondshow over de ‘gedeeltelijke resultaten uit het kieskanton Horebeke’ zal ik ook dit keer weer overslaan.
       


* Ook onder de terugkeerders moeten er ook kiezers zijn die zich aangesproken voelen door het meer socialistische economische programma van Vlaams Belang.

** Ik lees in een opgewonden artikel van Sam van Rooy (“Bart De Wever Liegt”) dat Vlaams Belang de Islam níet wil verbieden.  Wellicht wil de partij dan ook geen speciale hoofddoekbelasting meer en wil ze vreemdelingen die zich slecht aanpassen het land níet uitwijzen. Mij goed hoor. Maar waar moet de extremistische kiezer nu naar toe?

zondag 20 januari 2019

De humanitaire visa van Theo Francken

     Je kunt van de politieke vijanden van Francken en N-VA niet verwachten dat ze nu zwijgen over de humanitaire visa-zaak. Die visa werden uitgereikt door zijn kabinet en, naar het zich laat aanzien, door een Syrische christen, tevens N-VA-lid, verkocht aan andere Syrische christenen die bloot stonden aan vervolging door fanatieke moslims. Francken had met andere woorden goede bedoelingen maar is naïef geweest en heeft zich laten misbruiken door een gewetenloze schurk met een partijkaart. Naïviteit is een fout, in de politiek is het een zware fout, en voor een staatssecretaris is het een heel zware fout.
     De goede kant van de zaak, dat zal iedereen toegeven, is dat die Syrische christenen gered zijn; de slechte kant is dat die redding gepaard ging met misdadige corruptie. Die is nu gelukkig aan het licht gekomen. Hopelijk wordt de dader, indien schuldig bevonden, streng gestraft en kunnen de slachtoffers nog enigszins schadeloos gesteld worden. Francken en N-VA moeten nu even de ‘‘walk of shame’ lopen, maar we weten uit Game of Thrones dat daarmee het spel niet is uitgespeeld.

     Zelf til ik niet zwaar aan onbedoelde fouten van anderen of van mezelf. Ik ben van het principe dat we ervan moeten leren. Het mag een geluk heten dat ik leraar ben, en geen chirurg. Ik kan een dt-fout op het bord schrijven en als een leerling mij daarop betrapt, zeg ik dat ik mij diep schaam, maar in werkelijkheid is dat niet zo. Over fouten van naïviteit kan ik mij al helemaal niet druk maken, hoeveel details men er ook bijsleurt. Zo’n Frank Van den Broucke die als SP-voorzitter illegaal verworven geld in de partijkas aantreft, en dat laat verbranden … Zo’n Kris Peeters die een niet helemaal koosjere Jood op zijn kieslijst plaatst … ik word er niet warm of koud van. Ook ben ik niet fanatiek als het over de ‘ministeriële verantwoordelijkheid’ gaat. Toen Dutroux ontsnapte, of toen het Heizelstadion instortte, hoorde ik bij degenen die níet vonden dat de minister van Justitie of van Binnenlandse Zaken ontslag moest nemen. Het verbaasde mij dat anderen daar oprecht anders over dachten.
     Wat mij dan weer niet verbaast, is dat gemaakte fouten rijkelijk worden benut om een politieke vijand te schaden. De partijen van centrumlinks (Groen en Sp.a) en centrumcentrum (CD&V, Open Vld) weten ook wel dat ze bij het N-VA-publiek weinig stemmen kunnen terugwinnen, visa of geen visa. Maar als zo’n zaak een paar procenten van de centrumrechtse N-VA-kiezers kan doen verschuiven naar het radicaalrechtse Vlaams Belang is dat prima voor hen. Als N-VA wat kleiner wordt, worden zij relatief gesproken wat groter. Ook hier zit ik anders in elkaar. Ik hou noch van de Sp.a noch van de PS, en ik zie die partijen graag zo klein mogelijk. Maar ik zou nooit inzetten op een strategie om kiezers van die centrumlinkse partijen te laten overlopen naar het radicaallinkse PVDA-PTB.
     Waar ik eigenlijk het meeste bang voor ben, is dat de zaak zal worden aangegrepen om de huidige visum-procedure en visum-filosofie in vraag te stellen.* In het verrassend leesbare boek Continent zonder grens van Theo Francken en Joren Vermeersch, staat een interessant stuk over de rol van het visum bij de asielkwestie. Francken ziet het zo: je kunt maar Europees asiel aanvragen als je met een humanitair visum naar Europa reist, en dat visum wordt uitgereikt als ‘een niet afdwingbare gunst’**. De regering reikt een visum uit in de stijl van de Franse koningen: ‘car tel est son bon plaisir’. Ik ben het daar helemaal mee eens. Maar een nadeel van een gunsten-systeem is dat je ook een mogelijkheid schept om gunsten te verkópen. Het gevaar van corruptie loert om de hoek. Voor mij is dat een reden om iedereen die bij het uitreiken van visa betrokken is, goed in de gaten te houden. Dat is van toepassing op ambtenaren, maar nog meer op bereidwillige medewerkers ter plaatse. Francken zal die les nu ook wel geleerd hebben.
    Zoals ik het zie moet Europees asiel in de toekomst weer een uitzondering worden, bedoeld voor heel specifieke individuen of groepen die om ideologische of etnische redenen gevangengenomen of gedood kunnen worden in de landen waar ze wonen.*** Ik denk hierbij aan de Russische anarchisten van de negentiende eeuw, de Joden van de jaren 30, de Chileense communisten van de jaren 70, de Iraanse dissidenten van de jaren 90, en in het algemeen ‘verbrande’ opposanten in dictatoriale landen. Nu is er in de wereld veel dictatuur, maar veel minder oppositie, en een groot deel van die oppositie wil ter plaatse blijven om … euh … oppositie te voeren. Toch kan iedereen die vanuit een arm Afrikaans, Arabisch of Centraal-Aziatisch gebied naar Europa wil emigreren zich voor een opposant uitgeven.**** In zo’n situatie zal slechts één op de duizend asielaanvragers behoren tot de specifieke individuen of groepen die ik hierboven aanhaalde, maar het zal ook bijzonder moeilijk zijn om die ene te onderscheiden van die 999 andere.
     Sommigen denken dat je dan vooral moet zoeken naar een sluitende, transparante procedure met objectieve criteria die zullen toelaten om dat onderscheid wel te maken. Maar dat zal nooit werken. Als je de criteria zo streng maakt dat je de meerderheid van de schijnopposanten tegenhoudt, is de kans groot dat je ook die ene échte opposant niet binnenlaat. En als je criteria zo toeschietelijk zijn dat die ene echte opposant níet wordt tegengehouden – wat geloof ik vooral de Groenen willen – moet je er ook tientallen of honderden andere erbij nemen. Een zekere willekeur is dan nog het beste. Je zoekt actief uit welke individuen of groepen de grootste kans op vervolging lopen, en je stelt die discreet in de mogelijkheid om een visum en asiel aan te vragen.  Dat af en toe een schurk van die werkwijze misbruik maakt, is geen reden om de werkwijze zelf te verwerpen.
     Willekeur bij beslissingen roept vanzelfsprekend ook weerstand op, want ze schept, zoals gezegd, mogelijkheden voor corruptie. We hebben daarom openbare aanbestedingen bedacht, en vergelijkende examens om promotie te maken binnen de ambtenarij, en eindeloze wetteksten onderverdeeld in artikels, leden en paragrafen. En zo hoort het. Maar we kunnen die mate van objectieve en voorspelbare criteria, bedoeld om de burgers van een land te beschermen tegen willekeur van de staat niet toepassen op elk domein en op elke schaal.***** Ik geloof dat je er op dit moment niet ver mee komt in de migratieproblematiek.

       In het Marrakesh-pact wordt nochtans op zulke objectieve en transparante criteria aangedrongen. In punt 23 (‘Objective 7’) lezen we dat irreguliere immigranten individueel geëvalueerd moeten worden om een reguliere status te verkrijgen, en dat op basis van ‘clear and transparent criteria’. Het is een van de passages die ik driftig onderstreept heb. Maar als de regels dan toch ‘clear and transparent’ moeten zijn, dan zou ik er één voorstellen, namelijk dat er in Europa géén asielzoekers meer worden toegelaten. Géén. De tweede regel die ik voorstel is dat een regering om humanitaire redenen uitzonderingen kan maken op die regel, en wel ‘selon son bon plaisir’. Maar die uitzonderingen zullen dan helaas niet voldoen aan de Marrakesh-vereisten van duidelijkheid en transparantie. Je kunt niet alles willen.

 
* Dat is waar onder andere Bart Eeckhout in De Morgen op aanstuurt. Zijn argument is dat de huidige procedure tot misbruik  kan leiden. Dat is waar en het is nu ook bewezen. Maar ik zou niet elke procedure afschaffen alleen omdat die tot misbruik kán leiden. Je moet ook de voordelen van de procedure in rekening brengen, en de nadelen van het alternatief. Bovendien komen de misbruiken in een democratie uiteindelijk aan het licht, zodat ze in de tijd beperkt blijven. Ook dat is nu bewezen.
De essentiële willekeur bij het uitreiken van visa betekent overigens niet dat een kabinet of administratie geen interne richtlijnen of werkwijzen kan afspreken, of zich moet onttrekken aan alle externe controle. Maar de verantwoordelijkheid doorschuiven naar ngo’s of de VN is niet noodzakelijk een betere garantie voor een efficiënte en billijke afhandeling dan een zogenaamd ‘eigengereid’ optreden. Interessant daarover is de getuigenis van ex-ambassadeur Mark Geleyn. (hier)


** Uit de 94ste voetnoot van het boek heb ik begrepen dat de huidige Europese Visumcode van 13 juli 2009 weliswaar toelaat dat een visumweigering kan aangevochten worden voor een rechter, maar dat die de beslissing enkel kan vernietigen en het dossier terugsturen naar de administratie voor een nieuwe en beter gemotiveerde beslissing.                                                              
*** Voor grote vluchtelingenstromen – zoals in oorlogssituaties – moeten plaatselijke oplossingen gevonden worden met Europese steun.
 
**** Zouden die mensen dan líegen alleen om een visum te krijgen? Dat denk ik wel. Toen ik begin de jaren 90 voor het eerst naar de VS reisde, moest ik om een visum te krijgen eerst een vragenlijst invullen. Een van de vragen luidde:  ‘Are you or have you ever been a member of the communist party?’ Ik wou heel graag naar de VS en heb toen zonder aarzelen  ‘No’ geantwoord, terwijl ik in het dagelijkse leven niet zo vaak lieg.
 
***** Je kunt ook in een gezin, school, bedrijf of ziekenhuis met enig succes een beroep doen op duidelijke krijtlijnen en transparante criteria. Maar je merkt al snel dat die aanpak op zekere grenzen botst.

maandag 24 december 2018

Kerstbezinning over het Marrakesh-pakt

    Aangezien kerstfestijnen van ons gezin op zondagmiddag en dinsdagmiddag plaatsvinden, heb ik maandagavond vrij om lekker gezellig, tussen twee Stille Nachten op de piano door, een nieuw Marrakesh-stukje te schrijven. Misschien een bezinning over cijfers dit keer. Ik heb al enkele keren een beetje uitdagend beweerd dat vijfenzeventig procent – of drie vierde – van de Vlamingen tegen het Marrakesh-pact is. Dat was wat overdreven (hier). Nu ik de cijfers van de Nieuwsblad-enquête (hier) gelezen heb, zal ik voortaan niet meer spreken van drie vierde, maar van twee derde van de Vlamingen dat tegen het pact is. Ook dat is een beetje overdreven, maar niet zoveel, zoals ik hieronder betoog.
     Volgens de vermelde enquête, uitgevoerd door Ipsos bij duizend Vlamingen, zegt 31 procent van de bevolking ‘ja’ aan Marrakesh, 48 procent ‘nee’, en 21 procent heeft geen mening. Het Nieuwsblad geeft in die enquête ook nog een reeks andere vragen gesteld die met Marrakesh verband houden: of de regering moest vallen, of Theo Francken een goede staatssecretaris was,  of migratie een meerwaarde is voor ons land, of migratie belangrijker is dan klimaat, enzovoort.
    De politieke redacteur die met die cijfers een stuk moest schrijven,  heeft het allemaal wat ingekleed. Hij plaatst niet de vraag over Marrakesh in de kop, maar die over de val van de regering. ‘Vlaming vond het niet de moeite waard om regering te laten vallen over migratiepact,’ is blijkbaar de belangrijkste conclusie. Als 48 procent van de ondervraagden het Marrakesh-pact verwerpt, schrijft de redacteur dat ‘Vlaanderen verdeeld is’. Maar als 48 procent de val van de regering verwerpt, schrijft hij dat dat er daarover ‘meer eensgezindheid bestaat’. En uiteraard: als 53 % van de ondervraagden geen meerwaarde ziet in migratie, wordt meteen een experte opgebeld, Christiane Timmerman van het Centrum Migratie en Interculturele studies, die de cijfers in het ‘juiste kader’ moet plaatsen. ‘Het staat onomstotelijk vast,’ zegt de interculturele experte, ‘dat migratie economisch een meerwaarde biedt.’ Onomstotelijk? Dat zou ik nog eens willen zien. En sociaal-cultureel, gaat de experte verder, is er hoogstens sprake van een ‘uitdaging’, vooral ook omdat de indruk van overrompeling ‘hoegenaamd niet waar is’. Niet alleen ‘niet waar’, maar ‘hoegenaamd niet waar’. Men heeft dat daar allemaal heel precies uitgezocht, op dat Centrum.
     Ik wil mij hier niet bezig houden met het ‘juiste kader’ waarin we de cijfers moeten plaatsen, maar met de juiste verhoudingen tussen de cijfers. Die zijn wat ondoorzichtig door het grote percentage van ondervraagden dat ‘geen mening’ invult. Je zou dat kunnen vergelijken met ‘onthoudingen’ als er gestemd wordt. Toen er in de Kamer werd gestemd over het pact waren er géén onthoudingen. 75 procent was voor het pact en 25 procent tegen. De Wever zei toen – volgens mij terecht – dat bij de bevolking de meerderheid omgekeerd lag.

     De Wever wordt nu tegengesproken door Liesbeth Van Impe (hier). Die schrijft dat ‘48 procent [tégen het Marrakesh-pact] geen meerderheid is, laat staan een overtuigende’. Ik geef dat graag toe. Maar je kunt de cijfers van de Kamer en die van de enquête niet zomaar vergelijken. In de Kamer waren er zoals gezegd geen onthoudingen. Ik ben dus geneigd om voor mijzelf de onthoudingen bij de enquête even niet mee te tellen en dan krijg ik 61 procent tegen Marrakesh en 39 procent voor.
     Dat trucje zou ik ook kunnen toepassen voor de houding van de ondervraagden tegenover over migratie. Als ik de onthoudigen aftrek, of eerlijk verdeel onder de voor- en tegenstanders, dan krijg ik 65 procent dat geen meerwaarde ziet in migratie en 35 procent* dat die meerwaarde wel ziet. Of om het nog ruwer te formuleren: min of meer tweederde van de bevolking kant zich min of meer tegen nog veel nieuwe immigratie. Zonder mijn trucje gaat het ook. Dan schrijf ik gewoon dat er dubbel zoveel tegenstanders zijn van nieuwe migratie als voorstanders.
      Opvallend is dat de cijfers over migratie in het algemeen en over Marrakesh in het bijzonder niet helemaal samenvallen. Voor Marrakesh zijn er iets meer voorstanders, iets minder tegenstanders, en iets meer onthoudingen. Dat laatste begrijp ik – mensen die zichzelf niet geïnformeerd genoeg achten om het pact te beoordelen. Maar die bijkomende voorstanders begrijp ik niet goed. Waarom zou iemand die afwijzend staat tegenover migratie, tegelijk wel achter het Marrakesh-pact staan? Gelooft zo iemand misschien dat het pact de migratie zal afremmen of minstens onder controle zal brengen dankzij meer internationale samenwerking. Die uitleg over ‘controle’ en ‘internationale samenwerking’ heb ik vaak gehoord van de pro-Marrakesh-partijen Open-VLD en CD&V**. Maar blijkbaar is er toch maar 3 procent van de ondervraagden dat in díe redenering meegaat. Het grootste deel van de pro-Marrakesh-mensen wordt geleverd door de pro-migratie-mensen.
     Over de manier van vragen stellen ben ik overigens redelijk tevreden. Je kunt op alles kritiek hebben als je wil. ‘Migratie is een meerwaarde voor ons land’ …  dat is wat ongenuanceerd; Als ik dat letterlijk nam, zou ik hier ‘ja’ kunnen antwoorden, want arbeidsmigratie heeft allerlei voordelen. Maar ik neem aan dat de meeste ondervraagden wel begrepen over welk type immigratie het ging en dáárover hun mening hebben gegeven. Als er had gestaan ‘Afrikaanse en islamitische massa-immigratie is een meerwaarde’ zou het neen-kamp wat groter geweest zijn, en als er had gestaan ‘De basisrechten van de asielzoekers moeten beter worden gerespecteerd’**, had dat het een wat groter ja-kamp opgeleverd. Veel zal het niet schelen.
 



* In onderstaande tabel staan enkele cijfers uit de enquête samengevat. Het zou goed zijn mochten kranten een link meegeven waarmee je de enquête en het enquêterapport zelf kunt raadplegen.
 
Ja
Nee
Onth.
‘Migratie is een meerwaarde voor ons land’
28
53
19
Ik sta achter het VN-Migratiepact
31
48
21
Migratiepact belangrijk genoeg om regering te doen vallen
31
48
15
Er moeten vervroegde verkiezingen komen
33
54
13
Francken was een goede Staatssecretatis voor Asiel
61
26
13
Vertrouwen in De Block als opvolger van Francken
34
51
15


** Volgens de Nieuwsblad-enquête zijn de kiezers van die partijen veel minder Marrakesh-enthousiast. Bij de liberalen zijn bijna evenveel voor- als tegenstanders. Karl Drabbe (hier) had dus gelijk toen hij zich verwonderde over de radicale pro-Marrakesh-lijn van de liberale leiding. Misschien heeft die leiding gedacht dat ze zich zo’n lijn kon veroorloven omdat haar traditionele rechtervleugel toch al onherroepelijk verloren was aan N-VA. Of misschien heeft ze gedacht dat centrum-jongeren en bloc pro Marrakesh zijn. Twee misrekeningen geloof ik.

*** Je kunt de rechten van asielzoekers ook verdedigen als je niet vindt dat immigratie ‘een meerwaarde voor ons land’ betekent.